De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

HOOFDSTUK  V

HET TWEELEDIG DOEL VAN DE WEDERKOMST

"Zij antwoordden en zeiden: Hij is de dood schuldig. "Toen spuwden zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten; en anderen gaven Hem kaakslagen..." (Matt.26:66,67).

"Laat Hem gekruisigd worden!...Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen". (Matt.27:23-25).

"En na een kroon van doornen gevlochten te hebben, zetten zij die op Zijn hoofd, en een rietstok in Zijn rechterhand; en zij vielen op hun knieën voor Hem en zeiden: Wees gegroet, Gij Koning der Joden!

"En zij spuwden op Hem, namen de rietstok en sloegen op Zijn hoofd.

"En toen zij Hem bespot hadden, deden zij Hem de mantel af en deden Hem Zijn kleren aan en leidden Hem weg om Hem te kruisigen. (Matt.27:29-31).

"En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedelplaats, kruisigden zij Hem daar, en de boosdoeners, de één aan de rechter - en de ander aan de linkerzijde." (Luk.23:33).

Zo handelden boze mensen met de gezegende, heilige Zoon van God, die gekomen was uit de hemel, in een zonde-gevloekte wereld, om hen niets dan goed te doen. "Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. "Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen." (Joh.1:10,11).

Het is niet verwonderlijk dat David profeteerde van de komende Christus:"De Here heeft tot mijn Here gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten." (Ps.110:1).

 Het verwondert niet, dat we lezen in de profeten dat God in tegenstelling was met de volken en ook met het uitver­koren volk.

God bezocht echter de tegenstanders van Zijn Zoon niet direct met gericht.  De Gekruisigde, zelfs in de smart van Zijn lijden, had geroepen:

"Vader! vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen." (Luk.23:34).

 De Vader had het gebed gehoord, want op Pinksteren kwam de Heilige Geest om de gelovigen te vullen en te bekrachtigen toen zij Israel opriepen te bekeren , hen uitzicht gevende op de wederkomst van Christus en de langbeloofde "tijden van verkwikking". (Hand.2 en 3).

Maar wanneer we komen bij Hand.7, vinden we Stefanus (in verhoor wegens prediking van de Christus) omhoogziende in de hemel en roepende: "Ziet, ik zie de hemelen geopend, en de Zoon des men­sen, STAANDE aan Gods rechterhand." (Hand.7:56).

Bij de verwerping van onze Heer door Israel, had de Vader tot Hem gezegd: "ZIT aan Mijn rechterhand, TOTDAT IK UW VIJANDEN GEZET ZAL HEBBEN TOT EEN VOETBANK UWER VOETEN." (Ps.110:1).

Als dan de beker van ongerechtigheid gevuld was, zouden de verworpen Zoon en zijn Vader weer opstaan ten gerichte, en het scheen dat die tijd nu was gekomen, want Stephanus zag de Heer staande aan de rechterhand van God. Het scheen dat nu het oordeel de enige remedie was; dat het profetisch gebed: "Sta op, Here, in Uw toorn" (Ps.7:7) vervuld ging worden. Zijn vijanden moeten onderworpen worden en tot Zijn voetbank gemaakt. Zij hadden oorlog verklaard tegen de Godheid.

 "De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen tezamen tegen de Here, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende: "Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen.

"DIE IN DE HEMEL WOONT, ZAL LACHEN; DE HERE ZAL HEN BESPOTTEN. "DAN ZAL HIJ TOT HEN SPREKEN IN ZIJN TOORN, EN IN ZIJN GRIMMIGHEID ZAL HIJ HEN VERSCHRIKKEN. (Ps.2:2-5)

Dit is, voorzover het betreft profetie, Gods antwoord op de afwijzing van Christus door de mens.

Maar het verbazende is, dat bijna twee millenia zijn voorbijgegaan sinds dit alles plaats vond, en toch het oordeel nog niet gekomen is. Meer dan negentien honderd jaren geleden verliet Gods gezegende Zoon deze wereld als een banneling, en in deze negentien honderd jaren is de de houding van het mensdom ten opzichte van Hem niet veranderd - en desalniette­min heeft God nog niets gedaan.

