De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

12-02-2012

 

            Inzicht in het “recht snijden” van het Woord der waarheid

                               Van de website: www.bereanworkman.com

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet  beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt” (2Tim.2:15).

Het “recht snijden” van het Woord der waarheid betekent het dispensationeel (naar de bedelingen) bestuderen van het Woord van God.

Wat betekent het “recht snijden”?

 

“11- Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid  genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen  geschiedt; 12- Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap   Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder  God in de wereld. 13- Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij  geworden door het bloed van Christus” (Ef.2:11-13).

 “Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade,  door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus” (Ef.2:7).

  

Tijdsindeling.

 ---“EERTIJDS”  werd er verschil gemaakt tussen besnedenen en onbesnedenen – de  middelmuur des afscheidsels (Ef.2:14).

 ---“MAAR NU” de middelmuur des afscheidsels is weggedaan, er is nu geen verschil meer  tussen besnedenen onbesnedenen.

 ---“DE TOEKOMENDE EEUWEN” Als God zijn plan, dat begonnen is met “eertijds” en “maar  nu” tot voltooiing brengt.

Merk op dat het tijdsbestek is opgedeeld in: “verleden”, “heden” en “toekomst”.

Als u de Bijbel bestudeert naar de bedelingen, dan bestudeert u letterlijk een tijddiagram. U bestudeert en maakt onderscheid tussen de verschillende programma’s die God heeft toebedeeld aan verschillende mensen in verschillende eeuwen.

EERTIJDS.

Eertijds was er onderscheid en afscheiding tussen de besnedenen en de onbesnedenen. Wanneer u leest dat het handelen van God gebaseerd is op dat onderscheid en afscheiding, dan heeft u te maken met “eertijds”.

Het resultaat van deze scheiding was dat de onbesnedenen zonder Christus waren, zonder God en zonder hoop. Dit was het geval omdat God aan Israël een speciale status had gegeven, en het teken van die status was de besnijdenis.

“3- Toen viel Abram op zijn aangezicht, en God sprak met hem, zeggende: 4- Mij aangaande  , zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden! 5- En  uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want   Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken. 6- En Ik zal u gans zeer vruchtbaar  maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. 7- En Ik zal Mijn  verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. 8- En Ik zal u, en uw zaad na u,  het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting;  en Ik zal hun tot een God zijn. 9- Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond  houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten. 10- Dit is Mijn verbond, dat gijlieden  houden zult tussen Mij, en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u  besneden worde. 11- En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken   zijn van het verbond tussen Mij en tussen u. 12- Een zoontje dan van acht dagen zal u  besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de  gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad; 13- De ingeborene van uw  huis, en de gekochte met uw geld zal zekerlijk besneden worden; en Mijn verbond zal zijn in  ulieder vlees, tot een eeuwig verbond. 14- En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens  voorhuids vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid  worden; hij heeft Mijn verbond gebroken” (Gen.17:3-14). 

De besnijdenis had een speciaal doel, het was de middelmuur des afscheidsels dat werd opgericht, iemand was besneden of niet besneden.

Als we over Abraham lezen dan leren we dat hij, voordat hij werd besneden, hij alreeds een zaad had (Ismaël) maar het was een verkeerd soort zaad want het was iets dat Abraham had voortgebracht door het vlees.

God had gezegd dat Abraham een zaad zou voortbrengen met wie het verbond zou worden gemaakt. God zou een muur oprichten tussen het zaad van het vlees en het zaad van Zijn verbond. Besnijdenis was een teken van het verbond dat God met Abraham maakte. 

Merk vers 13 op: “en Mijn verbond zal zijn in ulieder vlees, tot een eeuwig verbond”. Vergelijk dit nu met Ef.2:11

 “Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd  werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt”. 

De besnijdenis in het vlees werd met handen gedaan. Eertijds werd de besnijdenis in het vlees door mensen gedaan. 

Hoe God eertijds handelde met mensen.

