De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

GODS VOORNAAMSTE DELING

IN ZIJN WOORD

"In de beginne schiep God de hemel en de aarde."

Gen.1:1

De Protestantse Reformatie bracht een aantal reuzen in het geloof voort, waaronder Miles Coverdale, die ons praktische aanwijzingen geeft tot bestudering van Gods Woord:

"Het zal tot grote hulp zijn om de Schrift te verstaan, indien gij niet alleen opmerkt wat wordt gesproken of geschreven, maar over wie en tot wie, met welke woorden, in welke tijd, waar, met welke bedoeling, onder welke omstandigheden, beschouwend wat er aan voorafgaat en wat er na komt."

Met andere woorden, terwijl de hele Bijbel voor ons is, is niet al het geschrevene direct tot ons gericht. Bijvoorbeeld beval God in het Oude Testament Zijn volk dat zij de wet van de Sabbath zouden onderhouden. Op de zevende dag (Zaterdag) van de week was het hun die onder deze regel stonden, niet geoorloofd om te kopen of te verkopen, takken te sprokkelen, vuur aan te steken, een maaltijd klaar te maken, enig werk te doen, of meer dan een mijl te reizen (Ex.31:12-17; 35:3). Hun die waagden deze heilige verordening te wederstreven moesten ter dood gebracht worden. Zo zou de sabbath een dag van lichamelijke rust zijn, een voorafschaduwing van de rust die Israel zou genieten in het duizendjarig Rijk.

Vergeef het me, maar ik moet vragen: Onderhoudt u de sabbath zoals voorgeschreven in Gods Woord? Onnodig iets te zeggen, het antwoord is wel duidelijk. Toch geeft deze illustratie het bewijs dat niet alle Schrift direct tot ons is gericht. Het is essentieel dat de lezer erkent dat er een belangrijke verandering van het ene goddelijke programma naar het andere is. In ons eerste hoofdstuk toonden wij het feit aan dat aangezien het Oude en Nieuwe Testament [verbond] op ons betrekking heeft, deze niet werden gesloten met de heidenen, noch Gods voornaamste deling in Zijn Woord bepalen. Waar plaatste God dan de hoofd-deling in Zijn Woord?

HET PROFETISCH PROGRAMMA

"Want wij zijn geen kunstelijk verdichte fabelen nagevolgd, als wij u bekend gemaakt hebben de kracht en toekomst van onze Here Jezus Christus, maar wij zijn aanschouwers geweest van Zijn majesteit. Want Hij heeft van God de Vader eer en heerlijkheid ontvangen, als zodanig een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem gebracht werd: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Dewelken Ik Mijn welbehagen heb...En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt..." (1 Petr.1:16,17,19).

Hier verhaalt Petrus de ervaring die hij had op de Berg der Verheerlijking. Voorafgaand aan deze gedenkwaardige gebeurtenis onderrichtte de Heer de discipelen aangaande Zijn aanstaande dood te Jeruzalem. Omdat zij ontzet waren door deze aankondiging, sprak de Meester deze troostwoorden: "Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij de Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk" (Matt.16:28).

Oppervlakkig gezien, schijnt het alsof alle discipelen stierven zonder ooit getuige te zijn van de vervulling van deze gebeurtenis. Wij geloven echter, dat de woorden van onze Here tot op de letter vervuld werden toen Hij Petrus, Jakobus en Johannes meenam naar de berg en werd veranderd voor hun ogen. Ons wordt danook verhaald, "...Zijn aangezicht blonk gelijk de zon, en Zijn klederen werden wit gelijk het licht".

Petrus, Jakobus en Johannes werd een glimp gegeven van hoe het zal zijn wanneer Christus terugkeert om Zijn duizendjarig koninkrijk te vestigen. Jaren later vertelt Petrus zijn toehoorders dat hij een ooggetuige was van de aanstaande glorie van de Heer. Hij deelt ook aan degenen tot wie hij schrijft mee, dat hij de stem van God hoorde die zeide: "Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb". Eigenlijk zei Petrus, ik heb een ervaring gehad die een eind maakt aan alle ervaringen, maar neem mijn woord niet als uiteindelijk gezag. "Wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt." Petrus wijst zijn toehoorders waarschuwend naar de Schriften waar deze gebeurtenissen worden voorzegd door de profeten van oudsher: "Ziet, de dagen komen, spreekt de Here, dat Ik aan David een rechtvaarduge Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde" (Jer.23:5).

De profetische heiligen verwachtten toen de komst van een

koning, die hun vijanden zou overwinnen en een koninkrijk van gerechtigheid stichten op aarde. Onze Amerikaanse voorvaders stichtten wijselijk onze regering op het principe van wat bekend is als de scheiding van machten. Zij verdeelden het gezag onder drie categoriën: uitvoerende, wettelijke en rechterlijke macht. Dit betekent dat een wetgever niet te zelfder tijd het ambt kan bekleden van de president, waarmee een monopolie van macht werd voorkomen.

