De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

H O O F D S T U K   X

               WARE GEESTELIJKHEID EN GEBED

              HET GEBEDSLEVEN VAN DE CHRISTEN

Gebed tot God moet, zonder meer, grote betekenis houden voor hen die waarlijk geestelijk willen zijn. Omdat Gods Woord tot ons, altijd op de eerste plaats komt, moet gebed zeker de twede plaats hebben; wij dienen zeer zeker Gods Woord te onderzoeken, onder gebed om verstand en bereidheid om te gehoorzamen.

                DE BELANGRIJKHEID VAN GEBED

De Schriften sporen Gods volk aan om te bidden, en in de brieven van Paulus vinden we meer oorzaak, meer reden, en groter aansporing dan ooit, om te bidden - te bidden "altijd", "in alles", "zonder ophouden". Het voorbeeld van onze Heer en van Zijn apostelen - in het bijzonder van Paulus - is een oproep tot gebed. Elke nood, elk verlangen, elk harteleed, is een roep tot gebed. Elke verzoeking, elke nederlaag - ja, elke overwinning is een roep tot gebed.

En toch is zelfs bidden, of zelfs veel tijd in gebed besteden, op zichzelf geen blijk van ware geestelijkheid. Vele vleselijke Christenen, nog "babies in Christus", en zelfs vele geredde mensen, besteden veel tijd in gebed. Maar de ware geestelijke gelovige zal de Apostel Paulus beamen, als hij zegt: "Ik zal met de geest bidden, maar ik zal ook met het verstand bidden" (1Cor.14:15). "Met de geest", ernstig, vurig, voor God uitgieten, mijn aanbidding, mijn smekingen, en mijn danken. En "ook met het verstand", intelligent, met duidelijk verstaan wat de Schriften, recht gesneden, zeggen omtrent Gods wil en Zijn voorzieningen voor mijn gebedsleven in deze bedeling van genade.

                   VERKEERD GEBRUIK VAN GEBED

Het grote misbruik van gebed in onze dagen, is een klare aanwijzing dat bij velen het bidden "met verstand" ontbreekt.

                     GEBEDEN VAN ONGEREDDEN

Duizenden ongeredde mensen denken dat gebed een kracht op zichzelf is. Zij zeggen: "Ik geloof in gebed" of "Ik geloof niet in gebed". Zij proberen het. Als zij krijgen waarvoor zij baden, zeggen ze; "Het werkt. Ik heb het geprobeerd". Als het niet lukt om te krijgen wat zij vragen, zeggen ze: "Het is allemaal nonsens, ik heb nooit gekregen waarvoor ik gebeden heb". Andere duizenden, die nooit in Christus vertrouwd hebben voor hun redding, gaan maar door met bidden, in sommige gevallen dikwijls en ernstig, met het idee, dat het op de een of andere manier, te eniger tijd, zou mogen helpen. Maar dit is alles puur bijgeloof, geen echt geloof. Het berust niet op heilige openbaring, maar op menselijke verbeelding. Het ontspringt niet uit Gods Woord, maar uit de wil van de mens.

De Schriften maken het overvloedig duidelijk, dat zij die Christus afwijzen, geen enkele aanspraak op God hebben. Hij is op geen enkele manier verplicht hun gebeden te horen.*/[i]

Onze Heer zei tot Zijn discipelen:   "...Ik ben de Weg, de Waarheid, en het Leven; NIEMAND KOMT TOT DE VADER DAN DOOR MIJ" (Joh.14:6)

       In Heb.10:19,20, wordt ons bericht, dat "broeders" hebben:  "...vrijmoedigheid om in te gaan in het heiligdom DOOR HET BLOED VAN JEZUS,

       "OP EEN VERSE EN LEVENDE WEG, DIE HIJ ONS INGEWIJD HEEFT DOOR HET VOORHANGSEL, DAT IS DOOR ZIJN VLEES."

