De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

H O O F D S T U K  VIII

                   DE BETREKKING VAN WARE GEESTELIJKHEID

TOT GODS WOORD

       PAULUS' VIERVOUDIGE CLASSIFICATIE

VAN HET MENSELIJK GESLACHT

 In de brieven van Paulus wordt de mens, door de Geest, verdeeld in vier klassen:

                    De natuurlijke mens.

                    De baby in Christus.

                    De vleselijke Christen.

                    De geestelijke Christen.

 Alle vier worden besproken in een passage van de Schrift (1Cor.2:14-3:4) en het verdient aandacht, dat zij worden ingedeeld, overeenkomstig hun mogelijkheid tot beproeven en opnemen van "de dingen Gods", zoals verklaard in Zijn Woord. Wij geven hier de volledige passage:

 "Maar de NATUURLIJKE mens begrijpt niet de dingen die van de Geest van God zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.

 "Doch de GEESTELIJKE mens onder-scheidt wel alle dingen, maar hijzelf wordt door niemand onderscheiden.

 "Want wie heeft de zin van de Heer gekend, dat hij Hem zou onderrichten? Maar wij hebben de zin van Christus.

 "En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot VLEESELIJKEN, als tot jonge kinderen (BABIES) in Christus.

 "Ik heb u met melk gevoed, en niet met   vast voedsel; want gij waart toen nog niet in staat (te verdragen); ja, gij zijt ook nu nog niet in                                                                      "Want gij zijt nog vleeselijk; want als er nijd is, en twist, en tweedracht, zijt gij dan niet vleeselijk en wandelt gij niet naar de mens?       

 "Want als de ייn zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos; zijt gij dan niet vleeselijk?"

                    DE NATUURLIJKE MENS

  De "natuurlijke" of zielige mens is de mens die we hebben beschreven in het eerste hoofdstuk van dit boek; de gevallen zoon van gevallen Adam, zoals hij is, zonder God. Zijn gevallen ziel heerst over zijn hele bestaan. God zegt ten opzichte van hem, dat hij "niet de dingen begrijpt die van de Geest van God zijn", dat "zij hem dwaasheid zijn en hij ze niet kan verstaan" (1Cor.2:14). Dit is ook zo, zelfs waar het de eenvoudige "prediking van het kruis" betreft, want we lezen, dat "de prediking van het kruis voor hen die verloren gaan, dwaasheid is" (1Cor.1:18).

  Dit is niet bedoeld als een verwijt. Het is een eenvoudige vaststelling van een feit. De mens, van nature, begrijpt niet de dingen van de Geest, "hij kan ze niet verstaan". Naar wereldse maatstaven kan hij edelmoedig en vriendelijk zijn, begaafd, gecultiveerd en verfijnd; hij kan superieure, intellectuele, krachten bezitten, ja, en zelfs tamelijk religieus. Maar met dit alles blijft hij steeds naar buiten hulpeloos om "de dingen van God" te verstaan.

Waarom? "Omdat zij uitsluitend geestelijk onderscheiden worden" (1Cor.2:14).

   "De dingen van God" moeten totaal onbegrijpelijk blijven voor de wijste, meest religieuze mens op aarde, totdat God, door de Geest, ze aan hem openbaart (1Cor.2:10), en dit wordt slechts effectief, als God de Geest aan hem meedeelt:

   "Want wie van de mensen weet, wat van de mens is , dan de geest van de mens die in hem is? Zo weet ook niemand wat van God is dan de Geest van God." (1Cor.2:11)

   Een dier kan "de dingen van de mens" niet proeven, om de eenvoudige reden, dat hij een dierlijke natuur bezit, in plaats van een menselijke natuur. Op dezelfde wijze kan de mens, zoals hij is, "de dingen van God " niet begrijpen, tenzij God, Zijn natuur aan hem mededeelt. De mens kan inderdaad de dierenwereld, die hem onderworpen is, niet echt begrijpen; hoe zou hij God kunnen begrijpen, Die boven hem is, tenzij de Geest van God hem wordt medegedeeld?

   Dit verklaart, waarom overigens intelligente mensen, hoe ze ook proberen, falen, geestelijke waarheden op te nemen, die zo eenvoudig schijnen voor het kind van God. Het verklaart ook, waarom grote intellectuele leiders, zulke dwazen van zichzelf maken, wanneer zij beginnen "de dingen van God" te bespreken. Het verklaart, waarom zelfs "religieuse" leiders zo een bodemloze onwetendheid van geestelijke waarheden vertonen, die toch zo duidelijk in het Woord zijn geopenbaard. Want noch intellectuele scherpzinnigheid, noch religieuze ijver, kwalificeren de natuurlijke mens, of stellen hem in staat, de dingen van God te begrijpen. De mens kan, van nature, alleen de "de dingen van de mens" begrijpen, omdat hij alleen "de geest van de mens" in zich heeft (1Cor.2:11).

   In dit verband verdeelt de apostel niet de ongeredden in klassen, want allen zijn eender, totaal verduisterd wat betreft "de dingen van de Geest van God". Zij mogen zekere feiten waarnemen en erkennen, die hen een gevoel geven, dat zij op het "goede spoor" zijn, maar zij zijn werkelijk in zoo'n geestelijke duisternis, dat zij volkomen falen  om de dingen die het Woord openbaart omtrent God, te begrijpen of te verstaan, en gemeenschap met God Zelf te hebben.

