|
HOOFDSTUK
V
HET
TWEELEDIG DOEL VAN DE WEDERKOMST
"Zij antwoordden en zeiden: Hij is de dood schuldig.
"Toen spuwden zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten; en
anderen gaven Hem
kaakslagen..." (Matt.26:66,67).
"Laat Hem gekruisigd worden!...Zijn bloed kome over
ons en over onze kinderen". (Matt.27:23-25).
"En na een kroon van doornen gevlochten te hebben,
zetten zij die op Zijn hoofd, en een rietstok in Zijn rechterhand; en zij vielen
op hun knieën voor Hem en zeiden: Wees gegroet, Gij Koning der Joden!
"En zij spuwden op Hem, namen de rietstok en sloegen
op Zijn hoofd.
"En toen zij Hem bespot hadden, deden zij Hem de
mantel af en deden Hem Zijn kleren aan en leidden Hem weg om Hem te kruisigen. (Matt.27:29-31).
"En toen zij kwamen op de plaats, genaamd
Hoofdschedelplaats, kruisigden zij Hem daar, en de boosdoeners, de één aan de
rechter - en de ander aan de linkerzijde." (Luk.23:33).
Zo handelden boze mensen met de gezegende, heilige Zoon
van God, die gekomen was uit de hemel, in een zonde-gevloekte wereld, om hen
niets dan goed te doen. "Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem
gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. "Hij is gekomen tot het Zijne,
en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen." (Joh.1:10,11).
Het is niet verwonderlijk dat David profeteerde van de
komende Christus:"De Here heeft tot mijn Here gesproken: Zit aan Mijn
rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer
voeten." (Ps.110:1).
Het verwondert niet, dat we lezen in de profeten dat God
in tegenstelling was met de volken en ook met het uitverkoren volk.
God bezocht echter de tegenstanders van Zijn Zoon niet
direct met gericht. De Gekruisigde,
zelfs in de smart van Zijn lijden, had geroepen:
"Vader! vergeef het hun, want zij weten niet wat zij
doen." (Luk.23:34).
De Vader had
het gebed gehoord, want op Pinksteren kwam de Heilige Geest om de gelovigen te
vullen en te bekrachtigen toen zij Israel opriepen te bekeren , hen uitzicht
gevende op de wederkomst van Christus en de langbeloofde "tijden van
verkwikking". (Hand.2 en 3).
Maar wanneer we komen bij Hand.7, vinden we Stefanus (in
verhoor wegens prediking van de Christus) omhoogziende in de hemel en roepende: "Ziet,
ik zie de hemelen geopend, en de Zoon des mensen, STAANDE aan Gods
rechterhand." (Hand.7:56).
Bij de verwerping van onze Heer door Israel, had de Vader
tot Hem gezegd: "ZIT aan Mijn rechterhand, TOTDAT IK UW VIJANDEN GEZET
ZAL HEBBEN TOT EEN VOETBANK UWER VOETEN." (Ps.110:1).
Als dan de beker van ongerechtigheid gevuld was, zouden
de verworpen Zoon en zijn Vader weer opstaan ten gerichte, en het scheen dat die
tijd nu was gekomen, want Stephanus zag de Heer staande aan de rechterhand
van God. Het scheen dat nu het oordeel de enige remedie was; dat het
profetisch gebed: "Sta op, Here, in Uw toorn" (Ps.7:7) vervuld
ging worden. Zijn vijanden moeten onderworpen worden en tot Zijn voetbank
gemaakt. Zij hadden oorlog verklaard tegen de Godheid.
"De koningen der aarde stellen zich op, en de
vorsten beraadslagen tezamen tegen de Here, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende:
"Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen.
"DIE IN DE HEMEL WOONT, ZAL LACHEN; DE HERE ZAL HEN
BESPOTTEN. "DAN ZAL HIJ TOT HEN SPREKEN IN ZIJN TOORN, EN IN ZIJN
GRIMMIGHEID ZAL HIJ HEN VERSCHRIKKEN. (Ps.2:2-5)
Dit is, voorzover het betreft profetie, Gods antwoord op
de afwijzing van Christus door de mens.
Maar het verbazende is, dat bijna twee millenia zijn
voorbijgegaan sinds dit alles plaats vond, en toch het oordeel nog niet gekomen
is. Meer dan negentien honderd jaren geleden verliet Gods gezegende Zoon deze
wereld als een banneling, en in deze negentien honderd jaren is de de houding
van het mensdom ten opzichte van Hem niet veranderd - en desalniettemin heeft
God nog niets gedaan.
