De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

         HOOFDSTUK I

HET TWEELEDIG DOEL VAN DE VLEESWORDING

DE VLEESWORDING EN PROFETIE

Een huwelijk in Judea

Geloof en hoop waren vervlogen.

  Er waren veel hoopgevende beloften gedaan over een komende Messias, ja, maar wat was ervan terechtgekomen?

 De profeten, de één na de ander, hadden geprofeteerd van de Messias en de glorie van Zijn koninkrijk, maar het was nu bijna vierhonderd jaar geleden dat de stem van de laatste was uitgestorven en nog was er geen enkele aanwijzing dat al deze beloften dichter bij hun vervulling waren gekomen.

Toen geschiedde er op zekere dag iets merkwaardigs in het land Judea. Er was een bruiloft, waarbij een Judese priester, genaamd Zacharias, trouwde met een vrouw, genaamd Elizabeth.

Een opvallende combinatie van namen was dit, want Zacharias betekent "Jahweh herinnert Zich", terwijl "Elizabeth" betekent "God zweert". Voortaan werd bij het noemen van de namen van de Judese priester en zijn bruid telkens gesteld, dat God had gezworen en dat Hij niet zou vergeten.

Voor gelovige harten waren Zacharias en Elizabeth levende herinneringen aan een feit, juist toen, ondersteund door een indrukwekkend teken, dat God getrouw is en Zijn beloften houdt.

 

Zacharias en Elizabeth waren een Goddelijk paar en hun merkwaardige koppeling zal hen wel bemoedigd hebben tot groter geloof en in het bijzonder tot de hoop, dat door hen de vervulling van Gods beloften zou worden bevorderd. (zie Lukas 1:6,13)

Als dat zo was, dan werd hun geloof ook beproefd, want zoals Israël lang gewacht had op de verschijning van de Messi­as, zo moest dit paar lang en ogenschijnlijk tevergeefs wach­ten op de baby waarvoor zij zo ernstig hadden gebeden. Zij "hadden geen kind, omdat Elizabeth onvruchtbaar was, en zij beiden ver op hun dagen gekomen waren." (Lukas 1:7)

Toen gebeurde er nog een merkwaardig ding dat bewees dat het huwelijk van Zacharias en Elizabeth meer dan een toeval was. Toen Zacharias op zekere dag een reukoffer bracht in de tempel, verscheen hem de engel Gabriël met de aankondiging dat zijn vrouw hem een zoon zou baren, een zoon die niemand minder zou zijn dan de voorloper van de Messias.

Dit was voor Zacharias teveel om te geloven, ondanks de verschijning van een engel.

"En Zacharias zeide tot de engel: Waarbij zal ik dat weten? Want ik ben oud, en mijn vrouw is ver op haar dagen gekomen. En de engel antwoordde en zei tot hem: Ik ben Gabriël, die voor God sta, en ben uitgezonden, om tot u te spreken, en u deze dingen te verkondigen. En zie, gij zult zwijgen, en niet kunnen spreken, tot op de dag dat deze dingen geschieden zullen zijn; daarom, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die vervuld zullen worden op hun tijd. En het volk was wachtende op Zacharias, en waren verwonderd dat hij zo lang vertoefde in de tempel. En toen hij uitkwam, kon hij tot hen niet spreken; en zij bekenden, dat hij een gezicht in de tempel gezien had. En hij wenkte hun toe en bleef stom." (Lukas 1:18-22).

DE GEBOORTE VAN JOHANNES DE DOPER

Na een bepaalde tijd werd de baby geboren. "En Zacharias, zijn vader, werd vervuld met de Heilige Geest, en profeteerde zeggende: Geloofd zij de Heere, de God  Israëls, want Hij heeft bezocht, en verlossing teweeggebracht voor Zijn volk; En heeft een hoorn der zaligheid ons opge­richt, in het huis van David, Zijn knecht. Gelijk Hij gespro­ken heeft door de mond van Zijn heilige profeten, die van het begin der wereld geweest zijn; Namelijk een verlossing van onze vijanden, en van de hand van al degenen die ons haten; Opdat Hij barmhar­tigheid deed aan onze vaderen, en gedachtig ware aan Zijn heilig verbond; En aan de eed, die Hij Abraham, onze vader, gezworen heeft, om ons te geven, Dat wij, verlost zijnde uit de hand van onze vijanden, Hem zouden dienen zonder vrees. In heiligheid en gerechtigheid voor Hem, al de dagen van ons leven. En gij, kindeke, zult een profeet van de Aller­hoogste genaamd worden; want gij zult voor het aangezicht des Heren heengaan, om Zijn wegen te bereiden;" (Lukas 1:67-76).