Voor het grootste deel gold dit in Israel voor de zaken van God. Een koning bijvoorbeeld, werd niet toegestaan om het ambt van priester te bekleden en omgekeerd. Zij die probeerden het gezag van eens anders ambt te bekleden ontvingen de ernstigste berisping van God (1 Sam.13:8-14). Christus echter bekleedde alle drie ambten: profeet, priester en koning van Israel, want alle macht en gezag is in Hem gevestigd. Daarom is Hij de Enige die in het komende koninkrijk zal heersen en regeren in gerechtigheid.

Sommigen hebben verkeerd geconcludeerd dat de profetische heiligen er naar uit zagen met de Here in de hemel te verblijven. Juist het tegendeel: Sedert het koninkrijk zou worden gevestigd op aarde hadden natuurlijk degenen onder dat programma een aardse hoop. De aartsvader Job geeft ons het oudste verslag over de hoop van de heilige in zijn dagen:"Want ik weet: mijn verlosser leeft, en Hij zal de [ten] laatste over het stof opstaan [op de AARDE]; En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen" (Job.19: 25,26).

Abraham die naar alle waarschijnlijkheid een tijdgenoot was van Job, zag uit naar een stad."Want hij verwachtte de stad [op AARDE], die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is" (Hebr.11:10). Onze Here schonk verder gewicht aan deze belofte toen Hij de Bergrede uitsprak:"Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het AARDRIJK beërven" (Matt.5:5). Later in de rede leerde Hij Zijn discipelen om het volgende te bidden: "Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de AARDE" (Matt.6:10).

Dienovereenkomstig hadden zij die gered werden onder dit programma, zoals Abraham, Mozes, David, Jesaja, Petrus, Stefanus, een aardse hoop en zullen ook de geredden in de tijd van de komende grote verdrukking deze hebben. Wij zouden hier een ogenblik moeten stilstaan om een gewoonlijk gestelde vraag te beantwoorden - Als het koninkrijk aards is, waarom verwijst onze Here herhaaldelijk hiernaar als het koninkrijk der hemelen? Het antwoord is tweevoudig: In de eerste plaats, naar de gelijkenis van de welgeboren man, reist onze Here in een ver land (hemel) om voor Zichzelf een koninkrijk te ontvangen en terug te keren (Luk.19:11,12). Ten tweede, wanneer onze Here terugkeert bij Zijn Tweede Komst zal Hij de vloek van de aarde wegnemen. Op die dag, zo wordt ons geleerd, zal de woestijn bloeien als een roos, de blinden zullen zien, de doven zullen weer horen en de lamme zal huppelen (Jes.35:1-6). Kortom, het zal zijn als de hemel op aarde!

Een uiterst cruciaal punt dat niet over het hoofd mag worden gezien in deze beschouwing is, dat het koninkrijk en de aardse regering van Christus werd voorspeld sedert de grondlegging der wereld. Dit wil niet zeggen dat de heiligen van vroeger elk aspect van deze ontluikende openbaring begrepen. Maar de volgende Schriftgedeelten bevestigen dat het koninkrijk bekend is geweest vanaf het begin der tijden: "Geloofd zij de Here, de God Israels, want Hij heeft bezocht en verlossing teweeg gebracht Zijn volke; En heeft een hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht [om de aan David gegeven belofte met betrekking tot het koninkrijk te vervullen -

2 Sam.7:16]; Gelijk Hij gesproken heeft door de mond Zijner heilige profeten, die VAN HET BEGIN DER WERELD

geweest zijn" (Luk.1:68-70)."...wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heren...Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door de mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw [VAN HET BEGIN DER WERELD] (Hand.3:19,21).

HET GEHEIMENIS

"Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt. Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid,..." (Eph.3:1-3).

Het andere hoofdprogramma in Gods Woord is het Geheimenis. Sommigen zijn tot de slotsom gekomen dat het Geheimenis alleen de nieuwe openbaring is dat Joden en heidenen nu in één Lichaam zijn. Maar er is meer, veel meer! Toen Israel, als kanaal van Gods zegen, haar Messias afwees, bracht dit een onverwachte ramp met zich. God zette het afgedwaalde volk terzijde in ongeloof. Met de steniging van Stefanus in Hand.7, stopte de klok der profetie abrupt, en werd het profetisch programma uitgesteld.

Uit alle uiterlijke omstandigheden leek het alsof door deze actie de wereld in wanhoop werd achtergelaten. Maar God had een geheimenis in gedachten, dat Hij niet aan de profeten in vorige bedelingen had geopenbaard. In Zijn oneindige, onbegrensde genade redde Hij de voornaamste der zondaren, Paulus, en leidde een nieuw programma in, genaamd het Geheimenis, ofwel de bedeling van Gods genade.

