De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

Hoofdstuk 15

PRAKTISCHE INSTRUCTIES

 VOOR HET LEVEN ONDER GENADE

"Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn." - Col.3:1,2

 Zoals bij de meeste dingen in het leven, gaat onderwijs aan de praktijk vooraf. Onderwijs begint normaal met algemene informatie, gevolgd door tips voor de veiligheid bij de eigenlijke uitvoering. Wanneer dat gedaan is, brengen wij hetgeen we geleerd hebben in praktijk.

Ik herinner me levendig toen ik leerde autorijden, dat mijn rij instructeur

letterlijk uren besteedde om de functie van elke pedaal, knop, en handle uit te leggen. Hij nam er uitgebreid een hele les voor om de hand- of noodrem goed te leren gebruiken. De instructeur gaf te kennen dat de meeste rijders de handrem slechts een- of tweemaal in hun hele rij loopbaan in een noodgeval zouden behoeven te gebruiken. Ook voegde hij er aan toe, dat er twee dingen waren met de handrem die ik nooit moest vergeten: Ten eerste, geen paniek, gebruik haar alleen in een geval van nood; ten tweede, gebruik haar met beleid, zodat de remmen niet worden geblokkeerd en de wagen niet meer onder contrפle is. Ik realiseerde me toen niet dat ik al zo spoedig deze raad in praktijk zou moeten brengen.

Ik reed twee jaar later naar het Carnegie Museum in Pittsburg, waar ik werkte, toen ik een van de bangste ervaringen van mijn leven had. Toen ik naar beneden de stad inreed wilde ik de voetrem gebruiken om te remmen voor een verkeerslicht en ontdekte dat het pedaal zonder enige werking tot de bodem werd ingedrukt! Wat een hopeloos gevoel was dat! Ik keek in ongeloof naar onder en toen ik weer opkeek zag ik dat ik rechtuit afging op de achterkant van een splinternieuwe Cadillac! Niet in staat uit te wijken vanwege het verkeer haalde ik snel, maar toch geleidelijk, de handrem over en bracht de oude Plymouth 1956 tot stilstand op een haar afstand van de bumper van de Cadillac. Degenen die op die dag met mij reden, spraken jaren later hier nog over.

In ons geestelijk leven is het principe van onderricht vףףr de praktijk eveneens waar. Zoals bij het leven in het algemeen, is onderricht dat niet in toepassing wordt gebracht of in acht genomen, van geen waarde. God wil dat wij in het alledaagse Christenleven datgene wat wij Hij ons vanuit Zijn Woord heeft overgegeven, zullen gebruiken. Het is ייn ding om het Woord der waar­heid te kennen, maar het iets heel anders om het in onze levens toe te passen. Wij mogen volstrekt weten dat wij "onze naaste zullen liefhebben", maar als wij onze naaste niet te hulp komen in tijd van nood, van welk nut is dan ons weten? Daarom wekt de Apostel Paulus ons op, te zoeken en te doen.

  ZOEKT DE DINGEN DIE BOVEN ZIJN

"Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods" (Col.3:1).

Als Paulus aan de Colossenzen schrijft, "Indien gij dan met Christus opgewekt zijt" heeft hij het niet over hun behoudenis, zoals sommigen denken. De term "indien" in de Schriften kan op twee manieren worden uitgelegd. Ten eerste kan dit worden gebruikt in de veronderstellende wijs, wanneer iets wordt verondersteld, in hypothetische zin. Bijvoorbeeld zou ik kunnen zeggen, "Indien  ik de President van de Verenigde Staten zou zijn, zou ik abortus afschaffen!" Het woord "indien" kan ook worden gebruikt in uitdagende zin om een bijzonder feit te benadrukken. U zou tot uw zoon kunnen zeggen, "Indien je 21 bent, waarom handel je dan niet als zodanig?" Dit is nu precies hoe Paulus "indien" gebruikt in de bovenstaande passage, als hij zich tot de Colossenzen richt. Hij daagt hen uit met het feit dat sinds zij met Christus zijn opgestaan, zij ook zullen zoeken en trachten naar de dingen die boven zijn.

Maar wat bedoelt Paulus nu precies met de woorden, "zoekt de dingen die boven zijn?" Wij geloven dat hij de Colossenzen en ons, bemoedigt om de zegeningen te zoeken die wij hebben ontvangen als leden van het Lichaam van Christus - dat is, uit te zoeken welke dat zijn. Dit geeft de schrijver een laatste gelegenheid om de belangrijkheid van het recht snijden van het Woord der waarheid te benadrukken.

Stel u eens voor dat u leeft in de dagen van Mozes, en laat ons veronder- stellen dat u een nieuwkomer zou zijn in het kamp van Israel. Waar u nog maar pas tot het geloof in God gekomen bent, informeert u bij Mozes, welke zegenin­gen zullen wij ontvangen als wij gehoorzaamheid betrachten aan de Wet? Zonder een ogenblik te aarzelen zou Mozes in zijn baard hebben gestreken en geantwoord, dat God ons een land (op aarde) beloofd heeft dat overvloeit van melk en honing. En indien Zijn volk (Israel) Zijn naam zal eren en Zijn voorschrif­ten houden, zal Hij de vrucht van de schoot zegenen en het Beloofde Land vervullen. Ons vee zal zeer vermenigvuldigd worden en op duizend heuvelen weiden. De broodmand op de Hebreeuwse tafel zal altijd gevuld zijn en de opbergplaatsen zullen overvloeien. Als een vijand onze grenzen zou bedreigen zal de Here hem bestrijden en noodzaken te vluchten in zeven richtingen (Deutr.28:3-8).

