H O O F D S T U K VIII
DE BETREKKING VAN WARE GEESTELIJKHEID
TOT GODS WOORD
PAULUS'
VIERVOUDIGE CLASSIFICATIE
VAN HET MENSELIJK GESLACHT
In de brieven
van Paulus wordt de mens, door de Geest, verdeeld in vier klassen:
De natuurlijke mens.
De baby in Christus.
De vleselijke Christen.
De geestelijke Christen.
Alle vier
worden besproken in een passage van de Schrift (1Cor.2:14-3:4) en het verdient
aandacht, dat zij worden ingedeeld, overeenkomstig hun mogelijkheid tot
beproeven en opnemen van "de dingen Gods", zoals verklaard in Zijn
Woord. Wij geven hier de volledige passage:
"Maar
de NATUURLIJKE mens begrijpt niet de dingen die van de Geest van God zijn; want
zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk
onderscheiden worden.
"Doch de
GEESTELIJKE mens onder-scheidt wel alle dingen, maar hijzelf wordt door niemand
onderscheiden.
"Want
wie heeft de zin van de Heer gekend, dat hij Hem zou onderrichten? Maar wij
hebben de zin van Christus.
"En ik,
broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot VLEESELIJKEN,
als tot jonge kinderen (BABIES) in Christus.
"Ik heb
u met melk gevoed, en niet met vast
voedsel; want gij waart toen nog niet in staat (te verdragen); ja,
gij zijt ook nu nog niet in
"Want gij zijt nog vleeselijk; want als er nijd is, en twist, en
tweedracht, zijt gij dan niet vleeselijk en wandelt gij niet naar de mens?
"Want
als de ייn zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos; zijt gij
dan niet vleeselijk?"
DE NATUURLIJKE MENS
De
"natuurlijke" of zielige mens is de mens die we hebben
beschreven in het eerste hoofdstuk van dit boek; de gevallen zoon van gevallen
Adam, zoals hij is, zonder God. Zijn gevallen ziel heerst over zijn hele
bestaan. God zegt ten opzichte van hem, dat hij "niet de dingen begrijpt
die van de Geest van God zijn", dat "zij hem dwaasheid zijn en
hij ze niet kan verstaan" (1Cor.2:14). Dit is ook zo, zelfs waar het de
eenvoudige "prediking van het kruis" betreft, want we lezen, dat "de
prediking van het kruis voor hen die verloren gaan, dwaasheid is"
(1Cor.1:18).
Dit is niet
bedoeld als een verwijt. Het is een eenvoudige vaststelling van een feit. De
mens, van nature, begrijpt niet de dingen van de Geest, "hij kan ze
niet verstaan". Naar wereldse maatstaven kan hij edelmoedig en vriendelijk
zijn, begaafd, gecultiveerd en verfijnd; hij kan superieure, intellectuele,
krachten bezitten, ja, en zelfs tamelijk religieus. Maar met dit alles blijft
hij steeds naar buiten hulpeloos om "de dingen van God" te verstaan.
Waarom? "Omdat zij uitsluitend geestelijk
onderscheiden worden" (1Cor.2:14).
"De dingen van
God" moeten totaal onbegrijpelijk blijven voor de wijste, meest religieuze
mens op aarde, totdat God, door de Geest, ze aan hem openbaart (1Cor.2:10),
en dit wordt slechts effectief, als God de Geest aan hem meedeelt:
"Want wie van de
mensen weet, wat van de mens is , dan de geest van de mens die in hem is? Zo
weet ook niemand wat van God is dan de Geest van God." (1Cor.2:11)
Een dier kan "de dingen
van de mens" niet proeven, om de eenvoudige reden, dat hij een dierlijke
natuur bezit, in plaats van een menselijke natuur. Op dezelfde wijze kan de
mens, zoals hij is, "de dingen van God " niet begrijpen, tenzij God, Zijn
natuur aan hem mededeelt. De mens kan inderdaad de dierenwereld, die hem
onderworpen is, niet echt begrijpen; hoe zou hij God kunnen begrijpen, Die boven
hem is, tenzij de Geest van God hem wordt medegedeeld?
Dit verklaart, waarom
overigens intelligente mensen, hoe ze ook proberen, falen, geestelijke waarheden
op te nemen, die zo eenvoudig schijnen voor het kind van God. Het verklaart ook,
waarom grote intellectuele leiders, zulke dwazen van zichzelf maken, wanneer zij
beginnen "de dingen van God" te bespreken. Het verklaart, waarom zelfs
"religieuse" leiders zo een bodemloze onwetendheid van geestelijke
waarheden vertonen, die toch zo duidelijk in het Woord zijn geopenbaard. Want
noch intellectuele scherpzinnigheid, noch religieuze ijver, kwalificeren de
natuurlijke mens, of stellen hem in staat, de dingen van God te begrijpen. De
mens kan, van nature, alleen de "de dingen van de mens" begrijpen,
omdat hij alleen "de geest van de mens" in zich heeft (1Cor.2:11).
In dit
verband verdeelt de apostel niet de ongeredden in klassen, want allen
zijn eender, totaal verduisterd wat betreft "de dingen van de
Geest van God". Zij mogen zekere feiten waarnemen en erkennen, die hen een
gevoel geven, dat zij op het "goede spoor" zijn, maar zij zijn
werkelijk in zoo'n geestelijke duisternis, dat zij volkomen falen om de dingen die het Woord openbaart omtrent God, te
begrijpen of te verstaan, en gemeenschap met God Zelf te hebben.
