|
HET WOORD DER WAARHEID
RECHT SNIJDEN
"Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen,
een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt." - 2
Tim.2:15
Het doel van deze studie is om de lezer te bevestigen in Gods
boodschap voor de Gemeente, het Lichaam van Christus,
gedurende deze tegenwoordige bedeling van Genade. De inhoud van dit boek is
ontwikkeld gedurende een tijdsduur van bijna 25 jaren, en wij bidden dat het
moge bijdragen tot meerdere vreugde in het Woord van God in diepere zin. Het
veranderde het leven van de auteur duidelijk toen hij voor het eerst tot
erkenning van het recht gesneden Woord kwam. De tijd daarvoor was de Bijbel een
gesloten boek dat meer vragen opwierp dan beantwoordde. Maar Goddank, wij kunnen
onze stem voegen bij velen uit de verleden en tegenwoordige tijd, dat de sleutel
die het heilig geheim ontsluit is: het Woord der waarheid recht snijden.
Misschien gaan we voor sommigen scheep voor een reis door
niet in kaart gebrachte wateren. Wij zullen echter al gauw zien dat de Apostel
Paulus de weg voor ons jaren geleden in kaart gebracht heeft. Omdat de Kerk in
het algemeen haar koers heeft verloren op de Zee van Verwarring, zal het Licht
van het heerlijk evangelie van genade allen veilig begeleiden die de
waarheid zoeken naar een duidelijker kennis van Gods wil. Wanneer we onze reis
samen beginnen, vragen we onze lezer om alle voor oordelende ideeën die een
hindernis kunnen blijken, op zij te zetten. Ons geloof moet rechtstreeks rusten
op wat God heeft geopenbaard; daarom is het ons eerlijk verlangen dat de lezer
een Bereer moge zijn en na zal gaan of deze dingen zo zijn (Hand.17:11).
HET WOORD RECHT SNIJDEN
De Heilige Geest legt grote nadruk op de noodzakelijkheid
van het recht snijden van het Woord der waarheid. Onze Here Zelf sneed de
Schriften recht toen Hij de synagoge in Nazareth binnenging, waar hij las uit
het Boek Jesaja:
"De Geest des Heren is op Mij, daarom heeft Hij Mij
gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om
te genezen, die gebroken zijn van hart; Om den gevangenen te prediken loslating,
en den blinden het gezicht, om den verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te
prediken het aangename jaar des Heren" (Jes.61:1,2 cf. Luk.4:16-20).
De Here sloot abrupt het boek, zonder het overige van de
profetie te lezen, dat vervolgt met, "...en de dag der wraak onzes Gods;
om alle treurigen te troosten...".
Natuurlijk deed Hij dit met bedoeling, omdat het eerste gedeelte van deze profetie vervuld werd voor
de ogen van Zijn toehoorders (Luk.4:21). Dit kon echter niet van het laatste
gedeelte gezegd worden, waarin wraak van God wordt aangekondigd gedurende de
toekomstige tijd van verdrukking en de duizendjarige verademing die
daarop zal volgen.
De nu volgende verklaring mag wellicht voor sommigen
schokkend zijn, maar is toch waar. "Onze God is een God van scheiding!"
In het begin scheidde Hij de wateren die onder het firmament waren van de
wateren die daarboven waren (Gen.1:7). God scheidde de wateren op de
aarde, en bracht het droge land te voorschijn (Gen.1:9-10). Op de vierde dag van
de schepping scheidde Hij de dag van de nacht (Gen.1:14). God onderwees
ons dat Zijn Woord recht moet worden gesneden als wij ooit de raad van
Zijn wil hopen te mogen verstaan.
De eerste vraag die men in dit verband zou kunnen stellen is:
Waar heeft God in Zijn Woord de voornaamste scheiding gemaakt? De
Kerkelijke traditie verklaart dat dit is tussen het Oude en Nieuwe Testament.
Het is voor niemand een vraag dat het Oude Testament begint met Genesis en
eindigt met Maleachi, en geschreven werd voor het volk Israel; of dat het
Nieuwe Testament van Mattheus tot en met Openbaring gericht is tot de
Gemeente, het Lichaam van Christus. Wij geloven
echter oprecht dat het tijd wordt dat dit traditionele inzicht dient te worden
onderzocht op basis van haar Schriftuurlijke onnauwkeurigheid. De Kerken zijn
net als schapen die de een na de ander een verkeerd pad gaan, hiervan het
slachtoffer geworden.