 “3 En Mozes klom op tot God. En de HEERE riep tot hem van den berg, zeggende: Aldus zult  gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israels verkondigen: 4- Gijlieden hebt  gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen,  en u tot Mij gebracht heb. 5- Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen,  en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde  is Mijn; 6- En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de  woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult” (Ex.19:3-6).

Eertijds handelde God met mensen op basis van gehoorzaamheid, of ongehoorzaamheid, aan hetgeen God hen op had gedragen. Het was gebaseerd op de voorwaardelijke uitspraak: “Als u zult luisteren……dan….”. 

Als Israël God zou gehoorzamen dan zou Israël een heilige natie zijn, een koninkrijk van priesters. Het was voor dit doel dat Israël apart was gezet van de andere naties. God formeerde de natie Israël om een koninkrijk van priesters te zijn, om Zijn koninkrijks volk te zijn op aarde. 

 God heeft een plan voor hemel en aarde.

 “1- In den beginne schiep God den hemel en de aarde. 2- De aarde nu was woest en ledig, en  duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren” (Gen.1:1-2).

 Van Gen.1:2 tot Hand.7 lezen we over Gods doel op aarde. Het doel op de aarde was gericht op het zaad van de vrouw.    “En er zal een Verlosser tot Sion komen, namelijk voor hen, die zich bekeren van de  overtreding in Jakob, spreekt de HEERE” (Jes.59:20).

 “1- Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u  op. 2- Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken, en donkerheid de volken; doch over u  zal de HEERE opgaan, en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. 3- En de heidenen zullen  tot uw licht gaan, en koningen tot den glans, die u is opgegaan” (Jes.60:1-3).

 “Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij  zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen” (Jes.61:6).

 “Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit  allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man,  zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is” (Zach.8:23).

Op de Pinksterdag, werden degenen die in de opperzaal aanwezig waren, gedoopt met de Heilige Geest, waardoor ze allen in andere talen spraken.

“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere   talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken” (Hand.2:4). 

Jesaja geeft ons de reden voor de noodzaak van de talen. Als Israël een natie van priesters wordt, zullen er mensen tot hun komen die een andere taal spreken.

 “1 Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft over Juda en Jeruzalem. 2- En het  zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld  zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot  denzelven zullen alle heidenen toevloeien. 3- En vele volken zullen heengaan en zeggen:  Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij  ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan,  en des HEEREN woord uit Jeruzalem” (Jes.2:1-3).

In de toekomende eeuwen zal God de naties, op de aarde, zegenen door Israël. De naties van de aarde zullen God leren kennen vanwege het functioneren van de natie Israël op aarde, Deut.4:5-8

“5 Ziet, ik heb u geleerd de inzettingen en rechten, gelijk als de HEERE, mijn God, mij geboden  heeft; opdat gij alzo doet in het midden des lands, waar gij naar toe gaat, om het te erven.  6- Behoudt ze dan, en doet ze; want dat zal uw wijsheid en uw verstand zijn voor de ogen  der volken, die al deze inzettingen horen zullen, en zeggen: Dit grote volk alleen is een wijs  en verstandig volk! 7- Want wat groot volk is er, hetwelk de goden zo nabij zijn als de  HEERE, onze God, zo dikwijls als wij Hem aanroepen? 8- En wat groot volk is er, dat zo  rechtvaardige inzettingen en rechten heeft, als deze ganse wet is, die ik heden voor uw  aangezicht geef?”

Johannes de Doper roept Israël tot bekering.

“1 En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea, 2- En  zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen” (Matth.3:1-2).

 Waarom moesten ze zich bekeren? Omdat Israël zich niet hield aan het verbond, zie Ex.19:5-6: “5 Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo  zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; 6- En gij zult Mij een  priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen  Israels spreken zult”.

