De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

A P P E N D I X  No. 1

                  EEN BESCHOUWING VAN ROM.8:1b ZOALS WEERGEGEVEN IN

DE GEAU­TORISEERDE VERTALING

Wij geloven dat de Engelse Geautoriseerde, of King James Version (het meest overeenkomend met de Nederlandse Statenvertaling, Vert.) van de Bijbel met hoofd en schouders staat boven de Revised Version (vergelijkbaar met de vertaling van het Ned. Bijbel Genootschap, uit 1951 vert.) en al de moderne vertalingen  die in het spoor van deze laatste vertalingen meelopen.

Wij onderschrijven echter niet het zuiver

filosofisch argument dat God Zijn openbaring zeker woord voor woord zou hebben beschermd voor alle generaties die zouden volgen na de verdwijning van de oorspronkelijke geschriften, en dat vandaag  deze "perfect bewaarde" Bijbel de Engelse (resp. Nederlandse) Geautoriseerde Vertaling is. Wij geloven dat dit argument ei­genlijk zichzelf beantwoordt, want:

(1.) Om de Schriften woord-voor-woord te bewaren, hadden de originele documenten tot nu toe voor ons veilig en intact gehouden dienen te worden, en het is duidelijk dat God niet goed geacht heeft om dat te doen. Eigenlijk heeft God de Schriften intact gehouden, maar niet in één vertaling in één taal (Ps.119:89). (2.) Het is onmogelijk om een enkele uitgebreide passage van de ene taal in een andere woord-voor-woord te vertalen, om de eenvoudige reden dat de ene taal woorden en uitdrukkingen heeft die de ande­re niet bevat. (3.) Blijkbaar zijn geen uitvoerige kopieën van een enkel oorspronkelijk manuscript, tekst of vertaling van de Bijbel ooit perfect identiek geweest.

Wij geloven echter dat het God in Zijn wijsheid behaagde om de originele manu­scripten voor de volgende generaties achter te houden, wellicht omdat de mens zo open staat voor afgoderij (denk aan de koperen slang en het altaar van Elia, die beiden werden vernietigd).

Wij geloven echter dat God menselijke zwakheid en zonde heeft voorzien zodat wij nu in de Geautoriseerde Vertaling, een Bijbel in handen hebben, zo opvallend vrij van dwaling, dat we kunnen zeggen van deze vertaling, "Dit is de Bijbel", en dat met groter vertrouwen dan dat we van iedere andere in het Engels (Nederlands)

vertaalde kunnen zeggen, b.v. de Luther Vertaling, "Dit is de  Galatenbrief naar de vertaling van Luther".

Wij geloven dat theologische integriteit zowel als taalkundige capaciteit altijd belangrijk zijn geweest bij het vertalen van de Bijbel vanuit de oorspronkelijke talen (1 Cor.2:11,14).

De Textus Receptus (de Reformatorische Tekst) wordt terecht de grond­tekst genoemd. De verta­lers van de grondtext, hoewel grote Gods­man­nen, waren niet geinspireerd door de Heili­ge Geest, zoals de oorspronkelijke schrijvers (hoe­wel zij aan­toonbaar bij hun werk geholpen werden door de Heilige Geest), en moesten dikwijls de waarde van het ene geval afwegen tegenover een ander. Dit alles overtuigt ons ervan dat de Bijbel meer is dan papier en inkt; het is het levende Woord van God.

Schriftelijk bewijs ervan tot welk oorspronkelijk manuscript het laatste deel van Rom.8:1 behoort en welke manuscripten dit weglaten, kunnen nauwe­lijks ten volle doorslag geven, want indien deze clausule een toevoeging is van een kopiist, dan werd dit blijkbaar gedaan bij een eerder manuscript dan waarover wij beschikken.

Laten we eens enkele theologische beschouwin­gen hierover bezien:

1.         Rom. 8:1b kan moeilijk een feitelijke verkla­ring zijn, want inderdaad wande­len de meeste gelovigen niet constant "naar de Geest" maar eerder wandelen allen meer "naar het vlees". Zelfs Paulus erkent dit probleem in Rom.7 voor wat betreft hemzelf, hoewel hij tot een op­merke­lijke graad "naar de Geest" wan­delde. Indien Rom.8:1b een feitelijke verklaring is, t.w. dat allen die "in Christus Jezus" zijn werkelijk "naar de Geest" wandelen en niet "naar het vlees", waarom dan al die vermaningen van Paulus aan gelovigen om eerder naar de Geest dan naar het vlees te wandelen? Uiteraard valt niet te ontken­nen dat iemand in de eerste plaats door oefening van geloof in Chris­tus feitelijk eerder de aanwij­zingen van de Geest volgt, dan die van het vlees.

2.         Indien echter Rom.8:1b een kwalitatieve clausule is, is onze zeker­heid in Christus afhan­kelijk van onze wandel. Deze clau­sule wordt ook gevon­den in V.4, waar zij bijzonder past met de contekst, maar de zedelijke staat van hen die niet veroor­deeld zijn klopt niet met de waarheid van 8:1a. Verder klopt 8:1a werkelijk perfect met 8:2,3, die direct daarna zouden volgen als 8:1b zou worden weggela­ten.

3.         Wanneer we echter het feit dat precies deze zelfde zin wordt gevon­den in Rom.8:4 (binnen een andere contekst, waarin zij perfect past), zou het dan vreemd zijn als een kopieïst deze woor­den zou toevoegen aan 8:1a, bevreesd dat deze niet kwalificerende verklaring scha­delijke effec­ten tengevolge zou kun­nen hebben? Velen zijn in onze dagen bang dat de verkondiging van pure genade laksheid onder gelovigen tot gevolg zal hebben, en dat dit de eeuwen door reeds een probleem geweest is. Inderdaad was dit ook in Paulus' dagen een probleem, zoals blijkt uit het feit dat hij er zo uit­voerig over spreekt in Rom.6 en 7.

 4.         De vrijmoedige verklaring van 8:1a die on­mid­dellijk volgt op de wanhopige roep, "Wie zal mij bevrijden!" van 7:24,25 schijnt niet de toevoe­ging van de woor­den "die niet wandelen", etc. na 8:1a te recht­vaardigen, want de gelovige is vrij gemaakt van veroordeling eenvoudig omdat hij "in Christus Jezus is", niet omdat hij erin slaagt om naar de Geest te wandelen (Zie Rom.6 en 7).

5.         Er is wel beweerd dat hier zelfveroorde­ling in het spel is, net als in Rom.14:22,23, maar dit stemt niet over­een met de woorden van 8:1a, want er is zelfveroordeling voor "hen die in Chris­tus Jezus zijn" (Zie 7:15-25). Verder zou dit in tegenstelling zijn met de hele trend van dit gedeelte van Romeinen en wel in het bijzonder met de omgevende contekst van 7:24,25 en 8:2-4.

            Als Rom.8:1b op een of andere wijze beschouwd wordt als een feitelijke ver­klaring zoals in de laatste zin van boven­staand No.1, dan behoort het zeker tus­sen haakjes te staan, zodat de kracht van Rom.8:1a en 8:2,3 niet wordt teniet gedaan, maar eerder in haar volheid wordt gewaardeerd. Lees Rom.8:1-4 zonder het laatste deel van V.1, en ver­heug u in de kracht van de verklaring van de Apostel.                

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011