De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

CORRELATIE VAN DE EEUWEN EN

DE BEDELINGEN

Het doel van dit hoofdstuk is om de lezer een grote lijn aan te geven van de bedelingen, waarbij bijzondere aandacht gegeven wordt aan waar de huidige bedeling der genade in het totale beeld past. Wellicht zal het nu volgende ons helpen om enige aanwijzing op dit gebied te geven:[1]

I. Eeuw van Vrijheid (Bedeling van Onschuld)

  A. God handelde met de mens in zijn onschuld.

1. De mens geschapen naar Gods beeld (Gen.1:26,27).

2. De mens geschapen om te regeren (Gen.1:26,27).

3. De mens vruchtbaar en vermenigvuldigend (Gen.1:28).

4. Volmaakte omgeving - De mens een vegetariër (Gen.2:5,8,9).

B.Verantwoordelijkheid van de mens om de hof te bewaren en onthouding van nemen van de boom der kennis van goed en kwaad (Gen.2:16,17).

C. Het falen van de mens geschiedde toen Adam en Eva aten van de verboden        vrucht, wat de komst van zonde en dood tot gevolg had (Gen.3:6).

D. Oordeel - Het uitspreken van de vloek en verwijdering uit de hof (Gen.             3:14-19,23,24).

 Het is opmerkelijk dat hoewel God niet langer handelt met de mens in onschuld, er aspecten zijn van de oorspronkelijke openbaring, gegeven aan Adam, die vandaag de dag nog gelden. Bijvoorbeeld is het gebod om vruchtbaar te zijn en te vermenigvuldigen nimmer ingetrokken en de gevolgen van de zonde blijven dezelfde - DOOD!

 II. De Eeuw van de Volkeren (Bedeling van het Geweten)

 A. God beschikte het geweten, dat aangeeft dat de mens tot kennis van goed en kwaad was gekomen.

  1. Adam en Eva wisten dat zij naakt waren nadat zij God ongehoorzaam               waren (Gen.3:7).

 2. De eerste Beschaving (Gen.4:16-24).

 B. Nu het geweten de mens regeerde, vereiste God dat zij goed deden en zich onthielden van elke vorm van kwaad (Gen.3:22).

 1. God beval Kain en Abel bloedoffer te brengen om door Hem geaccepteerd te worden (Gen.4:1-4).

 2. God vereiste geloof (Hebr.11:4).

 C. Kain was ongehoorzaam en vermoorde in een aanval van jalousie zijn  broeder Abel (Gen.4:5-15).

 1. Polygamie (Gen.4:19).

  2. Geweld vulde de aarde omdat de mensen weigerden op hun geweten acht te slaan (Gen.6:13).

 D. Oordeel - De zondvloed in de dagen van Noach (Gen.6:17).

  Van de gelovige wordt vandaag niet geëist om bloedoffers te brengen, of om een ark te bouwen. Iedereen heeft echter een geweten en weet inwendig het grondverschil tussen goed en kwaad (Rom.2:14,15).

 I. Vervolg. (Bedeling van Menselijk Bestuur).

 A. God openbaarde dat de mens nu moest regeren, hetgeen inhield het ontstaan van de volkeren.

 1. De vrees voor de mens wordt gebracht over de dieren van het veld  (Gen.9:2).

 2. De mens wordt toegestaan vlees te eten (Gen.9:3)

 3. Menselijke Regeringen worden ingesteld (Gen.9:5,6).

 B. De mens draagt de verantwoordelijkheid om wetten te stellen die overeenkomen met de rechte standaard van God.

 1. Gods wet stelt: "Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door de  mens vergoten worden; want God heeft de mens naar Zijn beeld gemaakt" (Gen.9:6). Vandaar de noodzaak tot doodstraf.

  2. "Wees vruchtbaar en vermenigvuldig" zou tot gevolg hebben dat het  menselijk ras tot aan de einden der aarde verbreid werd (Gen.9:7).

 C.  Als er één ding is wat het menselijk ras voortdurend doet is het falen. En falen deden zij, toen zij trachtten zich te verenigen en Gods gebod om de       wereld te bevolken trotseerden (Gen.11:4).

