De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

HET WOORD DER WAARHEID

RECHT SNIJDEN

"Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt." - 2 Tim.2:15

Het doel van deze studie is om de lezer te bevestigen in Gods

boodschap voor de Gemeente, het Lichaam van Christus, gedurende deze tegenwoordige bedeling van Genade. De inhoud van dit boek is ontwikkeld gedurende een tijdsduur van bijna 25 jaren, en wij bidden dat het moge bijdragen tot meerdere vreugde in het Woord van God in diepere zin. Het veranderde het leven van de auteur duidelijk toen hij voor het eerst tot erkenning van het recht gesneden Woord kwam. De tijd daarvoor was de Bijbel een gesloten boek dat meer vragen opwierp dan beantwoordde. Maar Goddank, wij kunnen onze stem voegen bij velen uit de verleden en tegenwoordige tijd, dat de sleutel die het heilig geheim ontsluit is: het Woord der waarheid recht snijden.

Misschien gaan we voor sommigen scheep voor een reis door niet in kaart gebrachte wateren. Wij zullen echter al gauw zien dat de Apostel Paulus de weg voor ons jaren geleden in kaart gebracht heeft. Omdat de Kerk in het algemeen haar koers heeft verloren op de Zee van Verwarring, zal het Licht van het heerlijk evangelie van genade allen veilig begeleiden die de waarheid zoeken naar een duidelijker kennis van Gods wil. Wanneer we onze reis samen beginnen, vragen we onze lezer om alle voor oordelende ideeën die een hindernis kunnen blijken, op zij te zetten. Ons geloof moet rechtstreeks rusten op wat God heeft geopenbaard; daarom is het ons eerlijk verlangen dat de lezer een Bereer moge zijn en na zal gaan of deze dingen zo zijn (Hand.17:11).

HET WOORD RECHT SNIJDEN

De Heilige Geest legt grote nadruk op de noodzakelijkheid van het recht snijden van het Woord der waarheid. Onze Here Zelf sneed de Schriften recht toen Hij de synagoge in Nazareth binnenging, waar hij las uit het Boek Jesaja:

"De Geest des Heren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om den verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heren" (Jes.61:1,2 cf. Luk.4:16-20).

De Here sloot abrupt het boek, zonder het overige van de profetie te lezen, dat vervolgt met, "...en de dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten..."

Natuurlijk deed Hij dit met bedoeling, omdat het eerste gedeelte van deze profetie vervuld werd voor de ogen van Zijn toehoorders (Luk.4:21). Dit kon echter niet van het laatste gedeelte gezegd worden, waarin wraak van God wordt aangekondigd gedurende de toekomstige tijd van verdrukking en de duizendjarige verademing die daarop zal volgen.

De nu volgende verklaring mag wellicht voor sommigen schokkend zijn, maar is toch waar. "Onze God is een God van scheiding!" In het begin scheidde Hij de wateren die onder het firmament waren van de wateren die daarboven waren (Gen.1:7). God scheidde de wateren op de aarde, en bracht het droge land te voorschijn (Gen.1:9-10). Op de vierde dag van de schepping scheidde Hij de dag van de nacht (Gen.1:14). God onderwees ons dat Zijn Woord recht moet worden gesneden als wij ooit de raad van Zijn wil hopen te mogen verstaan.

De eerste vraag die men in dit verband zou kunnen stellen is: Waar heeft God in Zijn Woord de voornaamste scheiding gemaakt? De Kerkelijke traditie verklaart dat dit is tussen het Oude en Nieuwe Testament. Het is voor niemand een vraag dat het Oude Testament begint met Genesis en eindigt met Maleachi, en geschreven werd voor het volk Israel; of dat het Nieuwe Testament van Mattheus tot en met Openbaring gericht is tot de

Gemeente, het Lichaam van Christus. Wij geloven echter oprecht dat het tijd wordt dat dit traditionele inzicht dient te worden onderzocht op basis van haar Schriftuurlijke onnauwkeurigheid. De Kerken zijn net als schapen die de een na de ander een verkeerd pad gaan, hiervan het slachtoffer geworden.

