De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 WAAROM GING PAULUS EERST TOT DE JODEN?

In de eerdere hoofdstukken van het Boek Handelingen gaf God Israel een tweede kans om haar Messias aan te nemen. Maar men behoeft niet veel verder te lezen om te ontdekken dat zij Gods genadig aanbod afwees en eerder er op uit was, degenen die het goede nieuws verkondigden te vervolgen.

De leiders in Israel, samengekomen in het Sanhedrin, bedreigden in het begin de apostelen om met hun prediking dat Jezus is de Christus (Messias) die uit de doden opgestaan was, op te houden. Toen dit niet hielp, werd de raad nog hardnekkiger, sloegen de discipelen en bedreigden zelfs hun levens. Het moment der waarheid kwam echter bij de moord op Stefanus. Deze brutale daad betekende het opzij zetten van Israel van Gods kant. Daardoor staat tot op vandaag boven haar huis geschreven Lo-ammi (niet mijn volk).

DE STENIGING VAN STEFANUS

 "En Stefanus, vol van geloof en kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het volk...En hij zeide: Gij mannen broeders en vaders, hoort toe..." (Hand.6:8; 7:2).

 Handelingen, hoofdstuk 7, ontvouwt Israels grote crisis-uur. Het hele verhaal draait om Stefanus' laatste uitroep tot zijn volksgenoten en zijn daarop volgende dood. Eeuwenlang was God meer dan lankmoedig geweest met Zijn uitverkoren volk, maar nu waren zij gekomen tot het uur der beslissing. Ons wordt door Lukas verteld, dat Stefanus was, "een man vol van geloof en Heilige Geest" (Hand.6:5). En nu straalde zijn gezicht "als het aangezicht van een engel" (6:15). Zo'n verwerping van zijn boodschap zou inderdaad een ernstige misdaad zijn, want hij was het middel door wie de Geest sprak. Een zakelijke lezing van Hand.7 openbaart dat Stefanus nauwkeurig de geschiedenis van Israel herhaalt. Hij wijst zijn toehoorders zeer radicaal op twee van hun voorvaders die het hele volk eerbiedigden.

 Zoals een vakman met zijn bezem de vloer aanveegt, zo toont Stefanus hun die op die noodlottige dag aanwezig waren de volgende reden aan: De eerste keer dat Jozef en Mozes tot de broeders kwamen werden zij afgewezen. Toen zij echter de tweede keer tot hen kwamen werden zij dankbaar aanvaard. Eigenlijk zegt hij hier tot zijn toehoorders: Gij hebt reeds eenmaal Christus afgewezen, waarom wilt gij Hem nu niet aannemen, opdat de Tijden van Verkwikking (K.J.V.) mogen worden uitgegoten van de Vader? Degenen tot wie Stefanus zich richtte werden woedend dat hij er zelfs maar aan dacht om Christus te relateren met Jozef en Mozes. Verder hadden zij reeds valselijk de aanklacht aan het Sanhedrin gebracht dat zij hem hadden horen zeggen dat "... deze Jezus, de Nazarener, deze plaats (de tempel te Jeruzalem) zal verbre­ken, en dat Hij de zeden veranderen zal, die ons Mozes overgeleverd heeft" (Hand.6:13,14). Stefanus die hun vijandigheid aanvoelde, sprak deze beschuldiging:

 "Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd de Heilige Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij" (Hand.7:51). 

Hoe belangrijk dat hij doorgaat en zegt in vers 56:

 "...Ziet, ik zie de hemelen geopend, en de Zoon des mensen, staande ter rechterhand Gods."

Het is als met een rode lap voor een woedende stier wuiven!

 Deze Joden waren zo woedend toen zij deze woorden hoorden dat zij "hem de stad uitwierpen" en hem ter dood stenigden. Ongetwijfeld waren zij bekend met de Psalm die vaststelt: "Sta op, Here, in Uw toorn, verhef U om de verbolgenheden mijner benauwers, en ontwaak tot mij; Gij hebt het gericht bevolen" (Ps.7:7).

