HOOFDSTUK II
HET
TWEE LEDIGE DOEL VAN DE KRUISIGING
Hoe gemakkelijk kan een onbijbels begrip een diep-
gewortelde traditie krijgen! En hoe zeker zal elke onbijbelse traditie ons
standpunt verkeerd richten en ons hinderen bij het duidelijk verstaan van Gods
bedoelingen en bedelingen.
Een van deze onschriftuurlijke begrippen is het
idee, dat de Oud Testamentische heiligen en zelfs diegenen die leefden van
Adam tot Mozes, gered werden door geloof in de dood van een komende Christus.
Dit idee is, in een of andere vorm, zo dikwijls herhaald, dat het als een
bijbelse waarheid aangenomen is geworden, hoewel helemaal niet bijbels
ondersteund, eigenlijk definitief en beslist door de Schrift wordt ontkend.
Als deze bewering sommigen van de lezers schokt, laten wij dan bedenken dat
zulke schokken soms nodig zijn om ons weer terug te drijven naar de Schriften
om de grondslagen van onze geloofsovertuigingen te onderzoeken.
Laat de lezer ons niet misverstaan. Wij geven
volledig toe, dat het nu bekend is dat de heiligen uit de oudheid door
Christus volbrachte werk aan het kruis zijn gered. Het punt is dat dit niet
eerder bekend werd, dan te bestemder tijd. Heiligen die leefden vóór
Golgotha werden niet gered door geloof in het vergoten bloed van
Christus zoals wij vandaag, want niet eerder dan Paulus hoorde de wereld de
zogenaamde "prediking van het kruis." Omdat Paulus
eenvoudigweg in 1Cor.15:3 verklaart dat "Christus stierf voor onze
zonden, naar de Schriften", hebben velen geconcludeerd dat de Oud
Testamentische heiligen vertrouwden in Zijn dood voor redding, maar dit is
iets in de Schrift lezen wat er eigenlijk niet staat. Er is ook geen enkele
grond voor deze veronderstelling in het Oude Testament zelf. Wat Paulus hier
zegt is eenvoudig dat de dood van Christus voor onze zonden overeen komt met
de Schrift en niet dat geloof in de dood van Christus hetgeen was wat de Oud
Testamentische heiligen moesten geloven om gered te worden.
Verder moeten wij niet voorbijzien wat Paulus zegt
over dit "Evangelie...dat Christus stierf voor onze zonden." Hij
noemt het "het Evangelie dat ik u verkondigd heb" en voegt
eraan toe "want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook
ontvangen heb." Zijn verkondiging van het kruis was deel van de
speciale openbaring, dat de verheerlijkte Heer aan hem heeft gegeven. Een
verkondiging die anders was dan hetgeen de twaalven hebben gepredikt.
DE
KRUISIGING EN PROFETIE
Het is erg moeilijk om Bijbelstudenten te
weerhouden om niet op openbaringen vooruit te lopen. Zij 'plaatsen' Paulus'
geschriften in het Oude Testament, alsof Abraham, Mozes, David hadden begrepen
hetgeen later over Christus is geopenbaard.
ABRAHAM
Sommigen willen bijvoorbeeld Joh.8:56 naar voren
brengen en geven dat als bewijs dat Abraham alles over Christus en Zijn
volbrachte werk begreep. Wij citeren:
"Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd,
opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest."
Deze Schrifttekst zegt, noch bevat, dat Abraham iets begreep
over het volbrachte werk van Christus dus laten we dit ook niet in de Schrift
lezen. Men stelt vaak de volgende vraag: "Toen Abraham en anderen
bloedoffers brachten, hebben zij niet begrepen dat deze offers 'typen van
Christus' waren. Ons antwoord is, dat dit ook inlezen in de Schriften
is, want het Woord Zelf zegt dat niet! Onderzoek en zie.
MOZES
Een dominee vroeg deze schrijver eens het volgende:
"Is het mogelijk dat toen God aan Mozes alle aanwijzingen gaf, voor het
bouwen van de tabernakel met zijn grote "deur", zijn koperen en
gouden altaren, zijn wasbekken, zijn gouden kandelaren en tafel voor
toonbrood, zijn verfijnde gordijnen en zijn ark van het verbond, Hij hem
niet heeft uitgelegd, dat deze dingen symbolisch waren voor de persoon en het
werk van Christus"?. Het antwoord was dat dit mogelijk en evident was
uit het verslag.
