'' H O O F D S T U K II
DE EERSTE STAP NAAR WARE GEESTELIJKHEID
DE NOODZAKELIJKHEID VAN EEN NIEUWE NATUUR
Wat de mens
in de eerste plaats nodig heeft om waarlijk geestelijk te worden, is danook een
nieuwe natuur, verkregen door de Geest van God. Onze Heer stelde het zeer
duidelijk toen Hij tot Nicodemus zei:
"Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit
de Geest geboren is, is geest."(Joh.3:6)
In deze tekst
kan opnieuw de uitdrukking vlees niet zonder meer slaan op het physieke
lichaam, want bij de geboorte worden geest en ziel, zowel als een lichaam
voortgebracht. Hier verwijst dus vlees naar de gevallen Adamitische natuur.
Dienovereenkomstig kan de geest, die geboren is uit de
Geest, hier niet de geest van de mens zelf zijn, want we hebben reeds gezien dat
de hele natuurlijke mens, lichaam, ziel en geest, "uit het vlees
geboren" is en het punt waarom het hier gaat in Joh.3 is dat daarom
de mens moet worden geboren of verkregen, maar deze keer opnieuw "uit de
Geest" i.c. de Geest van God.(vers 6-8)
Er is zoveel
betrokken bij het deelhebben aan geestelijk leven voor de gelovige -vooral met
betrekking tot de huidige bedeling-, dat God drie uitspraken gebruikt om
dit te bevestigen: geboorte, opstanding, en schepping.
Niet ייn van deze kon het geschikt voortbrengen; alle drie zijn noodzakelijk.
Laat ons
beginnen met de elementaire vorm van de nieuwe geboorte.
DE NIEUWE GEBOORTE
"Jezus antwoordde en zei tot hem: Voorwaar, voorwaar
zeg ik u: TENZIJ IEMAND WEDEROM GEBOREN WORDT, HIJ KAN HET KONINKRIJK VAN GOD
NIET ZIEN"
(Joh.3:3).
Het is niet
verwonderlijk dat de ongeredden hun noodzaak tot wedergeboorte niet gescheiden
zien van de overtuigende kracht van
de Heilige Geest. Zelfs onder diegenen die zichzelven wedergeboren weten, zijn
er echter die vasthouden dat de nieuwe geboorte alleen op Israel toepasselijk
is, niet voor diegenen die leven in deze bedeling. Zij baseren deze conclusie op
de stelling dat onze Heer sprak tot een Jood over de Joden m.b.t. de nieuwe
geboorte en dat Paulus het onderwerp niet noemt in zijn brieven. Deze aanname is
verkeerd, en evenzo de conclusies die eruit getrokken worden.
Allereerst
moeten we vaststellen dat onze Heer uitgebreid sprak tot Nicodemus over
"zien" en "ingaan" in het "Koninkrijk van God".
Hij gebruikte niet de meer beperkende term "Koninkrijk des hemels",
wat te maken heeft met de vestiging van het Koninkrijk van God op aarde
(zie Dan.2:44; Matt.5:3-5; 6:10). Dit, omdat Hij verwees naar iets wat meer
bevatte dan de ingang in het duizendjarig Rijk.
Dat gelovigen
vandaag net zo zeker ingaan in het Koninkrijk Gods, als gelovigen in welk andere
tijd of eeuw, wordt volstrekt duidelijk in de brieven van Paulus (zie:Rom.14:17;
1Cor.4:20; 6:9,10; 15:50; Gal.5:21; Eph.5:5; Col.4:11; 1Thess.2:12; 2Thess.1:5).
Er dient ook
acht gegeven te worden op de algemene wijze waarop onze Heer sprak, toen Hij
zeide dat het noodzakelijk is voor "de mens" om wedergeboren te
worden, teneinde het Koninkrijk Gods in te gaan.
