|
PAULUS, DE JODEN, EN DE SYNAGOGE
Door: Dov Avnon
1 Voorts, broeders,
ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij
ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat;2 Door hetwelk gij ook
zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze, als ik het u
verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt.
3 Want ik heb ulieden
ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus
gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;4 En dat Hij is
begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;
1 kor 1:1-4
Paulus, misschien beter
gezegd Christus, heeft niets verteld over uitdrukkingen als
“Handelingen periode”, “vroege en gevangenis brieven” of
“overgangsperiode”. Dat zijn theologische uitdrukkingen die mensen
gebruiken om bepaalde zaken in de brieven van Paulus uit te leggen,
hoofdzakelijk in de brief aan de Korinthiërs. Kwesties zoals de
maaltijd des Heeren, Hoofdbedekking en de Gaven in de hoofdstukken
11-14 van 1Kor; maar er zijn er nog meer zoals bijvoorbeeld in de
hoofdstukken 9-11 van de brief aan de Romeinen en niet te vergeten
de waarheid in de brief aan de Galaten.
Het is de vraag waarom
sommigen tot de conclusie komen dat er onderling verschil is in de
brieven van Paulus. Of, wanneer hij ook maar spreekt over de Joden
en Schriftplaatsen noemt uit het Oude Testament, dat het dan wel zo
moet zijn dat hij het evangelie van het koninkrijk predikte, of dat
hij een speciale Joodse bediening had.
Soms gaat dat zo ver dat,
terwijl Paulus op een bepaalde plek iets zegt, gelovigen dat gezegde
op een andere plek gebruiken om het tegenovergestelde aan te tonen.
Paulus zegt bijvoorbeeld: “dat we bedienaars zijn van het Nieuwe
Testament” (2Kor.3:6) of dat hij zegt: “Jeruzalem, dat boven
is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder” (Gal.4:26). En
vele andere plaatsen in de Schrift.
Ik ben er zeker van dat,
indien u Bijbelleraren vraagt of Paulus terecht zei dat we
bedienaars van het Nieuwe Testament zijn, sommigen hierop “nee”
zullen zeggen en hun theologische theorieën gebruiken om hun
antwoord toe te lichten.
JODEN EN DE SYNAGOGE
“Joden en de synagoge” is
één van de onderwerpen dat maakt dat sommige Bijbelleraren het
evangelie van Paulus veranderen. Weet u wat het is, als Paulus
spreekt tot de Joden in het Lichaam, of tot de ongelovige Joden, of
dat hij naar de synagoge gaat, dan moet het wel zo zijn dat hij op
dat moment een ander evangelie had of het was vanwege de overgangs
periode.
Althans dat is hetgeen
sommigen zullen leren.
Christus openbaarde aan
Paulus het evangelie van de onbesnedenen of, zoals wij het kennen,
de prediking van Jezus Christus naar de openbaring der
verborgenheid. Dit evangelie heeft verschillende namen maar het is
hetzelfde dat Paulus gedurende zijn gehele bediening leerde.
Christus heeft Paulus uit
Zijn genade geroepen (zo zie ik het tenminste) voor een speciaal
doel.
“Gal.1:15: Maar wanneer
het Gode behaagd heeft, Die mij van mijner moeders lijf aan
afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn genade”.
“Rom.1:1: Paulus, een
dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd
tot het Evangelie van God”.
“Hand.13:2: En als zij
den Heere dienden, en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij
af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen
heb”.
Dus vanaf het moment dat
hij zich in het lijf zijner moeder bevond, tot het moment dat hij en
Barnabas werden afgezonderd, is de doelstelling dezelfde. De wereld
iets nieuws vertellen dat voorheen niet bekend was. Het wordt
genoemd: “Christus naar de openbaring der verborgenheid”.
Ter herinnering voor de
lezers: Paulus was van geboorte een Jood.
“Gal.2:15: Wij zijn van
nature Joden, en niet zondaars uit de heidenen”.
“Fil.3:4-6: 4 Hoewel ik
heb, dat ik ook in het vlees betrouwen mocht; indien iemand anders
meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer. 5 Besneden ten
achtsten dage, uit het geslacht van Israel, van den stam van
Benjamin, een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet een
Farizeer; 6 Naar den ijver een vervolger der Gemeente; naar de
rechtvaardigheid, die in de wet is, zijnde onberispelijk”.
Paulus was Saulus, tegen
wie de Heer zei:
“Hand.9:4: …………………………………
Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij?”.
Paulus is de eerste in de
bedeling der Genade:
“1Tim.1:16-17: 16 Maar
daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij,
die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een
voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.17
Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken,
den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid.
Amen”.
