H O O F D S T U K VI
HEILIGING
EEN KOSTBARE WAARHEID
ONVOLDOENDE GEWAARDEERD
Het is
spijtig dat zo vele Bijbelcommentaren het onderwerp heiliging zo
oppervlakkig beschouwen.
De meeste
Bijbelstudenten weten, dat in de "Authorised Version" van zowel Oude
en Nieuwe Testament, de woorden "heiliging" en "wijding",
met nauwelijks een enkele uitzondering, dezelfde betekenis hebben. In het Oude
Testament komen beide woorden van de ene Hebreeuwse stam qodesh, terwijl
in het Nieuwe, beiden komen van de enkele Griekse stam hagiazo.
Volgens de
meeste commentaren betekent qodesh, en het Griekse equivalent hagiazo,
eenvoudig "apart zetten" of "afscheiden". Nu is het waar,
dat dit in beide gevallen de fundamentele betekenis is, maar heel dikwijls
schiet de fundamentele betekenis van een woord tekort bij het uitdrukken van
haar ware bedoeling in bepaald gebruik. Zulks is het geval met de Hebreeuwse en
Griekse woorden voor heiliging. Oorspronkelijk betekenen zij een
afscheiding of apartzetting, maar zoals gebruikt in de Schriften,
betekenen zij veel meer dan dit.
TOEWIJDING
In Bijbels gebruik, zowel in Oude als Nieuwe Testament, betekent heilig
maken, of heiligen: "als heilig apart gezet", "gewijd",
"opgedragen". De volgende passages zijn er slechts enkele
waarin dit punt uitkomt:
"En God heeft de
zevende dag
gezegend en die GEHEILIGD;" (Gen.2:3)
"En Hij zeide; Nader hier niet toe; trek uw schoenen
uit van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is HEILIG land." (Ex.3:5)
"Uw
Naam worde GEHEILIGD." (Math.6:9"
"....want
ik heb u TOEBEREID, om u als een reine maagd aan ייn man, voor te stellen,
namelijk aan Christus." (2Cor.11:2)
In de
bovenstaande passages worden de Hebreeuwse en Griekse woorden in kwestie,
verschillend overgebracht, "geheiligd", "heilig",
"toebereid", maar in ieder geval is de betekenis: "apart gesteld als
geheiligd", "toegewijd", "opgedragen".
Zo ook wordt Jeruzalem genoemd "de heilige stad" (Matt.4:5), en
het heiligdom van de tabernakel, "het heilige der heiligen",
(het heiligste van alles) (Hebr.9:3,8); de Bijbel wordt genoemd "de heilige
Schriften" (Rom.1:2) en de Geest van God, "de heilige Geest"
(Eph.4:30).
DE HEILIGING VAN DE GELOVIGE
Wat zouden de harten van vele gelovigen geraakt worden,
als zij zouden realiseren, dat zowel in onze redding als onze wandel, het Gods
bedoeling was, niet slechts ons apart te stellen van de wereld, maar om
ons apart te stellen als aan Hemzelf toegewijden! Heiliging spreekt meer
van Gods liefde tot ons, dan van onze liefde tot Hem. Deze waarheid zou voor
velen een volstrekt nieuw licht werpen op de leer van heiliging.
Heiliging is geen negatieve
zaak, maar een positieve. God wil ons voor "Zichzelf". Hij
beschouwt ons als Zijn geheiligd eigendom, meer dan een bruidegom zijn bruid als
de zijne beschouwt, apart voor hemzelf. Dit laat zien, hoe dierbaar de gelovige
is voor God. Dit maakt onze scheiding van de wereld en de zonde, het natuurlijk resultaat
van onze toewijding aan Hem. "Hoe gij tot God bekeerd zijt van de
afgoden", zegt de apostel, niet "van afgoden tot God" (zie
1Thess.1:9). Ware Bijbelse heiliging bestaat dus niet in "doe dit", of
"laat dat", en dient evenmin te worden verward met zondeloze
perfectie. Het is eerder een toewijding aan God, die resulteert in een
inniger wandel met Hem.
POSITIONELE HEILIGING
Het is zeer duidelijk, dat elke ware gelovige reeds geheiligd of
toegewijd is aan God. Sommigen zien heiliging als een twede werk van genade, na
redding. Daadwerkelijk is het juist het eerste werk van genade. Heiliging
b e g i n t b ij
G o d als Hij ons verkiest,
en apart zet voor Zichzelf, door het werk van de Heilige Geest. Die overtuigt
ons van zonde en leidt ons tot het geloof in Christus. Aldus lezen wij:
"...dat God u van
het begin verkoren heeft tot zaligheid, IN HEILIGING VAN DE GEEST en geloof van
de waarheid," (2Thess.2:13)
"uitverkoren naar de
voorkennis van God de Vader, IN DE HEILIGMAKING VAN DE GEEST, tot gehoorzaamheid
en besprenging met het bloed van Jezus Christus" (1Petr.1:2)
Deze toestand van onze
heiliging wordt evenmin beinvloed door ons gedrag. In Eph.5:2,3 verklaart de
apostel, dat gelovigen zullen "wandelen...zoals het heiligen (geheiligden)
betaamt", maar dit op zichzelf sluit
in, dat sommigen, die heiligen zijn, niet zo wandelen.