       En het is in het bijzonder tot "het volk van God", dat kan rusten in het volbrachte werk van Christus (Hebr.4:9,10), dat de apostel zegt:

       "LATEN WIJ DAN MET VRIJMOEDIGHEID TOEGAAN TOT DE TROON VAN DE GENADE..." (Hebr.4:16).

       Overeenkomstig zowel Rom.5:2 als Eph.2:18 is het door Christus, dat wij toegang hebben tot de Vader. Hoe kan degene die Christus afwijst, verwachten te worden gehoord?

       Het is verder o m d a t gelovigen zonen van God zijn, dat zij een rechtmatige aanspraak hebben op Hem als Vader.

       "...gij hebt ontvangen de Geest van aanneming tot kinderen (zoonschap), door Wie wij roepen: Abba, Vader!" (Rom.8:15).

       "EN AANGEZIEN GIJ KINDEREN (ZONEN) ZIJT, HEEFT GOD DE GEEST VAN ZIJN ZOON UITGEZONDEN IN UW HARTEN, DIE ROEPT: ABBA, VADER!" (Gal.4:6).

       Los van dit alles, zijn de gebeden van de ongeredden onwezenlijk, want het is zeker onwezenlijk om God aan te spreken in gebed, terwijl Hij nog onbekend is, en Zijn Woord betwijfeld wordt. Het is alleen als Hij bekend is, geliefd wordt, en vertrouwd, dat gebed wezenlijk wordt.

       Waar gebed is een blijk van redding. Saulus van Tarsus had veel gebeden tot God geofferd als religieuze Jood, maar het was niet eerder dan na zijn bekering, dat de Heer zei: "Zie, hij bidt" (Hand.9:11).

              MISBRUIK VAN GEBED DOOR DE GEREDDE

 Maar onzuiver gebruik van gebed is niet beperkt tot ongeredden alleen. Bij velen van Gods volk ontbreekt het acceptabel bidden. Zij brengen hun wensen naar voren, en bidden ernstig, dat God hen zal leiden; doch hierbij steeds bepalend, dat Hij zal leiden, overeenkomstig hun verlangens, zelfs wanneer het tegengesteld is aan Zijn geopenbaarde wil. Als zij dan met het geschreven Woord worden geconfronteerd, zeggen zij: "Maar ik heb er veel over gebeden". Zij dagen zelfs God uit, zoals de jonge vrouw, die zichzelf rechtvaardigde om een ongerechte huwelijksverbintenis aan te gaan, door te zeggen: "Ik vroeg de Heer, dat als dit niet Zijn wil was, het op een of andere wijze te verhinderen" Zulk misbruik van gebed is erger dan bijgeloof; het is heiligschennis, want de jonge vrouw had moeten weten - en "wist" klaarblijkelijk - dat het geschreven Woord reeds had veroordeeld wat zij wilde, waarover zij bad, en zij verkreeg.

  Dan is er ook veel bijgeloof onder Gods volk wat betreft het bidden. Hoe spoedig voelen veel gelovigen "zich geleid" om te zoeken naar "innerlijke beweegredenen" of luisteren naar die "stille kleine stem" in antwoord op hun gebeden! Zij zeggen: "De Heer vertelde mij" dit of dat, of "De Geest fluisterde mij in", of "ik hoorde Hem zeggen". Wanneer zulke opmerkingen worden gemaakt aan deze schrijver, informeert hij gewoonlijk verder naar details en ervaart dan onveranderlijk, dat er in't geheel geen stem werd gehoord, maar dat de spreker alleen een gevoel of indruk had, op een of andere mystieke wijze, en dat dan een aanwijzing van de Heer zou zijn.

