De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

 

DE ENE GEEST

  "U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door de band des vredes. Eén lichaam is het, en één Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot één hoop uwer roeping."­   - Eph.4­:3,4

De tweede "eenheid" die ons door de Apostel Paulus wordt overgeleverd is de heerlijke waarheid dat er één Geest is. Onnodig te zeggen, dat de Heilige Geest als onderwerp gedurende de laatste helft van deze eeuw de centrale plaats heeft ingenomen. Dit is voor een deel te wijten aan de opkomst van de huidige Charismatische Beweging, die de noodzaak benadrukt van "terugkeer naar Pinksteren" met haar wonderbare manifestaties van de Geest. 

Waar zij in zekere zin vanuit de Schrift correct zijn, zijn zij gezien vanuit de bedeling fout - totaal verkeerd! Hier dienen we het Woord der waarheid weer recht te snijden, want de bediening van de Heilige Geest is dramatisch veranderd bij de onthulling van de openbaring van het Geheimenis. Als Paulus het bovenstaande schrijft is niet zo zeer de persoon van de Geest in beschouwing, maar meer Zijn bediening. Omdat er echter in deze dagen zoveel onzekere geluiden worden gehoord over de persoon van de Heilige Geest, is dit wellicht de juiste plaats om onze studie aan te vangen.

                    DE TROOSTER

"En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid" (Joh.14:16).

Als we lezen over het laatste deel van het leven van onze Here wordt ons geleerd dat Hij Zijn discipelen in de bovenkamer verzamelde om hen voor te bereiden op Zijn heengaan door middel van het Kruis.

Bemerkend dat zij diep ontroerd waren door Zijn woorden, beloofde de Meester hun dat gedurende Zijn afwezigheid Hij hun een andere Trooster zou schenken. Als we de tekst in de oorspronkelijke taal raadplegen, zien we dat de term "een andere" in het Woord van God op twee manieren wordt gebruikt. Ten eerste hebben we "een ander" (Gr.Heteros), zijnde van een "andere soort". Bijvoorbeeld, als ik in de ene hand een sinaasappel oppak en iemand geeft mij een appel in mijn andere hand zijn zij beiden fruit, maar de appel is een vrucht van een andere of verschillende soort. Wanneer ik echter de appel neerleg en een andere (Gr.Allos) sinaasappel pak, heb ik twee stuks fruit in handen die van dezelfde soort zijn.

  Onze Here gebruikt hier in Joh.14 de term Allos om Zijn discipelen mede te delen dat Hij hun een andere Trooster zal zenden van dezelfde soort, die hen zou onderrichten en alle dingen in herinnering zou brengen (Joh.14:26). Deze afscheidsinstructies bevestigen ontegenzeggelijk dat de Geest van God een persoon is, die persoonlijkheid bezit, wat eigenlijk wil zeggen dat Hij intellect, emoties en een wil heeft.

 Intellect: In 1 Cor.2:10-12 wordt gezegd dat de Heilige Geest alle dingen weet en onderzoekt, ook de diepten Gods. Hij is dan ook degene die de wil van God mededeelde aan hen die de oorspronkelijke manuscripten van de Schriften schreven, wat de mogelijkheid van eventuele fouten uitsluit.

 Emoties: De Geest kent ook emoties, want wij worden in Eph.4:30 door de Apostel Paulus onderricht om "...de Heilige Geest niet te bedroeven". Maar dit is wat juist plaats vindt wanneer de gelovige zonde toelaat om macht over hem te hebben.

 Wil: Tenslotte schenkt de Geest van God geestelijke gaven aan alle leden van het Lichaam van Christus, "...gelijkerwijs Hij wil" (1 Cor.12:11). Keuze is een daad van de wil.

 Zo is dan de Heilige Geest niet alleen een kracht, zoals sommigen ons willen doen geloven. Hij is een werkelijk persoon, wat blijkt uit het geregeld gebruik in de Schriften van persoonlijke voornaamwoorden, zoals Hij, Zijn, Hem, etc. "Namelijk de Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet HEM niet, en kent HEM niet; maar gij kent HEM; want HIJ blijft bij ulieden, en zal in u zijn" (Joh.14:17).

