H O O F D S T U K XI
WARE GEESTELIJKHEID EN GODS WIL VOOR ONS LEVEN
DE KENNIS VAN GODS WIL
"Daarom dat ook wij, van die dag af dat wij het gehoord hebben, niet
ophouden voor u te bidden en te begeren, dat gij moogt vervuld worden met de
kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand" (Col.1:9).
Iedere ware geestelijk gelovige, zal van harte verlangen om Gods wil te
weten en te doen, en als we de bovenstaande tekst neerschrijven, bidden we
opnieuw ernstig voor onze lezers, zoals Paulus deed voor de zijne, dat zij
inderdaad mogen worden vervuld met de kennis van de wil van God, in alle
wijsheid en geestelijk verstand.
Wij moeten er echter op voorbereid zijn, en verwachten, dat "het
hart", dat van nature "bedrieglijk boven alles" is, en "de
vader der leugen", die verschijnt als een "engel des lichts",
beiden klaar staan om, "verleidelijke" vervangingen voor Gods wil, aan
te bieden. Hier kunnen we ons alleen beveiligen, door wat God Zelf zegt over dit
onderwerp.
Het is vooral, omdat gelovigen zo dikwijls falen bij het onderscheiden
van het bereik van Satans werkzaamheden en de bedriegelijkheid van hun
eigen harten, dat zij constant "heen en weer geworpen" worden, niet
zeker ervan, of zij werkelijk wel dan niet in Gods wil zijn.
Want
ייn ding, er komt steeds teveel zelfzucht binnen het verlangen van de
gemiddelde Christen, om Gods wil te onderkennen. De grote meerderheid van
gelovigen, die bovenstaande tekst lezen, denken alleen maar in termen van Gods
wil voor eigen levens en in eigen bijzondere omstandigheden.
Een jonge Christen vraagt: "Wat is Gods
wil voor mijn leven? Zal ik in pastoraat of in de zending gaan? Als het laatste
het geval is, zal ik dan naar China, Afrika of India gaan? Of, wil God mij in
zaken hebben en Zijn werk helpen financieren? Maar omdat de jongeman zo bezig is
met Gods wil voor de details van zijn leven, is hij bedroevend onwetend
omtrent Gods wil, i.c., wat wil Hij dat gedaan wordt. De nadruk
ligt meer op hemzelf, dan op God en Zijn groot plan voor de huidige
bedeling.
Wat
te denken van de soldaat in het leger die voortdurend bezig was met de kleine
dingen van zijn leven, zich afvragend of zijn commanderende officier het wel of
niet zou goedkeuren, maar intussen onverschillig voor de belangrijke onderwerpen
die zijn commanderend officier had uitgestippeld voor de voortgang van de
strijd?
Zij
die waarlijk Gods wil zouden willen kennen, en de wil van God doen, zouden eerst
moeten leren, dat zulke teksten als bovengenoemd, niet slaan op Gods wil in
een gegeven situatie, maar op Gods doel en programma, zoals
geopenbaard aan de Apostel Paulus door de verheerlijkte Heer, en dat Hij ons
terecht verantwoordelijk houdt, om te leren wat dit is.
Bij
de bekering van Paulus zond de Heer Ananias om hem te vertellen:
"De
God van onze vaderen heeft u voorbestemd OM ZIJN WIL TE KENNEN,en de
Rechtvaardige te zien, en de stem uit Zijn mond te horen.
"WANT GIJ ZULT HEM TOT TOT EEN GETUIGE ZIJN BIJ ALLE MENSEN, VAN WAT
GIJ GEZIEN EN GEHOORD HEBT."
(Hand.22:14,15).
Dat de openbaring van Gods wil tot en door
Paulus, meer betekende dan Gods wil omtrent zijn leven is duidelijk uit
Paulus' eigen brieven hierover. We citeren hier verschillende teksten om dit
feit te bevestigen:
"(Christus), Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat
Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige wereld (Gr., eeuw), naar DE WIL VAN
ONZE GOD EN VADER" (Gal.1:4).