Het is moeilijk na te gaan wie als eerste de samenstelling als Oud en Nieuw Testament heeft ingevoerd. Eén ding weten wij zeker, dat het een door mensen gemaakte scheiding is. Wie er ook voor verantwoordelijk is geweest, het staat vast, dat als we veronderstellen dat er een 400 jarige periode was tussen Maleachi en Mattheus, bekend als de Inter testamentale periode, dit de logische plaats is om de hoofdscheiding in Gods Woord te markeren. Wij geloven dat deze theorie, hoe schijnbaar bepalend ook, een van de belangrijkste aanwijzingen is in het Woord van God naar de

verkeerde kant, en eeuwendoor oorzaak is geweest van ontstellende verwarring.

WAAR BEGINT HET OUDE TESTAMENT?

"Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult" (Ex.19:5,6).

De eerste verwijzing in onze Bijbels naar het Oude Testament vinden we hier in Exodus 19:5. Dit betekent dat meer dan 2500 jaren voorbijgegaan waren eer God aan Israel de Wet schonk. Uiteraard was het Verbond of Testament waarnaar dikwijls wordt verwezen als de Wet, voorwaardelijk. Met andere woorden, als Israel alle 613 geboden en verordeningen zou nakomen, zou God haar zegenen en haar een bijzonder volk maken. In de loop van de tijd werd één ding duidelijk: De Wet werd niet gegeven tot redding. Zij werd eerder gegeven tot kennis van zonde (Rom.3:19,20). Gods uitverkoren volk was al gauw dankbaar voor de mogelijkheid tot offeren, waarbij het de vergeving van hun zonden kon verkrijgen.

Exodus hoofdstukken 19-23 zijn slechts voorlopige grondslagen die leiden tot de werkelijke inwijding van het Oude Testament. Technisch gezien lag de Wet niet bindend op het volk, totdat het werd gesticht door de bloedstorting. Alle Verbonden Gods zijn bevestigd door bloed. Zie eens naar de volgende Schriftpassage:

"En Mozes nam de helft van het bloed, en zette het in bekkens; en de helft van het bloed sprengde hij op het altaar. En hij nam het boek des verbonds, en hij las het voor de oren des volks; en zij zeiden: Al wat de Here gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen. Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, dit is het bloed des verbonds, het welk de Here met ulieden gemaakt heeft over al die woorden" (Ex.24:6-8).

Als dus het Oude Testament niet eerder begon dan in Ex.24, tot wie werd het boek Genesis dan gericht? Het antwoord op deze vraag is slechts een voorbeeld van de onmogelijkheden in de traditionele visie die door de grote meerderheid van gelovigen wordt vastgehouden. Maar er is een dringender vraag die veel meer onze ernstige aandacht verdient. Wanneer werd het Verbond der Wet door God beëindigd? Zoals reeds eerder vermeld, houden de meeste het ervoor dat het Oude Testament eindigde toen Maleachi het boek sloot dat zijn naam draagt en zei, AMEN!! Hier moeten wij ons opnieuw afvragen: Wat zeggen de Schriften?

"Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou..." (Gal.4:4,5).

Onder de leiding van de Heilige Geest openbaart de Apostel Paulus door inspiratie, dat onze Heere Jezus Christus tijdens Zijn jaren op deze aarde onder het Oude Testament leefde. Feitelijk was het voornaamste doel van Christus' eerste komst, het verzoenen van degenen die hun leven lang in gebondenheid aan de Wet van Mozes geleefd hadden. Als we een ogenblik terugkeren naar de aardse bediening van Christus, dan zien we drie Schriftverzen uit het evangelie naar Mattheus die de bovenstaande conclusie bevestigen

  "Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen" (Matt.5:17).