We hebben
niet het recht om aan te nemen dat onze Heer bedoelde dat het alleen voor
een Jood nodig was om wedergeboren te worden teneinde in het Koninkrijk
der Hemelen binnen te gaan, toen Hij zeide, dat het voor een mens
nodig was om wedergeboren te worden, om het Koninkrijk van God binnen te
gaan.
Zou een lezer willen
tegenwerpen, dat onze Heer alleen de Joden op het oog had, omdat Hij in die tijd
alleen tot Joden met het evangelie kwam, en hier een Jood aansprak? Dan moeten
wij vaststellen, dat de discussie van onze Heer met deze prominente Jood, hier
speciaal wordt weergegeven, om te laten zien, dat alle mensen, in alle eeuwen
noodzakelijk moeten weder-, opnieuw-, geboren worden om het Koninkrijk van God
in te gaan.
Een ongelukkige
hoofdstukverdeling heeft dit belangrijke feit verduisterd, want de geschiedenis
van Nicodemus in Joh.3 is slechts een beeld van een belangrijke verklaring,
gemaakt aan het slot van hoofdstuk 2. Wij voegen de twee nu tezamen om het
verband aan te tonen.
"En toen
Hij
(Jezus) te Jerusalem was op
het Pascha, in het feest, geloofden velen in Zijn Naam, daar zij de tekenen
zagen, die Hij deed.
"Maar
Jezus zelf vertrouwde hun Zichzelf niet toe, OMDAT HIJ HEN ALLEN KENDE,
"EN
OMDAT HIJ NIET NODIG HAD, DAT IEMAND VAN DE MENS GETUIGDE, WANT HIJZELF WIST WAT
IN DE MENS WAS.
"EN ER
WAS EEN MENS uit de Farizeen, wiens naam was Nicodemus, een
overste van de Joden;
"Deze kwam 's nachts tot Jezus en zei tot Hem....."
(Joh.2:23-3:2)
Teneinde de algemene
noodzaak van wedergeboorte aan te tonen, koos God deze karaktervolle mens, een
overste van de Joden, leraar van Israel, zeer intellectueel, moreel hoogstaand,
diep religieus, en klaarblijkelijk oprecht in zijn onderzoek betreffende
Christus.
Het moet wel een
indrukwekkend gezicht geweest zijn; een eerwaardige Farizeכr, komend bij een
jongeman (naar het scheen) van 30 jaren, hem aansprekend met "Rabbi",
Hem erkennende, bij het begin al, als "een leraar van God gekomen".
En toch was
deze ייn van degenen waaraan de Heer Zichzelf niet toevertrouwde; een van
degenen die in Hem "geloofde" vanwege Zijn wonderen. Nicodemus zelf
zegt het zo: "Wij weten, dat Gij zijt een leraar van God gekomen; want
niemand kan deze tekenen doen die Gij doet, als God niet met hem is"
(Joh.3:2).
Maar dit redt
een mens niet en zal dit ook nooit doen. En dan daarmee de grond onder Nicodemus'
voeten weghalende, antwoordt de Heer, dat wat hij -en ieder mens - nodig heeft
is: een nieuw leven. Zonder rekening te houden met al zijn intellect,
moraal en godsdienst, moet hij wederom geboren worden, - uit God.
Maar wat nu
met het argument dat de uitdrukking "Opnieuw geboren" niet in de
brieven van Paulus voor komt?
Het antwoord
is ten eerste, dat zwijgende argumenten dikwijls verraderlijk zijn en, op
zichzelf, niets bewijzen. Zelfs wanneer de brieven van Paulus niet verwijzen
naar nieuwe geboorte, blijft de nieuwe geboorte toch een fundamentele noodzaak
om, naar de woorden van onze Here, in het Koninkrijk van God in te gaan. Maar,
ten twede, omdat de juiste term "nieuw geboren" niet in de
brieven van Paulus staat, maar de leer van de nieuwe geboorte er net zo
duidelijk geleerd wordt als in elk ander deel van de Bijbel.
