De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

12-02-2012

 

PAULUS, DE JODEN, EN DE SYNAGOGE

Door: Dov Avnon

 1 Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat;2 Door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze, als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt.

3 Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften; 1 kor 1:1-4

 Paulus, misschien beter gezegd Christus, heeft niets verteld over uitdrukkingen als “Handelingen periode”, “vroege en gevangenis brieven” of “overgangsperiode”. Dat zijn theologische uitdrukkingen  die mensen gebruiken om bepaalde zaken in de brieven van Paulus uit te leggen, hoofdzakelijk in de brief aan de Korinthiërs. Kwesties zoals de maaltijd des Heeren, Hoofdbedekking en de Gaven in de hoofdstukken 11-14 van 1Kor; maar er zijn er nog meer zoals bijvoorbeeld in de hoofdstukken 9-11 van de brief aan de Romeinen en niet te vergeten de waarheid in de brief aan de Galaten.

 Het is de vraag waarom sommigen tot de conclusie komen dat er onderling verschil is in de brieven van Paulus. Of, wanneer hij ook maar spreekt over de Joden en Schriftplaatsen noemt uit het Oude Testament, dat het dan wel zo moet zijn dat hij het evangelie van het koninkrijk predikte, of dat hij een speciale Joodse bediening had.

 Soms gaat dat zo ver dat, terwijl Paulus op een bepaalde plek iets zegt, gelovigen dat gezegde op een andere plek gebruiken om het tegenovergestelde aan te tonen. Paulus zegt bijvoorbeeld: “dat we bedienaars zijn van het Nieuwe Testament” (2Kor.3:6) of dat hij zegt: “Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder” (Gal.4:26). En vele andere plaatsen in de Schrift.

 Ik ben er zeker van dat, indien u Bijbelleraren vraagt of Paulus terecht zei dat we bedienaars van het Nieuwe Testament zijn, sommigen hierop  “nee” zullen zeggen en hun theologische theorieën gebruiken om hun antwoord toe te lichten. 

                                        JODEN EN DE SYNAGOGE

 “Joden en de synagoge” is één van de onderwerpen dat maakt dat sommige Bijbelleraren het evangelie van Paulus veranderen. Weet u wat het is, als Paulus spreekt tot de Joden in het Lichaam, of tot de ongelovige Joden, of dat hij naar de synagoge gaat, dan moet het wel zo zijn dat hij op dat moment een ander evangelie had of het was vanwege de overgangs periode.

Althans dat is hetgeen sommigen zullen leren.

 Christus openbaarde aan Paulus het evangelie van de onbesnedenen of, zoals wij het kennen, de prediking van Jezus Christus naar de openbaring der verborgenheid. Dit evangelie heeft verschillende namen maar het is hetzelfde dat Paulus gedurende zijn gehele bediening leerde.  

 Christus heeft Paulus uit Zijn genade geroepen (zo zie ik het tenminste) voor een speciaal doel.

 “Gal.1:15: Maar wanneer het Gode behaagd heeft, Die mij van mijner moeders lijf aan afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn genade”.

 “Rom.1:1: Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God”.

 “Hand.13:2: En als zij den Heere dienden, en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb”.

 Dus vanaf het moment dat hij zich in het lijf zijner moeder bevond, tot het moment dat hij en Barnabas werden afgezonderd, is de doelstelling dezelfde. De wereld iets nieuws vertellen dat voorheen niet bekend was. Het wordt genoemd: “Christus naar de openbaring der verborgenheid”.

 Ter herinnering voor de lezers: Paulus was van geboorte een Jood.

 “Gal.2:15: Wij zijn van nature Joden, en niet zondaars uit de heidenen”.

 “Fil.3:4-6: 4 Hoewel ik heb, dat ik ook in het vlees betrouwen mocht; indien iemand anders meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer. 5 Besneden ten achtsten dage, uit het geslacht van Israel, van den stam van Benjamin, een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet een Farizeer; 6 Naar den ijver een vervolger der Gemeente; naar de rechtvaardigheid, die in de wet is, zijnde onberispelijk”.

 Paulus was Saulus, tegen wie de Heer zei:

 “Hand.9:4: ………………………………… Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij?”.

 Paulus is de eerste in de bedeling der Genade:

 “1Tim.1:16-17: 16 Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.17 Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen”.

 Ik ben als Jood (niet religieus) in Israël geboren en heb nooit iets geweten van Paulus; zo zijn er ook veel zogenaamde christenen die nooit gehoord hebben:

 “11 …………………..dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar den mens. 12 Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus” (Gal.1:11-12).