Deze dominee geloofde
dat God in die tijd ook de typische betekenis van deze dingen heeft
openbaard. Deze schrijver vroeg hem om een Schriftgedeelte aan te geven, om
zijn overtuiging te bewijzen. De Bijbelleraar ging weer zitten, want hij kon
geen tekst geven. Toch als zijn argument juist was geweest, zouden we
verwachten dat God Mozes zou uitleggen, wat elk meubelstuk betekent en hoe het
over de komende Christus spreekt. Maar dit lezen wij niet.
DE
PROFETEN
Een andere dominee vroeg of het niet duidelijk was,
dat de profeten alles over het kruis begrepen, omdat we in hun eigen
geschriften passages vinden zoals Jesaja 53. Wij antwoordden, en doen dat
opnieuw, dat het duidelijk is dat zij het niet hebben begrepen.
Jesaja 53 is een profetische uiting. Hij schreef
zoals hij werd bewogen door de Heilige Geest, en begreep niet wat hij schreef.
Inderdaad stelt 1Petr.1:10,11 duidelijk vast, dat profeten hun eigen profetiën
over het lijden en de verheerlijking van Christus niet verstonden.
Daar lezen we dat zij "VROEGEN EN IJVERIG ZOCHTEN,"
"...terwijl zij onderzochten, op welke of
wat voor tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en tevoren
getuigde van het lijden dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid die
daarna volgt."
Let wel; zij ondervroegen en onderzochten niet alleen
naar de tijd waarin deze dingen zouden plaats hebben, maar ook naar
WAT de Geest, die in hen was bedoelde, toen deze tevoren getuigde van het
lijden van Christus en de glorie die zou volgen.
Kan het nog duidelijker? Volgens deze tekst wisten zij
niet wat de Geest bedoelde bij de profetiën van Christus' lijden en glorie en
werd verteld, dat zij dat niet konden weten, omdat het voor een toekomstige
generatie bestemt was. (zie vers 12). Maar laat ons hier even stilstaan om
Jesaja 53 te beschouwen, want vanaf hier wordt het profetisch doel van de
kruisiging geleidelijk duidelijker.
JESAJA
DRIE EN VIJFTIG
"Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden
ons een iegelijk naar zijn weg; doch de Heere heeft onzer aller
ongerechtigheid op Hem doen aanlopen." (Jes.53:6).
Enige tijd geleden hoorden wij een evangelist die over de bovenstaande tekst
sprak. Hij legde uit dat "allen" "iedereen" betekende en
dat, daar zij allen dwaalden. Gode zij dank, Christus is voor allen
gestorven!
Het is
waar dat wij NU mogen zeggen, dat God in Zijn genade ook onze ongerechtigheden
op Christus heeft gelegd. Te leren dat Jesaja, in deze tekst, werkelijk het
leggen van onze zonden op Christus bedoelt, is echter een matige uitleg. Een
blik op de inhoud maakt duidelijk dat hij uitsluitend als een Hebreeuws
profeet sprak. Wanneer hij zegt: "WIJ allen dwaalden..." zal
de juiste en zorgvuldige vertaler van de Schrift vragen: "welke allen?"
Het antwoord zal niet alleen in de profetie als geheel gevonden worden, maar
juist in de inhoud. Vers 8 maakt heel duidelijk dat hij naar zijn eigen volk
verwijst: "Om de overtredingen MIJNS VOLKS is de plage op Hem
geweest."
laten wij de toon van Jesaja 53 niet voorbijzien.
De profeet biedt geen redding aan op basis van Christus volbrachte werk
aan het kruis; wat onze vreugde vandaag is. Integendeel, hij begint met een
toon van teleurstelling. Wie wil zijn relaas geloven?
"Een tere plant...een wortel uit dorre aarde...geen
gedaante noch heerlijkheid...geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd
hebben... veracht... verworpen...een Man van smarten en verzocht in
krankheid."