Maar de
apostel classificeert de "geredden" in drie groepen, waarvan wij de
eerste gaan beschouwen:
DE BABY IN CHRISTUS
Het zal zijn
opgevallen, dat toen Paulus voor 't eerst tot de Corinthiers kwam in hun
ongeredde staat, hij hen "Christus gekruisigd" heeft bekend
gemaakt:
En ik,
broeders, toen ik tot u kwam,...heb ik mij voorgenomen, niets te weten onder u
dan Jezus Christus, en Die gekruisigd (1Cor.2:1,2)
De reden
hiervoor is niet moeilijk uit te vinden. Het was door "de dood aan het
kruis", dat onze gezegende Heer voor ons redding verwierf. Voortaan is
het door "de prediking van het kruis", dat de Geest in
mensenharten werkt om hen te redden. Aan het kruis betaalde onze Heer de
gerechte straf voor zonde, en de Geest gebruikt de bekendmaking van dit feit, om
de verlorenen te bekeren. Om een tweevoudige reden dus wordt van de prediking
van het kruis gezegd te zijn, de kracht van God tot redding.
Want
HET WOORD VAN HET KRUIS is wel voor hen die verloren gaan, dwaasheid; maar voor
ons die behouden worden, is het EEN KRACHT VAN GOD"
(1Cor.1:18).
Doch
WIJ PREDIKEN CHRISTUS, DE GEKRUISIGDE....voor hen die geroepen zijn, beiden
Joden en Grieken, prediken wij CHRISTUS, DE KRACHT VAN GOD, EN DE WIJSHEID VAN
GOD" (1Cor.1:23,24)*/[i]
Voorts,
broeders, IK MAAK U BEKEND HET EVANGELIE, DAT IK U VERKONDIGD HEB....WAARDOOR
GIJ OOK ZALIG WORDT....DAT CHRISTUS GESTORVEN IS VOOR ONZE ZONDEN....dat hij is
begraven, en dat Hij is opgewekt op de derde dag..." (1Cor.15:1-4)
"Want ik schaam mij
voor het Evangelie van Christus niet, want het is GODS KRACHT TOT
ZALIGHEID voor een ieder die gelooft....WANT DE RECHTVAARDIGHEID VAN GOD WORDT
DAARIN GEOPENBAARD..." (Rom.1:16,17).
De "prediking van het
kruis" is het dan ook, wat de Heilige Geest gebruikt om mensen te redden.
En zeker juist is, dat deze boodschap "dwaasheid" is voor hen, totdat
de Geest binnen in hen werkt en hen ziende maakt. Maar Hij gebruikt geen ander.
Geen mens wordt in deze bedeling gered, buiten de prediking van het kruis om.
Het is alleen wanneer die boodschap gepredikt wordt, en de Heilige Geest het aan
het hart verklaart, dat het Adamskind nieuw geboren wordt en een baby wordt in
de familie van God; een "baby in Christus".
De "baby in
Christus" is natuurlijk niet direct klaar voor het "vaste
voedsel" van het Woord. Hij zou deze "diepten van God" (Hebr.5:13,14,
cf., 1Cor.2:10) nog niet kunnen verteren, maar moet eerst worden
gevoed met de "melk van het Woord" (1Petr.2:2), de
elementaire waarheden van het evangelie, waardoor hij werd gered, en waarin hij
moet leren te staan (1Cor.15:1,2).
Babies in Christus kunnen
nauwelijks "vleselijk" of "geestelijk" worden genoemd, omdat
de dingen die zij doen en zeggen nog zijn toe te schrijven aan het feit, dat zij
nog niet volwassen zijn. Zij mogen echter "vleselijk gezind" of
"geestelijk gezind" zijn (Rom.8:6). Wanneer zij "vleselijk
gezind" zijn, zullen zij eerder verwelken dan opgroeien, en zullen
vleselijke Christenen worden, zelfs niet langer de fleur en frisheid van de
jeugd bezitten. Indien "geestelijk gezind", zullen zij bloeien en
groeien vanaf de frisheid van geestelijke kindheid, tot de kracht van
geestelijke mannelijkheid.
"Want wat het vlees
bedenkt is de dood, maar wat de Geest bedenkt is het leven en vrede." (Rom.8:6)
Wat is
"geestelijk gezind" zijn? Eenvoudig, levendig geןnteresseerd zijn in
het Woord van God. Laat iemands geestelijk criterium zijn wat het wil; dat van
God is simpel dit: Hoe geןnteresseerd is Mijn kind in wat Ik heb te zeggen, en
in dat wat Ik wens dat het doet? In hoeverre is het gegroeid in de kennis ervan?
Aldus is het een ernstig trachten om Gods Woord te kennen en te gehoorzamen, dat
ware geestelijkheid voortbrengt. Het Woord is het voedsel, waardoor wij groeien.
Daarom worden babi's in Christus gemaand:
"ALS
NIEUWGEBOREN KINDERTJES, WEEST ZEER BEGERIG NAAR DE REDELIJKE ONVERVALSTE MELK,
OPDAT GIJ DAARDOOR MOOGT OPGROEIEN" (1Petr.2:2).
'TOTDAT
WIJ ALLEN ZULLEN KOMEN TOT DE EENHEID VAN HET GELOOF EN VAN DE
KENNIS VAN DE ZOON VAN GOD, TOT EEN VOLKOMEN MAN, TOT DE MAAT VAN DE GROOTTE VAN
DE VOLHEID VAN CHRISTUS;
"OPDAT
WIJ NIET MEER KINDEREN ZOUDEN ZIJN, DIE ALS DE VLOED BEWOGEN EN OMGEVOERD WORDEN
MET ALLE WIND VAN LEER, DOOR DE BEDRIEGERIJ VAN MENSEN, DOOR ARGLISTIGHEID, OM
LISTIG TOT DWALING TE BRENGEN;
"MAAR
TERWIJL WIJ DE WAARHEID BETRACHTEN IN LIEFDE, IN ALLES OPGROEIEN TOT HEM DIE HET
HOOFD IS, NAMELIJK CHRISTUS"
(Eph.4:13-15).
