De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

DE UNIEKE BOODSCHAP VAN PAULUS

"Maar ik maak u bekend, broeders, dat het evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar de mens. Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus" (Gal.1:11,12).

 De Apostel Paulus nam geen blad voor de mond toen hij aan de Galaten schreef dat het evangelie dat hij predikte "niet is naar de mens". Hij probeerde het volkomen duidelijk te maken dat deze boodschap niet door hem was opgesteld of door iemand anders. Er kan wel gezegd worden dat de meeste religies in de wereld hun oorsprong hebben bij de een of andere extremist die door de duivel werd bedrogen. De wreedheden van de Islam bijvoorbeeld kunnen worden teruggebracht tot Mohammed, terwijl de vreemde leringen van de Mormonen grotendeels door Joseph Smith werden gepropageerd. Daaren­tegen werden alleen het Judaןsme en het evangelie van Gods genade van boven goddelijk verordineerd.

 Omdat het evangelie van Paulus niet van mensen afkomstig is volgt hier logisch uit dat hij het nooit ontving noch dat het geleerd werd, door menselijke bemiddeling. Wij concluderen dan ook dat de apostel nimmer promoveerde in de genade-theologie aan de Universiteit van Tarsis, noch dat hij leerde aan de voeten van Gamaliכl over het Geheimenis bij zijn bezoeken van Seminars in Jeruzalem.

 Terugkijkend op de weg van goddelijke openbaring weten we nu dat de bedeling van Genade voorgeordineerd werd, maar een zorgvuldig bewaard geheim was gebleven. Alleen God wist wanneer en aan wie Hij de eeuwige raad van Zijn wil voor de hemelen bekend zou maken. Dienovereenkomstig verkoos God op een heldere, zonnige dag, op een stoffige weg naar Damaskus, een ongelukkige zondaar met de naam Saul te redden. Deze goddelijke tussenkomst in de zaken van mensen betekende de doorbraak van een nieuw tijdperk. Met ייn hand­omdraai zette God een reeks gebeurtenissen in werking die de loop van de geschiedenis zouden veranderen.

Paulus' ervaring van bekering is op zichzelf een informatief beeld van de boodschap waartoe hij werd opgewekt om die te verkondigen. Bijvoorbeeld wachtte God met het redden van Paulus tot het in zicht komen van een heiden­se stad, die representatief is voor zijn komende bediening onder de heidenen (Hand.26:16 cf.Rom.11:13). Nog een betekenisvolle  gebeurtenis is dat onze Here aan de apostel-in spי verscheen in een hemels gezicht. Dit was uiteraard de start van de hemelse dienst van Christus, die hemelse hoop geeft aan allen die geloven (Hand.26:16-19 cf.Col.1:5). Verder had Paulus de Here gezien in een verschij­ning van glorie zoals Hij nooit tevoren gezien werd. Korte tijd later realiseerde hij zich dat hij werkelijk de Here der heerlijkheid had aanschouwd, die voor de allereerste maal Zichzelf openbaarde als het Hoofd van het Lichaam van Christus (Hand.26:13-15 cf.Eph.1:20-23; Col.1:18). Vףףr Paulus' bekering was hij "blazende nog dreiging en moord tegen allen die de naam van Christus    noemden". Hij was Gods voornaamste vijand. Maar in plaats van Zijn vijand te vernietigen, manifesteerde God Zijn lankmoedigheid en redde de leider van de opstand die, bovendien, een toonbeeld werd voor allen die daarna zouden geloven in Christus (Hand.26:9-12 cf.1 Tim.1:15,16).

 Zoals we zojuist vermeldden, ontving Paulus zijn evangelie niet door menselijke bemiddeling. Eerder was het door directe openbaring van de Here Jezus Christus. Het zou voor Petrus onmogelijk zijn geweest om tot Paulus het Geheimenis te prediken, eenvoudig omdat hij er absoluut geen kennis van had. Dit verklaart waarom de apostel zo standvastig is wanneer hij verklaart dat hij  werd geroepen om "Zijn (Gods) Zoon in mij te openbaren, opdat ik Denzel­ven door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen; zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed; En ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem, tot degenen, die vףףr mij apostelen waren; maar ik ging heen naar Arabiכ, en keerde wederom naar Damaskus" (Gal.1: 16,17).

 Naar alle waarschijnlijkheid verscheen de Here gedurende zijn verblijf in Arabiכ verschillende malen aan Paulus, waar hij het A.B.C. van genade-onderwijs ontving. Bij een andere gelegenheid werd hij in de derde hemel opgetrokken waar de Here hem persoonlijk verder onderrichtte in de zaken van het Geheimenis. Deze ervaringen wijzen ons erop dat hij het evangelie der genade geleidelijk ontving gedurende een periode van ongeveer dertig jaren. Hierover spreekt de apostel in 2 Cor.12:1, als hij schrijft:

 "Te roemen is mij waarlijk niet oorbaar; want ik zal komen tot gezichten en openbaringen des Heren."

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011