|
DE
ENE GEEST
"U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door de band
des vredes. Eén lichaam is het, en één Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen
zijt tot één hoop uwer roeping." - Eph.4:3,4
De
tweede "eenheid" die ons door de Apostel Paulus wordt
overgeleverd is de heerlijke waarheid dat er één Geest is. Onnodig te
zeggen, dat de Heilige Geest als onderwerp gedurende de laatste helft van deze
eeuw de centrale plaats heeft ingenomen. Dit is voor een deel te wijten aan de
opkomst van de huidige Charismatische Beweging, die de noodzaak benadrukt van
"terugkeer naar Pinksteren" met haar wonderbare manifestaties
van de Geest.
Waar zij in zekere zin vanuit de Schrift correct
zijn, zijn zij
gezien vanuit de bedeling fout - totaal verkeerd! Hier dienen we het Woord der
waarheid weer recht te snijden, want de bediening van de Heilige Geest is
dramatisch veranderd bij de onthulling van de openbaring van het Geheimenis.
Als Paulus het bovenstaande schrijft is niet zo zeer de persoon van de Geest in
beschouwing, maar meer Zijn bediening. Omdat er echter in deze dagen
zoveel onzekere geluiden worden gehoord over de persoon van de Heilige Geest, is
dit wellicht de juiste plaats om onze studie aan te vangen.
DE TROOSTER
"En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven,
opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid" (Joh.14:16).
Als we lezen over het laatste deel van het leven van onze Here wordt ons
geleerd dat Hij Zijn discipelen in de bovenkamer verzamelde om hen voor te
bereiden op Zijn heengaan door middel van het Kruis.
Bemerkend dat zij diep
ontroerd waren door Zijn woorden, beloofde de Meester hun dat gedurende Zijn
afwezigheid
Hij hun een andere Trooster zou schenken. Als we de tekst in de
oorspronkelijke taal raadplegen, zien we dat de term "een andere" in
het Woord van God op twee manieren wordt gebruikt. Ten eerste hebben we
"een ander" (Gr.Heteros), zijnde van een "andere
soort". Bijvoorbeeld, als ik in de ene hand een sinaasappel oppak en iemand
geeft mij een appel in mijn andere hand zijn zij beiden fruit, maar de appel
is een vrucht van een andere of verschillende soort. Wanneer ik echter de
appel neerleg en een andere (Gr.Allos) sinaasappel
pak,
heb ik twee stuks fruit in handen die van dezelfde soort zijn.
Onze Here gebruikt hier in Joh.14 de term Allos om Zijn discipelen
mede te delen dat Hij hun een andere Trooster zal zenden van dezelfde soort, die
hen zou onderrichten en alle dingen in herinnering zou brengen (Joh.14:26). Deze
afscheidsinstructies bevestigen ontegenzeggelijk dat de Geest van God een
persoon is, die persoonlijkheid bezit, wat eigenlijk wil zeggen dat Hij intellect,
emoties en een wil heeft.
Intellect:
In 1
Cor.2:10-12 wordt gezegd dat de Heilige Geest alle dingen weet en onderzoekt,
ook de diepten Gods. Hij is dan ook degene die de wil van God mededeelde aan hen
die de oorspronkelijke manuscripten van de Schriften schreven, wat de
mogelijkheid van eventuele fouten uitsluit.
Emoties:
De Geest kent ook
emoties, want wij worden in Eph.4:30 door de Apostel Paulus onderricht om "...de
Heilige Geest niet te bedroeven". Maar dit is wat juist plaats vindt
wanneer de gelovige zonde toelaat om macht over hem te hebben.
Wil:
Tenslotte schenkt de
Geest van God geestelijke gaven aan alle leden van het Lichaam van Christus, "...gelijkerwijs
Hij wil" (1 Cor.12:11). Keuze is een daad van de wil.
Zo is dan de Heilige Geest niet alleen een
kracht, zoals sommigen ons
willen doen geloven. Hij is een werkelijk persoon, wat blijkt uit het geregeld
gebruik in de Schriften van persoonlijke voornaamwoorden, zoals Hij, Zijn, Hem,
etc. "Namelijk de Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen;
want zij ziet HEM niet, en kent HEM niet; maar gij kent HEM; want HIJ blijft bij
ulieden, en zal in u zijn" (Joh.14:17).