DE VLESELIJKE CHRISTEN
Hoe dikwijls zijn wij allen herinnerd aan de vermaning van
de Apostel Petrus: "Verlang naar de redelijke onvervalste melk van het
Woord"! Maar hoe zelden werden deze woorden benadrukt in hun relatie
tot de rest van het vers:
"ALS
NIEUWGEBOREN KINDERTJES, weest zeer begerig naar de redelijke, onvervalste melk
van het Woord, OPDAT GIJ DAARDOOR MOOGT OPGROEIEN"
(1Petr.2:2)
Hoe dikwijls hebben
predikers van het evangelie de woorden van Paulus aan de Corinthiers als hun
motto gebruikt: "Want ik heb mij voorgenomen, niets te weten onder u dan
Jezus Christus, en Die gekruisigd"! (1Cor.2:2) "Christus
gekruisigd", zo denken zij, is het toppunt van Christelijke waarheid,
terwijl het in feite slechts het begin, het fundament is, want de apostel gaat
verder met te schrijven in dezelfde passage:
"TOCH SPREKEN WIJ
WIJSHEID BIJ HEN, DIE DAARVOOR RIJP ZIJN (VOLMAAKTEN)"
(1Cor.2:6)
Hoeveel zijn er, zelfs
onder diegenen die Christus voor jaren hebben gekend, die roemen op geloof in de
Bijbel, maar weinig of geen verlangen tonen om het te begrijpen! Liever
dan studie, om een beter begrip van het Woord van God te verkrijgen, en
te worden als zulke, die weten hoe "het Zwaard van de Geest" te
voeren, beroemen zij zich dat zij niet verder gekomen zijn dan tot "de
eenvoudige dingen". Voor hen is de Bijbel werkelijk weinig meer dan een
tovermiddel; een mystiek boek, dat vele wondervolle, vertroostende passages
bevat. Zij geven aan de vloeken en moeilijke passages slechts vluchtige blikken,
en kiezen voor hun meditatie en discussie alleen die, die "hun hart
verwarmen".
De Bijbel zelf noemt zulke
mensen vlees, of vleselijk (Gr. sarkikos). Zij bezitten de
Geest, maar wandelen naar het vlees, met weinig interesse om te leren wat
de Geest hen zou willen laten weten. Zij zijn uit God geboren, maar zij zijn
niet gegroeid. Zij zijn niet werkelijk babies, want zij zijn lang genoeg
gered om tot geestelijke volwassenheid te groeien, maar omdat zij niet zijn
gegroeid, moeten zij "als babies" worden behandeld. Het was
onder zulken, dat de apostel besloot niets te weten, dan Jezus Christus
en Die gekruisigd (1Cor.2:2 cf. 3:1-4). De natuurlijke mens kan vanzelfsprekend,
zelfs dit niet opnemen. De vleselijke Christen kan, net als de baby in Christus,
niet het feit accepteren dat Christus voor hem stierf, maar kan iets meer
verteren dan dit. Aan hen schreef de apostel, door inspiratie:
"En
ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot
vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.
Ik heb u
met melk gevoed, en niet met vast voedsel; want gij waart toen nog niet in
staat; ja, gij zijt ook nu nog niet in staat." (1Cor.3:1,2)
"Want
gij, daar gij leraars behoordet te zijn vanwege de tijd, hebt weer nodig, dat
men u leert, wat de eerste beginselen zijn van de woorden van God; en gij zijt
geworden als zij die melk nodig hebben, en niet vaste spijs.
"Want
een ieder die de melk deelachtig is, die is onervaren in het woord van de
gerechtigheid, want hij is een kind (baby)"
(Hebr.5:12,13).
VERTRAAGDE GROEI
Welk een
vreugde en gemeenschap is er in de samenkomsten waar de pas-geredden aanwezig
zijn! In de geestelijke, zowel als in de physieke sfeer, houdt ieder van een
baby! Maar de vreugde die de liefhebbende harten van ouders vervult, is
veranderd in bitter leed en teleurstelling als hun baby niet groeit. De laatste
toestand is net zo onuitsprekelijk treurig en naargeestig, als de eerdere
verheugend is. Precies eender is het in de sfeer van de geest.
De vleselijke
Christen heeft nagelaten om te groeien. Hij gaat verder in een staat van
verlengd kindschap. Hij moet op uitsluitend melkdieet blijven, omdat hij, hoewel
reeds jaren gered, nog niet in staat is om vast voedsel te
"verdragen", en heeft nodig dat hem de elementaire dingen worden
geleerd.
DE VERSCHIJNSELEN VAN VERTRAAGDE GROEI
Vertraagde geestelijke groei tekent zich af op vele wijzen, die allen
onder het hoofd vleselijkheid of zinnelijkheid vallen. De Corinthiers, zo
ernstig berispt door de apostel Paulus wegens hun vleselijkheid, wordt
aangezegd, onverschillig te zijn geweest v.w.b. zedelijkheid (1Cor.5:1),
opgeblazen (1Cor.4:18; 5:2), niet attent voor elkaar (1Cor.6:1-7; 8:1,9,12),
gierig (2Cor.8:6-11; 11:7-9). Terwijl zij de Geest bezaten, wandelden zij
naar het vlees.
"De werken van het
vlees nu zijn openbaar, namelijk overspel, hoererij, onreinheid,
losbadigheid,
"afgoderij,
toverij, vijandschappen, twisten, afgunst, toorn, partijzucht, tweedracht,
sekten,
"nijd,
moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; waarvan ik u tevoren zeg,
zoals ik ook tevoren gezegd heb, dat wie zulke dingen doen het Koninkrijk van God niet zullen beכrven.*/[i
"Maar de vrucht van
de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid,
goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.
"Tegen
zulke dingen is de wet niet" (Gal.5:19-23).
Een van de duidelijkste
aanwijzingen van vertraagde geestelijke groei is eigenbelang en partijstrijd,
zoals dit het geval was bij de Corinthische gelovigen. Zij waren geestelijk
klein en onbeduidend, zo dat de apostel aan hen moest schrijven:
"Want gij zijt nog
vleselijk; want als er onder u nijd is, en twist, en tweedracht, zijt gij dan
niet vleselijk en wandelt gij niet naar de mens?"
"Want
als de ייn zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos*/[iii];
zijt gij dan niet vleselijk? (1Cor.3:3,4).