       God spreekt werkelijk tot ons door Zijn Woord, juist wanneer een incident of omstandigheid de nadruk legt op de waarheid van Zijn Woord. Maar met het volledige Woord in ons bezit, spreekt Hij niet langer tot ons door visioenen of door stille zachte stemmen. De onderwezen gelovige dient ervoor op te passen, niet te steunen op "innerlijke aanmoedigingen", wel wetende dat van nature "het hart arglistig is boven alles" (Jer.17:9).

       Ook worden dikwijls door echte gelovigen, verkeerde aanspraken op gebed gemaakt. Door teksten uit hun verband te halen, en toe te passen op willekeurige mensen, in de onjuiste bedeling, zullen sommige predikers zeggen: "Vraag, en het zal u gegeven worden....want ieder die vraagt, ontvangt" (Matth.7:7,8). En dan volgen kwalificaties, die het gezicht redden: Als je vraagt in geloof, overeenkomstig Gods wil, voor Zijn glorie, en zonde niet verbergt in uw hart! "Al wat gij in het gebed zult begeren in het geloof, zult gij ontvangen" (Matth.21:22). Maar - !" Wij zullen het verder over deze misbruiken hebben, bij het probleem van het onbeantwoorde gebed.

 

                      HERHALEN VAN GEBEDEN

 

       Een van de meest onbijbelse en ongeestelijke misbruiken van gebed, is het herhalen van door anderen opgestelde gebeden. Vele leden van zowel Protestantse als Katholieke kerken, ja, vele ernstige gelovigen, herhalen telkens weer gebeden, die voor hen zijn voorbereid om te reciteren. De meesten van hen hebben er een praktijk van gemaakt, om het zogenaamde "Gebed des Heren", genomen uit de Evangelie-verslagen, te herhalen.

       Klaarblijkelijk hebben al deze millioenen Christenen het feit over het hoofd gezien, dat het was in die tijd, toen de discipelen onze Heer vroegen om hen te leren, hoe te bidden (Luc.11:1), dat Hij zei: "Gij dan bidt ALDUS (op deze wijze, a.v.) Matt.6:9). Bovendien sprak Hij, voorafgaand aan deze woorden, de specifieke invoeging:

       "EN ALS GIJ BIDT, GEBRUIKT DAN GEEN OMHAAL VAN WOORDEN ZOALS DE HEIDENEN, WANT ZIJ MENEN DAT ZIJ DOOR HUN VEELHEID VAN WOORDEN ZULLEN VERHOORD WORDEN. WORDT HUN DAN NIET GELIJK..." (Matth.6:7,8).

       Niettemin wordt Rooms Katholieken werkelijk geleerd om "tien Ave Marias" "drie Onze Vaders", etc. te zeggen, alsof alleen al het herhalen van een gebed, dit meer effectief maakt, met het resultaat, dat de meeste Katholieken en zelfs hun priesters, hun gebeden op zangerige wijze, of afgeraffeld herhalen, alsof ze in 't geheel geen betekenis hadden. Op dezelfde wijze wordt aan leden van verschillende Protestante denominaties geleerd, om gebeden uit gebedenboeken te lezen, - niet om ze te bestuderen als voorbeelden van acceptabel gebed, of om te reciteren zoals men een gedicht of een stuk proza reciteert, maar om ze aan te bieden als hun eigen gebeden. Zo worden dezelfde gebeden, telkens en telkens herhaald.

       Zowel Protestanten als Katholieken doen veel aan herhaling van "het gebed des Heren". Zij herhalen het persoonlijk en allen tegelijk, in moeiten en verdriet, bij ziekte en dood, in storm en droogte, in oorlog en rampen, bij de maaltijd, met weinig of geen gedachte aan de eigenlijke inhoud.

