De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

  H O O F D S T U K   XII

                   GEESTELIJKE  OPWEKKING

              EEN STEEDS TERUGKERENDE BEHOEFTE

                  IN HET CHRISTELIJK LEVEN

Deze regels worden geschreven in een kritieke tijd in de geschiedenis van de wereld, wanneer er veel wordt gezegd en geschreven over opwekking. Vele Christenen bidden om opwekking. Populaire evangelisten doen hun best om dit op gang te brengen. Bekende periodieken, wereldse zowel als religieuze, en zelfs de kranten, spreken er over, waarbij meestal phrasen als, "een opwekking van religie", "een opwekking van religieuze gevoelens" of "een opwekking van religieus geloof" worden gebezigd. Wat ook voor menselijke fouten hierbij ook mogen zijn, elke ware gelovige zal God danken voor de mate, waarin mensen wakker worden voor bovennatuurlijke hulp, om de ernstige problemen op te lossen, waarmee onze generatie wordt geconfronteerd.

               WAT IS GEESTELIJKE OPWEKKING?

Maar wat is nu precies echte geestelijke opwekking? Deze vraag is niet zo eenvoudig te stellen, omdat er zijn die bijna elke opeenvolging van samenkomsten, een opwekking noemen, terwijl anderen opwekking verwarren met de golven van religieuze gevoelens, die periodiek over de massa komen, en weer anderen veronderstellen, dat opwekking een inzameling van zielen is.

Feitelijk is een opwekking een herstel naar vitale  gezondheid. Het is verbonden met leven, niet met de dood. De dood kan niet worden opgewekt, maar wij dienen voedsel en medicijn toe aan hen, die zwak en ziek zijn, teneinde hen  terug te brengen tot vitale gezondheid. Geestelijke opwekking is dus, ziekelijke Christenen tot vitale geestelijke gezondheid brengen.

God "kan" een serie samenkomsten gebruiken om een geestelijke opwekking te verwekken onder Zijn volk, en zulk een opwekking resulteert dikwijls in een oogst van zielen, maar noch de opeenvolging van de samenkomsten, noch de oogst van de zielen op zich, is de opwekking. De opwekking is het geestelijk herstel van gelovigen.

             DE NOODZAAK VAN GEESTELIJKE OPWEKKING

Onder gelovigen persoonlijk, zowel als bij de Kerk in het algemeen, wordt de noodzaak van geestelijke opwekking meestal niet onderkend, totdat buitengewoon lage niveaus van geestelijkheid*/[i] werden bereikt. Feitelijk is echter de noodzaak bijna altijd aanwezig.

Lichamelijk hebben de meesten van ons, minstens drie maal per dag, nodig te worden opgewekt. Honger en zwakte hebben spoedig de overhand, en we voelen de behoefte aan voedsel om onze kracht te vernieuwen. Geestelijk is het niet minder zo, want "de mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord dat door de mond van God uitgaat" (Matt.4:4). Jammer echter te moeten zeggen, dat wij van nature geneigd zijn om ons geestelijk welzijn te verwaarlozen en vervallen in zorgeloosheid en zonde, zo dat herhaaldelijk de noodzaak van geestelijk reveil en vernieuwing, acuut wordt.

             DE OORZAAK VAN GEESTELIJKE TERUGGANG

Velen gevoelen dat gebrek aan gebed, het ontbreken van afgescheiden leven, onverschilligheid tegenover de verlorenen, etc., de werkelijke oorzaken zijn van geestelijke neergang. Dit zijn echter de gevolgen, niet de oorzaken. De oorzaak van geestelijke teruggang vandaag is altijd, ons verlaten van het Woord van God in het algemeen, en van het Woord van God tot ons in het bijzonder. Daar ligt de wortel van onze geestelijke ziekten, hoewel naar verhouding tot nog toe weinigen dit erkennen of bevestigen.

Bij Israכl was verlaten van de wet van Mozes, dat wat haar steeds in moeilijkheden bracht; bij ons is dat, het verlaten van Paulinische waarheid. Want, merk op, zo zeker als de bedeling van de wet werd gegeven aan Mozes, zo zeker werd de bedeling van genade aan Paulus toevertrouwd (Eph.3:1-3), en diegenen die teruggevallen of gegleden zijn, in zijn dagen tot nu toe, zijn dat door verlating van die waarheden, die hem voor ons waren toevertrouwd.

In de brieven van Paulus vinden we beide, het voorkomen en de neiging aan de kant van de gelovigen om het pad van de zegen te verlaten, en Gods vaststelling van de bijzondere oorzaak van de moeilijkheid. In elk geval is de oorzaak, opstand tegen de door God aan de apostel gegeven autoriteit, en verlating van zijn door God gegeven boodschap en programma.