Het is niet zonder betekenis
dat Petrus zijn vermaning tot "nieuwgeboren kindertjes" om te
"verlangen naar de redelijke melk van het Woord" dat zij
"daardoor opgroeien", laat vooraf gaan met de woorden: "Legt
dan af alle kwaadheid, en alle bedrog, en huichelarij, en nijdigheid, en alle
kwaadsprekerij" (1Petr.2:1).
Dienovereenkomstig schrijft Paulus:
"Zo bid
ik u dan, ik, de gevangene in de Heer, dat gij wandelt waardig de roeping
waarmee gij geroepen zijt,
"EN MET
ALLE OOTMOEDIGHEID EN ZACHTMOEDIGHEID, MET LANKMOEDIGHEID, ELKAAR IN LIEFDE TE
VERDRAGEN;
"U TE
BEIJVEREN TE BEHOUDEN DE EENHEID VAN DE GEEST DOOR DE BAND VAN DE VREDE.
"ֹֹN
LICHAAM IS HET...."(Eph.4:1-4).
Wij doen wel,
met de belijdende Kerk, verdeeld in honderden denominaties, om vandaag aan deze
vermaningen aandacht te schenken. Het is een teken van geestelijke
onvolwassenheid, te denken, of te spreken in termen van "mijn kerk" of
"onze kerk" eerder dan "de Kerk". Alleen zichzelf en
eigen partij in aanmerking nemen, is een teken van onvolwassenheid. Het is
kinderlijk, en oprechte gelovigen dienen zo'n gedrag te ontgroeien.
In samenhang
hiermee schrijft de apostel aan de Corinthiers: "zijt gij dan niet
vleselijk en wandelt gij niet naar de mens?" d.w.z., als andere mensen,
in hun natuurlijke, ongeredde toestand. Dit geeft duidelijk de conditie van de
vleselijke Christen weer. Hij is gered, maar wandelt in vele opzichten,
als de ongeredden om hem heen. Zet hem temidden van een groep ongeredde mensen,
en het zal moeilijk zijn om het verschil te bemerken. Ons wordt gelukkig verteld in 2Tim.2:19, dat "De Heer kent
degenen, die de Zijnen zijn", maar deze passage gaat voort te zeggen: "EN:
Een ieder die de Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid."
Dank zij God, de eenvoudigste onder de gelovigen zijn niet langer "kinderen
des toorns, net als de anderen", maar gelovigen die "wandelen als de
mensen" zullen zekerlijk verlies lijden voor de rechterstoel van Christus.
DE OORZAAK VAN
VERTRAAGDE GROEI
In de physieke sfeer, zou vertraagde groei te wijten kunnen zijn aan enig
ongeval, of wellicht een van de gevolgen van de vloek, die niet directe
verbinding heeft met het gedrag van de ouders, en zeker niet van het kind zelf.
In de geestelijke sfeer is dit niet zo. God heeft overvloedig voorziening
gemaakt voor elk kind van God om tot geestelijke volwassenheid op te groeien, en
Paulus berispt de Corinthische gelovigen wegens hun niet groeien.
De moeilijkheid met de
Corinthiers was, dat zij niet veel honger hadden naar het Woord; zij hadden geen
sterk verlangen om te weten, en de waarheid te gehoorzamen, want de baby in
Christus, die "verlangt" naar de zuivere melk van het Woord,
zal zeker "daardoor groeien". Dit was ook de moeilijkheid met
de Hebreeuwse gelovigen, want toen de apostel verder wilde gaan met het grote
onderwerp van Christus als "een hogepriester naar de orde van
Melchizedek", werd hij genoodzaakt te schrijven:
"Van Wie
wij vele dingen hebben te zeggen, die zwaar zijn om te verklaren, DAAR GIJ TRAAG
OM TE HOREN GEWORDEN ZIJT" (Hebr.5:11).
En dit is nu precies de
oorzaak van de vleselijkheid onder gelovigen vandaag.
Gedurende de tweede wereldoorlog waren er verschillende gelegenheden, dat ouders naar de schrijver
kwamen met brieven van hun zoons in het leger. Daarin werd uitgelegd, dat er een
code was opgesteld, waardoor "Johnny" hen kon laten weten naar welke
plaats in de oorlog hij gezonden was. Maar nu was het moeilijk om zijn brief te
begrijpen. Samen zetten wij ons neer om de brief nauwkeurig te bestuderen, in
een poging om precies uit te maken, wat "Johnny" probeerde zijn ouders
te doen begrijpen.
Zo'n
interesse en betrokkenheid voor een brief van "Johnny"! en zo
betrokken. Maar toont de meerderheid van de gelovigen ook zo'n interesse in "het
Woord van God tot hen"? Zijn zij er net zo hevig bij betrokken, om de
inhoud te verstaan, als zij zouden
zijn bij een brief van "Johnny"? Dat zijn zij niet. Zij zijn tevreden
met "de eenvoudige dingen". Met de kennis alleen van een paar
passages, die "hun harten verwarmen". Dit is de achtergrond van hun
geestelijke onvolwassenheid en hun vleselijkheid.
GELOVIGEN VERANTWOORDELIJK TE GROEIEN
Laat ons het
dan vaststellen en nooit vergeten: "God houdt ons verantwoordelijk voor
de groei tot geestelijke volwassenheid door ernstige en vlijtige studie van Zijn
Woord".
Tot de nieuw
geredden zegt Hij:
"weest
zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, OPDAT GIJ DAARDOOR MOOGT
OPGROEIEN" (1Petr.2:2).
"GROEIT
OP IN DE GENADE VAN ONZE HEER EN ZALIGMAKER JEZUS CHRISTUS" (2Petr.3:18).
Tot hen die
reeds enige tijd geleden gered werden, zegt Hij:
"GIJ
BEHOORDET LERAARS TE ZIJN..." (Hebr.5:12). Tot allen zegt Hij: "Want
een ieder die de melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der
gerechtigheid, want hij is een kind. Maar voor de
volmaakten is de vaste spijs, die door de gewenning de zinnen geoefend hebben,
tot onderscheiding beide van het goede en van het kwade. "DAAROM,
TERWIJL WIJ HET BEGIN VAN DE LEER VAN CHRISTUS LATEN RUSTEN, LATEN WIJ VOORTGAAN
TOT DE VOLMAAKTHEID (VOLWASENHEID)....(Hebr.5:13-6:1).
