De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

 

       HOOFDSTUK III

HET TWEELEDIG DOEL

VAN DE OPSTANDING

 Is het niet vreemd dat de waarheden, die God in het bijzonder aan ons heeft gegeven om er over te denken, juist de waarheden zijn waar wij doorgaans de minste tijd aan besteden? Dit betreft ook hetgeen Paulus schrijft over de

opstanding van Christus. (2 Tim. 2:7-9) "MERK WAT IK ZEG; DOCH DE HERE GEVE U VERSTAND IN ALLE DINGEN. "HOUD IN HERINNERING, DAT JEZUS CHRISTUS UIT DE DODEN IS OPGEWEKT, DIE UIT HET ZAAD VAN DAVID IS, NAAR MIJN EVANGELIE, "WAARIN IK VERDRUKKINGEN LIJD TOT DE BANDEN TOE, ALS EEN KWAADDOENER; MAAR HET WOORD VAN GOD IS NIET GEBONDEN."

 DE EIGENLIJKE OPSTANDING

 Toen Paulus deze woorden had opgeschreven, was de opstanding in het Oude Testament niet alleen geprofeteerd en voorzegd door de Here Zelf, maar het was een bewezen histo­risch feit. De Heer had "Zichzelf levend vertoond na Zijn lijden met vele duidelijke tekenen" (Hand. 1:3). Hij is gezien door Petrus en de twaalven en anderen. (1 Kor.15:5; Joh. 20­:18-29). "Daarna werd Hij gezien door meer dan vijfhonderd broeders tegelijk." (1 Kor.15:6).

 Getuigen van overal hadden getuigd van persoonlijk contact met de opgestane Christus. Bovendien had de Heilige Geest ook getuigd, want grote tekenen en wonderen werden gedaan door de discipelen. (Hebr. 2:3,4).

 Aan Paulus' verklaring over vijf honderd die de opgestane Heer tegelijk hadden gezien, had hij toegevoegd: "Van wie het merendeel nog in leven is." Wij kunnen er zeker van zijn, als er geen overvloedig getuigenis van de opstanding van Christus in die tijd geweest zou zijn, deze verklaring door de schrijvers uit die tijd zou zijn uitgedaagd en aan hem zou zijn gevraagd om in ieder geval enkele van deze vijfhonderd getuigen te vragen.

En bij al deze getuigenissen uit de eerste hand had Paulus ook die van hemzelf gegeven. (1 Kor.15:8) "En het allerlaatst is Hij door mij, als een ontijdig geborene, gezien." Het zou hoogst onredelijk zijn om deze persoonlijke getuigenis van Paulus in twijfel te trekken. Eenmaal had hij de opstanding van Christus ontkend en had hij de prediking tegen gewerkt, als zijnde een infame leugen. Hij was de aartsvijand geweest van hen die Israël trachtten te overtuigen om in de "opgestane Messias" te geloven.

 Maar nu was hij zelf overtuigd en zijn getuigenis werd toegevoegd. Zijn reputatie en invloed als farizeër terzijde stellend, had hij grote ontberingen geleden voor de Christus die hij had leren kennen en liefhebben.

 Hij was geslagen, beroofd en gestenigd. Hij  had kou en honger geleden en naaktheid. Hij was gescholden en gegeseld en gevangen gezet vanwege zijn overtuiging. Kan een dergelijke getuigenis, volhardend gedragen door een man, tegen een zeer hoge prijs, verzonnen zijn? Integendeel, dit kwam voort uit een diepe overtuiging! e opstanding van Jezus Christus, uit het zaad van David, is een historisch feit, ondersteund door overstelpend bewijs. Maar is dit alles wat de apostel ons wil doen overwegen en herinneren alleen het feit van de opstanding? Nee, er is meer, veel meer!

 EEN TWEELEDIG DOEL

 In zijn vermaning aan Timothes lijkt het of de apostel toestaat dat het feit van de opstanding van Christus niet langer wordt besproken. Het is iets over de opstanding dat hij hem wil laten begrijpen, om nimmer uit het oog te verliezen.