Zoals reeds eerder werd
vermeld, veronderstelt de apostel dat wij reeds
bekend zijn met de persoon van de Heilige Geest. Daarom is zijn eerste
beweegreden
bij verwijzing naar de ene Geest, dat een belangrijke verandering
van bedeling heeft plaats gevonden in het werk van de Geest. Het is dan ook
belangrijk om zorgvuldig onderscheid te maken tussen de rol van de Heilige Geest
tijdens het evangelie van het koninkrijk, en Zijn rol tijdens het evangelie van
Gods Genade.
HET EVANGELIE VAN HET KONINKRIJK EN DE GEEST
"En als Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van
Jeruzalem
niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij, zeide Hij,
van Mij gehoord hebt" (Hand.1:4).
Het is ongelooflijk dat het zo velen ontgaan is om te zien dat de dingen
die beschreven zijn in de eerste hoofdstukken van Handelingen, eenvoudig een voortzetting
zijn van de aardse bediening van Christus. Het is een vaststaand feit, dat veel
van de beloften die onze Here deed aan Zijn verwanten naar het vlees, letterlijk
vervuld werden in de eerste Handelingen-periode.
Voorafgaand aan de hemelvaart van onze Here beval Hij Zijn discipelen om
in Jeruzalem te blijven om de belofte van de Vader te mogen ontvangen die,
vanzelfsprekend, de komst van de Heilige Geest betrof. Wij zien in vers 5 dat de
gelovigen toen ter tijd beloofd werd dat zij gedoopt zouden worden met de
Heilige
Geest. Overeenkomstig het evangelie naar Markus wordt ons verteld dat Christus
de doper zou zijn die hen officieel op de Pinksterdag zou identificeren met de
Geest.
"Ik
(Johannes) heb
ulieden wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest" (Mark.1:8).
Het doel van deze doop vinden we in Hand.1:8 waar we
lezen: "Maar
gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij
zult mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea..."
Het
doel van dit gebeuren was om hen te versterken met bovennatuurlijke gaven als
tekenen, opdat zij effectiever van de opstanding van Christus zouden mogen
getuigen. Om geïdentificeerd te worden op deze wijze met de Geest betekende,
dat de ontvanger in staat zou zijn om in tongen te spreken, de zieken te genezen
en doden op te wekken.
In Handelingen, hoofdstuk 2, hebben we een zeer uitvoerige beschrijving
van de komst van de Heilige Geest:
"En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen
eendrachtelijk bijeen...En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en
begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te
spreken" (Hand.2:1,4).
De Pinksterdag waarvan hier wordt gesproken was een
Joodse
feestdag en heeft absoluut niets te doen met de heidenen of met de Gemeente, het
Lichaam van Christus. Pinksteren betekent Pentekost (50ste), omdat zij volgde 50
dagen na het feest van de eerstelingen, overeenkomstig de Wet des Heren, gegeven
aan Israël (Lev.23:1-10). Drie van de zeven Levitische feesten waren nationale
feestdagen, als alle Israëlieten opgeroepen werden om een bedevaartreis naar
Jeruzalem te maken om speciale bloed-offeranden te brengen en de nationale geest
weer op te wekken. Het was gedurende het Pinksterfeest dat Christus Zijn 120
Joodse volgelingen doopte met de Heilige Geest. Dit bereidde hen wonderlijk
voor, om aan de religieuze leiders in Israël aan te kondigen dat hun een tweede
kans gegeven werd. Als Israël als volk eenvoudig spijt betuigd had wegens de
kruisiging van hun Messias, dan zou God de tijden van verkwikking (het
duizendjarig koninkrijk) gezonden hebben (Hand.3:14-21).
Toen Christus deze
gelovigen, die werkelijk de ware Pinkster-gelovigen
waren doopte, werden allen vervuld met de Heilige Geest. Ziende op
Hand.2:4 dienen wij het gedeelte van de zin..."...zij werden allen
vervuld..." op ons te laten inwerken. Het is duidelijk uit de inhoud
die erop volgt, dat de Geest van God volledige contrôle over hun levens
had, met inbegrip van voorziening in alles wat zij nodig hadden.