"Die ons tevoren bestemd heeft tot aanneming tot kinderen, door
Jezus Christus, in Zichzelf, naar het WELBEHAGEN VAN ZIJN WIL" (Eph.1:5).
"DAAR HIJ ONS BEKEND GEMAAKT HEEFT DE VERBORGENHEID VAN ZIJN WIL,
NAAR ZIJN WELBEHAGEN, DAT HIJ ZICH VOORGENOMEN HAD IN ZICHZELF" (Eph.1:9).
"In Hem, in wie wij ook een erfdeel geworden zijn, wij die
tevoren bestemd waren naar HET VOORNEMEN VAN HEM, DIE ALLE DINGEN WERKT NAAR DE
RAAD VAN ZIJN WIL" (Eph.1:11)
In verband met Gods bekendmaking van "het geheimenis
van Zijn wil", stelt de apostel nadrukkelijk: "Dat Hij mij door
openbaring heeft bekend gemaakt het geheimenis" en noemt dit
geheimenis: "de bedeling van de genade van God" (Eph.3:1-3).
Teksten als Col.1:9, wijzen dan niet op Gods wil in een gegeven situatie,
maar op Zijn lang-verborgen doel en programma, zoals geopenbaard
in de brieven van Paulus. In 't kort kan dit als volgt worden gesteld:
Israכl had de opgestane, verheerlijkte Christus had afgewezen en zich daarmee bij de
heidenen gevoegd in hun opstand tegen God. Toen de zonde tot zijn bepaalde
hoogte was gerezen en alles, profetisch gezien, klaar was voor de uitgieting van
Gods toorn over deze boze wereld, kwam God tussenbeide, redde Paulus, en zond
hem uit met "het evangelie van de genade van God" (Hand.20:24).
"Waar de zonde toenam, daar is de genade veel overvloediger
geweest" (Rom.5:20). "Want God heeft hen allen onder de
ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn" (Rom.11:32).
"En opdat Hij die beiden (Joden en heidenen) met God in ייn lichaam
zou verzoenen door het kruis,
terwijl Hij daardoor de vijandschap gedood heeft" (Eph.2:16). Dit
lichaam dat niet dient te worden verward met het koninkrijk wat op aarde zal
worden gevestigd, geniet een hemelse positie, hemelse zegeningen, en een hemels
vooruitzicht (Phil.3:20; Eph.1:3; Col.1:5)
Dit
is, in oorsprong, de grote boodschap waartoe Paulus werkte en zo gewillig leed,
om die bekend te maken, waartoe hij in gebeden vroeg, om een open mond en open
deuren, om te verkondigen, en open harten om deze te ontvangen (Eph.1:15-23;
6:18,19; Col.4:3).
Indien
de lezer zich afvraagt: Wat is Gods wil in mijn leven?, dan zouden wij onmiddellijk
antwoorden: Gods wil in uw leven is, dat u 2Tim.2:15 gehoorzaamt, om
een klaar verstand en diepe overtuiging te krijgen van Zijn wil in deze
huidige bedeling, en deze dan te gehoorzamen. Dan komen de stukken
natuurlijk op hun juiste plaatsen en krijgen zo hun juiste verhoudingen.
Een
fijne, gelovige jonge Christen sprak eens met de auteur over een verandering die
plaats greep in haar gebedsleven. "Ik was gewoon te bidden", zei ze,
"over zoveel kleine dingen: mijn betrekking, mijn salaris, mijn gezondheid,
en zelfs de kleinste dingen in mijn leven. Nu ontdek ik, dat ik niet veel tijd
besteed aan deze dingen. Oh, toch bidt ik wel altoos over deze wonderbare
boodschap van genade, en dat de Heer mij zal helpen deze eerlijk en klaar over
te brengen!" Wij antwoordden: "Jij zult nog eens generaal worden in
Gods leger!"
Zoals de generaal uiteraard een breder overzicht heeft, en betrokken is
bij belangrijker zaken, dan de soldaat van een lagere rang, zo wordt de gelovige
die voortgaat als "een goed soldaat van Jezus Christus" steeds minder
en minder belast met minder belangrijke levensomstandigheden, en meer en meer
met het grote alles beheersende onderwerp.