1. Hun verlangen om ERKEND TE WORDEN betekende dat zijh hadden   nagelaten een vorm van menselijk bestuur in te voeren, hetgeen de    geest van wetteloosheid voortbracht waarvan wordt gesproken in               

Romeinen hoofdstuk 1.  

2. De bouw van de zogenaamde Toren van Babel was ook in uitdaging             van de Heilige in de hemel toen boze mensen verlangden om eer te              betuigen aan de astrologische tekenen van de hemelen (Gen.11:3,4   cf. Rom. 1­:22,23).

 III  Eeuw van het Joodse Volk (Bedeling van Belofte)

 A.  God beschikte aan Abraham een belofte dat zijn zaad zou worden ver      menigvuldigd als de sterren aan de hemel.

 1. De belofte bevatte:

 a. Een land genaamd Kanaan dat van de rivier de Nijl in het Zuiden zich        uitstrekte tot de rivier de Euphraat in het Oosten (Gen.15:17,18).

 b. Een volk bekend als Israel (Gen.12:2)

 c. Wereldwijde zegening (Gen.12:3).

 2. Besnijdenis was verplicht als een zegel van het Abrahamitisch Verbond    (Gen.17:9-14).

 B.  De belofte die God met Abrahem maakte was onvoorwaardelijk.

 1. Abrahams afstammelingen waren verantwoordelijk om God te vertrou    wen om de belofte te vervullen (Gen.26:1-4; 28:10-15).

 2. Bij voorrecht behoort verantwoordelijkheid.

 C.  De ene geloofsmisstap na de andere scheen de nazaten van Israel bij haar vroege wandel te belagen.

 1. Bijvoorbeeld Izak weerstond de gehoorzaamheid aan het Woord van        God om niet naar Egypte te gaan toen een hongersnood over het land              kwam. Hij verhuisde echter naar Gerar, wat zo dicht bij Egypte lag als                iemand maar zijn kon, zonder echt in Egypte te komen (Gen.26:1-6).

 2. Jakob stal het eerstgeboorterecht van Esau (Gen.25:24-34).

 3. Israel verliet het land van zijn voorvaders en verhuisde naar Egypte    (Gen.41:54-57 cf.46:26). Dit is een goed voorbeeld van de veroor              lovende wil van God.

 III. Vervolg. (Bedeling van de Wet)

 A.  God beschikte de Wet aan Mozes.

 1. De kenmerken van de Wet:

 a. Moreel - De 10 Geboden werden gegeven om Israels morele leven te          besturen (Ex.20).

 b. Burgerlijk - Dit raakt hun sociale leven, dat is, hoe zij tegenover             elkaar moesten handelen (Ex.21).

c. Ceremonieel - Gaf een middel waarbij zij verzoening van hun zonden   konden doen. Hier kwam hun religieus leven in zicht (Lev.16).

2. Het doel van de Wet was om Israel kennis van zonde te geven  (Rom.3:20).

 B.  Omdat het Verbond der Wet voorwaardelijk was, waren degenen die er  onder geplaatst werden, verantwoordelijk om alle 613 geboden te houden.

 1. De zegen van God kon alleen gerealiseerd worden ALS zij de stem van  de Here gehoorzaamden (Ex.19:3-7).

  2. Israels gewilligheid om de uitdaging aan te nemen bleek al spoedig een       juk op haar nek te zijn (Ex.19:8 cf.Hand.15:10).

 C.   Israels tekortkomingen onder de Wet zijn bijna teveel om op te  noemen.

1. Aanbidding van Afgoden (Ex.32:1-6).

2. Ongeloof (Num.13:26-33).

3. Murmureren (Num.16:1-8)

 4. Overspel (Num.25:1-3).

5. De woorden van Jeremia geven het zo duidelijk weer (Jer.31:32).

D.   Oordeel: Historisch gezien onderging Israel in de meer dan 1500 jaren dat zij onder de wet was, een aantal ernstige Godsoordelen. De meest   ingrij­pende rampen die haar overkwamen waren wel:

1. De Assyrische Ballingschap (2 Kon.17:4-6,15-18).

2. De Babylonische Ballingschap (2 Kron.36:11-21).

3. Het terzijde stellen van het volk in ongeloof bij de steniging van  Stefanus (Hand.7).

 IV De Tegenwoordige Boze Eeuw (Bedeling der Genade)

 A.   God bewijst genade aan een verloren en stervende wereld (Eph.3:2)

 1. Een nieuwe schepping wordt tot aanzien gebracht, bekend als de Gemeente, het Lichaam van Christus, bestaande uit Joden en hei denen           zonder onderscheid (2 Cor.5:17; Eph.1:22,23; 2:14-17)

2. Christus is het Hoofd van het Lichaam en neemt een verheerlijkte        plaats in, vanwaar Hij Zijn hemelse bediening uitoefent (Eph.1:20-23;   Phil.2:9; Col.1:18).

