De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

HOOFDSTUK II

HET TWEE LEDIGE DOEL VAN DE KRUISIGING

Hoe gemakkelijk kan een onbijbels begrip een diep- gewortelde traditie krijgen! En hoe zeker zal elke onbijbelse traditie ons standpunt verkeerd richten en ons hinderen bij het duidelijk verstaan van Gods bedoelingen en bedelingen.

 Een van deze onschriftuurlijke begrippen is het idee, dat de Oud Testamentische heiligen en zelfs diegenen die leefden van Adam tot Mozes, gered werden door geloof in de dood van een komende Christus. Dit idee is, in een of andere vorm, zo dikwijls herhaald, dat het als een bijbelse waarheid aangenomen is geworden, hoewel helemaal niet bijbels ondersteund, eigenlijk defini­tief en beslist door de Schrift wordt ontkend. Als deze bewering sommigen van de lezers schokt, laten wij dan bedenken dat zulke schokken soms nodig zijn om ons weer terug te drijven naar de Schriften om de grondslagen van onze geloofsovertuigingen te onderzoeken.

 Laat de lezer ons niet misverstaan. Wij geven volledig toe, dat het nu bekend is dat de heiligen uit de oudheid door Christus volbrachte werk aan het kruis zijn gered. Het punt is dat dit niet eerder bekend werd, dan te bestemder tijd. Heiligen die leefden vóór Golgotha werden niet gered door geloof in het vergoten bloed van Christus zoals wij vandaag, want niet eerder dan Paulus hoorde de wereld de zogenaamde "prediking van het kruis." Omdat Paulus eenvoudigweg in 1Cor.15:3 verklaart dat "Christus stierf voor onze zonden, naar de Schriften", hebben velen geconcludeerd dat de Oud Testamentische heiligen vertrouwden in Zijn dood voor redding, maar dit is iets in de Schrift lezen wat er eigenlijk niet staat. Er is ook geen enkele grond voor deze veronderstelling in het Oude Testament zelf. Wat Paulus hier zegt is eenvoudig dat de dood van Christus voor onze zonden overeen komt met de Schrift en niet dat geloof in de dood van Christus hetgeen was wat de Oud Testamentische heiligen moesten geloven om gered te worden.

 Verder moeten wij niet voorbijzien wat Paulus zegt over dit "Evangelie...dat Christus stierf voor onze zonden." Hij noemt het "het Evangelie dat ik u verkondigd heb" en voegt eraan toe "want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb." Zijn verkondiging van het kruis was deel van de speciale openbaring, dat de verheerlijkte Heer aan hem heeft gegeven. Een verkondiging die anders was dan hetgeen de twaalven hebben gepredikt.

 DE KRUISIGING EN PROFETIE

 Het is erg moeilijk om Bijbelstudenten te weerhouden om niet op openbaringen vooruit te lopen. Zij 'plaatsen' Paulus' geschriften in het Oude Testament, alsof Abraham, Mozes, David hadden begrepen hetgeen later over Christus is geopenbaard.

                                          ABRAHAM

Sommigen willen bijvoorbeeld Joh.­8:56 naar voren brengen en geven dat als bewijs dat Abraham alles over Christus en Zijn volbrachte werk begreep. Wij citeren:

 

"Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest." Deze Schrifttekst zegt, noch bevat, dat Abraham iets be­greep over het volbrachte werk van Christus dus laten we dit ook niet in de Schrift lezen. Men stelt vaak de volgende vraag: "Toen Abraham en anderen bloedoffers brachten, hebben zij niet begre­pen dat deze offers 'typen van Christus' waren. Ons antwoord is, dat dit ook inlezen in de Schriften is, want het Woord Zelf zegt dat niet! Onder­zoek en zie.

MOZES

Een dominee vroeg deze schrijver eens het volgende: "Is het mogelijk dat toen God aan Mozes alle aanwijzingen gaf, voor het bouwen van de tabernakel met zijn grote "deur", zijn koperen en gouden altaren, zijn wasbekken, zijn gouden kandelaren en tafel voor toonbrood, zijn verfijnde gordijnen en zijn ark van het verbond, Hij hem niet heeft uitgelegd, dat deze dingen symbolisch waren voor de persoon en het werk van Christus"?. Het antwoord was dat dit mogelijk en evident was uit het verslag. 

