A P P E N D I X No.
1
EEN BESCHOUWING VAN ROM.8:1b ZOALS WEERGEGEVEN IN
DE GEAUTORISEERDE VERTALING
Wij
geloven dat de Engelse Geautoriseerde, of King James Version (het
meest overeenkomend met de Nederlandse Statenvertaling, Vert.) van de
Bijbel met hoofd en schouders staat boven de Revised Version (vergelijkbaar
met de vertaling van het Ned. Bijbel Genootschap, uit 1951 vert.) en al de
moderne vertalingen die in het
spoor van deze laatste vertalingen meelopen.
Wij
onderschrijven echter niet het zuiver
filosofisch
argument dat God Zijn openbaring zeker woord voor woord zou hebben
beschermd voor alle generaties die zouden volgen na de verdwijning van de
oorspronkelijke geschriften, en dat vandaag
deze "perfect bewaarde" Bijbel de Engelse (resp. Nederlandse) Geautoriseerde
Vertaling is. Wij geloven dat dit argument eigenlijk zichzelf beantwoordt,
want:
(1.)
Om de Schriften woord-voor-woord te bewaren, hadden de originele
documenten tot nu toe voor ons veilig en intact gehouden
dienen te worden, en het is duidelijk dat God niet goed geacht heeft om dat te
doen. Eigenlijk heeft God de Schriften intact gehouden, maar niet in één
vertaling in één taal (Ps.119:89). (2.) Het is onmogelijk om een enkele
uitgebreide passage van de ene taal in een andere woord-voor-woord te vertalen,
om de eenvoudige reden dat de ene taal woorden en uitdrukkingen heeft die de
andere niet bevat. (3.) Blijkbaar zijn geen uitvoerige kopieën van een enkel
oorspronkelijk manuscript, tekst of vertaling van de Bijbel ooit perfect
identiek geweest.
Wij
geloven echter dat het God in Zijn wijsheid behaagde om de originele manuscripten
voor de volgende generaties achter te houden, wellicht omdat de mens zo open
staat voor afgoderij (denk aan de koperen slang en het altaar van Elia, die
beiden werden vernietigd).
Wij
geloven echter dat God menselijke zwakheid en zonde heeft voorzien zodat wij nu
in de Geautoriseerde Vertaling, een Bijbel in handen hebben, zo opvallend
vrij van dwaling, dat we kunnen zeggen van deze vertaling, "Dit is
de Bijbel", en dat met groter vertrouwen dan dat we van iedere
andere in het Engels (Nederlands)
vertaalde
kunnen zeggen, b.v. de Luther Vertaling, "Dit is de
Galatenbrief naar de vertaling van Luther".
Wij
geloven dat theologische integriteit zowel als taalkundige capaciteit altijd
belangrijk zijn geweest bij het vertalen van de Bijbel vanuit de oorspronkelijke
talen (1 Cor.2:11,14).
De
Textus Receptus (de Reformatorische Tekst) wordt terecht de grondtekst
genoemd. De vertalers van de grondtext, hoewel grote Godsmannen, waren
niet geinspireerd door de Heilige Geest, zoals de oorspronkelijke
schrijvers (hoewel zij aantoonbaar bij hun werk geholpen werden door
de Heilige Geest), en moesten dikwijls de waarde van het ene geval afwegen
tegenover een ander. Dit alles overtuigt ons ervan dat de Bijbel meer is dan
papier en inkt; het is het levende Woord van God.
Schriftelijk
bewijs ervan tot welk oorspronkelijk manuscript het laatste deel van Rom.8:1
behoort en welke manuscripten dit weglaten, kunnen nauwelijks ten volle
doorslag geven, want indien deze clausule een toevoeging is van een kopiist,
dan werd dit blijkbaar gedaan bij een eerder manuscript dan waarover wij
beschikken.
Laten
we eens enkele theologische beschouwingen hierover bezien:
1.
Rom.
8:1b kan moeilijk een feitelijke verklaring zijn, want inderdaad wandelen
de meeste gelovigen niet constant "naar de Geest" maar eerder
wandelen allen meer "naar het vlees". Zelfs Paulus erkent dit probleem
in Rom.7 voor wat betreft hemzelf, hoewel hij tot een opmerkelijke
graad "naar de Geest" wandelde. Indien Rom.8:1b een feitelijke
verklaring is, t.w. dat allen die "in Christus Jezus" zijn werkelijk
"naar de Geest" wandelen en niet "naar het vlees",
waarom dan al die vermaningen van Paulus aan gelovigen om eerder naar de
Geest dan naar het vlees te wandelen? Uiteraard valt niet te ontkennen dat
iemand in de eerste plaats door oefening van geloof in Christus
feitelijk eerder de aanwijzingen van de Geest volgt, dan die van het vlees.
2.
Indien
echter Rom.8:1b een kwalitatieve clausule is, is onze zekerheid in
Christus afhankelijk van onze wandel. Deze clausule wordt ook gevonden in
V.4, waar zij bijzonder past met de contekst, maar de zedelijke staat van hen
die niet veroordeeld zijn klopt niet met de waarheid van 8:1a. Verder
klopt 8:1a werkelijk perfect met 8:2,3, die direct daarna zouden volgen
als 8:1b zou worden weggelaten.
3.
Wanneer
we echter het feit dat precies deze zelfde zin wordt gevonden in Rom.8:4
(binnen een andere contekst, waarin zij perfect past), zou het dan vreemd
zijn als een kopieïst deze woorden zou toevoegen aan 8:1a, bevreesd dat deze
niet kwalificerende verklaring schadelijke effecten tengevolge zou kunnen
hebben? Velen zijn in onze dagen bang dat de verkondiging van pure genade
laksheid onder gelovigen tot gevolg zal hebben, en dat dit de eeuwen door reeds
een probleem geweest is. Inderdaad was dit ook in Paulus' dagen een probleem,
zoals blijkt uit het feit dat hij er zo uitvoerig over spreekt in Rom.6 en 7.
4.
De
vrijmoedige verklaring van 8:1a die onmiddellijk volgt op de wanhopige roep,
"Wie zal mij bevrijden!" van 7:24,25 schijnt niet de toevoeging
van de woorden "die niet wandelen", etc. na 8:1a te rechtvaardigen,
want de gelovige is vrij gemaakt van veroordeling eenvoudig omdat hij
"in Christus Jezus is", niet omdat hij erin slaagt om naar de
Geest te wandelen (Zie Rom.6 en 7).
5.
Er
is wel beweerd dat hier zelfveroordeling in het spel is, net als in Rom.14:22,23,
maar dit stemt niet overeen met de woorden van 8:1a, want er is
zelfveroordeling voor "hen die in Christus Jezus zijn" (Zie
7:15-25). Verder zou dit in tegenstelling zijn met de hele trend van dit
gedeelte van Romeinen en wel in het bijzonder met de omgevende contekst van
7:24,25 en 8:2-4.
Als Rom.8:1b op een of andere wijze beschouwd wordt als een
feitelijke verklaring zoals in de laatste zin van bovenstaand No.1, dan
behoort het zeker tussen haakjes te staan, zodat de kracht van Rom.8:1a en
8:2,3 niet wordt teniet gedaan, maar eerder in haar volheid wordt gewaardeerd.
Lees Rom.8:1-4 zonder het laatste deel van V.1, en verheug u in de kracht van
de verklaring van de Apostel.
|