       Stel u voor het gebed: "Geef ons heden ons dagelijks brood" bij een begrafenisdienst! Stel u voor het gebed: "Uw Koninkrijk kome" aan een ziekbed, of in een storm op zee! En toch wordt dit telkens weer plechtig gesproken binnen het Christendom. In grote kerkdiensten wordt geregeld het gebed gemeenschappelijk gebeden - en dit terwijl het een feit is, dat onze Heer juist bij dit gebed, de herhaling van gebeden "ijdel" noemde en Zijn discipelen voorschreef de heidenen in deze praktijken niet te volgen.*/[ii]

       Welk een verschil bestaat er tussen bidden en opzeggen van gebeden! Geen echt geestelijk mens zal dit laatste doen.

 

                     HET DOEL VAN GEBED

 

       Soms wordt de vraag gesteld: Indien Gods wil en doel onveranderlijk zijn, waarom dan gebed? Het antwoord is heel eenvoudig: Omdat het heilig doel, wat elk antwoord op gebed moet bereiken , het gebed zelf is. Het is genoeg dat Hij, "Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil" (Eph.1:11), Zijn volk uitnodigt en bemoedigt, om te "komen met vrijmoedigheid tot de troon van genade", en om "hun begeerten bekend te laten worden bij God" (Hebr.4:16; Phil.4:6).

       Maar gebed is niet zomaar een verzoek, zoals velen menen. Het is ייn aspect van actieve gemeenschap met God, (meditatie over het Woord is een andere), en bevat aanbidding, dankzegging en belijden, zowel als smeking. Hyde schrijft in zijn boek Gods opvoeding van de mens, Pp.154,155): "Gebed is de communicatie van twee willen, waarin de eindige in verbinding komt met de Oneindige, en net als een trolleybus, zich zijn kracht en doel toeeigent"

       Wij hebben een voorbeeld hiervan in het verslag van het gebed van onze Here in Gethsemane, want omdat Hij niet is te  classificeren met eindige mensen, legde Hij Zijn Heerlijkheid af, werd "een dienstknecht" (Phil.2:7), en "leerde gehoorzaamheid" (Hebr.5:8; Phil.2:8). Op deze plaats van onderwerping, bad Hij uiteindelijke en ernstige gebeden tot Zijn Vader, maar sloot Zijn gebed met de woorden: "Doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede" (Luk.22:42), met het resultaat, dat Hij werd "gesterkt" voor het gericht dat Hij tegemoet zag (vers 43).

       Het gebed is dus niet slechts een middel om "dingen van God te bekomen", maar een God-bepaald middel van gemeenschap met Hem, en elk acceptabel gebed zal de smeking bevatten - even ernstig verlangd als de rest - : "Doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede".

       Maar dit roept een probleem op, met betrekking tot zekere passages in de Bijbel, die schijnen aan te tonen, dat wat gij ook bidt in waar geloof, zal worden verhoord.

 

              HET PROBLEEM VAN ONVERHOORD GEBED

 

       Wat nu met zulke duidelijke passages als de volgende:

       "EN AL WAT GIJ IN HET GEBED ZULT BEGEREN IN HET GELOOF, ZULT GIJ ONTVANGEN" (Matt.21:22).

       "NOGMAALS ZEG IK U: INDIEN ER TWEE VAN U OVEREENSTEMMEN OP DE AARDE OVER ENIGE ZAAK DIE ZIJ ZOUDEN BEGEREN, HET HUN GEBEUREN ZAL VAN MIJN VADER DIE IN DE HEMELEN IS" (Matt.18:19).

       Dit zijn merkwaardige beloften. Denk er eens goed over na. "Alle dingen - wat ook, ge in gebed gelovig zult vragen"! "Als twee van u overeenstemmen op aarde over enige zaak (wat ook) die zij begeren, het zal hun gebeuren..."!

       Hoeveel oprechte Christenen zijn bemoedigd door deze verzen, om lichamelijke genezing te verwachten, dagelijks werk, bevrijding van verzoeking, en oplossingen van problemen, in antwoord op hun gebeden! Maar wie kan ontkennen dat vele godsdienstige mensen, die deze beloften hebben geclaimd in eenvoudig geloof, ook diep teleurgesteld zijn bij de ontdekking, dat hun gebeden onbeantwoord bleven? Zulke ervaringen hebben dikwijls diepere lidtekens achtergelaten in de levens van ernstige gelovigen, dan hun medemensen waarnemen.