Deze dominee  geloofde dat God in die tijd ook de typische betekenis van deze dingen heeft openbaard. Deze schrijver vroeg hem om een Schriftgedeelte aan te geven, om zijn overtuiging te bewijzen. De Bijbelleraar ging weer zitten, want hij kon geen tekst geven. Toch als zijn argument juist was geweest, zouden we verwachten dat God Mozes zou uitleggen, wat elk meubelstuk betekent en hoe het over de komende Christus spreekt. Maar dit lezen wij niet.

 DE PROFETEN

 Een andere dominee vroeg of het niet duidelijk was, dat de profeten alles over het kruis begrepen, omdat we in hun eigen geschriften passages vinden zoals Jesaja 53. Wij antwoordden, en doen dat opnieuw, dat het duidelijk is dat zij het niet hebben begrepen.

 Jesaja 53 is een profetische uiting. Hij schreef zoals hij werd bewogen door de Heilige Geest, en begreep niet wat hij schreef. Inderdaad stelt 1Petr.1:10,11 duidelijk vast, dat profeten hun eigen profetiën over het lijden en de verheerlijking van Chris­tus niet verstonden. Daar lezen we dat zij "VROEGEN EN IJVERIG ZOCHTEN,"

 "...terwijl zij onder­zochten, op welke of wat voor tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en tevoren getuigde van het lijden dat op Christus komen zou, en de heerlijk­heid die daarna volgt."

 Let wel; zij ondervroegen en onderzochten niet alleen naar de tijd waar­in deze dingen zouden plaats hebben, maar ook naar WAT de Geest, die in hen was bedoelde, toen deze tevoren getuigde van het lijden van Christus en de glorie die zou volgen.

 Kan het nog duidelijker? Volgens deze tekst wisten zij niet wat de Geest bedoelde bij de profetiën van Christus' lijden en glorie en werd verteld, dat zij dat niet konden weten, omdat het voor een toekomstige generatie bestemt was. (zie vers 12). Maar laat ons hier even stilstaan om Jesaja 53 te beschouwen, want vanaf hier wordt het profetisch doel van de kruisiging geleidelijk duidelijker.

 JESAJA DRIE EN VIJFTIG

 "Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de Heere heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen." (Jes.53:6). Enige tijd geleden hoorden wij een evangelist die over de bovenstaande tekst sprak. Hij legde uit dat "allen" "iedereen" betekende en dat, daar zij allen dwaalden. Gode zij dank, Christus is voor allen gestorven!

  Het is waar dat wij NU mogen zeggen, dat God in Zijn genade ook onze ongerechtigheden op Christus heeft gelegd. Te leren dat Jesaja, in deze tekst, werkelijk het leggen van onze zonden op Christus bedoelt, is echter een matige uitleg. Een blik op de inhoud maakt duidelijk dat hij uitsluitend als een Hebreeuws profeet sprak. Wanneer hij zegt: "WIJ allen dwaalden..." zal de juiste en zorg­vuldige vertaler van de Schrift vra­gen: "welke allen?" Het antwoord zal niet alleen in de profetie als geheel gevonden worden, maar juist in de inhoud. Vers 8 maakt heel duidelijk dat hij naar zijn eigen volk verwijst: "Om de overtredingen MIJNS VOLKS is de plage op Hem geweest."

 laten wij de toon van Jesaja 53 niet voorbijzien. De profeet biedt geen redding aan op basis van Christus volbrachte werk aan het kruis; wat onze vreugde vandaag is. Integendeel, hij begint met een toon van teleurstelling. Wie wil zijn relaas geloven?

 "Een tere plant...een wortel uit dorre aarde...geen gedaante noch heerlijkheid...geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben... veracht... verworpen...een Man van smarten en verzocht in krankheid."