Wie zou geloven dat zo iemand de lang beloofde Redder van
Israël zou zijn? "Maar," de profeet vervolgt: "Hij draagt de
schuld voor ons, wij zijn de schuldigen, toch gaat Hij als een lam naar
de slachtbank voor ons. Maar God zal Hem belonen en Hij zal niettemin
glorieuze resultaten zien van Zijn nederige onderdanigheid." Dit Schriftgedeelte
is typisch Oud Testamentische profetie. De profeet laat inderdaad zien, dat
wanneer de Messias komt, Hij zal worden afgewezen en geslagen - terwijl Hij de
schuld op Zich neemt voor hen. Maar dit is nog geheel verschillend van de
verkondiging van het geloof in de verdiensten van Zijn dood, als de weg tot
redding. Als Jesaja dit had begrepen, zoals wij dit nu doen, dan zou zijn boek
er zeker vol van zijn.
Jesaja's profetie was in één lijn met Gods
profetisch doel. Als een lam zou de Messias Zich overgeven aan de wreedheid
van Zijn volk. Omdat op zekere dag de natie die veroordeeld was vanwege die
wrede moord zich tot Hem zou keren. Wij vinden een overeenkomstige tekst in
Joh.11:47-52, waar de ongelovige hogepriester, die voelde dat het tijd
werd om openlijk over Christus te spreken zegt:
"...Gij verstaat niets; "en gij overlegt
niet dat het voor ons nuttiger is dat één mens sterft voor het volk, en
niet het hele volk verloren gaat."
Het is wel duidelijk hoe Kajafas dit bedoelde.
"Of Hij onschuldig is of niet doet er niet toe," redeneerde hij,
"Wij moeten van Hem af zien te komen, of de hele natie zal vergaan."
Het vreemde is dat we in de volgende twee verzen lezen: "En dit zei
hij niet uit zichzelf ; maar daar hij hogepriester was in dat jaar,
PROFETEERDE HIJ DAT JEZUS STERVEN ZOU VOOR HET VOLK; "EN NIET
ALLEEN VOOR DAT VOLK, MAAR OPDAT HIJ OOK DE KINDEREN VAN GOD, DIE
VERSTROOID WAREN, TOT ÉÉN ZOU VERGADEREN." (vers 51,52).
Ja, Kajafas sprak die dag, beide voor hemzelf en
voor God. Zelfs, hoewel Christus onschuldig was, stelden Kajafas en God beiden
voor, dat Hij ter dood gebracht zou worden ter wille van het volk. Hoe het ook
zij, bij Kajafas was dit wrede ongerechtigheid, terwijl het voor God
overvloedige genade was.
Johannes 1:29 valt onder dezelfde categorie. Er
zijn velen die veronderstellen dat Johannes ook het Evangelie van Gods
genade en redding op basis van het bloed van Christus heeft gepredikt. "Zie
het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!"
Als dit zo is, dan volgt de vraag: "Waarom predikte
hij "de doop van bekering tot vergeving van zonden?" (Mark.1:4).
En waarom weigerde hij om de Farizeërs te dopen wegens het niet voortbrengen
van vruchten, de bekering waardig? (zie Matt.3:7-10). Was dit het Evangelie
van de genade van God?"
Wij weten nu dat het onmogelijk is om goede
vruchten voort te brengen, tenzij wij eerst vergeving van zonden hebben.
Indien Johannes wist, wat wij nu over het kruis weten, zou zijn hele boodschap
zeker anders zijn geweest. God toonde toen aan, dat een mens geen goede
vruchten kan voortbrengen, gescheiden van de genade van God. Dat is waarvoor
de wet is gegeven. Wat bedoelde Johannes dan met zijn uitdrukking over het Lam
van God? Hij meende precies hetzelfde wat Jesaja en de profeten vóór hem
gezegd hebben.
Vergeet niet dat de Here Zelf verscheen onder
degenen, die door Johannes, voor vergeving van hun zonden, werden gedoopt.
Daar was Hij, gerekend onder de overtreders, en hoewel Johannes weigerde Hem
te dopen. Johannes zei, dat hij zelf gedoopt zou moeten worden en niet
Christus. De Heer, hoewel Hij geen zonde had, nam daar de schuld (blaam) op
Zich. Daarom wijst Johannes op deze Geliefde, het Lam van God, die de zonde
van de wereld verdraagt.
DE
TWAALF APOSTELEN.
Dat Johannes de Doper niet begreep wat wij nu wel
weten, kan wellicht het best gezien worden door het verslag te lezen van de
eerste aankondiging van onze Heer over Zijn lijden en sterven.
