HET
GOEDE NIEUWS VAN GENADE
STRAALT
UIT WERELDWIJD
H
O O F D S T U K VIII
DE
DRAAGWIJDTE VAN PAULUS' BEDIENING
HET
GOEDE NIEUWS VOOR ALLE VOLKEREN
"Gaat
dan heen, onderwijst (Lett. maak discipelen van) AL DE VOLKEREN..." (Matt.28:19;
cf.Luk.24:47).
"Gaat heen in DE HELE WERELD, predikt het evangelie aan DE HELE
SCHEPPING" (Mark.16:15).
"En dit evangelie van het koninkrijk zal over de hele wereld
gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en DAN ZAL HET EINDE
KOMEN" (Matt.24:14).
"Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn evangelie en
de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van de verborgenheid die van
de tijden van de eeuwen verzwegen is geweest,
"maar nu geopenbaard is, en...tot gehoorzaamheid van het geloof,
ONDER AL DE HEIDENEN BEKEND IS GEMAAKT," (Rom.16:25,26).
"Het evangelie, dat tot u gekomen is, zoals ook in DE HELE
WERELD, en het brengt vruchten voort, zoals ook onder u..." (Col.1:6).
"...het evangelie dat gij gehoord hebt, dat GEPREDIKT IS IN DE
HELE SCHEPPING DIE ONDER DE HEMEL IS, waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden
ben." (Col.1:23).
De bovenstaande passages uit de Schrift verdienen de meest kritische
aandacht, speciaal waar zij met elkaar gerelateerd zijn. De lezer zal
opmerken dat we ze in drie delen hebben gesplitst; de bovenste hebben te
maken met de bediening van de twaalf apostelen, de onderste met de bediening van
Apostel Paulus, en die tussenbeide verklaart dat als alle volkeren bereikt zijn
met "het evangelie van het koninkrijk", dat dan "het einde"
zal komen. Een bedachtzame beschouwing van deze passages doet twee grondvragen
rijzen, waarvan de antwoorden nadruk leggen op het uitzonderlijk karakter van
Paulus apostelschap en boodschap. Zij luiden: (1) Was de bediening van Paulus
een voortzetting van die van de twaalven? en (2) Bereikte Paulus met de
boodschap van genade werkelijk de hele wereld?
WAS PAULUS' BEDIENING EEN VOORTZETTING
VAN DIE VAN DE TWAALVEN?
Als dit zo was, waarom is dan "het einde" niet gekomen? Want
Matt.24:14 verklaart duidelijk dat als "het evangelie van het
koninkrijk" "alle volkeren" bereikt zal hebben, dat "dan het
einde zal komen."
Nu weten wij dat de twaalven, zelfs niet door geheime agenten, niet "alle
volkeren met hun evangelie bereikt hebben. Inderdaad werden zij, in het grote
Jeruzalem-convent, ontheven van hun oorspronkelijke opdracht, met nu Paulus als
de apostel voor de heidenen (zie Gal.2:2-9). Als dan Paulus nu hun bediening
voortzette, en alle volkeren zou hebben bereikt met hun evangelie, zou "het
einde" zijn gekomen.
Welk "einde" werd wel bedoeld in Matt.24:14? Een blik op de
contekst zal openbaren dat onze Here daar verwees naar het einde van de
Verdrukking, en daarop volgend, de aardse vestiging van het koninkrijk van de
Messias.
Jawel, maar Paulus' bediening was geen voortzetting van die van de
Twaalven. Het zijne was niet "het evangelie van het koninkrijk",
maar "de prediking van het kruis", niet de verkondiging van
profetische beloften, maar de bekendmaking van de "verborgenheid...geheim
gehouden sinds de grondlegging van de wereld, maar nu bekend gemaakt" door
hem.
Het geprofeteerde programma, met haar "evangelie van het
koninkrijk" werd, zoals we gezien hebben, onderbroken door "de
bedeling van de genade van God". Als die bedeling tot een einde gekomen
is, zal God Zijn handelen met Israel weer opnemen, en "dit evangelie van
het koninkrijk" zal dan opnieuw worden verkondigd, culminerend in "het
einde" van de Grote Verdrukking en de wederkomst van Christus, om te
regeren op aarde.
Zo was Paulus' bediening geen voortzetting van die van de
Twaalven, maar was juist onderscheiden en apart van de hunne; en dat brengt ons
naar de twede vraag:
BEREIKTE PAULUS DE GEHELE WERELD
MET ZIJN BOODSCHAP VAN GENADE?