 Zoals reeds eerder werd vermeld, veronderstelt de apostel dat wij reeds bekend zijn met de persoon van de Heilige Geest. Daarom is zijn eerste beweegreden bij verwijzing naar de ene Geest, dat een belangrijke verandering van bedeling heeft plaats gevonden in het werk van de Geest. Het is dan ook belangrijk om zorgvuldig onderscheid te maken tussen de rol van de Heilige Geest tijdens het evangelie van het koninkrijk, en Zijn rol tijdens het evangelie van Gods Genade.

               HET EVANGELIE VAN HET KONINKRIJK EN DE GEEST

  "En als Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt" (Hand.1:4).

Het is ongelooflijk dat het zo velen ontgaan is om te zien dat de dingen die beschreven zijn in de eerste hoofdstukken van Handelingen, eenvoudig een voortzetting zijn van de aardse bediening van Christus. Het is een vaststaand feit, dat veel van de beloften die onze Here deed aan Zijn verwanten naar het vlees, letterlijk vervuld werden in de eerste Handelingen-periode.

Voorafgaand aan de hemelvaart van onze Here beval Hij Zijn discipelen om in Jeruzalem te blijven om de belofte van de Vader te mogen ontvangen die, vanzelfsprekend, de komst van de Heilige Geest betrof. Wij zien in vers 5 dat de gelovigen toen ter tijd beloofd werd dat zij gedoopt zouden worden met de

Heilige Geest. Overeenkomstig het evangelie naar Markus wordt ons verteld dat Christus de doper zou zijn die hen officieel op de Pinksterdag zou identificeren met de Geest.

"Ik (Johannes) heb ulieden wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest" (Mark.1:8).

Het doel van deze doop vinden we in Hand.1:8 waar we lezen: "Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea..." 

Het doel van dit gebeuren was om hen te versterken met bovennatuurlijke gaven als tekenen, opdat zij effectiever van de opstanding van Christus zouden mogen getuigen. Om geïdentificeerd te worden op deze wijze met de Geest betekende, dat de ontvanger in staat zou zijn om in tongen te spreken, de zieken te genezen en doden op te wekken.

In Handelingen, hoofdstuk 2, hebben we een zeer uitvoerige beschrijving van de komst van de Heilige Geest:

"En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen...En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken" (Hand.2:1,4).

De Pinksterdag waarvan hier wordt gesproken was een Joodse feestdag en heeft absoluut niets te doen met de heidenen of met de Gemeente, het Lichaam van Christus. Pinksteren betekent Pentekost (50ste), omdat zij volgde 50 dagen na het feest van de eerstelingen, overeenkomstig de Wet des Heren, gegeven aan Israël (Lev.23:1-10). Drie van de zeven Levitische feesten waren nationale feestdagen, als alle Israëlieten opgeroepen werden om een bedevaart­reis naar Jeruzalem te maken om speciale bloed-offeranden te brengen en de nationale geest weer op te wekken. Het was gedurende het Pinksterfeest dat Christus Zijn 120 Joodse volgelingen doopte met de Heilige Geest. Dit bereidde hen wonderlijk voor, om aan de religieuze leiders in Israël aan te kondigen dat hun een tweede kans gegeven werd. Als Israël als volk eenvoudig spijt betuigd had wegens de kruisiging van hun Messias, dan zou God de tijden van verkwikking (het duizendjarig koninkrijk) gezonden hebben (Hand.3:14-21).

Toen Christus deze gelovigen, die werkelijk de ware Pinkster-gelovigen waren doopte, werden allen vervuld met de Heilige Geest. Ziende op Hand.2:4 dienen wij het gedeelte van de zin..."...zij werden allen vervuld..." op ons te laten inwerken. Het is duidelijk uit de inhoud die erop volgt, dat de Geest van God volledige contrôle over hun levens had, met inbegrip van voorziening in alles wat zij nodig hadden. Dienovereenkomstig verkochten zij hun huizen en hun bezittingen en hadden alle dingen gemeenschappelijk (Hand.2:44,45; 4:32-37).

