De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

De Ware geestelijkheid 

 

'' H O O F D S T U K  II

DE EERSTE STAP NAAR WARE GEESTELIJKHEID

                   DE NOODZAKELIJKHEID VAN EEN NIEUWE NATUUR

 Wat de mens in de eerste plaats nodig heeft om waarlijk geestelijk te worden, is danook een nieuwe natuur, verkregen door de Geest van God. Onze Heer stelde het zeer duidelijk toen Hij tot Nicodemus zei:

"Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest."(Joh.3:6)

   In deze tekst kan opnieuw de uitdrukking vlees niet zonder meer slaan op het physieke lichaam, want bij de geboorte worden geest en ziel, zowel als een lichaam voortgebracht. Hier verwijst dus vlees naar de gevallen Adamitische natuur.

   Dienovereenkomstig kan de geest, die geboren is uit de Geest, hier niet de geest van de mens zelf zijn, want we hebben reeds gezien dat de hele natuurlijke mens, lichaam, ziel en geest, "uit het vlees geboren" is en het punt waarom het hier gaat in Joh.3 is dat daarom de mens moet worden geboren of verkregen, maar deze keer opnieuw "uit de Geest" i.c. de Geest van God.(vers 6-8) 

   Er is zoveel betrokken bij het deelhebben aan geestelijk leven voor de gelovige -vooral met betrekking tot de huidige bedeling-, dat God drie uitspraken gebruikt om dit te bevestigen: geboorte, opstanding, en  schepping. Niet ייn van deze kon het geschikt voortbrengen; alle drie zijn noodzakelijk.

   Laat ons beginnen met de elementaire vorm van de nieuwe geboorte.

  DE NIEUWE GEBOORTE

  "Jezus antwoordde en zei tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg ik u: TENZIJ IEMAND WEDEROM GEBOREN WORDT, HIJ KAN HET KONINKRIJK VAN GOD NIET ZIEN" (Joh.3:3).

   Het is niet verwonderlijk dat de ongeredden hun noodzaak tot wedergeboorte niet gescheiden zien  van de overtuigende kracht van de Heilige Geest. Zelfs onder diegenen die zichzelven wedergeboren weten, zijn er echter die vasthouden dat de nieuwe geboorte alleen op Israel toepasselijk is, niet voor diegenen die leven in deze bedeling. Zij baseren deze conclusie op de stelling dat onze Heer sprak tot een Jood over de Joden m.b.t. de nieuwe geboorte en dat Paulus het onderwerp niet noemt in zijn brieven. Deze aanname is verkeerd, en evenzo de conclusies die eruit getrokken worden.

   Allereerst moeten we vaststellen dat onze Heer uitgebreid sprak tot Nicodemus over "zien" en "ingaan" in het "Koninkrijk van God". Hij gebruikte niet de meer beperkende term "Koninkrijk des hemels", wat te maken heeft met de vestiging van het Koninkrijk van God op aarde (zie Dan.2:44; Matt.5:3-5; 6:10). Dit, omdat Hij verwees naar iets wat meer bevatte dan de ingang in het duizendjarig Rijk.

   Dat gelovigen vandaag net zo zeker ingaan in het Koninkrijk Gods, als gelovigen in welk andere tijd of eeuw, wordt volstrekt duidelijk in de brieven van Paulus (zie:Rom.14:17; 1Cor.4:20; 6:9,10; 15:50; Gal.5:21; Eph.5:5; Col.4:11; 1Thess.2:12; 2Thess.1:5).

   Er dient ook acht gegeven te worden op de algemene wijze waarop onze Heer sprak, toen Hij zeide dat het noodzakelijk is voor "de mens" om wedergeboren te worden, teneinde het Koninkrijk Gods in te gaan.

   We hebben niet het recht om aan te nemen dat onze Heer bedoelde dat het alleen voor een Jood nodig was om wedergeboren te worden teneinde in het Koninkrijk der Hemelen binnen te gaan, toen Hij zeide, dat het voor een mens nodig was om wedergeboren te worden, om het Koninkrijk van God binnen te gaan.

    Zou een lezer willen tegenwerpen, dat onze Heer alleen de Joden op het oog had, omdat Hij in die tijd alleen tot Joden met het evangelie kwam, en hier een Jood aansprak? Dan moeten wij vaststellen, dat de discussie van onze Heer met deze prominente Jood, hier speciaal wordt weergegeven, om te laten zien, dat alle mensen, in alle eeuwen noodzakelijk moeten weder-, opnieuw-, geboren worden om het Koninkrijk van God in te gaan.

   Een ongelukkige hoofdstukverdeling heeft dit belangrijke feit verduisterd, want de geschiedenis van Nicodemus in Joh.3 is slechts een beeld van een belangrijke verklaring, gemaakt aan het slot van hoofdstuk 2. Wij voegen de twee nu tezamen om het verband aan te tonen.