3. Gelovigen worden geestelijk gedoopt tot één Lichaam door de Geest (1  Cor.12:13; Eph.4:5).

4. Wij zijn niet langer onder de wet, maar onder GENADE. De afschaffing van de Wet betekent dat er geen inzettingen meer zullen worden           onderhouden gedurende deze bedeling (Rom.6:14; Col.2:14-17).

 5. De Opname van de Gemeente is aanstaande (1 Thess.1:10; 4:13-18;   Tit.2:13).

B.   Leden van het Lichaam van Christus zijn er voor verantwoordelijk dat   Jezus Christus gepredikt wordt overeenkomstig de openbaring van het  Geheimenis (Rom.16:25; 1 Cor.9:16-18).

 1. De gelovigen dienen heden het werk van een evangelist te doen (2 Tim.4:5).

 2. Gelovigen worden geroepen met een heilige roeping, en dienen te wandelen naar de Geest, niet naar het vlees (Rom.12:1,2; Gal.5:16- 26).

 C.   De Kerk van vandaag heeft treurig verzaakt om ook maar het Geheimenis  te erkennen, laat staan dit bekend te maken.

1. Moge God ons helpen om niet nogeens dezelfde fout te maken als de  eerste leden van het Lichaam van Christus, toen zij de boodschap van    Paulus verzaakten (2 Tim.1:15).

2. Goddank dat er nog tijd is "om te maken dat iedereen de Gemeenchap    van het Geheimenis moge zien" (Eph.3:9).

 D.   Oordeel: Bij het geklank van de bazuin, zullen de leden van Christus'     Lichaam allen verschijnen voor de Troon des Oordeels van Christus. Een   alles omvattende terugblik zal er zijn op onze levens om te beslissen of we          wel of niet getrouw zijn geweest aan de boodschap van Genade waartoe            God ons geroe­pen om die te verkondigen (Rom.14:10; 1 Cor.3:9-17; 2  Cor.5:­10,­11).

 Deze huidige bedeling dient speciale aandacht te krijgen van een ieder van onze lezers, omdat de voorgaande instructies onze marsorders zijn. Wij vertrouwen dat het Lichaam van Christus niet in de voetstappen van ongeloof zal volgen zoals degenen van vroegere bedelingen. Mogen wij leren van hun falen, en aandacht schenken aan de waarschuwingen die ons door onze apostel gegeven worden, opdat wij niet aan hetzelfde ten prooi vallen (1 Cor.10:1-15).

 V De Eeuw van het Koninkrijk (Bedeling van Goddelijk Bestuur)

 A.  God beschikt toorn en gerechtigheid over een Christus-verwerpende  wereld (Ps.2:1-12).

 1. Het profetisch programma zal hervat worden. Het Joodse volk zal             opnieuw ten tonele verschijnen (Openb.7:1-8).

 2. De Grote Verdrukking is een voorspel tot het komende duizendjarige  koninkrijk. Het hoofddoel is het omverwerpen van de koninkrijken van  deze wereld en het vestigen van het koninkrijk van Zijn geliefde Zoon       (Openb.11:15). Dit zal voltrokken worden door kastijding van Israel,       strafoefening aan de volkeren, en het ten einde brengen van Jakobs  verdrukking bij de Tweede Komst van Christus (Jer.30:7; Jes.24:1;  Ezech.38:14-23; Matt.24:29,30).

 3. De duur van de regering van het koninkrijk van de Messias is 1000 jaren (Openb.20:4,5,7).

 a. De Troon van David wordt gevestigd (2 Sam.7:16; Matt.19:28;    Hand.2:30).

b. De aarde zal vervuld zijn van gerechtigheid (Jer.23:5,6).

c. Er zal vrede heersen (Jes.9:6,7).

d. De Abrahamitische en Davidische Verbonden zullen vervuld zijn.

