|
Hoofdstuk
15
PRAKTISCHE
INSTRUCTIES
VOOR
HET LEVEN ONDER GENADE
"Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die
boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. Bedenkt de
dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn."
- Col.3:1,2
Zoals bij de meeste dingen in het leven, gaat onderwijs aan de praktijk
vooraf. Onderwijs begint normaal met algemene informatie, gevolgd door tips voor
de veiligheid bij de eigenlijke uitvoering. Wanneer dat gedaan is, brengen wij
hetgeen we geleerd hebben in praktijk.
Ik herinner me levendig toen ik leerde autorijden, dat mijn rij
instructeur
letterlijk
uren besteedde om de functie van elke pedaal, knop, en handle uit te leggen. Hij
nam er uitgebreid een hele les voor om de hand- of noodrem goed te leren
gebruiken. De instructeur gaf te kennen dat de meeste rijders de handrem slechts
een- of tweemaal in hun hele rij loopbaan in een noodgeval zouden behoeven
te gebruiken. Ook voegde hij er aan toe, dat er twee dingen waren met de handrem
die ik nooit moest vergeten: Ten eerste, geen paniek, gebruik haar alleen in een
geval van nood; ten tweede, gebruik haar met beleid, zodat de remmen niet worden
geblokkeerd en de wagen niet meer onder contrפle is. Ik realiseerde me toen
niet dat ik al zo spoedig deze raad in praktijk zou moeten brengen.
Ik reed twee jaar later naar het Carnegie Museum in Pittsburg, waar ik
werkte, toen ik een van de bangste ervaringen van mijn leven had. Toen ik naar
beneden de stad inreed wilde ik de voetrem gebruiken om te remmen voor een
verkeerslicht en ontdekte dat het pedaal zonder enige werking tot de bodem werd
ingedrukt! Wat een hopeloos gevoel was dat! Ik keek in ongeloof naar onder en
toen ik weer opkeek zag ik dat ik rechtuit afging op de achterkant van een
splinternieuwe Cadillac! Niet in staat uit te wijken vanwege het verkeer haalde
ik snel, maar toch geleidelijk, de handrem over en bracht de oude Plymouth 1956
tot stilstand op een haar afstand van de bumper van de Cadillac. Degenen die op
die dag met mij reden, spraken jaren later hier nog over.
In ons geestelijk leven is het principe van onderricht vףףr de praktijk
eveneens waar. Zoals bij het leven in het algemeen, is onderricht dat niet in
toepassing wordt gebracht of in acht genomen, van geen waarde. God wil dat wij
in het alledaagse Christenleven datgene wat wij Hij ons vanuit Zijn Woord heeft
overgegeven, zullen gebruiken. Het is ייn ding om het Woord der waarheid te
kennen, maar het iets heel anders om het in onze levens toe te passen.
Wij mogen volstrekt weten dat wij "onze naaste zullen liefhebben",
maar als wij onze naaste niet te hulp komen in tijd van nood, van welk nut is
dan ons weten?
Daarom wekt de Apostel Paulus ons op, te zoeken en te doen.
ZOEKT
DE DINGEN DIE BOVEN ZIJN
"Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die
boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods" (Col.3:1).
Als Paulus aan de Colossenzen schrijft, "Indien gij dan met Christus
opgewekt zijt" heeft hij het niet over hun behoudenis, zoals sommigen
denken. De term "indien" in de Schriften kan op twee manieren worden
uitgelegd. Ten eerste kan dit worden gebruikt in de veronderstellende wijs,
wanneer iets wordt verondersteld, in hypothetische zin. Bijvoorbeeld zou ik
kunnen zeggen, "Indien ik
de President van de Verenigde Staten zou zijn, zou ik abortus afschaffen!"
Het woord "indien" kan ook worden gebruikt in uitdagende zin om een
bijzonder feit te benadrukken. U zou tot uw zoon kunnen zeggen, "Indien je
21 bent, waarom handel je dan niet als zodanig?" Dit is nu precies hoe
Paulus "indien" gebruikt in de bovenstaande passage, als hij zich tot
de Colossenzen richt. Hij daagt hen uit met het feit dat sinds zij met Christus
zijn opgestaan, zij ook zullen zoeken en trachten naar de dingen die boven zijn.
Maar wat bedoelt Paulus nu precies met de woorden, "zoekt de dingen
die boven zijn?" Wij geloven dat hij de Colossenzen en ons, bemoedigt om de
zegeningen te zoeken die wij hebben ontvangen als leden van het Lichaam
van Christus - dat is, uit te zoeken welke dat zijn. Dit geeft de schrijver een
laatste gelegenheid om de belangrijkheid van het recht snijden van het Woord der
waarheid te benadrukken.
Stel u eens voor dat u leeft in de dagen van Mozes, en laat ons veronder-
stellen dat u een nieuwkomer zou zijn in het kamp van Israel. Waar u nog maar
pas tot het geloof in God gekomen bent, informeert u bij Mozes, welke zegeningen
zullen wij ontvangen als wij gehoorzaamheid betrachten aan de Wet? Zonder een
ogenblik te aarzelen zou Mozes in zijn baard hebben gestreken en geantwoord, dat
God ons een land (op aarde) beloofd heeft dat overvloeit van melk en honing. En
indien Zijn volk (Israel) Zijn naam zal eren en Zijn voorschriften houden, zal
Hij de vrucht van de schoot zegenen en het Beloofde Land vervullen. Ons vee zal
zeer vermenigvuldigd worden en op duizend heuvelen weiden. De broodmand op de
Hebreeuwse tafel zal altijd gevuld zijn en de opbergplaatsen zullen overvloeien.