"En Hij nam de twaalf bij Zich en zei tot hen: Zie,
wij gaan op naar Jeruzalem, en het zal alles volbracht worden aan de Zoon des
mensen wat geschreven is door de profeten,"want Hij zal aan de heidenen
overgeleverd worden, en Hij zal bespot worden, en smadelijk behandeld worden,
en bespuwd worden. "En zij zullen Hem geselen en ter dood brengen; en op
de derde dag zal Hij weer opstaan. "EN ZIJ VERSTONDEN GEEN VAN DEZE
DINGEN, EN DIT WOORD WAS VOOR HEN VERBORGEN, EN ZIJ VERSTONDEN NIET WAT GEZEGD
WERD." (Luk.18:31-34 en cf Matt.16:21).
Hoe zouden wij uitleggen dat Abraham, Mozes, de
profeten en Johannes de Doper wel Gods plan van redding door het geloof in het
bloed van Christus hadden begrepen en geleerd. En dat de twaalven, die de Heer
Zelf had gekozen om het Evangelie van het Koninkrijk te prediken
(Luk.9:1-6), na ongeveer twee jaar van prediking, niet
wisten, dat Christus zou sterven. Een feit dat door de profeten, zoals we
hebben gezien, duidelijk is geprofeteerd. Als het waar is dat gelovigen, die vóór
de tijd van het het kruis leefden, door geloof in de dood van een komende
Christus waren gered. Is het dan mogelijk dat, met al de rijkdom aan achtergrond,
de apostelen van Christus zelfs niet hebben geweten, dat Hij moest sterven?
Als inderdaad geloof in die dood altijd nodig was geweest om gered te worden,
zou dan onze Heer zulke mensen hebben uitgekozen om het Evangelie voor Hem te
verkondigen?
Wat we ook zien in de uiting van Johannes nu,
laat ons dit wel weten: Als Johannes het heeft bedoeld als een profetie van de
dood van Christus, had hij in dat geval meer begrepen dan de twaalf apostelen
die bij Christus Zelf waren en door Hem waren aangesteld om heen te gaan en
het Evangelie van het Koninkrijk te prediken. Want met een drievoudige nadruk
belist Gods Woord, dat zij niet het minste idee ervan hadden, dat Hij zelfs
ter dood zou worden gebracht.
PETRUS
OP PINKSTEREN
Veel gelovigen zien het kruis als de grote scheidingslijn
en veronderstellen dat daarna, geloof in de dood van Christus moest worden
gepredikt als de basis voor redding. Maar dit is niet zo, want niet eerder dan
bij Paulus wordt het kruis, als de grote remedie tegen de zonde verkondigd.
In de hiervoor genoemde open discussie, zei onze
opponent hierover: "U zult zeker toegeven, dat Petrus op Pinksteren het
Evangelie van Gods genade predikte!" Wij ontkenden dit met nadruk en
vroegen hem wat het Evangelie van de genade van God was. "Wel",
antwoordde hij, "eenvoudig, dat wij zondaars zijn, dat Christus stierf
voor onze zonden en als wij in Hem vertrouwen, als onze Redder, God ons
accepteert uit genade door geloof."
Wij vroegen hem toen of dit het reddingsplan was,
dat Petrus op Pinksteren had verkondigd. Hij was verbaasd dat deze vraag zelfs
gesteld werd. Maar toen wij aandrongen op Schriftuurlijk bewijs, zocht hij
tevergeefs. Ja, Petrus sprak op Pinksteren van het kruis, maar hoe? Hij
beschuldigde zijn hoorders voor de kruisiging van Christus, trachtend
hen tot overtuiging en belijdenis te brengen. (Zie Hand.2:23-36 en cf.
3:13-15, 4:10,11, 5:28-31). Toen zij riepen, "Wat moeten wij
doen?" vertelde de apostel wat nodig was. "En Petrus zei tot
hen:
BEKEERT U, EN LAAT EEN IEDER VAN U GEDOOPT WORDEN IN DE
NAAM VAN JEZUS CHRISTUS TOT VERGEVING VAN DE ZONDEN; EN GIJ ZULT DE GAVE VAN
DE HEILIGE GEEST ONTVANGEN."