   "En toen Hij (Jezus) te Jerusalem was op het Pascha, in het feest, geloofden velen in Zijn Naam, daar zij de tekenen zagen, die Hij deed.

   "Maar Jezus zelf vertrouwde hun Zichzelf niet toe, OMDAT HIJ HEN ALLEN KENDE,  "EN OMDAT HIJ NIET NODIG HAD, DAT IEMAND VAN DE MENS GETUIGDE, WANT HIJZELF WIST WAT IN DE MENS WAS.

   "EN ER WAS EEN MENS uit de Farizeen, wiens naam was Nicodemus, een  overste van de Joden; "Deze kwam 's nachts tot Jezus en zei tot Hem....." (Joh.2:23-3:2)

   Teneinde de algemene noodzaak van wedergeboorte aan te tonen, koos God deze karaktervolle mens, een overste van de Joden, leraar van Israel, zeer intellectueel, moreel hoogstaand, diep religieus, en klaarblijkelijk oprecht in zijn onderzoek betreffende Christus.

   Het moet wel een indrukwekkend gezicht geweest zijn; een eerwaardige Farizeכr, komend bij een jongeman (naar het scheen) van 30 jaren, hem aansprekend met "Rabbi", Hem erkennende, bij het begin al, als "een leraar van God gekomen".

   En toch was deze ייn van degenen waaraan de Heer Zichzelf niet toevertrouwde; een van degenen die in Hem "geloofde" vanwege Zijn wonderen. Nicodemus zelf zegt het zo: "Wij weten, dat Gij zijt een leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen die Gij doet, als God niet met hem is" (Joh.3:2).

   Maar dit redt een mens niet en zal dit ook nooit doen. En dan daarmee de grond onder Nicodemus' voeten weghalende, antwoordt de Heer, dat wat hij -en ieder mens - nodig heeft is: een nieuw leven. Zonder rekening te houden met al zijn intellect, moraal en godsdienst, moet hij wederom geboren worden, - uit God.

   Maar wat nu met het argument dat de uitdrukking "Opnieuw geboren" niet in de brieven van Paulus voor komt?

   Het antwoord is ten eerste, dat zwijgende argumenten dikwijls verraderlijk zijn en, op zichzelf, niets bewijzen. Zelfs wanneer de brieven van Paulus niet verwijzen naar nieuwe geboorte, blijft de nieuwe geboorte toch een fundamentele noodzaak om, naar de woorden van onze Here, in het Koninkrijk van God in te gaan. Maar, ten twede, omdat de juiste term "nieuw geboren" niet in de brieven van Paulus staat, maar de leer van de nieuwe geboorte er net zo duidelijk geleerd wordt als in elk ander deel van de Bijbel.

   In de eerste plaats wordt het geleerd door duidelijke betrokkenheid. Zich richtend tot gelovigen, gebruikt de apostel de woorden nepios: baby, of klein kind, en huios: volwassen zoon. Hij kijkt bij gelovigen vooral naar geestelijke groei.

   Voor alle zekerheid: positioneel worden alle gelovigen erkend als volwaardige zonen van God, vanaf het moment dat zij gered zijn; met alle rechten en privileges van zoonschap (zie Gal.4:1-7). Maar in deze studies behandelen wij niet fundamenteel de positie; wij hebben te doen met ervaring - de mededeling van geestelijk leven aan de zondaar, en de vreugde hierover bij de heilige.

   De rechte stand voor God, die Christus voor alle mensen verwierf, is van geen nut voor de zondaar, totdat deze wordt geaccepteerd in geloof. Op dezelfde manier worden de positie van het zoonschap, die de onze is in Christus, en de zegeningen daaraan verbonden, toegeigend en in blijdschap beleefd, alleen door het geloof. Zo berispt de apostel de Corinthiers wegens hun vleselijkheid, hen noemende babies die gevoed moeten worden met melk, omdat zij geen vast voedsel konden verdragen (1Cor.3:1,2) De joodse gelovigen werden eveneens terechtgewezen, omdat zij nog geestelijke babies waren, hoewel zij naar de tijd dat zij gered waren, leraren hadden behoren te zijn (Hebr.5:12-14).

   Dienovereenkomstig wordt in Eph.4:12-15 gezegd, dat God aan de Gemeente apostelen, profeten, herders, leraars, en evangelisten gaf, "tot volmaking der heiligen...".

   "OPDAT WIJ NIET MEER KINDEREN ZOUDEN ZIJN, DIE ALS DE VLOED BEWOGEN EN OMGEVOERD WORDEN MET ALLE WIND VAN LEER...."

   "MAAR TERWIJL WIJ DE WAARHEID BETRACHTEN IN LIEFDE, IN ALLES OPGROEIEN TOT HEM...."