Maar Hij zal het doen. Deze slechte wereld zal zekerlijk
gestrafd worden wegens haar zonden. De Koninklijke Banneling zal wederkeren
overeenkomstig de profetie, "om te oordelen en oorlog te voeren", en
zal regeren, niet alleen als "Koning der Joden", maar als "Koning
der koningen en Heer der heren"
De enige uitlegging voor het lange uitstel, kan worden
gevonden in de oneindige genade van God, zoals geopenbaard in "de
verborgenheid", het wonderbare geheim, overgegeven aan Paulus door
bijzondere openbaring. En het geheim zowel als de profetie, heeft betrekking op
de wederkomst van onze Heer.
Zoals in de incarnatie, de kruisiging, de opstanding en
de hemelvaart, had God ook in de wederkomst van Christus een tweeledig doel.
Zijn wederkomst zelf, is inderdaad een opeenvolging van twee gebeurtenissen,
want vóór de daadwerkelijke wederkomst naar de aarde om te oordelen en
te regeren, zal de Heer nederdalen "in de lucht" om de Zijnen weg te
nemen. De eerste vertoning van Zijn wederkomst wordt genoemd "de opname"
(van het Lichaam), en de andere, "de openbaring" (van Christus).
De ene betreft de leden van Zijn Lichaam; de andere Israel en de volken.
DRIE
WOORDEN
Er is grote verwarring geweest over de drie Griekse
woorden die in het algemeen worden gebruikt voor de wederkomst van Christus (apokalupsis,
parousia en epiphaneia), eenvoudig omdat sommigen hebben
verondersteld dat deze woorden noodzakelijkerwijs
beiden moeten betekenen, opname dan wel openbaring.
Het is waar dat "apokalupsis" (onthullen of
ontdekken) hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de verschijning van onze
Heer aan de hele wereld, maar zal Hij niet aan de Zijnen verschijnen bij de
opname? Voorts spreekt Paulus over de gelovigen in Corinthe als "wachtend
op de komst (apokalupsis) van onze Heer Jezus Christus." (1Cor.1:7)
"Parousia" (een naast, langszij zijn, of
persoonlijke aanwezigheid) is tamelijk vanzelfsprekend gebruikt voor de
wederkomst van de Heer in algemene zin. Paulus gebruikt het voor Zijn "komen"
om de Zijnen te halen (1Thess.4:15), terwijl Petrus het zelfde woord
gebruikt voor Zijn "kracht en komst," i.c. om te regeren op
aarde. (2Petr.1:16).
Wat betreft "epiphaneia" (verschijning)
gebruikt alleen Paulus dit woord, maar het zal sommigen verbazen als zij leren
dat hij het woord in zo een algemene zin gebruikt, dat het zelfs is gebruikt om
te wijzen op die verschijning van Christus die reeds verleden tijd is,
want hij schrijft over de boodschap die nu bekend is gemaakt "door de verschijning
van onze Heiland Jezus Christus." (2Tim.1:10). Behalve dit, gebruikt hij
het woord zowel voor de verschijning waar we "op uit zien" (Tit.2:13)
als in een algemene zin voor de verschijning waarop God zal tonen "wie de
gezegende en enige Heerser, de Koning der koningen, en Heer der heren" is.
(1Tim.6:14,15).
Laten we er dan acht op geven om niet eigen mening
aan algemene woorden op te leggen. Bijvoorbeeld, als "parousia"
eenvoudig betekent komst, laat ons er dan niet op staan dat het verwijst
naar een bijzondere komst. Alle drie bovengenoemde woorden kunnen verwijzen
naar de opname, de openbaring of naar beiden en de contekst moet de beslissende
faktor zijn.
Wat we nodig hebben is om klaar te
zien dat de komst van Christus naar de aarde om te regeren, het
onderwerp van de profetie is en van de boodschap die werd gepredikt door Petrus
en de twaalven, terwijl Zijn nederdalen om de Zijnen op te halen en te ontmoeten
"in de lucht", een deel is van de verborgenheid,
aan en door Paulus geopenbaard.
DE
WEDERKOMST VAN CHRISTUS EN PROFETIE
De Oud
Testamentische Geschriften
De Oudtestamentische profetie zegt niets over
gelovigen die "opgenomen" worden bij de wederkomst van Christus.
