|
É
É N D O O P
"Er
is...Één Heer, één geloof, één doop." -
Eph.4:5
Zij
die full-time in de dienst van de Heer staan, aarzelen niet met te erkennen dat er
grote verwarring heerst, als het gaat over de waterdoop. Dit wordt
heel duidelijk als we de verschillende inzichten beschouwen die in de vele
denominaties hierover bestaan. Bijvoorbeeld gelooft het Katholicisme, dat
doop de oerzonde afwast. De Lutheranen bestrijden dit, want zij leren dat
de dopeling daardoor een kind van het verbond wordt. De Christelijke Kerk houdt
het ervoor dat waterdoop nodig is tot redding. "Hou op", zegt de Baptist,
"Redding is door genade, door geloof; dopen is slechts een uiterlijk teken
van een innerlijk werk der genade."
De
verwarring wordt nog erger wanneer de discussie erover gaat of kleine kinderen
wel of niet moeten worden gedoopt. Presbyterianen en de Gereformeerden
zijn het erover eens dat dit behoort te geschieden, terwijl de Baptisten en
over het algemeen vele Evangelische, deze praktijk afwijzen en er
op staan dat alleen gelovigen deze ceremonie dienen te ondergaan. Verder is
men het overal oneens als het gaat over hoe het water daarbij moet
dienen.
De Gereformeerden verdedigen de gewoonte van besprenkeling, terwijl de Baptisten
en veel Evangelische dit bestrijden omdat zij geloven dat zij uit de
Schriften onderdompeling kunnen bewijzen. Veel Methodisten ontkennen
beide opvattingen op basis dat in het Oude Testament olie en bloed werd
uitgegoten en daarom uitgieten de goede manier is.
De Baptisten, die wellicht de kampioenen zijn als het gaat om de
waterceremonie, zijn het onderling zelfs oneens. Dit werd mij enige jaren
geleden duidelijk, toen ik nog diende als diaken bij de Baptisten. Iemand uit
onze familie, die een positie beklede in de samenkomst, ging verhuizen en wilde
in de loop van de tijd zich aansluiten bij de plaatselijke Baptistenkerk
in hun omgeving. Tot hun verdriet werd hun echter het lidmaatschap geweigerd.
In de nieuwe samenkomst werd vereist, dat zij driemaal onder water
zouden gaan: eenmaal in de naam van de Vader, eenmaal in de naam van de Zoon, en
eenmaal in de naam van de Heilige Geest.
Wij twijfelen er niet aan of al deze groepen oprecht zijn in hun overtuigingen
en het goed bedoelen in het gebruiken van het Woord van God om hun standpunten
te bevestigen. Maar er ontbreekt toch iets, want wij weten dat God niet
verwarring sticht, en toch heerst er verwarring (1 Cor.14:33). Heeft de Kerk dan
iets over het hoofd gezien bij het zoeken naar de waarheid? Verdrietig om het te
moeten zeggen, maar zij is de sleutel kwijtgeraakt die het heilig
geheimenis ontsluiert - namelijk het evangelie van Paulus. De vraag is niet of
er wel of geen waterdoop wordt geleerd in Gods Woord; allen stemmen
daarmee in. De eigenlijke kwestie is,
dient zij in deze bedeling van genade nog te worden toegepast? Zou
het mogelijk zijn dat God nooit bedoelde dat waterdoop in deze bedeling zou
worden toegepast? Dit zou zeker verklaren waarom er zoveel verwarring is in deze
zaak.
Om
Gods wil en gedachten in soortgelijke zaken te ontdekken onderzochten de Bereaers
dagelijks de Schriften, om te zien of deze dingen zo waren. Hun voorbeeld
volgend zullen we Hebr.9:10 openslaan.
DE BEDOELING VAN DE WATERDOOP
"Bestaande
alleen in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen en
rechtvaardigmakingen des vleses, tot op de tijd der verbetering opgelegd" (Hebr.9:10).
Om
te beginnen willen we de bedoeling van de waterdoop bespreken zoals deze werd
toegepast. Het thema van Hebr.9 is hoe de Oud Testamentische typen slechts
schaduwen waren van de werkelijkheid die wij nu in Christus genieten. De Apostel
Paulus leert ons hoe de Wet een aantal verordeningen bevatte die middelen
waren om God te aanbidden (Hebr.9:1). Eén van deze verordeningen, onder de Wet
op het volk van God gelegd, werd genoemd "verschillende dopen".