Het was slechts enkele jaren nadat Paulus uitgezonden was met "het evangelie van de genade van God", dat de opstand tegen zijn autoriteit begon. De Galaten rebelleerden. Zij volgden de Judaisten, en vielen in de slavernij van wettisisme. In zijn brief aan hen, gebruikt Paulus twee hele hoofdstukken, om zijn autoriteit weer te bewijzen als "de apostel van de heidenen", om hen op te roepen om zorgvuldig zijn apostelschap te onderzoeken, en hen te waarschuwen voor de gevaren van verlating van zijn door God gegeven boodschap.

Verbijsterd door hun plotselinge afwijking, roept hij uit:

"Ik verwonder mij, dat gij zo haastig afwijkt van hem, die u in de genade van Jezus Christus geroepen heeft, door over te gaan naar een ander evangelie" (Gal.1:6).

       En hij voegt er aan toe:

"Doch al was het ook, dat wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigden, buiten wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt" (V.8).

Hen uitdagend als gevolg van hun rebellie, vraagt hij: "WAARIN ACHTTET GIJ UZELF DAN GELUKKIG? Want ik geef u getuigenis, dat gij zo mogelijk uw ogen zoudt uitgegraven en mij gegeven hebben" (Gal.4:15).

"Maar indien gij elkaar bijt en opeet, zie toe, dat gij door elkaar niet verteerd wordt" (Gal.5:15).

Let wel: de Galatische gelovigen hadden hun gezegend zijn verloren, vanwege hun verlating van God's aangewezen boodschapper en God's aangewezen boodschap aan hen.

Tweemaal beschuldigt de apostel de Galaten van ongehoorzaamheid (Gal.3:1; 5:7). Maar waarom? Zij hadden geprobeerd om meer gehoorzaam te zijn, dan Paulus hen had bevolen. Zij waren bereid zich te onderwerpen aan besnijdenis, door toevoeging aan het programma, dat hij, door openbaring, hen had voorgeschreven. En zij hadden ook de Schrift achter zich voor hun standpunt. Ja, maar niet de Schriften, recht gesneden. Hun terugkeer tot Mozes en de wet, was een verachting van de verdere, door Paulus gegeven, openbaring: "de prediking van het kruis", die juist toen, de Mozaןsche bedeling ten einde bracht. Zelfs de apostelen en oudsten van de Jeruzalem-Gemeente hadden de vrijheid van de wet voor de heidenen erkend, en hadden "geschreven en geconcludeerd dat zij zulke dingen niet zouden nakomen" (Hand.21:25). Daardoor werd gehoorzaamheid aan de wet, ongehoorzaamheid aan de waarheid, en kostte de Galaten hun gezegend zijn, doordat zij teruggebracht werden in een staat, waarin zij elkander bijten en opeten.

De Corinthiכrs rebelleerden ook, en begonnen concurrerende sekten onder elkaar, alsof het een kwestie was van wie er gelijk had: Paulus, Apollos, Cephas of Christus. Op die manier verlieten zij de glorierijke openbaring aan Paulus, en vervielen in vele andere ernstige fouten en zonden. De apostel, in zijn geestelijke autoriteit, daagt hen dan ook uit, en waarschuwt hen voor de gevaren van hun ketterij.

In Klein Aziכ, waar de apostel "gedurende twee jaren" had gewerkt, was het punt ook weer: Paulus en zijn boodschap. In zijn tweede brief aan Timotheus moest Paulus schrijven:

"Gij weet dit, dat allen die in Aziכ zijn, zich van mij afgewend hebben..." (2Tim.1:15).

Dit betekent niet, dat al de geredden in de provincie van Aziכ - en daar waren er velen - nu verloren waren, of  dat zij de Heer niet echt liefhadden. Het betekent eenvoudig, dat zij zich tegen Paulus gekeerd hadden, als degene aan wie de nieuwe bedeling was toevertrouwd, "de bedeling van de genade van God".

Dit zijn maar een paar voorbeelden. Het Bijbels verslag bevat veel meer voorbeelden van geestelijke terugval sinds de opwekking van Paulus. En altijd werd de terugval veroorzaakt, door het verlaten van een of meer van de bijzondere waarheden, door hem geopenbaard: de waarheid van het "ene lichaam" en de sympathie voor elkaar die hiermee verbonden is, of de waarheid van de "ene doop" met zijn dood aan het vlees, en zijn identificatie met Christus in de hemelse gewesten, of, misschien, de waarheid van ons staan in de genade, met het daaruit voortkomende leven voor God, geleefd uit pure dankbaarheid.

         HOE ONS TE VERHEUGEN IN GEESTELIJKE OPWEKKING

Wanneer we het feit erkennen dat de oude Adamitische natuur nog bij ons is, is het eenvoudig te zien waarom de meest godsdienstige onder ons, haast voortdurend  geestelijke opwekking nodig heeft. Want juist door die natuur zijn wij altijd geneigd de gezegende onderwijzingen uit de geschriften van Paulus te vergeten.