                                    PROFETISCHE BETEKENIS

 VAN DE VLEESWORDING

 In deze geïnspireerde uiting somde Zacharias precies op wat de Oud Testamentische profeten hadden voorspeld over de betekenis van de komst van de Messias. Zowel Zoon van David als Zoon van God, kwam Hij om Zijn volk Israël te verlossen en Gods grote verbond met Abraham te vervul­len, Israël te zegenen en haar een zegen te maken voor de wereld.

  Het is opmerkelijk dat behalve de naam van Christus, twee andere namen hier uitdrukkelijk worden genoemd, David en Abraham. Zij worden hier niet slechts zo maar genoemd. Deze twee namen zijn zo innig verbonden met de komst van de Messias en Zijn koninkrijk, dat de woorden uit het Nieuwe Testament luiden:

 "Het boek van het geslacht van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van David, de Zoon van Abraham." (Matthes 1:1)

 De reden hiervan is, dat het koningschap was beloofd aan het zaad van David, en het land aan het zaad van Abraham en teneinde de erfenis voor Israël te lossen, moest Christus de Zoon zijn van beiden. (zie II Samuël 7:12-16, Genesis 15:18)

 Het zal verder duidelijk zijn dat alles hier te maken heeft met de aardeniet met de hemel.

 Overeenkomstig de profetie, zou Gods volk  Israël worden vergaderd in hun beloofde land (Ezechiël 37:14,21), en verhoogd worden boven de natieën (Jesaja 2:1-2) met de Messias als hun Koning (Zefanja 3:15). En door hen zouden alle natieën van de aarde gezegend worden. (Zacharia 8:13, Maleachi 3:12) 

De profeten hadden helemaal niets gezegd over Christus, die Zijn volk naar de hemel zou leiden. Zij hadden Zijn komst naar de aarde voorspeld, om over hen te regeren. Jesaja had gezegd: "Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Emmanuël; dat is, overgezet zijnde: GOD MET ONS." (Matthes 1:23)

Ook Jeremia had Hem beschreven als de Man Gods die de aarde zal regeren:  

"Ziet, de dagen komen, spreekt de Here, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde rege­ren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen OP DE AARDE. In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israël zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmee men Hem zal noemen: DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID." (Jeremia 23:5,6)  

Waarlijk, de hemelse Koning en het hemels koninkrijk zijn sindsdien afgewezen en de vervulling van het profetisch programma werd uitgesteld, omdat God het geheim van Zijn doel en genade ontvouwt, maar laat ons niet waarheden uit de brief aan Efeziërs proberen te vinden in het boek Jeremia of zelfs in het Evangelie naar Matthes, want dan vermengen we profetie met geheimenis (nl. datgene wat voorzegd is met dat wat ver­borgen gehouden werd).         

De Zoon van God is gekomen, overeenkomstig de profetie, als de Zoon van David en van Abraham, teneinde te regeren in glorie over Israël en de wereld. Zijn slagen, ontvangen voor de overtredingen van Zijn volk (Jesaja 53:8), Zijn wegdragen van de zonde van de wereld (Johannes 1:29), Zijn vermorzeling van de kop van de slang (Genesis 3:15), maakt allemaal deel uit van dit grote profetische doel.  

Daarom zei de engel tot Maria: "....en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven." (Lukas 1:32) Daarom verkondigden de engelen: "Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede OP AARDE, in de mensen een welbehagen." (Lukas 2:14).