In de eerste
plaats wordt het geleerd door duidelijke betrokkenheid. Zich richtend tot
gelovigen, gebruikt de apostel de woorden nepios: baby, of klein kind, en
huios: volwassen zoon. Hij kijkt bij gelovigen vooral naar geestelijke groei.
Voor alle
zekerheid: positioneel worden alle gelovigen erkend als
volwaardige zonen van God, vanaf het moment dat zij gered zijn; met alle rechten
en privileges van zoonschap (zie Gal.4:1-7). Maar in deze studies behandelen wij
niet fundamenteel de positie; wij hebben te doen met ervaring - de
mededeling van geestelijk leven aan de zondaar, en de vreugde hierover
bij de heilige.
De rechte stand voor God,
die Christus voor alle mensen verwierf, is van geen nut voor de zondaar, totdat
deze wordt geaccepteerd in geloof. Op dezelfde manier worden de positie van het
zoonschap, die de onze is in Christus, en de zegeningen daaraan verbonden, toegeigend
en in blijdschap beleefd, alleen door het geloof. Zo berispt de apostel
de Corinthiers wegens hun vleselijkheid, hen noemende babies die gevoed moeten
worden met melk, omdat zij geen vast voedsel konden verdragen (1Cor.3:1,2) De
joodse gelovigen werden eveneens terechtgewezen, omdat zij nog geestelijke
babies waren, hoewel zij naar de tijd dat zij gered waren, leraren hadden
behoren te zijn (Hebr.5:12-14).
Dienovereenkomstig wordt in
Eph.4:12-15 gezegd, dat God aan de Gemeente apostelen, profeten, herders,
leraars, en evangelisten gaf, "tot volmaking der heiligen...".
"OPDAT
WIJ NIET MEER KINDEREN ZOUDEN ZIJN, DIE ALS DE VLOED BEWOGEN EN OMGEVOERD WORDEN
MET ALLE WIND VAN LEER...."
"MAAR
TERWIJL WIJ DE WAARHEID BETRACHTEN IN LIEFDE, IN ALLES OPGROEIEN TOT
HEM...."
Verder schrijft Paulus in
1Cor.16:13:
"Waakt, staat in het
geloof, houdt (gedraagt) u mannelijk, weest sterk,"
Het is zeker, dat de apostel in deze teksten niet verwijst
naar de kinderlijkheid, de groei en de volwassenheid van de natuurlijke
mens. Hij doelt hier op het nieuwe leven, dat in oorsprong komt van de
Geest.
De woorden mens, zonen,
babies, gebruikt voor het geestelijk leven, veronderstellen duidelijk
geestelijke geboorte. De ervaren mens is op een zeker tijdstip met zijn
bevinding gekomen tot een stand van geestelijke volwassenheid. Daarvףףr was
hij een baby. En dit houdt op zijn beurt in, dat hij werd geboren, want
er was een zeker moment waarop de baby ontstond.
In aanvulling op dit alles
zijn er twee teksten in de brieven van Paulus, die de nieuwe geboorte ons op
positieve wijze leert. De eerste is Rom.8:16,17, waar de apostel het woord teknon
(Gr.): geborene gebruikt.
"De
Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij KINDEREN (GEBORENEN) van God
zijn.
"En
indien wij KINDEREN (GEBORENEN) van God zijn, dan zijn wij ook erfgenamen;
erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus......"
Is er iets dat duidelijker getuigenis draagt van het
feit,dat gelovigen, in de bedeling der genade, opnieuw geboren zijn? Zeker is,
dat wij geen "borelingen" van God worden, door natuurlijke
geboorte.
De andere
tekst is Tit.3:5, waar we lezen:
"heeft
Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken van de rechtvaardigheid, die wij
gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der WEDERGEBOORTE (Gr.palingenesia)
en vernieuwing van de Heilige Geest."
In de 24
versies van het Nieuwe Testament waar wij over beschikken, wordt dit woord palingenesia
weergegeven met regeneratie door 20, met: nieuwe geboorte door 3,
en met wedergeboorte door 1.