Het is moeilijk na te gaan wie als eerste de samenstelling
als Oud en Nieuw Testament heeft ingevoerd. Eén ding weten wij zeker, dat het
een door mensen gemaakte scheiding is. Wie er ook voor verantwoordelijk is
geweest, het staat vast, dat als we veronderstellen dat er een 400 jarige
periode was tussen Maleachi en Mattheus, bekend als de Inter testamentale
periode, dit de logische plaats is om de hoofdscheiding in Gods Woord te markeren.
Wij geloven dat deze theorie, hoe schijnbaar bepalend ook, een van de
belangrijkste aanwijzingen is in het Woord van God naar de
verkeerde kant, en eeuwendoor oorzaak is geweest van
ontstellende verwarring.
WAAR BEGINT HET OUDE TESTAMENT?
"Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult
gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle
volken, want de ganse aarde is Mijn; En gij zult Mij een priesterlijk
koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de
kinderen Israels spreken zult" (Ex.19:5,6).
De eerste verwijzing in onze Bijbels naar het Oude Testament
vinden we hier in Exodus 19:5. Dit betekent dat meer dan 2500 jaren
voorbijgegaan waren eer God aan Israel de Wet schonk. Uiteraard
was het Verbond of Testament waarnaar dikwijls wordt verwezen als de Wet, voorwaardelijk.
Met andere woorden, als Israel alle 613 geboden en verordeningen zou
nakomen, zou God haar zegenen en haar een bijzonder volk maken. In de loop van
de tijd werd één ding duidelijk: De Wet werd niet gegeven tot redding.
Zij werd eerder gegeven tot kennis van zonde (Rom.3:19,20). Gods uitverkoren
volk was al gauw dankbaar voor de mogelijkheid tot offeren, waarbij het de
vergeving van hun zonden kon verkrijgen.
Exodus hoofdstukken 19-23 zijn slechts voorlopige grondslagen
die leiden tot de werkelijke inwijding van het Oude Testament. Technisch
gezien lag de Wet niet bindend op het volk, totdat het werd gesticht door
de bloedstorting. Alle Verbonden Gods zijn bevestigd door bloed. Zie eens
naar de volgende Schriftpassage:
"En Mozes nam de helft van het bloed, en zette het in
bekkens; en de helft van het bloed sprengde hij op het altaar. En hij nam het
boek des verbonds, en hij las het voor de oren des volks; en zij zeiden: Al wat
de Here gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen. Toen nam Mozes dat
bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, dit is het bloed des
verbonds, het welk de Here met ulieden gemaakt heeft over al die woorden" (Ex.24:6-8).
Als dus het Oude Testament niet eerder begon dan in Ex.24,
tot wie werd het boek Genesis dan gericht? Het antwoord op deze vraag is
slechts een voorbeeld van de onmogelijkheden in de traditionele visie die door
de grote meerderheid van gelovigen wordt vastgehouden. Maar er is een dringender
vraag die veel meer onze ernstige aandacht verdient. Wanneer werd het Verbond
der Wet door God beëindigd? Zoals reeds eerder vermeld, houden de meeste het
ervoor dat het Oude Testament eindigde toen Maleachi het boek sloot dat zijn
naam draagt en zei, AMEN!! Hier moeten wij ons opnieuw afvragen: Wat zeggen de
Schriften?
"Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God
Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; opdat Hij
degenen, die onder de wet waren, verlossen zou..." (Gal.4:4,5).
Onder de leiding van de Heilige Geest openbaart de Apostel
Paulus door inspiratie, dat onze Heere Jezus Christus tijdens Zijn jaren op deze
aarde onder het Oude Testament leefde. Feitelijk was het voornaamste doel
van Christus' eerste komst, het verzoenen van degenen die hun leven lang in
gebondenheid aan de Wet van Mozes geleefd hadden. Als we een ogenblik terugkeren
naar de aardse bediening van Christus, dan zien we drie Schriftverzen
uit het evangelie naar Mattheus die de bovenstaande conclusie bevestigen
"Meent
niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet
gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen" (Matt.5:17).