Zelfs de vleselijke Christenen worden aangesproken als "heiligen"
- "geheiligden in Christus Jezus" (1Cor.1:2). De zonden van
sommigen van hen, die zij zelfs toen nog deden met name noemende, gaat hij
verder en zegt:
"En dit waren
sommigen van u; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt
gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus Christus, en door de Geest van
onze God." (1Cor.6:11)
"Gelovigen" worden
aldus, wat ook hun staat mag zijn, genoemd:
"....
geheiligden, door het geloof in Mij." (Hand.20:32; 26:18).
"....uitverkorenen van God, HEILIGEN EN BEMINDEN..."
(Col.3:12)
Dit alles
heeft,vanzelfsprekend, betrekking op onze positie en onze staat voor God. Hij
was het die, in oneindige liefde en genade, ons apart gezet heeft als de Zijnen,
ons voor allen rechtvaardig verklarend. Maar hoe kan een rechtvaardig God een
zondaar rechtvaardigen? Hoe kan een heilige God een gevallen zoon van Adam
omarmen? Het antwoord luidt: door het glorieuze, al-voldoende werk van Christus
ten behoeve van de zondaar.
"IN
DIE WIL ZIJN WIJ GEHEILIGD, DOOR DE OFFERANDE VAN HET LICHAAM VAN JEZUS
CHRISTUS, ֹֹNMAAL GESCHIED" (Hebr.10:10).
"WANT
MET ֹֹN OFFERANDE HEEFT HIJ IN EEUWIGHEID VOLMAAKT HEN DIE GEHEILIGD
WORDEN" (Hebr.10:14)
Wat zijn "positie" dan betreft, werd iedere
gelovige geheiligd, of apart gezet door God, voor Hemzelf, door
het werk van de Heilige Geest, en op grond van het vergoten bloed van
Christus. Niet te verwonderen, dat de Geest uitdagend roept: "WIE ZAL
BESCHULDIGING INBRENGEN TEGEN DE UITVERKORENEN VAN GOD?
GOD IS HET, DIE RECHTVAARDIG MAAKT. WIE IS HET DIE VERDOEMT?..."
(Rom.8:33,34).
Hoe kostbaar
zijn deze waarheden! En toch leert de apostel nimmer waarheid over onze positie,
zonder toepassing ervan in de praktijk. Als God ons in liefde apart heeft
gesteld als de Zijnen, zou onze liefde niet de Zijne beantwoorden? Zou
het ook niet het verlangen van ons hart zijn om de Zijne te zijn,
volkomen van Hem, in ervaring en gedrag? Zouden onze harten niet bewogen zijn
met dankbaarheid en verwondering over Zijn nederbuigende liefde, en resulteren
in spontane en verlangende toewijding aan Hem?
PRAKTISCHE HEILIGING
Dit is het wat de apostel in
gedachten heeft, als hij, door de Geest schrijft, dat God -
"... ons
uitverkoren heeft in Hem (Christus), vףףr de grondlegging der wereld, opdat
WIJ HEILIG EN ONBERISPELIJK ZOUDEN ZIJN VOOR HEM, IN DE LIEFDE;
"Die ons
tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen..." (Eph.1:4,5)
"WANT DIT IS DE WIL
VAN GOD: UW HEILIGMAKING..." (1Thess.4:3)
Maar hier is oplettendheid
geboden, want zoekende om geheel geheiligd te zijn voor God, stellen wij ons
bloot voor ontmoediging en desillusie. Nergens in de Schriften
wordt ons geleerd het "vlees" te heiligen voor God. De Schriften leren
dat het "vlees", de oude Adamitische natuur, totaal slecht is,
en onze ervaring bevestigt dat dit zo is. Het "vlees" kan niet worden
verbeterd, of hervormd, of bekeerd, en "zij die in het vlees zijn"
(niet uit de Geest geboren) "kunnen God niet behagen" (Rom.8:8). Om
die reden zond God Zijn eigen Zoon, "in gelijkheid van het zondige
vlees", om "de zonde in het vlees te veroordelen" op Golgotha.(Rom.8:3)
Wij zullen dan niet pogen om
de oude natuur te verbeteren, of aan God te wijden, maar te erkennen als door
God veroordeeld, en gekruisigd met Christus.