Nog een bijzonderheid van de vervulling was, dat hun de gave van tongen (bekende talen) geschonken werd, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Geliefden, Gods tijdbepaling is altijd perfect! De Pinksterdag bezorgde de 120 in de bovenzaal de gelegenheid om zich te richten tot hun landgenoten die in Jeruzalem voor het feest samengekomen waren. Zo was dus het "kleine kuddeke" in staat om in andere talen alles mede te delen wat zich in Jeruzalem met betrekking tot de Messias had afgespeeld. Denk hierbij eraan dat velen van deze Israëlieten uit andere landen waren en hun moedertaal[1] niet spraken.

Omdat we de bediening van de Heilige Geest in de Profetie voldoende hebben vastgelegd, willen wij ons nu met het programma van het Geheimenis bezig houden, waarbij ons wellicht een leuke surprise te wachten staat.

  DE VERBORGENHEID EN DE GEEST

"Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt" (1 Cor.12:13).

In de bedeling van Genade is de bediening van de Heilige Geest aanzienlijk veranderd. Door een speciale openbaring verkondigt de Apostel Paulus een nieuwe doop die geschonken wordt door een werking van de Geest. Dit is de ene doop waarnaar in Eph.4:5 wordt verwezen en die verklaart waarom wij geen tweede werk van de genade bepleiten.

Vandaag is het de Geest van God die de Doper is, zoals onze tekst duidelijk vermeldt. Naar Paulus' woorden hier tot de Corinthiërs, is het doel van deze doop om geestelijk in te gaan, of ons te identificeren, met het Lichaam van Christus, of we al dan niet Joden of heidenen zijn. Verder wordt ons gezegd dat we geïdentificeerd worden met Christus' dood, begrafenis en opstanding. Zoals alleen God kon zien, werd onze oude mens met Christus gekruisigd. Zoals wij niet iemand begraven die nog leeft, hebben wij de zekerheid dat onze oude mens dood is, in zoverre hij gekruisigd werd en begraven met Christus. En wonder boven wonder is onze nieuwe mens opgestaan met Christus om in nieuwheid des levens te wandelen (Rom.6:3,4) Zullen wij dan toelaten dat zonde macht over ons heeft? Dat verhoede God! Zoals de apostel zegt: "Laat dan de zonde niet langer heersen in uw sterfelijk lichaam...".

Beter kunnen wij ons uitstrekken naar het "...wordt vervuld met de Geest."

"En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest" (Eph.5:18).

Kan er een nog ernstiger vermaning voor gevaar zijn? Paulus waarschuwt de heiligen in Efeze om niet dronken te zijn van wijn waarin overdaad is. Blijkbaar waren daar sommigen in de samenkomst die zich te buiten gingen aan sterke drank. Zo'n zorgeloosheid bracht hun getuigenis in diskrediet en wierp een verkeerd licht op de zaak van Christus.

Iemand die dronken is van wijn is onder de invloed van een substantie die niets gebracht heeft dan hartzeer aan degene die er deel aan had. Sterke drank tast op meerdere manieren het lichaam aan, verzwakt dikwijls de oplettendheid en is oorzaak dat iemands spraak onduidelijk wordt. Het evenwicht wordt eveneens ontregeld, waardoor men onvast gaat lopen. Het is een aandoenlijk gezicht om het zacht te zeggen, maar het punt is, dat wijn de hele persoonlijkheid aantast. Het argument van Paulus is, sta niet toe dat wijn u gaat beheersen, maar sta liever de Geest toe om de controle over uw leven te hebben. In dit verband dient te worden opgemerkt dat de apostel niet zegt, 

"wij zijn vervuld met de Geest" zoals gesteld in Hand.2:4. Integendeel roept hij ons op "...wordt vervuld met de Geest,"  zoals een bepaalde zaak iemands gedachten kunnen bezig houden.

