De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

 

HOOFDSTUK IV

HET TWEELEDIG DOEL VAN DE HEMELVAART

 De Schrift heeft veel te zeggen over de Hemelvaart van onze Heer in glorie, en het is niet onze bedoeling om hier zelfs maar te pogen om het onderwerp uitvoerig te behandelen.

Het is slechts onze bedoeling in dit hoofdstuk aan te tonen hoe dit onderwerp moet worden bestudeerd; dat net als met de incarnatie, de kruisiging en de opstanding van Christus, zo ook met Zijn Hemelvaart, God een tweevoudig doel had - één bekend gemaakt in profetie, het ander geheim gehouden totdat de ten hemel gevaren Heer Zelf, het openbaarde door de Apostel Paulus.

Wij weten nu, bijvoorbeeld, dat onze Heer ten hemel voer om het glorieuze Hoofd te worden van de Gemeente, die Zijn Lichaam is. Dit is inderdaad hoogst belangrijk voor ons als leden van dat Lichaam. Maar waar vinden wij deze bestemming geopenbaard vóór Paulus?

Waar lezen wij eigenlijk, vóór Paulus, over het Lichaam van Christus? Laten wij dan de les leren om niet vooruit te grijpen op openbaring; onze studies in de Schriften niet te laten beinvloeden door een onduidelijke bewering dat heiligen die vóór de openbaring van een bijzondere waarheid leefden, niettemin alles daarover "begrepen moeten hebben".

DE HEMELVAART EN PROFETIE

Wat betekende dan de hemelvaart van Christus voor hen die leefden vóór de openbaring van het geheimenis? Welke betekenis verbonden de profeten eraan en hoe was dat met de Heer Zelf en Zijn twaalf apostelen? Gaven zij hieraan dezelfde betekenis?

ZIT GIJ AAN MIJN RECHTERHAND

Een van de meest veelomvattende profetiën in het hele Woord van God betreft de hemelvaart van Christus. Het is Psalm 110:1, waar de Vader de Zoon uitnodigt plaats te nemen aan Zijn rechter hand:

"DE HEER HEEFT TOT MIJN HEER GESPROKEN: ZIT AAN MIJN RECHTERHAND, TOTDAT IK UW VIJANDEN GEZET ZAL HEBBEN TOT EEN VOETBANK UWER VOETEN."

In dit eene vers vinden we dat:

1. Onze Heer zou worden afgewezen door Zijn vijanden op aarde.  

2. Dat Hij zou worden geeerd en verhoogd door Zijn Vader in de hemel.

3. Dat Zijn vijanden gestraft zullen worden

4. Dat deze straf zou beginnen tijdens Zijn afwezigheid.

5.  Dat het zou eindigen met Zijn vijanden onder Zijn voeten.

Dit is wellicht de meest klare Oud Testamentische profetie van de hemelvaart en de daarachter liggende beweegreden. Psalm 68:19 is nogmaals een welbekende verwijzing, maar veel tegenspraak is er steeds over dat vers. Er is niet zoveel moeilijkheid bij Ps.110:1. Daar wijst de psalmist in klare taal op het ongenoegen van de Vader over de afwijzing van Zijn Zoon en Zijn beslissing om Zijn vijanden te straffen. (Cf. Psalm 2). Het is alsof de Vader tot de Zoon gezegd heeft, "Zij willen U niet op aarde hebben. Kom dan, en zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik hen straf voor het afwijzen van U."

"Maar Deze, na een slachtoffer voor de zonden geofferd te hebben, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand van God; "EN VOORTS WACHTEND, TOTDAT ZIJN VIJANDEN GESTELD WORDEN TOT EEN VOETBANK VOOR ZIJN VOETEN." (Hebr.10:12,13).

IK ZAL MIJN GEEST ZENDEN

In de lijn van het profetisch doel was er echter nog een reden waarom onze Heer opvoer ten hemel. Het was opdat Hij de Heilige Geest zou zenden, ter voorbereiding van Zijn wederkomst in glorie.

Wij moeten niet vergeten dat in de profetie de uitgie­ting van de Heilige Geest voorafgaat aan de bestraffing van de vijanden van Christus en de invoeging van de dag des Heren (Zie Joel 2:28-31).

 Onze Heer zou Zijn Geest zenden om het zwakke overblijfsel, die getuigenis zouden geven van Zijn Messiasschap, te bekrachtigen gedurende deze belangrijke dagen.

