|
Inzicht
in het “recht snijden” van het Woord der waarheid
Van
de website: www.bereanworkman.com
“Benaarstig u, om uzelven
Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd
wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt” (2Tim.2:15).
Het “recht snijden” van het Woord
der waarheid betekent het dispensationeel (naar de bedelingen)
bestuderen van het Woord van God.
Wat betekent het
“recht snijden”?
“11- Daarom gedenkt, dat gij, die
eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd
werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die
met handen geschiedt; 12- Dat gij in dien tijd waart zonder
Christus, vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen
van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in
de wereld. 13- Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die
eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus”
(Ef.2:11-13).
“Opdat
Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden
rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in
Christus Jezus” (Ef.2:7).
Tijdsindeling.
---“EERTIJDS” werd er
verschil gemaakt tussen besnedenen en onbesnedenen – de middelmuur
des afscheidsels (Ef.2:14).
---“MAAR NU” de middelmuur
des afscheidsels is weggedaan, er is nu geen verschil meer tussen
besnedenen onbesnedenen.
---“DE TOEKOMENDE EEUWEN”
Als God zijn plan, dat begonnen is met “eertijds” en “maar nu” tot
voltooiing brengt.
Merk op dat het tijdsbestek is
opgedeeld in: “verleden”, “heden” en “toekomst”.
Als u de Bijbel bestudeert naar de
bedelingen, dan bestudeert u letterlijk een tijddiagram. U
bestudeert en maakt onderscheid tussen de verschillende programma’s
die God heeft toebedeeld aan verschillende mensen in verschillende
eeuwen.
EERTIJDS.
Eertijds was er onderscheid en
afscheiding tussen de besnedenen en de onbesnedenen. Wanneer u leest
dat het handelen van God gebaseerd is op dat onderscheid en
afscheiding, dan heeft u te maken met “eertijds”.
Het resultaat van deze scheiding was
dat de onbesnedenen zonder Christus waren, zonder God en zonder
hoop. Dit was het geval omdat God aan Israël een speciale status had
gegeven, en het teken van die status was de besnijdenis.
“3- Toen viel Abram op zijn
aangezicht, en God sprak met hem, zeggende: 4- Mij aangaande , zie,
Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der
volken worden! 5- En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram;
maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een
vader van menigte der volken. 6- En Ik zal u gans zeer vruchtbaar
maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u
voortkomen. 7- En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en
tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig
verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. 8- En Ik zal u,
en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het
gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een
God zijn. 9- Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond
houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten. 10- Dit is Mijn
verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij, en tussen u,
en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden
worde. 11- En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat
zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u. 12-
Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat
mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de
gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad; 13-
De ingeborene van uw huis, en de gekochte met uw geld zal zekerlijk
besneden worden; en Mijn verbond zal zijn in ulieder vlees, tot een
eeuwig verbond. 14- En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende,
wiens voorhuids vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal
uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken”
(Gen.17:3-14).
De besnijdenis had een speciaal
doel, het was de middelmuur des afscheidsels dat werd opgericht,
iemand was besneden of niet besneden.
Als we over Abraham lezen dan leren
we dat hij, voordat hij werd besneden, hij alreeds een zaad had (Ismaël)
maar het was een verkeerd soort zaad want het was iets dat Abraham
had voortgebracht door het vlees.
God had gezegd dat Abraham een zaad
zou voortbrengen met wie het verbond zou worden gemaakt. God zou een
muur oprichten tussen het zaad van het vlees en het zaad van Zijn
verbond. Besnijdenis was een teken van het verbond dat God met
Abraham maakte.
Merk vers 13 op: “en Mijn verbond
zal zijn in ulieder
vlees, tot een eeuwig verbond”.
Vergelijk dit nu met Ef.2:11
“Daarom
gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees,
en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn
besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt”.
De besnijdenis in het vlees werd met
handen gedaan. Eertijds werd de besnijdenis in het vlees door mensen
gedaan.
Hoe God eertijds
handelde met mensen.
“3
En Mozes klom op tot God. En de HEERE riep tot hem van den berg,
zeggende: Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den
kinderen Israels verkondigen: 4- Gijlieden hebt gezien, wat Ik den
Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden
gedragen, en u tot Mij gebracht heb. 5- Nu dan, indien gij
naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden,
zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde
is Mijn; 6- En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een
heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen
Israels spreken zult” (Ex.19:3-6).