   Maar de apostel classificeert de "geredden" in drie groepen, waarvan wij de eerste gaan beschouwen:

DE BABY IN CHRISTUS

  Het zal zijn opgevallen, dat toen Paulus voor 't eerst tot de Corinthiers kwam in hun ongeredde staat, hij hen "Christus gekruisigd" heeft bekend gemaakt:

   En ik, broeders, toen ik tot u kwam,...heb ik mij voorgenomen, niets te weten onder u dan Jezus Christus, en Die gekruisigd (1Cor.2:1,2)

 

 De reden hiervoor is niet moeilijk uit te vinden. Het was door "de dood aan het kruis", dat onze gezegende Heer voor ons redding verwierf. Voortaan is het door "de prediking van het kruis", dat de Geest in mensenharten werkt om hen te redden. Aan het kruis betaalde onze Heer de gerechte straf voor zonde, en de Geest gebruikt de bekendmaking van dit feit, om de verlorenen te bekeren. Om een tweevoudige reden dus wordt van de prediking van het kruis gezegd te zijn, de kracht van God tot redding.

  Want HET WOORD VAN HET KRUIS is wel voor hen die verloren gaan, dwaasheid; maar voor ons die behouden worden, is het EEN KRACHT VAN GOD" (1Cor.1:18).

   Doch WIJ PREDIKEN CHRISTUS, DE GEKRUISIGDE....voor hen die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij CHRISTUS, DE KRACHT VAN GOD, EN DE WIJSHEID VAN GOD" (1Cor.1:23,24)*/[i]

   Voorts, broeders, IK MAAK U BEKEND HET EVANGELIE, DAT IK U VERKONDIGD HEB....WAARDOOR GIJ OOK ZALIG WORDT....DAT CHRISTUS GESTORVEN IS VOOR ONZE ZONDEN....dat hij is begraven, en dat Hij is opgewekt op de derde dag..." (1Cor.15:1-4)

    "Want ik schaam mij voor het Evangelie van Christus niet, want het is GODS KRACHT TOT ZALIGHEID voor een ieder die gelooft....WANT DE RECHTVAARDIGHEID VAN GOD WORDT DAARIN GEOPENBAARD..." (Rom.1:16,17).       

 De "prediking van het kruis" is het dan ook, wat de Heilige Geest gebruikt om mensen te redden. En zeker juist is, dat deze boodschap "dwaasheid" is voor hen, totdat de Geest binnen in hen werkt en hen ziende maakt. Maar Hij gebruikt geen ander. Geen mens wordt in deze bedeling gered, buiten de prediking van het kruis om. Het is alleen wanneer die boodschap gepredikt wordt, en de Heilige Geest het aan het hart verklaart, dat het Adamskind nieuw geboren wordt en een baby wordt in de familie van God; een "baby in Christus".      

 De "baby in Christus" is natuurlijk niet direct klaar voor het "vaste voedsel" van het Woord. Hij zou deze "diepten van God" (Hebr.5:13,14, cf., 1Cor.2:10) nog niet kunnen verteren, maar moet eerst worden    gevoed met de "melk van het Woord" (1Petr.2:2), de elementaire waarheden van het evangelie, waardoor hij werd gered, en waarin hij moet leren te staan (1Cor.15:1,2).

 Babies in Christus kunnen nauwelijks "vleselijk" of "geestelijk" worden genoemd, omdat de dingen die zij doen en zeggen nog zijn toe te schrijven aan het feit, dat zij nog niet volwassen zijn. Zij mogen echter "vleselijk gezind" of "geestelijk gezind" zijn (Rom.8:6). Wanneer zij "vleselijk gezind" zijn, zullen zij eerder verwelken dan opgroeien, en zullen vleselijke Christenen worden, zelfs niet langer de fleur en frisheid van de jeugd bezitten. Indien "geestelijk gezind", zullen zij bloeien en groeien vanaf de frisheid van geestelijke kindheid, tot de kracht van geestelijke mannelijkheid.       

 "Want wat het vlees bedenkt is de dood, maar wat de Geest bedenkt is het leven en vrede." (Rom.8:6)       

 Wat is "geestelijk gezind" zijn? Eenvoudig, levendig geןnteresseerd zijn in het Woord van God. Laat iemands geestelijk criterium zijn wat het wil; dat van God is simpel dit: Hoe geןnteresseerd is Mijn kind in wat Ik heb te zeggen, en in dat wat Ik wens dat het doet? In hoeverre is het gegroeid in de kennis ervan? Aldus is het een ernstig trachten om Gods Woord te kennen en te gehoorzamen, dat ware geestelijkheid voortbrengt. Het Woord is het voedsel, waardoor wij groeien. Daarom worden babi's in Christus gemaand:

        "ALS NIEUWGEBOREN KINDERTJES, WEEST ZEER BEGERIG NAAR DE REDELIJKE ONVERVALSTE MELK, OPDAT GIJ DAARDOOR MOOGT OPGROEIEN" (1Petr.2:2).

        'TOTDAT WIJ ALLEN ZULLEN KOMEN TOT DE EENHEID VAN HET GELOOF EN VAN DE KENNIS VAN DE ZOON VAN GOD, TOT EEN VOLKOMEN MAN, TOT DE MAAT VAN DE GROOTTE VAN DE VOLHEID VAN CHRISTUS;

   "OPDAT WIJ NIET MEER KINDEREN ZOUDEN ZIJN, DIE ALS DE VLOED BEWOGEN EN OMGEVOERD WORDEN MET ALLE WIND VAN LEER, DOOR DE BEDRIEGERIJ VAN MENSEN, DOOR ARGLISTIGHEID, OM LISTIG TOT DWALING TE BRENGEN;

   "MAAR TERWIJL WIJ DE WAARHEID BETRACHTEN IN LIEFDE, IN ALLES OPGROEIEN TOT HEM DIE HET HOOFD IS, NAMELIJK CHRISTUS" (Eph.4:13-15).