Dienovereenkomstig verkochten zij hun huizen en hun bezittingen en hadden alle
dingen gemeenschappelijk (Hand.2:44,45; 4:32-37).
Nog een bijzonderheid van de vervulling was, dat hun de gave van tongen
(bekende talen) geschonken werd, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
Geliefden, Gods tijdbepaling is altijd perfect! De Pinksterdag bezorgde de 120
in de bovenzaal de gelegenheid om zich te richten tot hun landgenoten die in
Jeruzalem voor het feest samengekomen waren. Zo was dus het "kleine
kuddeke" in staat om in andere talen alles mede te delen wat zich in
Jeruzalem met betrekking tot de Messias had afgespeeld. Denk hierbij eraan dat
velen van deze Israëlieten uit andere landen waren en hun moedertaal[1]
niet spraken.
Omdat we de bediening van de Heilige Geest in de Profetie voldoende
hebben vastgelegd, willen wij ons nu met het programma van het Geheimenis
bezig houden, waarbij ons wellicht een leuke surprise te wachten staat.
DE VERBORGENHEID EN DE GEEST
"Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt;
hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn
allen tot één Geest gedrenkt" (1 Cor.12:13).
In de bedeling van Genade is de bediening van de Heilige Geest
aanzienlijk veranderd. Door een speciale openbaring verkondigt de Apostel Paulus een
nieuwe
doop die geschonken wordt door een werking van de Geest. Dit is de ene doop
waarnaar in Eph.4:5 wordt verwezen en die verklaart waarom wij geen tweede werk
van de genade bepleiten.
Vandaag is het de Geest van God die de Doper is, zoals onze tekst
duidelijk vermeldt. Naar Paulus' woorden hier tot de Corinthiërs, is het doel
van deze doop om geestelijk in te gaan, of ons te identificeren, met het
Lichaam van Christus, of we al dan niet Joden of heidenen zijn. Verder wordt ons
gezegd dat we geïdentificeerd worden met Christus' dood, begrafenis en
opstanding. Zoals alleen God kon zien, werd onze oude mens met Christus
gekruisigd. Zoals wij niet iemand begraven die nog leeft, hebben wij de
zekerheid
dat onze oude mens dood is, in zoverre hij gekruisigd werd en begraven met
Christus. En wonder boven wonder is onze nieuwe mens opgestaan met Christus om
in nieuwheid des levens te wandelen (Rom.6:3,4) Zullen wij dan toelaten dat
zonde macht over ons heeft? Dat verhoede God! Zoals de apostel zegt: "Laat
dan de zonde niet langer heersen in uw sterfelijk lichaam...".
Beter
kunnen wij ons uitstrekken naar het "...wordt vervuld met de
Geest."
"En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt
vervuld met de Geest" (Eph.5:18).
Kan er een nog ernstiger vermaning voor gevaar
zijn? Paulus waarschuwt de
heiligen in Efeze om niet dronken te zijn van wijn waarin overdaad is.
Blijkbaar waren daar sommigen in de samenkomst die zich te buiten gingen aan
sterke drank. Zo'n zorgeloosheid bracht hun getuigenis in diskrediet en wierp een
verkeerd licht op de zaak van Christus.
Iemand die dronken is van wijn is onder de invloed van een substantie die
niets gebracht heeft dan hartzeer aan degene die er deel aan had. Sterke drank
tast op meerdere manieren het lichaam aan, verzwakt dikwijls de oplettendheid en
is oorzaak dat iemands spraak onduidelijk wordt. Het evenwicht wordt eveneens
ontregeld, waardoor men onvast gaat lopen. Het is een aandoenlijk gezicht om het
zacht te zeggen, maar het punt is, dat wijn de hele persoonlijkheid
aantast. Het argument van Paulus is, sta niet toe dat wijn u gaat beheersen,
maar sta liever de Geest toe om de controle over uw leven te hebben. In dit
verband dient te worden opgemerkt dat de apostel niet zegt,
"wij zijn
vervuld met de Geest" zoals gesteld in Hand.2:4. Integendeel roept hij ons
op "...wordt vervuld met de Geest," zoals een bepaalde zaak iemands gedachten kunnen bezig
houden.