       Hoe kunnen we dit schijnbaar falen van Gods zijde om Zijn Woord te houden, verklaren?

       Het antwoord is fundamenteel een zaak van bedeling. Want omdat het waar is, dat zonde door de vingers zien, zelfzuchtige motieven, ongeloof, etc. meestal tellen bij onverhoorde gebeden, is het ook waar, dat zulke beloften als die eerder werden aangehaald, niet in de eerste plaats voor ons werden gegeven, en wij geen recht hebben ze te claimen.

       Voordat de lezer nu dit boek geergerd terzijde legt, zouden wij willen aandringen om ייn simpel feit in aanmerking te nemen: dat de "wat ook"-beloften slechts in een klein deel van de Bijbel zijn te vinden: n.l. dat gedeelte, wat handelt over de aardse bediening van onze Here (hoewel er in de Hebreeuws-Christelijke epistels op wordt gezinspeeld). Nimmer in het Oude Testament, noch in de brieven van Paulus, zullen we vinden, dat "alle dingen, welke gij ook in gebed, gelovend zult vragen, gij ontvangen zult".

       Waarom is dit zo? Eenvoudig omdat deze beloften te maken hadden met de vestiging van Christus' Koninkrijk op aarde. In de dagen, waarin dat koninkrijk zal aanbreken, zullen de gelovigen, net als met Pinksteren, op bovennatuurlijke wijze worden begeleid door de Heilige Geest,*/[iii] Die zal hen leiden om Zijn wil te doen (Jer.31:31-34; Ezech.36:26,27; Ps.110:3). Dan zullen hun gebeden door de Geest worden geinspireerd. De evenementen die er dan zullen zijn, zijn verbonden met de regering van onze Heer. Hij verkondigde deze, als deeluitmakend van "het evangelie van het koninkrijk". Verder moeten wij er aan denken, dat de inbreng van de huidige bedeling, toen "een geheimenis was...verborgen in God", en dat het koninkrijk toen werd geproclameerd als "nabij" (Matt.4:17).*/[iv]

       Voordat we dit onderwerp beeindigen, moeten we de andere redenen voor onverhoord gebed, waar reeds naar verwezen werd, behandelen. Hier zijn bepaalde grondprincipes bij, die noodzakelijk blijven, in elke bedeling.

       De Psalmist zegt terecht: "Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Here zou niet gehoord hebben" (Ps.66:18). Zonde bewaard in het hart, kan niet anders, dan de gemeenschap tussen God en de gelovige, verhinderen. Het is daarom altijd waar, dat "het...gebed van de rechtvaardige veel vermag" (Jac.5:16).

       Op dezelfde wijze verhindert een geest van ongeloof, in welke bedeling ook, antwoord op gebed (Jac.1:5-7). Alsook zelfzuchtige motieven: "Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten (eigen verlangens) doorbrengen zoudt" (Jac.4:3).

       Een effectief gebedsleven moet danook gebaseerd zijn op een verstandelijk begrijpen van Gods Woord, en een leven in gemeenschap met Hem.

 

             HET BIDDEN IN DE BRIEVEN VAN PAULUS

 

       Het goddelijk gebedsprogramma heeft tot aan Paulus, door de eeuwen heen, meerdere, belangrijke,  historische, of door bedelingen bepaalde, veranderingen ondergaan. Bij voorbeeld, de dood, opstanding, en hemelvaart van Christus, beinvloedden het beduidend. Het was met het oog op Zijn hemelvaart, dat Hij zei:

       "Tot nog toe hebt gij niet gebeden in Mijn Naam; bidt,  en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zal zijn" (Joh.16:24).

