|
APOSTELSCHAP
EN BOODSCHAP VAN PAULUS
"Want
ik spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der heidenen apostel ben; ik maak mijn
bediening heerlijk." -
Rom.11:13
Het
is een vaststaand feit dat God de hoofd-indeling in Zijn Woord gemaakt heeft
tussen Profetie en het Geheimenis. Zoals wij reeds lieten zien,
betreft het Geheimenis-programma Gods verborgen doel voor
de hemelen. Toen de bepaalde tijd aangebroken was verwekte God een nieuwe
apostel voor de onthulling van het goede nieuws om dit te verbreiden.
Begrijpelijk was Paulus deze door God gezonden man. God maakt een
speciale zaak van zijn apostelschap, zodat wij in staat zullen zijn om
duidelijk het verschil te zien tussen het apostelschap van de twaalven
en dat van Paulus.
De
Here vestigt onze aandacht op de bekering van Paulus op zo'n wijze, dat het kind
van God niet anders kan dan het geweldige belang van deze ge-beurtenis
aanvaarden. Een flink stuk van drie hoofdstukken in het Boek Handelingen zijn
aan deze gebeurtenis gewijd (Hand.9,22,26), gevolgd door nog twee hoofdstukken
in Galaten en in 1 Timotheus, die verder ingaan op de waarheid hoe hij tot
kennis van Christus gekomen is. Geen andere bekering in heel het Woord van God
wordt zo gedetailleerd weergegeven. De Heilige Geest vestigt onze aandacht op de
redding van Paulus om ons te leren dat er een verandering gekomen is in Gods
programma. Met Israel terzijde gesteld wegens ongeloof, werden de
apostelen geleid om aan de kleine kudde te verkondigen dat de vestiging van het
Koninkrijk tijdelijk zou worden uitgesteld.
De
Here zette Zijn nieuw programma in werking door een nieuwe apostel op te
dragen om aan de wereld te verklaren dat Hij iets nieuws en anders ging doen
onder de heidenen. Dienovereenkomstig werd Paulus aangesteld tot deze heilige
dienst om Christus te prediken naar de openbaring van het Geheimenis (Rom.16:25;
Eph.3:1-3). Dit verklaart waarom hij terecht zijn apostelschap verdedigde tegen
de aanvallen van valse aanklagers.
WIE VERKOOS PAULUS?
"Paulus,
een apostel, (geroepen niet van mensen, noch door een mens, maar door Jezus
Christus, en God de Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft) (Gal.1;1).
Deze
passage zou eens en voor altijd het feit moeten vastleggen dat Paulus niet één
van de Twaalven, noch de dertiende apostel van het koninkrijk was.
Wij dienen danook te begrijpen dat hij een verschillende bediening van
de verheerlijkte hemelse Here ontving om de rijkdommen van Zijn genade onder de
heidenen bekend te maken. Dit is precies wat de Geest van God wil dat wij
erkennen als wij deze passage lezen.
Van
Paulus' apostelschap wordt gezegd, dat dit "niet van mensen"
was. Met andere woorden, hij werd niet in zijn bediening gesteld door menselijke
tussenkomst. In onze dagen is het gebruikelijk voor een jonge man, nadat hij
is toebereid voor de bediening, om in het openbaar voor de dienst van God te
worden aangesteld. De oudsten, die voor zo'n eerwaardige gebeurtenis worden
opgeroepen, verklaren door hun aanwezigheid, dat de candidaat die voor hen
staat, geroepen is om het evangelie te prediken.
In
Paulus' geval echter, was er geen vergadering van de Twaalven, noch was er een
andere groep voor iets dergelijks om hem voor zijn bediening te installeren. De
Geest gaat verder met de bevestiging van deze waarheid door te stellen, "noch
door mensen". Hier verwijst Paulus ongetwijfeld naar Petrus, waarbij
hij ons openbaart dat zijn apostelschap niet werd geinitieerd door menselijke
tussenkomst. Petrus zei niet, "Paulus heeft kwaliteiten om deze
positie te bekleden; ik zal hem mijn persoonlijke bevestiging schenken".
Niet zoals
bij Matthias, was Paulus' apostelschap daarin uniek, dat de Here der
heerlijkheid persoonlijk hem verscheen in een hemels gezicht, om hem te
beroepen een nieuwe apostel te zijn tot bedeling van een nieuwe boodschap,
verborgen sinds de aanvang der wereld (Hand.26:19; Col.1:26).
|