"Zo dan,
indien iemand in Christus is, die is een nieuwe schepping; het oude is voorbij
gegaan, zie, het is alles nieuw geworden" (2Cor.5:17).
Inzicht in de
waarheid die bovenstaande bijbeltekst bevat, zal bevestigen, dat dit een grote
ondersteuning geeft aan de gelovige, die verlangt naar echt geestelijk leven.
Wij hebben
totdusver geboorte en opstanding beschouwd als beschrijving van de deelname
aan het leven door de Geest van de gelovige, maar zelfs deze twee termen,
schieten tekort om het gehele gebeuren weer te geven.Een derde, namelijk die
van schepping, moet er nog aan toegevoegd worden om de beschrijving te
voltooien.
Evenals bij
de nieuwe geboorte en de opstanding, wordt de term "schepping", ook
in meer dan ייn verband gebruikt. Zij wordt b.v. gebruikt in verbinding met
de nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Jes.65:17). Er is ook een algemene
betekenis, waarin het bevrijde Israel van de toekomst, een nieuwe schepping
wordt genoemd,(Ps.102:16-18; Jes.65:18), maar wat betreft de andere twee
termen die we beschouwd hebben, is aan deze term een unieke betekenis gegeven
in de grote Paulinische openbaring betreffende Christus en de leden van Zijn
Lichaam. Het is inderdaad alleen Paulus, die door de Geest, de juiste term nieuwe
schepping gebruikt, en uitsluitend in dit verband.
DE NIEUWE SCHEPPING IS HET LICHAAM VAN CHRISTUS
De bedoeling
van de bovengenoemde passage in 2Cor.5:17 is niet alleen, dat gelovigen in
Christus individueel nieuwe scheppingen geworden zijn, (hoewel dit zo is),
maar dat zij nu behoren tot een glorieuze nieuwe schepping, die God in
Christus tot stand gebracht heeft. Op
dezelfde wijze, bedoelt het laatste gedeelte van het vers niet alleen,
dat de oude zondige gewoonten uit het leven van de individuele gelovige
voorbij zijn, om te zijn vervangen door een nieuwe wijze van leven (hoe ook
dit waar moge of zou moeten zijn), maar dat met de vorming van de nieuwe
schepping een volkomen nieuwe orde of programma werd ingevoegd.
Dat dit de
juiste bedoeling van deze passage is, is duidelijk uit de opmerkingen van
Paulus in het algemeen m.b.t. de nieuwe schepping, zowel als uit de contekst
hier in 2Cor.5. In het bijzonder is dit duidelijk uit het voorgaande vers, dat
luidt:
"Zo
dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus
naar het vlees gekend hebben, nochthans kennen wij Hem nu niet meer naar het
vlees." (v.16)
De hele
passage in 2Cor.5 heeft betrekking op het kennen van Christus van nu aan op
een nieuwe en andere wijze, niet langer naar het vlees, maar als het Hoofd van
een nieuwe schepping. Zo ook met kennis van mensen, niet langer naar het
vlees, maar als te behoren tot de oude, dan wel nieuwe schepping in Christus.
De brief aan de Epheziers heeft veel te zeggen over deze
belangrijke waarheid. Na ons eraan herinnerd te hebben, in Eph.2:11,12, dat
wij, als heidenen, vervreemd waren van God
en van Zijn verbondsvolk, gaat de apostel verder en zegt:
"Maar
nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door
het bloed van Christus.
"Want
Hij is onze vrede, Die deze beiden ייn gemaakt heeft, en de middelmuur van
de afscheiding weggebroken heeft tussen ons (Jood en heiden):
"....OPDAT
HIJ DIE TWEE IN ZICHZELF TOT ֹֹN NIEUWE MENS ZOU SCHEPPEN, vrede
makend," (Eph.2:13-15)
In het derde hoofdstuk
proclameert de apostel de openbaring "die in alle eeuwen niet bekend is
geweest", door te verklaren dat gelovige heidenen nu zijn:
"...medeכrfgenamen,
en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten van Zijn belofte in Christus,
door het Evangelie" (Eph.3:6)).