Uit deze passage blijkt dat er in de dagen van Christus
mensen waren die Zijn motieven in twijfel trokken. Als de vrome Farizeeërs het
niet gevraagd hadden, dan zouden zij het zeker bij zichzelf gedacht hebben - De
instelling van de Wet van Mozes heeft meer dan 1500 jaren bestaan, hoe kan deze
man die beweert door God gezonden te zijn, nu deze vernietigen? Onze Here
ontwapende Zijn kritici, en door dit te doen leert Hij ons dat één van Zijn
opdrachten was om de Wet te vervullen, waaruit klaar blijkt dat Hij deze
letterlijk onderhield.
Melaatsheid was een nare ziekte in Bijbelse tijden waarvoor
mensen bevreesd waren. Naar de Wet was het de melaatse niet geoorloofd het
kampement van Israël te betreden zonder door de priester rein verklaard te zijn
(Lev.4:1-7). Kolonies van melaatsen werden gemeden als de pest, maar in het
geval dat zij dreigden in contact te komen met anderen riepen zij luid
"onrein, onrein, onrein!", hetgeen op zijn minst vernederend was. Onze
Heer daarentegen had medelijden met deze arme zielen; zo heelde Hij meerdere
keren hun krankheid. Eén zo'n geval vinden we in Matt.8:3,4:
"En Jezus,
de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd!
En terstond was hij van zijn melaatsheid gereinigd. En Jezus zeide tot hem: Zie
dat gij dit niemand zegt; maar ga heen, toon uzelven den priester, en offer de
gave, die Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis."
De aandachtige lezer zal toegeven dat het Oude Testament nog
steeds gold en goed was op het punt dat onze Heer de melaatse vertelde om zich
aan de priester te vertonen. Dit leert ons dat niet alleen Christus in
volstrekte gehoorzaamheid aan de Wet leefde; Hij verlangde dat anderen
ook zo zouden doen. Ons derde Schriftgedeelte vinden we in Matt.23:1-3 waar onze
Here, staande in de schaduw van het Kruis, waarschuwend de volgende ernstige
woorden uitsprak:
"Toen sprak Jezus tot de scharen en tot Zijn
discipelen, zeggende: De Schriftgeleerden en de Farizeën zijn gezeten op de
stoel van Mozes; Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en
doet dat, maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het en doen het
niet."
Moeten we nog meer zeggen? Wij geloven dat het juist gezegd
dat Mattheus, Markus, Lukas en Johannes Oud Testamentische
Geschriften zijn. Dit zal bij sommigen niet zo goed overkomen; niettemin is het
het ware getuigenis van de Heilige Schrift.
Overeenkomstig Col.2:14 vond de afschaffing van de Wet
plaats op de dag dat Christus stierf. Van goddelijke zijde werd het bewijsstuk,
volkomen voldoening van onze zonden, geleverd op Golgotha. Van menselijke zijde
echter zou het werkelijke bewijs dat voldoening ten volle was betaald, te
gelegener tijd worden aangetoond door het evangelie van Paulus (1 Tim.2:3-7).
Dit verklaart dan ook verder waarom de Wet na het Kruis bleef gehandhaafd,
terwijl wij weten dat zij geleidelijk haar heerschappij verloor door de
openbaring welke aan Paulus werd gegeven, die bevestigde dat de Wet had
afgedaan, opdat "genade zou heersen" (Rom.6:14). Het lied van
Philip Bliss, Eenmaal voor Allen, geeft de gedachte zo mooi weer:
"Vrij van de Wet - O zalige stand! Jezus heeft gebloed en er is nu
vergeving; Vervloekt door de Wet en gekwetst door de val, Genade verzoende, eens
en voor al!"
HET NIEUWE TESTAMENT
"En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het,
en gaf het hun zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet
dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks ook de drinkbeker na het avondmaal,
zeggende: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed, hetwelk voor u
vergoten wordt" (Luk.22:19,20).
In tegenstelling tot wat gewoonlijk wordt geloofd, begint het
Nieuwe Testament niet met Mattheus bij hoofdstuk 1 met de geboorte van Christus.
In werkelijkheid was het toen onze Heer voor Zijn grootste beproeving aan het
Kruis stond, dat Hij zei tot Zijn discipelen in de Bovenzaal, "Dit is
het Nieuwe Testament in Mijn bloed."