(Hand.2:38).
Dit was alles in harmonie met Gods geprofeteerde
doelstelling in de dood van Christus. Inderdaad is het niet dan nadat Israël,
als natie, haar schuld aan het kruis belijdt, dat zij gered zal zijn. Laat ons
zien wat de profeet Zacharias hierover zegt: (Zach.12:10-14)
"Doch over het huis van David, en over de inwoners
van Jeruzalem, zal Ik uitstorten de
Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien
zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage
over een enige zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men
bitterlijk kermt over een eerstgeborene."Te dien dage zal te Jeruzalem
de rouwklage groot zijn... "En het land zal rouwklagen, elk geslacht
bijzonder; het geslacht van het huis van David bijzonder, en hunlieder vrouwen
bijzonder."
Hier vinden we het profetisch doel van de
kruisiging, vervuld in Israëls bekering. Van aangezicht tot aangezicht met
hun Messias en tenslotte overtuigd van hun nationale schuld, zal hun schaamte
zo groot zijn, dat niemand de ander recht in de ogen wil kijken. Ieder zal een
plaats zoeken om alleen te rouwen in bitterheid, elke familie apart, en hun
vrouwen apart.""En zo iemand tot Hem zegt: Wat zijn deze wonden in
Uw handen? Zo zal Hij zeggen: het zijn de wonden waarmede Ik geslagen ben in
het huis mijner liefhebbers." (Zach.13:6). De kruisiging zal aldus
vervuld hebben, wat de openbaring van Christus in glorie, los van de
kruisiging , nooit zou hebben kunnen teweegbrengen, want hun harten zullen
aangeraakt en veranderd zijn.
HOE DE
AARTSVADERS GERED WERDEN
Voordat we het kruis beschouwen in het licht van
het geheimenis, dat door Paulus is geopenbaard, zullen wij het eerst hebben
over de behoudenis van degenen die leefden in de tijd voordat hij werd verwekt
om de bedeling van de genade van God in te voegen.
Als u ons vraagt hoe de mensen, die voor de kruisiging
van de Heer leefden werden gered, zouden wij antwoorden: "Door
geloof." Zou er verder worden gevraagd: "Door geloof in wie en wat?"
dan zouden wij antwoorden: "Door geloof in God en Zijn Woord." Dat
de heiligen uit de oudheid alleen verantwoordelijk waren om te geloven wat
tot hen geopenbaard was, is gezonde redenering en wordt overvloedig bewezen
door de Schriften. Hebreën 11 vertelt ons precies hoe verschillende
personen onder hen werden gered. Voorbeelden: Hebr.11:4.
"Door het geloof heeft ABEL een MEERDERE
OFFERANDE aan God geofferd dan Kaïn, WAARDOOR hij getuigenis verkregen heeft,
dat hij rechtvaardig was, daar GOD OVER ZIJN GAVE GETUIGENIS GAF; en door het
geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is." Hebr.11:7. "Door het geloof heeft NOACH, door
Goddelijke aanwijzing vermaand over de dingen die nog niet gezien werden en
bevreesd geworden, DE ARK TOEBEREID tot behoudenis van zijn huisgezin, DOOR
WELKE ARK hij de wereld heeft veroordeeld, en is GEWORDEN EEN ERFGENAAM VAN DE
RECHTVAARDIGHEID, DIE NAAR HET GELOOF IS."
En hoe was het met Abraham? "Want wat zegt de
Schrift? EN ABRAHAM GELOOFDE GOD, EN HET IS HEM GEREKEND TOT
GERECHTIGHEID." (Rom.4:3). Maar laat ons naar de tekst gaan die hier
aangehaald is en zien wat het was dat Abraham geloofde. Heeft God hem verteld
dat Christus zou komen om voor hem te sterven? Nee, Gen.15:5,6.
"Toen leidde Hij hem uit naar buiten, en zeide:
Zie nu op naar de hemel, en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij
zeide tot Hem: Zo zal uw zaad zijn! "EN HIJ GELOOFDE IN DE HEERE; EN HIJ
REKENDE HET HEM TOT GERECHTIGHEID."
(Gen.15:6,7).