B.  Van Israel wordt geeist te verklaren dat Christus inderdaad de Messias van Israel is.

1. Zekere aspecten der Wet zullen weer worden onderhouden, zoals de         Sabbath (Matt.24:20).

 2. Bekering en Doop zullen weer worden gepredikt (Mark.16:15,16;      Hand.2:38 cf.Openb.9:21).

C.  Met bijna ongelooflijk gericht voor ogen zullen de mensen liever God lasteren, die de macht heeft hen te bevrijden (Openb.16:11­,21).

1. Het falen van de mens zal tijdens het hele koninkrijk doorgaan, omdat de zonde nu en dan haar afschuwelijk hoofd zal opsteken (Jes.­65:­20).

 2. Heel wonderlijk zullen er, nadat onze Here Jezus Christus gedurende een periode van 1000 jaren in gerechtigheid regeert, mensen zijn die in opstand komen aan het eind van het millennium en Zijn gezag  zullen uitdagen (Openb.20:7-9).

 D.  Oordeel: Omdat het koninkrijk het einde zal zijn van de eeuwen en de tijd zoals wij die kennen, zijn er een aantal oordelen:

1. Voorafgaand aan het duizendjarig koninkrijk, zal Israel geoordeeld zijn     (Matt.25:14-30).

 2. De volkeren zullen in die tijd eveneens geoordeeld zijn (Matt.25:31-   46).

 3. De Grote Witte Troon - Al de ongeredden uit alle tijden moeten            verschijnen voor de Troon van God, waar zij zullen worden veroordeeld       tot het eeuwige vuur (Openb.10:11-15).

 E.  De Dag des Heren sluit met het in vuur opgaan van de hemelen en de      aarde, wanneer God Zijn eeuwig doel ten uitvoer brengt (2 Petr.3:10).

 VI De Komende Eeuwen (Bedeling van de volheid der Tijden)

 A.  Gods uiteindelijk doel met Zijn schepping is om alle dingen in Christus te  vergaderen (Eph.1:10).

 1. De vernieuwing van de hemelen en de aarde zal deze terugbrengen tot      hun vroegere schoonheid (Ps.104:5; Jes.65:17; 2 Petr.3:11,12;                        Openb.21:1).

2. Het Lichaam van Christus zal regeren met Christus tot in alle eeuwig           heid in de hemel (Eph.2:6,7).

 3. Israel en de verlosten van het Profetisch programma zullen met            Christus regeren vanuit het Nieuwe Jeruzalem op de nieuwe aarde             (Openb.­ 21:9-27).

B.  Alle heiligen zullen met elkaar in harmonie leven, en naar alle waarschijn  lijkheid zullen de hemel en de aarde voor elkaar open staan, omdat alle        dingen vergaderd zijn tot Christus.

 1. Ook in de eeuwigheid zullen wij de Here dienen met blijdschap (2  Cor.5:9).

2. God zal zijn alles in allen (1 Cor.15:27,28).

C.  GEEN FALEN, GEEN ZONDE, DOOD, TRANEN OF SMART - Hallelujah!!

D.  GEEN OORDEEL: "En God zal alle tranen van hun ogen afwissen...en de dood zal niet meer zijn...want de eerste dingen zijn weggegaan" (Openb. 21:4).

 VERDERE VERKLARING VAN DE EEUWIGE TOESTAND

 "Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot één      te vergaderen in Christus, beide dat in de hemel is, en dat op de                aarde is [in Hem, K.J.V.)" (Eph.1:10).

 Er zijn in wezen twee standen met betrekking tot wanneer de bedeling van de volheid der tijden daadwerkelijk zal plaats hebben. Sommigen houden zich aan ­het idee dat de uitdrukking slaat op de Opname, terwijl anderen zeggen dat het wijst op een toekomstige dag na deze heerlijke gebeur­tenis, zoals de voor­gaande uiteenzetting bepleit. Het blijft verwonderlijk hoe twee gelovigen dezelfde passage bestuderen en tot volstrekt andere conclusies komen. Daarom het zo belangrijk om een Bereaer te zijn, willen wij ons niet laten vangen tussen twee met elkaar in conflict zijnde meningen.

