De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

HET GOEDE NIEUWS VAN GENADE

STRAALT UIT WERELDWIJD

H O O F D S T U K   VIII

DE DRAAGWIJDTE VAN PAULUS' BEDIENING

HET GOEDE NIEUWS VOOR ALLE VOLKEREN

"Gaat dan heen, onderwijst (Lett. maak discipelen van) AL DE VOLKEREN..." (Matt.28:19; cf.Luk.24:47).

"Gaat heen in DE HELE WERELD, predikt het evangelie aan DE HELE SCHEPPING" (Mark.16:15).

 

"En dit evangelie van het koninkrijk zal over de hele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en DAN ZAL HET EINDE KOMEN" (Matt.24:14).

 

"Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van de verborgenheid die van de tijden van de eeuwen verzwegen is geweest,

"maar nu geopenbaard is, en...tot gehoorzaamheid van het geloof, ONDER AL DE HEIDENEN BEKEND IS GEMAAKT," (Rom.16:25,26).

"Het evangelie, dat tot u gekomen is, zoals ook in DE HELE WERELD, en het brengt vruchten voort, zoals ook onder u..." (Col.1:6).

"...het evangelie dat gij gehoord hebt, dat GEPREDIKT IS IN DE HELE SCHEPPING DIE ONDER DE HEMEL IS, waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben." (Col.1:23).

De bovenstaande passages uit de Schrift verdienen de meest kritische aandacht, speciaal waar zij met elkaar gerelateerd zijn. De lezer zal opmerken dat we ze in drie delen hebben gesplitst; de bovenste hebben te maken met de bediening van de twaalf apostelen, de onderste met de bediening van Apostel Paulus, en die tussenbeide verklaart dat als alle volkeren bereikt zijn met "het evangelie van het koninkrijk", dat dan "het einde" zal komen. Een bedachtzame beschouwing van deze passages doet twee grondvragen rijzen, waarvan de antwoorden nadruk leggen op het uitzonderlijk karakter van Paulus apostelschap en boodschap. Zij luiden: (1) Was de bediening van Paulus een voortzetting van die van de twaalven? en (2) Bereikte Paulus met de boodschap van genade werkelijk de hele wereld?

            WAS PAULUS' BEDIENING EEN VOORTZETTING

                VAN DIE VAN DE TWAALVEN?

Als dit zo was, waarom is dan "het einde" niet gekomen? Want Matt.24:14 verklaart duidelijk dat als "het evangelie van het koninkrijk" "alle volkeren" bereikt zal hebben, dat "dan het einde zal komen."

Nu weten wij dat de twaalven, zelfs niet door geheime agenten, niet "alle volkeren met hun evangelie bereikt hebben. Inderdaad werden zij, in het grote Jeruzalem-convent, ontheven van hun oorspronkelijke opdracht, met nu Paulus als de apostel voor de heidenen (zie Gal.2:2-9). Als dan Paulus nu hun bediening voortzette, en alle volkeren zou hebben bereikt met hun evangelie, zou "het einde" zijn gekomen.

Welk "einde" werd wel bedoeld in Matt.24:14? Een blik op de contekst zal openbaren dat onze Here daar verwees naar het einde van de Verdrukking, en daarop volgend, de aardse vestiging van het koninkrijk van de Messias.

Jawel, maar Paulus' bediening was geen voortzetting van die van de Twaalven. Het zijne was niet "het evangelie van het koninkrijk", maar "de prediking van het kruis", niet de verkondiging van profetische beloften, maar de bekendmaking van de "verborgenheid...geheim gehouden sinds de grondlegging van de wereld, maar nu bekend gemaakt" door hem.

Het geprofeteerde programma, met haar "evangelie van het koninkrijk" werd, zoals we gezien hebben, onderbroken door "de bedeling van de genade van God". Als die bedeling tot een einde gekomen is, zal God Zijn handelen met Israel weer opnemen, en "dit evangelie van het koninkrijk" zal dan opnieuw worden verkondigd, culminerend in "het einde" van de Grote Verdrukking en de wederkomst van Christus, om te regeren op aarde.

Zo was Paulus' bediening geen voortzetting van die van de Twaalven, maar was juist onderscheiden en apart van de hunne; en dat brengt ons naar de twede vraag:

             BEREIKTE PAULUS DE GEHELE WERELD

            MET ZIJN BOODSCHAP VAN GENADE?