Eertijds
handelde God met mensen op basis van gehoorzaamheid, of
ongehoorzaamheid, aan hetgeen God hen op had gedragen. Het was
gebaseerd op de voorwaardelijke uitspraak: “Als u zult
luisteren……dan….”.
Als Israël God zou gehoorzamen dan
zou Israël een heilige natie zijn, een koninkrijk van priesters. Het
was voor dit doel dat Israël apart was gezet van de andere naties.
God formeerde de natie Israël om een koninkrijk van priesters te
zijn, om Zijn koninkrijks volk te zijn op aarde.
God
heeft een plan voor hemel en aarde.
“1-
In den beginne schiep God den hemel en de aarde. 2- De aarde nu was
woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods
zweefde op de wateren” (Gen.1:1-2).
Van Gen.1:2 tot Hand.7 lezen we
over Gods doel op aarde. Het doel op de aarde was gericht op het
zaad van de vrouw. “En
er zal een Verlosser tot Sion komen, namelijk voor hen, die zich
bekeren van de overtreding in Jakob, spreekt de HEERE” (Jes.59:20).
“1-
Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des
HEEREN gaat over u op. 2- Want zie, de duisternis zal de aarde
bedekken, en donkerheid de volken; doch over u zal de HEERE opgaan,
en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. 3- En de heidenen
zullen tot uw licht gaan, en koningen tot den glans, die u is
opgegaan” (Jes.60:1-3).
“Doch
gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes
Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun
heerlijkheid zult gij u roemen” (Jes.61:6).
“Alzo
zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat
tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja,
de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen
met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden
is” (Zach.8:23).
Op de Pinksterdag, werden degenen
die in de opperzaal aanwezig waren, gedoopt met de Heilige Geest,
waardoor ze allen in andere talen spraken.
“En zij werden allen vervuld met den
Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de
Geest hun gaf uit te spreken” (Hand.2:4).
Jesaja geeft ons de reden voor de
noodzaak van de talen. Als Israël een natie van priesters wordt,
zullen er mensen tot hun komen die een andere taal spreken.
“1
Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft over Juda en
Jeruzalem. 2- En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat
de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der
bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven
zullen alle heidenen toevloeien. 3- En vele volken zullen heengaan
en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het
huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat
wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en
des HEEREN woord uit Jeruzalem” (Jes.2:1-3).
In de toekomende eeuwen zal
God de naties, op de aarde, zegenen door Israël. De naties van de
aarde zullen God leren kennen vanwege het functioneren van de natie
Israël op aarde, Deut.4:5-8
“5 Ziet, ik heb u geleerd de
inzettingen en rechten, gelijk als de HEERE, mijn God, mij geboden
heeft; opdat gij alzo doet in het midden des lands, waar gij naar
toe gaat, om het te erven. 6- Behoudt ze dan, en doet ze; want dat
zal uw wijsheid en uw verstand zijn voor de ogen der volken, die al
deze inzettingen horen zullen, en zeggen: Dit grote volk alleen is
een wijs en verstandig volk! 7- Want wat groot volk is er, hetwelk
de goden zo nabij zijn als de HEERE, onze God, zo dikwijls als wij
Hem aanroepen? 8- En wat groot volk is er, dat zo rechtvaardige
inzettingen en rechten heeft, als deze ganse wet is, die ik heden
voor uw aangezicht geef?”
Johannes de Doper roept Israël tot
bekering.
“1 En in die dagen kwam Johannes de
Doper, predikende in de woestijn van Judea, 2- En zeggende: Bekeert
u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen” (Matth.3:1-2).
Waarom moesten ze zich bekeren?
Omdat Israël zich niet hield aan het verbond, zie Ex.19:5-6: “5
Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en
Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle
volken, want de ganse aarde is Mijn; 6- En gij zult Mij
een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de
woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult”.
In Deuteronomium 28 lezen we van de
zegeningen die ze kregen als ze gehoorzaamden en we lezen van de
vloeken die ze kregen als ze niet gehoorzaamden. Israël was in een
staat van ongehoorzaamheid aan het verbond dat God had gemaakt met
Abraham en zijn zaad. Johannes vertelde Israël dat ze zich moesten
bekeren omdat het koninkrijk nabij was, dat is het begin van de tijd
waarin Israël een natie van priesters zou worden. Het is welhaast de
tijd dat God Zijn koninkrijk wil oprichten op aarde.