Wie zou geloven dat zo iemand de lang beloofde Redder van Israël zou zijn? "Maar," de profeet vervolgt: "Hij draagt de schuld voor ons, wij zijn de schuldigen, toch gaat Hij als een lam naar de slachtbank voor ons. Maar God zal Hem belonen en Hij zal niettemin glorieuze resultaten zien van Zijn nederige onderdanigheid." Dit Schriftgedeelte is typisch Oud Testamentische profetie. De profeet laat inder­daad zien, dat wanneer de Messias komt, Hij zal worden afgewezen en geslagen - terwijl Hij de schuld op Zich neemt voor hen. Maar dit is nog geheel verschillend van de verkondiging van het geloof in de verdiensten van Zijn dood, als de weg tot redding. Als Jesaja dit had begrepen, zoals wij dit nu doen, dan zou zijn boek er zeker vol van zijn.

 Jesaja's profetie was in één lijn met Gods profetisch doel. Als een lam zou de Messias Zich overgeven aan de wreedheid van Zijn volk. Omdat op zekere dag de natie die veroordeeld was vanwege die wrede moord zich tot Hem zou keren. Wij vinden een overeenkomstige tekst in Joh.1­1:47-52, waar de ongelovige hoge­priester, die voelde dat het tijd werd om openlijk over Christus te spreken zegt:

 "...Gij verstaat niets; "en gij overlegt niet dat het voor ons nutti­ger is dat één mens sterft voor het volk, en niet het hele volk verloren gaat."

 Het is wel duidelijk hoe Kajafas dit bedoelde. "Of Hij onschuldig is of niet doet er niet toe," redeneerde hij, "Wij moeten van Hem af zien te komen, of de hele natie zal ver­gaan." Het vreemde is dat we in de volgende twee verzen lezen: "En dit zei hij niet uit zichzelf ; maar daar hij hogepriester was in dat jaar,  PROFE­TEERDE HIJ DAT JEZUS STERVEN ZOU VOOR HET VOLK; "EN NIET ALLEEN VOOR DAT VOLK, MAAR OPDAT HIJ OOK DE KINDEREN VAN GOD, DIE VERSTROOID WA­REN, TOT ÉÉN ZOU VERGADE­REN." (vers 51,52).

 Ja, Kajafas sprak die dag, beide voor hemzelf en voor God. Zelfs, hoewel Christus onschuldig was, stelden Kajafas en God beiden voor, dat Hij ter dood gebracht zou worden ter wille van het volk. Hoe het ook zij, bij Kajafas was dit wrede ongerechtigheid, terwijl het voor God overvloedige genade was.

 Johannes 1:29 valt onder dezelfde categorie. Er zijn velen die veronderstellen dat Johannes ook het Evange­lie van Gods genade en redding op basis van het bloed van Christus heeft gepredikt. "Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!"

 Als dit zo is, dan volgt de vraag: "Waarom predikte hij "de doop van bekering tot vergeving van zonden?" (Mark.1:4). En waarom weigerde hij om de Farizeërs te dopen wegens het niet voortbrengen van vruchten, de bekering waardig? (zie Matt.3:7-10). Was dit het Evangelie van de genade van God?"

 Wij weten nu dat het onmogelijk is om goede vruchten voort te brengen, tenzij wij eerst vergeving van zonden hebben. Indien Johannes wist, wat wij nu over het kruis weten, zou zijn hele boodschap zeker anders zijn geweest. God toonde toen aan, dat een mens geen goede vruchten kan voortbrengen, gescheiden van de genade van God. Dat is waarvoor de wet is gegeven. Wat bedoelde Johannes dan met zijn uitdrukking over het Lam van God? Hij me­ende precies hetzelfde wat Jesaja en de profeten vóór hem gezegd hebben.

 Vergeet niet dat de Here Zelf verscheen onder degenen, die door Johannes, voor vergeving van hun zonden, werden gedoopt. Daar was Hij, gerekend onder de overtreders, en hoewel Johannes weigerde Hem te dopen. Johannes zei, dat hij zelf gedoopt zou moeten worden en niet Christus. De Heer, hoewel Hij geen zonde had, nam daar de schuld (blaam) op Zich. Daarom wijst Johannes op deze Geliefde, het Lam van God, die de zonde van de wereld verdraagt.

 DE TWAALF APOSTELEN.