In een Griekse woordstudie zult u ontdekken dat het woord dopen in de
oorspronkelijke taal is, BAPTISMOS. Dienovereenkomstig openbaart de Heilige
Geest door de pen van Paulus, dat waterdoop één van de "verordeningen van
de heilige dienst" was. Dit betekent ook, dat in tegenstelling met wat in
het algemeen wordt geloofd, het ritueel van de doop niet begon bij
Johannes de Doper.
Na
het bovenstaande te hebben vastgesteld zullen we nu naar het Oude Testament
gaan, waar de Heer één van de eerste waterrituelen noemt.
"Dit
nu is de taak, die gij hun doen zult, om hen te heiligen, dat zij Mij het
priesterambt bedienen...gij zult Aäron en zijn zonen doen naderen aan de deur
van de tent der samenkomst; en gij zult hen met water wassen" (Ex.29:1,4).
God verordende onder de Wet dat de Levieten in het priesterambt werden
toegelaten, door hen tot de deur der tent van samenkomst te brengen en te
wassen, of te dopen in het openbaar vóór de gehele samenkomst. Voordat
zij de heilige dingen van God mochten toedienen was het duidelijk dat zij in het
openbaar tot hun functie werden verordend. Voor de rest van de
geschiedenis keren we ons echter naar Ex.19:6, waar aan Israel als volk werd
beloofd dat zij een koninkrijk van priesters zouden zijn.
"En
gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de
woorden, die gij tot de kinderen Israël spreken zult"
(Ex.19:6).
Als
we zo de loop der tijden langs gaan, vanaf het leven van Mozes tot aan de dagen
van Johannes de Doper, zien we dat Johannes Israël opriep tot bekering, opdat
zij toebereid zou worden om dat koninkrijk van priesters te worden,
waarnaar reeds 1500 jaren terug werd verwezen. Maar eerst moesten deze gelovige Israëlieten
met water gedoopt worden om hen in te leiden in het priesterschap.
Dit verklaart ook waarom heel Judea uitging om door Johannes te worden
gedoopt. Aangezien dopen door God vereist werd om hun geloof te uiten,
werd van hen die de doop afwezen gezegd, dat zij de raad van God tegen zichzelf
verwierpen, en zo in hun zonden verloren gingen (Mark.16:16; Luk. 7:28-30). In
dat toekomstige duizendjarig koninkrijk zullen alle Israëlieten priesters
zijn in de bediening van de dingen van God - dat is hun eerlijke verwachting.
Sta
mij toe te vragen: Ziet u er naar uit om één van de priesters van God te zijn
in de vestiging van het duizendjarig koninkrijk op aarde? Als een heiden die in
de eerste plaats schrijft aan heidenen in Gods tussengevoegde periode van
Genade, is onze hoop om met Christus in de hemelse gewesten te zijn, die
lichamelijk zal worden gerealiseerd bij de Opname. Omdat wij leden zijn
van het Lichaam van Christus is het bevel om te worden gedoopt om tot een
koninkrijk van priesters te behoren, voor ons vandaag niet geldend. Wij
zijn een nieuwe schepping in Christus Jezus met een hemelse hoop.
De
tweede reden waarom Johannes kwam om te dopen met water was, dat Christus het
middelpunt zou worden in de zaken die de mens betreffen.
"En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard
worden, daarom ben ik gekomen, dopende met het water" (Joh.1:31).
Elke keer dat Johannes bekeerde Israëlieten met water besprenkelde verklaarde
hij hun dat de Messias waarover de profeten van ouds gesproken hadden, gekomen
en in hun midden was (Ezech.36:25; Jes.52:15). Johannes was de voorloper van
Christus die de weg voor Hem toebereidde, zodat allen van het huis Israël zeker
zouden weten dat Jezus de Christus was, de Zoon van God.
Het
is zeker dat deze wijze van waterdoop niet kan worden toegepast om de eenvoudige
reden, dat Israël als volk terzijde gesteld is in ongeloof, en dat haar
Koning wordt afgewezen en nu een Koninklijke Banneling is (Rom.11:7,20, 26-32;
1 Petr.2:7,8; Eph.1:20,21).
Uiteindelijk
doopte Johannes in de Jordaans om Israël symbolisch van haar zonden te
reinigen.
"Johannes
was dopende in de woestijn, en predikende de doop der bekering tot vergeving van
zonden...en [zij] werden allen van hem gedoopt in de rivier de Jordaan,
belijdende hun zonden" (Mark.1:4,5).
