De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

H O O F D S T U K  III

  NIEUWHEID DES LEVENS

   OPSTANDING MET CHRISTUS

 "Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, zoals Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in nieuwheid van leven wandelen zouden." (Rom.6:4)

  VERGELIJKING TUSSEN DE  NIEUWE GEBOORTE EN

NIEUWHEID DES LEVENS

 Terwijl het Oude Testament het beeld weergeeft van de opstanding, in verband met de bekering en de toekomstige zegening in het land (b.v. Ezech.37:1-14), wordt het beeld van de nieuwe geboorte, met vollere, diepere betekenis, in de grote Paulinische openbaring m.b.t. Christus en de leden van Zijn Lichaam gebruikt.

 De leer van de opstanding met Christus tot nieuw leven, is eveneens voorafgaand aan dat wat Paulus, door de Geest, ons m.b.t. de nieuwe geboorte te zeggen heeft.

 Geboorte spreekt alleen van een begin; beschouwt niet het verleden. Toen Nicodemus vroeg: "Kan een mens ook andermaal in de buik van zijn moeder ingaan en geboren worden?", legde onze Heer onmiddellijk uit, dat het gebruik van het woord "wedergeboren"*/[i] niet betekent, dat men op dezelfde manier weer geboren wordt, maar opnieuw geboren op een andere wijze. God gaat niet de oude natuur verbeteren of de "oude mens" voortdurend beinvloeden om helemaal opnieuw te beginnen, want zoals we gezien hebben: "Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest" en "zij die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen" (Joh.3:6;   Rom.8:8). Onverschillig hoe intellectueel, gecultiveerd, of religieus, "het vlees" blijft steeds zo als het werd gegenereerd door de "gevallen" verwekker, en kan daarom God niet behagen. Wij zien dat "hetgeen uit het vlees geboren is", niet opnieuw geboren, en een nieuwe start nodig heeft. Een    nieuwe en andere aard dient te worden ingebracht; een volkomen nieuw leven, voortgebracht door de Geest van God. Dit nieuwe leven is afgescheiden en weggedaan van datgene, wat was gemaakt bij de natuurlijke geboorte. Het is in feite daaraan "tegengesteld". Het conflict wat hierdoor ontstaat, zal in een later hoofdstuk worden besproken. Hier benadrukken we eenvoudig, dat de nieuwe geboorte alleen slaat op een nieuw begin, en het vergane verleden komt niet in beschouwing.

De nieuwe geboorte is het geestelijk tegendeel van de natuurlijke geboorte. Wij spreken niet van het "verleden" van een jonge baby. Als individu heeft het geen verleden. Het is nauwelijks in staat de ogen te openen of rond te kijken, niet capabel om enig object te onderscheiden. Zo spreekt hier de nieuwe geboorte simpel van het beginnen van een nieuw leven.

Maar nu gaan we een stap verder, en ontdekken, dat we dit nieuwe leven ontvangen door identificatie met Christus in Zijn dood, begrafenis, en opstanding, en dat de leer van onze opstanding met Christus, verleden tijd is. Opstanding voor-onderstelt een vroeger leven en dood.**/[ii] De identiteit van het individu blijft geheel bewaard. Het individu dat een bepaalde manier van leven bezat, en stierf, wordt nu opgericht om een nieuw leven te leven. Thans, opgestaan uit de dood, is hij dezelfde persoon en toch niet dezelfde. De apostel Paulus zegt danook: "Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij..." (Gal.2:20)

 Het is waar dat Eph.2:1 ons leert, dat wij reeds "dood waren in misdaden en zonden" voordat wij ooit met Christus werden geןdentificeerd in Zijn dood, maar dit verandert het beeld niet, want juist in deze passage lezen we vervolgens, dat we "vroeger gewandeld hebben naar de tijdgeest van deze wereld,..."(Eph.2:2). Zoals de vrouw, beschreven in 1Tim.5:6, zijn ongelovigen "levend dood", en kunnen alleen worden opgewekt uit hun dood in misdaden en zonden, door identificatie met Christus in Zijn dood en zijn opstanding, om de eenvoudige reden dat Hij kwam om Zichzelf te identificeren met ons in onze dood, om ons met Hem te brengen tot opstandingleven.