 Dat Johannes de Doper niet begreep wat wij nu wel weten, kan wellicht het best gezien worden door het verslag te lezen van de eerste aankondiging van onze Heer over Zijn lijden en sterven.

 "En Hij nam de twaalf bij Zich en zei tot hen: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem, en het zal alles volbracht worden aan de Zoon des mensen wat geschreven is door de profeten,"want Hij zal aan de heidenen overgeleverd worden, en Hij zal bespot worden, en smadelijk behandeld wor­den, en bespuwd worden. "En zij zullen Hem geselen en ter dood brengen; en op de derde dag zal Hij weer opstaan. "EN ZIJ VERSTON­DEN GEEN VAN DEZE DINGEN, EN DIT WOORD WAS VOOR HEN VERBORGEN, EN ZIJ VERSTONDEN NIET WAT GEZEGD WERD." (Luk.18:31-34 en cf Matt.­16:21).

 Hoe zouden wij uitleggen dat Abraham, Mozes, de profeten en Johannes de Doper wel Gods plan van redding door het geloof in het bloed van Christus hadden begrepen en geleerd. En dat de twaalven, die de Heer Zelf had gekozen om het Evangelie van het Koninkrijk te prediken

(Luk.9:1-6), na ongeveer twee jaar van prediking, niet wisten, dat Chris­tus zou sterven. Een feit dat door de profeten, zoals we hebben gezien, duidelijk is geprofeteerd. Als het waar is dat gelovigen, die vóór de tijd van het het kruis leef­den, door geloof in de dood van een komende Christus waren gered. Is het dan mogelijk dat, met al de rijkdom aan achtergrond, de apostelen van Christus zelfs niet hebben geweten, dat Hij moest sterven? Als inderdaad geloof in die dood altijd nodig was geweest om gered te worden, zou dan onze Heer zulke mensen hebben uitgekozen om het Evangelie voor Hem te verkondigen?

 Wat we ook zien in de uiting van Johannes nu, laat ons dit wel weten: Als Johannes het heeft bedoeld als een profetie van de dood van Christus, had hij in dat geval meer begrepen dan de twaalf apostelen die bij Christus Zelf waren en door Hem waren aangesteld om heen te gaan en het Evangelie van het Koninkrijk te prediken. Want met een drievoudige nadruk belist Gods Woord, dat zij niet het minste idee ervan hadden, dat Hij zelfs ter dood zou worden gebracht.

 PETRUS OP PINKSTEREN

 Veel gelovigen zien het kruis als de grote scheidingslijn en veronderstellen dat daarna, geloof in de dood van Christus moest worden gepredikt als de basis voor redding. Maar dit is niet zo, want niet eerder dan bij Paulus wordt het kruis, als de grote remedie tegen de zonde verkondigd.

 In de hiervoor genoemde open discussie, zei onze opponent hierover: "U zult zeker toegeven, dat Petrus op Pinksteren het Evangelie van Gods genade predikte!" Wij ontkenden dit met nadruk en vroegen hem wat het Evangelie van de genade van God was. "Wel", antwoordde hij, "eenvoudig, dat wij zondaars zijn, dat Christus stierf voor onze zonden en als wij in Hem vertrouwen, als onze Redder, God ons accepteert uit genade door geloof."

 Wij vroegen hem toen of dit het reddingsplan was, dat Petrus op Pinksteren had verkondigd. Hij was verbaasd dat deze vraag zelfs gesteld werd. Maar toen wij aandrongen op Schriftuurlijk bewijs, zocht hij tevergeefs. Ja, Petrus sprak op Pinksteren van het kruis, maar hoe? Hij beschuldigde zijn hoorders voor de kruisiging van Christus, trachtend hen tot overtuiging en belijdenis te brengen. (Zie Hand.2:23-36 en cf. 3:13-15, 4:10,11, 5:28-31). Toen zij riepen, "Wat moeten wij doen?" vertelde de apostel wat nodig was. "En Petrus zei tot hen:

 BEKEERT U, EN LAAT EEN IEDER VAN U GE­DOOPT WORDEN IN DE NAAM VAN JEZUS CHRISTUS TOT VER­GEVING VAN DE ZONDEN; EN GIJ ZULT DE GAVE VAN DE HEILIGE GEEST ONTVANGEN." (Hand.2:38).

