HOOFDSTUK I
HET
TWEELEDIG DOEL VAN DE
VLEESWORDING
DE
VLEESWORDING EN PROFETIE
Een
huwelijk in Judea
Geloof en hoop waren vervlogen.
Er waren veel hoopgevende beloften gedaan over een komende Messias, ja, maar
wat was ervan terechtgekomen?
De profeten, de één na de ander, hadden
geprofeteerd van de Messias en de glorie van Zijn koninkrijk, maar het was nu
bijna vierhonderd jaar geleden dat de stem van de laatste was uitgestorven en
nog was er geen enkele aanwijzing dat al deze beloften dichter bij hun
vervulling waren gekomen.
Toen geschiedde er op zekere dag iets merkwaardigs in het
land Judea. Er was een bruiloft, waarbij een Judese priester, genaamd
Zacharias, trouwde met een vrouw, genaamd Elizabeth.
Een opvallende combinatie van namen was dit, want
Zacharias betekent "Jahweh herinnert Zich", terwijl "Elizabeth"
betekent "God zweert". Voortaan werd bij het noemen van de namen van
de Judese priester en zijn bruid telkens gesteld, dat God had gezworen en dat
Hij niet zou vergeten.
Voor gelovige harten waren Zacharias en Elizabeth levende
herinneringen aan een feit, juist toen, ondersteund door een indrukwekkend
teken, dat God getrouw is en Zijn beloften houdt.
Zacharias en Elizabeth waren een Goddelijk paar en hun
merkwaardige koppeling zal hen wel bemoedigd hebben tot groter geloof en in het
bijzonder tot de hoop, dat door hen de vervulling van Gods beloften zou worden
bevorderd. (zie Lukas 1:6,13)
Als dat zo was, dan werd hun geloof ook beproefd, want
zoals Israël lang gewacht had op de verschijning van de Messias, zo moest dit
paar lang en ogenschijnlijk tevergeefs wachten op de baby waarvoor zij zo
ernstig hadden gebeden. Zij "hadden geen kind, omdat Elizabeth
onvruchtbaar was, en zij beiden ver op hun dagen gekomen waren." (Lukas
1:7)
Toen gebeurde er nog een merkwaardig ding dat bewees dat
het huwelijk van Zacharias en Elizabeth meer dan een toeval was. Toen Zacharias
op zekere dag een reukoffer bracht in de tempel, verscheen hem de engel Gabriël
met de aankondiging dat zijn vrouw hem een zoon zou baren, een zoon die niemand
minder zou zijn dan de voorloper van de Messias.
Dit was voor Zacharias teveel om te geloven, ondanks de
verschijning van een engel.
"En Zacharias zeide tot de engel: Waarbij zal ik dat
weten? Want ik ben oud, en mijn vrouw is ver op haar dagen gekomen. En de engel
antwoordde en zei tot hem: Ik ben Gabriël, die voor God sta, en ben
uitgezonden, om tot u te spreken, en u deze dingen te verkondigen. En zie, gij
zult zwijgen, en niet kunnen spreken, tot op de dag dat deze dingen geschieden
zullen zijn; daarom, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die vervuld zullen
worden op hun tijd. En het volk was wachtende op Zacharias, en waren verwonderd
dat hij zo lang vertoefde in de tempel. En toen hij uitkwam, kon hij tot hen
niet spreken; en zij bekenden, dat hij een gezicht in de tempel gezien had. En
hij wenkte hun toe en bleef stom." (Lukas
1:18-22).
DE GEBOORTE VAN JOHANNES DE DOPER
Na een bepaalde tijd werd de baby geboren. "En
Zacharias, zijn vader, werd vervuld met de Heilige Geest, en profeteerde
zeggende: Geloofd zij de Heere, de God Israëls,
want Hij heeft bezocht, en verlossing teweeggebracht voor Zijn volk; En heeft
een hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht.