Deze "nieuwe
schepping", deze "nieuwe mens", deze "mededeelgenoot",
geformeerd uit Joden en heidenen, ייn gemaakt in Christus, wordt genoemd: "Zijn
Lichaam, de vervulling van Hem, Die alles in allen vervult"
(Eph.1:23).
DE NIEUWE SCHEPPING
HET TEGENGESTELDE
VAN DE OUDE
De nieuwe schepping van God in Christus, is het tegendeel van de
schepping van de Adam in Gen.5:2. Vףףrdat God de vrouw aan de mens gaf, was
zijn naam genoemd: "Adam" (Gen.2:18-20). Toen bracht God een
diepe slaap op de mens, nam een deel uit zijn zijde, formeerde hieruit de
vrouw en gaf haar terug aan de mens om met hem "ייn vlees" te
worden. "en Hij noemde hun naam Mens" (Gen.5:2).
Op dezelfde wijze werd de
Gemeente, die Christus' Lichaam is, tot stand gebracht door Zijn dood en
genomen uit Zijn verwonde zijde, zo te zeggen, om ייn gemaakt te zijn met
Hem, in Zijn opstandingsleven. En, net als bij Eva, krijgen wij Zijn
naam. Sprekende over de leden van het Lichaam, zegt de apostel:
"Want zoals het
Lichaam ייn is, en vele leden heeft,....ZO OOK CHRISTUS"
(1Cor.12:12).
Wij herhalen echter, dat de
"nieuwe schepping", de "nieuwe mens", het tegendeel is van
de Adam uit Gen. 5:2. Christus Zelf werd niet geschapen zoals Adam
werd, want wij lezen in 1Cor.15:45,47:
"Zo is er ook
geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste
Adam was*/[i]....een
LEVENDMAKENDE GEEST."
"De
eerste mens is uit de aarde, aards; de twede Mens is de HERE UIT DE
HEMEL."
HET HISTORISCH BEGIN.
Toen het zichtbaar falen van beiden, Jood en heiden,
duidelijk was geworden, besloot God hen beiden in ongeloof, opdat Hij Zijn
ontferming aan allen zou kunnen betonen (Rom.11:32):
"En OPDAT HIJ DIE BEIDEN MET GOD IN ֹֹN LICHAAM ZOU VERZOENEN
door het kruis, terwijl Hij daardoor de vijandschap gedood heeft."
Aldus had de
nieuwe schepping, het Lichaam van Christus, uiteindelijk een begin in de
menselijke geschiedenis. Zij werd tot stand gebracht in de geschiedenis, bij
de val van Israel, en de bedeling van de genade Gods door Paulus.
De "oude
dingen" die "voorbij gegaan waren" te dien tijde (2Cor.5:17),
waren de voorwaarden en vereisten van het Oude Verbond. Deze "oude
dingen" van het "Oude Verbond" zijn zo volstrekt voorbijgegaan,
dat God hiervan de fundamentele eis, besnijdenis, neemt, en daarover zegt:
"Want
in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch onbesneden zijn,
maar een nieuw schepsel" (Gal.6:15).
God zegt niet langer: "INDIEN gij Mijn stem waarlijk
gehoorzaamt.....DAN zult gij Mijn eigendom zijn...."(Ex.19:5). "Alle
dingen zijn nieuw geworden" (V.17), en in deze nieuwe orde "Zijn
alle dingen van God,*/ Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus
Christus" (V.18).[ii]
Voor ons is er geen voortdurend: "Indien". Wij, leden van het
"Lichaam van Christus", zijn er zeker van, dat wij dierbaar zijn
aan Gods hart, omdat wij ייn gemaakt zijn met Christus, Zijn geliefde Zoon
(Eph.1:6). Onmiddelijk nadat wij geloofden, verkregen wij de positie van
"volwassen zonen" (Gal.4:1-7; Eph.1:5,6)**/[iii]
waarbij onze stand gebaseerd is "op genade, niet op
wet" (Rom.6:14: Gal.3:23-25; 4:6,7). Dit is een waarheid die niet
wordt overgebracht in het beeld van de nieuwe geboorte.
HAAR OORSPRONG, BINNEN GODS BEDOELINGEN
Maar omdat de nieuwe
schepping haar begin had, in de menselijke geschiedenis, bij de val van
Israel, en de bedeling van de genade door Paulus, was het door God tevoren
voorbestemd.
