De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

   H O O F D S T U K   XI

           WARE GEESTELIJKHEID EN GODS WIL VOOR ONS LEVEN

                     DE KENNIS VAN GODS WIL

         "Daarom dat ook wij, van die dag af dat wij het gehoord hebben, niet ophouden voor u te bidden en te begeren, dat gij moogt vervuld worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand" (Col.1:9).

  Iedere ware geestelijk gelovige, zal van harte verlangen om Gods wil te weten en te doen, en als we de bovenstaande tekst neerschrijven, bidden we opnieuw ernstig voor onze lezers, zoals Paulus deed voor de zijne, dat zij inderdaad mogen worden vervuld met de kennis van de wil van God, in alle wijsheid en geestelijk verstand.

Wij moeten er echter op voorbereid zijn, en verwachten, dat "het hart", dat van nature "bedrieglijk boven alles" is, en "de vader der leugen", die verschijnt als een "engel des lichts", beiden klaar staan om, "verleidelijke" vervangingen voor Gods wil, aan te bieden. Hier kunnen we ons alleen beveiligen, door wat God Zelf zegt over dit onderwerp.

Het is vooral, omdat gelovigen zo dikwijls falen bij het onderscheiden van het bereik van Satans werkzaamheden en de bedriegelijkheid van hun eigen harten, dat zij constant "heen en weer geworpen" worden, niet zeker ervan, of zij werkelijk wel dan niet in Gods wil zijn.

Want ייn ding, er komt steeds teveel zelfzucht binnen het verlangen van de gemiddelde Christen, om Gods wil te onderkennen. De grote meerderheid van gelovigen, die bovenstaande tekst lezen, denken alleen maar in termen van Gods wil voor eigen levens en in eigen bijzondere omstandigheden.

Een jonge Christen vraagt: "Wat is Gods wil voor mijn leven? Zal ik in pastoraat of in de zending gaan? Als het laatste het geval is, zal ik dan naar China, Afrika of India gaan? Of, wil God mij in zaken hebben en Zijn werk helpen financieren? Maar omdat de jongeman zo bezig is met Gods wil voor de details van zijn leven, is hij bedroevend onwetend omtrent Gods wil, i.c., wat wil Hij dat gedaan wordt. De nadruk ligt meer op hemzelf, dan op God en Zijn groot plan voor de huidige bedeling.

Wat te denken van de soldaat in het leger die voortdurend bezig was met de kleine dingen van zijn leven, zich afvragend of zijn commanderende officier het wel of niet zou goedkeuren, maar intussen onverschillig voor de belangrijke onderwerpen die zijn commanderend officier had uitgestippeld voor de voortgang van de strijd?

Zij die waarlijk Gods wil zouden willen kennen, en de wil van God doen, zouden eerst moeten leren, dat zulke teksten als bovengenoemd, niet slaan op Gods wil in een gegeven situatie, maar op Gods doel en programma, zoals geopenbaard aan de Apostel Paulus door de verheerlijkte Heer, en dat Hij ons terecht verantwoordelijk houdt, om te leren wat dit is.

Bij de bekering van Paulus zond de Heer Ananias om hem te vertellen:

"De God van onze vaderen heeft u voorbestemd OM ZIJN WIL TE KENNEN,en de Rechtvaardige te zien, en de stem uit Zijn mond te horen.

"WANT GIJ ZULT HEM TOT TOT EEN GETUIGE ZIJN BIJ ALLE MENSEN, VAN WAT GIJ GEZIEN EN GEHOORD HEBT." (Hand.22:14,15).

Dat de openbaring van Gods wil tot en door Paulus, meer betekende dan Gods wil omtrent zijn leven is duidelijk uit Paulus' eigen brieven hierover. We citeren hier verschillende teksten om dit feit te bevestigen:

"(Christus), Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige wereld (Gr., eeuw), naar DE WIL VAN ONZE GOD EN VADER" (Gal.1:4).