Het toebereiden van Gods Koninkrijk
op aarde.
--Daniël 2:44 – De God des hemel zal
een Koninkrijk verwekken.
“Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een
Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord
worden; en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten
worden; het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar
zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan” (Daniël 2:44).
Deuteronomium 11:21 - gelijk de
dagen des hemels op de aarde.“Opdat
uw dagen, en de dagen uwer kinderen, in het land, dat de HEERE uw
vaderen gezworen heeft hun te geven, vermenigvuldigen, gelijk de
dagen des hemels op de aarde” (Deut.11:21).
Mattheüs
3:4-6 – allen werden door Johannes gedoopt.
4- En dezelve Johannes had zijn
kleding van kemelshaar, en een lederen gordel om zijn lenden; en
zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig. 5- Toen is tot hem
uitgegaan Jeruzalem en geheel Judea, en het gehele land rondom de
Jordaan; 6- En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun
zonden” (Matth.3:4-6).
Markus 1:4 – Johannes predikte de
doop van bekering tot vergeving der zonden. “Johannes
was dopende in de woestijn, en predikende den doop der bekering tot
vergeving der zonden” (Mark.1:4).
Ezechiël 36:25 – Gereinigd door hen
te sprengen met rein water.
“Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van
al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen”
(Ez.36:25).
Handelingen 13:24 – Johannes
predikte de doop der bekering aan alle Israëlieten.
“Als Johannes eerst al den volke Israels voor Zijn aankomst,
gepredikt had den doop der Bekering” (Hand.13:24).
Exodes 29:4; Leviticus 8:6 – De
ordening om priester te worden was (1) wassen met water, (2)
gereinigt en apart gezet.
“Alsdan zult gij Aaron en zijn zonen doen naderen aan de deur van de
tent der samenkomst; en gij zult hen met water wassen” (Ex.29:4).
“En Mozes deed Aaron en zijn zonen naderen, en wies hen met dat
water” (Lev.8:6).
Mattheüs 3:7 – De toorn van God zal
komen voordat Zijn koninkrijk op aarde zal worden opgericht. Het
doel van de toorn van God is om de opstandigen uit te zuiveren.
“Hij dan, ziende velen van de Farizeen en Sadduceen tot zijn doop
komen, sprak tot hen: Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen
te vlieden van den toekomenden toorn?” (Matth.3:7).
Mattheüs 4:17 – Jezus predikte
hetzelfde als Johannes – “Bekeert u; want het Koninkrijk
der hemelen is nabij gekomen”
. Vers 23: het evangelie van het koninkrijk werd gepredikt.
“Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert
u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen” (Matth.4:17).
Mattheüs 10:1-6 – dit is “eertijds”,
er is onderscheid tussen de besnedenen en de onbesnedenen.
“1- En Zijn twaalf discipelen tot
Zich geroepen hebbende, heeft Hij hun macht gegeven over de onreine
geesten, om dezelve uit te werpen, en om alle ziekte en alle kwale
te genezen. 2- De namen nu der twaalf apostelen zijn deze: de
eerste, Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder; Jakobus, de
zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder; 3- Filippus en
Bartholomeus; Thomas en Mattheus, de tollenaar; Jakobus, de zoon
van Alfeus, en Lebbeus, toegenaamd Thaddeus; 4- Simon Kananites, en
Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft. 5- Deze twaalf heeft
Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Gij zult niet
heengaan op den weg der heidenen, en gij zult
niet ingaan in enige stad der Samaritanen. 6- Maar gaat veel
meer heen tot de verloren
schapen van het huis Israels” (Matth.10:1-6).
Romeinen 15:8 – Jezus, in Zijn
aardse bediening, was een dienaar der besnijdenis.
“En ik zeg, dat Jezus Christus een dienaar geworden is der
besnijdenis, vanwege de waarheid Gods, opdat Hij bevestigen zou de
beloftenissen der vaderen”(Rom.15:8).
Mattheüs 15:24 – Jezus was gezonden
naar de verloren schapen van het huis Israëls.
“Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de
verloren schapen van het huis Israels” (Matth.15:24).