Integendeel, wij lezen dat de Messias zal "wederkomen en wederopbouwen de
tabernakel van David, die vervallen is." (Hand.15:16, Amos9:11). Wij lezen
dat Hij "snellik zal komen tot Zijn tempel." (Mal.3:1). We
lezen dat "de Here zal Koning zijn over de gehele aarde" (Zach.14:9),
maar niet één woord over Zijn volk dat wordt opgenomen in de hemel.
HET
EVANGELISCH GETUIGENIS
In de evangeliën is het hetzelfde, want het onderwerp
daar is juist het koninkrijk wat in het Oude Testament is geprofeteerd.
De twaalf apostelen wordt opgedragen te bidden voor
Zijn koninkrijk (Matt.6:10), om het te verkondigen (Matt.10:7), en het uit
te voeren. (Matt.10:8-10).
Aan hen zijn reeds twaalf tronen beloofd met Christus in
het koninkrijk, aan hen zijn zekere tekenen gegeven waaruit de nabijheid van
Zijn komst kan worden opgemaakt. Wanneer deze tekenen beginnen te verschijnen,
geschiedt dat om uit te zien naar Zijn komst. (Zie Luk.21:25-28).
"Als nu deze dingen beginnen te geschieden, ZO ZIET
OMHOOG, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is."
(vers 28).
Deze geprofeteerde wederkomst van Christus zal
plaats vinden "onmiddelijk na de grote verdrukking" en zal
zichtbaar zijn voor allen.
"Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en
schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van de Zoon des mensen wezen.
Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden.
"En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden,
en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel
vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden. "En alsdan zal in
de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de
geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de
wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid." (Matt.24:27-30).
Er zijn velen die gevoelen dat Joh.14:3 spreekt van de
opname. Zij argumenteren dat, als Johannes waarschijnlijk geschreven werd na de
brieven van Paulus, hij dan de verborgenheid aan Paulus geopenbaard in
1Cor.15:51,52,moet geweten hebben. Maar Johannes (in Joh.14) geeft verslag van
wat de Heer tot Zijn apostelen zei toen hij nog op aarde was en dit stemt
overeen en moet overeenstemmen met wat Hij deze zelfde apostelen altijd had
verteld over Zijn wederkomen om te regeren als Koning.
Wij citeren uit ons hoofdstuk over de Hemelvaart:
"Deze woorden (van Joh.14) worden nog steeds door
velen vertaald met de betekenis dat op een of andere manier de opgevaren Heer
nu woningen toebereidt in de hemel voor Zijn volk om in te verblijven, en
dat wanneer deze woningen klaar zijn, Hij zal terugkeren om de Zijnen op te
nemen en hen naar de hemel te brengen, naar de plaatsen voor hen bereid. En dit
wordt geloofd door duizenden van fundamentalisten, gelovende in Premillenium.
"Maar hebben onze in Premillenium gelovende
broeders dan vergeten dat de opname van het Lichaam een geheim was dat jaren
later werd geopenbaard door Paulus? (1Cor.15:51,52). Onze Heer vertelde Zijn
discipelen niets over de opname van de Gemeente van deze tijd. Hij bereidde hen
voor op de grote verdrukking en Zijn wederkomst naar de aarde om met Hem te
regeren....
"Het is waar, dat Hij hen aanspoorde om
schatten in de hemel te vergaren, Hij vermaande hen om hun Vader in de hemel te
vertrouwen, Hij beloofde hen de Heilige Geest uit de hemel te zenden, Hij ging
naar de Hemel om "een koninkrijk te ontvangen" voor Hemzelf en voor
hen, maar Hij deed geen enkele belofte hen daarheen te brengen.....
"Wanneer onze Heer in glorie wederkomt, zal Hij Zijn
belofte aan de twaalf apostelen niet vergeten. Zoals Hij gezegd heeft, zal Hij
hen tot Zich ontvangen in de glorie van de opstanding en met hen regeren."
HET BOEK
VAN DE HANDELINGEN
Als we het boek Handelingen openen vinden we de apostelen
staande op de Olijfberg met Christus, wanneer Hij, tot hun verbazing, wordt
opgenomen in een wolk, uit hun ogen.
Als zij staan te staren naar de hemel, verschijnen
twee stralende personen aan hen,
"Die ook zeiden: Gij Galileese mannen, WAT
STAAT GIJ EN ZIET OP NAAR DE HEMEL? DEZE JEZUS, DIE VAN U OPGENOMEN IS IN DE
HEMEL, ZAL ALZO KOMEN, GELIJKERWIJS GIJ HEM HEBT ZIEN HEENVAREN." (Hand.1:11).
