De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

 H O O F D S T U K  VI

     HEILIGING

                EEN KOSTBARE WAARHEID

  ONVOLDOENDE GEWAARDEERD

 Het is spijtig dat zo vele Bijbelcommentaren het onderwerp heiliging zo oppervlakkig beschouwen.

 De meeste Bijbelstudenten weten, dat in de "Authorised Version" van zowel Oude en Nieuwe Testament, de woorden "heiliging" en "wijding", met nauwelijks een enkele uitzondering, dezelfde betekenis hebben. In het Oude Testament komen beide woorden van de ene Hebreeuwse stam qodesh, terwijl in het Nieuwe, beiden komen van de enkele Griekse stam hagiazo.

 Volgens de meeste commentaren betekent qodesh, en het Griekse equivalent hagiazo, eenvoudig "apart zetten" of "afscheiden". Nu is het waar, dat dit in beide gevallen de fundamentele betekenis is, maar heel dikwijls schiet de fundamentele betekenis van een woord tekort bij het uitdrukken van haar ware bedoeling in bepaald gebruik. Zulks is het geval met de Hebreeuwse en Griekse woorden voor heiliging. Oorspronkelijk betekenen zij een afscheiding of apartzetting, maar zoals gebruikt in de Schriften, betekenen zij veel meer dan dit.

TOEWIJDING

 In Bijbels gebruik, zowel in Oude als Nieuwe Testament, betekent heilig maken, of heiligen: "als heilig apart gezet", "gewijd", "opgedragen". De volgende passages zijn er slechts enkele waarin dit punt uitkomt:

 "En God heeft de zevende dag            gezegend en die GEHEILIGD;" (Gen.2:3)

"En Hij zeide; Nader hier niet toe; trek uw schoenen uit van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is HEILIG land." (Ex.3:5)

 "Uw Naam worde GEHEILIGD." (Math.6:9"

 "....want ik heb u TOEBEREID, om u als een reine maagd aan ייn man, voor te stellen, namelijk aan Christus." (2Cor.11:2)

 In de bovenstaande passages worden de Hebreeuwse en Griekse woorden in kwestie, verschillend overgebracht, "geheiligd", "heilig", "toebereid", maar in ieder geval is de betekenis: "apart gesteld als geheiligd", "toegewijd", "opgedragen". Zo ook wordt Jeruzalem genoemd "de heilige stad" (Matt.4:5), en het heiligdom van de tabernakel, "het heilige der heiligen", (het heiligste van alles) (Hebr.9:3,8); de Bijbel wordt genoemd "de heilige Schriften" (Rom.1:2) en de Geest van God, "de heilige Geest" (Eph.4:30).

DE HEILIGING VAN DE GELOVIGE

 Wat zouden de harten van vele gelovigen geraakt worden, als zij zouden realiseren, dat zowel in onze redding als onze wandel, het Gods bedoeling was, niet slechts ons apart te stellen van de wereld, maar om ons apart te stellen als aan Hemzelf toegewijden! Heiliging spreekt meer van Gods liefde tot ons, dan van onze liefde tot Hem. Deze waarheid zou voor velen een volstrekt nieuw licht werpen op de leer van heiliging.

 Heiliging is geen negatieve zaak, maar een positieve. God wil ons voor "Zichzelf". Hij beschouwt ons als Zijn geheiligd eigendom, meer dan een bruidegom zijn bruid als de zijne beschouwt, apart voor hemzelf. Dit laat zien, hoe dierbaar de gelovige is voor God. Dit maakt onze scheiding van de wereld en de zonde, het natuurlijk resultaat van onze toewijding aan Hem. "Hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden", zegt de apostel, niet "van afgoden tot God" (zie 1Thess.1:9). Ware Bijbelse heiliging bestaat dus niet in "doe dit", of "laat dat", en dient evenmin te worden verward met zondeloze perfectie. Het is eerder een toewijding aan God, die resulteert in een inniger wandel met Hem.

POSITIONELE HEILIGING

 Het is zeer duidelijk, dat elke ware gelovige reeds geheiligd of toegewijd is aan God. Sommigen zien heiliging als een twede werk van genade, na redding. Daadwerkelijk is het juist het eerste werk van genade. Heiliging

b e g i n t  b ij  G o d  als Hij ons verkiest, en apart zet voor Zichzelf, door het werk van de Heilige Geest. Die overtuigt ons van zonde en leidt ons tot het geloof in Christus. Aldus lezen wij:

 "...dat God u van het begin verkoren heeft tot zaligheid, IN HEILIGING VAN DE GEEST en geloof van de waarheid," (2Thess.2:13)

 "uitverkoren naar de voorkennis van God de Vader, IN DE HEILIGMAKING VAN DE GEEST, tot gehoorzaamheid en besprenging met het bloed van Jezus Christus" (1Petr.1:2)

 Deze toestand van onze heiliging wordt evenmin beinvloed door ons gedrag. In Eph.5:2,3 verklaart de apostel, dat gelovigen zullen "wandelen...zoals het heiligen (geheiligden) betaamt", maar dit op zichzelf  sluit in, dat sommigen, die heiligen zijn, niet zo wandelen.