Maar Hij zal het doen. Deze slechte wereld zal zekerlijk gestrafd worden wegens haar zonden. De Koninklijke Banneling zal wederkeren overeenkomstig de profetie, "om te oordelen en oorlog te voeren", en zal regeren, niet alleen als "Koning der Joden", maar als "Koning der koningen en Heer der heren"

De enige uitlegging voor het lange uitstel, kan worden gevonden in de oneindige genade van God, zoals geopenbaard in "de verborgenheid", het wonderbare geheim, overgegeven aan Paulus door bijzondere openbaring. En het geheim zowel als de profetie, heeft betrekking op de wederkomst van onze Heer.

Zoals in de incarnatie, de kruisiging, de opstanding en de hemelvaart, had God ook in de wederkomst van Christus een tweeledig doel. Zijn wederkomst zelf, is inderdaad een opeenvolging van twee gebeurtenissen, want vóór de daadwerkelijke wederkomst naar de aarde om te oordelen en te regeren, zal de Heer nederdalen "in de lucht" om de Zijnen weg te nemen. De eerste vertoning van Zijn wederkomst wordt genoemd "de opname" (van het Lichaam), en de andere, "de openbaring" (van Chris­tus). De ene betreft de leden van Zijn Lichaam; de andere Israel en de volken.

 DRIE  WOORDEN

 Er is grote verwarring geweest over de drie Griekse woorden die in het algemeen worden gebruikt voor de wederkomst van Christus (apokalupsis, parousia en epiphaneia), eenvoudig omdat sommigen hebben verondersteld dat deze woorden  noodzakelijkerwijs beiden moeten betekenen, opname dan wel openbaring.

Het is waar dat "apokalupsis" (onthullen of ontdekken) hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de verschijning van onze Heer aan de hele wereld, maar zal Hij niet aan de Zijnen verschijnen bij de opname? Voorts spreekt Paulus over de gelovigen in Corinthe als "wachtend op de komst (apokalupsis) van onze Heer Jezus Christus." (1Cor.1:7)

"Parousia" (een naast, langszij zijn, of persoonlijke aanwezigheid) is tamelijk vanzelfsprekend gebruikt voor de wederkomst van de Heer in algemene zin. Paulus gebruikt het voor Zijn "komen" om de Zijnen te halen (1Thess.4:15), terwijl Petrus het zelfde woord gebruikt voor Zijn "kracht en komst," i.c. om te regeren op aarde. (2Petr.1:16).

Wat betreft "epiphaneia" (verschijning) gebruikt alleen Paulus dit woord, maar het zal sommigen verbazen als zij leren dat hij het woord in zo een algemene zin gebruikt, dat het zelfs is gebruikt om te wijzen op die verschijning van Chris­tus die reeds verleden tijd is, want hij schrijft over de boodschap die nu bekend is gemaakt "door de verschijning van onze Heiland Jezus Christus." (2Tim.1:10). Behalve dit, ge­bruikt hij het woord zowel voor de verschijning waar we "op uit zien" (Tit.2:13) als in een algemene zin voor de verschijning waarop God zal tonen "wie de gezegende en enige Heerser, de Koning der koningen, en Heer der heren" is. (1Tim.6:14,15).

Laten we er dan acht op geven om niet eigen mening aan algemene woorden op te leggen. Bijvoorbeeld, als "parousia" eenvoudig betekent komst, laat ons er dan niet op staan dat het verwijst naar een bijzondere komst. Alle drie bovengenoem­de woorden kunnen verwijzen naar de opname, de openbaring of naar beiden en de contekst moet de beslissende faktor zijn.

Wat we nodig hebben is om klaar te  zien dat de komst van Christus naar de aarde om te regeren, het onderwerp van de profetie is en van de boodschap die werd gepredikt door Petrus en de twaalven, terwijl Zijn nederdalen om de Zijnen op te halen en te ontmoeten "in de lucht", een deel is van de verborgenheid,

aan en door Paulus geopenbaard.

DE WEDERKOMST VAN CHRISTUS EN PROFETIE

De Oud Testamentische Geschriften

De Oudtestamentische profetie zegt niets over gelovigen die "opgenomen" worden bij de wederkomst van Christus. Integendeel, wij lezen dat de Messias zal "wederkomen en wederopbouwen de tabernakel van David, die vervallen is." (Hand.15:16, Amos9:11). Wij lezen dat Hij "snellik zal komen tot Zijn tempel." (Mal.3:1). We lezen dat "de Here zal Koning zijn over de gehele aarde" (Zach.14:9), maar niet één woord over Zijn volk dat wordt opgenomen in de hemel.