Gelijk Hij gesproken heeft door de mond van Zijn heilige profeten, die van het
begin der wereld geweest zijn; Namelijk een verlossing van onze vijanden, en van
de hand van al degenen die ons haten; Opdat Hij barmhartigheid deed aan onze
vaderen, en gedachtig ware aan Zijn heilig verbond; En aan de eed, die Hij
Abraham, onze vader, gezworen heeft, om ons te geven, Dat wij, verlost zijnde
uit de hand van onze vijanden, Hem zouden dienen zonder vrees. In heiligheid en
gerechtigheid voor Hem, al de dagen van ons leven. En gij, kindeke, zult een
profeet van de Allerhoogste genaamd worden; want gij zult voor het aangezicht
des Heren heengaan, om Zijn wegen te bereiden;" (Lukas 1:67-76).
PROFETISCHE BETEKENIS
VAN
DE VLEESWORDING
In deze geïnspireerde uiting somde Zacharias precies op
wat de Oud Testamentische profeten hadden voorspeld over de betekenis van de
komst van de Messias. Zowel Zoon van David als Zoon van God, kwam Hij om Zijn
volk Israël te verlossen en Gods grote verbond met Abraham te vervullen,
Israël te zegenen en haar een zegen te maken voor de wereld.
Het is opmerkelijk dat behalve de naam van Christus, twee andere namen hier
uitdrukkelijk worden genoemd, David en Abraham. Zij worden hier niet
slechts zo maar genoemd. Deze twee namen zijn zo innig verbonden met de komst
van de Messias en Zijn koninkrijk, dat de woorden uit het Nieuwe Testament
luiden:
"Het boek van het geslacht van JEZUS CHRISTUS, de
Zoon van David, de Zoon van Abraham."
(Matthes 1:1)
De reden
hiervan is, dat het koningschap was beloofd aan het zaad van David, en het land
aan het zaad van Abraham en teneinde de erfenis voor Israël te lossen, moest
Christus de Zoon zijn van beiden. (zie II Samuël 7:12-16, Genesis 15:18)
Het zal
verder duidelijk zijn dat alles hier te maken heeft met de aardeniet met de
hemel.
Overeenkomstig
de profetie, zou Gods volk Israël
worden vergaderd in hun beloofde land (Ezechiël 37:14,21), en verhoogd
worden boven de natieën (Jesaja 2:1-2) met de Messias als hun Koning (Zefanja
3:15). En door hen zouden alle natieën van de aarde gezegend worden. (Zacharia
8:13, Maleachi 3:12)
De profeten hadden helemaal niets gezegd over Christus,
die Zijn volk naar de hemel zou leiden. Zij hadden Zijn komst naar de aarde
voorspeld, om over hen te regeren. Jesaja had gezegd: "Ziet, de maagd
zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Emmanuël;
dat is, overgezet zijnde: GOD MET ONS." (Matthes 1:23)
Ook Jeremia had Hem beschreven als de Man Gods die de
aarde zal regeren:
"Ziet, de dagen komen, spreekt de Here, dat Ik aan
David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren,
en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen OP DE AARDE. In Zijn dagen
zal Juda verlost worden, en Israël zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn,
waarmee men Hem zal noemen: DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID." (Jeremia 23:5,6)
Waarlijk, de hemelse Koning en het hemels koninkrijk zijn
sindsdien afgewezen en de vervulling van het profetisch programma werd
uitgesteld, omdat God het geheim van Zijn doel en genade ontvouwt, maar laat ons
niet waarheden uit de brief aan Efeziërs proberen te vinden in het boek Jeremia
of zelfs in het Evangelie naar Matthes, want dan vermengen we profetie met
geheimenis (nl. datgene wat voorzegd is met dat wat verborgen gehouden werd).
De Zoon van God is gekomen, overeenkomstig de profetie,
als de Zoon van David en van Abraham, teneinde te regeren in glorie over Israël
en de wereld. Zijn slagen, ontvangen voor de overtredingen van Zijn volk (Jesaja
53:8), Zijn wegdragen van de zonde van de wereld (Johannes 1:29), Zijn
vermorzeling van de kop van de slang (Genesis 3:15), maakt allemaal deel uit van
dit grote profetische doel.
Daarom zei de engel tot Maria: "....en God, de
Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven." (Lukas 1:32)
Daarom verkondigden de engelen: "Ere zij God in de hoogste hemelen, en
vrede OP AARDE, in de mensen een welbehagen." (Lukas 2:14).