 Zelfs de vleselijke Christenen worden aangesproken als "heiligen" - "geheiligden in Christus Jezus" (1Cor.1:2). De zonden van sommigen van hen, die zij zelfs toen nog deden met name noemende, gaat hij verder en zegt:

 "En dit waren sommigen van u; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus Christus, en door de Geest van onze God." (1Cor.6:11)

 "Gelovigen" worden aldus, wat ook hun staat mag zijn, genoemd:

 ".... geheiligden, door het geloof in Mij." (Hand.20:32; 26:18).                                    "....uitverkorenen van God, HEILIGEN EN BEMINDEN..." (Col.3:12)

 Dit alles heeft,vanzelfsprekend, betrekking op onze positie en onze staat voor God. Hij was het die, in oneindige liefde en genade, ons apart gezet heeft als de Zijnen, ons voor allen rechtvaardig verklarend. Maar hoe kan een rechtvaardig God een zondaar rechtvaardigen? Hoe kan een heilige God een gevallen zoon van Adam omarmen? Het antwoord luidt: door het glorieuze, al-voldoende werk van Christus ten behoeve van de zondaar.

 "IN DIE WIL ZIJN WIJ GEHEILIGD, DOOR DE OFFERANDE VAN HET LICHAAM VAN JEZUS CHRISTUS, ֹֹNMAAL GESCHIED" (Hebr.10:10).

 "WANT MET ֹֹN OFFERANDE HEEFT HIJ IN EEUWIGHEID VOLMAAKT HEN DIE GEHEILIGD WORDEN" (Hebr.10:14)

Wat zijn "positie" dan betreft, werd iedere gelovige geheiligd, of apart gezet door God, voor Hemzelf, door het werk van de Heilige Geest, en op grond van het vergoten bloed van Christus. Niet te verwonderen, dat de Geest uitdagend roept: "WIE ZAL BESCHULDIGING INBRENGEN TEGEN DE UITVERKORENEN VAN GOD?  GOD IS HET, DIE RECHTVAARDIG MAAKT. WIE IS HET DIE VERDOEMT?..." (Rom.8:33,34).

 Hoe kostbaar zijn deze waarheden! En toch leert de apostel nimmer waarheid over onze positie, zonder toepassing ervan in de praktijk. Als God ons in liefde apart heeft gesteld als de Zijnen, zou onze liefde niet de Zijne beantwoorden? Zou het ook niet het verlangen van ons hart zijn om de Zijne te zijn, volkomen van Hem, in ervaring en gedrag? Zouden onze harten niet bewogen zijn met dankbaarheid en verwondering over Zijn nederbuigende liefde, en resulteren in spontane en verlangende toewijding aan Hem?

PRAKTISCHE HEILIGING

 Dit is het wat de apostel in gedachten heeft, als hij, door de Geest schrijft, dat God -

 "... ons uitverkoren heeft in Hem (Christus), vףףr de grondlegging der wereld, opdat WIJ HEILIG EN ONBERISPELIJK ZOUDEN ZIJN VOOR HEM, IN DE LIEFDE;

 "Die ons tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen..." (Eph.1:4,5)

 "WANT DIT IS DE WIL VAN GOD: UW HEILIGMAKING..." (1Thess.4:3)

 Maar hier is oplettendheid geboden, want zoekende om geheel geheiligd te zijn voor God, stellen wij ons bloot voor ontmoediging en desillusie. Nergens in de Schriften wordt ons geleerd het "vlees" te heiligen voor God. De Schriften leren dat het "vlees", de oude Adamitische natuur, totaal slecht is, en onze ervaring bevestigt dat dit zo is. Het "vlees" kan niet worden verbeterd, of hervormd, of bekeerd, en "zij die in het vlees zijn" (niet uit de Geest geboren) "kunnen God niet behagen" (Rom.8:8). Om die reden zond God Zijn eigen Zoon, "in gelijkheid van het zondige vlees", om "de zonde in het vlees te veroordelen" op Golgotha.(Rom.8:3)

  Wij zullen dan niet pogen om de oude natuur te verbeteren, of aan God te wijden, maar te erkennen als door God veroordeeld, en gekruisigd met Christus.