"OPDAT WIJ NIET MEER
KINDEREN ZOUDEN ZIJN, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met alle wind
van leer, door de bedriegerij van mensen, door arglistigheid, om listig tot
dwaling te brengen.
"Maar
terwijl wij de waarheid betrachten in liefde, in alles opgroeien tot Hem Die het
Hoofd is, namelijk Christus" (Eph.4:14,15).
DE GEESTELIJKE CHRISTEN
"Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hijzelf
wordt door niemand onderscheiden.
"Want
wie heeft de zin van de Heer gekend, dat hij Hem zou onderrichten? Maar wij
hebben de zin van Christus" (1Cor.2:15,16).
Alleen al uit deze passage
is het duidelijk, dat de geestelijk Christen ver boven de vleselijke Christen of
de baby in Christus staat - zeker boven de natuurlijke mens - in zoverre het geestelijk
onderscheiden betreft. Hij onderscheidt alle dingen, en toch kan niemand hem
onderscheiden, want hij bevindt zich geestelijk boven hen. "Want
wie," vraagt de apostel, "heeft de zin (kan begrijpen de
gedachten) van de Heer, dat hij Hem zou onderrichten?"
Door
ijverig, biddend onderzoeken van het Woord, en met een ernstig verlangen om het
te gehoorzamen, is de geestelijke mens tot meer en vertrouwelijker begrijpen van
God en Zijn Zoon gekomen. Babies in Christus en vleselijk
gelovegen om hem heen, kunnen hem niet "oordelen" of
"onderscheiden", eenvoudig omdat zij niet gekomen zijn, tot God
te kennen, zoals hij. Maar omdat hij tot geestelijke volwassenheid is gegroeid,
onderkent hij hen wel, want hij heeft "de zin (gedachten) van
Christus." Hij behoort tot hen, van wie geschreven is:
"Maar
voor de volmaakten is de vaste spijs, die door de gewenning de zinnen geoefend
hebben, tot onderscheiding beide van het goede en van het kwade" (Hebr.5:14)
Zo is er dan een groot verschil tussen het begrip kind van God en man
van God. Het onvolwassen kind van God kan de melk van het Woord verdragen, en
dat aan anderen doorgeven, maar hij moet noodzakelijker wijs ver tekort
schieten aan kennis van God's wil voor hem. Maar van de man van God lezen
we:
"AL DE SCHRIFT is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot
weerlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is,
"OPDAT
DE MENS (MAN) VAN GOD VOLMAAKT IS, TOT ALLE GOED WERK VOLMAAKT TOEGERUST" (2Tim.3:16,17).
DE DIEPE DINGEN VAN GOD
Maar wat is
dit "voedsel", deze "vaste spijs" van het
Woord? Wat zijn deze "diepe dingen van God", deze "wijsheid",
die Paulus bekend maakt aan de geestelijk volwassenen?
De apostel
zelf geeft ons het antwoord, als hij zegt:
"En
wij spreken wijsheid onder de volmaakten (volwassenen); doch een wijsheid niet
van deze wereld, noch van de oversten van deze wereld, die te niet gedaan
worden.
"MAAR
WIJ SPREKEN DE WIJSHEID GODS...*/[iv]
IN VERBORGENHEID, DIE BEDEKT WAS, DIE GOD TEVOREN, VOORDAT DE WERELD WAS,
BESTEMD HEEFT TOT HEERLIJKHEID VAN ONS;"
(1Cor..2:6,7).
De
"wijsheid" dan die Paulus bekend gemaakt heeft aan volwassen
gelovigen, betrof "het mysterie", het geheim van Gods eeuwige
bedoeling en van al Zijn goede nieuws; de meest kostbare en verheven waarheid in
het gehele Woord van God.
De apostel zegt van dit
grote stuk waarheid, dat gelovigen erdoor bevestigd worden (Rom.16:25) dat God
wil, dat Zijn heiligen de rijkdom van de heerlijkheid ervan zullen kennen
(Col.1:27). Dat het hun harten zal samenbinden in liefde en de volle zekerheid
van begrijpen geeft (Col.2:2). Hij noemt het "de onnaspeurlijke
rijkdom van Christus" (Eph.3:8) en bidt voor open deuren en een open mond
om het bekend te maken (Eph.6:19,20; Col.4:3,4) en open verstand en harten om
het te ontvangen (Eph.1:15-23; 3:14-21). Natuurlijk haat satan dit, en zij die
hiervoor willen uitkomen, zullen ervoor hebben te lijden, net als Paulus
(2Tim.2:8,9; Eph.6:10-20). Maar zulk lijden is zoet - "de gemeenschap aan Zijn
lijden".
Maar helaas zijn de meeste
Christenen veel te gewillig om te wachten tot zij in de hemel komen om deze
glorieuze waarheden te verstaan. Zij realiseren zich daarbij niet, dat hun
onverschilligheid t.o.v. Gods Woord, hen dure beloningen zal kosten voor de
rechterstoel van Christus. Hoe velen zijn er niet, die veronderstellen dat de
apostel over de hemel spreekt wanneer hij zegt:
"Maar zoals
geschreven is: Wat het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en
in het hart van de mensen niet is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen, die
Hem liefhebben" (1Cor.2:9).
Maar Paulus spreekt hier
niet over de hemel. Hij wijst op waarheden, die nu bekend gemaakt worden,
want hij gaat verder en zegt:
"MAAR
GOD HEEFT HET ONS GEOPENBAARD DOOR ZIJN GEEST; want de Geest onderzoekt alle
dingen, ook DE DIEPTEN VAN GOD" (1Cor.2:2:10)
Het is niet ten opzichte van
de hemel, maar ten opzichte van de rijkdommen van Gods barmhartigheid aan allen
onder de tegenwoordige bedeling van het geheimenis, dat de apostel uitroept:
"Want God heeft hen
allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig
zijn.