"DIT WETEN WIJ, DAT
ONZE OUDE MENS MET HEM GEKRUISIGD IS...(Rom.6:6).
"ZO OOK GIJ, HOUDT
HET DAARVOOR DAT GIJ WEL VOOR DE ZONDE DOOD ZIJT, MAAR VOOR GOD LEVEND IN
CHRISTUS JEZUS, ONZE HERE" (Rom.6:11)
Maar omdat het
"vlees" van de gelovige niet door God geheiligd kan worden, zijn lichaam
wel, zal dit ook moeten. Hierover heeft de apostel Paulus veel te zeggen:
"Ik
bid u dan, broeders, door de ontfermingen van God, dat gij UW LICHAMEN STELT TOT
EEN LEVENDE, HEILIGE EN VOOR GOD WELBEHAGELIJKE OFFERANDE, DAT IS UW REDELIJKE
GODSDIENST." (Rom.12:1)
"OF
WEET GIJ NIET, DAT UW LICHAAM EEN TEMPEL IS VAN DE HEILIGE GEEST, DIE IN U IS,
DIE GIJ VAN GOD HEBT, EN DAT GIJ VAN UZELF NIET ZIJT?
"WANT
GIJ ZIJT DUUR GEKOCHT: VERHEERLIJKT DAN GOD IN UW LICHAAM EN IN UW GEEST, DIE
VAN GOD ZIJN."
(1Cor.6:19,20)
Zo schrijft
de apostel aan de Thessalonicensen:
"dat
ieder van u zijn vat weet te bezitten in heiligmaking en eer" (1Thes.4:4)
"Want
God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar tot heiligmaking."(1Thes.4:7)
n dan concludeert hij: "EN DE GOD DES VREDES ZELF
HEILIGE U GEHEEL EN AL; EN UW GEHEEL OPRECHTE GEEST, ZIEL EN LICHAAM WORDE
ONBERISPELIJK BEWAARD IN DE TOEKOMST VAN ONZE HERE JEZUS CHRISTUS."
(1Thes.5:23)
In ייn van
de laatste van zijn brieven verklaart hij, omdat "de Heere kent degenen die
van Hem zijn", dat allen die de naam van Christus noemen, zullen
"afstaan van ongerechtigheid", en hij gaat verder met te verklaren
dat:
"...in
een groot huis zijn niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en
aarden vaten; en sommige tot eer, maar anderen tot oneer.
"Indien
dan iemand zichzelf van deze reinigt, die zal EEN VAT ZIJN TOT EER, GEHEILIGD EN
BEKWAAM TOT GEBRUIK VOOR DE HERE, en tot alle goed werk toebereid."
(2Tim.2:20,21)
De Gemeente is inderdaad
"een groot huis" en daarin zijn alle soorten vaten. De meesten van
deze, zo is te vrezen, zijn onterend voor de Heer, en ongeschikt tot gebruik
door de Meester. Geve God dat wij niet zullen behoren tot dit aantal, maar
eerder vaten mogen
zijn, die God ere brengen, "geheiligd, en geschikt tot gebruik door de
Meester."
HET "HOE" VAN PRAKTISCHE HEILIGMAKING
Als we bezien hoe we aan God worden gewijd, in wandel en ervaring,
moeten we opnieuw de nadruk leggen, waar God deze gelegd heeft: op Zijn gezegend
Woord.
Niemand zal ontkennen, dat
gebed een belangrijk element is in praktische heiligmaking, toch plaatst het
Woord de grootste nadruk op Zichzelf in deze zaak,
Onze Heer bad voor Zijn
discipelen:
"HEILIG HEN IN UW
WAARHEID: UW WOORD IS DE WAARHEID." (Joh.17:17)
De apostel
Paulus verklaart dat onze Heer "de Gemeente liefhad, en Zichzelf voor haar
gaf",
HET WATER DOOR HET
WOORD" (Eph.5:25,26)
Vele lieve
Christenen hebben tot de schrijver gezegd: "Kon ik deze Bijbelse waarheden
maar beter onthouden, maar ik heb een geheugen als een zeef." Giet echter
water door een zeef, het zal op z'n minst een reinigend effect hebben. En zo
heeft Gods gezegend Woord een reinigend effect op hen, die het biddend lezen en
mediteren. Het is het Woord, dat de Auteur, de Heilige Geest, gebruikt om ons
meer en meer te reinigen en tot God te heiligen, en zij die niet diep en ernstig
geןnteresseerd zijn in de studie van het Woord, zullen nimmer echte , praktische
heiliging, vreugdevol beleven, hoeveel zij ook bidden.
|