De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

PAULUS EN MATTHIAS

  "En zij stelden er twee, Jozef, genaamd Barsabas, die toegenaamd was Justus, en Matthias" (Hand.1:23).

 Er zijn natuurlijk velen in het Christendom, die de slotsom waartoe wij in het voorgaande gekomen zijn, afwijzen. Wij geloven dat de meesten van hen ernstige gelovigen zijn, die de leringen van mensen volgen, zonder de Schriften voor zichzelf te onderzoeken. Het probleem van blindelings de leer van een mens te volgen is, dat als hij een verkeerde richting inslaat, ieder hem op die dwaalweg volgt. Een treffend voorbeeld hiervan zijn diegenen die leren dat Petrus buiten Gods wil was toen Matthias werd aangewezen tot het apostel­ambt dat vacant werd door Judas. Zij beweren dat Petrus buiten zijn bevoegd­heid ging, omdat God het plan had om Paulus tot twaalfde apostel te stellen. Wij geloven echter, dat God souverein is; dienovereenkomstig kunnen mensen Zijn doeleinden niet ondermijnen. "En al de inwoners der aarde zijn als niets geacht, en Hij doet naar Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde, en er is niemand die Zijn hand afslaan, of tot Hem zeggen kan: Wat doet Gij?" (Dan.4:35). Als God het plan gehad had om Paulus de twaalfde apostel in het koninkrijk te doen zijn, kon niemand, ook Petrus niet, tussen­beide gekomen zijn. Overigens leidt de Heilige Geest het hier in Hand.1 zo, dat van Paulus in het geheel geen sprake is.

  Anders dan de andere gelovigen in de bovenzaal, hadden Petrus en de discipelen de Heilige Geest reeds ontvangen toen onze Here aan hen verscheen gedurende Zijn bediening vóór de opstanding (Joh.20:22). Volledig onder de leiding van de Geest staan, betekent dat Hij in de wil van God was in deze belangrijke zaak.

Petrus als leider deelt hen die in de opperzaal aanwezig zijn mee, dat het noodzakelijk is om een andere discipel de plaats te doen innemen die door degene die de Meester verried werd ingenomen. De vervanger moest voor deze hoge roeping aan twee voorwaarden voldoen. Allereerst moest hij iemand zijn die hen getrouw gevolgd was gedurende de hele tijdsduur van de aardse bediening van Christus (Hand.1:21,22). De tijdsduur wordt aan­gegeven als "beginnende met Johannes", omdat Johannes de Doper de eerste was die het komende koninkrijk aankondigde en verklaarde Christus de Koning van Israel te zijn (Luk.16:16; Joh.1:49). De periode van trouwe navolging van Christus voor degene die in aanmerking kwam, gold tot Zijn hemelvaart - "Tot de dag toe, in welke Hij van ons opgenomen is". Het moest zijn tot de opstanding omdat onze Here op dat tijdstip alle facetten van het komende koninkrijk had geleerd (Hand.1:3). De tweede kwalificatie die voor de kandidaat bindend was, was dat hij ooggetuige moest zijn geweest van de opstanding van Christus in Zijn aardse bediening, en geloofde dat Hij degene was die zou zitten op de troon van David. Dit betekende dat degene die in aanmerking kwam voor dit ambt, in staat moest zijn om te getuigen dat hij de opgestane Christus gezien had. Het is niet mogelijk dat Paulus aan een of twee van de vereisten zal hebben voldaan. Zoals wij weten werd hij zelfs pas jaren later gered (Hand.9).

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011