  DE VLESELIJKE CHRISTEN

   Hoe dikwijls zijn wij allen herinnerd aan de vermaning van de Apostel Petrus: "Verlang naar de redelijke onvervalste melk van het Woord"! Maar hoe zelden werden deze woorden benadrukt in hun relatie tot de rest van het vers:

   "ALS NIEUWGEBOREN KINDERTJES, weest zeer begerig naar de redelijke, onvervalste melk van het Woord, OPDAT GIJ DAARDOOR MOOGT OPGROEIEN" (1Petr.2:2)

    Hoe dikwijls hebben predikers van het evangelie de woorden van Paulus aan de Corinthiers als hun motto gebruikt: "Want ik heb mij voorgenomen, niets te weten onder u dan Jezus Christus, en Die gekruisigd"! (1Cor.2:2) "Christus gekruisigd", zo denken zij, is het toppunt van Christelijke waarheid, terwijl het in feite slechts het begin, het fundament is, want de apostel gaat verder met te schrijven in dezelfde passage:

   "TOCH SPREKEN WIJ WIJSHEID BIJ HEN, DIE DAARVOOR RIJP ZIJN  (VOLMAAKTEN)" (1Cor.2:6)

  Hoeveel zijn er, zelfs onder diegenen die Christus voor jaren hebben gekend, die roemen op geloof in de Bijbel, maar weinig of geen verlangen tonen om het te begrijpen! Liever dan studie, om een beter begrip van het Woord van God te verkrijgen, en te worden als zulke, die weten hoe "het Zwaard van de Geest" te voeren, beroemen zij zich dat zij niet verder gekomen zijn dan tot "de eenvoudige dingen". Voor hen is de Bijbel werkelijk weinig meer dan een tovermiddel; een mystiek boek, dat vele wondervolle, vertroostende passages bevat. Zij geven aan de vloeken en moeilijke passages slechts vluchtige blikken, en kiezen voor hun meditatie en discussie alleen die, die "hun hart verwarmen".

        De Bijbel zelf noemt zulke mensen vlees, of vleselijk (Gr. sarkikos). Zij bezitten de Geest, maar wandelen naar het vlees, met weinig interesse om te leren wat de Geest hen zou willen laten weten. Zij zijn uit God geboren, maar zij zijn niet gegroeid. Zij zijn niet werkelijk babies, want zij zijn lang genoeg gered om tot geestelijke volwassenheid te groeien, maar omdat zij niet zijn gegroeid, moeten zij "als babies" worden behandeld. Het was onder zulken, dat de apostel besloot niets te weten, dan Jezus Christus en Die gekruisigd (1Cor.2:2 cf. 3:1-4). De natuurlijke mens kan vanzelfsprekend, zelfs dit niet opnemen. De vleselijke Christen kan, net als de baby in Christus, niet het feit accepteren dat Christus voor hem stierf, maar kan iets meer verteren dan dit. Aan hen schreef de apostel, door inspiratie:

        "En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.

        Ik heb u met melk gevoed, en niet met vast voedsel; want gij waart toen nog niet in staat; ja, gij zijt ook nu nog niet in staat." (1Cor.3:1,2)

   "Want gij, daar gij leraars behoordet te zijn vanwege de tijd, hebt weer nodig, dat men u leert, wat de eerste beginselen zijn van de woorden van God; en gij zijt geworden als zij die melk nodig hebben, en niet vaste spijs.

   "Want een ieder die de melk deelachtig is, die is onervaren in het woord van de gerechtigheid, want hij is een kind (baby)" (Hebr.5:12,13).

  VERTRAAGDE GROEI

   Welk een vreugde en gemeenschap is er in de samenkomsten waar de pas-geredden aanwezig zijn! In de geestelijke, zowel als in de physieke sfeer, houdt ieder van een baby! Maar de vreugde die de liefhebbende harten van ouders vervult, is veranderd in bitter leed en teleurstelling als hun baby niet groeit. De laatste toestand is net zo onuitsprekelijk treurig en naargeestig, als de eerdere verheugend is. Precies eender is het in de sfeer van de geest.

   De vleselijke Christen heeft nagelaten om te groeien. Hij gaat verder in een staat van verlengd kindschap. Hij moet op uitsluitend melkdieet blijven, omdat hij, hoewel reeds jaren gered, nog niet in staat is om vast voedsel te "verdragen", en heeft nodig dat hem de elementaire dingen worden geleerd.

                    DE VERSCHIJNSELEN VAN VERTRAAGDE GROEI

   Vertraagde geestelijke groei tekent zich af op vele wijzen, die allen onder het hoofd vleselijkheid of zinnelijkheid vallen. De Corinthiers, zo ernstig berispt door de apostel Paulus wegens hun vleselijkheid, wordt aangezegd, onverschillig te zijn geweest v.w.b. zedelijkheid (1Cor.5:1), opgeblazen (1Cor.4:18; 5:2), niet attent voor elkaar (1Cor.6:1-7; 8:1,9,12), gierig (2Cor.8:6-11; 11:7-9). Terwijl zij de Geest bezaten, wandelden zij naar het vlees.

   "De werken van het vlees nu zijn openbaar, namelijk overspel, hoererij, onreinheid, losbadigheid,

"afgoderij, toverij, vijandschappen, twisten, afgunst, toorn, partijzucht, tweedracht, sekten,     

 "nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; waarvan ik u tevoren zeg, zoals ik ook tevoren gezegd heb, dat wie zulke dingen doen het Koninkrijk van God niet zullen beכrven.*/[i

"Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.

 "Tegen zulke dingen is de wet niet" (Gal.5:19-23).

 Een van de duidelijkste aanwijzingen van vertraagde geestelijke groei is eigenbelang en partijstrijd, zoals dit het geval was bij de Corinthische gelovigen. Zij waren geestelijk klein en onbeduidend, zo dat de apostel aan hen moest schrijven:

 "Want gij zijt nog vleselijk; want als er onder u nijd is, en twist, en tweedracht, zijt gij dan niet vleselijk en wandelt gij niet naar de mens?"

 "Want als de ייn zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos*/[iii]; zijt gij dan niet vleselijk? (1Cor.3:3,4).