Beschouwing van het derde deel van boven aangehaalde Schriftgedeelten, toont aan dat hij dit deed. Rom.16:25,26 verklaart, dat hoewel "verborgen gehouden sinds de grondlegging der wereld", was het vervolgens "onder al de heidenen bekend gemaakt, tot gehoorzaamheid van het geloof." Col.1:6 verklaart aan de Colossenzen dat "het evangelie tot u gekomen is, zoals ook in de gehele wereld", en Vers 23 bepaalt dat het "gepredikt is in de hele schepping die onder de hemel is."

Als de lezer tegenwerpt, dat "het evangelie van God's genade" in werkelijkheid "de hele wereld" of "al de heidenen" niet kon bereiken?, antwoorden wij door te onderkennen dat met "de gehele wereld", zonder twijfel bedoeld wordt, de hele bekende wereld, en dat met "de hele schepping", uiteraard de schepping voor zover bekend, bedoeld is. Maar de termen "alle volkeren", "de hele wereld" en "de hele schepping", genoemd in de zogenaamde "grote opdracht" bedoelen precies hetzelfde, ook in het Grieks, als die drie termen die gebruikt worden in verband met Paulus bediening. (cf. eerdergenoemd punt 1 in vergelijking met punt 3). Wat bedoeld wordt in "de grote opdracht" moeten zij ook bedoelen met betrekking tot Paulus' bediening.

Omdat de twaalven bij de uitvoering van hun opdracht nooit verder zijn gegaan dan hun eigen volk, staat er van Paulus geschreven dat gedurende zijn verblijf in Epheze "allen die in Aziכ woonden het Woord van de Here Jezus hoorden" (Hand.19:10). Aan de Romeinen schrijft hij: "Van Jeruzalem af en rondom, tot Illyrikum heb ik het evangelie van Christus vervuld" (Rom.15:19), en noemt plannen om naar Spanje te gaan (15:24), plannen die wel zouden kunnen zijn uitgevoerd tussen zijn beide gevangenschappen. Ook van zijn helpers wordt verteld, "Dezen, die de wereld in beroering brengen, zijn ook hier gekomen" (Hand.17:6). En tot de Romeinen, die met "het evangelie van God's genade" door zijn bediening reeds waren bekend geworden, schrijft hij: "...omdat uw geloof verkondigd wordt in de hele wereld" (Rom.1:8).

               DE VERBAZINGWEKKENDE ENERGIE

           WAARMEE PAULUS DE GENADE PREDIKTE

We beginnen iets van de strekking van Paulus' bediening te begrijpen, als we in de Heilige Schrift lezen, bijvoorbeeld, hoe in het Pisidische Antiochiכ "bijna de hele stad" samenkwam om het Woord van God te horen, hoewel "de ongelovige Joden vervolging verwekten tegen Paulus en Barnabas, en ze uit hun gebied wierpen" (Hand.13:49,50). En ook, hoe in Ikonium, waar hij daarna het evangelie verkondigde, "de menigte van de stad verdeeld werd," en hoe de apostelen in gevaar van te worden gestenigd, "vluchtten naar Lystra en Derbe...En daar het evangelie verkondigden" (Hand.14:4-7). In Lystra werd hij werkelijk gestenigd en buiten de stad gesleept, en bleef voor dood liggen (Hand.14:19).

En toen gingen zij, na het evangelie in Derbe gepredikt, en velen geleerd te hebben, direct terug naar de steden waar zij hun levens geriskeerd, en zo'n vervolging geleden hadden,

       "versterkten de zielen van de discipelen, en vermaanden dat zij zouden blijven in het geloof..." (Hand.14:22).