HET EVANGELISCH GETUIGENIS

In de evangeliën is het hetzelfde, want het onderwerp daar is juist het koninkrijk wat in het Oude Testament is geprofeteerd.

De twaalf apostelen wordt opgedragen te bidden voor Zijn koninkrijk (Matt.6:10), om het te verkondigen (Matt.10:7), en het uit te voeren. (Matt.10:8-10).

Aan hen zijn reeds twaalf tronen beloofd met Christus in het koninkrijk, aan hen zijn zekere tekenen gegeven waaruit de nabijheid van Zijn komst kan worden opgemaakt. Wanneer deze tekenen beginnen te verschijnen, geschiedt dat om uit te zien naar Zijn komst. (Zie Luk.21:25-28).

"Als nu deze dingen beginnen te geschieden, ZO ZIET OMHOOG, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is." (vers 28).

 Deze geprofeteerde wederkomst van Christus zal plaats vinden "onmiddelijk na de grote verdrukking" en zal zichtbaar zijn voor allen.

 "Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van de Zoon des mensen wezen. Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden. "En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden. "En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid." (Matt.24:27-30).

Er zijn velen die gevoelen dat Joh.14:3 spreekt van de opname. Zij argumenteren dat, als Johannes waarschijnlijk geschreven werd na de brieven van Paulus, hij dan de verbor­genheid aan Paulus geopenbaard in 1Cor.15:51,52,moet geweten hebben. Maar Johannes (in Joh.14) geeft verslag van wat de Heer tot Zijn apostelen zei toen hij nog op aarde was en dit stemt overeen en moet overeenstemmen met wat Hij deze zelfde apostelen altijd had verteld over Zijn wederkomen om te regeren als Koning. Wij citeren uit ons hoofdstuk over de Hemelvaart: 

"Deze woorden (van Joh.14) worden nog steeds door velen vertaald met de betekenis dat op een of andere manier de opgevaren Heer nu woningen toebereidt in de hemel voor Zijn volk om in te verblijven, en dat wanneer deze woningen klaar zijn, Hij zal terugkeren om de Zijnen op te nemen en hen naar de hemel te brengen, naar de plaatsen voor hen bereid. En dit wordt geloofd door duizenden van fundamentalisten, gelovende in Premillenium.

 "Maar hebben onze in Premillenium gelovende broeders dan vergeten dat de opname van het Lichaam een geheim was dat jaren later werd geopenbaard door Paulus? (1Cor.15:51,52). Onze Heer vertelde Zijn discipelen niets over de opname van de Gemeente van deze tijd. Hij bereidde hen voor op de grote verdrukking en Zijn wederkomst naar de aarde om met Hem te regeren....

 "Het is waar, dat Hij hen aanspoorde om schatten in de hemel te vergaren, Hij vermaande hen om hun Vader in de hemel te vertrouwen, Hij beloofde hen de Heilige Geest uit de hemel te zenden, Hij ging naar de Hemel om "een koninkrijk te ontvangen" voor Hemzelf en voor hen, maar Hij deed geen enkele belofte hen daarheen te brengen.....

"Wanneer onze Heer in glorie wederkomt, zal Hij Zijn belofte aan de twaalf apostelen niet vergeten. Zoals Hij gezegd heeft, zal Hij hen tot Zich ontvangen in de glorie van de opstanding en met hen regeren."

 HET BOEK VAN DE HANDELINGEN

 Als we het boek Handelingen openen vinden we de aposte­len staande op de Olijfberg met Christus, wanneer Hij, tot hun verbazing, wordt opgenomen in een wolk, uit hun ogen.

 Als zij staan te staren naar de hemel, verschijnen twee stralende personen aan hen,

 "Die ook zeiden: Gij Galileese mannen, WAT STAAT GIJ EN ZIET OP NAAR DE HEMEL? DEZE JEZUS, DIE VAN U OPGENOMEN IS IN DE HEMEL, ZAL ALZO KOMEN, GELIJKERWIJS GIJ HEM HEBT ZIEN HEENVAREN." (Hand.1:11).