 Velen hebben Paulus' woorden hier in de Efeze brief misverstaan door te redeneren dat de vervulling met de Geest te doen heeft met het hebben van meer van de Geest. In werkelijkheid is de Geest reeds in ons, maar Hij kan en wil ook meer van ons hebben. Dit wordt bereikt door onszelf aan de contrôle van de Geest over te geven, en onze ledematen als instrumenten der gerech­tigheid. Het betekent ons trotse "ik" naar beneden en dat zaken niet langer gaan op mijn manier. Eerder leren wij de noodzaak van elke gedachte onder de gehoorzaamheid aan Christus te brengen.

In aanvulling hierop moet het Woord van God een voorname plaats in onze levens innemen. Elk kind van God moet zichzelf dagelijks tot meditatie van de Schriften overgeven, want daardoor wordt men voorzien van een vaste grondslag waarop het geloof rust. Wij dienen ijverig Schrift met Schrift te vergelijken, proberend de zin ervan te ontdekken. Neem deze woorden ter harte en ge zult zien, dat het resultaat groot zal zijn!

Zo moet ook gebed onze tweede natuur worden. Zo natuurlijk als het is dat we gedachteloos ademen, zo natuurlijk zou het moeten zijn voor ons om met onze Hemelse Vader biddend in contact te blijven. Een van de redenen waarom het geestelijk leven van gelovigen dikwijls zo bijgelovig is, komt vanwege het feit dat we ermee zijn opgehouden om alles in gebed bij de Here te brengen.

De invloed van de Heilige Geest moet elk gebied van ons leven raken, wat zal resulteren in een merkwaardige verandering in onze gedragingen, daden en verlangens. Zo zal ons gedrag onberispelijk zijn, terwijl zelfs de schijn van kwaad wordt vermeden. Als de Christen op deze praktische stranden der waarheid is vastgelopen, zal dat tot blijvende zegen zijn.

Het vervuld worden met de Geest is dan iets wat wij zullen bereiken uit genade door geloof. Verder zal vandaag het op de Geest gerichte leven zich nimmer manifesteren door wonderen en tekenen. Iemand zou kunnen denken: Maar waarom gebruikte God dan bovennatuurlijke gaven om Zijn plannen en doeleinden ten behoeve van het Lichaam van Christus te introduceren? Het antwoord is tweeledig: Allereerst, was het een teken voor Israël dat God Zijn zegen terugtrok van het uitverkoren volk en Zich keerde tot de heidenen. Ten tweede moest de nieuwe apostolische bediening van Paulus worden bevestigd met tekenen en wonderen, waarbij aan de wereld werd verkondigd, dat God een Nieuwe Schepping ging beginnen, die verborgen was geweest voor alle vorige tijden en geslachten. Met het groeien van de bedeling der Genade hielden de tekenen uit de Handelingen-periode geleidelijk op. Nu is iets veel mooiers onder ons - Geloof, Hoop en Liefde.

    RESULTATEN VAN HET GEESTELIJK GERICHT LEVEN

 Wij hebben reeds uiteengezet dat het Geestgerichte leven vandaag zich niet manifesteert in de ervaring van het spreken in tongen, waardoor iemand onsamenhangend wordt. Ook tekenen en wonderen mogen niet worden verwacht of worden nagejaagd, want deze waren het resultaat van het "vervuld zijn met de Geest" onder het evangelie van het koninkrijk (Hand.2:1-10). Het evangelie van Paulus openbaart dat de kenmerken van Geestgericht leven vandaag zijn: blijdschap, dankbaarheid, en onderdanigheid (Eph.5:19-21).