 Het is niet zonder betekenis dat Petrus zijn vermaning tot "nieuwgeboren kindertjes" om te "verlangen naar de redelijke melk van het Woord" dat zij "daardoor opgroeien", laat vooraf gaan met de woorden: "Legt dan af alle kwaadheid, en alle bedrog, en huichelarij, en nijdigheid, en alle kwaadsprekerij" (1Petr.2:1).

 Dienovereenkomstig schrijft Paulus:

 "Zo bid ik u dan, ik, de gevangene in de Heer, dat gij wandelt waardig de roeping waarmee gij geroepen zijt,

 "EN MET ALLE OOTMOEDIGHEID EN ZACHTMOEDIGHEID, MET LANKMOEDIGHEID, ELKAAR IN LIEFDE TE VERDRAGEN;

 "U TE BEIJVEREN TE BEHOUDEN DE EENHEID VAN DE GEEST DOOR DE BAND VAN DE VREDE.

 "ֹֹN LICHAAM IS HET...."(Eph.4:1-4).

 Wij doen wel, met de belijdende Kerk, verdeeld in honderden denominaties, om vandaag aan deze vermaningen aandacht te schenken. Het is een teken van geestelijke onvolwassenheid, te denken, of te spreken in termen van "mijn kerk" of "onze kerk" eerder dan "de Kerk". Alleen zichzelf en eigen partij in aanmerking nemen, is een teken van onvolwassenheid. Het is kinderlijk, en oprechte gelovigen dienen zo'n gedrag te ontgroeien.

 In samenhang hiermee schrijft de apostel aan de Corinthiers: "zijt gij dan niet vleselijk en wandelt gij niet naar de mens?" d.w.z., als andere mensen, in hun natuurlijke, ongeredde toestand. Dit geeft duidelijk de conditie van de vleselijke Christen weer. Hij is gered, maar wandelt in vele opzichten, als de ongeredden om hem heen. Zet hem temidden van een groep ongeredde mensen, en het zal moeilijk zijn om het verschil te bemerken. Ons wordt gelukkig verteld in 2Tim.2:19, dat "De Heer kent degenen, die de Zijnen zijn", maar deze passage gaat voort te zeggen: "EN: Een ieder die de Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid." Dank zij God, de eenvoudigste onder de gelovigen zijn niet langer "kinderen des toorns, net als de anderen", maar gelovigen die "wandelen als de mensen" zullen zekerlijk verlies lijden voor de rechterstoel van Christus.

DE OORZAAK VAN VERTRAAGDE GROEI

   In de physieke sfeer, zou vertraagde groei te wijten kunnen zijn aan enig ongeval, of wellicht een van de gevolgen van de vloek, die niet directe verbinding heeft met het gedrag van de ouders, en zeker niet van het kind zelf. In de geestelijke sfeer is dit niet zo. God heeft overvloedig voorziening gemaakt voor elk kind van God om tot geestelijke volwassenheid op te groeien, en Paulus berispt de Corinthische gelovigen wegens hun niet groeien.

   De moeilijkheid met de Corinthiers was, dat zij niet veel honger hadden naar het Woord; zij hadden geen sterk verlangen om te weten, en de waarheid te gehoorzamen, want de baby in Christus, die "verlangt" naar de zuivere melk van het Woord, zal zeker "daardoor groeien". Dit was ook de moeilijkheid met de Hebreeuwse gelovigen, want toen de apostel verder wilde gaan met het grote onderwerp van Christus als "een hogepriester naar de orde van Melchizedek", werd hij genoodzaakt te schrijven:

   "Van Wie wij vele dingen hebben te zeggen, die zwaar zijn om te verklaren, DAAR GIJ TRAAG OM TE HOREN GEWORDEN ZIJT" (Hebr.5:11).

   En dit is nu precies de oorzaak van de vleselijkheid onder gelovigen vandaag.

   Gedurende de tweede wereldoorlog waren er verschillende gelegenheden, dat ouders naar de schrijver kwamen met brieven van hun zoons in het leger. Daarin werd uitgelegd, dat er een code was opgesteld, waardoor "Johnny" hen kon laten weten naar welke plaats in de oorlog hij gezonden was. Maar nu was het moeilijk om zijn brief te begrijpen. Samen zetten wij ons neer om de brief nauwkeurig te bestuderen, in een poging om precies uit te maken, wat "Johnny" probeerde zijn ouders te doen begrijpen.

        Zo'n interesse en betrokkenheid voor een brief van "Johnny"! en zo betrokken. Maar toont de meerderheid van de gelovigen ook zo'n interesse in "het Woord van God tot hen"? Zijn zij er net zo hevig bij betrokken, om de inhoud te verstaan,  als zij zouden zijn bij een brief van "Johnny"? Dat zijn zij niet. Zij zijn tevreden met "de eenvoudige dingen". Met de kennis alleen van een paar passages, die "hun harten verwarmen". Dit is de achtergrond van hun geestelijke onvolwassenheid en hun vleselijkheid.

      GELOVIGEN VERANTWOORDELIJK TE GROEIEN

  Laat ons het dan vaststellen en nooit vergeten: "God houdt ons verantwoordelijk voor de groei tot geestelijke volwassenheid door ernstige en vlijtige studie van Zijn Woord".

     Tot de nieuw geredden zegt Hij: "weest zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, OPDAT GIJ DAARDOOR MOOGT OPGROEIEN" (1Petr.2:2).

"GROEIT OP IN DE GENADE VAN ONZE HEER EN ZALIGMAKER JEZUS CHRISTUS" (2Petr.3:18).