 Hieraan zouden wij willen toevoegen, dat naar Zach.14:4, Hij niet alleen op dezelfde wijze, maar ook op dezelfde plaats zal terugkeren.

"EN ZIJN VOETEN ZULLEN TE DIEN DAGE STAAN OP DE OLIJF­BERG, DIE VOOR JERUZALEM LIGT"

 Deze boodschap van de engelen aan de verwonderde apostelen, werd gegeven enige tijd nadat onze Heer Zelf had beloofd dat Hij zou wederkeren en "hen tot Zich ontvangen", en toch zeggen deze engelen er niets over dat de apostelen zullen "worden opgenomen", zoals zo velen de woorden van Joh.14 menen te mogen aannemen. Dit alles ziet vooruit op Zijn wederkeer naar de aarde op dezelfde wijze zoals Hij de aarde verlaten heeft.

Zelfs Pinksteren brengt hierin geen verandering, want we vinden Petrus, Israel oproepende om berouw te hebben, zodat de verworpen Christus zou mogen terugkeren en met Zich brengen de langbeloofde "tijden van verkwikking." Zijn oproep luidt:

 "BEKEERT U,...DE TIJDEN VAN VERKOELING ZULLEN GEKOMEN ZIJN VAN HET AANGEZICHT DES HEREN...EN HIJ GEZONDEN ZAL HEBBEN JEZUS CHRISTUS, DIE U TEVOREN GEPREDIKT IS." (Hand.3:19,20).

Ook in zijn eerste brief vermaant Petrus, de apostel van de besnedenen, zijn broeders die verstrooid zijn, om "de lendenen van hun verstand op te schorten, en nuchteren zijnde, VOLKOMEN (TOT HET EINDE) TE HOPEN op de genade, die u toegebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus." (1Petr.1:13). 

Het is slechts wanneer we geraken tot 2 Petr. dat we hem vinden bij het uitleggen van het uitblijven van de Heer. Bij het aankondigen dat er spotters zullen komen, die geen rekening houden met enig gevaar voor de wederkomst van de Heer (om te oordelen en te regeren), dat Petrus uitlegt dat de Heer nog een tijd lang vertoeft. (Zie 2Petr.3:2-8). Wat is de reden?

"De Here vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is LANKMOEDIG over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen." (2Petr.3:9).

Maar waar leerde Petrus dat de Heer, in lankmoedigheid, Zijn wederkomst zou uitstellen om Zijn vijanden te oordelen?

Na zijn lezers verteld te hebben, niet te rekenen met laksheid of traagheid van Gods zijde, legt hij uit hoe zij dit moeten beschouwen:

"EN ACHT DE LANKMOEDIGHEID ONZES HEREN VOOR ZALIGHEID; GELIJKERWIJS OOK ONZE BROEDER PAULUS, NAAR DE WIJSHEID, DIE HEM GEGEVEN IS, ULIEDEN GESCHREVEN HEEFT; "GELIJK OOK IN ALLE ZENDBRIEVEN, DAARIN VAN DEZE DINGEN SPREKENDE; IN WELKE SOMMIGE DINGEN ZWAAR ZIJN OM TE VERSTAAN, DIE DE ONGELEERDE EN ONVASTE MENSEN VERDRAAIEN, GELIJK OOK DE ANDERE SCHRIFTEN, TOT HUN EIGEN VERDERF. (2Petr.3:15-16).   

"Sprekende met hen over deze dingen" Van welke dingen? Klaarblijkelijk over de lankmoedigheid en genade die aanleiding is dat de Heer Zijn wederkomst om te oordelen uitstelt. De bediening van Petrus had toen de wederkomst van de Heer als Koning in zicht, terwijl Paulus' brieven het uitstel van Zijn Wederkomst om te regeren verklaren.

 DE WEDERKOMST VAN CHRISTUS EN HET GEHEIMENIS

 Paulus en Petrus werkten niet in tegenstelling met elkaar. Het werk van Paulus was eenvoudigweg een verdere openbaring die God begon bekend te maken toen Hij begon om Israel en haar koninkrijk-verwachtingen, terzijde te stellen.