Als een vijand onze grenzen zou bedreigen zal de Here hem bestrijden en
noodzaken te vluchten in zeven richtingen (Deutr.28:3-8).
Als we ons nu van de Wet begeven naar de bedeling van Genade, is er een
verandering van nadruk op de te genieten zegeningen. Wanneer wij uitzoeken wat
onze zegeningen zijn in de bedeling der Genade, leren we dat we gezegend zijn
met alle geestelijke zegeningen in hemelse gewesten. Zoudt u het
voorrecht hebben met de Apostel Paulus aan het kampvuur te zitten, dan zou hij
niet hebben geaarzeld u in te lichten dat u, als leden van het Lichaam van
Christus een hemelse hoop en roeping heeft. Paulus zou niet hebben gerust
alvorens u zou hebben begrepen dat u bent: Uitverkoren in Christus Jezus;
aangenomen;
aanvaard in de Geliefde; gewassen in het bloed; uw zonden vergeven; gegeven om
het Geheimenis van Zijn wil te kennen; verzegeld met de Heilige Geest; en
ontvangend een erfenis, samen met de heiligen in het licht (Eph.1:3-14).
De voorgaande hoofdstukken zijn slechts een keur van de geestelijke
zegeningen waarover wij ons in Christus verheugen. Moge de Here ons verder
geleiden bij het ontdekken van de andere die in de brieven van Paulus worden
gevonden. Eerst nadat wij vaststellen wat onze zegeningen zijn, zullen wij onze
gedachten volledig instellen op de dingen die van boven zijn.
BEDENKT DE DINGEN DIE BOVEN ZIJN
"Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn"
- (Col.3:2).
Hier krijgen wij kijk op de praktijk . Ons liefhebben instellen op
onze geestelijke zegeningen betekent ook dat we onze harten zo ermee
zullen vullen, dat we ernaar verlangen om alles te weten over elke zegen.
Mogelijk zal dit onze alledaagse Christelijke ervaring zo doordringen, dat ons
gedrag wordt gewijzigd. Om u te laten zien wat we bedoelen, zullen we de
geestelijke zegening van te zijn begenadigd in de Geliefde nemen en
daarover enkele minuten mediteren.
Wij horen dikwijls mensen wijzen op het aannemen van Christus als hun
persoonlijke Redder en, uiteraard, begrijpen wij wat ze bedoelen en verheugen
ons met hen in hun redding. Maar om wat preciseer te zijn, ons wordt niet
gevraagd aan te nemen, maar eerder om te geloven. U zult zich
herinneren dat God tegen Kain zei, dat als hij het juiste offer bracht, hij zou
worden aangenomen. Kain's verantwoordelijkheid was het om te geloven wat
God gezegd had en een offerlam te brengen; het was God die zou accepteren
(Gen.4:3-7). De Israכlieten moesten, als zij de handelingen van de Levitische
offeranden uitvoerden, zorgvuldig zijn in het brengen van het offer naar de deur
van de Tabernakel vףףr de Here, opdat het zou mogen worden geaccepteerd
door de Here als verzoening van hun zonden (Lev.4:3,4). Toen God, de Vader, naar
beneden keek vanuit de hemel en Zijn geliefde Zoon zag, doordrenkt met bloed,
accepteerde
Hij, eens en voor altijd, het offer van Zijn Zoon als genoegdoening voor
onze redding. Het werk was volbracht voor ons; nu is het aan ons te geloven,
waarop wij door God worden geaccepteerd in de Geliefde en volledig
toegang hebben tot de hemelse gewesten (Eph.1:6; Phil.1:29; Hebr.10: 19,20).
Een kleine jongen vroeg eens aan een prediker: "Mijnheer, wat moet
ik doen om gered te worden?" De prediker antwoordde: "Zoon, je bent te
laat". "Wat!", riep de jongen, "te laat om gered te
worden?" "Nee", zei de prediker, "te laat om wat te doen.
Zie je, zoon, Jezus heeft twee duizend jaren geleden dit al gedaan".
Christus' dood is voldoende. Hij betaalde geheel onze schuld aan
115.
zonde,
en liet niets voor ons over om te doen of voor te betalen! Dit is juist wat
Handelingen 16:31 ons leert: Niets is er te doen; geloof alleen in de
Here Jezus Christus en gij zult zalig [gered] worden.
Wanneer wij onze gedachten vullen met de wonderbare waarheid dat wij zijn
begenadigd [geaccepteerd] in de Geliefde, wat kunnen wij dan anders doen
dan onszelf overgeven aan Degene die ons eerst heeft liefgehad? Nadat wij
ertoe komen om Christus als onze persoonlijke Redder te kennen, schijnen de
dingen van de wereld, die eerst zo belangrijk schenen, onbetekenend. Nu is de
bedoeling van ons hart (of zou moeten zijn) om onze lichamen als een levend,
heilig, en voor God acceptabel offer te stellen, hetgeen onze
redelijke eredienst is (Rom.12:1,2). Omdat er letterlijk millioenen dingen in
deze wereld zijn om onze gedachten bezig te houden, moge God ons helpen om in de
voetstappen van de apostel, te zoeken de dingen die boven zijn, en onze
aandacht te richten op Christus, Die boven zit aan de rechterhand van God
Almachtig.
"Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat
rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat wel luidt, zo er
enige deugd is en zo er enige lof is, BEDENKT DATZELVE" - (Phil.4:8,9).
|