Hieraan zouden wij willen toevoegen, dat naar Zach.14:4,
Hij niet alleen op dezelfde wijze, maar ook op dezelfde plaats zal
terugkeren.
"EN ZIJN VOETEN ZULLEN TE DIEN DAGE STAAN OP DE
OLIJFBERG, DIE VOOR JERUZALEM LIGT"
Deze boodschap van de engelen aan de verwonderde
apostelen, werd gegeven enige tijd nadat onze Heer Zelf had beloofd dat Hij zou
wederkeren en "hen tot Zich ontvangen", en toch zeggen deze
engelen er niets over dat de apostelen zullen "worden opgenomen",
zoals zo velen de woorden van Joh.14 menen te mogen aannemen. Dit alles ziet
vooruit op Zijn wederkeer naar de aarde op dezelfde wijze zoals Hij de
aarde verlaten heeft.
Zelfs Pinksteren brengt hierin geen verandering, want we
vinden Petrus, Israel oproepende om berouw te hebben, zodat de verworpen
Christus zou mogen terugkeren en met Zich brengen de langbeloofde "tijden
van verkwikking." Zijn oproep luidt:
"BEKEERT U,...DE TIJDEN VAN VERKOELING
ZULLEN GEKOMEN ZIJN VAN HET AANGEZICHT DES HEREN...EN HIJ GEZONDEN ZAL
HEBBEN JEZUS CHRISTUS, DIE U TEVOREN GEPREDIKT IS." (Hand.3:19,20).
Ook in zijn eerste brief vermaant Petrus, de apostel van
de besnedenen, zijn broeders die verstrooid zijn, om "de lendenen van
hun verstand op te schorten, en nuchteren zijnde, VOLKOMEN (TOT HET EINDE) TE
HOPEN op de genade, die u toegebracht wordt in de openbaring van Jezus
Christus." (1Petr.1:13).
Het is slechts wanneer we geraken tot 2 Petr. dat we hem
vinden bij het uitleggen van het uitblijven van de Heer.
Bij het aankondigen dat er spotters zullen komen, die geen rekening houden met
enig gevaar voor de wederkomst van de Heer (om te oordelen en te regeren), dat
Petrus uitlegt dat de Heer nog een tijd lang vertoeft. (Zie 2Petr.3:2-8). Wat is
de reden?
"De Here vertraagt de belofte niet (gelijk enigen
dat traagheid achten), maar is LANKMOEDIG over ons, niet willende, dat enigen
verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen." (2Petr.3:9).
Maar waar leerde Petrus dat de Heer, in lankmoedigheid,
Zijn wederkomst zou uitstellen om Zijn vijanden te oordelen?
Na zijn lezers verteld te hebben, niet te rekenen met
laksheid of traagheid van Gods zijde, legt hij uit hoe zij dit moeten
beschouwen:
"EN ACHT DE LANKMOEDIGHEID ONZES HEREN VOOR
ZALIGHEID; GELIJKERWIJS OOK ONZE BROEDER PAULUS, NAAR DE WIJSHEID, DIE HEM
GEGEVEN IS, ULIEDEN GESCHREVEN HEEFT; "GELIJK OOK IN ALLE ZENDBRIEVEN,
DAARIN VAN DEZE DINGEN SPREKENDE; IN WELKE SOMMIGE DINGEN ZWAAR ZIJN OM TE
VERSTAAN, DIE DE ONGELEERDE EN ONVASTE MENSEN VERDRAAIEN, GELIJK OOK DE ANDERE
SCHRIFTEN, TOT HUN EIGEN VERDERF. (2Petr.3:15-16).
"Sprekende met hen over deze dingen" Van welke dingen? Klaarblijkelijk over de
lankmoedigheid en genade die aanleiding is dat de Heer Zijn wederkomst om te
oordelen uitstelt. De bediening van Petrus had toen de wederkomst van de
Heer als Koning in zicht, terwijl Paulus' brieven het uitstel van Zijn
Wederkomst om te regeren verklaren.
DE
WEDERKOMST VAN CHRISTUS
EN HET GEHEIMENIS
Paulus en Petrus werkten niet in tegenstelling met elkaar.
Het werk van Paulus was eenvoudigweg een verdere openbaring die God begon
bekend te maken toen Hij begon om Israel en haar
koninkrijk-verwachtingen, terzijde te stellen.