In Deuteronomium 28 lezen we van de zegeningen die ze kregen als ze gehoorzaamden en we lezen van de vloeken die ze kregen als ze niet gehoorzaamden. Israël was in een staat van ongehoorzaamheid aan het verbond dat God had gemaakt met Abraham en zijn zaad. Johannes vertelde Israël dat ze zich moesten bekeren omdat het koninkrijk nabij was, dat is het begin van de tijd waarin Israël een natie van priesters zou worden. Het is welhaast de tijd dat God Zijn koninkrijk wil oprichten op aarde.

Het toebereiden van Gods Koninkrijk op aarde.

--Daniël 2:44 – De God des hemel zal een Koninkrijk verwekken. “Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat  in der eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk  overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal  het in alle eeuwigheid bestaan” (Daniël 2:44).

Deuteronomium 11:21 - gelijk de dagen des hemels op de aarde.“Opdat uw dagen, en de dagen uwer kinderen, in het land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft hun te geven, vermenigvuldigen, gelijk de dagen des hemels op de  aarde” (Deut.11:21).

 Mattheüs 3:4-6 – allen werden door Johannes gedoopt.

4- En dezelve Johannes had zijn kleding van kemelshaar, en een lederen gordel om zijn  lenden; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig. 5- Toen is tot hem uitgegaan  Jeruzalem en geheel Judea, en het gehele land rondom de Jordaan; 6- En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden” (Matth.3:4-6). 

Markus 1:4 – Johannes predikte de doop van bekering tot vergeving der zonden. “Johannes was dopende in de woestijn, en predikende den doop der bekering tot  vergeving der zonden” (Mark.1:4).

Ezechiël 36:25 – Gereinigd door hen te sprengen met rein water. “Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en  van al uw drekgoden zal Ik u reinigen” (Ez.36:25).

Handelingen 13:24 – Johannes predikte de doop der bekering aan alle Israëlieten. “Als Johannes eerst al den volke Israels voor Zijn aankomst, gepredikt had den doop der  Bekering” (Hand.13:24).

Exodes 29:4; Leviticus 8:6 – De ordening om priester te worden was (1) wassen met  water, (2) gereinigt en apart gezet. “Alsdan zult gij Aaron en zijn zonen doen naderen aan de deur van de tent der samenkomst; en gij zult hen met water wassen” (Ex.29:4). “En Mozes deed Aaron en zijn zonen naderen, en wies hen met dat water” (Lev.8:6). 

Mattheüs 3:7 – De toorn van God zal komen voordat Zijn koninkrijk op aarde zal worden opgericht. Het doel van de toorn van God is om de opstandigen uit te zuiveren. “Hij dan, ziende velen van de Farizeen en Sadduceen tot zijn doop komen, sprak tot hen: Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden  toorn?” (Matth.3:7). 

Mattheüs 4:17 – Jezus predikte hetzelfde als Johannes – “Bekeert u; want het Koninkrijk  der hemelen is nabij gekomen” .  Vers 23: het evangelie van het koninkrijk werd gepredikt. “Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het  Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen” (Matth.4:17).

Mattheüs 10:1-6 – dit is “eertijds”, er is onderscheid tussen de besnedenen en de onbesnedenen.

“1- En Zijn twaalf discipelen tot Zich geroepen hebbende, heeft Hij hun macht gegeven  over de onreine geesten, om dezelve uit te werpen, en om alle ziekte en alle kwale te genezen. 2- De namen nu der twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon, gezegd  Petrus, en Andreas, zijn broeder; Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn  broeder; 3- Filippus en Bartholomeus; Thomas en Mattheus, de tollenaar; Jakobus, de  zoon van Alfeus, en Lebbeus, toegenaamd Thaddeus; 4- Simon Kananites, en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft. 5- Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun  bevel gegeven, zeggende: Gij zult niet heengaan op den weg der heidenen, en gij zult       niet ingaan in enige stad der Samaritanen. 6- Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels” (Matth.10:1-6).