Uit deze passage blijkt dat er in de dagen van Christus mensen waren die Zijn motieven in twijfel trokken. Als de vrome Farizeeërs het niet gevraagd hadden, dan zouden zij het zeker bij zichzelf gedacht hebben - De instelling van de Wet van Mozes heeft meer dan 1500 jaren bestaan, hoe kan deze man die beweert door God gezonden te zijn, nu deze vernietigen? Onze Here ontwapende Zijn kritici, en door dit te doen leert Hij ons dat één van Zijn opdrachten was om de Wet te vervullen, waaruit klaar blijkt dat Hij deze letterlijk onderhield.

Melaatsheid was een nare ziekte in Bijbelse tijden waarvoor mensen bevreesd waren. Naar de Wet was het de melaatse niet geoorloofd het kampement van Israël te betreden zonder door de priester rein verklaard te zijn (Lev.4:1-7). Kolonies van melaatsen werden gemeden als de pest, maar in het geval dat zij dreigden in contact te komen met anderen riepen zij luid "onrein, onrein, onrein!", hetgeen op zijn minst vernederend was. Onze Heer daarentegen had medelijden met deze arme zielen; zo heelde Hij meerdere keren hun krankheid. Eén zo'n geval vinden we in Matt.8:3,4:

"En Jezus, de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd! En terstond was hij van zijn melaatsheid gereinigd. En Jezus zeide tot hem: Zie dat gij dit niemand zegt; maar ga heen, toon uzelven den priester, en offer de gave, die Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis."

De aandachtige lezer zal toegeven dat het Oude Testament nog steeds gold en goed was op het punt dat onze Heer de melaatse vertelde om zich aan de priester te vertonen. Dit leert ons dat niet alleen Christus in volstrekte gehoorzaamheid aan de Wet leefde; Hij verlangde dat anderen ook zo zouden doen. Ons derde Schriftgedeelte vinden we in Matt.23:1-3 waar onze Here, staande in de schaduw van het Kruis, waarschuwend de volgende ernstige woorden uitsprak:

"Toen sprak Jezus tot de scharen en tot Zijn discipelen, zeggende: De Schriftgeleerden en de Farizeën zijn gezeten op de stoel van Mozes; Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet dat, maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het en doen het niet."

Moeten we nog meer zeggen? Wij geloven dat het juist gezegd dat Mattheus, Markus, Lukas en Johannes Oud Testamentische Geschriften zijn. Dit zal bij sommigen niet zo goed overkomen; niettemin is het het ware getuigenis van de Heilige Schrift.

Overeenkomstig Col.2:14 vond de afschaffing van de Wet plaats op de dag dat Christus stierf. Van goddelijke zijde werd het bewijsstuk, volkomen voldoening van onze zonden, geleverd op Golgotha. Van menselijke zijde echter zou het werkelijke bewijs dat voldoening ten volle was betaald, te gelegener tijd worden aangetoond door het evangelie van Paulus (1 Tim.2:3-7). Dit verklaart dan ook verder waarom de Wet na het Kruis bleef gehandhaafd, terwijl wij weten dat zij geleidelijk haar heerschappij verloor door de openbaring welke aan Paulus werd gegeven, die bevestigde dat de Wet had afgedaan, opdat "genade zou heersen" (Rom.6:14). Het lied van Philip Bliss, Eenmaal voor Allen, geeft de gedachte zo mooi weer: "Vrij van de Wet - O zalige stand! Jezus heeft gebloed en er is nu vergeving; Vervloekt door de Wet en gekwetst door de val, Genade verzoende, eens en voor al!"

HET NIEUWE TESTAMENT

"En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks ook de drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt" (Luk.22:19,20).

In tegenstelling tot wat gewoonlijk wordt geloofd, begint het Nieuwe Testament niet met Mattheus bij hoofdstuk 1 met de geboorte van Christus. In werkelijkheid was het toen onze Heer voor Zijn grootste beproeving aan het Kruis stond, dat Hij zei tot Zijn discipelen in de Bovenzaal, "Dit is het Nieuwe Testament in Mijn bloed."