       Omdat deze verklaring juist werd gegeven met het oog op het komende koninkrijk, was het vanaf deze tijd, dat zij begonnen met te bidden tot de Vader, in Christus' naam. Het huidige gebed dient te worden gericht tot de Vader, in de naam van de Zoon en "in de Heilige Geest" (Joh.16:24; Eph.3:14; 6:18).

       Het gebed in Israel, was veelmeer gebaseerd op een verbondsbetrekking met God, terwijl gebed in het Lichaam van Christus, uitsluitend is gebaseerd op Gods genade door het werk en de verdiensten van Christus.

       Door genade hebben wij, leden van het Lichaam van Christus, een inniger relatie tot God, dan Israel van ouds had. Terwijl het Israels roeping was om Gods naam groot te maken op aarde, is onze positie in de hemelse gewesten, aan de rechterhand van God (Eph.1:3; 2:4-6; Phil.3:20). Terwijl Satan en zijn boze geesten willen voorkomen dat wij deze positie bevindelijk (Eph.6:10-17) zouden innemen, hebben wij het recht deze te bezetten, en worden we vermaand dat ook te doen (Col.3:1,2). Wij zijn dus positioneel gezeten in de hemelse gewesten, terwijl wij "daadwerkelijk toegang hebben, door geloof, in deze genade waarin wij staan" (Rom.5:2).

       "Want door Hem hebben wij beiden de toegang door ייn Geest tot de Vader" (Eph.2:18).

       Verder was voor Israel, het "gouden altaar" voor de "troon van genade", waar God in barmhartigheid Zijn falend volk ontmoette, maar voor ons, de leden van Christus' Lichaam, zegt Paulus, door de Geest:

       "Laten wij dan met vrijmoedigheid toegaan tot de TROON VAN DE GENADE, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en GENADE VINDEN OM GEHOLPEN TE WORDEN OP DE JUISTE TIJD" (Hebr.4:16).

       Zou, wat betreft het ontvangen van wat wij ook vragen, zelfs in geloof, dit goed voor ons zijn in "deze tegenwoordige boze eeuw"?  Het wonderbare feit is echter, dat we veel meer dan dit hebben, onder genade.

       In Rom.8:26 lezen wij, wat wij in onze harten dikwijls moeten bekennen waar te zijn:

       "...WIJ WETEN NIET WAT WIJ BIDDEN ZULLEN ZOALS HET BEHOORT...."

       Maar de apostel haast zich om uit te leggen, dat de Geest voor ons tussenbeide komt, overeenkomstig Gods wil, en voegt dan toe:

       "EN WIJ WETEN DAT HUN DIE GOD LIEFHEBBEN, ALLE DINGEN MEEWERKEN TEN GOEDE, NAMELIJK HUN DIE NAAR ZIJN VOORNEMEN GEROEPEN ZIJN" (Rom.8:28).

       Ja, "want wij weten dat de hele schepping tesamen zucht, en tesamen als in barensnood is tot nu toe. En niet alleen zij, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf, zeg ik, zuchten in onszelf, in de verwachting van...de verlossing van ons lichaam" (Rom.8:22,23). Maar weinig gelovigen schatten dit feit naar waarde, dat de Heilige Geest met ons mee zucht in onze huidige staat. Hij sympathiseert ten diepste, en "bidt voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen" (Rom.8:26). Zo komt God ons te hulp, door Zijn Geest.

       Gelovigen mogen, in de duisternis van deze tijd, niet ontvangen wat ze ook maar vragen, maar:

       "GOD IS MACHTIG ALLE GENADE OVERVLOEDIG TE DOEN ZIJN IN U; OPDAT GIJ IN ALLES TE ALLEN TIJDE, VAN ALLES VOLDOENDE VOORZIEN, TOT ALLE GOED WERK OVERVLOEDIG MOOGT ZIJN" (2Cor.8:9).