Ik ben als Jood (niet
religieus) in Israël geboren en heb nooit iets geweten van Paulus;
zo zijn er ook veel zogenaamde christenen die nooit gehoord hebben:
“11 …………………..dat het
Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar den mens. 12
Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd,
maar door de openbaring van Jezus Christus” (Gal.1:11-12).
Nu we weten dat Saulus, die
Paulus werd, zijn evangelie door openbaring heeft ontvangen, kunnen
we beginnen met de studie betreffende de Joden en de prediking van
Jezus Christus naar de openbaring der verborgenheid.
Het is verbazingwekkend om
te zien hoe bekwame Bijbelleraren het evangelie van Paulus
veranderen als het de Joden betreft. Terwijl Paulus eerst naar de
Jood gaat leert de Bijbel ons dat hij altijd hetzelfde evangelie
predikte dat hij, volgens de verborgenheid, door openbaring heeft
ontvangen van de opgestane Heere Jezus Christus.
DE JOODSE RELIGIE
Alvorens we met dit
onderwerp verder gaan moeten we eerst enige dingen begrijpen
aangaande de Joden of de Joods religie.
God heeft slechts één
religie gegeven “de dienst van God” (Rom.9:4)
en dat is gegeven aan het volk Israël. Zij moesten de God van
Abraham, Izak en Jacob dienen volgens hetgeen Hij hen vertelde, door
Mozes. Volgens deze dienst van God was eerst de tabernakel en later
de tempel de ontmoetingsplaats tussen het volk en God.
“Ex.25:22: ……..en aldaar
zal Ik bij u komen,…….”.
De tempel was de enige
plaats waar Israël aan God offerde.
Paulus schrijft in Gal.1:13
over:
“Want gij hebt mijn
omgang gehoord, die eertijds in het Jodendom was, dat ik uitnemend
zeer de Gemeente Gods vervolgde, en dezelve verwoestte”.
De Joodse religie en “de
dienst van God” (Rom.9:4) zijn niet hetzelfde. De verandering
begon toen:
“In het derde jaar des
koninkrijks van Jojakim, den koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de
koning van Babel, te Jeruzalem, en belegerde haar” (Daniël 1:1).
Vanaf die tijd werd de
Synagoge de ontmoetingsplaats, het huis waar de Joden samen kwamen.
Dat was het tijdstip waarop de Joden hun eigen traditie begonnen te
ontwikkelden tezamen met de Wet van Mozes. Dat is de reden waarom we
lezen:
“Matth.15:2: Waarom
overtreden Uw discipelen de inzetting der ouden? Want zij wassen hun
handen niet, wanneer zij brood zullen eten”.
“Mark.7:3: Want de
Farizeen en al de Joden eten niet, tenzij dat zij eerst de handen
dikmaals wassen, houdende de inzettingen der ouden”.
“Mark.7:13: Makende alzo
Gods woord krachteloos door uw inzetting, die gij ingezet hebt; en
vele dergelijke dingen doet gij”.
Maar laten we niet vergeten
dat, alhoewel ze tot op zekere hoogte hun eigen traditie volgden, ze
nog steeds het uitverkoren volk van God waren. Matth.23:2 zegt:
“…….De Schriftgeleerden
en de Farizeen zijn gezeten op den stoel van Mozes”.
“Joden” was de naam van
degenen die uit de stam van Juda kwamen. Toen ze naar Babel gingen
lezen we op enige plaatsen het woord “Joden”. (Zie in de boeken
Ezra, Nehemia en anderen).
“Daniël 3:12: Er zijn
Joodse mannen, die gij over de bediening van het landschap van Babel
gesteld hebt, Sadrach, Mesach en Abed-nego; deze mannen hebben, o
koning! op u geen acht gesteld;…….”.
“de zaligheid is uit de
Joden” (Joh.4:22), betekent op dat moment het gehele volk
Israël. Het huis van Juda en Israël.
“Joh.5:18: Daarom
zochten dan de Joden te meer Hem te doden,…..”
Op dat moment betekent
“Joden” tevens de religieuze autoriteit.
Paulus groeide dus op in
deze religie waardoor ze, vanwege de traditie, Jezus niet konden
zien als de Christus.
“Joh.5:45-47: 45 Meent
niet, dat Ik u verklagen zal bij den Vader; die u verklaagt, is
Mozes, op welken gij gehoopt hebt. 46 Want indien gij Mozes
geloofdet, zo zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij
geschreven. 47 Maar zo gij zijn Schriften niet gelooft, hoe zult gij
Mijn woorden geloven?”.
DE SYNAGOGE
Let op: Volgens de Wet van
Mozes is de synagoge niet de aangewezen plaats om God te aanbidden.