 Terwijl hij speciale attentie vraagt voor zijn woorden en gebed dat God de bekwaamheid tot begrip zal schenken, zegt hij:

 "Houd in herinnering, dat JEZUS CHRISTUS UIT DE DODEN IS OPGEWEKT, Die uit het zaad van David is (Dit is het wat hij had gepredikt), naar mijn evangelie." (2 Tim.2:8).

 Het is hier duidelijk, dat er geen belangrijke boodschap was betreffende de opstanding, die uitsluitend aan Paulus was gegeven. Om te zeggen dat wat Paulus noemde "mijn evangelie" alleen over de opstanding ging, is de zin van deze tekst beroven van de waarheid die Paulus benadrukt, Want zeker tot een man van God als Timothes zou de vermaning "op te merken" en het gebed om door God gegeven wijsheid niet alleen bedoeld zijn als een herin­nering aan het feit van de opstanding.

 Deze passage wijst aan, dat in de opstanding van Christus, zowel als in Zijn incarnatie (= vleeswor­ding) en Zijn kruisi­ging, God een tweevoudig doel had. Er was de prediking van Jezus Christus, "het zaad van David" door de twaalven en de prediking van Dezelfde Persoon overeenkomstig een speciale openbaring aan Paulus gegeven. Er waren dus een geprofeteerd doel en een geheim doel!

DE OPSTANDING EN PROFETIE

 Jezus Christus, de Zoon van David, is het centrale punt in Gods profetisch doel. Was onze Heer niet de Zoon van David geweest, dan zouden zijn aanspraken op het Messiasschap hol en leeg zijn ge­weest. Het is met David dat God het grote verbond maakte van het glorieuze Koninkrijk, dat komen zou. Het was uit Davids zaad dat de grote Koning zou opkomen. (2 Sam.7:12-16; Ps. 89:35-37).

 De profeten hadden eensgezind ingestemd in profetiën.( o.a Jer.23:5)

 "Ziet, de dagen komen, spreekt de Here, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde."

 Het was als: De "Zoon van David" dat het Nieuwe Testa­ment Hem introduceerde (Matt.1:1), dat engelen en mensen Hem aanspraken (Luk. 1:32,68,69), dat Zijn volgelingen zich tot Hem wendden (Matt.15:22,21:9,15). Het was als de Zoon van David dat Hij Zijn aanspraken op het Messiasschap stelde (Matt. 22:42-45) en het was als de Zoon van David dat Hij werd erkend als Messias door de Zijnen. (Matt. 12:23).

 Waarlijk, ondanks dit alles werd Hij gekruisigd en Pilatus liet boven Zijn hoofd Zijn "beschuldiging" aanbrengen: "DEZE IS JEZUS, DE KONING DER JODEN." (Mat. 27:37). Maar dit was geen breuk in het profetisch programma, want de profeten hadden duidelijk voorzegd: "het lijden dat op Christus komen zou en de heerlijkheid die DAARNA VOLGT." (1 Petr.1:11). Dat het inderdaad de opgestane Christus was, Die zou regeren over Israël en de volken was een feit, dat de profeten, met inbegrip van David zelf, in veel van hun geschriften hadden opgenomen. Dat is ook de reden waarom Petrus op Pinksteren Psalm 16 aanhaalt, aantonend, dat David niet op zichzelf wees, maar sprak als profeet. Hij zei: "Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten, noch zult Uw Heilige overgeven om verderving te zien." (Hand.22:27).

 En het is met dit argument dat Hij dringend herinnert aan de aanspraken van de verrezen Christus op de troon van Israël. (Hand.2:29-31)

 "Gij mannen broeders, het is mij geoorloofd vrijuit te spreken over de patriarch David, dat hij beide gestorven en begraven is, en zijn graf is onder ons tot op deze dag. "Daar hij dan een profeet was, en wist dat God hem met ede gezworen had, dat hij uit de vrucht van zijn lendenen, wat het vlees aangaat, de CHRISTUS VERWEKKEN ZOU, OM HEM OP ZIJN TROON TE ZETTEN; 

"heeft hij dit vooruitgezien en gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch zijn vlees verderving heeft gezien."

