De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

 

É É N   D O O P

 

"Er is...Één Heer, één geloof, één doop."                                 - Eph.4:5

 Zij die full-time in de dienst van de Heer staan, aarzelen niet met te erkennen dat er grote verwarring heerst, als het gaat over de waterdoop. Dit wordt heel duidelijk als we de verschillende inzichten beschouwen die in de vele denominaties hierover bestaan. Bijvoorbeeld gelooft het Katholicisme, dat doop de oerzonde afwast. De Lutheranen bestrijden dit, want zij leren dat de dopeling daardoor een kind van het verbond wordt. De Christelijke Kerk houdt het ervoor dat waterdoop nodig is tot redding. "Hou op", zegt de Baptist, "Redding is door genade, door geloof; dopen is slechts een uiterlijk teken van een innerlijk werk der genade."

 De verwarring wordt nog erger wanneer de discussie erover gaat of kleine kinderen wel of niet moeten worden gedoopt. Presbyterianen en de Gereformeerden zijn het erover eens dat dit behoort te geschieden, terwijl de Baptisten en over het algemeen vele Evangelische, deze praktijk afwijzen en er op staan dat alleen gelovigen deze ceremonie dienen te onder­gaan. Verder is men het overal oneens als het gaat over hoe het water daarbij moet dienen­. De Gereformeerden verdedigen de gewoonte van besprenkeling, terwijl de Baptisten en veel Evangelische dit bestrijden omdat zij geloven dat zij uit de Schriften onderdompeling kunnen bewijzen. Veel Methodisten ontkennen beide opvattingen op basis dat in het Oude Testament olie en bloed werd uitgegoten en daarom uitgieten de goede manier is.

De Baptisten, die wellicht de kampioenen zijn als het gaat om de waterceremonie, zijn het onderling zelfs oneens. Dit werd mij enige jaren geleden duidelijk, toen ik nog diende als diaken bij de Baptisten. Iemand uit onze familie, die een positie beklede in de samenkomst, ging verhuizen en wilde in de loop van de tijd zich aansluiten bij de plaatselijke Baptistenkerk in hun omgeving. Tot hun verdriet werd hun echter het lidmaatschap geweigerd. In de nieuwe samenkomst werd vereist, dat zij driemaal onder water zouden gaan: eenmaal in de naam van de Vader, eenmaal in de naam van de Zoon, en eenmaal in de naam van de Heilige Geest.

  Wij twijfelen er niet aan of al deze groepen oprecht zijn in hun over­tuigingen en het goed bedoelen in het gebruiken van het Woord van God om hun standpunten te bevestigen. Maar er ontbreekt toch iets, want wij weten dat God niet verwarring sticht, en toch heerst er verwarring (1 Cor.14:33). Heeft de Kerk dan iets over het hoofd gezien bij het zoeken naar de waarheid? Verdrietig om het te moeten zeggen, maar zij is de sleutel kwijtgeraakt die het heilig geheimenis ontsluiert - namelijk het evangelie van Paulus. De vraag is niet of er wel of geen waterdoop wordt geleerd in Gods Woord; allen stemmen daarmee in. De eigenlijke kwestie is, dient zij in deze bedeling van genade nog te worden toegepast? Zou het mogelijk zijn dat God nooit bedoelde dat water­doop in deze bedeling zou worden toegepast? Dit zou zeker verklaren waarom er zoveel verwarring is in deze zaak.

 Om Gods wil en gedachten in soortgelijke zaken te ontdekken onderzoch­ten de Bereaers dagelijks de Schriften, om te zien of deze dingen zo waren. Hun voorbeeld volgend zullen we Hebr.9:10 openslaan.

DE BEDOELING VAN DE WATERDOOP

"Bestaande alleen in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen en rechtvaardigmakingen des vleses, tot op de tijd der verbetering opgelegd" (Hebr.9:10).

 Om te beginnen willen we de bedoeling van de waterdoop bespreken zoals deze werd toegepast. Het thema van Hebr.9 is hoe de Oud Testamen­tische typen slechts schaduwen waren van de werkelijkheid die wij nu in Christus genieten. De Apostel Paulus leert ons hoe de Wet een aantal veror­deningen bevatte die middelen waren om God te aanbidden (Hebr.9:1). Eén van deze verordeningen, onder de Wet op het volk van God gelegd, werd genoemd "verschillende dopen". In een Griekse woordstudie zult u ontdekken dat het woord dopen in de oorspronkelijke taal is, BAPTISMOS. Dienovereenkomstig openbaart de Heilige Geest door de pen van Paulus, dat waterdoop één van de "verordeningen van de heilige dienst" was. Dit betekent ook, dat in tegenstel­ling met wat in het algemeen wordt geloofd, het ritueel van de doop niet begon bij Johannes de Doper.