Zoals wij hebben gezien,
gaat het bij de leer van de nieuwe geboorte alleen om een nieuw begin. De leer
van onze opstanding met Christus gaat verder, rekening houdend met de vorige
onwedergeboren staat van de persoon, als wel met het nieuwe leven, dat hij
ontvangt door geloof, want aan opwekking gaat een eerder leven en dood vooraf.
Maar de leer van de nieuwe schepping in Christus, reikt ver terug tot vףףr
onze onwedergeboren staat, terug tot voor de schepping van Adam, die de zonde
in de wereld bracht. Verder terug dan de schepping van het oude universum,
geruןneerd door de zonde, tot "het eeuwig doel van God".
Het geschiedde in de
voorbije eeuwigheid, dat God van plan was dat, wanneer de zonde van Adams
kinderen haar hoogtepunt bereikt had, wanneer Israel zich in opstand zou
voegen bij de heidenen, en beiden zich "gezet hebben tegen God en Zijn
Gezalfde", dat Hij een nieuwe schepping zou creכren van verzoende
Joden en Heidenen, samengevoegd met elkander, en met Christus, de twede mens,
de laatste Adam. Dat dit Zijn eeuwig doel was, is duidelijk geleerd in de
brieven van Paulus, zoals we nu zullen zien in samenhang met -
DE NIEUWE SCHEPPING EN CHRISTELIJK LEVEN
God's eeuwig doel in de schepping was, onder meer, dat
zondaars, geschapen in het beeld van de gevallen Adam, zouden worden
gereformeerd naar het beeld van Christus, God's zondeloze Zoon; dat zij goede,
in plaats van boze werken zouden voortbrengen, en leven tot glorie van Zijn
genade. De volbrenging van dit doel zal uiteraard zijn voltooid, nadat dit
leven voorbij is. Maar het is duidelijk uit die passages, die hierover gaan,
dat God ons wil doen ingaan in de vreugde en kracht van onze eenheid met
Christus nu, door geloof. Dit zal klaar worden gezien uit de volgende,
sprekende passages: "Want die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij
ook tevoren bestemd OM AAN HET BEELD VAN ZIJN ZOON GELIJKVORMIG TE
ZIJN..." (Rom.8:29)
"Zoals
Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vףףr de grondlegging van de wereld, OPDAT
WIJ HEILIG EN ONBERISPELIJK ZOUDEN ZIJN VOOR HEM."
"In
liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden
aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van Zijn wil" (Eph.1:4,5 N.V.)
"Want
wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God
bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen." (Eph.2:10)
"Gij
mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk Christus de Gemeente liefgehad
heeft, en Zichzelf voor haar heeft overgegeven;"
"OPDAT
HIJ HAAR HEILIGEN ZOU, HAAR REINIGEND MET HET BAD VAN HET WATER DOOR HET
WOORD.
"OPDAT
HIJ HAAR ZICHZELF HEERLIJK ZOU VOORSTELLEN, EEN GEMEENTE DIE GEEN VLEK OF
RIMPEL HEEFT,OF IETS DERGELIJKS, MAAR DAT ZIJ HEILIG ZOU ZIJN EN
ONBERISPELIJK." (Eph.5:25-27)
"...te
weten dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandel, de oude mens die
verdorven wordt door de begeerten van de verleiding.
"En dat
gij zoudt vernieuwd worden in de geest van uw gemoed,
en de nieuwe mens aandoen, die naar God geschapen is in ware
rechtvaardigheid en heiligheid." (Eph.4:22-24)
"Liegt
niet tegen elkaar, omdat gij uitgedaan hebt de oude mens met zijn werken;
"en
aangedaan hebt de nieuwe mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het beeld
van Hem, Die hem geschapen heeft.
"Daarin
is niet Griek en Jood, besnijdenis en onbesnedenheid, Barbaar en Scyth, slaaf
en vrije; maar Christus is alles in allen" (Col.3:9-11)
Wellicht heeft de lezer
reeds opgemerkt, dat gelovigen de nieuwe mens "aangedaan" hebben
en vermaand worden om van het kwade te scheiden, in het licht van dit feit.