 Nu we weten dat Saulus, die Paulus werd, zijn evangelie door openbaring heeft ontvangen, kunnen we beginnen met de studie betreffende de Joden en de prediking van Jezus Christus naar de openbaring der verborgenheid.

 Het is verbazingwekkend om te zien hoe bekwame Bijbelleraren het evangelie van Paulus veranderen als het de Joden betreft. Terwijl Paulus eerst naar de Jood gaat leert de Bijbel ons dat hij altijd hetzelfde evangelie predikte dat hij, volgens de verborgenheid, door openbaring heeft ontvangen van de opgestane Heere Jezus Christus.

                                          DE JOODSE RELIGIE

 Alvorens we met dit onderwerp verder gaan moeten we eerst enige dingen begrijpen aangaande de Joden of de Joods religie.

 God heeft slechts één religie gegeven “de dienst van God(Rom.9:4) en dat is gegeven aan het volk Israël. Zij moesten de God van Abraham, Izak en Jacob dienen volgens hetgeen Hij hen vertelde, door Mozes. Volgens deze dienst van God was eerst de tabernakel en later de tempel de ontmoetingsplaats tussen het volk en God.

 “Ex.25:22: ……..en aldaar zal Ik bij u komen,…….”.

 De tempel was de enige plaats waar Israël aan God offerde.

 Paulus schrijft in Gal.1:13 over:

 “Want gij hebt mijn omgang gehoord, die eertijds in het Jodendom was, dat ik uitnemend zeer de Gemeente Gods vervolgde, en dezelve verwoestte”.

 De Joodse religie en “de dienst van God” (Rom.9:4) zijn niet hetzelfde. De verandering begon toen:

 “In het derde jaar des koninkrijks van Jojakim, den koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, te Jeruzalem, en belegerde haar” (Daniël 1:1).

 Vanaf die tijd werd de Synagoge de ontmoetingsplaats, het huis waar de Joden samen kwamen. Dat was het tijdstip waarop de Joden hun eigen traditie begonnen te ontwikkelden tezamen met de Wet van Mozes. Dat is de reden waarom we lezen:

 “Matth.15:2: Waarom overtreden Uw discipelen de inzetting der ouden? Want zij wassen hun handen niet, wanneer zij brood zullen eten”.

 “Mark.7:3: Want de Farizeen en al de Joden eten niet, tenzij dat zij eerst de handen dikmaals wassen, houdende de inzettingen der ouden”.

 “Mark.7:13: Makende alzo Gods woord krachteloos door uw inzetting, die gij ingezet hebt; en vele dergelijke dingen doet gij”.

 Maar laten we niet vergeten dat, alhoewel ze tot op zekere hoogte hun eigen traditie volgden, ze nog steeds het uitverkoren volk van God waren. Matth.23:2 zegt:

 “…….De Schriftgeleerden en de Farizeen zijn gezeten op den stoel van Mozes”.

 “Joden” was de naam van degenen die uit de stam van Juda kwamen. Toen ze naar Babel gingen lezen we op enige plaatsen het woord “Joden”. (Zie in de boeken Ezra, Nehemia en anderen).

 “Daniël 3:12: Er zijn Joodse mannen, die gij over de bediening van het landschap van Babel gesteld hebt, Sadrach, Mesach en Abed-nego; deze mannen hebben, o koning! op u geen acht gesteld;…….”.

 “de zaligheid is uit de Joden” (Joh.4:22), betekent op dat moment het gehele volk Israël. Het huis van Juda en Israël.

 “Joh.5:18: Daarom zochten dan de Joden te meer Hem te doden,…..”

 Op dat moment betekent “Joden” tevens de religieuze autoriteit.

 Paulus groeide dus op in deze religie waardoor ze, vanwege de traditie, Jezus niet konden zien als de Christus.

 “Joh.5:45-47: 45 Meent niet, dat Ik u verklagen zal bij den Vader; die u verklaagt, is Mozes, op welken gij gehoopt hebt. 46 Want indien gij Mozes geloofdet, zo zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven. 47 Maar zo gij zijn Schriften niet gelooft, hoe zult gij Mijn woorden geloven?”.

        

                                                 DE SYNAGOGE

 Let op: Volgens de Wet van Mozes is de synagoge niet de aangewezen plaats om God te aanbidden.