Hun
onderwerping aan de ceremonie van de doop toonde aan dat zij zondaars waren,
schuldig aan breuk van hun verbondsrelatie met de Almachtige God. Zij
kwamen in menigten om hun zonden te laten afwassen, verlangende met God in het
reine te komen. Onder genade heeft de schaduw nu plaats gemaakt voor de
werkelijkheid van het volbrachte werk van Christus. Door de openbaring aan
Paulus begrijpen wij dat we vergeving van onze zonden hebben door het vergoten
bloed van Christus (Rom.3:25; Eph.1:7). Alle oceanen van water in de wereld
kunnen dan ook nooit één zonde afwassen. Te leren dat waterdoop vandaag
symbolisch zonde afwast is geringschatting van het verdienstelijk werk van
Christus op Golgotha.
Iedere
gelovige dient nederig te accepteren dat het onmogelijk is om deze
geboden tijdens de huidige bedeling van Genade te onderhouden. Laten wij ons
eerbiedig onderwerpen aan deze gezegende waarheid.
EEN NIEUWE BEDIENING
"Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het
evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van
Christus niet verijdeld worde" (1
Cor.1:17).
Het
kind van God zal nooit begrijpen dat waterdoop niet voor vandaag is, tenzij het
eerst tot het inzicht komt dat God een nieuw programma heeft ingesteld voor het
Lichaam van Christus. Zoals we hebben gezien, staat dit programma bekend als
het Geheimenis. Het is door verdergaande openbaringen aan de
Apostel Paulus duidelijk gemaakt, dat de verordening van waterdoop achterhaald
is door het volbrachte werk van Christus.
Geen
wonder dat Paulus verklaart: "Ik dank God, dat ik niemand van ulieden
gedoopt heb, dan Krispus en Gajus...Want Christus heeft mij niet gezonden om te
dopen," maar om het goede nieuws van Christus, en Die gekruisigd, te
verkondigen (1 Cor.1:14-17). Noch Petrus, Jakobus of Johannes, noch iemand
anders onder het koninkrijk programma, kon in deze zaak zeggen dat zij
"niet gezonden waren om te dopen". Volgens hun programma zou dit
hetzelfde zijn alsof zij zouden zeggen, "Ik dank God dat niemand van u
gered is". Want de Schriften zelf zetten onder de oude bedeling dopen voort
als een vereiste tot redding. Merk op, dat de Heilige Geest in Mark.16:16
verordineert: "Die geloofd zal hebben [dat Jezus is de Zoon van God
- Joh.20:32], en gedoopt zal zijn [tot vergeving der zonden - Mark.1:4,5]
zal [dan] zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd
worden."
God
wil niet dat wij ons geloof stellen op dode werken, die nooit redding bewerken.
Integendeel wil Hij dat wij in Christus vertrouwen, die de nieuwe en
levende Weg is. Het evangelie van Paulus trekt de sluier over ons verstand weg,
zodat we de rijkdommen van Gods Genade beginnen te waarderen, hoe God in
Christus de wereld met Zichzelf verzoende. Zoals het lied zo mooi zegt:
"Het is al op Golgotha geschied".
Maar,
zullen sommigen vragen, "Is water dan geen uitwendig teken van iets wat
inwendig plaats vindt?" Ik dacht dit vroeger ook, totdat mijn ogen geopend
werden voor het feit dat dit nergens in de Schriften wordt geleerd. Zou
het niet kunnen zijn dat veel argeloze heiligen de leringen en instellingen
van mensen gevolgd zijn? Traditie bindt veel mensen met handen en voeten aan een
religieus systeem dat hun verhindert tot de waarheid te komen.
Ons
werd verteld, "Maar Paulus werd gedoopt en doopte anderen, waar blijf je
dan?!" Paulus besneed ook; zouden wij in de wil van God zijn als wij
vandaag religieus zouden besnijden? Zeker niet! Toen begrepen werd dat deze
verordening vervuld werd in Christus is daarmee opgehouden, hetgeen een algemeen
geaccepteerd feit is (Col.2:11). Paulus stelde zich ook onder een Joodse
gelofte. Wie onder ons heeft niet geleerd dat dit met de komst van de genade
voorbij is? (Col.2:14). Paulus vertoonde evengoed wonderen en tekenen. Maar wie
zal ontkennen dat deze zijn verdwenen met de voortgang van de tegenwoordige
bedeling? (1 Cor.13:10; Col.1:25).
