|
HET
PROFETISCH PROGRAMMA
"Want
wij zijn geen kunstelijk verdichte fabelen nagevolgd, als wij u bekend gemaakt
hebben de kracht en toekomst van onze Here Jezus Christus, maar wij zijn
aanschouwers geweest van Zijn majesteit. Want Hij heeft van God de Vader eer
en heerlijkheid ontvangen, als zodanig een stem van de hoogwaardige heerlijkheid
tot Hem gebracht werd: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Dewelken Ik Mijn
welbehagen heb...En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij
doet wel, dat gij daarop acht hebt..." (1
Petr.1:16,17,19).
Hier verhaalt Petrus de ervaring die hij had op de Berg der
Verheerlijking. Voorafgaand aan deze gedenkwaardige gebeurtenis onderrichtte de
Heer de discipelen aangaande Zijn aanstaande dood te Jeruzalem. Omdat zij ontzet
waren door deze aankondiging, sprak de Meester deze troostwoorden:
"Voorwaar
zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken
zullen, totdat zij de Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn
Koninkrijk" (Matt.16:28).
Oppervlakkig gezien, schijnt het alsof alle discipelen stierven zonder
ooit getuige te zijn van de vervulling van deze gebeurtenis. Wij geloven echter,
dat de woorden van onze Here tot op de letter vervuld werden toen Hij Petrus,
Jakobus en Johannes meenam naar de berg en werd veranderd voor hun ogen. Ons
wordt danook verhaald, "...Zijn aangezicht blonk gelijk de zon, en Zijn
klederen werden wit gelijk het licht".
Petrus, Jakobus en Johannes werd een glimp gegeven van hoe het zal zijn
wanneer Christus terugkeert om Zijn duizendjarig koninkrijk te vestigen.
Jaren
later vertelt Petrus zijn toehoorders dat hij een ooggetuige was van de
aanstaande glorie van de Heer. Hij deelt ook aan degenen tot wie hij schrijft
mee, dat hij de stem van God hoorde die zeide: "Dit is Mijn geliefde
Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb". Eigenlijk zei Petrus, ik heb een
ervaring gehad die een eind maakt aan alle ervaringen, maar neem mijn woord niet
als uiteindelijk gezag. "Wij hebben het profetische woord, dat zeer
vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt." Petrus wijst zijn
toehoorders waarschuwend naar de Schriften waar deze gebeurtenissen worden
voorzegd door de profeten van oudsher:
"Ziet, de dagen komen, spreekt de Here, dat Ik aan David een
rechtvaarduge Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en
voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde" (Jer.23:5).
De profetische heiligen verwachtten toen de komst van een koning, die hun
vijanden zou overwinnen en een koninkrijk van gerechtigheid stichten op aarde.
Onze Amerikaanse voorvaders stichtten wijselijk onze regering op het
principe van wat bekend is als de scheiding van machten. Zij verdeelden
het gezag onder drie categoriën: uitvoerende, wettelijke en rechterlijke macht.
Dit betekent dat een wetgever niet te zelfder tijd het ambt kan bekleden van de
president, waarmee een monopolie van macht werd voorkomen.
Voor het grootste deel gold dit in Israel voor de zaken van God. Een
koning bijvoorbeeld, werd niet toegestaan om het ambt van priester te bekleden
en omgekeerd. Zij die probeerden het gezag van eens anders ambt te bekleden
ontvingen de ernstigste berisping van God (1 Sam.13:8-14). Christus echter
bekleedde alle drie ambten: profeet, priester en koning van Israel, want alle
macht en gezag is in Hem gevestigd. Daarom is Hij de Enige die in het komende
koninkrijk zal heersen en regeren in gerechtigheid.
Sommigen hebben verkeerd geconcludeerd dat de profetische heiligen er
naar uit zagen met de Here in de hemel te verblijven. Juist het tegendeel:
Sedert het koninkrijk zou worden gevestigd op aarde hadden natuurlijk degenen
onder
dat
programma een aardse hoop. De aartsvader Job geeft ons het oudste verslag
over de hoop van de heilige in zijn dagen:
"Want ik weet: mijn verlosser leeft, en Hij zal de [ten] laatste
over het stof opstaan [op de AARDE, K.J.V.]; En als zij na mijn huid dit doorknaagd
zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen"
(Job.19: 25,26).
Abraham die naar alle waarschijnlijkheid een tijdgenoot was van Job, zag
uit naar een stad.
Want hij verwachtte de stad [op AARDE], die fondamenten heeft,
welker Kunstenaar en Bouwmeester God is" (Hebr.11:10).
Onze Here schonk verder gewicht aan deze belofte toen Hij de Bergrede
uitsprak:
"Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het AARDRIJK beërven"
(Matt.5:5).
Later in de rede leerde Hij Zijn discipelen om het volgende te bidden:
"Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook
op de AARDE" (Matt.6:10).
Dienovereenkomstig hadden zij die gered werden onder dit programma, zoals
Abraham, Mozes, David, Jesaja, Petrus, Stefanus, een aardse hoop en
zullen ook de geredden in de tijd van de komende grote verdrukking deze hebben.
Wij zouden hier een ogenblik moeten stilstaan om een gewoonlijk gestelde
vraag te beantwoorden - Als het koninkrijk aards is, waarom verwijst onze Here
herhaaldelijk hiernaar als het koninkrijk der hemelen? Het antwoord is
tweevoudig: In de eerste plaats, naar de gelijkenis van de welgeboren man, reist
onze Here in een ver land (hemel) om voor Zichzelf een koninkrijk te ontvangen
en terug te keren (Luk.19:11,12). Ten tweede, wanneer onze Here
terugkeert bij Zijn Tweede Komst zal Hij de vloek van de aarde wegnemen. Op die
dag, zo wordt ons geleerd, zal de woestijn bloeien als een roos, de blinden
zullen zien, de doven zullen weer horen en de lamme zal huppelen (Jes.35:1-6). Kortom,
het zal zijn als de hemel op aarde!
Een uiterst cruciaal punt dat niet over het hoofd mag worden gezien in
deze beschouwing is, dat het koninkrijk en de aardse regering van Christus werd
voorspeld sedert de grondlegging der wereld. Dit wil niet zeggen dat de
heiligen van vroeger elk aspect van deze ontluikende openbaring begrepen. Maar
de volgende Schriftgedeelten bevestigen dat het koninkrijk bekend is geweest
vanaf het begin der tijden:
16.
"Geloofd zij de Here, de God Israels, want Hij heeft bezocht en
verlossing teweeg gebracht Zijn volke; En heeft een hoorn der zaligheid ons
opgericht, in het huis van David, Zijn knecht [om
de aan David gegeven
belofte
met betrekking tot het koninkrijk te vervullen - 2 Sam.7:16]; Gelijk Hij
gesproken heeft door de mond Zijner heilige profeten, die VAN HET BEGIN DER
WERELD geweest zijn" (Luk.1:68-70).
"...wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het
aangezicht des Heren...Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der
wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door de mond van al Zijn
heilige profeten van alle eeuw [VAN HET BEGIN DER WERELD, K.J.V.] (Hand.3:19,21).
|