  "Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nuttig dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden." (Joh.­16:7).

  "Maar gij zult ontvangen de kracht van de Heilige Geest, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zowel te Jeruzalem, als in heel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste van de aarde." (Hand.1:8).

  IK GA HEEN OM U PLAATS TE BEREIDEN

  Er is een passage in het Nieuwe Testament, waaraan een groot deel onschriftuurlijk sentiment reeds sinds lang werd verbonden. Dat is Joh.14:2,3.

"In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen, als het anders was zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. "En als Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben."

Deze woorden worden nog steeds door velen vertaald met de betekenis dat op een of andere manier de opgevaren Heer nu woningen toebereidt in de hemel voor Zijn volk om in te verblijven, en dat wanneer deze woningen klaar zijn, Hij zal terugkeren om de Zijnen op te nemen en hen naar de hemel te brengen, naar de plaatsen voor hen bereid. En dit wordt geloofd door duizenden van fundamentalisten, gelovende in Premillenium.

Maar hebben onze in Premillenium gelovende broeders dan vergeten dat de opname van het Lichaam een geheim was dat jaren later werd geopenbaard door Paulus? (1Cor.15:51,52). Onze Heer vertelde Zijn discipelen niets over deze tegenwoordige tijd van genade of over de opname van de Gemeente van deze tijd. Hij bereidde hen voor op de grote verdrukking en Zijn wederkomst naar de aarde om met Hem te regeren. Hij zei: 

"Zie Ik zend u als schapen te midden van de wolven; weest dan voorzichtig als de slangen en oprecht als de duiven."Maar wacht u voor de mensen, want zij zullen u overleveren aan de raadsvergaderingen en in hun synagogen zullen zij u geselen; "en gij zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden om Mijnentwil, hun en de heidenen tot een getuigenis.

"Doch wanneer zij u overleveren, weest niet bezorgd hoe of wat gij spreken zult, want het zal u op dat uur gegeven worden wat gij spreken zult. "Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest van Uw Vader Die in u spreekt. "En de éne broeder zal de andere broeder tot de dood overleveren, en de vader het kind, en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders en hen doden;

"en gij zult door allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.

"Wanneer zij u dan in deze stad vervolgen, vlucht in de andere; want voorwaar, Ik zeg u: GIJ ZULT UW REIS DOOR DE STEDEN VAN ISRAEL NIET GEEINDIGD HEBBEN VOORDAT DE ZOON DES MENSEN ZAL KOMEN." (Matt.10:16-22).

"Want zoals de bliksem uitgaat van het oosten en schijnt tot het westen, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn."Want waar het dode lichaam is, daar zullen de arenden vergaderd worden. "En terstond na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar licht niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen. "En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle geslachten van de aarde wenen, en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met grote kracht en heerlijkheid." (Matt.­24:27-30).

Een vergelijking van deze woorden met de toespraak van Petrus op Pinksteren zou het zeer duidelijk maken dat de apostelen niet uitzagen naar de opname, maar naar de wederkomst van Christus om te regeren. Zij wisten alleen het profetisch plan: Pinksteren, de grote verdrukking en de wederkomst van Christus.

Zij begonnen hun bediening in Jeruzalem zoals hen was opgedragen, maar slaagden er nimmer in de steden van wederspannig Israel te overtuigen. In onvergelijkbare liefde onderbrak God het plan, stelde het gericht uit, en voegde de tijd van genade in.

Nadat deze tussentijdse bedeling voorbij is, zal God Zijn werk met Zijn uitverkoren volk weer opnemen en wanneer de steden van Israel de boodschap hebben ontvangen, zal Messias terugkeren om over hen te regeren. Maar dit is profetie met betrekking tot Israel en de volkeren, niet het geheim van het Lichaam van Christus.

Als we zouden geloven, zoals zo velen doen, dat het Lichaam van Christus begon op Pinksteren bij de zogenaamde "grote opdracht", zouden we geen enkele rechtvaardiging vinden voor de leer van de opname. Deze gezegende leer steunt vierkant op het aan Paulus geopenbaarde geheimenis.

Onze Heer beloofde aan de twaalven een koninkrijk op aarde, niet een woning in de hemel, noch hebben de heiligen van voor die tijd uitgezien naar een hemelvaart. Dit is een hoop, voorbestemd voor leden van het Lichaam van Christus.