"Die ons tevoren bestemd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelf, naar het WELBEHAGEN VAN ZIJN WIL" (Eph.1:5).

"DAAR HIJ ONS BEKEND GEMAAKT HEEFT DE VERBORGENHEID VAN ZIJN WIL, NAAR ZIJN WELBEHAGEN, DAT HIJ ZICH VOORGENOMEN HAD IN ZICHZELF" (Eph.1:9).

"In Hem, in wie wij ook een erfdeel geworden zijn, wij die tevoren bestemd waren naar HET VOORNEMEN VAN HEM, DIE ALLE DINGEN WERKT NAAR DE RAAD VAN ZIJN WIL" (Eph.1:11)

In verband met Gods bekendmaking van "het geheimenis van Zijn wil", stelt de apostel nadrukkelijk: "Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt het geheimenis" en noemt dit geheimenis: "de bedeling van de genade van God" (Eph.3:1-3).

Teksten als Col.1:9, wijzen dan niet op Gods wil in een gegeven situatie, maar op Zijn lang-verborgen doel en programma, zoals geopenbaard in de brieven van Paulus. In 't kort kan dit als volgt worden gesteld:

Israכl had de opgestane, verheerlijkte Christus had afgewezen en zich daarmee bij de heidenen gevoegd in hun opstand tegen God. Toen de zonde tot zijn bepaalde hoogte was gerezen en alles, profetisch gezien, klaar was voor de uitgieting van Gods toorn over deze boze wereld, kwam God tussenbeide, redde Paulus, en zond hem uit met "het evangelie van de genade van God" (Hand.20:24). "Waar de zonde toenam, daar is de genade veel overvloediger geweest" (Rom.5:20). "Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn" (Rom.11:32). "En opdat Hij die beiden (Joden en heidenen) met God in ייn lichaam zou verzoenen door het  kruis, terwijl Hij daardoor de vijandschap gedood heeft" (Eph.2:16). Dit lichaam dat niet dient te worden verward met het koninkrijk wat op aarde zal worden gevestigd, geniet een hemelse positie, hemelse zegeningen, en een hemels vooruitzicht (Phil.3:20; Eph.1:3; Col.1:5)

  Dit is, in oorsprong, de grote boodschap waartoe Paulus werkte en zo gewillig leed, om die bekend te maken, waartoe hij in gebeden vroeg, om een open mond en open deuren, om te verkondigen, en open harten om deze te ontvangen (Eph.1:15-23; 6:18,19; Col.4:3).

Indien de lezer zich afvraagt: Wat is Gods wil in mijn leven?, dan zouden wij onmiddellijk antwoorden: Gods wil in uw leven is, dat u 2Tim.2:15 gehoorzaamt, om een klaar verstand en diepe overtuiging te krijgen van Zijn wil in deze huidige bedeling, en deze dan te gehoorzamen. Dan komen de stukken natuurlijk op hun juiste plaatsen en krijgen zo hun juiste verhoudingen.

Een fijne, gelovige jonge Christen sprak eens met de auteur over een verandering die plaats greep in haar gebedsleven. "Ik was gewoon te bidden", zei ze, "over zoveel kleine dingen: mijn betrekking, mijn salaris, mijn gezondheid, en zelfs de kleinste dingen in mijn leven. Nu ontdek ik, dat ik niet veel tijd besteed aan deze dingen. Oh, toch bidt ik wel altoos over deze wonderbare boodschap van genade, en dat de Heer mij zal helpen deze eerlijk en klaar over te brengen!" Wij antwoordden: "Jij zult nog eens generaal worden in Gods leger!"

Zoals de generaal uiteraard een breder overzicht heeft, en betrokken is bij belangrijker zaken, dan de soldaat van een lagere rang, zo wordt de gelovige die voortgaat als "een goed soldaat van Jezus Christus" steeds minder en minder belast met minder belangrijke levensomstandigheden, en meer en meer met het grote alles beheersende onderwerp.