  DE OPSTANDING VAN DE GELOVIGE MET CHRISTUS

   Maar hoe kan iemand zo worden geןdentificeerd met Christus, in Zijn dood worden begraven, en weer opstaan? Hoe kan iemand sterven aan het oude leven, en worden opgewekt, om in nieuwheid des levens te wandelen?

 Het antwoord is: door genade door geloof. Wat Christus voor ons door genade gedaan heeft, moeten wij accepteren en toe-eigenen door geloof. Hij identificeerde Zichzelf met ons door een oneindige genadedaad; te sterven in onze dood. Wij moeten onszelf met Hem identificeren door een daad van eenvoudig geloof, en bekennen: "IK ben de zondaar. Hij stierf MIJN dood. Ik wil Zijn genade aannemen, en mijzelf aan Hem overgeven tot redding." Op het moment dat dit gedaan wordt, worden wij ייn met de eens-gekruisigde, voor eeuwig levende, Christus.                                             

 Let wel, Golgotha is de ontmoetingsplaats, de plaats waar de identificatie is geeffectueerd. Niemand is ooit ייn gemaakt met Christus, zonder ייngemaakt te zijn met Hem in Zijn dood. "Weet gij niet," zo vraagt Paulus, "dat zovelen wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?" (Rom.6:3). Het is om deze reden, dat wij werden begraven met Christus door diezelfde doop, en opgestaan met Hem, om te wandelen in nieuwheid des levens. (v.4)

   Wat een tragedie, dat de stralende waarheid van deze passage is  verduisterd geworden, door hier de ceremonie van de waterdoop in te lassen! Alsof waterdoop de gelovige nu in enige relatie tot Christus zal kunnen brengen! Alsof de oude mens werkelijk daardoor wordt begraven en dit ons helpt om de nieuwe mens aan te doen! Zij die in deze vergissing zijn geraakt, hebben een ceremonie ondergaan, die nimmer bedoelde te begraven, maar slechts een afwassing betekende (Hand.22:16 etc), en hebben dit verward met onze werkelijke doop, door de Geest, in de dood, begrafenis, en opstanding van Christus. Het verwondert dan ook niet, dat de apostel roept, met verwijzing naar juist dit onderwerp: "Ziet toe, dat niemand u als een prooi meevoert...Gij zijt volmaakt in Hem...in wien gij ook besneden zijt...met Hem begraven...gij zijt met Hem opgewekt door het geloof in de werking van God, Die Hem uit de doden opgewekt heeft." (Col.2:8-12)

   Hoe volmaakt en wonderbaar is het Goddelijk plan! In genade stierf Christus onze dood. In geloof erkennen wij, dat het onze dood was, die Hij stierf, en geloven dat die dood ons redt. En daar, aan het kruis, worden wij ייn. Het antwoord van geloof op genade, heeft ons onlosmakelijk en eeuwig samen verenigd.

                    DE WERKELIJKHEID VAN ONZE OPSTANDING MET CHRISTUS

   Het juridische of positionele aspect van deze waarheid is natuurlijk van het grootste belang. Wij lezen, dat onze Heer werd "overgeleverd om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardiging" (Rom.4:25). Met andere woorden, Zijn dood betaalde de ganse straf voor onze zonden, en verkreeg voor ons: totale rechtvaardiging. Daarvoor werd Hij opgewekt uit de dood. En aangezien Zijn dood de onze was, de straf voor onze zonde, en wij dit door geloof hebben toegeכigend, daarom is de rechtvaardiging en het opstandingleven ook van ons. Als wij de dood van Christus erkennen als de onze, rekent God ons te zijn, ייn met Hem, als reeds gestorven voor en tot de zonde, en als opgestaan, om met Hem in nieuwheid des levens te wandelen.

   Nu is dit juridische, positionele aspect van onze identificatie met Christus in Zijn dood, begrafenis en opstanding, verre van alleen maar theorie. Het is levende werkelijkheid. Gods terechte veroordeling van ons wegens zonde, was werkelijk. Het lijden en de dood van Christus voor ons, was werkelijk. En wij moesten echt geloof oefenen in het volbrachte werk van Christus, voordat God ons rechtvaardigde en ons rechtvaardig verklaarde, ons beschouwende als reeds voor en tot de zonde gestorven.