Dit was Gods grote profetische doel met de opstanding van Christus, zoals Petrus het predikte. Hij werd opgewekt uit de dood om te zitten op de troon van Zijn vader David. En het was op deze grond, dat Petrus het volk oproept tot bekering.

"Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitge­wist worden, opdat de tijden van de verkwikking mogen komen van het aangezicht van de Here, "en Hij zal zenden Jezus Christus, Die u tevoren gepre­dikt is." (Hand.3:19,20).

Zoals we weten bekeerde Israël zich niet en de tijden van verkwikking zijn niet, althans nog niet gekomen van het aangezicht van de Here. God heeft Jezus niet, althans nog niet teruggezonden.  Maar hier is het punt dat de openbaring van het geheimenis een feit wordt. Toen de zonden van de mens tot haar hoogtepunt was gerezen, was God klaar om de grootste der zondaars te redden.  En Hij zond hem heen met het meest glorieuze nieuws met betrekking tot de opstanding van Christus.

 DE OPSTANDING EN HET GEHEIMENIS

 Was de prediking van Paulus over de opstanding inderdaad verschillend van die van de twaalven? De traditie mag weliswaar ontkennen dat dit zo was, maar toch zou een zakelijk herzien van het verslag de eerlijke onderzoeker bewijzen, dat er een reusachtig verschil is.

 RECHTVAARDIGING

 Allereerst leren we voor het eerst, met het geleidelijk ontvouwen van het geheimenis door Paulus dat "(Jezus onze Here) werd overgeleverd om onze zonden, en opgewekt om onze recht­vaardiging." (Rom.4:25). Had Petrus op Pinksteren, of iemand vóór Paulus, deze glorieu­ze waarheid verkondigd? Zij die de Schriften onderzoeken zullen ontdekken dat dit niet het geval is. Dit was deel van "het geheim van het goede nieuws" door middel van Goddelijke openbaring aan Paulus gegeven.

 Rechtvaardiging op zich was natuurlijk geen geheim, maar het geheim van de rechtvaardiging van de zondaar is te vinden in de opstanding van Christus en dit werd voor het eerst door Paulus verkondigd.

 Dit feit is zo belangrijk, dat het geloof in de opstanding van Christus nu een Geïntegreerd deel van het reddend geloof is. In Romeinen 4:24 staat, dat gerechtigheid ons toegerekend zal worden "INDIEN WIJ GELOVEN IN HEM, DIE JEZUS, ONZE HERE, UIT DE DODEN OPGEWEKT HEEFT." In Romeinen 10:9 staat het weergegeven als 

"het woord van geloof dat wij prediken.""Dat indien gij met uw mond zult belijden de Here Jezus, en MET UW HART GELOVEN DAT GOD HEM UIT DE DODEN OPGE­WEKT HEEFT, dan zult gij zalig worden.

IDENTIFICATIE

Dan is er de grote waarheid van identificatie met de Here in Zijn opstanding. Wanneer heeft iemand, vóór Paulus, ooit een doop gepredikt waarin gelovigen zijn "opgestaan (met Christus) door het geloof van Gods handeling?" Toch is dit precies wat de apostel Paulus leert in Kolossensen 2:12.

 In Efeze 2:5,6 gaat hij in detail hierop in

 "ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft (God) ons levend ge­maakt met Christus, (uit genade zijt gij zalig geworden), "en heeft ons mee opgewekt, en heeft ons mee gezet in de hemel in Christus Jezus." En in Efeze 1:3 breekt de apostel uit in een lofprijzing: "Geze­gend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus," Opnieuw staat in Kolossensen 3:1: "Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand van God."