De meerderheid van Gods volk schijnt te denken, dat Gods wil zich moet aanpassen aan hun veranderende ervaring. Wanneer zij dan in de diepste wanhoop niet weten waarheen, roepen zij tot de Heer om hen Zijn wil te tonen. Als zij op de bergtop zijn, door roeping wellicht, en zij moeten verder kiezen tussen twee aantrekkelijke mogelijkheden, vragen zij de Heer opnieuw om hen Zijn wil te tonen, aldus:

Maar al die tijd laten zij na, om te vragen wat Zijn bedoeling is, of om te leren hoe zij zouden mogen passen in Zijn plan en doel, dat toch zo duidelijk voor ons gesteld is in de brieven van Paulus. Dit plan - de wil van God in deze huidige bedeling - loopt recht als een pijl, en wij moeten onszelf dan ook hieraan conformeren:

Het is waar, dat God geןnteresseerd is in wat ook, ons betreffende, en dat Hij wil dat wij op Hem zien bij elk klein ding waarbij wij hulp of leiding nodig hebben. Maar laten wij de nadruk leggen waar deze behoort. Als iemand de wil en het doel van God niet kent, wat heeft het dan voor zin om te vragen, of hij naar Afrika of China zal gaan om te dienen?     Hij zal net zoveel kwaad als goed doen, waar hij ook gaat. Aan de andere kant, zal iemand die een verstandig begrip van Gods wil heeft, en erdoor gegrepen is, weinig gevaar lopen om ongebruikt te blijven in de dienst van de Heer.

Om in het middelpunt van Gods wil te zijn, moeten we komen tot kennis en waardering van het grote geheim, geopenbaard door Paulus voor ons vandaag. Dit alleen kan ons een echt besef geven van onze plaats in Zijn plan. Daarbij wordt onze geestelijke ervaring verbreed en evenwichtig.

                      BIJZONDERE GEVALLEN

Bij het zoeken om Gods wil in de bijzondere levensomstandigheden vast te stellen, zal de waarlijk geestelijk gelovige, weinig aandacht geven aan die zaken, die anderen bepalend vinden. Hij zal niet steunen op "het doorkrijgen van Gods gedachten door gebed", in de hoop op "inwendig fluisteren" (niet een "stem" maar een "indruk" zoals een schrijver over "geestelijkheid" het eens beschreef). Ook zal hij de "beloften-box" niet gebruiken, al was het alleen al omdat hij God zou beperken tot de bijzondere teksten, die toevallig in de box aanwezig zijn. Of zijn Bijbel openflappen om, op goed geluk, Gods wil te leren kennen.

Hij zal, om zeker te zijn, uitzien naar leiding, in antwoord op gebed. Dit geschiedt dan, door gebruik te maken van zijn eigen, door God gegeven mogelijkheden, in het licht van Gods geschreven Woord, en dat Woord recht gesneden.

God heeft ons handen gegeven om mee te werken, harten om lief te hebben, en verstand om te gebruiken. En Hij verwacht van ons, dat wij dat zullen doen tot eer van Zijn heerlijkheid. Aldus zullen wij in elke gegeven situatie, het gezond verstand, dat Hij ons gegeven heeft, gebruiken in het licht van Zijn Woord. Er kunnen werkelijk situaties zijn, zo donker, dat we nauwelijks weten hoe te bidden. Want het blijft waar, dat "wij niet weten wat we moeten bidden naar behoren". Maar het is juist in dit verband, dat de apostel uitlegt dat de Heilige Geest, "NAAR DE WIL VAN GOD voor de heiligen pleit".  De meest ernstige problemen behoeven ons geen stap buiten Gods wil te voeren, daar Hij alle dingen voor ons uitwerkt (zie Rom.8:26-28.

                    DE ROEPING TOT DIENST

Deze staat vast, zelfs wanneer het gaat om speciale dienst voor Christus, zij het in het pastoraat, het zendingsveld, of welke tak van het werk ook.