Tot hen die reeds enige tijd geleden gered werden, zegt Hij: "GIJ BEHOORDET LERAARS TE ZIJN..." (Hebr.5:12). Tot allen zegt Hij: "Want een ieder die de melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der gerechtigheid, want hij is een kind. Maar voor de volmaakten is de vaste spijs, die door de gewenning de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide van het goede en van het kwade. "DAAROM, TERWIJL WIJ HET BEGIN VAN DE LEER VAN CHRISTUS LATEN RUSTEN, LATEN WIJ VOORTGAAN TOT DE VOLMAAKTHEID (VOLWASENHEID)....(Hebr.5:13-6:1).

"OPDAT WIJ NIET MEER KINDEREN ZOUDEN ZIJN, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met alle wind van leer, door de bedriegerij van mensen, door arglistigheid, om listig tot dwaling te brengen.

 "Maar terwijl wij de waarheid betrachten in liefde, in alles opgroeien tot Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus" (Eph.4:14,15).

                  DE GEESTELIJKE CHRISTEN

 "Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hijzelf wordt door niemand onderscheiden.

 "Want wie heeft de zin van de Heer gekend, dat hij Hem zou onderrichten? Maar wij hebben de zin van Christus" (1Cor.2:15,16).

 Alleen al uit deze passage is het duidelijk, dat de geestelijk Christen ver boven de vleselijke Christen of de baby in Christus staat - zeker boven de natuurlijke mens - in zoverre het geestelijk onderscheiden betreft. Hij onderscheidt alle dingen, en toch kan niemand hem onderscheiden, want hij bevindt zich geestelijk boven hen. "Want wie," vraagt de apostel, "heeft de zin (kan begrijpen de gedachten) van de Heer, dat hij Hem zou onderrichten?"

       Door ijverig, biddend onderzoeken van het Woord, en met een ernstig verlangen om het te gehoorzamen, is de geestelijke mens tot meer en vertrouwelijker begrijpen van God en Zijn Zoon gekomen. Babies in Christus en vleselijk  gelovegen om hem heen, kunnen hem niet "oordelen" of "onderscheiden", eenvoudig omdat zij niet gekomen zijn, tot God te kennen, zoals hij. Maar omdat hij tot geestelijke volwassenheid is gegroeid, onderkent hij hen wel, want hij heeft "de zin (gedachten) van Christus." Hij behoort tot hen, van wie geschreven is:

       "Maar voor de volmaakten is de vaste spijs, die door de gewenning de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide van het goede en van het kwade" (Hebr.5:14)

       Zo is er dan een groot verschil tussen het begrip kind van God en man van God. Het onvolwassen kind van God kan de melk van het Woord verdragen, en dat aan anderen doorgeven, maar hij moet noodzakelijker wijs ver tekort schieten aan kennis van God's wil voor hem. Maar van de man van God lezen we:               

"AL DE SCHRIFT is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot weerlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is, "OPDAT DE MENS (MAN) VAN GOD VOLMAAKT IS, TOT ALLE GOED WERK VOLMAAKT TOEGERUST" (2Tim.3:16,17).

DE DIEPE DINGEN VAN GOD

 Maar wat is dit "voedsel", deze "vaste spijs" van het Woord? Wat zijn deze "diepe dingen van God", deze "wijsheid", die Paulus bekend maakt aan de geestelijk volwassenen?

 De apostel zelf geeft ons het antwoord, als hij zegt:  "En wij spreken wijsheid onder de volmaakten (volwassenen); doch een wijsheid niet van deze wereld, noch van de oversten van deze wereld, die te niet gedaan worden.

"MAAR WIJ SPREKEN DE WIJSHEID GODS...*/[iv] IN VERBORGENHEID, DIE BEDEKT WAS, DIE GOD TEVOREN, VOORDAT DE WERELD WAS, BESTEMD HEEFT TOT HEERLIJKHEID VAN ONS;" (1Cor..2:6,7).

 De "wijsheid" dan die Paulus bekend gemaakt heeft aan volwassen gelovigen, betrof "het mysterie", het geheim van Gods eeuwige bedoeling en van al Zijn goede nieuws; de meest kostbare en verheven waarheid in het gehele Woord van God.

 De apostel zegt van dit grote stuk waarheid, dat gelovigen erdoor bevestigd worden (Rom.16:25) dat God wil, dat Zijn heiligen de rijkdom van de heerlijkheid ervan zullen kennen (Col.1:27). Dat het hun harten zal samenbinden in liefde en de volle zekerheid van begrijpen geeft (Col.2:2). Hij noemt het "de onnaspeurlijke rijkdom van Christus" (Eph.3:8) en bidt voor open deuren en een open mond om het bekend te maken (Eph.6:19,20; Col.4:3,4) en open verstand en harten om het te ontvangen (Eph.1:15-23; 3:14-21). Natuurlijk haat satan dit, en zij die hiervoor willen uitkomen, zullen ervoor hebben te lijden, net als Paulus (2Tim.2:8,9; Eph.6:10-20). Maar zulk lijden is zoet - "de gemeenschap aan Zijn lijden".

 Maar helaas zijn de meeste Christenen veel te gewillig om te wachten tot zij in de hemel komen om deze glorieuze waarheden te verstaan. Zij realiseren zich daarbij niet, dat hun onverschilligheid t.o.v. Gods Woord, hen dure beloningen zal kosten voor de rechterstoel van Christus. Hoe velen zijn er niet, die veronderstellen dat de apostel over de hemel spreekt wanneer hij zegt:

 "Maar zoals geschreven is: Wat het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart van de mensen niet is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen, die Hem liefhebben" (1Cor.2:9).

 Maar Paulus spreekt hier niet over de hemel. Hij wijst op waarheden, die nu bekend gemaakt worden, want hij gaat verder en zegt:

 "MAAR GOD HEEFT HET ONS GEOPENBAARD DOOR ZIJN GEEST; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook DE DIEPTEN VAN GOD" (1Cor.2:2:10)

 Het is niet ten opzichte van de hemel, maar ten opzichte van de rijkdommen van Gods barmhartigheid aan allen onder de tegenwoordige bedeling van het geheimenis, dat de apostel uitroept:

 "Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn.