 Hoe veel hoger en groter zijn onze zegeningen dan hetgeen ooit aan Israël werd beloofd of aangeboden! En aldus heeft God de "uitnemende rijkdommen van Zijn genade" getoond. Want het was door de afwijzing van de Zoon van David, dat God Paulus riep om deze glorieuze waarheden te gaan verkondigen, aan hen, die hun vertrouwen stellen in de Koninklijke Banneling in "deze boze tijd", onder aanbieding van een hemelse plaats en hemelse zegeningen. Werkelijk, "waar de zonde toenam, daar is de genade veel overvloediger geweest."

 OVERWINNING OVER DE ZONDE

 Deze identificatie met Christus in Zijn opstanding beinvloedt ook ons dagelijks leven. Want naarmate wij onze positie innemen en onze zegeningen in Christus toeëigenen, zullen wij in diezelfde mate ook de zonde van onze oude natuur kunnen overwinnen. De apostel benadrukt dit punt telkens weer. (Rom. 8:11,12)

"EN INDIEN DE GEEST VAN HEM, DIE JEZUS CHRISTUS UIT DE DODEN OPGEWEKT HEEFT, IN U WOONT, ZO ZAL HIJ, DIE CHRISTUS UIT DE DODEN OPGEWEKT HEEFT, OOK UW STERFELIJKE LICHAMEN LEVEND MAKEN DOOR ZIJN GEEST, DIE IN U WOONT. "ZO DAN, BROEDERS, WIJ ZIJN SCHULDENAARS, NIET AAN HET VLEES OM NAAR HET VLEES TE LEVEN."

 Dit gedeelte gaat niet over de toekomstige opstanding uit de dood, maar over de verkwikkende kracht van de Geest; de kracht die ons hier en nu kan helpen om "te wandelen in nieuw­heid des levens". Dit is hetgeen de apostel bedoelt als hij uitdrukking geeft aan zijn hartsverlangen:

 "OPDAT IK HEM ZOU KENNEN, EN DE KRACHT VAN ZIJN OPSTANDING,...OPDAT IK ENIGSZINS MAG KOMEN TOT DE OPSTANDING UIT DE DODEN." (Fil. 3:10,11).

 Hier wijst de apostel opnieuw, niet naar een toekomsti­ge opstanding van het lichaam, maar op de opstandingvan de gelovige met Christus, om te wandelen in de nieuwheid des levens. Dit is duidelijk uit het feit dat het zijn verlangen is nu te kennen "de kracht van Zijn opstanding", dat het iets is om "ertoe te geraken" en dat hij belijdt: "Niet dat ik het reeds gekregen heb, of reeds volmaakt ben." (Fil. 3:10-12).

 Niettemin is dit wat hij reeds heeft verkregen en in zekere mate ook heeft ervaren.  Door Gods genade en door de kracht van de Geest, die Christus verkwikte en deed opstaan uit de dood, mogen wij dit eveneens ervaren. Want "de wet van de Geest" en van het leven in Christus Jezus" heeft ons vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood." (Rom.8:2).

BEMERKEN - HERINNEREN

Dit en nog veel meer is wat Paulus meende te moeten benadruk­ken, toen hij zei: "Merk, wat ik zeg; doch de Here geve u verstand in alle dingen."Houd in herinnering, dat Jezus Chris­tus uit de doden is opgewekt, Die uit het zaad van  David is, naar mijn evangelie,"waarin ik verdrukkingen lijd tot de banden toe, als een kwaaddoener; maar het Woord van God is niet gebonden."  (2 Tim. 2:7-9).

Moeten wij nu lichtvaardig voorbijgaan aan een waarheid, die zo genadig geopenbaard en overgeleverd is aan ons, tegen zo een hoge prijs; een waarheid die heel specifiek voor ons bedoeld is? Of, als we deze aangenomen hebben, zullen wij het dan weer vergeten of opgeven voor een weinig aardse winst of een paar aardse vriendschappen?

 Nee, laat ons oprechte Bereërs (Hand. 17:10,11) zijn en zorgvuldig onderzoeken, onder gebed, wat God ons te zeggen heeft. Laat ons dit dierbaar blijven en gelovig er voor staan, wat het ook moge kosten!

 

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011