Lukas 19:9 – Aan deze huize is
zaligheid geschied nademaal ook deze een zoon van Abraham is.
“En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied,
nademaal ook deze een zoon van Abraham is” (Lukas 19:9).
Johannes 4:22 – De zaligheid is uit
de Joden. De wereld zou gered worden door het zaad van
Abraham. “Gijlieden
aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten; want de
zaligheid is uit de Joden” (Joh.4:22).
Veranderde dit alles na Golgotha?
NO!
Lukas 24:46-47 – Ze moesten hun
bediening beginnen in Jeruzalem.
“46- En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de
Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage. 47- En in
Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder
alle volken, beginnende van Jeruzalem” (Luk.24:46-47).
Handelingen 1:8 – Ze moesten
beginnen te Jeruzalem, dan naar Judea, dan Samaria, en
tenslotte tot aan het uiterste der aarde.
“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u
komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in
geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde”
(Hand.1:8).
Mattheüs 10:23 – Het is als Christus
terug komt om het koninkrijk op aarde op te richten dat Israël tot
het uiterste der aarde zal gaan.
“Wanneer zij u dan in deze stad vervolgen, vliedt in de andere; want
voorwaar zeg ik u: Gij zult uw reis door de steden Israels niet
geeindigd hebben, of de Zoon des mensen zal gekomen zijn”
(Matth.10:23).
Psalm 2:8 - “Eis van Mij, en Ik
zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde
tot Uw bezitting”.
Mattheüs 28:19 – “Gaat dan henen”
verwijst naar de natie Israël. Het is de natie Israël die moet
heengaan om alle naties te onderwijzen.
“Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den
Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen
onderhouden alles, wat Ik u geboden heb” (Matth.28:19).
Numeri 23:9 – Israël zal onder de
heidenen niet gerekend worden.
“Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem, en van de heuvelen
aanschouw ik hem; ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder
de heidenen niet gerekend worden” (Num.23:9).
In Mattheüs 28 lezen we van de
koninkrijks opdracht, Israël moet de Heidenen onderwijzen, echter
gebeurt dit niet eerder dan nadat Israël zelf eerst is gezegend.
“En zij zullen niet leren, een
iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, zeggende:
Ken den Heere; want zij zullen Mij allen kennen van den kleine
onder hen tot den grote onder hen” (Hebr.8:11).
Als het koninkrijk eenmaal is
opgericht is er geen noodzaak tot evangeliseren, want allen zullen
God kennen.
Bediening
van de twaalven aan alleen de Joden.
Maar
Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem, en sprak tot hen:
Gij Joodse mannen, en gij allen, die te Jeruzalem woont, dit
zij u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan” (Hand.2:14).
“Gij Israelietische mannen,
hoort deze woorden: Jezus den Nazarener, een Man van God, onder
ulieden betoond door krachten, en wonderen, en tekenen, die God door
Hem gedaan heeft, in het midden van u, gelijk ook gijzelven weet”
(Hand.2:22).
“Zo
wete dan zekerlijk het ganse huis Israels, dat God Hem tot
een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij
gekruist hebt” (Hand.2:36).
“Gijlieden zijt kinderen der
profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze
vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen
alle geslachten der aarde gezegend worden” (Hand.3:25).
“En hij zeide tot hen: Gij
Israelietische mannen, ziet voor u, wat gij doen zult
aangaande deze mensen” (Hand.5:35).
“Degenen
nu, die verstrooid waren door de verdrukking, die over Stefanus
geschied was, gingen het land door tot Fenicie toe, en Cyprus, en
Antiochie, tot niemand het Woord sprekende, dan alleen tot de
Joden” (Hand.11:19). MAAR NU
Het prediken van het woord alleen
aan de Joden veranderde toen Paulus ten tonele kwam.
“11- Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden?
Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid den heidenen
geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken. 12- En indien hun
val de rijkdom is der wereld, en hun vermindering de rijkdom der
heidenen, hoeveel te meer hun volheid! 13- Want ik spreek tot u,
heidenen, voor zoveel ik der heidenen apostel ben; ik maak
mijn bediening heerlijk” (Rom.11:11-13).
Paulus spreekt tot de Heidenen en besnijdenis is niet langer een
probleem.