 Romeinen 15:8 – Jezus, in Zijn aardse bediening, was een dienaar der besnijdenis.  “En ik zeg, dat Jezus Christus een dienaar geworden is der besnijdenis, vanwege de  waarheid Gods, opdat Hij bevestigen zou de beloftenissen der vaderen”(Rom.15:8).

 Mattheüs 15:24 – Jezus was gezonden naar de verloren schapen van het huis Israëls. “Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van   het huis Israels” (Matth.15:24).

 Lukas 19:9 – Aan deze huize is zaligheid geschied nademaal ook deze een zoon van  Abraham is. “En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is” (Lukas 19:9).

Johannes 4:22 – De zaligheid is uit de Joden. De wereld zou gered worden door het zaad  van Abraham. “Gijlieden aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten; want de zaligheid is uit de Joden” (Joh.4:22).

Veranderde dit alles na Golgotha? NO!

Lukas 24:46-47 – Ze moesten hun bediening beginnen in Jeruzalem. “46- En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage. 47- En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem” (Luk.24:46-47).

Handelingen 1:8 – Ze moesten beginnen te Jeruzalem, dan naar Judea, dan Samaria, en  tenslotte tot aan het uiterste der aarde. “Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult  Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het  uiterste der aarde” (Hand.1:8).

Mattheüs 10:23 – Het is als Christus terug komt om het koninkrijk op aarde op te richten  dat Israël tot het uiterste der aarde zal gaan.    “Wanneer zij u dan in deze stad vervolgen, vliedt in de andere; want voorwaar zeg ik u: Gij zult uw reis door de steden Israels niet geeindigd hebben, of de Zoon des mensen zal gekomen zijn” (Matth.10:23).

Psalm 2:8 -  “Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting”.

Mattheüs 28:19 – “Gaat dan henen”  verwijst naar de natie Israël. Het is de natie Israël die moet heengaan om alle naties te onderwijzen.      “Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en  des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb” (Matth.28:19).

Numeri 23:9 – Israël zal onder de heidenen niet gerekend worden.  “Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem, en van de heuvelen aanschouw ik hem; ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden”   (Num.23:9).

In Mattheüs 28 lezen we van de koninkrijks opdracht, Israël moet de Heidenen onderwijzen, echter gebeurt dit niet eerder dan nadat Israël zelf eerst is gezegend.

“En zij zullen niet leren, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, zeggende: Ken  den Heere; want zij zullen Mij allen kennen van den kleine onder hen tot den grote onder  hen” (Hebr.8:11).

 Als het koninkrijk eenmaal is opgericht is er geen noodzaak tot evangeliseren, want allen zullen God kennen.

 Bediening van de twaalven aan alleen de Joden.

 Maar Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem, en sprak tot hen: Gij Joodse mannen,  en gij allen, die te Jeruzalem woont, dit zij u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan” (Hand.2:14).

Gij Israelietische mannen, hoort deze woorden: Jezus den Nazarener, een Man van God,  onder ulieden betoond door krachten, en wonderen, en tekenen, die God door Hem gedaan  heeft, in het midden van u, gelijk ook gijzelven weet” (Hand.2:22).

 “Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israels, dat God Hem tot een Heere en Christus  gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt” (Hand.2:36). 

“Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen  opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle geslachten der aarde  gezegend worden” (Hand.3:25).

“En hij zeide tot hen: Gij Israelietische mannen, ziet voor u, wat gij doen zult aangaande  deze mensen” (Hand.5:35).

 “Degenen nu, die verstrooid waren door de verdrukking, die over Stefanus geschied was,  gingen het land door tot Fenicie toe, en Cyprus, en Antiochie, tot niemand het Woord  sprekende, dan alleen tot de Joden” (Hand.11:19). MAAR NU 

Het prediken van het woord alleen aan de Joden veranderde toen Paulus ten tonele kwam. “11- Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij verre; maar door  hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken. 12- En   indien hun val de rijkdom is der wereld, en hun vermindering de rijkdom der heidenen,  hoeveel te meer hun volheid! 13- Want ik spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der  heidenen apostel ben; ik maak mijn bediening heerlijk” (Rom.11:11-13). Paulus spreekt tot de Heidenen en besnijdenis is niet langer een probleem.

“Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht noch voorhuid, maar het geloof,   door de liefde werkende” (Gal.5:6). God is niet langer alleen de God van Israël, hij is ook de God van de Heidenen. Herinner u wat Ef.2 zegt; 

“11 Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid  genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen  geschiedt; 12- Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap

 Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld” (Ef.2:11-12). Wat heeft er dan een geweldig grote verandering plaats gevonden “Is God een God der Joden alleen? en is Hij het niet ook der heidenen? Ja, ook der heidenen”  (Rom.3:29).

In Hand.17:30 zegt God dat alle mensen zich moeten bekeren. Het is niet langer “alleen de Jood”.

“God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom,   dat zij zich bekeren”.

De “MAAR NU” tijdsindeling is de bediening van Paulus waarin zowel Jood als Heiden zijn opgenomen want er is geen onderscheid meer tussen besnedenen en onbesnedenen.

Paulus zegt ons dat we een hemelse positie hebben.

“1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus  is, zittende aan de rechter hand Gods. 2- Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de  aarde zijn. 3- Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God”   (Kol.3:1-3).

DE TOEKOMENDE EEUWEN

“En indien hun val de rijkdom is der wereld, en hun vermindering de rijkdom der heidenen,  hoeveel te meer hun volheid!”(Rom.11:12).

In Rom.11:12 leren we dat Israël is afgevallen van de speciale status die God hen had gegeven. Wanneer het “MAAR NU” ten einde is zal God Zijn handelen met de natie Israël weer hervatten. Israël zal dat koninkrijk van priesters worden.

3-Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? Dewelke,   begonnen zijnde verkondigd te worden door den Heere, aan ons bevestigd is geworden van  degenen, die Hem gehoord hebben; 4- God bovendien medegetuigende door tekenen, en

wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil. 5-  Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van welke wij  spreken” (Hebr.2:3-5).

De auteur van de brief aan de Hebreeën verwijst naar de redding waarover in het begin door de Heer is gesproken; dit verwijst naar de aardse bediening van Jezus Christus. Dit is bevestigd door de twaalf apostelen, dat is hetgeen wat we lezen in Hand.1 -7. In die tijd verkondigden de twaalven hetgeen Jezus hun had geleerd -  bereid u voor want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Wat er op de Pinksterdag gebeurde was niet iets geheel nieuws maar een voortzetting van hetgeen reeds had plaats gevonden.

Wat zou de schrijver, van de brief aan de Hebreeën, denken waarover hij schrijft? De schrijver van de brief aan de Hebreeën schreef over de toekomende wereld. Zou dat zijn “eertijds”, of “maar nu” of “toekomende eeuwen” zijn? De schrijver verwijst naar toekomstige gebeurtenissen, “de toekomende eeuwen”.

Het onderscheid tussen Jood en Heiden is weer terug.

In Hebreeën tot en met Openbaring zien we dat onderscheid weer terug. Het boek Hebreeën is geschreven aan de Hebreeën. De boeken van Jacobus en Petrus zijn geschreven aan de twaalf stammen in de verstrooiing, etc.

Het is interessant om op te merken dat, wat wij het Nieuwe Testament noemen, exact is ingedeeld zoals de tijdsindeling:

Mattheüs – Markus – Lukas en Johannes    (EERTIJDS).

Handelingen ( overgang omdat God Israël de kans geeft om zich te bekeren).

Romeinen tot en met Filémon  (MAAR NU).

Hebreeën tot en met Openbaring (TOEKOMENDE EEUWEN).

Hebreeën tot en met Openbaring zijn geschreven voor de toekomende eeuwen, dat is de tijd dat God zijn programma met Israël tot voltooiing zal brengen.