 Het is op grond van deze rechtshandeling, dat de apostel argumenteert dat wij niet het recht hebben om door te gaan met zondigen. De zonden die wij zo geneigd zijn te doen nadat wij gerechtvaardigd zijn, behoren tot het oude leven, en niet tot het nieuwe dat wij in Christus hebben. Daarom hebben wij geen recht om door te gaan met zonde. "Hoe," vraagt hij, "zullen wij, die aan de zonde gestorven zijn, daarin nog leven?" (Rom.6:2). En wijzend naar het feit, dat Christus "eens stierf voor onze zonden", maar nu "leeft voor God", gaat hij voort met   te zeggen: "zo ook gij, HOUDT HET DAARVOOR dat gij wel voor de zonde     dood zijt, maar voor God levend in Christus Jezus, onze Heere.

   "LAAT DAN DE ZONDE NIET HEERSEN IN UW STERFELIJK LICHAAM, OM HAAR TE GEHOORZAMEN IN DE BEGEERTEN VAN DAT LICHAAM.

   "EN STELT UW LEDEN NIET VOOR DE ZONDE TOT WAPENEN VAN DE ONGERECHTIGHEID, MAAR STELT UZELF VOOR GOD ALS UIT DE DODEN LEVEND GEWORDEN, EN STELT UW LEDEN VOOR GOD TOT WAPENEN VAN DE GERECHTIGHEID.

 "WANT DE ZONDE ZAL OVER U NIET HEERSEN; WANT GIJ ZIJT NIET ONDER DE WET, MAAR ONDER DE GENADE" (Rom.6:11-14).

   Maar de juridische of positionele waarheden die we hebben beschouwd, zijn slechts een enkel deel van de gehele leer van onze doop in Christus, want omdat deze stellige realiteiten onze ervaring betreffen, als we deze ons toe-eigenen door geloof, is onze doop in Christus op zichzelf, ook een praktische en bevindelijke zaak."       

 Als de zondaar de dood van Christus erkent als zijn eigen dood, en Christus vertrouwt voor zijn redding, ontvangt hij niet alleen een positie voor God als gekruisigde, begravende, en met Christus opgewekte, maar de Geest verzegelt het gebeuren, en verenigt hem in een levende levens-relatie met Christus. Aldus wordt de gelovige daadwerkelijk een deelhebber aan het opstandingsLEVEN van Christus. Er is hier nog meer dan alleen recht zien; er is de noodzaak en de deelname aan het leven, en dit leven, omdat het van nature geestelijk is, is niettemin werkelijk.

 Wij vragen nog eens: Was de dood van Christus niet werkelijk? Was Zijn dood niet werkelijk onze dood? Dan is ook ons opstandingleven even reכel! In de eerste plaats, als we de dood van Christus als de onze accepteren, en geןdentificeerd worden met Hem, sterven wij aan het oude leven, in die zin, dat we nooit meer terug kunnen naar onze verloren staat. Die conditie is voorgoed voorbij. Veelmeer worden we deelhebbers aan het opstandingsleven van Christus, wat wij nooit kunnen verliezen (Rom.6:9), omdat het Zijn leven is. Als de Vader ons rechtens heeft opgewekt uit de dood, dan heeft de Geest ons geestelijk opgewekt, in die zin, dat Hij daadwerkelijk geestelijk leven heeft toebedeeld. Het is nu aan ons, om toe te eigenen, en ons te verheugen in de volheid van dat leven in geloof.

  In Rom.8:2 spreekt Paulus over deze deelname aan het leven door de Geest, als een wet die in iedere gelovige werkt:

  "Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus, heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood" (Rom.8:2).

 En dan gaat de apostel voort en toont, dat wat de wet van Mozes "niet vermocht" vanwege de aard van "het vlees", God ons zijn eigen Zoon zond, om te volbrengen:

   "Dat het recht van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest," (Rom.8:4).