 Na het bovenstaande te hebben vastgesteld zullen we nu naar het Oude Testament gaan, waar de Heer één van de eerste waterrituelen noemt.

 "Dit nu is de taak, die gij hun doen zult, om hen te heiligen, dat zij Mij het priesterambt bedienen...gij zult Aäron en zijn zonen doen naderen aan de deur van de tent der samenkomst; en gij zult hen met water wassen" (Ex.29:1,4).

  God verordende onder de Wet dat de Levieten in het priesterambt werden toegelaten, door hen tot de deur der tent van samenkomst te brengen en te wassen, of te dopen in het openbaar vóór de gehele samenkomst. Voordat zij de heilige dingen van God mochten toedienen was het duidelijk dat zij in het openbaar tot hun functie werden verordend. Voor de rest van de geschiedenis keren we ons echter naar Ex.19:6, waar aan Israel als volk werd beloofd dat zij een koninkrijk van priesters zouden zijn.

 "En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israël spreken zult" (Ex.19:6).        

 Als we zo de loop der tijden langs gaan, vanaf het leven van Mozes tot aan de dagen van Johannes de Doper, zien we dat Johannes Israël opriep tot bekering, opdat zij toebereid zou worden om dat koninkrijk van priesters te worden, waarnaar reeds 1500 jaren terug werd verwezen. Maar eerst moesten deze gelovige Israëlieten met water gedoopt worden om hen in te leiden in het priesterschap. Dit verklaart ook waarom heel Judea uitging om door Johannes te worden gedoopt. Aangezien dopen door God vereist werd om hun geloof te uiten, werd van hen die de doop afwezen gezegd, dat zij de raad van God tegen zichzelf verwierpen, en zo in hun zonden verloren gingen (Mark.16:16; Luk.­ 7:28-30). In dat toekomstige duizendjarig koninkrijk zullen alle Israëlieten priesters zijn in de bediening van de dingen van God - dat is hun eerlijke verwachting.

 Sta mij toe te vragen: Ziet u er naar uit om één van de priesters van God te zijn in de vestiging van het duizendjarig koninkrijk op aarde? Als een heiden die in de eerste plaats schrijft aan heidenen in Gods tussengevoegde periode van Genade, is onze hoop om met Christus in de hemelse gewesten te zijn, die lichamelijk zal worden gerealiseerd bij de Opname. Omdat wij leden zijn van het Lichaam van Christus is het bevel om te worden gedoopt om tot een koninkrijk van priesters te behoren, voor ons vandaag niet geldend. Wij zijn een nieuwe schepping in Christus Jezus met een hemelse hoop.

 De tweede reden waarom Johannes kwam om te dopen met water was, dat Christus het middelpunt zou worden in de zaken die de mens betreffen.

  "En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom ben ik gekomen, dopende met het water" (Joh.1:31).

  Elke keer dat Johannes bekeerde Israëlieten met water besprenkelde verklaarde hij hun dat de Messias waarover de profeten van ouds gesproken hadden, gekomen en in hun midden was (Ezech.36:25; Jes.52:15). Johannes was de voorloper van Christus die de weg voor Hem toebereidde, zodat allen van het huis Israël zeker zouden weten dat Jezus de Christus was, de Zoon van God.

 Het is zeker dat deze wijze van waterdoop niet kan worden toegepast om de eenvoudige reden, dat Israël als volk terzijde gesteld is in ongeloof, en dat haar Koning wordt afgewezen en nu een Koninklijke Banneling is (Rom.11:7,20, ­26-32; 1 Petr.2:7,8; Eph.1:20,21).

 Uiteindelijk doopte Johannes in de Jordaans om Israël symbolisch van haar zonden te reinigen.

 "Johannes was dopende in de woestijn, en predikende de doop der bekering tot vergeving van zonden...en [zij] werden allen van hem gedoopt in de rivier de Jordaan, belijdende hun zonden" (Mark.1:4,5).