Daarom schreef Paulus, door de Geest, aan Timotheus en aan ons: "Houd tot voorbeeld de gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus is" (2Tim.1:13)

Het Woord van God is dan ook van het hoogste belang voor het geestelijk welzijn van iedere gelovige; niet alleen als een verzameling van mooie en hartverwarmende gedachten, maar als de openbaring van Gods plan voor de eeuwen, en speciaal voor ons vandaag, om te bestuderen, te verstaan en te gehoorzamen. Zoals voedsel en medicijn wijselijk aan de zwakke en zieke moet worden bediend, zo moet ook het Woord "recht worden gesneden" worden, om de nodige baat te schenken aan hen, die geestelijk herstel nodig hebben.

Hoe kunnen wij ons verheugen in echte geestelijke opwekking? Kan het worden verkregen door meer gebed of zelfverloochening of belijdenis van zonden? Neen, deze zijn weer de producten, de resultaten, van ware geestelijke opwekking, die begint bij God, niet bij mensen. Zowel bij geestelijke opwekking als bij heropvoeding, gebruikt de Geest het Woord. Daar is het voedsel en de medicijn die God heeft gegeven, om ons op te bouwen tot vitale geestelijke gezondheid.

Misschien zal de lezer zich de geschiedenis herinneren van de opwekking onder Ezra; hoe het Boek werd terug gevonden voor het volk, en hoe Ezra en zijn helpers "lazen...duidelijk, en de zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond bij het lezen" (Neh.8:8). Welk een geestelijke opwekking kwam daardoor! Hoe weende het volk (Neh.8:9) en verheugde zich (Neh.8:9-11), "want zij hadden de woorden verstaan, die men hun had bekend gemaakt"! (Neh.8:12).

Het verstaan van Gods Woord doet altijd Zijn volk geestelijk herleven. Hoor naar de twee te Emmaus, van welke onze Heer juist was heengegaan:

"Was ons hart niet brandende in ons, toen Hij tot ons sprak op de weg, en toen HIJ ONS DE SCHRIFTEN OPENDE?" (Luk.24:32)

En als dit waar was in andere bedelingen, dan toch zeker in deze tegenwoordige bedeling van genade, toen het heerlijke geheim van Gods plan en genade werd geopenbaard. Geen wonder dat Paulus zo ernstig bidt voor de Colossenzen en voor ons allen:

"...DAT GIJ MOOGT VERVULD WORDEN MET DE KENNIS VAN ZIJN WIL, IN ALLE WIJSHEID EN GEESTELIJK VERSTAND;

"OPDAT GIJ DE HEERE WAARDIG MOOGT WANDELEN, OM HEM IN ALLES TE BEHAGEN, TERWIJL GIJ IN ALLE GOEDE WERKEN VRUCHT DRAAGT EN OPGROEIT IN DE KENNIS VAN GOD" (Col.1:9,10).

Geen wonder, dat hij hen herinnert aan zijn waarschuwingen en onderwijzingen, aan zijn werk en strijd en conflict (Col.1:28,29):   "OPDAT HUN HARTEN VERTROOST WORDEN EN ZIJ SAMENGEVOEGD ZIJN IN DE LIEFDE, EN DAT TOT ALLE RIJKDOM VAN DE VOLLE ZEKERHEID VAN HET VERSTAND, TOT KENNIS VAN DE VERBORGENHEID VAN GOD DE VADER, EN VAN CHRISTUS;

"IN WIE AL DE SCHATTEN VAN DE WIJSHEID EN DE KENNIS VERBORGEN ZIJN" (Col.2:2,3).

Als wij inderdaad geestelijk herleefd zouden zijn, en ons zouden verheugen in vitale geestelijke gezondheid. Als het inderdaad ons verlangen is om de Here waardig te wandelen, om vruchtbaar te zijn in alle goed werk. Om toe te nemen in de kennis van God. Dan zouden wij met niet minder tevreden zijn, dan met een duidelijk verstaan van "Zijn wil", en een gedegen kennis van "het geheimenis" zoals dit ons aangeboden wordt in de brieven van Paulus. En als wij de levende en wonderbare waarheden, verbonden aan "het geheimenis" begrijpen, zal het gehele Woord van God, geestelijk rijker, en voedzamer, voor ons zijn.

In deze dagen van geestelijke teruggang, moge God ons een honger naar het Woord geven! Moge het ons sterk verlangen zijn, om Gods Woord te kennen, "zo dat wij het zullen gehoorzamen", want er is blijkbaar geen vreugde zo groot als deze, die in de gelovige komt, door de wetenschap, dat hij in de wil van God is.           


[i].*/Voetnoot: Hier zeggen wij niet "moreel", want gelovigen, die gewetensvol consentieus zijn in morele zaken, en zelfs in hun Christelijke plichten, kunnen niettemin verre van geestelijk zijn.

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011