De Wet van Mozes spreekt
over de tabernakel als de ontmoetingsplaats. De synagoge werd de
ontmoetingsplaats voor de Joden nadat Nebucadnezar, de koning van
Babel, hen wegvoerde naar Babel. Deze synagoges werden niet alleen
gevonden in Babel maar verspreiden zich in de gehele regio. Daarom
lezen we later:
“Hand.15:21: Want Mozes
heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij
wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen”
Toen dus de Joden,
tezamen met de Wet van Mozes, hun eigen traditie ontwikkelden, werd
Mozes nog steeds in elke stad gepredikt, de Wet van Mozes betekent
ook wijsheid.
“1Kor.1:21: Want
nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door
de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der
prediking, zalig te maken, die geloven”.
Volgens de Wet van Mozes
waren er bepaalde regels hoe en wanneer ze moesten offeren.
“De tabernakel van de
vergadering” – Leviticus 1 en 17.
(Tabernakel of “de tent der
samenkomst”).
“Lev.17:5: Opdat, wanneer
de kinderen Israels hun slachtofferen brengen, welke zij op het veld
slachten, dat zij die den HEERE toebrengen, aan de deur van de tent
der samenkomst tot den priester, en dezelve tot dankofferen den
HEERE slachten”.
“Lev.17:6: En de
priester zal het bloed op het altaar des HEEREN, aan de deur van de
tent der samenkomst, sprengen; en hij zal het vet aansteken, tot een
liefelijken reuk den HEERE”.
“Lev.17:7: En zij zullen
ook niet meer hun slachtofferen den duivelen, welke zij nahoereren,
offeren; dat zal hun een eeuwige inzetting zijn voor hun
geslachten”.
DE HEERE JEZUS EN DE SYNAGOGES
Toen Christus op aarde was
vond Hij een ongeestelijke tempel. De priesters deden hun werk niet.
“Matth.21:12: En Jezus
ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en
kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de
zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten”.
Laat ons echter niet
vergeten dat dit de tempel was die koning Herodes had gebouwd en dat
dit niet het huis van God was waarvan Haggaï spreekt. Deze tempel
was, zonder de tabernakel, leeg.
“Haggaï 2:9: De
heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden, dan van het
eerste, zegt de HEERE der heirscharen;…………………..”.
Nu begrijpen we ook waarom
er nog synagoges waren. Laat ons dus zien naar hetgeen de Heer
leerde in de ontmoetingsplaats van de Joden.
“Matth.4:23: En Jezus
omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende
het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle
kwale onder het volk”.
“Mark.1:39: En Hij
predikte in hun synagogen, door geheel Galilea, en wierp de
duivelen uit”.
“Mark.14:49: Dagelijks
was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij
niet gegrepen;…………..”.
“Joh.7:14: Doch als het
nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den
tempel, en leerde”.
DE SYNAGOGE DER LIBERTIJNEN EN
DE GEMEENTEN TE JUDEA
“Hand.6:9: En er stonden
op sommigen, die waren van de synagoge, genaamd der
Libertijnen, en der Cyreneers, en der Alexandrijnen, en dergenen,
die van Cilicie en Azie waren, en twistten met Stefanus”.
“Hand.9:31: De
Gemeenten dan, door geheel Judea, en Galilea, en Samaria, hadden
vrede, en werden gesticht; en wandelende in de vreze des Heeren, en
de vertroosting des Heiligen Geestes, werden vermenigvuldigd”.
Merk op dat er verschil is
tussen de synagoge der Joden, die Christus niet als de Messias
accepteerden, en de gemeenten die gesticht werden gedurende de tijd
dat de apostelen het evangelie van het koninkrijk predikten.
“Hand.9:2: En begeerde
brieven van hem naar Damaskus, aan de synagogen, opdat, zo hij
enigen, die van dien weg waren, vond, hij dezelve, beiden mannen en
vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem”.
Voordat de tweede tempel
werd vernietigd, in 70 na Christus, bestonden de synagogen nog
steeds, gemeenschappelijke aanbidding was in die tijd, toen de
tempel er nog stond, gecentreerd rond de offers die door de
priesters werden gebracht in de Heilige Tempel.
Gedurende de Babylonische
gevangenschap (586-537, voor Christus) begonnen “Mannen van de grote
vergadering” het proces van formaliseren en standaardiseren van de
Joodse dienst en gebeden op een manier die niet overeen kwam met het
functioneren van de Tempel te Jeruzalem. Dat betekende een religie
die onafhankelijk was van hetgeen God aan Mozes had gezegd.
Er wordt gezegd dat er in
de dagen van Mozes al synagogen bestonden als een plaats waar werd
onderwezen.
“Exodes 18:20: En
verklaar hun de instellingen en de wetten, en maak hun bekend den
weg, waarin zij wandelen zullen, en het werk, dat zij doen zullen”.
De synagogen worden ook wel
genoemd: “huizen des volks”.