“Want in Christus Jezus heeft noch
besnijdenis enige kracht noch voorhuid, maar het geloof, door de
liefde werkende” (Gal.5:6). God
is niet langer alleen de God van Israël, hij is ook de God van de
Heidenen. Herinner u wat Ef.2 zegt;
“11 Daarom gedenkt, dat gij, die
eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt
van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met
handen geschiedt; 12- Dat gij in dien tijd waart zonder Christus,
vervreemd van het burgerschap
Israels, en vreemdelingen van de
verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de
wereld” (Ef.2:11-12). Wat
heeft er dan een geweldig grote verandering plaats gevonden
“Is God een God der Joden alleen?
en is Hij het niet ook der heidenen? Ja, ook der heidenen”
(Rom.3:29).
In Hand.17:30 zegt God dat alle
mensen zich moeten bekeren. Het is niet langer “alleen de Jood”.
“God dan, de tijden der onwetendheid
overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij
zich bekeren”.
De “MAAR NU” tijdsindeling is
de bediening van Paulus waarin zowel Jood als Heiden zijn opgenomen
want er is geen onderscheid meer tussen besnedenen en onbesnedenen.
Paulus zegt ons dat we een hemelse
positie hebben.
“1 Indien gij dan met Christus
opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar
Christus is, zittende aan de rechter hand Gods. 2- Bedenkt de
dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. 3- Want gij zijt
gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God”
(Kol.3:1-3).
DE TOEKOMENDE EEUWEN
“En indien hun val de rijkdom is der
wereld, en hun vermindering de rijkdom der heidenen, hoeveel te
meer hun volheid!”(Rom.11:12).
In Rom.11:12 leren we dat Israël is
afgevallen van de speciale status die God hen had gegeven. Wanneer
het “MAAR NU” ten einde is zal God Zijn handelen met de natie Israël
weer hervatten. Israël zal dat koninkrijk van priesters worden.
“3-Hoe zullen wij ontvlieden,
indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? Dewelke,
begonnen zijnde
verkondigd te worden door den Heere, aan ons bevestigd is geworden
van degenen, die Hem gehoord hebben; 4- God bovendien
medegetuigende door tekenen, en
wonderen, en menigerlei krachten en
bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil. 5- Want Hij heeft
aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van
welke wij spreken” (Hebr.2:3-5).
De auteur van de brief aan de
Hebreeën verwijst naar de redding waarover in het begin door de Heer
is gesproken; dit verwijst naar de aardse bediening van Jezus
Christus. Dit is bevestigd door de twaalf apostelen, dat is hetgeen
wat we lezen in Hand.1 -7. In die tijd verkondigden de twaalven
hetgeen Jezus hun had geleerd - bereid u voor want het koninkrijk
der hemelen is nabij gekomen. Wat er op de Pinksterdag gebeurde was
niet iets geheel nieuws maar een voortzetting van hetgeen reeds had
plaats gevonden.
Wat zou de schrijver, van de brief
aan de Hebreeën, denken waarover hij schrijft? De schrijver van de
brief aan de Hebreeën schreef over de toekomende wereld. Zou
dat zijn “eertijds”, of “maar nu” of “toekomende eeuwen” zijn? De
schrijver verwijst naar toekomstige gebeurtenissen, “de
toekomende eeuwen”.
Het onderscheid tussen
Jood en Heiden is weer terug.
In Hebreeën tot en met Openbaring
zien we dat onderscheid weer terug. Het boek Hebreeën is geschreven
aan de Hebreeën. De boeken van Jacobus en Petrus zijn geschreven aan
de twaalf stammen in de verstrooiing, etc.
Het is interessant om op te merken
dat, wat wij het Nieuwe Testament noemen, exact is ingedeeld zoals
de tijdsindeling:
Mattheüs – Markus – Lukas en
Johannes (EERTIJDS).
Handelingen ( overgang omdat God
Israël de kans geeft om zich te bekeren).
Romeinen tot en met Filémon (MAAR
NU).
Hebreeën tot en met Openbaring (TOEKOMENDE
EEUWEN).
Hebreeën tot en met Openbaring zijn
geschreven voor de toekomende eeuwen, dat is de tijd dat God zijn
programma met Israël tot voltooiing zal brengen.
VERSCHILLENDE BOODSCHAPPEN.