Daarom zei de Heer Zelf: "Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen HET AARDRIJK beërven." (Matthes 5:5)

Daarom leerde Hij Zijn discipelen bidden: "Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op DE AARDE." (Matthes 6:10) Daarom beloofde Hij de twaalven: "...dat gij ook zult zitten op twaalf tronen OORDELENDE DE TWAALF GESLACHTEN IS­RAELS." (Matthes 19:28). 

Daarom bewoog God Pilatus om boven de Gekruisigde te schrijven: "DEZE IS JEZUS, DE KONING DER JODEN." (Matthes 27:37)

Daarom gaf Petrus, door de Heilige Geest, deze raad aan degenen die Christus afwezen:  

"BEKEERT U...OPDAT DE TIJDEN DER VERKWIKKING ZULLEN GEKOMEN ZIJN VAN HET AANGEZICHT DES HEEREN; EN HIJ GEZONDEN ZAL HEBBEN JEZUS CHRISTUS, DIE U TEVOREN GEPREDIKT IS;" (Handelingen 3:19,20). 

 DE VLEESWORDING EN HET GEHEIMENIS

Alleen nadat wij onze Bijbels openen bij de brieven van Paulus, vinden wij een ander en groter doel in de vleeswording van Christus - een doel dat geheim gehouden is sinds de grond­legging der wereld.

Dat God de Zoon één zou worden met het menselijk ras was op zichzelf uiteraard geen geheim. De profeten hadden dit, zoals we gezien hebben, voorspeld. Maar de profetische betekenis van de vleeswording was dat de Zoon van God eindeloos zou regeren over Israël en vrede en heil zou brengen aan de we­reld. Het verborgen plan van God heeft met de afwijzing door de wereld van Christus te maken, en werd alleen bekend toen Israël in verzet kwam tegen haar verrezen en verheerlijkte Messias.

Om dit te begrijpen moeten wij eerst zien hoe volledig onze Heer werd geïndentificeerd met het menselijk ras.

ZIJN DOOP IN MENSELIJKHEID

"HET WOORD WERD VLEES....". (Johannes 1:14) "EN BUITEN ALLE TWIJFEL, DE VERBORGENHEID DER GODZALIG­HEID IS GROOT: GOD IS GEOPENBAARD IN HET VLEES..."

(I Timothes 3:16). "WANT WAARLIJK, HIJ NEEMT DE ENGELEN NIET AAN, MAAR HIJ NEEMT HET ZAAD VAN ABRAHAM AAN." (Hebreeën 2:16)

 Ziet Hem! - God de Zoon, Schepper van alles, geboren als een kleine baby tijdens de regering van een grote Romeinse keizer.

De mens was in het begin gemaakt naar Gods gelijkenis, maar was gevallen door de zonde. Nu komt de Zoon van God neder "in de gelijkenis van zondig vlees". Let wel: slechts in de gelijkenis van zondig vlees. Zoals de mens eens gemaakt werd in de gelijke­nis van God, zo werd God nu gemaakt in de gelij­kenis van de mens -uitgezonderd de zonde. Hij nam geen deel aan de menselijke ongerechtigheden, maar hij nam deel aan hun zwakheden. Hij was werkelijk mens. Een heel boek in de Bijbel, het Evangelie naar Lukas, de geliefde geneesheer, werd ge­schreven om dit wonderbare feit uiteen te zetten.      

De doop van onze Heer met water, maakte deel uit van Zijn volledige identificatie met de mens. Waterdoop was de zichtba­re uitdrukking van de roep van de psalmist: "WAS MIJ WEL VAN MIJN ONGERECHTIGHEID, EN REINIG MIJ VAN MIJN ZONDE. WANT IK KEN MIJN OVERTREDINGEN, EN MIJN ZONDE IS STEEDS VOOR MIJ." (Psalm 51:4,5)      

Daarom lezen we in Markus 1:4 dat Johannes "DE DOOP VAN BEKERING VOOR DE VERGEVING VAN ZONDEN" preekte. En daarom werd de menigte "gedoopt door hem in de Jordaan, BELIJDENDE HUN ZONDEN." (Matthes 3:6)

Maar wat betekent dan dit?: "Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om gedoopt te worden." (Matthes 3:13) 