 Dit was alles in harmonie met Gods geprofeteerde doelstelling in de dood van Christus. Inderdaad is het niet dan nadat Israël, als natie, haar schuld aan het kruis belijdt, dat zij gered zal zijn. Laat ons zien wat de profeet Zacharias hierover zegt: (Zach.12:10-14)

"Doch over het huis van David, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uit­storten de Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouw­klage over een enige zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerst­geborene."Te dien dage zal te Jeru­zalem de rouwklage groot zijn... "En het land zal rouwklagen, elk ge­slacht bijzonder; het geslacht van het huis van David bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder."

 Hier vinden we het profetisch doel van de kruisiging, vervuld in Israëls bekering. Van aangezicht tot aangezicht met hun Messias en tenslotte overtuigd van hun nationale schuld, zal hun schaamte zo groot zijn, dat niemand de ander recht in de ogen wil kijken. Ieder zal een plaats zoeken om alleen te rouwen in bitterheid, elke familie apart, en hun vrouwen apart.""En zo iemand tot Hem zegt: Wat zijn deze wonden in Uw handen? Zo zal Hij zeggen: het zijn de wonden waarmede Ik geslagen ben in het huis mijner liefhebbers." (Zach.1­3:6). De kruisiging zal aldus vervuld hebben, wat de openbaring van Christus in glorie, los van de kruisiging , nooit zou hebben kunnen teweegbrengen, want hun harten zullen aangeraakt en veranderd zijn.

HOE DE AARTSVADERS GERED WERDEN

 Voordat we het kruis beschouwen in het licht van het geheimenis, dat door Paulus is geopenbaard, zullen wij het eerst hebben over de behoudenis van degenen die leefden in de tijd voordat hij werd verwekt om de bedeling van de genade van God in te voegen.

Als u ons vraagt hoe de mensen, die voor de kruisiging van de Heer leefden werden gered, zouden wij antwoorden: "Door geloof." Zou er verder worden gevraagd: "Door geloof in wie en wat?" dan zouden wij antwoorden: "Door geloof in God en Zijn Woord." Dat de heiligen uit de oudheid alleen verant­woordelijk waren om te geloven wat tot hen geopenbaard was, is gezonde redenering en wordt overvloedig bewezen door de Schriften. Hebreën 11 vertelt ons precies hoe verschil­lende personen onder hen werden gered. Voorbeelden: Hebr.11:4.

 "Door het geloof heeft ABEL een MEERDERE OFFERANDE aan God geofferd dan Kaïn, WAARDOOR hij getuigenis verkregen heeft, dat hij rechtvaardig was, daar GOD OVER ZIJN GAVE GETUIGENIS GAF; en door het geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is." Hebr.11:7. "Door het geloof heeft NOACH, door Goddelijke aanwijzing vermaand over de dingen die nog niet gezien werden en bevreesd geworden, DE ARK TOEBEREID tot behoudenis van zijn huisgezin, DOOR WELKE ARK hij de wereld heeft veroordeeld, en is GEWORDEN EEN ERFGENAAM VAN DE RECHTVAARDIGHEID, DIE NAAR HET GELOOF IS."

 En hoe was het met Abraham? "Want wat zegt de Schrift? EN ABRAHAM GELOOFDE GOD, EN HET IS HEM GEREKEND TOT GERECHTIGHEID." (Rom.4:3). Maar laat ons naar de tekst gaan die hier aangehaald is en zien wat het was dat Abraham geloofde. Heeft God hem verteld dat Christus zou komen om voor hem te sterven? Nee, Gen.15:5,6.

 "Toen leidde Hij hem uit naar buiten, en zeide: Zie nu op naar de hemel, en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot Hem: Zo zal uw zaad zijn! "EN HIJ GELOOFDE IN DE HEERE; EN HIJ REKENDE HET HEM TOT GERECHTIGHEID." (Gen.15:­6,7).