  "DIT WETEN WIJ, DAT ONZE OUDE MENS MET HEM GEKRUISIGD IS...(Rom.6:6).

  "ZO OOK GIJ, HOUDT HET DAARVOOR DAT GIJ WEL VOOR DE ZONDE DOOD ZIJT, MAAR VOOR GOD LEVEND IN CHRISTUS JEZUS, ONZE HERE" (Rom.6:11)

  Maar omdat het "vlees" van de gelovige niet door God geheiligd kan worden, zijn lichaam wel, zal dit ook moeten. Hierover heeft de apostel Paulus veel te zeggen:

  "Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen van God, dat gij UW LICHAMEN STELT TOT EEN LEVENDE, HEILIGE EN VOOR GOD WELBEHAGELIJKE OFFERANDE, DAT IS UW REDELIJKE GODSDIENST." (Rom.12:1)

  "OF WEET GIJ NIET, DAT UW LICHAAM EEN TEMPEL IS VAN DE HEILIGE GEEST, DIE IN U IS, DIE GIJ VAN GOD HEBT, EN DAT GIJ VAN UZELF NIET ZIJT?

  "WANT GIJ ZIJT DUUR GEKOCHT: VERHEERLIJKT DAN GOD IN UW LICHAAM EN IN UW GEEST, DIE VAN GOD ZIJN." (1Cor.6:19,20)

  Zo schrijft de apostel aan de Thessalonicensen:

  "dat ieder van u zijn vat weet te bezitten in heiligmaking en eer" (1Thes.4:4)

  "Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar tot heiligmaking."(1Thes.4:7)

  n dan concludeert hij: "EN DE GOD DES VREDES ZELF HEILIGE U GEHEEL EN AL; EN UW GEHEEL OPRECHTE GEEST, ZIEL EN LICHAAM WORDE ONBERISPELIJK BEWAARD IN DE TOEKOMST VAN ONZE HERE JEZUS CHRISTUS." (1Thes.5:23)

  In ייn van de laatste van zijn brieven verklaart hij, omdat "de Heere kent degenen die van Hem zijn", dat allen die de naam van Christus noemen, zullen "afstaan van ongerechtigheid", en hij gaat verder met te verklaren dat:

  "...in een groot huis zijn niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en aarden vaten; en sommige tot eer, maar anderen tot oneer.

  "Indien dan iemand zichzelf van deze reinigt, die zal EEN VAT ZIJN TOT EER, GEHEILIGD EN BEKWAAM TOT GEBRUIK VOOR DE HERE, en tot alle goed werk toebereid." (2Tim.2:20,21)

  De Gemeente is inderdaad "een groot huis" en daarin zijn alle soorten vaten. De meesten van deze, zo is te vrezen, zijn onterend voor de Heer, en ongeschikt tot gebruik door de Meester. Geve God dat wij niet zullen behoren tot dit aantal, maar eerder vaten      mogen zijn, die God ere brengen, "geheiligd, en geschikt tot gebruik door de Meester."

 HET "HOE" VAN PRAKTISCHE HEILIGMAKING

 Als we bezien hoe we aan God worden gewijd, in wandel en ervaring, moeten we opnieuw de nadruk leggen, waar God deze gelegd heeft: op Zijn gezegend Woord.

  Niemand zal ontkennen, dat gebed een belangrijk element is in praktische heiligmaking, toch plaatst het Woord de grootste nadruk op Zichzelf in deze zaak,

  Onze Heer bad voor Zijn discipelen:

  "HEILIG HEN IN UW WAARHEID: UW WOORD IS DE WAARHEID." (Joh.17:17)  

 De apostel Paulus verklaart dat onze Heer "de Gemeente liefhad, en Zichzelf voor haar gaf",

       HET WATER DOOR HET WOORD" (Eph.5:25,26)

  Vele lieve Christenen hebben tot de schrijver gezegd: "Kon ik deze Bijbelse waarheden maar beter onthouden, maar ik heb een geheugen als een zeef." Giet echter water door een zeef, het zal op z'n minst een reinigend effect hebben. En zo heeft Gods gezegend Woord een reinigend effect op hen, die het biddend lezen en mediteren. Het is het Woord, dat de Auteur, de Heilige Geest, gebruikt om ons meer en meer te reinigen en tot God te heiligen, en zij die niet diep en ernstig geןnteresseerd zijn in de studie van het Woord, zullen nimmer echte , praktische heiliging, vreugdevol beleven, hoeveel zij ook bidden.

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011