 "O DIEPTE VAN RIJKDOM, BEIDE VAN DE WIJSHEID EN DE KENNIS VAN GOD, HOE ONDOOR-GRONDELIJK ZIJN ZIJN OORDELEN, EN ONNASPEURLIJK ZIJN WEGEN!" (Rom.11:32,33)

GEESTELIJK BEGRIJPEN

 We hebben reeds gezien, dat eerlijk, biddend onderzoek van de Bijbel, niet enige emotionele ervaring, ons tot geestelijke volwassenheid en begrip voert. Maar is er dan geen superieure, intellectuele ontwikkeling nodig, om deze "diepe dingen van God" te begrijpen? Stellig niet. Superieure intellecten van ongeredde mensen zijn niet in staat ook maar de "eenvoudige" waarheden van het Woord te proeven, want, zoals we reeds gezien hebben, "zij worden geestelijk onderscheiden" (1Cor.2:14). En wat het geheimenis betreft, schreef de apostel, dat het werd "geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest" (Eph.3:5)

 Het geheimenis is niet uitgesproken iets, dat moeilijk intellectueel te bevatten is, want de apostel stelt in het bijzonder, dat het "niet de wijsheid van deze wereld" is, maar "de wijsheid van God" (1Cor.2:6,7) en dat het alleen kan worden verstaan en geproefd door de Geest van God. Dit verklaart, waarom velen van de nederigste gelovigen, zich verheugen in het geheimenis, en het zo klaar begrijpen, terwijl zo vele grote theologen en religieuse leiders het niet verstaan, en het blijven verwarren met Gods geprofeteerde plan met betrekking tot het koninkrijk van Christus. Het geheimenis is niet "zwaar om te begrijpen", omdat mensen langzaam van begrip zijn om te begrijpen, maar omdat zij "langzaam zijn van hart om te geloven. Omdat de duivel, die "het verstand verblind heeft van hen die niet geloven", ook zoekt om Gods volk te weerhouden van het zien en zich verheugen in de waarheid van het geheimenis, met de rijkdommen van genade, het "יne Lichaam" en de "יne doop". Dit is het waarom de apostel zo ernstig bad, dat de gelovigen die hij diende, zou worden gegeven, "geestelijk begrip", om mede de glorierijke boodschap te delen, die hem was opgedragen uit te dragen:

 "Daarom houd ik niet op voor u te danken, terwijl ik u gedenk in mijn gebeden,

 "opdat de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u DE GEEST VAN WIJSHEID EN OPEN-BARING GEEFT IN DE KENNIS VAN HEM,

 "NAMELIJK VERLICHTE OGEN VAN UW VERSTAND (HARTEN N.V.), opdat gij moogt weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom van de heerlijkheid van Zijn erfenis is in de heiligen,

 "en wat de uitnemende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven..." (Eph.1:16-19)

 "Daarom dat ook wij...Niet ophouden voor u te bidden en te begeren, DAT GIJ MOOGT VERVULD WORDEN MET DE KENNIS VAN ZIJN WIL, IN ALLE WIJSHEID EN GEESTELIJK VERSTAND;

 "OPDAT GIJ DE HERE WAARDIG MOOGT WANDELEN, OM HEM IN ALLES TE BEHAGEN, TERWIJL GIJ IN ALLE GOEDE WERKEN VRUCHT DRAAGT EN OPGROEIT IN DE KENNIS VAN GOD" (Col.1:9,10)

 "Namelijk de verborgenheid die verborgen geweest is van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen,  "aan wie God heeft willen bekend maken welke de rijkdom van de heerlijkheid van deze verborgenheid is onder de heidenen, welke is: Christus in u, de Hoop van de heerlijkheid.

  "Hem verkondigen wij, terwijl wij ieder mens vermanen en ieder mens leren in alle wijsheid, opdat wij ieder mens volmaakt zouden stellen in Christus Jezus,

   "Waartoe ik ook arbeid onder strijd naar Zijn werking die in mij werkt met kracht.   "Want ik wil dat gij weet, wat een grote strijd ik voor u heb, en voor hen in Laodicea, en allen die mijn aangezicht in het vlees niet hebben gezien;

 "opdat hun harten vertroost worden en zij samengevoegd zijn in de liefde, en dat TOT ALLE RIJKDOM VAN DE VOLLE ZEKERHEID VAN HET VERSTAND (BEGRIP), TOT KENNIS VAN DE VERBORGENHEID VAN GOD DE VADER, EN VAN CHRISTUS;

   "IN WIE AL DE SCHATTEN VAN DE WIJSHEID EN DE KENNIS VERBORGEN ZIJN". (Col.1:26-2:3)*/[v]

            WAAR STAAN WIJ?

  Als wij dit gedeelte van onze studie ten einde brengen, zijn er nog een paar fundamentele vragen aan de orde.

   Indien vleselijke Christenen liever "wandelen als de mensen" dan als Christus, is dan de Kerk vandaag vleselijk of geestelijk? Als verdeeldheid onder gelovigen duidt op vleselijkheid, is dan de Kerk vandaag, meer vleselijk dan geestelijk? Als het geheim, geopenbaard door Paulus, niet wordt gewaardeerd door vleselijke gelovigen, maar alleen door de geestelijke, is dan de Kerk van vandaag meer vleselijk dan geestelijk?

  Hier moeten wij voorzichtig zijn, want de besten van ons moeten nederig bekennen, dat wij net zo veraf zijn van het verkrijgen van volle geestelijke volwassenheid, en dat wij met Paulus zeggen: "Niet dat ik het reeds gekregen heb, of volmaakt ben" (Phil.3:12).