Zoals Petrus instemde met de boodschap van Paulus, zo deed dat Paulus met Petrus' boodschap. Hij geloofde, net als Petrus, dat Jezus de Christus (Gezalfde) was, en bewees dit vanuit de Schriften in vele synagogen. Hij geloofde en leerde ook dat Christus naar de aarde zou terugkomen om te regeren in kracht en glorie.

Maar hem was geopenbaard dat dit nog niet plaats zou vinden (Hebr.2:8); vaststellend dat Jood en Heiden ongelovig zijn, God een periode van genade zou invoegen, waarin aan allen wordt aangeboden, verzoening door genade door geloof in het op het kruis vergoten bloed.

"En opdat Hij die beiden (Jood en Heiden) met God in één lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende." (Eph.2:16).

Het is deze nieuwe bedeling die God aan Paulus toever­trouwde, als een complete verrassing aan een door zonde ver­nielde wereld.

PAULUS EN DE WEDERKOMST VAN CHRISTUS

Deze "verborgenheid" of "geheimenis", "die vanaf het begin der wereld verborgen is geweest bij God" (Eph.3:9), centreert zich rond de "ene nieuwe mens", het "lichaam van Christus", maar vele details van dit grote geheimenis waren ook persoonlijke verborgenheden, totdat zij aan en door Paulus werden geopenbaard. In 1Cor.4:1 zegt de apostel: "LAAT IEDER MENS ONS ZO BESCHOUWEN: ALS DIENAARS VAN CHRISTUS EN UITDELERS VAN DE VERBORGENHEDEN VAN GOD"

En hier voegt hij aan toe, als vooruitlopend op moeiten en vervolging:"EN VERDER WORDT VAN DE UITDELERS VEREIST, DAT IEDER TROUW BEVONDEN WORDT."

Een van deze verborgenheden is de bedeling (of dispensatie) van genade (Eph.3:1-3), een andere is de verblinding en verharding van Israel gedurende deze bedeling (Rom.11:25), een andere, de verhouding van Christus tot Zijn volk vandaag (Eph.5:25-32), een andere, onze hemelse positie in Christus (Eph.1:9,15-21), en weer een andere, de opname van de Zijnen vóór de uitgieting van Zijn toorn over de volken. Niet eerder dan bij Paulus lezen wij hierover:

 "Zie, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden."In een punt van de tijd, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken, en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden. (1Cor.15:51,52).

 "Want dat zeggen wij door het Woord van de Heer, dat wij die levend overblijven tot de komst van de Heer, hen die ontslapen zijn niet zullen vóórgaan."Want de Heer Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met de bazuin van God neerdalen van de hemel; en zij die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan.

"Daarna zullen wij die levend overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, en de heer tegemoet, in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heer zijn."Zo dan, vertroost elkaar met deze woorden. (1Thess.4:15-18).

 Sommigen zijn verward omdat deze teksten spreken van de "laatste bazuin" en "de stem van de aartsengel". Zij verbinden de "laatste bazuin" met de laatste van de zeven bazuinen die zullen klinken in de grote verdrukking (Openb.11:15-19) en argumenteren vanuit Dan.12:1 dat Michael verbonden is met Israel en niet met het Lichaam van Christus.

 Het is waar dat toen God met Israel handelde als een volk, Michael haar beschermengel (prins) was, maar er moet ook op gelet worden dat Michael de aanvoerder is van de hemelse legers, net als Gabriel Gods eerste boodschapper is. (Zie Dan.10:13,21,21:1 en Openb. 12:7-9). Voorts is het niet vreemd dat Michael de krijgstrompet laat horen om ons te beschermen voor "de macht in de lucht" (Eph.2:2), als we gaan om de Heer "in de lucht" te ontmoeten (1Thess.4:17).