De openbaring van het Geheimenis brengt Christus in een geheel nieuwe rol naar voren. Thans is Hij het Hoofd van het Lichaam, ten bate van ons een hemelse bediening uitoefenend. Dienovereenkomstig vestigt de Apostel Paulus onze aandacht op de hemel, waar Christus is gezeten aan Gods rechterhand in een positie van verheerlijking. Gedurende de huidige tijd van Genade kennen wij Christus niet als de Koning der koningen die gereed staat om terug te keren met het vlammend vuur der wraak, om oordeel uit te oefenen over Zijn vijanden. Eerder kennen wij Hem als de God van alle genade, die gezorgd heeft dat wij tezamen in de hemelse gewesten zitten, opdat wij deel mogen hebben aan Zijn verheerlijking (Eph.1:19-23; 2:6).

Vraag de gemiddelde gelovige wat zijn of haar hoop is en het antwoord zal altijd hetzelfde zijn: De Hemel is mijn hoop! Te zijn met mijn Redder die in de hemel is! Ik zie uit naar de opname in de hemel om voor altijd bij de Here te zijn! Maar hoe komen deze heiligen tot de conclusie dat hun hoop hemels is? Het is zeker dat dit niet door bestuderen van de vier evangeliën is, want zoals we

hebben gezien, geven deze geschriften zicht op een aards koninkrijk. Het is verbazend om te zien dat de hoop die velen vandaag beweren te bezitten alleen gevonden wordt in de brieven van Paulus, hoewel zij zich niet realiseren dat zijn brieven de basis zijn van hun geloof. Paulus' openbaring is vol met passages die er toe leiden dat wij tot onze vertroosting hemelwaarts kijken.

"En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet IN DE HEMEL in Christus Jezus" (Eph.2:6). "Maar onze wandel is IN DE HEMELEN, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Here Jezus Christus" (Phil.3:20).

"Om de hoop, die u weggelegd is IN DE HEMELEN, van welke gij tevoren gehoord hebt, door het Woord der waarheid, namelijk des evangelies" (Col.1:5).

Omdat de Heilige Geest het begin van het Lichaam van Christus doet beginnen bij de bekering van Paulus, hebben allen die gered zijn vanaf zijn bekering tot op heden een hemelse hoop.

Een van de voornaamste aspecten van het Geheimenis is, in tegenstelling met het voorafgaand programma, dat het geheim gehouden werd vanaf eeuwen en geslachten daarvoor. Let eens op de verwoording van deze passages, die juist het tegenovergestelde brengen van wat we in het vroegere programma der profetie vonden.

"Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring [der verborgenheid] van het Geheimenis, die van de tijden der eeuwen VERZWEGEN is geweest" (Rom.16:25).

"Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen NIET IS BEKEND GEMAAKT, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door de Geest" (Eph.3:5).

"Namelijk de verborgenheid [het Geheimenis], VERBORGEN geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen" (Col.1:26).

Wij dagen die lezers uit die nog enigszins sceptisch staan tegenover onze gevolgtrekkingen, die toch rechtstreeks uit Gods Woord zijn: Al zal dit ook een onmogelijke zaak schijnen, maar probeer de onnaspeurlijke rijkdommen van Christus te ontdekken in enig ander Geschrift buiten de brieven van Paulus.

Enkele van deze rijkdommen luiden als volgt: Het ene Lichaam van Christus gevormd uit Joden en heidenen zonder onderscheid; onze geestelijke doop in het Lichaam van Christus; de Opname van de Gemeente; Christus het Hoofd van de Gemeente; en zo zouden we door kunnen gaan.

EEN SLOTWOORD

Hopelijk zal de onderstaande staat kunnen helpen om het onderscheid te zien wat God maakt tussen Zijn twee programma's:

Profetie Geheimenis 

Gods plan en doel met de aarde en Christus' regering. (Koninkrijk) Matt. 16:28; Matt.17:1-5; 2 Petr.1:15-21. Gods plan en doel met de hemelen en onze verheerlijking met Christus in de hemel. Eph.1:19-23; 3:1-4; Col.3:1-4
Profetische Heiligen (Israel)

Matt.10:5,6; Matt.15:24.

Geheimenis Heiligen (Lichaam van Christus) Eph.1:22,23;

1 Cor.12:27.

Profetische Heiligen hebben een aardse hoop. Job 19:25,26; Gen.12:1-3; Matt.5:5. Lichaam van Christus heeft een

hemelse hoop. Eph.2:6; Col.1:5; Phil.3:20.

Profetisch-Programma geopen-baard vanaf de grondlegging der wereld. Luk.1:67-70; Hand.3:21. Geheimenis-Programma werd geheim gehouden sinds het begin der wereld. Rom.16:25; Col.1:25-27.

De rechtse kolom is maar een geringe opsomming van de geestelijke zegen waarover wij ons verheugen in Christus. Vele andere wachten ons bij verder onderzoek van de Paulinische brieven. Nadat wij vastgesteld hebben wat deze zegeningen zijn, zijn we er toe gezet om onze bedenkingen te richten op dingen die boven zijn. Dit betekent dat we onze harten daarmee zullen vervullen opdat wij zullen verlangen om alles te weten over elke en ieders zegen. Mogelijk zal dit neerslag vinden in onze alledaagse ervaring, en ons steeds meer omvormen naar het beeld van Christus.

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011