En we zouden voort kunnen gaan en hun strijd vermelden te Jeruzalem voor de vrijheid van de Wet voor de heidenen, de "koude douche" die hij kreeg te Athene, de verschrikkelijke tegenstand en vervolging te Corinthe, het grote oproer in Epheze, waar hij zegt: "Wij zijn uitermate bezwaard geweest boven onze macht, zodat wij zeer in twijfel waren, ook voor het leven." (2Cor.1:8).  We zouden de bijzonderheden van zijn kwellingen, vervolgingen en gevaren in Caesarea kunnen behandelen, en de hele weg naar Rome, waar hij tenslotte door de boze Nero werd onthoofd. En dan hebben we nog niet eens de lange lijst genoemd van zijn lijden en vervolgingen die we vinden in 2Cor.11:23-29). Het is verbijsterend dat in die tijd, ongeveer 60 na Chr., hij reeds zoveel te lijden kreeg. Maar dit alles toont de verbazende energie die hij, door God's genade, besteedde in de bekendmaking van "het evangelie van God's genade"

                  GODDELIJKE BEKRACHTIGING

Maar hoe kon ייn man, als wij Paulus' weloverwogen pogingen om het evangelie in "de buitengebieden" te brengen erkennen, zoveel bereiken? Wat was de bron van de energie die hem van de ene opwekking in de andere bracht; die hem dwong steeds verder te gaan met zijn verkondiging van "het evangelie van God's genade", zelfs zonder zich de zo nodige rust te gunnen? Hoe kon hij het volhouden om de geselslagen en gevangenissen te doorstaan, de stenigingen en schipbreuken, de lange reizen met gevaren van elke soort? Hoe kon hij doorgaan met het verdragen van alle moeilijkheden, verdriet, nachtwaken, honger, dorst, koude, naaktheid? En al deze dingen die nog werden toegevoegd aan "zijn zorg voor de gemeenten" die hij reeds had geleden ten tijde dat hij de twede brief aan de Corinthiכrs schreef (zie 2Cor.11:23-28). Inderdaad schrijft hij aan hen in zijn eerste brief:

"Tot op dit ogenblik lijden wij honger, en lijden wij dorst, en zijn naakt, en worden met vuisten geslagen, en hebben geen vaste woonplaats" (1Cor.4:11).

Hoe kon de apostel dit alles doorstaan? Het antwoord op deze vraag wordt eveneens gegeven in zijn eigen geinspireerde brieven. Het is eenvoudig omdat hij goddelijk bekrachtigd was, zoals de volgende passages aangeven:

"Want ik zou niet durven iets te zeggen, dat Christus door mij niet gewerkt heeft, tot gehoorzaamheid van de heidenen, met woorden en werken" (Rom.15:18).

       "Doch door de genade van God ben ik, wat ik ben; en Zijn genade die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade van God, die met mij is" (1Cor.15:10).

       "want Die in Petrus krachtig werkte tot het apostelschap van de besnijdenis, Die werkte ook krachtig in mij onder de heidenen" (Gal.2:8).

       "waartoe ik ook arbeid onder strijd naar Zijn werking die in mij werkt met kracht" (Col.1:29).

       "In mijn eerste verantwoording is niemand bij mij geweest, maar zij hebben mij allen verlaten. Het worde hun niet toegerekend.

       "Maar de Here heeft mij bijgestaan, en heeft mij bekrachtigd; opdat men door mij ten volle verzekerd zou zijn van de prediking, en alle heidenen die zouden horen. En ik ben uit de muil van de leeuw verlost" (2Tim.4:16,17).

       Alleen hierdoor kon de apostel schrijven:                       "Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen" (Tit.2:11).*/

  */ Voetnoot: Dit onderwerp wordt uitgebreid behandeld in het boek van de schrijver, "No other doctrine", Chap.XII.

Helaas, wat is dit licht sindsdien uitgedoofd! Hoe gemakkelijk hebben mensen de oneindige genade van God opgenomen! En dit begon reeds gedurende de dagen van de apostel. Aan de wispelturige Galatiכrs moest hij schrijven:

       "Ik verwonder mij, dat gij zo haastig afwijkt van hem, die u in de genade van Christus geroepen heeft, door over te gaan naar een ander evangelie!" (Gal.1:6).

       En tot Timotheus, de herder te Epheze (vanwaar eens geheel "Aziכ" werd geevangeliseerd), moest hij schrijven:

       "Gij weet dit, dat allen die in Aziכ zijn, zich van mij afgewend hebben,..." (2Tim.1:15).

Zij hadden zich niet afgekeerd van God, maar van Paulus en de klare, vaste boodschap van genade die hij bracht. Het is duidelijk bij alles wat de apostel te zeggen had over de komende dwaling - en wat Timotheus daartegen moest doen - dat de opstand tegen zijn door God gegeven boodschap, reeds begonnen was.  

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011