   Aldus is er, behalve de morele reden waarom wij niet doorgaan met zondigen, ook een zeer praktische reden: het nieuwe leven, dat wat de Geest binnen in ons heeft gewrocht. Dit benadrukt de apostel, als hij voortgaat met te zeggen:"EN INDIEN DE GEEST VAN HEM, DIE JEZUS UIT DE DODEN OPGEWEKT HEEFT, IN U WOONT, ZAL    HIJ, dIE CHRISTUS UIT DE DODEN OPGEWEKT HEEFT, OOK UW STERFELIJKE LICHAMEN LEVEND MAKEN DOOR ZIJN GEEST, DIE IN U WOONT.

   "ZO DAN, BROEDERS, WIJ ZIJN SCHULDENAARS, NIET AAN HET VLEES OM NAAR HET VLEES TE LEVEN" (v.11-12).

   Deze passage wordt soms wel beschouwd, als te slaan op de toekomstige, lichamelijke opstanding uit de dood, maar merk op, dat de Geest, Die in ons woont, onze sterfelijke (niet dode) lichamen bekrachtigt. Wij zijn dus schuldenaars, - niet t.o.v. de zonde, maar aan God. Wij kunnen onszelf niet verontschuldigen door te zeggen: "Ik ben tenslotte slechts menselijk" of "het vlees is zwak", want wij hebben de Heilige Geest binnen in ons, om onze lichamen te bekrachtigen, en ons te helpen in nieuwheid des levens te wandelen.

   De gerechte en praktische aspecten van onze opstanding met Christus, zijn echter nauw verweven. Eph.2:4-6 schijnt te verwijzen naar beiden tegelijk:                               "Maar God, Die rijk is aan barmhartigheid, door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft,

   "ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt, (samen) met Christus (door genade zijt gij zalig geworden),

   "en heeft ons mede opgewekt, en ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus."

   De positie van de gelovige is dus reeds in de hemel, en door geloof, door de kracht des Geestes, mag hij deze plaats in bezit nemen, en de zegeningen daarvan met vreugde ervaren. Dit is het, waarom de apostel de Ephezebrief opent met de lofprijzing:  

"GEZEGEND ZIJ DE GOD EN VADER VAN ONZE HERE JEZUS CHRISTUS, DIE ONS GEZEGEND HEEFT MET ALLE GEESTELIJKE ZEGENINGEN IN DE HEMEL IN CHRISTUS" (Eph.1:3)

   En dit is het, waarom hij de Colossenzen uitdaagt: "INDIEN GIJ DAN MET CHRISTUS OPGEWEKT ZIJT, ZOEKT

DAN DE DINGEN DIE BOVEN ZIJN, WAAR CHRISTUS IS, GEZETEN AAN DE RECHTERHAND VAN GOD.  "BEDENK DE DINGEN, DIE BOVEN ZIJN, NIET DIE OP DE AARDE ZIJN,    "WANT GIJ ZIJT GESTORVEN, EN UW LEVEN IS MET CHRISTUS VERBORGEN IN GOD" (Col.3:1-3).


[i].*/Voetnoot: Lett. "van boven", maar gebruikt om uit te drukken: van boven af, vanaf het eerste begin.

[ii].**/Voetnoot: Wij zijn ons bewust van het feit, dat het Griekse woord voor daadwerkelijk wederopstaan (anastasis, lett., opstaan) bijna uitsluitend wordt gebruikt voor lichamelijke opstanding. De woorden, zoopoieo, opwekken of reanimeren, en egeiro, wakker worden of opstaan, meestal gebruikt worden in verbinding met ons onderhavig onderwerp. Dit betekent echter niet, dat hier geen opstanding in aanmerking wordt genomen, en ook niet dat opwekken of levend maken buiten beschouwing blijven voor wat betreft lichamelijke opstanding. Het is eenvoudig een zaak van nadruk leggen, want in de leer die wij hier beschouwen, is hoofdzakelijk het deelhebben aan opstandingsleven bedoeld. Alle drie de woorden: zoopoieo, egeiro, en anastasis worden gebruikt in 1Cor.15, onder verwijzing naar de opstanding van Christus

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011