   Verder schrijft Paulus in 1Cor.16:13:

   "Waakt, staat in het geloof, houdt (gedraagt) u mannelijk, weest sterk,"       

 Het is zeker, dat de apostel in deze teksten niet verwijst naar de kinderlijkheid, de groei en de volwassenheid van de natuurlijke mens. Hij doelt hier op het nieuwe leven, dat in oorsprong komt van de Geest.     

 De woorden mens, zonen, babies, gebruikt voor het geestelijk leven, veronderstellen duidelijk geestelijke geboorte. De ervaren mens is op een zeker tijdstip met zijn bevinding gekomen tot een stand van geestelijke volwassenheid. Daarvףףr was hij een baby. En dit houdt op zijn beurt in, dat hij werd geboren, want er was een zeker moment waarop de baby ontstond.

 In aanvulling op dit alles zijn er twee teksten in de brieven van Paulus, die de nieuwe geboorte ons op positieve wijze leert. De eerste is Rom.8:16,17, waar de apostel het woord teknon (Gr.): geborene gebruikt.

 "De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij KINDEREN (GEBORENEN) van God zijn.

"En indien wij KINDEREN (GEBORENEN) van God zijn, dan zijn wij ook erfgenamen; erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus......"

Is er iets dat duidelijker getuigenis draagt van het feit,dat gelovigen, in de bedeling der genade, opnieuw geboren zijn? Zeker is, dat wij geen "borelingen" van God worden, door natuurlijke geboorte.

 De andere tekst is Tit.3:5, waar we lezen:

 "heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken van de rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der WEDERGEBOORTE (Gr.palingenesia) en vernieuwing van de Heilige Geest."

 In de 24 versies van het Nieuwe Testament waar wij over beschikken, wordt dit woord palingenesia weergegeven met regeneratie door 20, met: nieuwe geboorte door 3, en  met wedergeboorte door 1. Geen enkele van hen echter gaat uit van het oorspronkelijk idee van nieuwe geboorte.

 Tenslotte willen wij het feit benadrukken dat in de kern van de zaak, de mens, geboren uit Adam, moet herboren worden, opnieuw verwekt, om gered te zijn. Er moet een nieuw en ander leven verkregen, en begonnen worden. Het is waar, dat het leven wat de gelovige ontvangt, Christus' leven - eeuwig leven - is, zonder begin; dat in Christus de gelovige onmiddellijk beschouwd wordt als volwassene. Maar dit is een diepere waarheid, die later bezien zal worden. Geestelijk leven heeft een begin in de ervaring van iedere gelovige, en de noodzaak hiervan, wordt met evenveel nadruk vermeld in de brieven van Paulus, als in de opgetekende woorden van Christus op aarde.

 Zoals onze Heer bij Nicodemus de nadruk legde op het feit dat de mens, op zijn best, niet in het Koninkrijk van God kan ingaan omdat "datgene wat geboren is uit vlees, vlees is", zo ook zegt Paulus, door de Geest:

 "DOCH DIT ZEG IK, BROEDERS, DAT VLEES EN BLOED HET KONINKRIJK VAN GOD NIET BEERVEN KUNNEN, EN DE VERGANKELIJKHEID BEERFT DE ONVERGANKELIJKHEID NIET" (1Cor.15:50).*/[i]

 Omdat het dus zo is, dat onze Heer de nieuwe geboorte gedurende Zijn aardse bediening aan Israel leerde, volgt hier niet uit, dat dit onderwerp alleen op het volk     

 Israel betrekking had. Wat onze Heer zei, betrof de gehele mensheid als zodanig, zonder rekening te houden met ras of tijd.

HOE DE ZONDAAR OPNIEUW GEBOREN KAN WORDEN

 De vraag hoe het leven van de Geest in de gelovige wordt verwekt, en hoe ontvangen,is vanzelfsprekend van fundamentele betekenis voor elk Adam's kind. Omdat het grote geheimenis, geopenbaard door de verheerlijkte Heer via Paulus, een verheffing is van de fundamentele leer van de aardse Christus en Zijn twaalf apostelen over dit onderwerp, wordt dit ook hier weer in geen enkel opzicht tegengesproken, of ervan afgeweken.

 De zondaar wordt nieuw geboren, en ontvangt het leven van de Geest, als de Geest het Woord in zijn hart plant, zodat hij het door geloof aanneemt: Jac.1:18: "NAAR ZIJN WIL HEEFT HIJ ONS GEBAARD DOOR HET WOORD DER WAARHEID...."