Dit is eenvoudig een Schriftuurlijk feit, dat nog duizenden gelovigen dienen te leren. Onderzoek het Oude Testament of het evangelie naar een aanwijzing dat de heiligen van die dagen een tehuis in de hemel beloofd werd; gij zult tevergeefs zoeken. De zegeningen van de hemel op de aarde waren het waar zij naar uitzagen.

Job verwachtte zijn Verlosser OP DE AARDE. (Job 19:25,­26).

David zong in veel van zijn psalmen over Israel en de verloste volken, die zich verheugen OP AARDE. (Ps.96,etc.).

Jeremia voorzegde de regering van Messias OP DE AARDE. (Jer.23:5)

Onze Heer beloofde de zachtmoedigen dat zij HET AARDRIJK zullen beerven. (Matt.5:5).

Hij leerde Zijn discipelen om te bidden voor het komen­de koninkrijk OP AARDE. (Matt.6:10).

Hij beloofde de twaalven dat zij met Hem zouden regeren OP AARDE. (Matt.19:28).

Het is waar, dat Hij hen aanspoorde schatten in de hemel te vergaren, Hij vermaande hen om hun Vader in de hemel te vertrouwen, Hij beloofde de Heilige Geest uit de hemel te zenden, Hij ging naar de hemel om "een koninkrijk te ontvangen" voor Hemzelf en voor hen, maar Hij deed geen enkele belofte hen daarheen te brengen.

"Het huis Mijns Vaders" in Joh.14 is niet de hemel; het is de tempel in het Duizendjarig Rijk.

Zij die de betekenis van deze zienswijze vanuit de Schriften willen kennen, behoeven niet ver te zoeken, want in hetzelfde boek vinden we dat onze Heer zegt, "Maak niet MIJNS VADERS HUIS tot een huis van koophandel," (Joh.2:16), en vele malen noemt God in het Oude Testament de tempel "Mijn huis". (Zie Jes.56:7, Ezech.44:7,etc.).

Het woord "woningen" zou kunnen worden weergegeven met "verblijven" of "verblijfplaatsen", zoals Darby en verschillende andere goede vertalers deden, want in de muren van de tempel waren verblijven gebouwd voor hen die daar dienden.

De zin "Ik ga heen om u plaats te bereiden" heeft eerder een morele en geestelijke betekenis, dan een physieke bijbetekenis. Onze Heer moest gaan om "voor Zichzelf een koninkrijk te ontvangen" (Luk.19:11,12), en ook een plaats voor hen te bereiden. (verzen 16-19,cf.Matt.19:28).

Wat betreft Zijn wederkomst om hen voor Zichzelf te ontvangen, zegt deze passage niets over hun opname, en kunnen wij het niet scheiden van de engelbelofte die later aan de zelfde apostelen werd gedaan:

"DEZE JEZUS, DIE VAN U OPGENOMEN IS IN DE HEMEL, ZAL ALZO KOMEN, GELIJKERWIJS GIJ HEM NAAR DE HEMEL HEBT ZIEN HEENVAREN." (Hand.1:11).

Dit wijst natuurlijk niet naar de opname, maar naar de openbaring, wanneer Hij zal wederkomen op dezelfde wijze als Hij is opgevaren en ook op dezelfde plaats. "En Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijf­berg..." (Zach.14:4).

Wanneer onze Heer in glorie wederkomt, zal Hij Zijn belofte aan de twaalf apostelen niet vergeten. Zoals Hij gezegd heeft zal Hij hen tot Zich ontvangen in opstandingsglorie en samen met hen regeren.

DE HEMELVAART EN HET GEHEIMENIS

Niet eerder dan bij Paulus, lezen we van "DE HOOP DIE VOOR

U WEGGELEGD IS IN DE HEMELEN." (Kol.1:5).

Deze hoop is bestemd voor hen die op Christus vertrouwen in deze tegenwoordige tijd van Zijn verwerping. Het is omdat de Koning en Zijn koninkrijk werden verworpen, dat God in genade de gelovigen van vandaag iets veel beters gegeven heeft - een hemelse positie en vooruitzicht.

En hierin beginnen we te geraken, als we Gods eenvoudige, wondervolle boodschap van redding door genade, door geloof aannemen.