"O
DIEPTE VAN RIJKDOM, BEIDE VAN DE WIJSHEID EN DE KENNIS VAN GOD, HOE
ONDOOR-GRONDELIJK ZIJN ZIJN OORDELEN, EN ONNASPEURLIJK ZIJN WEGEN!" (Rom.11:32,33)
GEESTELIJK BEGRIJPEN
We hebben
reeds gezien, dat eerlijk, biddend onderzoek van de Bijbel, niet enige
emotionele ervaring, ons tot geestelijke volwassenheid en begrip voert. Maar is
er dan geen superieure, intellectuele ontwikkeling nodig, om deze "diepe
dingen van God" te begrijpen? Stellig niet. Superieure intellecten van
ongeredde mensen zijn niet in staat ook maar de "eenvoudige" waarheden
van het Woord te proeven, want, zoals we reeds gezien hebben, "zij
worden geestelijk onderscheiden" (1Cor.2:14). En wat het geheimenis
betreft, schreef de apostel, dat het werd "geopenbaard aan Zijn heilige
apostelen en profeten door de Geest" (Eph.3:5)
Het
geheimenis is niet uitgesproken iets, dat moeilijk intellectueel te bevatten is,
want de apostel stelt in het bijzonder, dat het "niet de wijsheid
van deze wereld" is, maar "de wijsheid van God" (1Cor.2:6,7) en
dat het alleen kan worden verstaan en geproefd door de Geest van God. Dit
verklaart, waarom velen van de nederigste gelovigen, zich verheugen in het
geheimenis, en het zo klaar begrijpen, terwijl zo vele grote theologen en
religieuse leiders het niet verstaan, en het blijven verwarren met Gods
geprofeteerde plan met betrekking tot het koninkrijk van Christus. Het
geheimenis is niet "zwaar om te begrijpen", omdat mensen langzaam van begrip
zijn om te begrijpen, maar omdat zij "langzaam zijn van hart
om te geloven. Omdat de duivel, die "het verstand verblind heeft van
hen die niet geloven", ook zoekt om Gods volk te weerhouden van het
zien en zich verheugen in de waarheid van het geheimenis, met de rijkdommen van
genade, het "יne Lichaam" en de "יne doop". Dit is het
waarom de apostel zo ernstig bad, dat de gelovigen die hij diende, zou worden
gegeven, "geestelijk begrip", om mede de glorierijke boodschap
te delen, die hem was opgedragen uit te dragen:
"Daarom
houd ik niet op voor u te danken, terwijl ik u gedenk in mijn gebeden,
"opdat
de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u DE GEEST VAN
WIJSHEID EN OPEN-BARING GEEFT IN DE KENNIS VAN HEM,
"NAMELIJK
VERLICHTE OGEN VAN UW VERSTAND (HARTEN N.V.), opdat gij moogt weten wat de hoop
van Zijn roeping is, en wat de rijkdom van de heerlijkheid van Zijn erfenis is
in de heiligen,
"en wat
de uitnemende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven..."
(Eph.1:16-19)
"Daarom dat ook
wij...Niet ophouden voor u te bidden en te begeren, DAT GIJ MOOGT VERVULD WORDEN
MET DE KENNIS VAN ZIJN WIL, IN ALLE WIJSHEID EN GEESTELIJK VERSTAND;
"OPDAT
GIJ DE HERE WAARDIG MOOGT WANDELEN, OM HEM IN ALLES TE BEHAGEN, TERWIJL GIJ IN
ALLE GOEDE WERKEN VRUCHT DRAAGT EN OPGROEIT IN DE KENNIS VAN GOD" (Col.1:9,10)
"Namelijk de
verborgenheid die verborgen geweest is van alle eeuwen en van alle geslachten,
maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen,
"aan wie
God heeft willen bekend maken welke de rijkdom van de heerlijkheid van deze
verborgenheid is onder de heidenen, welke is: Christus in u, de Hoop van de
heerlijkheid.
"Hem verkondigen wij, terwijl wij ieder mens vermanen
en ieder mens leren in alle wijsheid, opdat wij ieder mens volmaakt zouden
stellen in Christus Jezus,
"Waartoe
ik ook arbeid onder strijd naar Zijn werking die in mij werkt met kracht.
"Want ik wil dat gij weet, wat een grote strijd ik voor u heb, en
voor hen in Laodicea, en allen die mijn aangezicht in het vlees niet hebben
gezien;
"opdat
hun harten vertroost worden en zij samengevoegd zijn in de liefde, en dat TOT
ALLE RIJKDOM VAN DE VOLLE ZEKERHEID VAN HET VERSTAND (BEGRIP), TOT KENNIS VAN DE
VERBORGENHEID VAN GOD DE VADER, EN VAN CHRISTUS;
"IN WIE
AL DE SCHATTEN VAN DE WIJSHEID EN DE KENNIS VERBORGEN ZIJN".
(Col.1:26-2:3)*/[v]
WAAR STAAN WIJ?
Als wij dit gedeelte van onze studie ten einde brengen,
zijn er nog een paar fundamentele vragen aan de orde.
Indien
vleselijke Christenen liever "wandelen als de mensen" dan als
Christus, is dan de Kerk vandaag vleselijk of geestelijk? Als verdeeldheid onder
gelovigen duidt op vleselijkheid, is dan de Kerk vandaag, meer vleselijk dan
geestelijk? Als het geheim, geopenbaard door Paulus, niet wordt gewaardeerd door
vleselijke gelovigen, maar alleen door de geestelijke, is dan de Kerk van
vandaag meer vleselijk dan geestelijk?
Hier moeten wij voorzichtig zijn, want de besten van ons
moeten nederig bekennen, dat wij net zo veraf zijn van het verkrijgen van volle
geestelijke volwassenheid, en dat wij met Paulus zeggen: "Niet dat ik
het reeds gekregen heb, of volmaakt ben" (Phil.3:12).