Velen hebben Paulus' woorden hier in de
Efeze brief misverstaan door te
redeneren dat de vervulling met de Geest te doen heeft met het hebben van
meer van de Geest. In werkelijkheid is de Geest reeds in ons, maar Hij kan en
wil ook meer van ons hebben. Dit wordt bereikt door onszelf aan de contrôle van
de Geest over te geven, en onze ledematen als instrumenten der gerechtigheid.
Het betekent ons trotse "ik" naar beneden en dat zaken niet langer
gaan op mijn manier. Eerder leren wij de noodzaak van elke gedachte onder de
gehoorzaamheid aan Christus te brengen.
In aanvulling hierop moet het Woord van God een voorname plaats in onze
levens innemen. Elk kind van God moet zichzelf dagelijks tot meditatie van de
Schriften overgeven, want daardoor wordt men voorzien van een vaste grondslag
waarop het geloof rust. Wij dienen ijverig Schrift met Schrift te vergelijken,
proberend de zin ervan te ontdekken. Neem deze woorden ter harte en ge zult
zien, dat het resultaat groot zal zijn!
Zo moet ook gebed onze tweede natuur worden. Zo natuurlijk als het is dat
we gedachteloos ademen, zo natuurlijk zou het moeten zijn voor ons om met onze
Hemelse Vader biddend in contact te blijven. Een van de redenen waarom het
geestelijk leven van gelovigen dikwijls zo bijgelovig is, komt vanwege het feit
dat we ermee zijn opgehouden om alles in gebed bij de Here te brengen.
De invloed van de Heilige Geest moet elk gebied van ons leven raken, wat
zal resulteren in een merkwaardige verandering in onze gedragingen, daden en
verlangens. Zo zal ons gedrag onberispelijk zijn, terwijl zelfs de schijn van
kwaad wordt vermeden. Als de Christen op deze praktische stranden der waarheid
is vastgelopen, zal dat tot blijvende zegen zijn.
Het vervuld worden met de Geest is dan iets wat wij zullen bereiken uit
genade door geloof. Verder zal vandaag het op de Geest gerichte leven zich nimmer
manifesteren door wonderen en tekenen. Iemand zou kunnen denken: Maar waarom
gebruikte God dan bovennatuurlijke gaven om Zijn plannen en
doeleinden
ten behoeve van het Lichaam van Christus te introduceren? Het antwoord is
tweeledig: Allereerst, was het een teken voor Israël dat God Zijn zegen
terugtrok van het uitverkoren volk en Zich keerde tot de heidenen. Ten
tweede moest de nieuwe apostolische bediening van Paulus worden bevestigd met
tekenen en wonderen, waarbij aan de wereld werd verkondigd, dat God een Nieuwe
Schepping ging beginnen, die verborgen was geweest voor alle vorige tijden
en geslachten. Met het groeien van de bedeling der Genade hielden de tekenen uit
de Handelingen-periode geleidelijk op. Nu is iets veel mooiers onder ons
- Geloof, Hoop en Liefde.
RESULTATEN VAN HET GEESTELIJK GERICHT LEVEN
Wij hebben reeds uiteengezet dat het Geestgerichte leven vandaag zich
niet manifesteert in de ervaring van het spreken in tongen, waardoor iemand
onsamenhangend wordt. Ook tekenen en wonderen mogen niet worden verwacht of
worden nagejaagd, want deze waren het resultaat van het "vervuld zijn met
de Geest" onder het evangelie van het koninkrijk (Hand.2:1-10). Het
evangelie van Paulus openbaart dat de kenmerken van Geestgericht leven vandaag
zijn: blijdschap, dankbaarheid, en onderdanigheid (Eph.5:19-21).