 De leiding van het leven van gelovigen door de Geest veroorzaakt altijd vreugde die ontspringt uit de kennis van Gods Woord. Hij verstaat wat God van hem verwacht en zijn verlangen zal zijn, God te behagen door elk aspect van Zijn marsorders uit te dragen. Zijn leven wordt als een symfonie waarvan elk onderdeel in harmonie is en een mooie melodie voortbrengt tot glorie van God.  Hij zal een lied in het hart hebben dat voortkomt uit zijn rechte stand voor God, hetgeen niet onopgemerkt blijft door degenen in zijn directe omgeving.

 In het leven van Paulus en Silas werd de kracht van deze woorden  betuigd toen zij in Philippi gevangen zaten (Hand.16:20-25). Zij waren valselijk beschuldigd, hadden stokslagen ontvangen en waren in de binnenste kerker geworpen. Gevangenissen waren in die tijd donker, vochtig en veelal met ratten. Jeremia vertelt ons dat hij gebonden in de put werd geworpen en tot zijn knieën wegzonk in de modder (Jer.38:6). En of dat nog niet genoeg was om in zijn hart beangst te worden, was daar de vrees voor de honger.

 Maar wat horen we te middernacht vanuit de onderste kerker? Zijn het klachten of murmureren, "Hoe kon God dit toelaten?" Nee, het zijn Paulus en Silas die bidden en Gods lof zingen. Zijn zij gek geworden door de slagen? Integendeel, we zien dat hun harten overvloeien van vreugde tot lof en prijs van God. Ongetwijfeld klinken de vreugdeklokken in hun harten die een uitwerking hadden op de overige gevangenen, en hetgeen uiteindelijk leidde tot de bekering van de gevangenbewaarder.

 Hoe jammer toch dat er zoveel "vreugdeloze heiligen" zijn in deze laatste dagen van Genade. Denk er wel aan dat er ongeremde blijdschap zal zijn in de levens van hen die een met Geest gezegend leven leiden.

 Nog een verschijnsel van Geest-geleid leven is, dat we in staat zijn te danken voor alle dingen. De geestelijk gezinde mens zal een dankbaar hart hebben en God danken zelfs in tijden van tegenspoed. Bovendien rijst hij boven tegenslag uit, wetend dat de vrede Gods zijn gedachten zal behoeden. Hij zal God zelfs danken in tijden van lijden voor de eer om te mogen lijden ter wille van de zaak van Zijn naam. Ook verheugt hij zich voor het hebben van elke gelegenheid om te leren uit de moeite die hem nu overkomt. In het kort, hij realiseert zich dat God hem begeleidt en waardeert dat ten volle.

 Tenslotte is het Geest-geleide leven geneigd toe te geven aan anderen in het belang van de bevordering van het evangelie. Soms is het nodig om onze eigen inzichten terzijde te stellen, om de impasse die voortgang in de weg staat, te verwijderen. Dit betekent niet dat wij vrede nastreven tot elke prijs, of het met ons standpunt op een akkoordje gooien. Wij dienen echter ter wille van de eenheid, te trachten om eerder een hulp te zijn, dan een hindernis bij het werk van de Heere. Voor het welzijn van allen moeten we onze trots wegdoen en doen wat het beste is voor de zaak in het algemeen. Een goede illustratie hiervan wordt ons gegeven door Martin Luther:

 "Op zekere dag kwamen twee schapen elkander tegen op een smal pad. Het pad was erg smal omdat er links een diep ravijn was en aan de rechterkant een breed water.

  Toen de schapen kop aan kop waren konden zij elkander niet passeren zonder dood te vallen. Ook waren zij niet in staat om te draaien zonder de mogelijkheid van de rand te glijden. Hoe denkt u dat zij het probleem oplosten? Interessant, één van de twee ging liggen en stond de ander toe om over zijn rug te lopen. Dit leidde er toe dat beiden veilig konden passeren."

                 TEN SLOTTE

De Geest die zweefde over de wateren op de eerste dag der schepping is dezelfde Geest die de wonderen van Gods Genade verlicht. Maar de relatie van de Geest tussen de twee programma's van God verschilt, zoals we hebben aangetoond en zoals de volgende vergelijking laat zien.

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011