De meerderheid van Gods volk schijnt te denken, dat Gods wil zich moet
aanpassen aan hun veranderende ervaring. Wanneer zij dan in de diepste wanhoop
niet weten waarheen, roepen zij tot de Heer om hen Zijn wil te tonen. Als zij op
de bergtop zijn, door roeping wellicht, en zij moeten verder kiezen tussen twee
aantrekkelijke mogelijkheden, vragen zij de Heer opnieuw om hen Zijn wil te
tonen, aldus:
Maar al die tijd laten zij na, om te vragen wat Zijn bedoeling is,
of om te leren hoe zij zouden mogen passen in Zijn plan en doel, dat toch
zo duidelijk voor ons gesteld is in de brieven van Paulus. Dit plan - de wil van
God in deze huidige bedeling - loopt recht als een pijl, en wij moeten onszelf
dan ook hieraan conformeren:
Het
is waar, dat God geןnteresseerd is in wat ook, ons betreffende, en dat
Hij wil dat wij op Hem zien bij elk klein ding waarbij wij hulp of leiding nodig
hebben. Maar laten wij de nadruk leggen waar deze behoort. Als iemand de
wil en het doel van God niet kent, wat heeft het dan voor zin om te vragen, of
hij naar Afrika of China zal gaan om te dienen?
Hij zal net zoveel kwaad als goed doen, waar hij ook gaat. Aan de andere
kant, zal iemand die een verstandig begrip van Gods wil heeft, en erdoor
gegrepen is, weinig gevaar lopen om ongebruikt te blijven in de dienst van de
Heer.
Om
in het middelpunt van Gods wil te zijn, moeten we komen tot kennis en
waardering van het grote geheim, geopenbaard door Paulus voor ons vandaag.
Dit alleen kan ons een echt besef geven van onze plaats in Zijn
plan. Daarbij wordt onze geestelijke ervaring verbreed en evenwichtig.
BIJZONDERE GEVALLEN
Bij het zoeken om Gods wil in de bijzondere
levensomstandigheden vast te stellen, zal de waarlijk geestelijk gelovige,
weinig aandacht geven aan die zaken, die anderen bepalend vinden. Hij zal niet
steunen op "het doorkrijgen van Gods gedachten door gebed", in de hoop
op "inwendig fluisteren" (niet een "stem" maar een
"indruk" zoals een schrijver over "geestelijkheid" het eens
beschreef). Ook zal hij de "beloften-box" niet gebruiken, al was het
alleen al omdat hij God zou beperken tot de bijzondere teksten, die toevallig in
de box aanwezig zijn. Of zijn Bijbel openflappen om, op goed geluk, Gods wil te
leren kennen.
Hij
zal, om zeker te zijn, uitzien naar leiding, in antwoord op gebed. Dit
geschiedt dan, door gebruik te maken van zijn eigen, door God gegeven
mogelijkheden, in het licht van Gods geschreven Woord, en dat Woord recht
gesneden.
God heeft ons handen gegeven om mee te werken, harten om lief te hebben,
en verstand om te gebruiken. En Hij verwacht van ons, dat wij dat zullen doen
tot eer van Zijn heerlijkheid. Aldus zullen wij in elke gegeven situatie, het
gezond verstand, dat Hij ons gegeven heeft, gebruiken in het licht van Zijn
Woord. Er kunnen werkelijk situaties zijn, zo donker, dat we nauwelijks weten
hoe te bidden. Want het blijft waar, dat "wij niet weten wat we moeten
bidden naar behoren". Maar het is juist in dit verband, dat de apostel
uitlegt dat de Heilige Geest, "NAAR DE WIL VAN GOD voor de heiligen
pleit". De meest ernstige problemen behoeven ons geen stap buiten
Gods wil te voeren, daar Hij alle dingen voor ons uitwerkt (zie Rom.8:26-28.
DE ROEPING TOT DIENST
Deze
staat vast, zelfs wanneer het gaat om speciale dienst voor Christus, zij het in
het pastoraat, het zendingsveld, of welke tak van het werk ook.