God wil dat wij de nieuwe mens ervaringsgewijs aandoen in het licht van
het feit dat wij, qua positie, hem reeds hebben aangedaan door het
geloof in Christus. Het zal zijn opgevallen, dat in de laatst aangehaalde
tekst onweersprekelijk wordt verwezen naar onze positie in het Lichaam,
want de tekst spreekt over: "Daarin is niet Griek en Jood...etc."
DE NIEUWE SCHEPPING EN DE HEILIGE GEEST.
Wat zou de kennis van deze feiten diegenen, die oprecht verlangen om God
welgevallig te leven, kunnen helpen! Te bedenken, dat wij werden uitverkoren vףףr
de grondlegging van de wereld! Te bedenken, dat God ons volledig
geaccepteerd heeft in Zijn geliefde Zoon! Te bedenken, dat Hij ons reeds -en
voor eeuwig- verenigd heeft met Christus! Te bedenken, dat ons ייn
zijn met Christus, ons ook ייn gemaakt heeft met elkander! Te bedenken, dat
God ons een plaats gegeven heeft in Christus, aan Zijn Rechterhand _ een
positie die wij nu mogen innemen in geloof! Te bedenken, dat Hij met
ons omgaat als met volwassen zonen, op basis van genade in plaats van wet! Te
bedenken, dat Hij ons heeft gezegend met alle geestelijke zegeningen in de
hemelse gewesten in Christus - zegeningen die wij "nu" bezitten door
geloof! Wat kan als een groter prikkel dienen om "de Here waardig te
wandelen", dan de kennis van deze feiten?
geestelijk te leven, net zo
min als uitsluitend intellectuele kennis, ons zou kunnen redden. Het moet
zijn, kennis gebaseerd op geloof in het Woord van God, gewrocht door de Geest,
Die ook het Woord schreef.
Wij moeten
van het begin af aan niet vergeten, dat het Lichaam van Christus, de nieuwe
schepping, is geformeerd uit gelovige
Joden en Heidenen, door het werk van de Geest:
"Want
ook wij allen zijn door ייn Geest tot ייn Lichaam gedoopt; hetzij Joden,
hetzij Grieken,...."(1Cor.12:13)
Veel meer kunnen wij begrijpen en ons verheugen over de
glorierijke waarheden v.w.b. onze positie in Christus, alleen door geloof, als
de Geest onze ogen opent om de Schriften te verstaan. Daarom bidt de apostel
zo ernstig:
"opdat
de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u de geest
van wijsheid en openbaring geeft in Zijn kennis,
"namelijk verlichte ogen van uw verstand, opdat gij
moogt weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom van de
heerlijkheid van Zijn erfenis is in de heiligen,
"en wat de uitnemende grootheid van Zijn kracht is
aan ons die geloven,...." (Eph.1:17-19)
De apostel spreekt hier stellig over "weten" van deze
zaken door ervaring, niet slechts intellectueel. Wij moeten dus altijd
op God zien om deze waarheden voor ons reכel te maken door Zijn Geest, opdat
het weten door geloof, moge worden, weten door gezegende ervaring.
[i]./*/Voetnoot: Niet
"geworden".
[ii].*/Voetnoot: Betekent: "verklaard" van
God te zijn. Essentieel waren "alle dingen", nodig tot redding,
altijd "van God", maar dit was nog niet aldus geopenbaard.
Onder het Oude Verbond, en verder tot Paulus, werd aan mensen altijd
voorgehouden om iets te doen om aanneming bij God te vinden. Nu verklaart
God, dat Hijzelf in alles voorzien heeft wat nodig is, en biedt
redding aan, "aan hem die niet werkt, maar gelooft" (Rom.4:5).
[iii].**/Voetnoot: De termen:
"aanname tot zonen" en "aanname tot kinderen" (Gr.Huiothesia)
in deze passages, hadden dienen te worden weergegeven met: "geplaatst
als zonen". Het woord "Huiothesia" zinspeelt op de
ceremonie waarbij de jongen, als hij tot jaren gekomen is, officieel
verklaard werd een volwassen zoon (Vert. Hebr. Bar Mitzwa) te
zijn.