Daarom zei de Heer Zelf: "Zalig zijn de
zachtmoedigen, want zij zullen HET AARDRIJK beërven." (Matthes 5:5)
Daarom leerde Hij Zijn discipelen bidden: "Uw
Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op DE
AARDE." (Matthes 6:10) Daarom beloofde Hij de twaalven: "...dat
gij ook zult zitten op twaalf tronen OORDELENDE DE TWAALF GESLACHTEN ISRAELS."
(Matthes 19:28).
Daarom bewoog God Pilatus om boven de Gekruisigde te
schrijven: "DEZE IS JEZUS, DE KONING DER JODEN." (Matthes
27:37)
Daarom gaf Petrus, door de Heilige Geest, deze raad aan
degenen die Christus afwezen:
"BEKEERT U...OPDAT DE TIJDEN DER VERKWIKKING ZULLEN
GEKOMEN ZIJN VAN HET AANGEZICHT DES HEEREN; EN HIJ GEZONDEN ZAL HEBBEN JEZUS
CHRISTUS, DIE U TEVOREN GEPREDIKT IS;"
(Handelingen 3:19,20).
DE
VLEESWORDING EN HET GEHEIMENIS
Alleen nadat wij onze Bijbels openen bij de brieven van
Paulus, vinden wij een ander en groter doel in de vleeswording van Christus -
een doel dat geheim gehouden is sinds de grondlegging der wereld.
Dat God de Zoon één zou worden met het menselijk ras
was op zichzelf uiteraard geen geheim. De profeten hadden dit, zoals we gezien
hebben, voorspeld. Maar de profetische betekenis van de vleeswording was dat de
Zoon van God eindeloos zou regeren over Israël en vrede en heil zou brengen aan
de wereld. Het verborgen plan van God heeft met de afwijzing door de
wereld van Christus te maken, en werd alleen bekend toen Israël in verzet kwam
tegen haar verrezen en verheerlijkte Messias.
Om dit te begrijpen moeten wij eerst zien hoe volledig
onze Heer werd geïndentificeerd met het menselijk ras.
ZIJN
DOOP IN MENSELIJKHEID
"HET WOORD WERD VLEES....". (Johannes 1:14)
"EN BUITEN ALLE TWIJFEL, DE
VERBORGENHEID DER GODZALIGHEID IS GROOT: GOD IS GEOPENBAARD IN HET
VLEES..."
(I Timothes 3:16). "WANT WAARLIJK, HIJ NEEMT DE
ENGELEN NIET AAN, MAAR HIJ NEEMT HET ZAAD VAN ABRAHAM AAN." (Hebreeën
2:16)
Ziet Hem! -
God de Zoon, Schepper van alles, geboren als een kleine baby tijdens de regering
van een grote Romeinse keizer.
De mens was in het begin gemaakt naar Gods gelijkenis,
maar was gevallen door de zonde. Nu komt de Zoon van God neder "in de
gelijkenis van zondig vlees". Let wel: slechts in de gelijkenis van
zondig vlees. Zoals de mens eens gemaakt werd in de gelijkenis van God, zo
werd God nu gemaakt in de gelijkenis van de mens -uitgezonderd de zonde. Hij
nam geen deel aan de menselijke ongerechtigheden, maar hij nam deel aan hun zwakheden.
Hij was werkelijk mens. Een heel boek in de Bijbel, het Evangelie
naar Lukas, de geliefde geneesheer, werd geschreven om dit wonderbare feit
uiteen te zetten.