 De Wet van Mozes spreekt over de tabernakel als de ontmoetingsplaats. De synagoge werd de ontmoetingsplaats voor de Joden nadat Nebucadnezar, de koning van Babel, hen wegvoerde naar Babel. Deze synagoges werden niet alleen gevonden in Babel maar verspreiden zich in de gehele regio. Daarom lezen we later:

 “Hand.15:21: Want Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen”

 Toen dus de Joden, tezamen met de Wet van Mozes, hun eigen traditie ontwikkelden, werd Mozes nog steeds in elke stad gepredikt, de Wet van Mozes betekent ook wijsheid.

 “1Kor.1:21: Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven”. 

 Volgens de Wet van Mozes waren er bepaalde regels hoe en wanneer ze moesten offeren.

 “De tabernakel van de vergadering” – Leviticus 1 en 17.

(Tabernakel of “de tent der samenkomst”).

“Lev.17:5: Opdat, wanneer de kinderen Israels hun slachtofferen brengen, welke zij op het veld slachten, dat zij die den HEERE toebrengen, aan de deur van de tent der samenkomst tot den priester, en dezelve tot dankofferen den HEERE slachten”.

 “Lev.17:6: En de priester zal het bloed op het altaar des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst, sprengen; en hij zal het vet aansteken, tot een liefelijken reuk den HEERE”.

 “Lev.17:7: En zij zullen ook niet meer hun slachtofferen den duivelen, welke zij nahoereren, offeren; dat zal hun een eeuwige inzetting zijn voor hun geslachten”.

                               DE HEERE JEZUS EN DE SYNAGOGES

 Toen Christus op aarde was vond Hij een ongeestelijke tempel. De priesters deden hun werk niet.

 “Matth.21:12: En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten”.

 Laat ons echter niet vergeten dat dit de tempel was die koning Herodes had gebouwd en dat dit niet het huis van God was waarvan Haggaï spreekt. Deze tempel was, zonder de tabernakel, leeg.

 “Haggaï 2:9: De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden, dan van het eerste, zegt de HEERE der heirscharen;…………………..”.

 Nu begrijpen we ook waarom er nog synagoges waren. Laat ons dus zien naar hetgeen de Heer leerde in de ontmoetingsplaats van de Joden.

 “Matth.4:23: En Jezus omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onder het volk”.

 “Mark.1:39: En Hij predikte in hun synagogen, door geheel Galilea, en wierp de duivelen uit”.

 “Mark.14:49: Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen;…………..”.

 “Joh.7:14: Doch als het nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den tempel, en leerde”.

                             DE SYNAGOGE DER LIBERTIJNEN EN

                                    DE GEMEENTEN TE JUDEA

 “Hand.6:9: En er stonden op sommigen, die waren van de synagoge, genaamd der Libertijnen, en der Cyreneers, en der Alexandrijnen, en dergenen, die van Cilicie en Azie waren, en twistten met Stefanus”.

“Hand.9:31: De Gemeenten dan, door geheel Judea, en Galilea, en Samaria, hadden vrede, en werden gesticht; en wandelende in de vreze des Heeren, en de vertroosting des Heiligen Geestes, werden vermenigvuldigd”.

 Merk op dat er verschil is tussen de synagoge der Joden, die Christus niet als de Messias accepteerden, en de gemeenten die gesticht werden gedurende de tijd dat de apostelen het evangelie van het koninkrijk predikten.

 “Hand.9:2: En begeerde brieven van hem naar Damaskus, aan de synagogen, opdat, zo hij enigen, die van dien weg waren, vond, hij dezelve, beiden mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem”.

 Voordat de tweede tempel werd vernietigd, in 70 na Christus, bestonden de synagogen nog steeds, gemeenschappelijke aanbidding was in die tijd, toen de tempel er nog stond, gecentreerd rond de offers die door de priesters werden gebracht in de Heilige Tempel.    

 Gedurende de Babylonische gevangenschap (586-537, voor Christus) begonnen “Mannen van de grote vergadering” het proces van formaliseren en standaardiseren van de Joodse dienst en gebeden op een manier die niet overeen kwam met het functioneren van de Tempel te Jeruzalem. Dat betekende een religie die onafhankelijk was van hetgeen God aan Mozes had gezegd.

 Er wordt gezegd dat er in de dagen van Mozes al synagogen bestonden als een plaats waar werd onderwezen.

 “Exodes 18:20: En verklaar hun de instellingen en de wetten, en maak hun bekend den weg, waarin zij wandelen zullen, en het werk, dat zij doen zullen”.