Geen enkele van hen echter gaat uit van het oorspronkelijk idee van nieuwe
geboorte.
Tenslotte
willen wij het feit benadrukken dat in de kern van de zaak, de mens,
geboren uit Adam, moet herboren worden, opnieuw verwekt, om gered te zijn. Er
moet een nieuw en ander leven verkregen, en begonnen worden. Het is waar, dat
het leven wat de gelovige ontvangt, Christus' leven - eeuwig leven
- is, zonder begin; dat in Christus de gelovige onmiddellijk beschouwd
wordt als volwassene. Maar dit is een diepere waarheid, die later bezien zal
worden. Geestelijk leven heeft een begin in de ervaring van iedere
gelovige, en de noodzaak hiervan, wordt met evenveel nadruk vermeld in de
brieven van Paulus, als in de opgetekende woorden van Christus op aarde.
Zoals onze Heer bij
Nicodemus de nadruk legde op het feit dat de mens, op zijn best, niet in het
Koninkrijk van God kan ingaan omdat "datgene wat geboren is uit vlees,
vlees is", zo ook zegt Paulus, door de Geest:
"DOCH DIT ZEG IK,
BROEDERS, DAT VLEES EN BLOED HET KONINKRIJK VAN GOD NIET BEERVEN KUNNEN, EN DE
VERGANKELIJKHEID BEERFT DE ONVERGANKELIJKHEID NIET" (1Cor.15:50).*/[i]
Omdat het dus zo is, dat
onze Heer de nieuwe geboorte gedurende Zijn aardse bediening aan Israel leerde,
volgt hier niet uit, dat dit onderwerp alleen op het volk
Israel betrekking had. Wat
onze Heer zei, betrof de gehele mensheid als zodanig, zonder rekening te
houden met ras of tijd.
HOE DE ZONDAAR OPNIEUW GEBOREN KAN WORDEN
De vraag hoe het leven van de Geest in de gelovige wordt verwekt, en hoe
ontvangen,is vanzelfsprekend van fundamentele betekenis voor elk Adam's kind.
Omdat het grote geheimenis, geopenbaard door de verheerlijkte Heer via Paulus,
een verheffing is van de fundamentele leer van de aardse Christus en Zijn
twaalf apostelen over dit onderwerp, wordt dit ook hier weer in geen enkel
opzicht tegengesproken, of ervan afgeweken.
De zondaar wordt nieuw
geboren, en ontvangt het leven van de Geest, als de Geest het Woord in zijn hart
plant, zodat hij het door geloof aanneemt: Jac.1:18: "NAAR ZIJN WIL
HEEFT HIJ ONS GEBAARD DOOR HET WOORD DER WAARHEID...."
ZAAD, MAAR UIT ONVERGANKELIJK ZAAD,
DOOR HET LEVENDE EN EEUWIG BLIJVENDE WOORD VAN GOD." Gal.3:2: "DIT
ALLEEN WIL IK VAN U LEREN; HEBT GIJ DEN GEEST ONTVANGEN UIT DE WERKEN DER WET,
OF UIT DE PREDIKING DES GELOOFS?"
Rom.10:17: ZO IS DAN HET
GELOOF UIT HET GEHOOR, EN HET GEHOOR DOOR HET WOORD VAN GOD."
De zondaar
wordt dus duidelijk opnieuw geboren en ontvangt het leven van de Geest, als hij
Gods Woord gelooft m.b.t. Zijn Zoon en Hem vertrouwt tot zaligheid ofwel
behoudenis: Joh.1:12: "MAAR ZOVELEN HEM AANGENOMEN HEBBEN, HUN HEEFT HIJ
MACHT GEGEVEN KINDEREN VAN GOD TE WORDEN, NAMELIJK DIE IN ZIJN NAAM
GELOVEN."