“Jeremia 39:8: En de
Chaldeen verbrandden het huis des konings en de huizen des volks
met vuur; en zij braken de muren van Jeruzalem af”.
In het Judaïsme spreken de
mensen over de synagogen als de kleine
heiligdommen, hetgeen betekent dat iedere synagoge een
heilig gebouw was.
“Ezechiël 11:16: Daarom
zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Hoewel Ik hen verre onder de heidenen
weggedaan heb, en hoewel Ik hen in de landen verstrooid heb,
nochtans zal Ik hun een weinig tijds tot een heiligdom zijn, in de
landen, waarin zij gekomen zijn”.
Maar wij weten dat God
slechts één heiligdom had.
“Ex.25:8: En zij zullen
Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone”.
“Hebr.9:1: Zo had dan
wel ook het eerste verbond rechten van de gods dienst, en het
wereldlijk heiligdom”.
PAULUS PREDIKT IN DE SYNAGOGEN
Nu we tot aan Paulus zijn
gekomen begrijpen we iets meer van de synagogen. We weten nu dat in
de synagogen, in de dagen van Paulus, de mensen geleerd werd over de
“Joodse religie” en niet noodzakelijkerwijze alleen over Mozes.
Waarom Paulus eerst naar de
synagogen ging
Waarom ging Paulus eerst
naar de synagogen? Waarom denken de mensen dat, als Paulus naar de
synagogen ging, hij het evangelie van het koninkrijk op aarde
predikte? De Schrift zegt op een eenvoudige wijze dat hij daar heen
ging. Als er tenslotte een groep mensen waren die de orakels
van God (orakel is “Godsspraak”) begrepen, dan waren die
het, die, in de dagen van Paulus, wisten: “eerst de Jood” en niet de
Romeinen of de Grieken.
“Hand.13:46: Maar Paulus
en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat
eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij
hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig
oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen”.
“Rom.3:2: ………………………,dat
hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd”.
“Hand.15:21: Want
Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken,
en hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen”.
Dat het Woord Gods
– We lezen in Hand.13:46 over het Woord van God. Het is de vraag:
welk Woord? Zijn het dezelfde woorden van God die Christus predikte
terwijl Hij op aarde was? Nee! We mogen dan wel niet alle details
weten maar we zouden wel moeten weten hetgeen er geschreven staat:
Galaten 1:12-18:
“:12 Want ik heb ook
hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de
openbaring van Jezus Christus. 13 Want gij hebt mijn omgang gehoord,
die eertijds in het Jodendom was, dat ik uitnemend zeer de Gemeente
Gods vervolgde, en dezelve verwoestte;
14 En dat ik in het
Jodendom toenam boven velen van mijn ouderdom in mijn geslacht,
zijnde overvloedig ijverig voor mijn vaderlijke inzettingen. 15 Maar
wanneer het Gode behaagd heeft, Die mij van mijner moeders lijf aan
afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn genade,
16 Zijn Zoon in mij te
openbaren, opdat ik Denzelven door het Evangelie onder de heidenen
zou verkondigen, zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en
bloed; 17 En ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem, tot degenen,
die voor mij apostelen waren; maar ik ging henen naar Arabie, en
keerde wederom naar Damaskus. 18 Daarna kwam ik na drie jaren weder
te Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef bij hem vijftien
dagen”.
Het verslag van Paulus zelf
zegt ons dat, vanaf het moment dat God hem door Zijn genade heeft
geroepen, hij niets had geleerd van de andere apostelen. Dat klinkt
vreemd! Hoe wist hij de dingen dan? Door openbaring van Jezus
Christus.
Ging hij eerst naar Petrus
en de anderen om enig onderwijs te ontvangen aangaande het
koninkrijk? Nee!
“Gal.1:17: En ben niet
wederom gegaan naar Jeruzalem, tot degenen, die voor mij apostelen
waren; maar ik ging henen naar Arabie, en keerde wederom naar
Damaskus”.
Als we God werkelijk op
Zijn Woord nemen en geloven hetgeen Paulus tegen de Galaten zegt dan
kunnen we begrijpen dat Paulus in de synagogen spreekt over de Zoon
van God en over Christus. Geheel op de manier waarop God het aan hem
had geopenbaard.
“Hand.9:20: En hij
predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God
is”.
“Hand.9:21-22: :21 En
zij ontzetten zich allen, die het hoorden, en zeiden: Is deze niet
degene, die te Jeruzalem verstoorde, wie dezen Naam aanriepen, en
die daarom hier gekomen is, opdat hij dezelve gebonden zou brengen
tot de overpriesters? 22 Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd,
en overtuigde de Joden, die te Damaskus woonden, bewijzende, dat
deze de Christus is”.
Wordt vervolgd. |