  In het licht hiervan, zullen wij ons dan niet voegen in  het gebed van de apostel Paulus voor onszelf, en voor het hele geloofsgezin? En zullen wij niet hard werken bij ernstig gebed voegen, opdat wij inderdaad welbeproefd door God, mogen staan  als arbeiders die zich niet behoeven te schamen, het Woord der waarheid recht snijdend?

  "TOTDAT WIJ ALLEN ZULLEN KOMEN TOT DE EENHEID VAN HET GELOOF EN VAN DE KENNIS VAN DE ZOON VAN GOD, TOT EEN VOLKOMEN MAN, TOT DE MAAT VAN DE GROOTTE VAN DE VOLHEID VAN CHRISTUS" (Eph.4:13)

                HET HOOGSTE BELANG VAN

            GODS WOORD VOOR DE GELOVIGE

 Omdat interesse in Gods Woord, en het begrijpen ervan, zoals we gezien hebben, de eerste en zekerste tekenen zijn van ware geestelijkheid, is het duidelijk dat de Bijbel altijd de eerste plaats zal hebben in het leven van de geestelijke Christen.

  Het is van het hoogste belang dat we dit begrijpen, want sommigen die zichzelf tamelijk geestelijk voelen, besteden veel tijd aan gebed, maar weinig, of nauwelijks, aan de studie van Gods Woord. Dezen zijn daadwerkelijk gevallen in de sluwe streek van de tegenstander, om in te spelen op hun natuurlijke, menselijke, trots en te zorgen dat zij zichzelf verhogen, en God op de achtergrond plaatsen.

  Door dit te zeggen kleineren we geen ogenblik de belangrijkheid van gebed, zoals wij zullen bewijzen wanneer we dit onderwerp later bespreken. We benadrukken slechts het hoogste belang van het heilig Woord van God. Hierin zijn wij zeker Schriftuurlijk, want David zegt, door inspiratie: "WANT GIJ HEBT VANWEGE UW GANSEN NAAM UW WOORD GROOT   GEMAAKT" (Ps.138:2).                       

 Aan hen, die het hiermee nog niet eens zijn, en in de eerste plaats op gebed de nadruk leggen, meer dan op het Woord, zouden wij een eenvoudige vraag willen stellen: Wat is van meer belang, wat wij tot God hebben te zeggen, of wat Hij tot ons heeft te zeggen? Er kan maar ייn antwoord zijn op deze vraag, want wat God tot ons heeft te zeggen is klaarblijkelijk oneindig belangrijker, dan iets wat wij tot Hem zouden te zeggen hebben. Onze gebeden zijn net zo beladen met fouten als wij zijn, maar het Woord van God is onfeilbaar, onveranderlijk en eeuwig.

  Toch zijn sommigen, die in ייn van Satans "listen" gevallen zijn, en zich tamelijk geestelijk voelen, als de prater naar wie men luistert, en luistert, af en toe met het hoofd knikt. Maar waar men intussen weinig of geen kans krijgt "om er een woord tussen te krijgen". Zij praten maar;    God moet  luisteren.

  Zij verwachten dat God alle aandacht schenkt aan hun gebeden, maar tonen weinig interesse in Zijn Woord.

 HET ֹNE NOODZAKELIJKE

 De plaats van het Woord in het leven van de gelovige is eens en voor altijd gesteld, in het geןnspireerde verslag van ייn van de bezoeken van de Heer, aan het huis van Maria en Martha (Luk.10:38-42). Commentaren op deze passage wijzen in het algemeen erop, dat beiden, Maria en Martha, hun goede kanten hadden! Dit is natuurlijk waar, maar als wij ons beperken tot deze opmerking, nemen we de strekking van de bedoelde les weg, want onze Heer prees beide zusters niet voor hun "goede kanten". Hij berispte Martha, en prees Maria op ייn belangrijke zaak.

      Waarvoor precies werd Maria geprezen? Hoe dikwijls is zij voorgesteld als een voorbeeld voor ons om meer tijd te besteden met de Heer in gebed! Maar dit is ook weer de kern van de passage missen. Maria bad niet; zij "zat aan de voeten van Jezus, en HOORDE ZIJN WOORD". Zij zat daar juist om alles op te nemen wat Hij te zeggen had. Dit was het "enige belangrijke ding", wat Maria had "gekozen", en waarvan onze Here zei, dat het niet "van haar genomen " zal worden. Terwijl dus gebed, en getuigenis, en goede werken, alle van belang zijn in het leven van de gelovige, is horen van Gods Woord het "ene ding waar het om gaat", boven alle andere. Laat inderdaad aan dit "ene ding" de rechte plaats worden gegeven en de rest zal natuurlijkerwijze volgen.

  Natuurlijk wordt toegegeven, dat we juist het Woord, biddend, en met een open hart, moeten onderzoeken. Anders zal het eerder rampzalige, dan gezegende resultaten afwerpen. Maar het gaat hier alleen, om meer nadruk te leggen op het hoogste belang van Gods Woord, wat we door ernstig, biddend onderzoek, proberen te begrijpen en te gehoorzamen.

                  HET WOORD RECHT GESNEDEN

   Men moet echter niet veronderstellen, dat het genoeg is om de Bijbel te gebruiken als een geweldig boek met wonderbare uitspraken, waaruit we mogen kiezen wat we wensen voor onze inspiratie. Evenmin zal iemand, die zich werkelijk realiseert, dat "God heeft gesproken", ooit een oppervlakkige mening hebben over de heilige Schriften.

   "Het Woord der waarheid" moet "recht worden gesneden". Want ondanks dat het geheel is gegeven tot ons geestelijk voordeel, is niet alles tot ons gericht. Evenmin is alles  over ons geschreven. Daarom zal ieder, die oprecht verlangt om Gods Woord te verstaan en te gehoorzamen, eerst onderzoeken, om vast te stellen welk Schriftgedeelte op hem persoonlijk van toepassing is, en zal de rest in het licht daarvan onderzoeken.