Zoals Petrus instemde met de boodschap van Paulus, zo
deed dat Paulus met Petrus' boodschap. Hij geloofde, net als Petrus, dat Jezus
de Christus (Gezalfde) was, en bewees dit vanuit de Schriften in vele synagogen.
Hij geloofde en leerde ook dat Christus naar de aarde zou terugkomen om
te regeren in kracht en glorie.
Maar hem was geopenbaard dat dit nog niet plaats
zou vinden (Hebr.2:8); vaststellend dat Jood en Heiden ongelovig zijn, God een
periode van genade zou invoegen, waarin aan allen wordt aangeboden, verzoening
door genade door geloof in het op het kruis vergoten bloed.
"En opdat Hij die beiden (Jood en Heiden) met God in
één lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood
hebbende." (Eph.2:16).
Het is deze nieuwe bedeling die God aan Paulus toevertrouwde,
als een complete verrassing aan een door zonde vernielde wereld.
PAULUS
EN DE WEDERKOMST VAN CHRISTUS
Deze "verborgenheid" of "geheimenis",
"die vanaf het begin der wereld verborgen is geweest bij God" (Eph.3:9),
centreert zich rond de "ene nieuwe mens", het "lichaam van
Christus", maar vele details van dit grote geheimenis waren ook
persoonlijke verborgenheden, totdat zij aan en door Paulus werden geopenbaard.
In 1Cor.4:1 zegt de apostel: "LAAT IEDER MENS ONS ZO BESCHOUWEN: ALS
DIENAARS VAN CHRISTUS EN UITDELERS VAN DE VERBORGENHEDEN VAN GOD"
En hier voegt hij aan toe, als vooruitlopend op moeiten
en vervolging:"EN VERDER WORDT VAN DE UITDELERS VEREIST, DAT IEDER TROUW
BEVONDEN WORDT."
Een van deze verborgenheden is de bedeling (of
dispensatie) van genade (Eph.3:1-3), een andere is de verblinding en verharding
van Israel gedurende deze bedeling (Rom.11:25), een andere, de verhouding van
Christus tot Zijn volk vandaag (Eph.5:25-32), een andere, onze hemelse positie
in Christus (Eph.1:9,15-21), en weer een andere, de opname van de Zijnen vóór
de uitgieting van Zijn toorn over de volken. Niet eerder dan bij Paulus lezen
wij hierover:
"Zie, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen niet
allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden."In een punt van de
tijd, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken, en de
doden zullen onvergankelijk opgewekt worden. (1Cor.15:51,52).
"Want dat zeggen wij door het Woord van de Heer, dat wij die levend overblijven tot de
komst van de Heer, hen die ontslapen zijn niet zullen vóórgaan."Want de
Heer Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met de bazuin
van God neerdalen van de hemel; en zij die in Christus gestorven zijn, zullen
eerst opstaan.
"Daarna zullen wij die levend overgebleven zijn,
samen met hen opgenomen worden in de wolken, en de heer tegemoet, in de lucht;
en zo zullen wij altijd met de Heer zijn."Zo dan, vertroost elkaar met deze
woorden. (1Thess.4:15-18).
Sommigen zijn verward omdat deze teksten spreken
van de "laatste bazuin" en "de stem van de aartsengel". Zij
verbinden de "laatste bazuin" met de laatste van de zeven bazuinen die
zullen klinken in de grote verdrukking (Openb.11:15-19) en argumenteren vanuit
Dan.12:1 dat Michael verbonden is met Israel en niet met het Lichaam van
Christus.
Het is waar
dat toen God met Israel handelde als een volk, Michael haar beschermengel
(prins) was, maar er moet ook op gelet worden dat Michael de aanvoerder is van
de hemelse legers, net als Gabriel Gods eerste boodschapper is. (Zie
Dan.10:13,21,21:1 en Openb. 12:7-9). Voorts is het niet vreemd dat Michael de
krijgstrompet laat horen om ons te beschermen voor "de macht in de
lucht" (Eph.2:2), als we gaan om de Heer "in de lucht" te
ontmoeten (1Thess.4:17).
Wat de
uitdrukking "de laatste bazuin" betreft, vergeten zij die volhouden
dat dit moet worden gezien als de laatste van de zeven bazuinen, een van de
grondregels van Bijbelinterpretatie -voortgaande openbaring. Als 1Cor.15
zou geschreven zijn na Openbaringen, zouden we kunnen toegeven dat
"de laatste bazuin" moet slaan op de laatste van de zeven die reeds
genoemd zijn. Maar zoals het is, de "laatste bazuin" betekent
duidelijk dat de bazuin eenvoudig wordt geblazen ten laatste, d.i. van
deze bedeling, is er geen aanleiding dat toen Paulus schreef aan
de Corinthiërs, zij niets wisten over zeven bazuinen die zouden klinken.