In het licht
hiervan, zullen wij ons dan niet voegen in
het gebed van de apostel Paulus voor onszelf, en voor het hele
geloofsgezin? En zullen wij niet hard werken bij ernstig gebed voegen, opdat wij
inderdaad welbeproefd door God, mogen staan als arbeiders die zich niet behoeven te schamen, het Woord
der waarheid recht snijdend?
"TOTDAT
WIJ ALLEN ZULLEN KOMEN TOT DE EENHEID VAN HET GELOOF EN VAN DE KENNIS VAN
DE ZOON VAN GOD, TOT EEN VOLKOMEN MAN, TOT DE MAAT VAN DE GROOTTE VAN DE VOLHEID
VAN CHRISTUS" (Eph.4:13)
HET HOOGSTE BELANG VAN
GODS WOORD VOOR DE GELOVIGE
Omdat interesse in Gods
Woord, en het begrijpen ervan, zoals we gezien hebben, de eerste en zekerste
tekenen zijn van ware geestelijkheid, is het duidelijk dat de Bijbel altijd de
eerste plaats zal hebben in het leven van de geestelijke Christen.
Het is van het hoogste
belang dat we dit begrijpen, want sommigen die zichzelf tamelijk
geestelijk voelen, besteden veel tijd aan gebed, maar weinig, of
nauwelijks, aan de studie van Gods Woord. Dezen zijn daadwerkelijk gevallen in
de sluwe streek van de tegenstander, om in te spelen op hun natuurlijke,
menselijke, trots en te zorgen dat zij zichzelf verhogen, en God op de
achtergrond plaatsen.
Door dit te zeggen kleineren
we geen ogenblik de belangrijkheid van gebed, zoals wij zullen bewijzen wanneer
we dit onderwerp later bespreken. We benadrukken slechts het hoogste
belang van het heilig Woord van God. Hierin zijn wij zeker Schriftuurlijk, want
David zegt, door inspiratie: "WANT GIJ HEBT VANWEGE UW GANSEN NAAM UW
WOORD GROOT GEMAAKT" (Ps.138:2).
Aan hen, die het hiermee nog
niet eens zijn, en in de eerste plaats op gebed de nadruk leggen, meer dan op
het Woord, zouden wij een eenvoudige vraag willen stellen: Wat is van meer
belang, wat wij tot God hebben te zeggen, of wat Hij tot ons heeft te
zeggen? Er kan maar ייn antwoord zijn op deze vraag, want wat God tot ons
heeft te zeggen is klaarblijkelijk oneindig belangrijker, dan iets wat wij tot
Hem zouden te zeggen hebben. Onze gebeden zijn net zo beladen met fouten als wij
zijn, maar het Woord van God is onfeilbaar, onveranderlijk en eeuwig.
Toch zijn
sommigen, die in ייn van Satans "listen" gevallen zijn, en zich
tamelijk geestelijk voelen, als de prater naar wie men luistert, en luistert, af
en toe met het hoofd knikt. Maar waar men intussen weinig of geen kans krijgt
"om er een woord tussen te krijgen". Zij praten maar;
God moet luisteren.
Zij
verwachten dat God alle aandacht schenkt aan hun gebeden, maar tonen weinig
interesse in Zijn Woord.
HET ֹNE NOODZAKELIJKE
De plaats van
het Woord in het leven van de gelovige is eens en voor altijd gesteld, in het geןnspireerde
verslag van ייn van de bezoeken van de Heer, aan het huis van
Maria en Martha (Luk.10:38-42). Commentaren op deze passage wijzen in het
algemeen erop, dat beiden, Maria en Martha, hun goede kanten hadden! Dit
is natuurlijk waar, maar als wij ons beperken tot deze opmerking, nemen we de
strekking van de bedoelde les weg, want onze Heer prees beide zusters niet voor
hun "goede kanten". Hij berispte Martha, en prees Maria op ייn
belangrijke zaak.
Waarvoor
precies werd Maria geprezen? Hoe dikwijls is zij voorgesteld als een voorbeeld
voor ons om meer tijd te besteden met de Heer in gebed! Maar dit is ook weer de
kern van de passage missen. Maria bad niet; zij "zat aan de voeten van
Jezus, en HOORDE ZIJN WOORD". Zij zat daar juist om alles op te nemen
wat Hij te zeggen had. Dit was het "enige belangrijke ding",
wat Maria had "gekozen", en waarvan onze Here zei, dat het niet
"van haar genomen " zal worden. Terwijl dus gebed, en getuigenis, en
goede werken, alle van belang zijn in het leven van de gelovige, is horen van
Gods Woord het "ene ding waar het om gaat", boven alle
andere. Laat inderdaad aan dit "ene ding" de rechte plaats worden
gegeven en de rest zal natuurlijkerwijze volgen.
Natuurlijk
wordt toegegeven, dat we juist het Woord, biddend, en met een open hart, moeten
onderzoeken. Anders zal het eerder rampzalige, dan gezegende resultaten
afwerpen. Maar het gaat hier alleen, om meer nadruk te leggen op het hoogste
belang van Gods Woord, wat we door ernstig, biddend onderzoek, proberen te
begrijpen en te gehoorzamen.
HET WOORD RECHT GESNEDEN
Men moet echter niet veronderstellen, dat het genoeg is om de Bijbel te
gebruiken als een geweldig boek met wonderbare uitspraken, waaruit we mogen
kiezen wat we wensen voor onze inspiratie. Evenmin zal iemand, die zich
werkelijk realiseert, dat "God heeft gesproken", ooit een
oppervlakkige mening hebben over de heilige Schriften.
"Het Woord der
waarheid" moet "recht worden gesneden". Want ondanks dat het
geheel is gegeven tot ons geestelijk voordeel, is niet alles tot ons
gericht. Evenmin is alles over
ons geschreven. Daarom zal ieder, die oprecht verlangt om Gods Woord te verstaan
en te gehoorzamen, eerst onderzoeken, om vast te stellen welk
Schriftgedeelte op hem persoonlijk van toepassing is, en zal de rest in het
licht daarvan onderzoeken.