Als we ons nu van de Wet begeven naar de bedeling van Genade, is er een verandering van nadruk op de te genieten zegeningen. Wanneer wij uitzoeken wat onze zegeningen zijn in de bedeling der Genade, leren we dat we gezegend zijn met alle geestelijke zegeningen in hemelse gewesten. Zoudt u het voorrecht hebben met de Apostel Paulus aan het kampvuur te zitten, dan zou hij niet hebben geaarzeld u in te lichten dat u, als leden van het Lichaam van Christus een hemelse hoop en roeping heeft. Paulus zou niet hebben gerust alvorens u zou hebben begrepen dat u bent: Uitverkoren in Christus Jezus; aangenomen; aanvaard in de Geliefde; gewassen in het bloed; uw zonden vergeven; gegeven om het Geheimenis van Zijn wil te kennen; verzegeld met de Heilige Geest; en ontvangend een erfenis, samen met de heiligen in het licht (Eph.1:3-14).

De voorgaande hoofdstukken zijn slechts een keur van de gees­telijke zegeningen waarover wij ons in Christus verheugen. Moge de Here ons verder geleiden bij het ontdekken van de andere die in de brieven van Paulus worden gevonden. Eerst nadat wij vaststellen wat onze zegeningen zijn, zullen wij onze gedachten volledig instellen op de dingen die van boven zijn.

BEDENKT DE DINGEN DIE BOVEN ZIJN

  "Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn"                         - (Col.­3:2).

Hier krijgen wij kijk op de praktijk . Ons liefhebben instellen op onze geestelijke zegeningen betekent ook dat we onze harten zo ermee zullen vullen, dat we ernaar verlangen om alles te weten over elke zegen. Mogelijk zal dit onze alledaagse Christelijke ervaring zo doordringen, dat ons gedrag wordt gewijzigd. Om u te laten zien wat we bedoelen, zullen we de geestelijke zegening van te zijn begenadigd in de Geliefde nemen en daarover enkele minuten mediteren.

Wij horen dikwijls mensen wijzen op het aannemen van Christus als hun persoonlijke Redder en, uiteraard, begrijpen wij wat ze bedoelen en verheugen ons met hen in hun redding. Maar om wat preciseer te zijn, ons wordt niet gevraagd aan te nemen, maar eerder om te geloven. U zult zich herinneren dat God tegen Kain zei, dat als hij het juiste offer bracht, hij zou worden aan­genomen. Kain's verantwoordelijkheid was het om te geloven wat God gezegd had en een offerlam te brengen; het was God die zou accepteren (Gen.4:3-7). De Israכlieten moesten, als zij de handelingen van de Levitische offeranden uitvoerden, zorgvuldig zijn in het brengen van het offer naar de deur van de Tabernakel vףףr de Here, opdat het zou mogen worden geaccepteerd door de Here als verzoening van hun zonden (Lev.4:3,4). Toen God, de Vader, naar beneden keek vanuit de hemel en Zijn geliefde Zoon zag, doordrenkt met bloed,

accepteerde Hij, eens en voor altijd, het offer van Zijn Zoon als genoegdoening voor onze redding. Het werk was volbracht voor ons; nu is het aan ons te geloven, waarop wij door God worden geaccepteerd in de Geliefde en volledig toegang hebben tot de hemelse gewesten (Eph.1:6; Phil.1:29; Hebr.10: 19,20).

Een kleine jongen vroeg eens aan een prediker: "Mijnheer, wat moet ik doen om gered te worden?" De prediker antwoordde: "Zoon, je bent te laat". "Wat!", riep de jongen, "te laat om gered te worden?" "Nee", zei de prediker, "te laat om wat te doen. Zie je, zoon, Jezus heeft twee duizend jaren geleden dit al gedaan". Christus' dood is voldoende. Hij betaalde geheel onze schuld aan             115.

zonde, en liet niets voor ons over om te doen of voor te betalen! Dit is juist wat Handelingen 16:31 ons leert: Niets is er te doen; geloof alleen in de Here Jezus Christus en gij zult zalig [gered] worden.

Wanneer wij onze gedachten vullen met de wonderbare waarheid dat wij zijn begenadigd [geaccepteerd] in de Geliefde, wat kunnen wij dan anders doen dan onszelf overgeven aan Degene die ons eerst heeft liefgehad? Nadat wij ertoe komen om Christus als onze persoonlijke Redder te kennen, schijnen de dingen van de wereld, die eerst zo belangrijk schenen, onbetekenend. Nu is de bedoeling van ons hart (of zou moeten zijn) om onze lichamen als een levend, heilig, en voor God acceptabel offer te stellen, hetgeen onze redelijke eredienst is (Rom.12:1,2). Omdat er letterlijk millioenen dingen in deze wereld zijn om onze gedachten bezig te houden, moge God ons helpen om in de voetstappen van de apostel, te zoeken de dingen die boven zijn, en onze aandacht te richten op Christus, Die boven zit aan de rechterhand van God Almachtig.

"Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat recht­vaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is en zo er enige lof is, BEDENKT DATZELVE" - (Phil.4:8,9). 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011