|
LEER
DER BEDELINGEN
"Welker
dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God, die mij gegeven is aan u, om
te vervullen het Woord Gods; namelijk de verborgenheid, die verborgen geweest
is van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn
heiligen."
- Col.1:25,26
-------------------------------------
Er
is onlangs een interessante discussie geweest over het onderwerp leer der
bedelingen. John H.Gerstner in zijn boek Verkeerd Snijden van het Woord
der Waarheid brengt daarin voor een groot deel bedelingenleer in discrediet,
op basis dat het meer een recent verschijnsel is. Omdat Verbonds- theologie,
waarvan hij een bekwaam verdediger is, terug kan worden geleid tot ongeveer de
2e eeuw, is in zijn denken duidelijk dat dit de meest betrouwbare methode is
om de Schriften te interpreteren. Wij geloven dat zo'n redenering, op zijn
minst gezegd, onbetrouwbaar is.
Men behoeft slechts de geschriften van de Kerkvaders te lezen om te
ontdekken dat zij allen verschrikkelijk verward waren. Dit moet ons niet verbazen
wanneer wij ons herinneren dat zij zich afkeerden van het apostelschap en de
boodschap van Paulus (2 Tim.1:15).
Omdat de Kerkgeschiedenis soms een onbetrouwbare gids blijkt, is iemand
wijs als hij vraagt: "Wat zeggen de Schriften? Het ontgaat Dr.Gerstner,
in zijn haast om het traditionele zicht van Verbondstheologie te verdedigen, te
zien dat de Schriften zelf het systeem van interpretatie, hetwelk bedelingenleer
gemoemd wordt, voortzetten. Het Woord van God verstaan naar de bedelingen
is verreweg de meest logische manier om zeker te zijn van de eeuwige raads- besluiten van God. Dit
staat toe de Schriften letterlijk te interpreteren, tenzij de contekst
anders vereist. Het kan echter soms nodig zijn om bepaalde Schriftgedeelten
te vergeestelijken teneinde tot zuiver begrip ervan te komen.
ONDERSCHEID
TUSSEN EEUWEN EN BEDELINGEN
"En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en
zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelken de einden der eeuwen
gekomen zijn" (1 Cor.10:11).
Volgens deze passage zijn er zekere zaken vermeld in het Oude Testament
die bedoeld waren om een ernstige waarschuwing te zijn zowel voor hen die aan
het slot van de Joodse tijd leefden, als voor degenen aan de aanvang
van de tegenwoordige tijd. Hier scheidt Paulus in één veeg twee tijden
vaneen.
De term eeuw (GR.AION) dient te worden begrepen als "...een periode
van onbestemde duur of tijd, gezien in relatie met wat in die periode plaats vindt".
Met andere woorden, een eeuw is een tijdsperiode met zowel een begin als een
eind, zoals het bovenvermelde Schriftgedeelte duidelijk leert.
Wanneer de delingen van de tijden worden aangeven, hebben
bedelingen-mensen de neiging om de taart ietwat verschillend te verdelen,
afhankelijk van hun theologische overtuiging. Wij zouden het aldus willen
voorstellen:
1. De Tijd van Vrijheid (Gen.1-3).
2. De Tijd van de Volkeren (Gen.4-11).
3. De Tijd van het Joodse Volk (Gen.12-Hand.8).
4. De tegenwoordige Boze Tijd (Hand.9-Hebr.13 cf.Gal.1:4).
5. De Tijd van het Koninkrijk (Jak.1-Openb.20 cf. Matt.24:3,14).
6. De toekomstige Eeuwen (Eph.2:7 cf. Openb.21,22).
"Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die
mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door OPENBARING heeft bekend gemaakt deze
Verborgenheid (Geheimenis)..."
(Eph.3:2,3).
Binnen de structuur van de eeuwen heeft God Zijn wil gemanifesteerd in
wat gewoonlijk bekend is als bedelingen. Een bedeling moet nooit
beschouwd worden als een tijdsperiode, integendeel, toch is het correct te
zeggen dat zij tijd vordert. Het
woord betekent eenvoudig, "...een wijze van handelen, een indeling of
administratie van zaken". De enige hoop die de mensheid ooit had om de wil
van God te kennen, was door directe openbaringen. Deze openbaringen werden
gegeven of toebedeeld aan heilige Godsmannen die geleid werden door de
Geest. Omdat de attributen van God immutabel (onveranderlijk) zijn, verandert
God soms Zijn handelen met mensen zoals we dadelijk zullen zien.
Ongelukkigerwijs is er ook onenigheid onder bedelingenmensen over hoeveel
sneden in de bedelingentaart moeten worden gemaakt. Sommigen geloven dat er
slechts drie uitgangspunten zijn, die onderverdeeld dienen te worden
naar: Vader, Zoon en Heilige Geest. Dit is een interessante aanname, maar mist
Schriftuurlijke ondersteuning. Als we naar het andere eind van het spectrum
gaan, ontmoeten we hen die leren dat er wel twaalf bedelingen zijn. Men
moet echter wel keihard zijn om dit te verdedigen. Zeven bedelingen is
wellicht het meest verbreide zicht, dat door de meeste Bijbelleraren wordt
aangehouden. Terwijl wij geen hoofdbezwaren tegen deze visie hebben, schijnt zij
toch het begrip tijd, zoals wij dat kennen, met het begrip eeuwigheid. Om te
helpen het onderscheid op te klaren, nemen wij de positie in dat er acht bedelingen
zijn:
1. Bedeling van Onschuld (Gen.1:27,28).
2. Bedeling van Geweten (Gen.3:7 cf. Rom.2:14,15).
3. Bedeling van Menselijk Bestuur (Gen.9:1-7).
4. Bedeling van Belofte (Gen.12:1-3; 13:14-17).
5. Bedeling van de Wet (Ex.19,20).
6. Bedeling van Genade (Eph.3:1-6).
7. Bedeling van Goddelijk Bestuur (Ps.2:1-12; Openb.11:15-19;
Openb.20).
8. Bedeling van de Volheid der Tijden (Eph.1:10).
Het is interessant dat elke bedeling begint met een proefperiode
die dient als een tijd van toetsing. Zo heeft de loop van elke bedeling
eenzelfde patroon als basis: De beschikking van Gods wil; de
verantwoordelijkheid van de mens; het falen van de mens; en Gods oordeel.
|