 De synagogen worden ook wel genoemd: “huizen des volks”.

 “Jeremia 39:8: En de Chaldeen verbrandden het huis des konings en de huizen des volks met vuur; en zij braken de muren van Jeruzalem af”.

 In het Judaïsme spreken de mensen over de synagogen als de kleine heiligdommen, hetgeen betekent dat iedere synagoge een heilig gebouw was.

 “Ezechiël 11:16: Daarom zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Hoewel Ik hen verre onder de heidenen weggedaan heb, en hoewel Ik hen in de landen verstrooid heb, nochtans zal Ik hun een weinig tijds tot een heiligdom zijn, in de landen, waarin zij gekomen zijn”.

 Maar wij weten dat God slechts één heiligdom had.

 “Ex.25:8: En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone”.

 “Hebr.9:1: Zo had dan wel ook het eerste verbond rechten van de gods dienst, en het wereldlijk heiligdom”.

                                PAULUS PREDIKT IN DE SYNAGOGEN

 Nu we tot aan Paulus zijn gekomen begrijpen we iets meer van de synagogen. We weten nu dat in de synagogen, in de dagen van Paulus, de mensen geleerd werd over de “Joodse religie” en niet noodzakelijkerwijze alleen over Mozes.

                                  Waarom Paulus eerst naar de synagogen ging

 Waarom ging Paulus eerst naar de synagogen? Waarom denken de mensen dat, als Paulus naar de synagogen ging, hij het evangelie van het koninkrijk op aarde predikte? De Schrift zegt op een eenvoudige wijze dat hij daar heen ging. Als er tenslotte een groep mensen waren die de orakels van God (orakel is “Godsspraak”) begrepen, dan waren die het, die, in de dagen van Paulus, wisten: “eerst de Jood” en niet de Romeinen of de Grieken.   

 “Hand.13:46: Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen”.

 “Rom.3:2: ………………………,dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd”.

 “Hand.15:21: Want Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen”.

 Dat het Woord Gods – We lezen in Hand.13:46 over het Woord van God. Het is de vraag: welk Woord? Zijn het dezelfde woorden van God die Christus predikte terwijl Hij op aarde was? Nee! We mogen dan wel niet alle details weten maar we zouden wel moeten weten hetgeen er geschreven staat:

 Galaten 1:12-18:

 “:12 Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus. 13 Want gij hebt mijn omgang gehoord, die eertijds in het Jodendom was, dat ik uitnemend zeer de Gemeente Gods vervolgde, en dezelve verwoestte;

14 En dat ik in het Jodendom toenam boven velen van mijn ouderdom in mijn geslacht, zijnde overvloedig ijverig voor mijn vaderlijke inzettingen. 15 Maar wanneer het Gode behaagd heeft, Die mij van mijner moeders lijf aan afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn genade,

16 Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Denzelven door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed; 17 En ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem, tot degenen, die voor mij apostelen waren; maar ik ging henen naar Arabie, en keerde wederom naar Damaskus. 18 Daarna kwam ik na drie jaren weder te Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef bij hem vijftien dagen”.

 Het verslag van Paulus zelf zegt ons dat, vanaf het moment dat God hem door Zijn genade heeft geroepen, hij niets had geleerd van de andere apostelen. Dat klinkt vreemd! Hoe wist hij de dingen dan? Door openbaring van Jezus Christus.

 Ging hij eerst naar Petrus en de anderen om enig onderwijs te ontvangen aangaande het koninkrijk?  Nee!

 “Gal.1:17:  En ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem, tot degenen, die voor mij apostelen waren; maar ik ging henen naar Arabie, en keerde wederom naar Damaskus”.

 Als we God werkelijk op Zijn Woord nemen en geloven hetgeen Paulus tegen de Galaten zegt dan kunnen we begrijpen dat Paulus in de synagogen spreekt over de Zoon van God en over Christus. Geheel op de manier waarop God het aan hem had geopenbaard.

 “Hand.9:20:  En hij predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is”.

 “Hand.9:21-22: :21 En zij ontzetten zich allen, die het hoorden, en zeiden: Is deze niet degene, die te Jeruzalem verstoorde, wie dezen Naam aanriepen, en die daarom hier gekomen is, opdat hij dezelve gebonden zou brengen tot de overpriesters? 22 Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd, en overtuigde de Joden, die te Damaskus woonden, bewijzende, dat deze de Christus is”.

 Wordt vervolgd.

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011