Zelfs tot aan Johannes de Doper en de apostel
Petrus op Pinksteren (uitgezonderd zijn brieven natuurlijk) bleef Gods
geheime doel met het kruis nog verborgen. Zoals wij hebben gezien,
verkondigden Johannes de doper en de apostel Petrus de bekering en doop voor
vergeving van zonden en niet Christus volbrachte werk aan het kruis en
vergeving door Zijn bloed.
DE
KRUISIGING EN HET GEHEIMENIS
Christelijke vriend, hoe werd u gered? Heeft iemand u
beschuldigd voor het feit, dat Christus is gekruisigd, zoals Petrus op
Pinksteren deed? Wij zouden ook beschuldigd kunnen worden, want ook onze
zonden brachten Hem daar aan het kruis. Maar dat is niet de reden, waarom wij
gered werden. Niemand heeft ons verteld, dat wij iets moesten doen om
onszelf van de doodschuld te bevrijden. Nee, het was echter toen wij overtuigd
waren van onze zonden, dat wij iemand hebben ontmoet, die ons het blijde
nieuws vertelde dat Christus stierf voor onze zonde, opdat wij gered
zouden worden. Wat een openbaring, als wij het kruis zien in het licht van
de brieven van Paulus! Nu is er plotseling een aanleiding tot glorie, iets om
blij mee te zijn! Wij zingen erover in onze kerken of gemeenten en zenden
zendelingen uit naar andere landen om de verlorenen daarvan te vertellen.
HET
GEHEIM VAN HET GOEDE NIEUWS
Overeenkomstig de openbaring van de verheerlijkte Heer
aan Paulus, is het kruis de basis voor de bedeling van Gods genade. Door wat
Christus aan het kruis heeft volbracht, kan God, die rechtvaardig is, de uitnemende
rijkdommen van Zijn genade op de grootste zondaar, die dit aanvaarden wil door
geloof, leggen. "En worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade, door
de verlossing die in Christus Jezus is." (Rom.3:24). "In Wie wij
hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de misdaden,
naar de Rijkdom van Zijn genade." (Eph.1:7).
In het
kruis ligt het geheim van het goede nieuws. (Eph.6:19). Toen God Zijn volk
vertelde, dat het offeren van bloedoffers hen zou toelaten in Zijn
tegenwoordigheid, was dat Evangelie goed nieuws. Toen Hij hen uitnodigde te
bekeren en te worden gedoopt tot vergeving van zonden, was dat ook goed
nieuws. Maar wat was het geheim van dit goede nieuws? Hoe kon God juist
zulke voorwaarden tot redding maken? Zeker, het is niet mogelijk dat het bloed
van stieren en bokken de zonden wegneemt. (Hebr.10:4) Evenmin kunnen
oceanen vol water één zonde wegwassen. Het geheim lag in wat God zou
volbrengen op Golgotha.
En nu, sinds de voornaamste van de zondaars, de apostel
Paulus, is gered en is aangetoond wat op Golgotha werd volbracht, verkondigt
God niet langer bekering en doop tot vergeving van zonde, zoals op
Pinksteren. "Doch wanneer het volmaakte gekomen is, dan zal wat ten
dele is, te niet gedaan worden." (1Cor.13:10). Nu verklaart Paulus,
het grote voorbeeld van Gods genade, dat het God aan hem de opdracht heeft
gegeven om te verkondigen:
De gerechtigheid van Christus voor de vergeving van
zonden, alleen te ontvangen door geloof
in het vergoten bloed. Die God gesteld heeft tot een verzoening door het
geloof in Zijn bloed; tot betoning van ZIJN RECHTVAARDIGHEID, DOOR DE
VERGEVING VAN DE ZONDEN die tevoren geschied zijn onder de verdraagzaamheid
van God. Tot betoning van Zijn rechtvaardigheid IN DEZE TEGENWOORDIGE TIJD;
opdat Hij rechtvaardig is, en hem rechtvaardigt die uit het geloof in Jezus
is." (Rom.3:25,26).
De kruisiging van Christus bevat dan het geheim van
de redding van de heiligen uit het verleden en de uitgieting van Gods genade
in deze tegenwoordige, boze tijd.
HET GOEDE NIEUWS VAN HET GEHEIMENIS
Er is een verschil tussen het geheim van het goede
nieuws en het goede nieuws van het geheimenis, hoewel deze twee
uitdrukkingen nauw verwant zijn.