 Toen Stefanus de Zoon des mensen zag staan aan de rechterhand van God, betekende dit dat de Here klaar was om Zijn toorn over Zijn vijanden uit te gieten. Maar deze religieuse leiders wilden niet erkennen dat zij de vijanden van God waren. Daarom stenigden zij Gods dienstknecht ter dood, zelf ervan overtuigd dat zij God welbehagelijk handelden door het volk van deze spottert te bevrijden. Israels antwoord aan Gods Gezalfde en op het aanbod van het koninkrijk, was de steniging van Stefanus. Het was op dit tijdstip dat God haar terzijde stelde in ongeloof, want zij was schuldig aan de onvergeeflijke zonde (Matt.12:31,32). Dit helpt de woorden van Paulus verklaren in Rom.11:11:

 "Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken."

 "Want indien hun verwerping de verzoening is der wereld, wat zal de aanneming wezen, anders dan het leven uit de doden?" (Rom.11:15).

 Wij besluiten dan dat God in Zijn souvereiniteit Israel excommuniceerde bij de steniging van Stefanus. Aan de andere kant duurde het proces van ver- werping als uitverkoren volk, menselijk gesproken, in praktische zin ongeveer 30 jaren.

 EERST DE JOOD

  "Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een (de, K.J.V.) kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst de Jood, en ook de Griek" (Rom.1:16).

 Zoals we gezien hebben, werd het evangelie eerst aan de Jood aan­geboden, maar zij weigerden te geloven. Daarom verwekte God de Apostel Paulus en zond hem naar de heidenen om hen Christus te prediken overeen- komstig de openbaring van het Geheimenis. Wij kunnen niet genoeg het feit benadrukken dat Paulus zijn opdracht om het evangelie van Gods genade te betuigen ontving op de dag dat hij werd gered op weg naar Damaskus (Hand. 26­:16,17 cf.Hand.20:24; Rom.11:13). Hieruit voortvloeiend, kan dit slechts betekenen dat de apostel nimmer het koninkrijk-evangelie verkondigde.

 Als Paulus de apostel voor de heidenen is en met een nieuwe boodschap werd belast, welke verklaring kunnen wij dan geven voor zijn eerst tot de Jood gaan in zijn aanvankelijke bediening? Hierop is een tweevoudig antwoord: Ten eerste, was het een zaak van overeenkomst. De synagoge der Joden was een geëigende plaats om te beginnen, omdat daar altijd een vergadering was van hen die God vreesden. Een voorbeeld hiervan wordt gevonden in Hand.13:15­16:

 "En na het lezen der Wet en der profeten, zonden zij de oversten der synagogen tot hen, zeggende; Mannen broeders, indien er enig woord van vertroosting tot het volk in u is, zo spreekt. En Paulus stond op, en wenkte met de hand, en zeide: Gij Israelische mannen, en gij, die God vreest (HEIDENEN), hoort toe."

 De Apostel gebruikte natuurlijk zulke mogelijkheden om zijn volksgenoten te benaderen voor Christus, maar het is interessant dat het heidenen waren die in de eerste plaats naar zijn woorden luisterden. Toen Paulus zijn boodschap in Antiochië over rechtvaardiging besloot, wordt ons verteld dat "...als de

Joden uitgegaan waren uit de synagoge, baden de heidenen, dat tegen de naaste Sabbat hun dezelfde woorden zouden gesproken worden" (V.42).

 Een tweede en ook hoogst betekenisvolle reden was, dat Paulus eerst tot de Jood ging om Israel geen excuus te laten. Herinner u dat God Zijn zegenende hand enige jaren eerder van Israel had teruggetrokken. En wie kon beter het nieuws overbrengen dat Hij Zich tot de heidenen gewend had, dan Paulus? Op die wijze predikte de apostel het goede nieuws van Christus aan zijn broeders naar het vlees, hopend enigen van hen persoonlijk te bereiken met de genade van God.