Waarom
wil de Kerk voor het grootste deel zo gaarne erkennen dat besnijdenis, Joodse
geloften en wondertekenen voorbij zijn met de oude bedeling, maar wel vasthouden
aan waterdoop? Het antwoord is erg eenvoudig: Het ligt in de natuur van de
mens om iets te willen doen. Laten we toch altijd denken aan de gezegende
waarheid dat genade de essentie is van redding, zonder ook maar iets
te doen (Rom.4:5; Eph.2:8,9; Tit.3:5).
"Uitgewist
hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk
enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve
aan het kruis genageld hebbende" (Col.2:14).
De
mesten zullen toegeven dat waterdoop een verordening is waarover
nauwelijks wordt gedisputeerd. Als dit zo is, en dat geloven wij, dan heeft dat
wat Christus op Golgotha volbracht, het ritueel van de waterdoop weggedaan of
terzijde geschoven. Wat zou u verkiezen als u moest sterven, een mooie
afbeelding van een smakelijk diner of het werkelijke? Dank zij God dat
wij feesten met de rijkdommen van Zijn Genade.
IDENTIFICATIE
"Of
weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn
dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat,
gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders,
alzo ook wij in nieuwheid des levens wandelen zouden (Rom.6:3).
De
leer van identificatie is eveneens een unieke aangelegenheid in de
Paulinische openbaring. Ons wordt hier in Rom.6 geleerd dat wij "gedoopt
zijn in Jezus Christus". Dit is uiteraard onze geestelijke doop in
Christus en dan ook de éne doop waarvan in Eph.4:5 sprake is. De
bedoeling van deze doop is
99.tweevoudig:
1.
Zij plaatst ons in het Lichaam van Christus waar we met Hem één worden.
Zo zijn wij dan verbonden aan een organisme dat een gezamenlijke bron van leven
heeft, en dat leven is Christus. Omdat we op deze manier geïdentificeerd zijn
met Christus, zijn alle gelovigen op deze wijze door dezelfde Geest
gedoopt. Allen kunnen uit dezelfde Geest zich laten vullen en allen delen
dezelfde hoop, welke is Christus (Gal.2:20; 1 Cor.12:13,27).
2.
Wij zijn eveneens geïdentificeerd met Christus' dood, begrafenis en
opstanding. Toen onze Redder aan het kruis hing werd onze oude mens met Hem
gekruisigd. Zijn dood was onze dood. Zo voltrok God een geestelijke besnijdenis
aan het kruis, wat precies is wat de apostel zegt, "In Welken gij ook
besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking
van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus"
(Col.2:11). Besnijdenis betekent wegsnijden. Toen Christus afgesneden werd op
Golgotha, werd het lichaam van onze zonden of de oude mens eveneens afgesneden.
Wat
God betreft, werd de oude mens met Christus begraven in het graf van Jozef van
Arimathea om nooit meer iets van te horen. En die glorieuze morgen toen Christus
uit de doden opstond verrees onze nieuwe mens met Hem. Deze geestelijke
doop is Gods werk en heeft absoluut niets te doen met een waterceremonie
(Col.2:12,13). Wij zijn volmaakt in Christus tot eer van Zijn glorie!
Omdat
dit een positionele waarheid is, hebben wij het recht, ja, de
verantwoordelijkheid om God op Zijn Woord te nemen en deze plaats in te nemen
en de zegeningen ons toe te eigenen. Als we begrijpen waarin wij ons in
Christus' positie verheugen, dan zal dit zich uiten in het verlangen om een
goddelijk leven te leiden. Wij dienen onszelf "dood te verklaren voor de
zonde, maar levend voor God..."
AMAZING GRACE!
"Amazing
grace! how sweet the sound That saved a wretch like me!
I once was lost, but now am found, Was blind, but now I see.
" 'Twas grace that taught my heart to fear,
And grace my fears relieved;
How precious did that grace appear
The hour I first believed!
"Through many dangers, toils and snares,
I have already come;
'Tis grace that brought me safe thus far,
And grace will lead me home."
- John Newton
VERBAZENDE GENADE!
"Verbazende genade! Welk lieflijk geluid
Redde mijn hopeloos wrak!
Ik was schier vergaan, maar nu ben 'k gered,
'K was blind maar nu kan ik zien.
Het was genade wat mijn hart deed vrezen,
En genade die mij ervan bevrijdde;
Hoe kostelijk verscheen toch genade
Op 't uur dat ik voor 't eerst geloofde!
"Door veel gevaren, storm en ongeluk
Ben ik reeds heen gekomen;
Het was genade die mij telkens terecht bracht,
En genade die mij thuis zal brengen".
|