       Al mogen wij dan niet alles ontvangen wat wij vragen, toch mogen we, door Zijn genade, zoveel meer hebben dan dit, dat de apostel, bij het opsommen ervan, uitbreekt in een lofprijzing:

       "HEM NU, DIE MACHTIG IS MEER DAN OVERVLOEDIG TE DOEN, BOVEN AL WAT WIJ BIDDEN OF DENKEN, NAAR DE KRACHT DIE IN ONS WERKT,

       "HEM, ZIJ DE HEERLIJKHEID IN DE GEMEENTE, DOOR CHRISTUS JEZUS, IN ALLE GESLACHTEN, TOT ALLE EEUWIGHEID. AMEN"  (Eph.3:20,21).

       In het licht van dit alles wordt de hoogste uiting van geloof vandaag, gevonden in de woorden van Paulus in Phil.4:6,7:

       "WEEST IN GEEN DING BEZORGD;

       "MAAR LAAT UW BEGEERTEN BIJ ALLES,

       "DOOR BIDDEN EN SMEKEN,

       "MET DANKZEGGING,

       "BEKEND WORDEN BIJ GOD,

       "EN...."

       En wat?

       En "wat gij ook, gelovend, vraagt in gebed, zult gij ontvangen"?

       NEEN!!

       "...EN DE VREDE VAN GOD, DIE ALLE VERSTAND TE BOVEN GAAT, ZAL UW HARTEN EN UW GEDACHTEN BEWAREN IN CHRISTUS JEZUS."

       Hier is overvloedig bewijs, dat God niet doof is voor de roep van Zijn kinderen in deze tijd. Hij dringt er bij hen op aan, om hun gehele hart voor Hem uit te storten. "Vertel Mij alles, zegt Hij, "en weest in geen ding bezorgd, want Ik zal het alles voor je ten goede uitwerken."

       Tenslotte bemoedigen de brieven van Paulus aan de leden van Christus Lichaam ons om:

       1. Oprecht te bidden, "met een waarachtig hart" (Heb.10:22).

       2. Vurig te bidden, "in de geest" (1Cor.14:15).

       3. Intelligent te bidden, "ook met verstand" (1Cor.14:15).

       4. Onze gebeden te ondersteunen met toegewijd leven, "met opheffing van heilige handen" (1Tim.2:8).

       5. Te bidden met vertrouwen, "vrijmoedig" (Heb.4:16).           6. Te bidden met "volle verzekering des geloofs", wetende dat Hij alles ten goede zal uitwerken (Heb.10:22).

       7. Te bidden voor alle nood, "in alles" (Phil.4:6).

       8. Te bidden onmiddellijk, als de nood ontstaat, "instantelijk in gebed" (Rom.12:12, K.J.V.).

       9. Te bidden "met dankzegging" (Phil.4:6).

       10. Volhardend te bidden "zonder ophouden", "altijd" (Eph.6:18; 1Thes.5:17). 



[i].*/Voetnoot: Hiermee wordt niet ontkend, dat God in Zijn souvereiniteit zal antwoorden op de gebeden van de ongeredde, wanneer Hij dat verkiest. Schrijver betuigt slechts, dat de ongeredde geen aanspraak heeft op Gods horen.

[ii].*/Voetnoot: Wij erkennen uiteraard dat dit gebed in alle opzichten subliem en perfect is. Maar als geheel, kan het niet juist worden toegepast in de veranderde omstandigheden van de huidige bedeling. Zie het boekje van de schrijver: The Lord's Prayer and the Lord's People Today.

[iii].*/Voetnoot: Zie Hand.2:4, en het boek van de auteur: The Believer's Walk in This Present Age.

[iv].*/Voetnoot: Het is niet de bedoeling om hier het gebed, uitsluitend vanuit het standpunt van de bedelingen, ter discussie te stellen. Een uitgebreider beschouwing van dit onderwerp, kan worden gevonden in de brochure: Onverhoord Gebed.

 

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011