Alleen in de brieven van Paulus
vinden we de leer, de positie, de wandel, de plicht, en de
bestemming van het lichaam van Christus.
Verborgenheid of ook wel geheimenis.
Paulus predikte Jezus Christus naar
de openbaring der verborgenheid dat verborgen was gehouden van voor
de grondlegging der wereld, totdat het werd geopenbaard aan de
apostel Paulus.
“Hem nu, Die machtig is u te
bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus,
naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen
verzwegen is geweest” (Rom.16:25).
Zie ook Ef.1:4:
“Gelijk
Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der
wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in
de liefde”.
Reeds gesproken.
Maar Petrus sprak over hetgeen reeds
was geopenbaard vanaf de grondlegging der wereld.“Welken
de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller
dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige
profeten van alle eeuw”(Hand.3:21). Zie
ook Matth. 25:34:
“Alsdan
zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter hand zijn:
Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beerft dat Koninkrijk, hetwelk
u bereid is van de grondlegging der wereld”.
Het doel van het
programma der verborgenheid.
Het programma der verborgenheid,
datgene wat geopenbaard is aan de apostel Paulus, heeft te maken met
het vormen van de gemeente welke het lichaam van Christus is. Dit
wordt verwezenlijkt door beide, Jood en Heiden, samen te brengen
door geloof in de Heer Jezus Christus, beide zijn dan samen verzoend
in één lichaam, door het kruis. Dit lichaam zal worden gebruikt om
het hoofdschap van Jezus Christus, in de hemelen, te herstellen.
Het doel van God is om het
hoofdschap van Jezus Christus op aarde te herstellen door
middel van de natie Israël en in de hemel door het lichaam
van Christus.
God had Zijn plan voor de aarde
bekend gemaakt maar Hij hield het plan voor de hemel verborgen.
Paulus schrijft in 1Kor.2:8:
“Welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want
indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der
heerlijkheid niet gekruist hebben”.
Hebreeën tot en met Openbaring maakt
Israël gereed in het licht van nieuwe openbaring aan Paulus
gegeven, zie 2Petrus 3:15-16:
“15- En acht de lankmoedigheid onzes
Heeren voor zaligheid; gelijkerwijs ook onze geliefde broeder
Paulus, naar de wijsheid, die hem gegeven is, ulieden geschreven
heeft; 16- Gelijk ook in alle zendbrieven, daarin van deze dingen
sprekende; in welke sommige dingen zwaar zijn om te verstaan, die
de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de
andere Schriften, tot hun eigen verderf”.
Het Woord van God, recht gesneden,
is geheel voldoende, en volkomen in staat om geheel te voorzien in
uitrusting en begeleiding dat u nodig heeft om de wil van God te
kennen.
We moeten wandelen door geloof in de
wezenlijkheid hoe God ons heeft gemaakt in Zijn Zoon.
Golgotha is het geheim voor het
christelijk leven. Ons geloof rust op het feit van het volbrachte
werk van Christus, dat Hij stierf voor onze zonden en is opgestaan
voor onze rechtvaardiging. Het is uw geloof in het feit dat uw
identiteit in Christus u dagelijks het voordeel geeft om te groeien
in de genade van God. Als u uw geest vernieuwt naar het woord van
God, recht gesneden, geeft dat de Heilige Geest de vrijheid om die
identificatie in Christus in praktijk te brengen in uw dagelijks
leven.
“Houd het voorbeeld der gezonde
woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in
Christus Jezus is” (2Tim.1:13).
Paulus noemt de leer die hij leert
“gezonde woorden” om uw geest te vernieuwen en uw leven te
veranderen.
“1- Ik bid u dan, broeders, door de
ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende,
heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke
godsdienst. 2- En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt
veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt
beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van
God zij”.
Als deze leer in uw ziel zetelt,
hervormt het uw denkproces en verandert het uw uitwendig gedrag door
geloof dat is gebaseerd op de waarheid die in u is.
“11- Niet dat ik dit zeg vanwege
gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben.
12- En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben;
alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn
en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden.
13- Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft”
(Fil.4:11-13).
Paulus veranderde iets aan zijn
innerlijk en dat stond hem toe om anders om te gaan met het
uiterlijke. De verandering was gebaseerd op een leerproces, het
gebeurde niet van de ene op de andere dag. |