Het waarlijk geestelijk kind van God zal niet uitzien naar, of steunen op een indruk makende emotie, als aanwijzing dat God hem tot de bediening geroepen heeft. Nog minder zal hij een "Macedonisch visioen" verwachten, want hij zal hebben begrepen, dat de roeping van Paulus naar Macedoniכ, de laatste van zulke roepingen is geweest in de Schrift, en dat deze behoorden tot de tekenen van de laatste bedeling.

Ten eerste zijn alle gelovigen geroepen om "de prediking van Jezus Christus, overeenkomstig de openbaring van het geheimenis", bekend te maken, en het geschreven Woord van God, en de dringende nood om ons heen, rechtvaardigen een dwingende roep tot deze bediening.

Niet allen worden echter geroepen om in dezelfde bekwaamheid te dienen. Sommigen zullen veel meer voor Christus verrichten in zaken, dan dat zij als herders of zendelingen zouden doen. Hier zijn van belang, de bijzondere kwaliteiten van de persoon, en de speciale dienst waarvoor zij het meest geschikt zijn.

Er is geen plaats voor bijgelovigheid in zulke belangrijke zaken. Het is veel meer voor ieder persoon van belang, om God te vragen. Om licht uit het Woord, om wijsheid om de noodzaak te zien, de omstandigheden, en objectief zijn eigen talenten, biddend om een open deur naar dat veld van dienst, waar hij voor zijn Heer het meeste van dienst kan zijn.

                        HET BELANG OM

                  GODS WIL TE BEGRIJPEN

Het oneindig groot belang om Gods wil te begrijpen, zal wellicht beter worden ingezien, als we overwegen, dat we nu leven in de spannende tijden, tussen de oorlogsverklaring van de mens aan God, en Gods oorlogsverklaring aan de mens, zo dat er geen tijd te verliezen valt om mensen voor Christus te winnen.

Na Pinksteren voegde Israכl zich bij de heidenen in hun opstand, in plaats van zich te bekeren. Zij "stellen zich op....tegen de Heer, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende: Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen" (Ps.2:2,3). Kortom, zij verklaarden God en Zijn Christus de oorlog (zie ook Hand.4:26,27; 8:1-3). In antwoord daarop zal God "tot hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn grimmigheid zal Hij hen verschrikken" (Ps.2:5) en "zal (Zijn) vijanden maken tot een voetbank voor (Zijn) voeten" (Ps.110:1) en, in ייn woord, zal Hij hen een tegen-verklaring van oorlog doen (cf. Openb.19:11).

Zoals we echter gezien hebben, werd het profetisch programma onderbroken, juist toen het oordeel zou vallen, en de "bedeling van Gods genade" ingevoegd werd, waarin verzoening wordt aangeboden aan alle mensen in genade, door geloof in Christus en Zijn verdiensten.

Maar hoelang zal deze bedeling van Zijn lankmoedigheid duren? Wanneer zal zij worden beכindigd? Geen mens weet dit, want er wordt geen enkele meerdere dag van uitstel beloofd, noch is er enig specifiek teken gegeven om de tijd aan te wijzen van de voltrekking. De apostel smeekt dan ook de ongerede, om de genade Gods niet tevergeefs te ontvangen, en raadt hen: "Ziet, NU is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!" (2Cor.6:2). En tot de geredden zegt hij:

"Ziet dan, hoe gij voorzichtig wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen,

"terwijl gij de tijd uitkoopt, daar de dagen boos zijn.

"DAAROM, WEEST NIET ONVERSTANDIG, MAAR VERSTAAT WAT DE WIL VAN DE HEERE IS" (Eph.5:15-17).

Hoe zouden wij in het licht van dit alles toch moeten bidden voor onszelf en onze mede-gelovigen, "dat (wij) mogen vaststaan, volmaakt en volkomen in de gehele wil van God"! (Col.4:12).

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011