|
1 In den beginne schiep God den hemel en de
aarde. - Dat deed God
6 Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te
behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een
Beloner is dergenen, die Hem zoeken. Heb 11
Genesis 1:1 – is een
belangrijk verslag – geloven wie heeft het gedaan – de menselijk
wetenschap doet alles om dit te ontkennen – Waarom?
18 Want de toorn Gods wordt
geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid, en
ongerechtigheid der mensen, als die de waarheid in ongerechtigheid
ten onder houden. 19 Overmits hetgeen van God kennelijk is, in hen
openbaar is; want God heeft het hun geopenbaard – Romeinen 1
Genesis 1:1 een uitspansel in het midden der
wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren!
2 De aarde nu was woest en
ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op
de wateren. 3 En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht. 4
En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding
tussen het licht en tussen de duisternis. 5 En God noemde het licht
dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest,
en het was morgen geweest, de eerste dag. 6 En God zeide: Daar zij
een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding
tussen wateren en wateren! 7 En God maakte dat uitspansel, en
maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn,
en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was
alzo.
Jesaja 45:8 :12:13
9
En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap
der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in
God, Welke alle dingen
geschapen
heeft door Jezus Christus; Efeze 3
16
Want door Hem zijn alle dingen
geschapen,
die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die
onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij
overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem
geschapen;
Kol, 1
2
De hemelen vertellen Gods eer, en het
uitspansel
verkondigt Zijner handen werk. Psalm 19 Hallelujah! Looft God in
Zijn heiligdom; looft Hem in het
uitspansel
Zijner sterkte!2
Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de
menigvuldigheid Zijner grootheid! Psalm 150
DE MENS
Genesis 1:26 En God
zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis;
en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het
gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en
over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. 27 En God
schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij
hem; man en vrouw schiep Hij ze.
Mens staat centraal
7 Want de man moet
het hoofd niet dekken, overmits hij het beeld en de heerlijkheid
Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid des mans. 1 Korinthe 11
De Schepping van Nieuw lichaam - 15 Heeft
Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet
der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in
Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende; Efeze
2
Volgende keer ; De zonde
2 Korinthiërs 5
Huis = Nieuwe lichaam
1 Want wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes
tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis
niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. 2 Want ook in
dezen zuchten wij, verlangende met onze woonstede, die uit den hemel
is, overkleed te worden. 3 Zo wij ook bekleed en niet naakt zullen
gevonden worden.
onderpand des Geestes
13 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord
der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in
Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met
den Heiligen Geest der belofte; 14 Die het onderpand is van onze
erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner
heerlijkheid. Efe 1:13-14
4 Want ook wij, die in dezen
tabernakel zijn, zuchten, bezwaard zijnde; nademaal wij niet willen
ontkleed, maar overkleed worden, opdat het sterfelijke van het leven
verslonden worde. 5 Die ons nu tot ditzelfde bereid
heeft, is God, Die ons ook het onderpand des Geestes gegeven heeft.
6 Wij hebben dan altijd goeden moed, en weten, dat wij, inwonende in
het lichaam, uitwonen van den Heere;
7 (Want wij
wandelen door geloof en niet door aanschouwen.)
8 Maar wij hebben goeden
moed, en hebben meer behagen om uit het lichaam uit te wonen, en bij
den Heere in te wonen. 9 Daarom zijn wij ook zeer begerig, hetzij
inwonende, hetzij uitwonende, om Hem welbehagelijk te zijn.
den
rechterstoel van Christus – zie ook 1 Korinthe 3:10-14
10 Want wij allen moeten geopenbaard worden voor
den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen
door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed,
hetzij kwaad.
11 Wij dan, wetende den schrik des Heeren,
bewegen de mensen tot het geloof, en zijn Gode openbaar geworden;
doch ik hoop ook in uw gewetens geopenbaard te zijn. 12 Want wij
prijzen onszelven u niet wederom aan, maar wij geven u oorzaak van
roem over ons, opdat gij stof zoudt hebben tegen degenen, die in het
aangezicht
roemen en niet in het hart.
13 Want hetzij
dat wij uitzinnig zijn, wij zijn het Gode; hetzij dat wij gematigd
van zinnen zijn, wij zijn het ulieden.
14 Want de
liefde van Christus dringt ons;
15 Als die dit
oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen
gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die
leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen
gestorven en opgewekt is.
16 Zo dan, wij
kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus
naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer
naar het vlees.
|