De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

HET PROFETISCH PROGRAMMA

 "Want wij zijn geen kunstelijk verdichte fabelen nagevolgd, als wij u bekend gemaakt hebben de kracht en toekomst van onze Here Jezus Christus, maar wij zijn aanschouwers geweest van Zijn majes­teit. Want Hij heeft van God de Vader eer en heerlijkheid ontvangen, als zodanig een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem gebracht werd: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Dewelken Ik Mijn welbehagen heb...En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt..." (1 Petr.1:16,17,19).  

Hier verhaalt Petrus de ervaring die hij had op de Berg der Verheerlijking. Voorafgaand aan deze gedenkwaardige gebeurtenis onderrichtte de Heer de discipelen aangaande Zijn aanstaande dood te Jeruzalem. Omdat zij ontzet waren door deze aankondiging, sprak de Meester deze troostwoorden:

"Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij de Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk" (Matt.16:28).

  Oppervlakkig gezien, schijnt het alsof alle discipelen stierven zonder ooit getuige te zijn van de vervulling van deze gebeurtenis. Wij geloven echter, dat de woorden van onze Here tot op de letter vervuld werden toen Hij Petrus, Jakobus en Johannes meenam naar de berg en werd veranderd voor hun ogen. Ons wordt danook verhaald, "...Zijn aangezicht blonk gelijk de zon, en Zijn klederen werden wit gelijk het licht".

Petrus, Jakobus en Johannes werd een glimp gegeven van hoe het zal zijn wanneer Christus terugkeert om Zijn duizendjarig koninkrijk te vestigen.

Jaren later vertelt Petrus zijn toehoorders dat hij een ooggetuige was van de aanstaande glorie van de Heer. Hij deelt ook aan degenen tot wie hij schrijft mee, dat hij de stem van God hoorde die zeide: "Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb". Eigenlijk zei Petrus, ik heb een ervaring gehad die een eind maakt aan alle ervaringen, maar neem mijn woord niet als uitein­delijk gezag. "Wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt." Petrus wijst zijn toehoorders waarschu­wend naar de Schriften waar deze gebeurtenissen worden voorzegd door de profeten van oudsher:

"Ziet, de dagen komen, spreekt de Here, dat Ik aan David een rechtvaarduge Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde" (Jer.23:5).

De profetische heiligen verwachtten toen de komst van een koning, die hun vijanden zou overwinnen en een koninkrijk van gerechtigheid stichten op aarde.

Onze Amerikaanse voorvaders stichtten wijselijk onze regering op het principe van wat bekend is als de scheiding van machten. Zij verdeelden het gezag onder drie categoriën: uitvoerende, wettelijke en rechterlijke macht. Dit betekent dat een wetgever niet te zelfder tijd het ambt kan bekleden van de president, waarmee een monopolie van macht werd voorkomen.

Voor het grootste deel gold dit in Israel voor de zaken van God. Een koning bijvoorbeeld, werd niet toegestaan om het ambt van priester te bekleden en omgekeerd. Zij die probeerden het gezag van eens anders ambt te bekleden ontvingen de ernstigste berisping van God (1 Sam.13:8-14). Christus echter bekleedde alle drie ambten: profeet, priester en koning van Israel, want alle macht en gezag is in Hem gevestigd. Daarom is Hij de Enige die in het komen­de koninkrijk zal heersen en regeren in gerechtigheid.

Sommigen hebben verkeerd geconcludeerd dat de profetische heiligen er naar uit zagen met de Here in de hemel te verblijven. Juist het tegendeel: Sedert het koninkrijk zou worden gevestigd op aarde hadden natuurlijk degenen onder dat programma een aardse hoop. De aartsvader Job geeft ons het oudste verslag over de hoop van de heilige in zijn dagen:

"Want ik weet: mijn verlosser leeft, en Hij zal de [ten] laatste over het stof opstaan [op de AARDE, K.J.V.]; En als zij na mijn huid dit door­knaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen" (Job.19: 25,­26).

Abraham die naar alle waarschijnlijkheid een tijdgenoot was van Job, zag uit naar een stad.

Want hij verwachtte de stad [op AARDE], die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is" (Hebr.11:10).

  Onze Here schonk verder gewicht aan deze belofte toen Hij de Bergrede uitsprak:

"Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het AARDRIJK beër­ven" (Matt.5:5).

Later in de rede leerde Hij Zijn discipelen om het volgende te bidden:

"Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de AARDE" (Matt.6:10).

Dienovereenkomstig hadden zij die gered werden onder dit programma, zoals Abraham, Mozes, David, Jesaja, Petrus, Stefanus, een aardse hoop en zullen ook de geredden in de tijd van de komende grote verdrukking deze hebben.

Wij zouden hier een ogenblik moeten stilstaan om een gewoonlijk gestelde vraag te beantwoorden - Als het koninkrijk aards is, waarom verwijst onze Here herhaaldelijk hiernaar als het koninkrijk der hemelen? Het antwoord is tweevoudig: In de eerste plaats, naar de gelijkenis van de welgeboren man, reist onze Here in een ver land (hemel) om voor Zichzelf een koninkrijk te ontvangen en terug te keren (Luk.19:11,12). Ten tweede, wanneer onze Here terugkeert bij Zijn Tweede Komst zal Hij de vloek van de aarde wegnemen. Op die dag, zo wordt ons geleerd, zal de woestijn bloeien als een roos, de blinden zullen zien, de doven zullen weer horen en de lamme zal huppelen (Jes.35:1-6). Kortom, het zal zijn als de hemel op aarde!

Een uiterst cruciaal punt dat niet over het hoofd mag worden gezien in deze beschouwing is, dat het koninkrijk en de aardse regering van Christus werd voorspeld sedert de grondlegging der wereld. Dit wil niet zeggen dat de heiligen van vroeger elk aspect van deze ontluikende openbaring begrepen. Maar de volgende Schriftgedeelten bevestigen dat het koninkrijk bekend is geweest vanaf het begin der tijden:

16.

"Geloofd zij de Here, de God Israels, want Hij heeft bezocht en verlossing teweeg gebracht Zijn volke; En heeft een hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht [om de aan David gegeven

belofte met betrekking tot het koninkrijk te vervullen - 2 Sam.7:16]; Gelijk Hij gesproken heeft door de mond Zijner heilige profeten, die VAN HET BEGIN DER WERELD geweest zijn" (Luk.1:68-70).

"...wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heren...Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door de mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw [VAN HET BEGIN DER WERELD, K.J.V.] (Hand.3:19,21).

 

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011