De leiding van het leven van gelovigen door de Geest veroorzaakt altijd
vreugde die ontspringt uit de kennis van Gods Woord. Hij verstaat wat God van hem
verwacht en zijn verlangen zal zijn, God te behagen door elk aspect van Zijn
marsorders uit te dragen. Zijn leven wordt als een symfonie waarvan elk
onderdeel in harmonie is en een mooie melodie voortbrengt tot glorie van God. Hij zal een lied in
het hart hebben dat voortkomt uit zijn rechte stand voor God, hetgeen niet
onopgemerkt blijft door degenen in zijn directe omgeving.
In het leven van Paulus en Silas werd de kracht van deze woorden
betuigd toen zij in Philippi gevangen zaten (Hand.16:20-25). Zij waren
valselijk beschuldigd, hadden stokslagen ontvangen en waren in de binnenste
kerker geworpen. Gevangenissen waren in die tijd donker, vochtig en veelal met
ratten. Jeremia vertelt ons dat hij gebonden in de put werd geworpen en tot zijn
knieën wegzonk in de modder (Jer.38:6). En of dat nog niet genoeg was om in
zijn hart beangst te worden, was daar de vrees voor de honger.
Maar wat horen we te middernacht vanuit de onderste kerker? Zijn het
klachten of murmureren, "Hoe kon God dit toelaten?" Nee, het zijn
Paulus en Silas die bidden en Gods lof zingen. Zijn zij gek geworden door de
slagen? Integendeel, we zien dat hun harten overvloeien van vreugde tot
lof en prijs van God. Ongetwijfeld klinken de vreugdeklokken in hun harten die
een uitwerking hadden op de overige gevangenen, en hetgeen uiteindelijk leidde
tot de bekering van de gevangenbewaarder.
Hoe jammer toch dat er zoveel "vreugdeloze heiligen" zijn in
deze laatste dagen van Genade. Denk er wel aan dat er ongeremde blijdschap zal
zijn in de levens van hen die een met Geest gezegend leven leiden.
Nog een verschijnsel van Geest-geleid leven is, dat we in staat zijn te
danken
voor alle dingen. De geestelijk gezinde mens zal een dankbaar hart hebben
en God danken zelfs in tijden van tegenspoed. Bovendien rijst hij boven
tegenslag uit, wetend dat de vrede Gods zijn gedachten zal behoeden. Hij zal God
zelfs danken in tijden van lijden voor de eer om te mogen lijden ter
wille
van de zaak van Zijn naam. Ook verheugt hij zich voor het hebben van elke
gelegenheid
om te leren uit de moeite die hem nu overkomt. In het kort, hij realiseert zich
dat God hem begeleidt en waardeert dat ten volle.
Tenslotte is het Geest-geleide leven geneigd
toe te geven aan
anderen in het belang van de bevordering van het evangelie. Soms is het nodig om
onze eigen inzichten terzijde te stellen, om de impasse die voortgang in de weg
staat, te verwijderen. Dit betekent niet dat wij vrede nastreven tot elke prijs,
of het met ons standpunt op een akkoordje gooien. Wij dienen echter ter wille van
de eenheid, te trachten om eerder een hulp te zijn, dan een hindernis bij
het werk van de Heere. Voor het welzijn van allen moeten we onze trots wegdoen en
doen wat het beste is voor de zaak in het algemeen. Een goede illustratie
hiervan wordt ons gegeven door Martin Luther:
"Op
zekere dag kwamen twee schapen elkander tegen op een smal pad.
Het pad was erg smal omdat er links een diep ravijn was en aan de rechterkant
een breed water.
Toen de schapen kop aan kop waren konden zij elkander niet passeren
zonder dood te vallen. Ook waren zij niet in staat om te draaien zonder de
mogelijkheid van de rand te glijden. Hoe denkt u dat zij het probleem oplosten?
Interessant, één van de twee ging liggen en stond de ander toe om
over zijn rug te lopen. Dit leidde er toe dat beiden veilig konden passeren."
TEN SLOTTE
De Geest die zweefde over de wateren op de eerste dag der schepping is
dezelfde Geest die de wonderen van Gods Genade verlicht. Maar de relatie van de Geest
tussen de twee programma's van God verschilt, zoals we hebben aangetoond en zoals
de volgende vergelijking laat zien.
|