De doop van onze Heer met water, maakte deel uit van Zijn
volledige identificatie met de mens. Waterdoop was de zichtbare uitdrukking
van de roep van de psalmist: "WAS MIJ WEL VAN MIJN ONGERECHTIGHEID, EN
REINIG MIJ VAN MIJN ZONDE. WANT IK KEN MIJN OVERTREDINGEN, EN MIJN ZONDE IS
STEEDS VOOR MIJ." (Psalm 51:4,5)
Daarom lezen we in Markus 1:4 dat Johannes "DE DOOP
VAN BEKERING VOOR DE VERGEVING VAN ZONDEN" preekte. En daarom werd de
menigte "gedoopt door hem in de Jordaan, BELIJDENDE HUN ZONDEN." (Matthes
3:6)
Maar wat betekent dan dit?: "Toen kwam Jezus van
Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om gedoopt te worden." (Matthes
3:13)
Moest Hij zonden bekennen? Was het voor Hem nodig te
worden gereinigd? Zeker niet. Hoor hoe Johannes protesteert: "Mij is
nodig door U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?" (Matthes 3:14)
Waarom kwam Hij om gedoopt te worden? Zijn eigen antwoord zal het verklaren: "WANT
ALDUS BETAAMT ONS ALLE GERECHTIGHEID TE VERVULLEN." (Matthes 3:15)
Aldus had Jesaja geprofeteerd, "Hij werd gerekend
onder de overtreders". Meer dan dat: zoals Paulus later leerde, door de
Heilige Geest, werd Hij ééngemaakt met de overtreders. Daar kwam Hij
als een schuldige zondaar naar het doopwater - komende in onze plaats.
En daarbij bleef het niet. Zie Hem staan voor
Kajafas en Pilatus, de Joodse en heidense rechters, beschuldigd van zonden die
Hij nooit gedaan had. "EN DE HOGEPRIESTER, OPSTAANDE ZEIDE TOT HEM:
ANTWOORDT GIJ NIETS? WAT GETUIGEN DEZEN TEGEN U? DOCH JEZUS ZWEEG STIL.." (Matthes
26:62,63).
"TOEN ZEIDE PILATUS TOT HEM: HOORT GIJ NIET, HOEVELE
ZAKEN ZIJ TEGEN U GETUIGEN? MAAR HIJ ANTWOORDDE HEM NIET OP EEN EEN ENIG WOORD,
ALZO DAT DE STADHOUDER ZICH ZEER VERWONDERDE." (Matthes 27:13,14)
Waarom stond Hij daar zo zwijgend? Waarom antwoordde Hij
Zijn beschuldigers niet? Ah, Hij kon niet antwoorden. Hij stond daar
schuldig en veroordeeld, omdat Hij daar stond in onze plaats. Indien zij
Hem die dag hadden beschuldigd van elke zonde die u en ik ooit hadden begaan,
dan zou Hij toch nog gezwegen hebben, want de Schepper was één geworden met
Zijn gevallen schepsels om de schuld voor al hun zonden op Zich te nemen. Het
was onderdeel van Zijn doop in het mensdom. En dit was niet alles.
ZIJN DOOP IN ONZE DOOD
Enige tijd nadat Hij was gedoopt met water zei Hij:
"Maar Ik moet met een doop gedoopt worden; en
hoe wordt Ik geperst, totdat het volbracht is!" (Lukas 12:50)
Hij verwees uiteraard naar Zijn dood aan het kruis,
want in Markus 10:38 lezen we dat Hij aan twee van Zijn discipelen vraagt, "Kunt
gij...met de doop gedoopt worden waarmee Ik gedoopt word?"
Hij kon niet één van ons worden in ons zondigen (want
anders zou Hij niet betaald kunnen hebben voor onze zonden) maar dat was ook
niet nodig om volledig met ons geïdentificeerd te worden. Onze zonden zijn
slechts de vrucht - de uiterlijke kenmerken. Maar Hij werd zonde voor
ons (II Korinthe 5:21). Hij kwam om te worden gedoopt door Johannes, stond
voor Jood en heiden (die Hij kon hebben veroordeeld!) als een schuldig iemand en
werd tenslotte genageld aan het kruis om te sterven als een misdadiger door
foltering en in schande. Zo identificeerde Hij Zich volledig met de zondige
mensheid.
ONZE
DOOP IN CHRISTUS
De vollere, diepere betekenis van de identificatie
van onze Heer met de mens wordt ons uitgelegd door de apostel Paulus, aan wie
het geheimenis van Gods plan en genade werd geopenbaard.