Moest Hij zonden bekennen? Was het voor Hem nodig te worden gereinigd? Zeker niet. Hoor hoe Johannes protesteert: "Mij is nodig door U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?" (Matthes 3:14) Waarom kwam Hij om gedoopt te worden? Zijn eigen antwoord zal het verklaren: "WANT ALDUS BETAAMT ONS ALLE GERECHTIGHEID TE VERVULLEN." (Matthes 3:15) 

Aldus had Jesaja geprofeteerd, "Hij werd gerekend onder de overtreders". Meer dan dat: zoals Paulus later leerde, door de Heilige Geest, werd Hij ééngemaakt met de overtreders. Daar kwam Hij als een schuldige zondaar naar het doopwater - komende in onze plaats.

 En daarbij bleef het niet. Zie Hem staan voor Kajafas en Pilatus, de Joodse en heidense rechters, beschuldigd van zonden die Hij nooit gedaan had. "EN DE HOGEPRIESTER, OPSTAANDE ZEIDE TOT HEM: ANTWOORDT GIJ NIETS? WAT GETUIGEN DEZEN TEGEN U? DOCH JEZUS ZWEEG STIL.." (Matthes 26:62,63). 

"TOEN ZEIDE PILATUS TOT HEM: HOORT GIJ NIET, HOEVELE ZAKEN ZIJ TEGEN U GETUIGEN? MAAR HIJ ANTWOORDDE HEM NIET OP EEN EEN ENIG WOORD, ALZO DAT DE STADHOUDER ZICH ZEER VERWON­DERDE." (Matthes 27:13,14)      

Waarom stond Hij daar zo zwijgend? Waarom antwoordde Hij Zijn beschuldigers niet? Ah, Hij kon niet antwoorden. Hij stond daar schuldig en veroordeeld, omdat Hij daar stond in onze plaats. Indien zij Hem die dag hadden beschuldigd van elke zonde die u en ik ooit hadden begaan, dan zou Hij toch nog gezwegen hebben, want de Schepper was één geworden met Zijn gevallen schepsels om de schuld voor al hun zonden op Zich te nemen. Het was onderdeel van Zijn doop in het mensdom. En dit was niet alles.

  ZIJN DOOP IN ONZE DOOD

 Enige tijd nadat Hij was gedoopt met water zei Hij:

 "Maar Ik moet met een doop gedoopt worden; en hoe wordt Ik geperst, totdat het volbracht is!" (Lukas 12:50)

 Hij verwees uiteraard naar Zijn dood aan het kruis, want in Markus 10:38 lezen we dat Hij aan twee van Zijn discipelen vraagt, "Kunt gij...met de doop gedoopt worden waarmee Ik gedoopt word?"

Hij kon niet één van ons worden in ons zondigen (want anders zou Hij niet betaald kunnen hebben voor onze zonden) maar dat was ook niet nodig om volledig met ons geïdentificeerd te worden. Onze zonden zijn slechts de vrucht - de uiterlijke kenmerken. Maar Hij werd zonde voor ons (II Korin­the 5:21). Hij kwam om te worden gedoopt door Johannes, stond voor Jood en heiden (die Hij kon hebben veroordeeld!) als een schuldig iemand en werd tenslotte genageld aan het kruis om te sterven als een misdadiger door foltering en in schande. Zo identificeerde Hij Zich volledig met de zondige mensheid.

 ONZE DOOP IN CHRISTUS

 De vollere, diepere betekenis van de identificatie van onze Heer met de mens wordt ons uitgelegd door de apostel Paulus, aan wie het geheimenis van Gods plan en genade werd geopenbaard.