Bovendien wordt in 1Thess.4 deze bazuin genoemd, "DE BAZUIN VAN GOD",
inhoudend dat deze op zich zelf staat en niet een van zeven bazuinen is. Er moet
ook op gelet worden dat er geen aanwijzing is dat het Michael is, de
aartsengel, die de bazuinen vasthoudt in Openbaringen. De engel die deze
bazuin draagt, wordt eenvoudig "de zevende engel" genoemd, als zijnde
op één niveau met de andere zes.
DE DAG
VAN ZIJN TOORN
Wij weten dat de wederkomst van Christus naar de aarde,
de dag van Gods toorn zal beeindigen. Hij zal dan met ons komen, want we
lezen in Col.3:4 dat: "Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons
leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid."
Het schijnt ons toe, dat om met Hem in
heerlijkheid te verschijnen, we op een of andere wijze eerst in deze heerlijkheid
moeten geraken. En dat zullen we. Wij zijn gezanten van Christus in een
Christus-verwerpende wereld, en voordat Hij oorlog verklaart aan deze wereld,
zal Hij Zijn gezanten terugroepen.
Let op de verandering van "wij" in
"zij", in 1 Thess.4 en 5: "Daarna zullen WIJ die levend
overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heer
tegemoet, in de lucht; en zo zullen WIJ altijd met de Heer zijn." "Zo
dan, VERTROOST ELKAAR MET DEZE WOORDEN." (1Thess.4:17,18).
"Maar wat de tijden en de gelegenheden betreft, broeders,
hebt gij niet nodig dat men u schrijft..."Want wanneer ZIJ zullen zeggen:
Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een plotseling verderf HUN overkomen,
zoals de barensnood over een zwangere vrouw; en ZIJ zullen geenszins
ontkomen."
(1Thess.5:1-3).
En het volgende vers gaat verder en zegt:
"Maar GIJ, broeders! GIJ zijt niet in duisternis, zodat die dag U
als een dief zou overvallen."
Ps. 2:5 zegt van de volken: "DAN ZAL HIJ TOT HEN
SPREKEN IN ZIJN TOORN," Maar 1 Thess. 5:9-11 zegt ons: "WANT
GOD HEEFT ONS NIET BESTEMD TOT TOORN, MAAR TOT HET VERKRIJGEN VAN DE ZALIGHEID
DOOR ONZE HEER JEZUS CHRISTUS, "DIE VOOR ONS GESTORVEN IS, OPDAT WIJ,
HETZIJ DAT WIJ WAKEN, HETZIJ DAT WIJ SLAPEN, SAMEN MET HEM LEVEN. "DAAROM,
VERMAANT ELKAAR EN STICHT DE ÉÉN DE ANDER, ZOALS GIJ OOK DOET."
Wat een troost te weten dat ons burgerschap in de hemel
is, vanwaar we uitzien naar de Heiland, de Heer Jezus Christus, niet alleen om
deze vernederde lichamen te veranderen, maar om ons op te roepen, Zijn gezanten,
voordat Hij oorlog verklaart aan Zijn vijanden.
Wonderbare, vertroostende hoop voor de leden van Zijn
Lichaam, maar tot hen die Christus afwijzen, zegt de apostel, door de Geest: "Indien
iemand de Heer Jezus Christus niet liefheeft, die zij vervloekt. Maranatha!"
(1Cor.16:22).
Geliefde lezer, als wij deze boodschappen besluiten, laat
ons dan nog vragen -bent u gered en veilig in Christus? Verheugt u zich in het
Woord van de Geest in "vertroosting", of valt gij onder het
"anathema" dat Hij aankondigt voor de ongelovigen?
De dag van genade zou vandaag kunnen aflopen. "En
wij, als medearbeiders, bidden u ook dat gij de genade van God niet tevergeefs
ontvangen hebt....ZIE, NU IS HET DE WELAANGENAME TIJD, ZIE, NU IS HET DE DAG VAN
DE ZALIGHEID! (2Cor.6:1,2).
God heeft u lief.
Christus stierf voor u.
"GELOOF
IN DE HEER JEZUS CHRISTUS, EN GIJ ZULT
ZALIG WORDEN, GIJ EN UW HUIS." (Hand.16:31).
|