  Temeer verkondigde hij hij hun dat zij terzijde gesteld waren als volk, ten gunste van een bediening voor heidenen. Onnodig te zeggen dat dit op de meesten van hen als een spektakel overkwam! In de gedachten van deze religieus vrome Joden waren ZIJ het volk van God die de verbonden hadden gekregen, de beloften en de woorden Gods!! Het was voor hen ondenkbaar dat er anders werd verkondigd. Dit is waar, maar toen de Messias "tot de Zijnen kwam, hebben de Zijnen Hem niet aangenomen" (Joh.1:11). Dientengevolge zijn de volgende drie aankondigingen gegeven.

 DRIE VERKONDIGINGEN VAN PAULUS

 1. TE ANTIOCHIE

 "Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst aan u het Woord gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen" (Hand.13:46).

 De eerste uitspraak van excommunicatie over Israel kwam vanuit Antiochië in Pisidië gedurende de eerste zendingsreis van Paulus. Deze uit- spraak werd gedaan in het Oosten, en we kunnen er zeker van zijn dat dit woord zich snel verspreidde naar Jeruzalem en de verdere oostelijke regionen.    

2. TE CORINTHE

 Toen Gods genade westwaarts trok werd de volgende verkondiging in Europa gebracht op Paulus' tweede zendingsreis. Bij de aankomst van de apostel in Corinthe sprak hij tot de Joden dat Jezus is de Christus. Dit gaat niet tegen het evangelie van Gods genade in, maar bevestigt het. Wij hebben ook dikwijls met onze Joodse vrienden gesproken om aan te tonen dat Jezus Israels Messias is. De meeste Joden die gered zijn zullen u vertellen dat de zegen van hun redding op twee manieren werd gerealiseerd: Ten eerste is de Here hun Redder en ten tweede is Hij inderdaad Israels Messias.

 De Joden in Corinthe echter wilden hier niets van weten: "Maar als zij wederstonden en lasterden, schudde hij zijn klederen af en zeide tot hen: Uw bloed zij op uw hoofd; ik ben rein; en van nu voortaan zal ik tot de heidenen heengaan" (Hand.18:6).

 3. IN ROME

 Toen de cirkel groter werd, aan het eind van Paulus' derde zendingsreis, werd hij als gevangene naar Rome gevoerd waar hij zijn derde en laatste verkondiging over Israel bracht. Het was in het Westen dat de apostel een van zijn laatste pogingen deed om te spreken met enigen van de voornaamste leiders van de Joodse gemeente, maar zonder resultaat.

 Paulus zegt hier: "Want het hart dezes volks is dik geworden, en met de oren hebben zij zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich bekeren...Het zij u dan bekend, dat de zaligheid (redding K.J.V.) Gods den heidenen gezonden is, (Gr.ver­leden tijd), en dezelve zullen horen" (Hand.28:27,28). Geen wonder dat Judaisme vandaag niets is dan een lege dop. De dag komt spoedig dat God Zich weer tot Israel zal keren, maar voor heden is de zaligheid tot de heidenen gezonden. Wij moeten hieraan toevoegen, dat hoe meer westelijk het evan­gelie van genade gekomen is, des te groter is de uitwerking. Vergelijk bijvoorbeeld de vruchten van het evangelie in Amerika met de overwegend Moslim landen van het Oosten, zoals Irak en Saoedie Arabië. Uiteraard is Christendom het ant- woord op alle onrust in het Midden Oosten.

 Er is niets gunstiger voor het hart dan te zijn in het centrum van Gods wil. Hier alleen vinden we ware vervulling. Met dit in gedachten zullen wij voorwaarts optrekken naar het licht aan de overzijde, dat schijnt in de verte. Dat licht is de prediking van Jezus Christus naar de openbaring van het Geheimenis.

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011