   Het is echter bedroevend, te moeten opmerken, dat er velen zijn die nalaten om het Boek van God, die eerbied, en dat respect te geven, dat het verdient. Zij slaan het op goed geluk open, plaatsen dan een vinger op de bladzijde en lezen dan het aangewezen vers om te zien of zij bij geluk leiding zullen vinden van de Heer, op deze manier. En als het niet de eerste keer "werkt", proberen zij het nog eens, en nog eens, tot het "werkt".

   Zij maken op dezelfde manier gebruik van "beloften-boxen" op basis van "iedere belofte in het Boek is voor mij". Een moeder begint haar dag met het nemen van een belofte uit de box. Zij leest: "Gij zult niet vrezen voor de schrik des nachts, voor de pijl, die des daags vliegt" (Ps.91:5) Haar wenkbrauwen gefronst, mompelt zij bij zichzelf: Oh hemel, ik vraag me af, wat gaat er vandaag gebeuren!" Na enig bedenken echter, troost zij zichzelf, als zij bedenkt dat het vers luidde: "Gij zult niet bevreesd zijn"!

   Zij nemen passages uit de conteksten, "vergeestelijken" deze, en geven ze "eigen interpretaties". Zij vinden ergens "dierbare teksten", doet er niet toe tot wie ze gericht zijn, of wanneer en waar, zij passen hun eigen gedachten constructies  daar in, en claimen ze als beloften Gods voor hen!*/[vi] Om op zichzelf staande, schriftelijke verklaringen van mensen, op deze manier te gebruiken, zou als oneerlijk worden beschouwd, maar zelfs Bijbelleraars doen dit met Gods Woord!

 Zij zeggen: "Als het in de Bijbel staat, geloof ik het!" terwijl zelfs de meest oppervlakkige beschouwing van de Bijbel zal duidelijk maken, dat deze vele leugens van mensen en Satan vermeldt, en dat veel daarvan niet tot ons zijn gericht, maar tot mensen in andere bedelingen, en daarom dingen, die in de ene passage bevolen worden, wellicht in een andere, uitdrukkelijk worden verboden. (b.v., cf.Gen.17:14 met Gal.5:2)

   Het Woord, recht gesneden, is van uitzonderlijke betekenis, zowel voor de Kerk in haar geheel, als voor de gelovige persoonlijk. Omdat dit feit nog niet voldoende erkend is, hebben wij de ware, vanuit de hemel gezonden geestelijke opwekking, die de Kerk zo zeer nodig heeft, niet ervaren.

   Hoeveel is er al gezegd over het afbidden van een opwekking?; hoe weinig echter over de relatie van Bijbelonderzoek en opwekking! In veel gevallen vraagt de "opwekkingsprediker" zijn hoorders, om hun handen op te heffen, om aan te tonen hoevelen een uur, een half uur, of vijftien minuten per dag, in gebed doorbrengen. Maar wanneer heeft de lezer gehoord, dat werd geinformeerd hoevelen van zijn hoorders een uur, of minder per dag, Gods Woord hebben onderzocht? Wij zullen meer hierover zeggen onder het hoofd: Geestelijk opwekking.

 

[i].*/Voetnoot: Door de prediking van het kruis als het goede nieuws, kennen we echter niet Christus "naar het vlees" (Cf.2Cor.5:16; Hebr.2:9, en zie de brochure van de schrijver: De Prediking van het Kruis).

[ii]./Voetnoot: Klaarblijkelijk betekent dit niet, dat de geredden, die deze dingen toelaten, daarom verloren zijn, want God rekent ons als volmaakt in Christus  in Christus (Eph.1:6; Col.2:10). Na een soortgelijke opsomming, zegt de apostel tot de foutieve Corinthische

gelovigen: "...in de Naam van de Here Jezus, en door de Geest van God" (1Cor.6:11). Dit is het waarom wij zouden moeten verlangen met ons gehele hart, Hem te behagen en te eren.

[iii].*/Voetnoot: Alsof Paulus en Apollos rivalen waren.

[iv].*/Voetnoot: Hier wordt uit vers 7 het abusievelijk door de Statenvertalers toegevoegde (schuingedrukte) woord weggelaten.

[v].*/Voetnoot: Babies die blijven schreien om "de melk van het Woord", en alleen verlangen wat ""hun hart verwarmt", dienen te letten op de woorden, wijsheid, openbaring, kennis, verlichten, begrijpen, en volle kennis, in deze passage. Hun harten zouden inderdaad warm worden, als zij maar het Woord wilden onderzoeken, daarbij God vragende om geestelijk begrip om het op te nemen.

[vi].*/Voetnoot: Enige tijd geleden ontving de schrijver een rondzendbrief van een zendeling in Afrika, die het volgende Bijbelvers gebruikte als een aanwijzing: "En zie, Ik ben met u, en Ik zal u behoeden overal waarheen gij trekken zult, en Ik zal u wederbrengen in dit land" (Gen.28:15). In het midden van de brief stonden de volgende woorden: "Tijdens dit verlofjaar claimen, en hebben we geclaimd, deze tekst... Voor ons is "dit land", Afrika." Het is duidelijk, dat deze tekst in Genesis, Gods belofte aan Jakob vermeldt, hem terug te zullen brengen in het land Kanaan, niet dat een zendeling naar Afrika zal worden teruggebracht. De zendeling mag op een of andere wijze gevoeld hebben, dat de belofte op hem van toepassing is, maar in werkelijkheid verdraaide hij het Woord, en claimde van God een belofte, die Hij niet aan hem had gedaan. Zie het boek van de schrijver, getiteld: Uw Geloof in Gods Woord, Is het Bijgelovig of Verstandig?

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011