Het is belangrijk voor de lezer om hier, in het evangelie
naar Lukas, onderscheid te maken tussen het Laatste Avondmaal en de Maaltijd
des Heren. De Pesach-maaltijd, gewoonlijk genoemd het "Laatste
Avondmaal", werd eerst gevierd. Bovendien was dit een laatste daad die
onze Here deed in het vervullen van de gerechtigheid van het Oude Testament,
voordat het Nieuwe werd geïntroduceerd.
Strikt geordend naar de Wet moest Pesach gehouden worden op
de volgende wijze: Ten eerste, moest het Paaslam zonder vlek of rimpel zijn. Dan
moest het bloed van het lam worden uitgestort, hoewel geen been van het
slachtoffer mocht worden gebroken. De Israëlieten moesten bij dit maal ook
ongezuurd brood eten, hetgeen de noodzaak symboliseerde dat zij vrij van
zonde zouden zijn, opdat zij God zouden mogen vereren. De bittere kruiden
herinnerden de Hebreeën aan de bittere slavernij die hun voorvaders ervoeren in
het land Egypte. Het Paasfeest zag vooruit naar de dag dat Israël tenslotte, en
voor altijd, bevrijd zal zal zijn van zowel haar lichamelijke als geestelijke
gebondenheid, welks vervulling mogelijk gemaakt werd door de offerdood van
Christus (Luk.1:67-77; Joh.19:31-33; 1 Cor.5:7).
Toen het Paasmaal ten einde liep, en nadat Judas de zaal
verlaten had, installeerde de Meester datgene wat bekend geworden is als de Maaltijd
des Heren (Matt.26:17-28). Ongetwijfeld werd dit gedaan met de bedoeling aan
te tonen dat de ongelovige nimmer deel zal hebben aan deze heilige instelling.
De Heer had dit ogenblik ook gekozen om het Nieuwe Verbond te introduceren wat
lang geleden door de profeten was aangekondigd. De belofte van het Nieuwe
Verbond werd uitsluitend aan het Huis van Israel gegeven, wat dan alle geestelijke
zegeningen met zich zou brengen. Lees toch in dit verband onder gebed de woorden
van de profeet Jeremia:"Ziet, de dagen komen, spreekt de Here, dat Ik
met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal
maken" (Jer.31:31).
Enige van de Nieuw Testamentische zegeningen die Israël
uiteindelijk zal verwezenlijken in het toekomstige
duizendjarig koninkrijk, zijn: God zal haar zonden vergeven op basis van
het door Christus gestorte bloed (Matt.26:28). Op die dag zal Hij het
gelovige Israël een nieuw hart geven wat oorzaak is dat zij vervuld wordt
met de Heilige Geest (Ezech.36:26,27). Het Nieuwe Testament is daarom een onvoorwaardelijk
Verbond waarin God Zijn uitverkoren volk zal bekrachtigen om gewillig te
gehoorzamen aan datgene wat van haar werd geëist onder het
Oude Verbond (Jer.31:33).
Zoals we zullen zien, zelfs hoewel het Nieuwe Testament
nimmer aan de heidenen werd beloofd, hebben wij de zegeningen ontvangen door genade.
Deze conclusie is gebaseerd op Rom.15:27: "Want indien de heidenen hunner
geestelijke goederen deelachtig zijn geworden, zo zijn zij ook schuldig hen van
lichamelijke goederen te dienen." De apostel leert ons dan ook dat wij
bekwame dienaars zullen zijn van het Nieuwe Testament (2 Cor.3:6). De betekenis
hiervan kan niet worden overschat, en wel daarom - Christus heeft Zijn kostbaar
bloed eenmaal voor allen gestort, in directe relatie met dit Verbond. Als
wij hiermee geen verbinding hebben, dan moet Christus terugkomen om opnieuw te
sterven voor de heidenen, hetgeen ondenkbaar is (Hebr.10:9,10).
Als zowel het Oude als het Nieuwe Testament gesloten werden
met het Huis van Israël, dan kon dit onmogelijk de voornaamste indeling binnen
Gods Woord zijn, waardoor de vraag rijst, Waar passen wij nu, als leden van
de Gemeente, het Lichaam van Christus, in het beeld? |