Het waarlijk geestelijk kind van God zal niet uitzien naar, of steunen op
een indruk makende emotie, als aanwijzing dat God hem tot de bediening geroepen
heeft. Nog minder zal hij een "Macedonisch visioen" verwachten, want
hij zal hebben begrepen, dat de roeping van Paulus naar Macedoniכ, de laatste
van zulke roepingen is geweest in de Schrift, en dat deze behoorden tot de
tekenen van de laatste bedeling.
Ten eerste zijn alle gelovigen geroepen om "de prediking van
Jezus Christus, overeenkomstig de openbaring van het geheimenis", bekend te
maken, en het geschreven Woord van God, en de dringende nood om ons heen,
rechtvaardigen een dwingende roep tot deze bediening.
Niet allen worden echter geroepen om in dezelfde bekwaamheid te dienen.
Sommigen zullen veel meer voor Christus verrichten in zaken, dan dat zij als
herders of zendelingen zouden doen. Hier zijn van belang, de bijzondere
kwaliteiten van de persoon, en de speciale dienst waarvoor zij het meest
geschikt zijn.
Er is geen plaats voor bijgelovigheid in zulke belangrijke zaken. Het is
veel meer voor ieder persoon van belang, om God te vragen. Om licht uit het
Woord, om wijsheid om de noodzaak te zien, de omstandigheden, en objectief zijn
eigen talenten, biddend om een open deur naar dat veld van dienst, waar hij voor
zijn Heer het meeste van dienst kan zijn.
HET BELANG OM
GODS WIL TE BEGRIJPEN
Het
oneindig groot belang om Gods wil te begrijpen, zal wellicht beter worden
ingezien, als we overwegen, dat we nu leven in de spannende tijden, tussen de
oorlogsverklaring van de mens aan God, en Gods oorlogsverklaring aan de mens, zo
dat er geen tijd te verliezen valt om mensen voor Christus te winnen.
Na
Pinksteren voegde Israכl zich bij de heidenen in hun opstand, in plaats van zich
te bekeren. Zij "stellen zich op....tegen de Heer, en tegen Zijn
Gezalfde, zeggende: Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons
werpen" (Ps.2:2,3). Kortom, zij verklaarden God en Zijn Christus de
oorlog (zie ook Hand.4:26,27; 8:1-3). In antwoord daarop zal God "tot
hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn grimmigheid zal Hij hen verschrikken"
(Ps.2:5) en "zal (Zijn) vijanden maken tot een voetbank voor (Zijn)
voeten" (Ps.110:1) en, in ייn woord, zal Hij hen een
tegen-verklaring van oorlog doen (cf. Openb.19:11).
Zoals
we echter gezien hebben, werd het profetisch programma onderbroken, juist toen
het oordeel zou vallen, en de "bedeling van Gods genade" ingevoegd
werd, waarin verzoening wordt aangeboden aan alle mensen in genade, door geloof
in Christus en Zijn verdiensten.
Maar
hoelang zal deze bedeling van Zijn lankmoedigheid duren? Wanneer zal zij worden beכindigd? Geen mens weet dit, want er wordt geen enkele meerdere dag van
uitstel beloofd, noch is er enig specifiek teken gegeven om de tijd aan te
wijzen van de voltrekking. De apostel smeekt dan ook de ongerede, om de genade
Gods niet tevergeefs te ontvangen, en raadt hen: "Ziet, NU is het de
welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!" (2Cor.6:2).
En tot de geredden zegt hij:
"Ziet
dan, hoe gij voorzichtig wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen,
"terwijl gij de tijd uitkoopt, daar de dagen boos zijn.
"DAAROM, WEEST NIET ONVERSTANDIG, MAAR VERSTAAT WAT DE WIL VAN DE
HEERE IS" (Eph.5:15-17).
Hoe zouden wij in het licht van dit alles toch moeten bidden voor onszelf
en onze mede-gelovigen, "dat (wij) mogen vaststaan, volmaakt en volkomen
in de gehele wil van God"! (Col.4:12).
|