"DOCH HEM DIE NIET WERKT, MAAR GELOOFT IN HEM, DIE DE GODDELOZE RECHTVAARDIGT, WORDT ZIJN GELOOF GEREKEND TOT RECHTVAARDIGHEID." (Rom.4:5).

"TOT LOF VAN DE HEERLIJKHEID VAN ZIJN GENADE, WAARMEE HIJ ONS BEGENADIGD HEEFT IN DE GELIEFDE." (Eph.1:6). BINNENGAAN IN ZIJN RUST

Onder de overvloedige bewijzen van Paulus' auteurschap van de brief aan de Hebreën, is de klare roep om op te varen in de hemelse gewesten en te rusten in de rust met Christus in Zijn volbrachte werk.

In Hebr.1:3 lezen we met betrekking tot Christus dat:

"NADAT HIJ DE REINIGING VAN ONZE ZONDEN DOOR ZICHZELF TEWEEG GEBRACHT HEEFT, IS GEZETEN AAN DE RECHTERHAND VAN DE MAJESTEIT IN DE HOOGSTE HEMELEN."

Hebr.10:11-14 vertelt ons waarom Hij gezeten is, in tegenstelling van Zijn glorieus volbrachte werk met het nooit-voleindigde werk van de Oud-Testamentische priesters.

  "EN IEDERE PRIESTER STOND WEL ELKE DAG TE DIENEN, EN DEZELFDE SLACHTOFFERS DIKWIJLS TE OFFEREN, DIE DE ZONDEN NOOIT KUNNEN WEGNEMEN. "MAAR DEZE, NA EEN SLACHTOFFER VOOR DE ZONDEN GEOFFERD TE HEBBEN, IS IN EEUWIGHEID GEZETEN AAN DE RECHTERHAND VAN GOD... "WANT MET ÉÉN OFFERANDE HEEFT HIJ IN EEUWIGHEID VOL­MAAKT HEN DIE GEHEILIGD WORDEN."

Nadat het werk van de verzoening volbracht was, zetten Vader en Zoon Zich en keerden in, in een Sabbathsrust. Er blijft voor ons, nu het werk is gedaan, niets anders te doen over, dan te geloven en te verheugen.

"ER BLIJFT DAN EEN RUST OVER VOOR HET VOLK VAN GOD." "WANT WIE INGEGAAN IS IN ZIJN RUST, HEEFT OOK ZELF VAN ZIJN WERKEN GERUST, ZOALS GOD VAN DE ZIJNE." (Hebr.4:9,10).

Wonderbare waarheid! De schuld van de zonde volledig betaald, de Zoon opgevaren ten hemel om te zitten aan Vaders rechterhand. En nu wil God, volledig bevredigd, dat wij ingaan in die rust en ook onze plaatsen innemen in geloof aan Zijn rechterhand.

Aldus rustend in het volbrachte werk van Christus, zijn alle hemelse zegeningen reeds de onze. Dit is het waarom de gelovigen van Hebr.3:1, en alle gelovigen van deze bedeling van Gods genade, genoemd worden: "DEELGENOTEN VAN DE HEMELSE ROEPING".

ONZE POSITIE IN CHRISTUS

Hoe ernstig bidt de apostel dat wij de kracht zouden mogen kennen die ons kan verheffen in de hoogste plaats van aanbidding in Christus! Hoor hem bidden "dat gij moogt kennen",

"WAT IS DE UITNEMENDE GROOTHEID VAN ZIJN KRACHT AAN ONS DIE GELOVEN, NAAR DE WERKING VAN DE STERKTE VAN ZIJN MACHT, DIE HIJ GEWERKT HEEFT IN CHRISTUS, TOEN HIJ HEM UIT DE DODEN HEEFT OPGEWEKT; EN HEEFT HEM GEZET AAN ZIJN RECHTERHAND IN DE HEMEL.

"VER BOVEN ALLE OVERHEID, EN MACHT, EN KRACHT, EN HEERSCHAPPIJ, EN ALLE NAAM DIE GENOEMD WORDT, NIET ALLEEN IN DEZE WERELD, MAAR OOK IN DE TOEKOMENDE, "EN HEEFT ALLE DINGEN AAN ZIJN VOETEN ONDERWORPEN, EN HEEFT HEM ALS HOOFD BOVEN ALLE DINGEN GEGEVEN AAN DE GEMEENTE,

"DIE ZIJN LICHAAM IS, EN DE VERVULLING VAN HEM DIE ALLES IN ALLEN VERVULT. (Eph.1:19-23).