 Zelfs tot aan Johannes de Doper en de apostel Petrus op Pinksteren (uitgezonderd zijn brieven natuurlijk) bleef Gods geheime doel met het kruis nog verborgen. Zoals wij hebben gezien, verkondigden Johannes de doper en de apostel Petrus de bekering en doop voor vergeving van zonden en niet Christus volbrachte werk aan het kruis en vergeving door Zijn bloed.

 DE KRUISIGING EN HET GEHEIMENIS

  Christelijke vriend, hoe werd u gered? Heeft iemand u beschuldigd voor het feit, dat Christus is gekruisigd, zoals Petrus op Pinksteren deed? Wij zouden ook beschuldigd kunnen worden, want ook onze zonden brachten Hem daar aan het kruis. Maar dat is niet de reden, waarom wij gered werden. Niemand heeft ons verteld, dat wij iets moesten doen om onszelf van de doodschuld te bevrijden. Nee, het was echter toen wij overtuigd waren van onze zonden, dat wij iemand hebben ontmoet, die ons het blijde nieuws vertelde dat Christus stierf voor onze zonde, opdat wij gered zouden wor­den. Wat een openbaring, als wij het kruis zien in het licht van de brieven van Paulus! Nu is er plotseling een aanleiding tot glorie, iets om blij mee te zijn! Wij zingen erover in onze kerken of gemeenten en zenden zendelingen uit naar andere landen om de verlorenen daarvan te vertellen.

 HET GEHEIM VAN HET GOEDE NIEUWS

  Overeenkomstig de openbaring van de verheerlijkte Heer aan Paulus, is het kruis de basis voor de bedeling van Gods genade. Door wat Christus aan het kruis heeft volbracht, kan God, die rechtvaardig is, de uitnemende rijkdommen van Zijn genade op de grootste zondaar, die dit aanvaarden wil door geloof, leggen. "En worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is." (Rom.3:24). "In Wie wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de verge­ving van de misdaden, naar de Rijkdom van Zijn genade." (Eph.1­:7).

  In het kruis ligt het geheim van het goede nieuws. (Eph.6:19). Toen God Zijn volk vertelde, dat het offeren van bloedoffers hen zou toelaten in Zijn tegenwoordigheid, was dat Evangelie goed nieuws. Toen Hij hen uitnodigde te bekeren en te worden gedoopt tot vergeving van zonden, was dat ook goed nieuws. Maar wat was het geheim van dit goede nieuws? Hoe kon God juist zulke voorwaarden tot redding maken? Zeker, het is niet mogelijk dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneemt. (Hebr.10:4) Evenmin kunnen oceanen vol water één zonde wegwassen. Het geheim lag in wat God zou volbrengen op Golgotha.

 En nu, sinds de voornaamste van de zondaars, de apostel Paulus, is gered en is aangetoond wat op Golgotha werd volbracht, verkondigt God niet langer bekering en doop tot verge­ving van zonde, zoals op Pinksteren. "Doch wanneer het volmaakte gekomen is, dan zal wat ten dele is, te niet gedaan worden." (1Cor.­13:10). Nu verklaart Paulus, het grote voorbeeld van Gods genade, dat het God aan hem de opdracht heeft gegeven om te verkondigen:

 De gerechtigheid van Christus voor de vergeving van zonden, alleen te ontvangen door geloof in het vergoten bloed. Die God gesteld heeft tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed; tot betoning van ZIJN RECHTVAARDIGHEID, DOOR DE VERGEVING VAN DE ZONDEN die tevoren geschied zijn onder de verdraagzaamheid van God. Tot betoning van Zijn rechtvaardigheid IN DEZE TEGENWOORDIGE TIJD; opdat Hij rechtvaardig is, en hem rechtvaardigt die uit het geloof in Jezus is." (Rom.3:25,26).

 De kruisiging van Christus bevat dan het geheim van de redding van de heiligen uit het verleden en de uitgieting van Gods genade in deze tegenwoordige, boze tijd.

 HET GOEDE NIEUWS VAN HET GEHEIMENIS

Er is een verschil tussen het geheim van het goede nieuws en het goede nieuws van het geheimenis, hoewel deze twee uitdrukkingen nauw ver­want zijn.