ZAAD, MAAR UIT ONVERGANKELIJK ZAAD, DOOR HET LEVENDE EN EEUWIG BLIJVENDE WOORD VAN GOD." Gal.3:2: "DIT ALLEEN WIL IK VAN U LEREN; HEBT GIJ DEN GEEST ONTVANGEN UIT DE WERKEN DER WET, OF UIT DE PREDIKING DES GELOOFS?"

 Rom.10:17: ZO IS DAN HET GELOOF UIT HET GEHOOR, EN HET GEHOOR DOOR HET WOORD VAN GOD."

 De zondaar wordt dus duidelijk opnieuw geboren en ontvangt het leven van de Geest, als hij Gods Woord gelooft m.b.t. Zijn Zoon en Hem vertrouwt tot zaligheid ofwel behoudenis: Joh.1:12: "MAAR ZOVELEN HEM AANGENOMEN HEBBEN, HUN HEEFT HIJ MACHT GEGEVEN KINDEREN VAN GOD TE WORDEN, NAMELIJK DIE IN ZIJN NAAM GELOVEN."

 De apostel Paulus duidt inderdaad "het leven van Christus " aan als een "wet des Geestes", wanneer hij zegt: "WANT DE WET DES GEESTES DES LEVENS IN CHRISTUS JEZUS HEEFT MIJ VRIJGEMAAKT VAN DE WET DER ZONDE EN DES DOODS" (Rom.8:2).

 De gelovige in Christus wordt dus niet alleen gerechtvaardigd voor God, maar ontvangt bovendien leven, want het is een vaststaande, onveranderbare wet, dat de Geest leven geeft aan hen, die tot hun redding, in Christus geloven.

 Wij zijn dus nieuw geboren door geloof in het Woord. Als wij het Woord geloven, deelt de Geest het leven mede. Als we bovendien dan toenemen in kennis en geloof in het Woord, groeien we naar geestelijke volwassenheid. Dit is het wat in 1Petr.2:2 wordt bedoeld met: "EN ALS NIEUW GEBOREN KINDERKENS, ZIJT ZEER BEGERIG NAAR DE REDELIJKE ONVERVALSTE MELK, OPDAT GIJ DOOR DEZELVE MOOGT OPWASSEN."

 Dit is het waarnaar Paulus ook verwijst in Eph.4:14,15, waar hij schrijft: "OPDAT WIJ NIET MEER KINDEREN ZOUDEN ZIJN, DIE ALS DE VLOED BEWOGEN EN OMGEVOERD WORDEN MET ALLE WIND VAN LEER..."

"MAAR TERWIJL WIJ DE WAARHEID BETRACHTEN IN LIEFDE, IN ALLES OPGROEIEN..."

DE NIEUWE GEBOORTE EN DE

OPENBARING AAN PAULUS

 Zoals gezegd, voert de openbaring van Paulus ons tot hogere, glorierijker waarheden v.w.b. zowel onze positie, als onze ervaring als gelovigen. Inderdaad is de nieuwe geboorte op zich, als deze thans plaats vindt in de gelovige, direct verbonden met de heilige doop waardoor, en waarin, Christus, en de gelovige, ייn gemaakt zijn.

 Hoe werd Christus ייn gemaakt met de mens? Hij werd gedoopt in het menselijk wezen. Hij kwam niet alleen om met mensen om te gaan. Hij werd mens. Hoe? Door geboorte in het menselijk wezen. Geschiedde dit door natuurlijke geboorte? Neen, door bovennatuurlijke geboorte. Hij werd verwekt door de Heilige Geest. Maar Zijn doop in het menselijk wezen, eindigde niet met Zijn geboorte en leven op aarde. Hij werd zo volledig ייn met de mens, dat Hij zelfs de menselijke dood stierf aan het vloekhout. Hij werd gedoopt in de dood (Luc.12:50) en, zoals wij weten, in onze dood.

 En het is daar, aan het kruis, dat wij ייn werden met Hem. Op het moment, dat men in geloof ziet op Golgotha, erkennende: "IK ben de zondaar. Christus sterft mijn dood", op dat moment wordt hij ייn met Christus; gedoopt in de gekruisigde, opgestane Heer Zelf (Rom.6:3; Gal.3:26,27), niet alleen qua positie, gerekend vanuit God, maar daadwerkelijk, door de Geest. En zo wordt nieuw leven ontvangen. Door natuurlijke geboorte? Neen, door bovennatuurlijke geboorte.

 Hier gaat het beeld van geboorte over in dat van opstanding, want het leven dat de Geest mededeelt, is het leven van de opgestane Christus in ons.

Voetnoot: Het is waar, dat de apostel hier bijzonder strijdt voor de noodzakelijkheid van een nieuw lichaam, tot physieke toegang tot Gods tegenwoordigheid. Maar dit versterkt toch niet het argument, dat de mens in zijn natuurlijke staat, ongeschikt is voor Gods tegenwoordigheid?  

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011