Leden van Christus' Lichaam! Reeds gezeten aan Gods rechterhand in Christus! Wij waren de "kinderen der ongehoorzaamheid" en daarvoor "van nature kinderen van de toorn, zoals ook de anderen,

" "MAAR GOD, DIE RIJK IS AAN BARMHARTIGHEID, DOOR ZIJN GROTE LIEFDE, WAARMEE HIJ ONS HEEFT LIEFGEHAD, "OOK TOEN WIJ DOOD WAREN DOOR DE MISDADEN, HEEFT ONS LEVEND GEMAAKT MET CHRISTUS, (UIT GENADE ZIJT GIJ ZALIG GEWORDEN),

"EN HEEFT ONS MEE OPGEWEKT, EN HEEFT ONS MEE GEZET IN DE HEMEL IN CHRISTUS JEZUS, "OPDAT HIJ ZOU BETONEN IN DE TOEKOMENDE EEUWEN DE UITNEMENDE RIJKDOM VAN ZIJN GENADE, DOOR DE GOEDERTIERENHEID OVER ONS IN CHRISTUS JEZUS." (Eph.2:4-7).

  Aldus zijn wij één gemaakt met Christus in Zijn dood, begrafenis, opstanding en hemelvaart.

CHRISTUS' BEDIENING VOOR ONS

Het valt natuurlijk niet te ontkennen dat, hoewel wij positioneel gezeten zijn met Christus in de hemelse gewesten, gezegend met alle geestelijke zegeningen, we niettemin nog hier in het vlees zijn, omringd door moeiten en verzoeking en zonden.

Welk een zegen dan, te weten dat onze Heer is opgevaren in de hemelen om ons te vertegenwoordigen en aldaar voor ons voorbede te doen!  "Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, dat een tegenbeeld is van het ware, maar in de hemel zelf, OM NU TE VERSCHIJNEN VOOR HET AANGE­ZICHT VAN GOD VOOR ONS." (Hebr.9:24).     "Voor ons". Gezegende woorden! Kunnen wij nog meer volkomen veilig zijn?

Het spijt ons dat zij die scheiding maken waar niets te scheiden valt, geleerd hebben dat gelovigen vóór Hand.28 nog steeds voorbede van onze Heer nodig hadden, terwijl wij als leden van Zijn Lichaam dat niet behoeven, daar wij reeds gezeten zijn in de hemelse gewesten in Hem.

Maar waren de gelovigen onder de vroege bediening van Paulus dan geen leden van het Lichaam van Christus? Hij zegt dat zij het waren, want in zijn vroege brieven schrijft hij: "EN GIJ ZIJT HET LICHAAM VAN CHRISTUS, EN LEDEN IN HET BIJZONDER." (1Cor.12:27 en cf. 1Cor.12:12,13 en Rom.12:5).

Deze geliefde broeders schijnen het onderscheid tussen de stand en de staat van de gelovige te vergeten. Indien de waarheid over onze positie in Christus alle waarheid is, waarom dan alle vermaningen tot heiligheid in de latere brieven van Paulus? Ware het niet door Christus' voorbede aan Vaders rechterhand, wij zouden ook nu niet alleen uiterlijk falen om ons enige zegening  toe te eigenen, - wij zouden verloren zijn! Maar Gode zij dank, Hij is daar, ons ten goede.

"Five bleeding wounds He bears, received on Calvary.

They pour effectual prayers. They strongly plead for me.

'Forgive him. O, forgive,' they cry,

'Nor let that ransomed sinner die.'"

Het is vanwege deze praktische bediening van Christus, ons ten goede, dat wij ons de positie en de zegeningen die God heeft verklaard de onze te zijn, door de verdiensten van Christus, ook nu, mogen toeeigenen. En welke vijand kan ons hiervan beroven als Hij aan Vaders rechterhand gezeten is?

"WIE IS HET DIE VERDOEMT?

"CHRISTUS IS HET, DIE GESTORVEN IS,

'JA, WAT MEER IS, DIE OOK OPGEWEKT IS,

"DIE OOK AAN GODS RECHTERHAND IS,

"DIE OOK VOOR ONS BIDT!"(Rom.8:34)

H A L L E L U J A H !

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011