VERSCHILLENDE BOODSCHAPPEN.

Alleen in de brieven van Paulus vinden we de leer, de positie, de wandel, de plicht, en de bestemming van het lichaam van Christus.

Verborgenheid of ook wel geheimenis.

Paulus predikte Jezus Christus naar de openbaring der verborgenheid dat verborgen was gehouden van voor de grondlegging der wereld, totdat het werd geopenbaard aan de apostel Paulus.

“Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus  Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is  geweest” (Rom.16:25).

 Zie ook Ef.1:4:

 “Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden   heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde”.

Reeds gesproken.

Maar Petrus sprak over hetgeen reeds was geopenbaard vanaf de grondlegging der wereld.“Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God  gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw”(Hand.3:21). Zie ook Matth. 25:34:

 “Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter hand zijn: Komt, gij   gezegenden Mijns Vaders! beerft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging  der wereld”.

Het doel van het programma der verborgenheid.

Het programma der verborgenheid, datgene wat geopenbaard is aan de apostel Paulus, heeft te maken met het vormen van de gemeente welke het lichaam van Christus is. Dit wordt verwezenlijkt door beide, Jood en Heiden, samen te brengen door geloof in de Heer Jezus Christus, beide zijn dan samen verzoend in één lichaam, door het kruis. Dit lichaam zal worden gebruikt om het hoofdschap van Jezus Christus, in de hemelen, te herstellen.

Het doel van God is om het hoofdschap van Jezus Christus op aarde te herstellen door middel van de natie Israël en in de hemel door het lichaam van Christus.

God had Zijn plan voor de aarde bekend gemaakt maar Hij hield het plan voor de hemel verborgen. Paulus schrijft in 1Kor.2:8: “Welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben”.

Hebreeën tot en met Openbaring maakt Israël gereed  in het licht van nieuwe openbaring aan Paulus gegeven, zie 2Petrus 3:15-16:

“15- En acht de lankmoedigheid onzes Heeren voor zaligheid; gelijkerwijs ook onze geliefde   broeder Paulus, naar de wijsheid, die hem gegeven is, ulieden geschreven heeft; 16- Gelijk  ook in alle zendbrieven, daarin van deze dingen sprekende; in welke sommige dingen zwaar  zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere  Schriften, tot hun eigen verderf”.

 Het Woord van God, recht gesneden, is geheel voldoende, en volkomen in staat om geheel te voorzien in uitrusting en begeleiding dat u nodig heeft om de wil van God te kennen.

We moeten wandelen door geloof in de wezenlijkheid hoe God ons heeft gemaakt in Zijn Zoon.

Golgotha is het geheim voor het christelijk leven. Ons geloof rust op het feit van het volbrachte werk van Christus, dat Hij stierf voor onze zonden en is opgestaan voor onze rechtvaardiging. Het is uw geloof in het feit dat uw identiteit in Christus u dagelijks het voordeel geeft om te groeien in de genade van God. Als u uw geest vernieuwt naar het woord van God, recht gesneden, geeft dat de Heilige Geest de vrijheid om die identificatie in Christus in praktijk te brengen in uw dagelijks leven.  

“Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde,  die in Christus Jezus is” (2Tim.1:13).  Paulus noemt de leer die hij leert “gezonde woorden” om uw geest te vernieuwen en uw leven te veranderen.

“1- Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een   levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst. 2- En  wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws   gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil  van God zij”.

Als deze leer in uw ziel zetelt, hervormt het uw denkproces en verandert het uw uitwendig gedrag door geloof dat is gebaseerd op de waarheid die in u is.

“11- Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik   ben. 12- En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in   alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te  hebben en gebrek te lijden. 13- Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft”   (Fil.4:11-13). 

Paulus veranderde iets aan zijn innerlijk en dat stond hem toe om anders om te gaan met het uiterlijke. De verandering was gebaseerd op een leerproces, het gebeurde niet van de ene op de andere dag.

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011