 Het is wel goed om te bedenken dat waar het de plicht is van een herder om het Woord te onderwijzen, het de verantwoordelijkheid van alle gelovigen is om "de Schriften dagelijks te onderzoeken, of deze dingen zo zijn". Zeg voor de Rechtertroon van Christus alstublieft niet, "Maar Pastor Sadler zei...!" Indien u tot dezelfde conclusie komt die ik heb over de Bedeling van de Volheid der Tijden moet het zo zijn dat u zelf overtuigd bent dat dit is wat de Schriften leren.

 AFSPRAAK MET BEDOELING

 "In Hem, in Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die tevoren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil" (Eph.1:11).

 Het is onze overtuiging dat de uitdrukking Bedeling van de Volheid der Tijden regelrecht slaat op de eeuwige staat. Overeenkomstig de aangehaalde passage, heeft God het Lichaam van Christus voorbestemd om deel te hebben aan Zijn eeuwig doel voor de hemelen. Jammer genoeg is voor velen uit­verkiezing een harde leer die moet worden ontgaan vanwege de controversie er rondom. Wij moeten over deze term één zeer belangrijke opmerking maken, namelijk dat elke keer dat zij in de Schriften gebruikt wordt, zij altijd betrekking heeft op de gelovige en nooit op de ongelovige.

 Als we het woord voorbestemming apart bekijken zullen wij begrijpen dat het voorwoord "voor" eenvoudig betekent tevoren. In Amerika wordt voordat een balwedstrijd begint eerst een "voorspel" gegeven. In de aankondiging worden gewoonlijk de teams besproken en belangrijke spelers geinterviewd. Daarom wordt dit "pregame" of voorspel genoemd, wat plaats vindt vóór het sportevenement begint.

 "Bestemming" betekent eenvoudig waar het toe zal leiden. Toen ik bijvoorbeeld als jongeman op de middelbare School was, werkte ik in het Carnegie Museum in Pittsburgh. Elke dag, na schooltijd, stapte ik op de trambus op de Negley Ave. Omdat daar zoveel trambussen naar de stad reden, moest ik  opletten dat ik de goede koos. Ik keek uit naar de trambus waarop was aan­gegeven, "Oakland-Carnegie Museum", mijn bestemming.

 Voor de grondlegging der wereld had God de leden van het Lichaam van Christus voorbestemd dat zij de hemelen zouden beërven. Hoewel de Opname van de Gemeente een essentieel deel uitmaakt van de plannen en bedoe­lingen van God tot voleinding, kan men hiervan niet zeggen dat dit het hoogtepunt ervan is. Het is klaar, dat het hemels programma van God niet bij de Opname in Christus culmineert, daar we weten van de Rechtzitting van Christus die daarna nog komt. Dat evenement zal ongetwijfeld nog een tijd duren die alleen aan de Here bekend is (2 Cor.5:10).

 Wij moeten niet vergeten dat jaren na onze opgang, de hemelen zoals wij die kennen, nog bezet zullen zijn door de machten der duisternis. In het midden van de verdrukkingstijd zullen, door slechtheid en opstand uiteraard, zowel mensen als engelen uiterlijk worden omgebracht. Op de bepaalde tijd zal Michael met zijn engelen vanuit de hemelen uitrukken om deze boze machten de oorlog te verklaren. De daarop volgende krijg zal resulteren in het uitwerpen van Satan uit de hemelse gewesten, die naar recht ons toebehoren.

"En er werd krijg in de hemel; Michael en zijn engelen krijgden tegen de draak, en de draak krijgde ook en zijn engelen. En zij hebben niet vermocht, en hun plaats is niet meer gevonden in de hemel. En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen" (Openb.12:7-9).

Daarna, als de verdrukking tot een eind komt, zullen de hemelen het toneel zijn van een uitgieting van Gods toorn zoals deze wereld nog nooit heeft gekend. Deze gebeurtenissen werden van ouds door de profeten voorzegd en door Petrus aangehaald op de Pinksterdag.

"En Ik zal wonderen geven in de hemel boven, en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur, en rookdamp. De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat de grote en doorluchtige dag des Heren komt" (Hand.2:19,20).

 Zoals we hebben gezien zullen de gevolgen van de zonde, ook ondanks dat de vloek voor een groot deel opgeheven zal zijn gedurende de koninkrijk­periode die er op volgt, in Gods universum er niettemin zijn.