Het is belangrijk voor de lezer om hier, in het evangelie naar Lukas, onderscheid te maken tussen het Laatste Avondmaal en de Maaltijd des Heren. De Pesach-maaltijd, gewoonlijk genoemd het "Laatste Avondmaal", werd eerst gevierd. Bovendien was dit een laatste daad die onze Here deed in het vervullen van de gerechtigheid van het Oude Testament, voordat het Nieuwe werd geïntroduceerd.

Strikt geordend naar de Wet moest Pesach gehouden worden op de volgende wijze: Ten eerste, moest het Paaslam zonder vlek of rimpel zijn. Dan moest het bloed van het lam worden uitgestort, hoewel geen been van het slachtoffer mocht worden gebroken. De Israëlieten moesten bij dit maal ook ongezuurd brood eten, hetgeen de noodzaak symboliseerde dat zij vrij van zonde zouden zijn, opdat zij God zouden mogen vereren. De bittere kruiden herinnerden de Hebreeën aan de bittere slavernij die hun voorvaders ervoeren in het land Egypte. Het Paasfeest zag vooruit naar de dag dat Israël tenslotte, en voor altijd, bevrijd zal zal zijn van zowel haar lichamelijke als geestelijke gebondenheid, welks vervulling mogelijk gemaakt werd door de offerdood van Christus (Luk.1:67-77; Joh.19:31-33; 1 Cor.5:7).

Toen het Paasmaal ten einde liep, en nadat Judas de zaal verlaten had, installeerde de Meester datgene wat bekend geworden is als de Maaltijd des Heren (Matt.26:17-28). Ongetwijfeld werd dit gedaan met de bedoeling aan te tonen dat de ongelovige nimmer deel zal hebben aan deze heilige instelling. De Heer had dit ogenblik ook gekozen om het Nieuwe Verbond te introduceren wat lang geleden door de profeten was aangekondigd. De belofte van het Nieuwe Verbond werd uitsluitend aan het Huis van Israel gegeven, wat dan alle geestelijke zegeningen met zich zou brengen. Lees toch in dit verband onder gebed de woorden van de profeet Jeremia:"Ziet, de dagen komen, spreekt de Here, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken" (Jer.31:31).

Enige van de Nieuw Testamentische zegeningen die Israël

uiteindelijk zal verwezenlijken in het toekomstige duizendjarig koninkrijk, zijn: God zal haar zonden vergeven op basis van het door Christus gestorte bloed (Matt.26:28). Op die dag zal Hij het gelovige Israël een nieuw hart geven wat oorzaak is dat zij vervuld wordt met de Heilige Geest (Ezech.36:26,27). Het Nieuwe Testament is daarom een onvoorwaardelijk Verbond waarin God Zijn uitverkoren volk zal bekrachtigen om gewillig te

gehoorzamen aan datgene wat van haar werd geëist onder het Oude Verbond (Jer.31:33).

Zoals we zullen zien, zelfs hoewel het Nieuwe Testament nimmer aan de heidenen werd beloofd, hebben wij de zegeningen ontvangen door genade. Deze conclusie is gebaseerd op Rom.15:27: "Want indien de heidenen hunner geestelijke goederen deelachtig zijn geworden, zo zijn zij ook schuldig hen van lichamelijke goederen te dienen." De apostel leert ons dan ook dat wij bekwame dienaars zullen zijn van het Nieuwe Testament (2 Cor.3:6). De betekenis hiervan kan niet worden overschat, en wel daarom - Christus heeft Zijn kostbaar bloed eenmaal voor allen gestort, in directe relatie met dit Verbond. Als wij hiermee geen verbinding hebben, dan moet Christus terugkomen om opnieuw te sterven voor de heidenen, hetgeen ondenkbaar is (Hebr.10:9,10).

Als zowel het Oude als het Nieuwe Testament gesloten werden met het Huis van Israël, dan kon dit onmogelijk de voornaamste indeling binnen Gods Woord zijn, waardoor de vraag rijst, Waar passen wij nu, als leden van de Gemeente, het Lichaam van Christus, in het beeld?

 

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011