 Wat de uitdrukking "de laatste bazuin" betreft, vergeten zij die volhouden dat dit moet worden gezien als de laatste van de zeven bazuinen, een van de grondregels van Bijbelinterpretatie -voortgaande openbaring. Als 1Cor.15 zou geschreven zijn na Openbaringen, zouden we kunnen toegeven dat "de laatste bazuin" moet slaan op de laatste van de zeven die reeds genoemd zijn. Maar zoals het is, de "laatste bazuin" betekent duidelijk dat de bazuin eenvoudig wordt geblazen ten laatste, d.i. van deze bedeling, is er geen aanleiding dat toen Paulus schreef aan de Corinthiërs, zij niets wisten over zeven bazuinen die zouden klinken. Bovendien wordt in 1Thess.4 deze bazuin genoemd, "DE BAZUIN VAN GOD", inhoudend dat deze op zich zelf staat en niet een van zeven bazuinen is. Er moet ook op gelet worden dat er geen aanwijzing is dat het Michael is, de aartsengel, die de bazuinen vasthoudt in Openbaringen. De engel die deze bazuin draagt, wordt eenvoudig "de zevende engel" genoemd, als zijnde op één niveau met de andere zes.

 DE DAG VAN ZIJN TOORN

 Wij weten dat de wederkomst van Christus naar de aarde, de dag van Gods toorn zal beeindigen. Hij zal dan met ons komen, want we lezen in Col.3:4 dat: "Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid."

 Het schijnt ons toe, dat om met Hem in heerlijkheid te verschijnen, we op een of andere wijze eerst in deze heerlijk­heid moeten geraken. En dat zullen we. Wij zijn gezanten van Christus in een Christus-verwerpende wereld, en voordat Hij oorlog verklaart aan deze wereld, zal Hij Zijn gezanten terugroepen.

 Let op de verandering van "wij" in "zij", in 1 Thess.4 en 5: "Daarna zullen WIJ die levend overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heer tegemoet, in de lucht; en zo zullen WIJ altijd met de Heer zijn." "Zo dan, VERTROOST ELKAAR MET DEZE WOORDEN." (1Thess.4:17,18).

 "Maar wat de tijden en de gelegenheden betreft, broe­ders, hebt gij niet nodig dat men u schrijft..."Want wanneer ZIJ zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een plotseling verderf HUN overkomen, zoals de barensnood over een zwangere vrouw; en ZIJ zullen geenszins ontkomen." (1Thess.5:1-3).

 En het volgende vers gaat verder en zegt: "Maar GIJ, broeders! GIJ zijt niet in duisternis, zodat die dag U als een dief zou overvallen."

 Ps. 2:5 zegt van de volken: "DAN ZAL HIJ TOT HEN SPREKEN IN ZIJN TOORN," Maar 1 Thess. 5:9-11 zegt ons: "WANT GOD HEEFT ONS NIET BESTEMD TOT TOORN, MAAR TOT HET VERKRIJGEN VAN DE ZALIGHEID DOOR ONZE HEER JEZUS CHRISTUS, "DIE VOOR ONS GESTORVEN IS, OPDAT WIJ, HETZIJ DAT WIJ WAKEN, HETZIJ DAT WIJ SLAPEN, SAMEN MET HEM LEVEN. "DAAROM, VERMAANT ELKAAR EN STICHT DE ÉÉN DE ANDER, ZOALS GIJ OOK DOET."

  Wat een troost te weten dat ons burgerschap in de hemel is, vanwaar we uitzien naar de Heiland, de Heer Jezus Christus, niet alleen om deze vernederde lichamen te veranderen, maar om ons op te roepen, Zijn gezanten, voordat Hij oorlog verklaart aan Zijn vijanden.

Wonderbare, vertroostende hoop voor de leden van Zijn Lichaam, maar tot hen die Christus afwijzen, zegt de apostel, door de Geest: "Indien iemand de Heer Jezus Christus niet liefheeft, die zij vervloekt. Maranatha!" (1Cor.16:22).

Geliefde lezer, als wij deze boodschappen besluiten, laat ons dan nog vragen -bent u gered en veilig in Christus? Verheugt u zich in het Woord van de Geest in "vertroosting", of valt gij onder het "anathema" dat Hij aankondigt voor de ongelovigen?

 De dag van genade zou vandaag kunnen aflopen. "En wij, als medearbeiders, bidden u ook dat gij de genade van God niet tevergeefs ontvangen hebt....ZIE, NU IS HET DE WELAANGENAME TIJD, ZIE, NU IS HET DE DAG VAN DE ZALIG­HEID! (2Cor.6:1,2).

God heeft u lief.

Christus stierf voor u.

"GELOOF IN DE HEER JEZUS CHRISTUS, EN GIJ ZULT      ZALIG WORDEN, GIJ EN UW HUIS." (Hand.16:31).

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011