VERLOSSING

 "Verwachtende en haastende tot de toekomst van de dag Gods, in welke de hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten. Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont" (2 Petr.3:12,13).

De Dag des Heren zal de Bedeling van de Volheid der Tijden invoegen en ons de eeuwige status brengen. Zoals we weten zal de Goddelijke Vergel­ding eindigen met het vergaan van hemelen en aarde door vuur, en deze alzo voorbereiden tot de voltooing van Gods plannen en bedoelingen. Met de eeuwigheid in zicht zullen al Gods kinderen weggehaald zijn vanuit de aan­wezigheid van de zonde en in de verheerlijkte staat gebracht zijn. De Dood, onze laatste vijand, zal weggedaan zijn en geworpen in de Poel van Vuur, samen met hen die zichzelf veracht hebben in ongeloof.

 Op dit punt gaat God de oude orde vernieuwen en in haar oorspronkelijke schoonheid terugbrengen. Dit vereist een moment van nauwkeurige aandacht van ons, om te begrijpen dat God "de aarde heeft gegrond op haar grondves­ten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen" (Ps.104:5). Wanneer

Petrus spreekt over nieuwe hemelen en een nieuwe aarde gebruikt hij het Griekse woord "Kainos" (nieuw) wat niet een nieuwe tijd aangeeft, maar nieuw van vorm of kwaliteit. Als God dit voltooid heeft zal Hij alle dingen in Christus samenvatten, beiden die in de hemel en die op de aarde zijn.

Voor het Lichaam van Christus betekent dit het volle bezit van de nieuwe hemelen, zijnde ons deel in de erfenis. Net als Apostel Paulus zullen wij met Christus gezeten zijn in al Zijn heerlijkheid, zodanig dat de hemelse heerscharen de trofeeën van Gods genade in eeuwigheid mogen aanschouwen. Maar er is meer, nog veel meer; de Here gaat Zijn liefde tot ons in de komende eeuwen tonen (Eph.1:3,11; 2:6,7; 3:10,11). Te bedenken dat wij een heerlijk deel zijn van dit alles in Christus! Dit zou ons in ootmoedige aanbidding op onze knieën moeten brengen.

De heiligen in het Profetisch programma zullen natuurlijk de aarde beërven, die eveneens bevrijd zal zijn van de gebondenheid aan de vergan­kelijkheid. Blijkbaar zal het Nieuwe Jeruzalem de Hoofdstad van de nieuwe aarde worden. Zij die binnengaan door de twaalf poorten van de stad zullen de namen van de twaalf stammen van Israel boven de poorten geschreven zien. De stad van kristal zal ook twaalf fundamenten hebben met de namen van de twaalf apostelen daarop geschreven, zoals vermeld in de laatste hoofdstukken. Deze superstructuur zal een kubus zijn met een zijde van 2200 k.m. en geen licht van de zon nodig hebben, want de Here God Zelf zal haar licht zijn (­Openb. 21:9-21; 22:1-5). Het uitzien van Abraham naar een stad "welker Kunstenaar en Bouwmeester God is" zal gerealiseerd worden in het Nieuw Jeruzalem.

EEN SLOTOVERDENKING

Door de eeuwen en Gods bedelingen heen heeft God de mens onder verschillende omstandigheden geplaatst om aan te tonen dat zelfs in de meest ideale omstandigheden, zoals het koninkrijk, de mens van oorsprong in vijand-sc­hap is tegen God, en een Redder nodig heeft. Daarom is Gods uiteindelijk doel dat wij in Zijn Woord, gezien door de lens van bedeling, Zijn triomf over zonde in het universum duidelijker mogen zien.

Bij de morgenstond der eeuwigheid zullen allen zich verheugen in de heerlijkheid van Gods aanwezigheid, als wij Hem aanbidden in ware heiligheid. Uiteindelijk zal vrede, gerechtigheid en heiligheid bestaan door alle eeuwen heen tot roem van Zijn glorie.

De bouw van de zogenaamde Toren van Babel was ook in uitdaging van de Heilige in de hemel toen boze mensen verlangden om eer te  betuigen aan de astrologische tekenen van de hemelen (Gen.11:3,4    cf. Rom. 1­:22,23).

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011