 De Zoon van God werd de Zoon des mensen opdat de mensen­zonen zouden kunnen worden de zonen van God. Hij nam deel aan de mensheid opdat wij eeuwig en onafscheidelijk met Hem zouden worden verenigd. "WANT GIJ ZIJT ALLEN KINDEREN GODS DOOR HET GELOOF IN CHRIS­TUS JEZUS. WANT ZOVELEN GIJ IN CHRISTUS GEDOOPT ZIJT, HEBT GIJ CHRISTUS AANGEDAAN." (Galaten 3:26,27)

 Hoe teleurstellend is het om te ontdekken dat zovelen van Gods volk "water" aan dit vers hebben ingevoegd en zo de strekking van het kostbare vers missen. Zij veronderstellen dat met de hier beschreven doop, de waterdoop bedoeld wordt. Toch getuigt het vers zelf dat de doop in Christus wordt geëffectueerd door geloof, niet water, en dat daardoor Chris­tus wordt aangedaan.

Net zo zeker als Christus één werd met de zondaar, zo zeker wordt de zondaar die gelooft, één met Christus. "Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente." (Efeze 5:30) Maar hoe werd dit tot stand gebracht?

 ONZE DOOP IN ZIJN DOOD

 "OF WEET GIJ NIET, DAT ZOVELEN WIJ IN JEZUS CHRISTUS GEDOOPT ZIJN, WIJ IN ZIJN DOOD GEDOOPT ZIJN? (Romeinen 6:3) "Want de bezoldiging van de zonde is de dood." (Romeinen 6:23) "...en de zonde voleindigd zijnde baart de dood." (Jakobus 1:15). Zondigde Christus? Neen, maar Hij stierf. Wiens dood stierf Hij dan? Zeker niet Zijn eigen dood, maar de Uwe en de mijne. Als we dit zien en het accepteren door geloof; wanneer we bekennen met Paulus, "Hij heeft mij liefgehad en Zich voor mij overgegeven," wanneer wij roepen, "Here Jezus, die dood was niet Uw plicht, maar de Mijne," verzegelt de Heilige Geest de transactie, en worden wij geïdenti­ficeerd met Christus; gedoopt in Zijn dood; gedoopt in Hemzelf.

 Het kruis is altijd het ontmoetingspunt. Wanneer wij Zijn dood als de onze erkennen, als de straf voor onze zonden, dan zijn wij gedoopt, door geloof, in Zijn dood, en zo in Christus Zelf. Niet eerder dan dat wij in geloof gezien hebben naar Golgotha, kunnen we zeggen met Paulus, "IK BEN MET CHRISTUS GEKRUISIGD".

  EEN OPMERKELIJKE OVEREENKOMST

Hoe werd de Zoon van God, de Zoon des mensen? Hoe werd Hij in de mensheid gedoopt? Op deze vraag kunnen we alleen antwoor­den, dat Hij werd geboren uit de maagd Maria, door de Heilige Geest. (Lukas 1:35) Hij werd niet verkregen door de wil van een man, maar door de wil van God. En dit geldt ook voor onze doop in Christus. Dit is evenzo uitsluitend het werk van de Heilige Geest. Wij zijn verkregen van omhoog, door Gods genade en kracht ("Wie in Christus is is een nieuwe schepping" 2 Korinthe 5:17).     

De vleeswording vindt dan haar duplicaat in onze identi­ficatie met de gezegende Zoon van God. Hij kwam werkelijk als de Zoon des mensen om te zitten op de troon van David en vrede en zegen aan de wereld te brengen, maar God heeft een speciale zegen voorbehouden voor hen die nu op Hem vertrouwen, in deze tijd van Zijn afwijzing, - een zegen die niet mogelijk zou zijn als de Heer niet één met ons geworden was door de vleeswording. Tot de eenvoudigste gelovige in "deze tegenwoordige boze tijd" komt de hoge eer van een plaats in Christus, ter rechterhand van de Vader toe. Door genade is hij "aangenomen in de Geliefde" en "volkomen in Hem."

"...doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn; Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen de dood smaken zou." (Hebreeën 2:8,9).

Ja, geliefde lezer, ook voor U; opdat u moogt zijn "gekruisigd met Christus" (Galaten 2:20), "begraven met Hem" (Kolossensen 2:12), "mede levend gemaakt met Hem" (Kolossensen 2:13), "met Hem opgewekt" (Kolossensen 2:12), "mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten" (Efeze 2:6), en "gezegend met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Chris­tus." (Efeze 1:3).

 

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011