 Hun onderwerping aan de ceremonie van de doop toonde aan dat zij zondaars waren, schuldig aan breuk van hun verbondsrelatie met de Almach­tige God. Zij kwamen in menigten om hun zonden te laten afwassen, verlan­gende met God in het reine te komen. Onder genade heeft de schaduw nu plaats gemaakt voor de werkelijkheid van het volbrachte werk van Christus. Door de openbaring aan Paulus begrijpen wij dat we vergeving van onze zonden hebben door het vergoten bloed van Christus (Rom.3:25; Eph.1:7). Alle oceanen van water in de wereld kunnen dan ook nooit één zonde afwassen. Te leren dat waterdoop vandaag symbolisch zonde afwast is geringschatting van het verdienstelijk werk van Christus op Golgotha.

 Iedere gelovige dient nederig te accepteren dat het onmogelijk is om deze geboden tijdens de huidige bedeling van Genade te onderhouden. Laten wij ons eerbiedig onderwerpen aan deze gezegende waarheid.

EEN NIEUWE BEDIENING

  "Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde" (1 Cor.1:17).

Het kind van God zal nooit begrijpen dat waterdoop niet voor vandaag is, tenzij het eerst tot het inzicht komt dat God een nieuw programma heeft ingesteld voor het Lichaam van Christus. Zoals we hebben gezien, staat dit programma bekend als het Geheimenis. Het is door verdergaande openbaringen aan de Apostel Paulus duidelijk gemaakt, dat de verordening van waterdoop achterhaald is door het volbrachte werk van Christus.

Geen wonder dat Paulus verklaart: "Ik dank God, dat ik niemand van ulieden gedoopt heb, dan Krispus en Gajus...Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen," maar om het goede nieuws van Christus, en Die gekruisigd, te verkondigen (1 Cor.1:14-17). Noch Petrus, Jakobus of Johannes, noch iemand anders onder het koninkrijk programma, kon in deze zaak zeggen dat zij "niet gezonden waren om te dopen". Volgens hun programma zou dit hetzelfde zijn alsof zij zouden zeggen, "Ik dank God dat niemand van u gered is". Want de Schriften zelf zetten onder de oude bedeling dopen voort als een vereiste tot redding. Merk op, dat de Heilige Geest in Mark.16:16 verordineert: "Die geloofd zal hebben [dat Jezus is de Zoon van God - Joh.20:32], en gedoopt zal zijn [tot vergeving der zonden - Mark.1:4,5] zal [dan] zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden."

God wil niet dat wij ons geloof stellen op dode werken, die nooit redding bewerken. Integendeel wil Hij dat wij in Christus vertrouwen, die de nieuwe en levende Weg is. Het evangelie van Paulus trekt de sluier over ons verstand weg, zodat we de rijkdommen van Gods Genade beginnen te waarderen, hoe God in Christus de wereld met Zichzelf verzoende. Zoals het lied zo mooi zegt: "Het is al op Golgotha geschied".

Maar, zullen sommigen vragen, "Is water dan geen uitwendig teken van iets wat inwendig plaats vindt?" Ik dacht dit vroeger ook, totdat mijn ogen ge­opend werden voor het feit dat dit nergens in de Schriften wordt geleerd. Zou het niet kunnen zijn dat veel argeloze heiligen de leringen en instellin­gen van mensen gevolgd zijn? Traditie bindt veel mensen met handen en voeten aan een religieus systeem dat hun verhindert tot de waarheid te komen.

Ons werd verteld, "Maar Paulus werd gedoopt en doopte anderen, waar blijf je dan?!" Paulus besneed ook; zouden wij in de wil van God zijn als wij vandaag religieus zouden besnijden? Zeker niet! Toen begrepen werd dat deze verordening vervuld werd in Christus is daarmee opgehouden, hetgeen een algemeen geaccepteerd feit is (Col.2:11). Paulus stelde zich ook onder een Joodse gelofte. Wie onder ons heeft niet geleerd dat dit met de komst van de genade voorbij is? (Col.2:14). Paulus vertoonde evengoed wonderen en tekenen. Maar wie zal ontkennen dat deze zijn verdwenen met de voortgang van de tegenwoordige bedeling? (1 Cor.13:10; Col.1:25).