 Het was eerst aan Paulus dat God openbaarde op welke basis Hij het goede nieuws heeft gebracht aan degenen, die voor het kruis leefden. Evenzo heeft God aan de apostel Paulus het allerbeste nieuws bekend gemaakt: Zijn geheimvol, eeuwig doel als antwoord op de opstand tegen Zijn Zoon. Door Zijn vijanden verzoening aan te bieden uit genade door geloof, en zo het lichaam van Christus vorm te geven: De Gemeen­te van deze tijd. En in dit plan neemt het kruis weer de centrale plaats in.

 "En opdat Hij die beiden met God in één lichaam zou verzoenen DOOR HET KRUIS, terwijl Hij daardoor de vijand­schap gedood heeft. (Eph.2:16). "En Hij heeft u, die vroeger vervreemd waart, en vijanden door het verstand in de boze werken, nu ook verzoend. "IN HET LICHAAM VAN ZIJN VLEES, DOOR DE DOOD, opdat Hij u heilig en onberispelijk en onstraffelijk voor Zich zou stellen." (Kol.1:21,22). "Hij heeft uitgewist het handschrift, dat tegen u was vanwege de inzettingen, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en Hij heeft dat uit het midden weggeno­men DOOR HET AAN HET KRUIS TE NAGELEN." (Kol.2:14).

                                                 ONZE ROEM

 "...door Hem vrede gemaakt heb­bende door het bloed van Zijn kr­uis." (Kol.1:20). "...terwijl Hij daar­door de vijandschap gedood heeft. (Eph.2:16).

 Is dit niet vreemd en wonderbaar! Men zou denken dat het kruis de vrede heeft gerbroken en vijand­schap tussen God en de mens maak­te. In het licht van Gods Profetische Plan was dat ook zo. Zie Jer. 25:31, Hos.4:1, 12:2 en Mich.6:2, hoe God een strijd met de volken en in het bijzonder met Zijn eigen natie had. En deze strijd zal niet eerder worden opgelost, dan wanneer het kruis erkend zal worden. Het was alleen Gods geheime bedoeling en genade, tegenover de wereld van individuele zondaars, dat het kruis de vijand­schap ophief en onze vrede verzeker­de.

 Op Pinksteren werd de kruisiging beschouwd als een zaak van schande, en Petrus riep zijn volk op om zich te bekeren van de verschrikkelijke misdaad. Omdat Israël zich niet wilde bekeren is het volk nu tijdelijk uit Gods tegenwoordigheid. Maar hier komt Paulus, roemende in het kruis en het verkondigende als de glorieuze remedie tegen 's mensen 'tragische ziekte'. Hoor hem roepen:

 "Want het woord van het kruis is wel voor hen die verloren gaan, dwaasheid; maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God." "Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoe­ker van deze eeuw? Heeft God de wijsheid van deze wereld niet dwaas gemaakt?" "Aangezien de Joden een teken begeren, en de Grieken wijs­heid zoeken. "Doch WIJ PREDIKEN CHRISTUS, DE GEKRUISIGDE, voor de Joden wel een ergernis, en voor de Grieken een dwaasheid; "maar voor hen die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht van God en de wijsheid van God.

(1Cor­.1:18,20,22-24).

 Deze openbaring van het kruis heeft werkelijk alle menselijke werken tot redding teniet gedaan, en daarbij ook elk menselijk roemen.

 Nu is redding voor "hem die niet werkt, maar gelooft in Hem" (Ro­m.4:5) "Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten." (Rom.3:27) Alles waar wij in kunnen roemen is in het kruis! En dat is het ook waard! Wat een volmaakte rechtvaardiging werd daar getoond, welk een oneindige liefde! Wat een onpeilbare diepte van wijsheid! Wat een onbegrensde kracht!

 Geen wonder dat de apostel roept: "Laat anderen roemen in het vlees."

"MAAR HET ZIJ VERRE VAN MIJ, DAT IK ZOU ROEMEN, ANDERS DAN IN HET KRUIS VAN ONZE HEERE JEZUS CHRIS­TUS,DOOR WIE DE WERELD VOOR MIJ GEKRUISIGD IS, EN IK VOOR DE WE­RELD." (Gal.6:14).

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011