Het was eerst aan Paulus dat God openbaarde op welke
basis Hij het goede nieuws heeft gebracht aan degenen, die voor het kruis
leefden. Evenzo heeft God aan de apostel Paulus het allerbeste nieuws bekend
gemaakt: Zijn geheimvol, eeuwig doel als antwoord op de opstand tegen Zijn
Zoon. Door Zijn vijanden verzoening aan te bieden uit genade door geloof, en
zo het lichaam van Christus vorm te geven: De Gemeente van deze tijd. En in
dit plan neemt het kruis weer de centrale plaats in.
"En opdat Hij die beiden met God in één lichaam zou
verzoenen DOOR HET KRUIS, terwijl Hij daardoor de vijandschap gedood heeft.
(Eph.2:16). "En Hij heeft u, die vroeger vervreemd waart, en vijanden
door het verstand in de boze werken, nu ook verzoend. "IN HET LICHAAM VAN
ZIJN VLEES, DOOR DE DOOD, opdat Hij u heilig en onberispelijk en onstraffelijk
voor Zich zou stellen." (Kol.1:21,22).
"Hij heeft uitgewist het
handschrift, dat tegen u was vanwege de inzettingen, zeg ik, enigerwijze ons
tegen was, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen DOOR HET AAN HET KRUIS
TE NAGELEN." (Kol.2:14).
ONZE ROEM
"...door Hem vrede gemaakt hebbende door het
bloed van Zijn kruis." (Kol.1:20). "...terwijl Hij daardoor de
vijandschap gedood heeft. (Eph.2:16).
Is dit niet vreemd en wonderbaar! Men zou denken dat het
kruis de vrede heeft gerbroken en vijandschap tussen God en de mens maakte.
In het licht van Gods Profetische Plan was dat ook zo. Zie Jer. 25:31,
Hos.4:1, 12:2 en Mich.6:2, hoe God een strijd met de volken en in het
bijzonder met Zijn eigen natie had. En deze strijd zal niet eerder worden
opgelost, dan wanneer het kruis erkend zal worden. Het was alleen Gods geheime
bedoeling en genade, tegenover de wereld van individuele zondaars, dat het
kruis de vijandschap ophief en onze vrede verzekerde.
Op Pinksteren werd de kruisiging beschouwd als een
zaak van schande, en Petrus riep zijn volk op om zich te bekeren van de
verschrikkelijke misdaad. Omdat Israël zich niet wilde bekeren is het volk nu
tijdelijk uit Gods tegenwoordigheid. Maar hier komt Paulus, roemende in het
kruis en het verkondigende als de glorieuze remedie tegen 's mensen 'tragische
ziekte'. Hoor hem roepen:
"Want het woord van het kruis is wel voor hen die
verloren gaan, dwaasheid; maar voor ons die behouden worden, is het een kracht
van God." "Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de
onderzoeker van deze eeuw? Heeft God de wijsheid van deze wereld niet dwaas
gemaakt?" "Aangezien de Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid
zoeken. "Doch WIJ PREDIKEN CHRISTUS, DE GEKRUISIGDE, voor de Joden wel
een ergernis, en voor de Grieken een dwaasheid; "maar voor hen die
geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht van
God en de wijsheid van God.
(1Cor.1:18,20,22-24).
Deze openbaring van het kruis heeft werkelijk alle
menselijke werken tot redding teniet gedaan, en daarbij ook elk menselijk
roemen.
Nu is redding voor "hem die niet werkt, maar
gelooft in Hem" (Rom.4:5) "Waar is dan de roem? Hij is
uitgesloten." (Rom.3:27) Alles waar wij in kunnen roemen is in het
kruis! En dat is het ook waard! Wat een volmaakte rechtvaardiging werd daar
getoond, welk een oneindige liefde! Wat een onpeilbare diepte van wijsheid!
Wat een onbegrensde kracht!
Geen wonder dat de apostel roept: "Laat anderen
roemen in het vlees."
"MAAR HET ZIJ VERRE VAN MIJ, DAT IK ZOU ROEMEN,
ANDERS DAN IN HET KRUIS VAN ONZE HEERE JEZUS CHRISTUS,DOOR WIE DE WERELD
VOOR MIJ GEKRUISIGD IS, EN IK VOOR DE WERELD." (Gal.6:14).