De Zoon van
God werd de Zoon des mensen opdat de mensenzonen zouden kunnen worden de zonen
van God. Hij nam deel aan de mensheid opdat wij eeuwig en onafscheidelijk met
Hem zouden worden verenigd. "WANT GIJ ZIJT ALLEN KINDEREN GODS DOOR HET
GELOOF IN CHRISTUS JEZUS. WANT ZOVELEN GIJ IN CHRISTUS GEDOOPT ZIJT, HEBT GIJ
CHRISTUS AANGEDAAN." (Galaten 3:26,27)
Hoe teleurstellend is het om te ontdekken dat
zovelen van Gods volk "water" aan dit vers hebben ingevoegd en zo de
strekking van het kostbare vers missen. Zij veronderstellen dat met de hier
beschreven doop, de waterdoop bedoeld wordt. Toch getuigt het vers zelf
dat de doop in Christus wordt geëffectueerd door geloof, niet water, en
dat daardoor Christus wordt aangedaan.
Net zo zeker als Christus één werd met de zondaar, zo
zeker wordt de zondaar die gelooft, één met Christus. "Want wij
zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente." (Efeze
5:30) Maar hoe werd dit tot stand gebracht?
ONZE DOOP IN ZIJN DOOD
"OF WEET GIJ NIET, DAT ZOVELEN WIJ IN JEZUS
CHRISTUS GEDOOPT ZIJN, WIJ IN ZIJN DOOD GEDOOPT ZIJN? (Romeinen 6:3) "Want de bezoldiging van de zonde
is de dood." (Romeinen 6:23) "...en de zonde voleindigd zijnde
baart de dood." (Jakobus 1:15). Zondigde Christus? Neen, maar Hij
stierf. Wiens dood stierf Hij dan? Zeker niet Zijn eigen dood, maar de Uwe en
de mijne. Als we dit zien en het accepteren door geloof; wanneer we
bekennen met Paulus, "Hij heeft mij liefgehad en Zich voor mij
overgegeven," wanneer wij roepen, "Here Jezus, die dood was niet Uw
plicht, maar de Mijne," verzegelt de Heilige Geest de
transactie, en worden wij geïdentificeerd met Christus; gedoopt in
Zijn dood; gedoopt in Hemzelf.
Het kruis is
altijd het ontmoetingspunt. Wanneer wij Zijn dood als de onze erkennen,
als de straf voor onze zonden, dan zijn wij gedoopt, door geloof, in Zijn
dood, en zo in Christus Zelf. Niet eerder dan dat wij in geloof gezien hebben
naar Golgotha, kunnen we zeggen met Paulus, "IK BEN MET CHRISTUS
GEKRUISIGD".
EEN
OPMERKELIJKE OVEREENKOMST
Hoe
werd de
Zoon van God, de Zoon des mensen? Hoe werd Hij in de mensheid gedoopt? Op
deze vraag kunnen we alleen antwoorden, dat Hij werd geboren uit de maagd
Maria, door de Heilige Geest. (Lukas 1:35) Hij werd niet verkregen door de wil
van een man, maar door de wil van God. En dit geldt ook voor onze doop in
Christus. Dit is evenzo uitsluitend het werk van de Heilige Geest. Wij zijn
verkregen van omhoog, door Gods genade en kracht ("Wie in Christus is is
een nieuwe schepping" 2 Korinthe 5:17).
De vleeswording vindt dan haar duplicaat in onze identificatie
met de gezegende Zoon van God. Hij kwam werkelijk als de Zoon des mensen om te
zitten op de troon van David en vrede en zegen aan de wereld te brengen, maar
God heeft een speciale zegen voorbehouden voor hen die nu op Hem vertrouwen, in
deze tijd van Zijn afwijzing, - een zegen die niet mogelijk zou zijn als de Heer
niet één met ons geworden was door de vleeswording. Tot de eenvoudigste
gelovige in "deze tegenwoordige boze tijd" komt de hoge eer van een
plaats in Christus, ter rechterhand van de Vader toe. Door genade is hij "aangenomen
in de Geliefde" en "volkomen in Hem."
"...doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen
onderworpen zijn; Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een
weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat
Hij door de genade Gods voor allen de dood smaken zou." (Hebreeën 2:8,9).
Ja, geliefde lezer, ook voor U; opdat u moogt zijn
"gekruisigd met Christus" (Galaten 2:20), "begraven met
Hem" (Kolossensen 2:12), "mede levend gemaakt met Hem"
(Kolossensen 2:13), "met Hem opgewekt" (Kolossensen 2:12), "mede
een plaats gegeven in de hemelse gewesten" (Efeze 2:6), en "gezegend
met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus."
(Efeze 1:3).
|