Waarom wil de Kerk voor het grootste deel zo gaarne erkennen dat besnijdenis, Joodse geloften en wondertekenen voorbij zijn met de oude bedeling, maar wel vasthouden aan waterdoop? Het antwoord is erg een­voudig: Het ligt in de natuur van de mens om iets te willen doen. Laten we toch altijd denken aan de gezegende waarheid dat genade de essentie is van redding, zonder ook maar iets te doen (Rom.4:5; Eph.2:8,9; Tit.3:5).

"Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettin­gen bestaande, hetwelk enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende" (Col.2:14).

 De mesten zullen toegeven dat waterdoop een verordening is waarover nauwelijks wordt gedisputeerd. Als dit zo is, en dat geloven wij, dan heeft dat wat Christus op Golgotha volbracht, het ritueel van de waterdoop weggedaan of terzijde geschoven. Wat zou u verkiezen als u moest sterven, een mooie afbeelding van een smakelijk diner of het werkelijke? Dank zij God dat wij feesten met de rijkdommen van Zijn Genade.

   IDENTIFICATIE

 "Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwheid des levens wandelen zouden (Rom.6:3).

De leer van identificatie is eveneens een unieke aangelegenheid in de Paulinische openbaring. Ons wordt hier in Rom.6 geleerd dat wij "gedoopt zijn in Jezus Christus". Dit is uiteraard onze geestelijke doop in Christus en dan ook de éne doop waarvan in Eph.4:5 sprake is. De bedoeling van deze doop is             99.tweevoudig:

1. Zij plaatst ons in het Lichaam van Christus waar we met Hem één worden. Zo zijn wij dan verbonden aan een organisme dat een gezamenlijke bron van leven heeft, en dat leven is Christus. Omdat we op deze manier geïdentificeerd zijn met Christus, zijn alle gelovigen op deze wijze door dezelfde Geest gedoopt. Allen kunnen uit dezelfde Geest zich laten vullen en allen delen dezelfde hoop, welke is Christus (Gal.2:20; 1 Cor.12:13,27).

 2. Wij zijn eveneens geïdentificeerd met Christus' dood, begrafenis en opstanding. Toen onze Redder aan het kruis hing werd onze oude mens met Hem gekruisigd. Zijn dood was onze dood. Zo voltrok God een geestelijke besnijdenis aan het kruis, wat precies is wat de apostel zegt, "In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrek­king van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus" (Col.2:11). Besnijdenis betekent wegsnijden. Toen Christus afgesneden werd op Golgotha, werd het lichaam van onze zonden of de oude mens eveneens afgesneden.

 Wat God betreft, werd de oude mens met Christus begraven in het graf van Jozef van Arimathea om nooit meer iets van te horen. En die glorieuze morgen toen Christus uit de doden opstond verrees onze nieuwe mens met Hem. Deze geestelijke doop is Gods werk en heeft absoluut niets te doen met een waterceremonie (Col.2:12,13). Wij zijn volmaakt in Christus tot eer van Zijn glorie!

 Omdat dit een positionele waarheid is, hebben wij het recht, ja, de verantwoordelijkheid om God op Zijn Woord te nemen en deze plaats in te nemen en de zegeningen ons toe te eigenen. Als we begrijpen waarin wij ons in Christus' positie verheugen, dan zal dit zich uiten in het verlangen om een goddelijk leven te leiden. Wij dienen onszelf "dood te verklaren voor de zonde, maar levend voor God..."

  AMAZING GRACE!

"Amazing grace! how sweet the sound That saved a wretch like me!

I once was lost, but now am found, Was blind, but now I see.

" 'Twas grace that taught my heart to fear,

And grace my fears relieved;

How precious did that grace appear

The hour I first believed!

"Through many dangers, toils and snares,

I have already come;

'Tis grace that brought me safe thus far,

And grace will lead me home."     -  John Newton

 

  VERBAZENDE GENADE!

 "Verbazende genade! Welk lieflijk geluid

  Redde mijn hopeloos wrak!

  Ik was schier vergaan, maar nu ben 'k gered,

  'K was blind maar nu kan ik zien.

  Het was genade wat mijn hart deed vrezen,

   En genade die mij ervan bevrijdde;

   Hoe kostelijk verscheen toch genade

  Op 't uur dat ik voor 't eerst geloofde!

  "Door veel gevaren, storm en ongeluk

   Ben ik reeds heen gekomen;

   Het was genade die mij telkens terecht bracht,

   En genade die mij thuis zal brengen".

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011