Het is echter bedroevend, te
moeten opmerken, dat er velen zijn die nalaten om het Boek van God, die eerbied,
en dat respect te geven, dat het verdient. Zij slaan het op goed geluk open,
plaatsen dan een vinger op de bladzijde en lezen dan het aangewezen vers om te
zien of zij bij geluk leiding zullen vinden van de Heer, op deze manier. En als
het niet de eerste keer "werkt", proberen zij het nog eens, en nog
eens, tot het "werkt".
Zij maken op dezelfde manier
gebruik van "beloften-boxen" op basis van "iedere belofte in het
Boek is voor mij". Een moeder begint haar dag met het nemen van een belofte
uit de box. Zij leest: "Gij zult niet vrezen voor de schrik des nachts,
voor de pijl, die des daags vliegt" (Ps.91:5) Haar wenkbrauwen
gefronst, mompelt zij bij zichzelf: Oh hemel, ik vraag me af, wat gaat er
vandaag gebeuren!" Na enig bedenken echter, troost zij zichzelf, als zij
bedenkt dat het vers luidde: "Gij zult niet bevreesd zijn"!
Zij nemen
passages uit de conteksten, "vergeestelijken" deze, en geven ze
"eigen interpretaties". Zij vinden ergens "dierbare
teksten", doet er niet toe tot wie ze gericht zijn, of wanneer en waar, zij
passen hun eigen gedachten constructies daar in, en claimen ze als beloften Gods voor hen!*/[vi]
Om op zichzelf staande, schriftelijke verklaringen van mensen, op deze manier te
gebruiken, zou als oneerlijk worden beschouwd, maar zelfs Bijbelleraars doen dit
met Gods Woord!
Zij zeggen: "Als
het in de Bijbel staat, geloof ik het!" terwijl zelfs de meest
oppervlakkige beschouwing van de Bijbel zal duidelijk maken, dat deze vele
leugens van mensen en Satan vermeldt, en dat veel daarvan niet tot ons zijn
gericht, maar tot mensen in andere bedelingen, en daarom dingen, die in de ene
passage bevolen worden, wellicht in een andere, uitdrukkelijk worden verboden.
(b.v., cf.Gen.17:14 met Gal.5:2)
Het Woord,
recht gesneden, is van uitzonderlijke betekenis, zowel voor de Kerk in haar
geheel, als voor de gelovige persoonlijk. Omdat dit feit nog niet voldoende
erkend is, hebben wij de ware, vanuit de hemel gezonden geestelijke opwekking,
die de Kerk zo zeer nodig heeft, niet ervaren.
Hoeveel is er
al gezegd over het afbidden van een opwekking?; hoe weinig echter over de
relatie van Bijbelonderzoek en opwekking! In veel gevallen vraagt de
"opwekkingsprediker" zijn hoorders, om hun handen op te heffen, om aan
te tonen hoevelen een uur, een half uur, of vijftien minuten per dag, in gebed
doorbrengen. Maar wanneer heeft de lezer gehoord, dat werd geinformeerd hoevelen
van zijn hoorders een uur, of minder per dag, Gods Woord hebben onderzocht? Wij
zullen meer hierover zeggen onder het hoofd: Geestelijk opwekking.
[i].*/Voetnoot: Door de prediking van
het kruis als het goede nieuws, kennen we echter niet Christus
"naar het vlees" (Cf.2Cor.5:16; Hebr.2:9, en zie de brochure van
de schrijver: De Prediking van het Kruis).
[ii]./Voetnoot: Klaarblijkelijk
betekent dit niet, dat de geredden, die deze dingen toelaten, daarom
verloren zijn, want God rekent ons als volmaakt in Christus in
Christus (Eph.1:6; Col.2:10). Na een soortgelijke opsomming, zegt de
apostel tot de foutieve Corinthische
gelovigen: "...in de Naam van de Here
Jezus, en door de Geest van God" (1Cor.6:11). Dit is het waarom wij
zouden moeten verlangen met ons gehele hart, Hem te behagen en te eren.
[iii].*/Voetnoot: Alsof Paulus en
Apollos rivalen waren.
[iv].*/Voetnoot: Hier wordt uit vers 7 het abusievelijk
door de Statenvertalers toegevoegde (schuingedrukte) woord weggelaten.
[v].*/Voetnoot: Babies die blijven
schreien om "de melk van het Woord", en alleen verlangen wat
""hun hart verwarmt", dienen te letten op de woorden, wijsheid,
openbaring, kennis, verlichten, begrijpen, en volle kennis, in
deze passage. Hun harten zouden inderdaad warm worden, als zij maar
het Woord wilden onderzoeken, daarbij God vragende om geestelijk
begrip om het op te nemen.
[vi].*/Voetnoot: Enige tijd geleden
ontving de schrijver een rondzendbrief van een zendeling in Afrika, die het
volgende Bijbelvers gebruikte als een aanwijzing: "En zie, Ik ben
met u, en Ik zal u behoeden overal waarheen gij trekken zult, en Ik zal u
wederbrengen in dit land" (Gen.28:15). In het midden van de brief
stonden de volgende woorden: "Tijdens dit verlofjaar claimen, en hebben
we geclaimd, deze tekst... Voor ons is "dit land", Afrika."
Het is duidelijk, dat deze tekst in Genesis, Gods belofte aan Jakob
vermeldt, hem terug te zullen brengen in het land Kanaan, niet dat
een zendeling naar Afrika zal worden teruggebracht. De zendeling mag op een
of andere wijze gevoeld hebben, dat de belofte op hem van toepassing
is, maar in werkelijkheid verdraaide hij het Woord, en claimde van God een
belofte, die Hij niet aan hem had gedaan. Zie het boek van de schrijver,
getiteld: Uw Geloof in Gods Woord, Is het Bijgelovig of Verstandig?
|