De apostel
Paulus duidt inderdaad "het leven van Christus " aan als een "wet
des Geestes", wanneer hij zegt: "WANT DE WET DES GEESTES DES LEVENS
IN CHRISTUS JEZUS HEEFT MIJ VRIJGEMAAKT VAN DE WET DER ZONDE EN DES DOODS" (Rom.8:2).
De gelovige
in Christus wordt dus niet alleen gerechtvaardigd voor God, maar ontvangt
bovendien leven, want het is een vaststaande, onveranderbare wet,
dat de Geest leven geeft aan hen, die tot hun redding, in Christus geloven.
Wij zijn dus
nieuw geboren door geloof in het Woord. Als wij het Woord geloven, deelt
de Geest het leven mede. Als we bovendien dan toenemen in kennis en geloof in
het Woord, groeien we naar geestelijke volwassenheid. Dit is het wat in
1Petr.2:2 wordt bedoeld met: "EN ALS NIEUW GEBOREN KINDERKENS, ZIJT ZEER
BEGERIG NAAR DE REDELIJKE ONVERVALSTE MELK, OPDAT GIJ DOOR DEZELVE MOOGT
OPWASSEN."
Dit is het
waarnaar Paulus ook verwijst in Eph.4:14,15, waar hij schrijft: "OPDAT WIJ
NIET MEER KINDEREN ZOUDEN ZIJN, DIE ALS DE VLOED BEWOGEN EN OMGEVOERD WORDEN MET
ALLE WIND VAN LEER..."
"MAAR TERWIJL WIJ DE WAARHEID BETRACHTEN IN LIEFDE,
IN ALLES OPGROEIEN..."
DE NIEUWE GEBOORTE EN DE
OPENBARING AAN PAULUS
Zoals
gezegd, voert de openbaring van Paulus ons tot hogere, glorierijker waarheden
v.w.b. zowel onze positie, als onze ervaring als gelovigen. Inderdaad is de
nieuwe geboorte op zich, als deze thans plaats vindt in de gelovige, direct
verbonden met de heilige doop waardoor, en waarin, Christus, en de gelovige,
ייn gemaakt zijn.
Hoe
werd Christus ייn gemaakt met de mens? Hij werd gedoopt in het
menselijk wezen. Hij kwam niet alleen om met mensen om te gaan.
Hij werd mens. Hoe? Door geboorte in het menselijk wezen.
Geschiedde dit door natuurlijke geboorte? Neen, door bovennatuurlijke
geboorte. Hij werd verwekt door de Heilige Geest. Maar Zijn doop in het
menselijk wezen, eindigde niet met Zijn geboorte en leven op aarde. Hij werd zo
volledig ייn met de mens, dat Hij zelfs de menselijke dood stierf aan het
vloekhout. Hij werd gedoopt in de dood (Luc.12:50) en, zoals wij weten,
in onze dood.
En het is
daar, aan het kruis, dat wij ייn werden met Hem. Op het moment, dat men in
geloof ziet op Golgotha, erkennende: "IK ben de zondaar. Christus
sterft mijn dood", op dat moment wordt hij ייn met Christus;
gedoopt in de gekruisigde, opgestane Heer Zelf (Rom.6:3; Gal.3:26,27), niet
alleen qua positie, gerekend vanuit God, maar daadwerkelijk, door de Geest.
En zo wordt nieuw leven ontvangen. Door natuurlijke geboorte? Neen, door bovennatuurlijke
geboorte.
Hier gaat
het beeld van geboorte over in dat van opstanding, want het leven
dat de Geest mededeelt, is het leven van de opgestane Christus in ons.
Voetnoot: Het is waar, dat de
apostel hier bijzonder strijdt voor de noodzakelijkheid van een nieuw
lichaam, tot physieke toegang tot Gods tegenwoordigheid. Maar dit versterkt
toch niet het argument, dat de mens in zijn natuurlijke staat, ongeschikt is
voor Gods tegenwoordigheid?
|