Beschouwing van het derde deel van boven aangehaalde Schriftgedeelten,
toont aan dat hij dit deed. Rom.16:25,26 verklaart, dat hoewel "verborgen
gehouden sinds de grondlegging der wereld", was het vervolgens "onder al
de heidenen bekend gemaakt, tot gehoorzaamheid van het geloof." Col.1:6
verklaart aan de Colossenzen dat "het evangelie tot u gekomen is, zoals ook
in de gehele wereld", en Vers 23 bepaalt dat het "gepredikt
is in de hele schepping die onder de hemel is."
Als de lezer tegenwerpt, dat "het evangelie van God's genade"
in werkelijkheid "de hele wereld" of "al de heidenen" niet
kon bereiken?, antwoorden wij door te onderkennen dat met "de gehele
wereld", zonder twijfel bedoeld wordt, de hele bekende wereld, en
dat met "de hele schepping", uiteraard de schepping voor zover
bekend, bedoeld is. Maar de termen "alle volkeren", "de hele
wereld" en "de hele schepping", genoemd in de zogenaamde
"grote opdracht" bedoelen precies hetzelfde, ook in het Grieks, als
die drie termen die gebruikt worden in verband met Paulus bediening. (cf.
eerdergenoemd punt 1 in vergelijking met punt 3). Wat bedoeld wordt in "de
grote opdracht" moeten zij ook bedoelen met betrekking tot Paulus'
bediening.
Omdat de twaalven bij de uitvoering van hun opdracht nooit verder zijn
gegaan dan hun eigen volk, staat er van Paulus geschreven dat gedurende zijn
verblijf in Epheze "allen die in Aziכ woonden het Woord van de Here
Jezus hoorden" (Hand.19:10). Aan de Romeinen schrijft hij: "Van
Jeruzalem af en rondom, tot Illyrikum heb ik het evangelie van Christus
vervuld" (Rom.15:19), en noemt plannen om naar Spanje te gaan (15:24),
plannen die wel zouden kunnen zijn uitgevoerd tussen zijn beide
gevangenschappen. Ook van zijn helpers wordt verteld, "Dezen, die de
wereld in beroering brengen, zijn ook hier gekomen" (Hand.17:6). En tot
de Romeinen, die met "het evangelie van God's genade" door zijn
bediening reeds waren bekend geworden, schrijft hij: "...omdat uw geloof
verkondigd wordt in de hele wereld" (Rom.1:8).
DE VERBAZINGWEKKENDE ENERGIE
WAARMEE PAULUS DE GENADE PREDIKTE
We beginnen iets van de strekking van Paulus' bediening te begrijpen, als
we in de Heilige Schrift lezen, bijvoorbeeld, hoe in het Pisidische Antiochiכ "bijna
de hele stad" samenkwam om het Woord van God te horen, hoewel "de
ongelovige Joden vervolging verwekten tegen Paulus en Barnabas, en ze uit hun
gebied wierpen" (Hand.13:49,50). En ook, hoe in Ikonium, waar hij daarna
het evangelie verkondigde, "de menigte van de stad verdeeld werd,"
en hoe de apostelen in gevaar van te worden gestenigd, "vluchtten naar
Lystra en Derbe...En daar het evangelie verkondigden" (Hand.14:4-7).
In Lystra werd hij werkelijk gestenigd en buiten de stad gesleept, en bleef voor
dood liggen (Hand.14:19).
En toen gingen zij, na het evangelie in Derbe gepredikt, en velen geleerd
te hebben, direct terug naar de steden waar zij hun levens geriskeerd, en zo'n
vervolging geleden hadden,
"versterkten de zielen van de discipelen, en vermaanden dat zij
zouden blijven in het geloof..." (Hand.14:22).
En we zouden voort kunnen gaan en hun strijd vermelden te Jeruzalem voor
de vrijheid van de Wet voor de heidenen, de "koude douche" die hij
kreeg te Athene, de verschrikkelijke tegenstand en vervolging te Corinthe, het
grote oproer in Epheze, waar hij zegt: "Wij zijn uitermate bezwaard
geweest boven onze macht, zodat wij zeer in twijfel waren, ook voor het
leven." (2Cor.1:8). We
zouden de bijzonderheden van zijn kwellingen, vervolgingen en gevaren in
Caesarea kunnen behandelen, en de hele weg naar Rome, waar hij tenslotte door de
boze Nero werd onthoofd. En dan hebben we nog niet eens de lange lijst genoemd
van zijn lijden en vervolgingen die we vinden in 2Cor.11:23-29). Het is
verbijsterend dat in die tijd, ongeveer 60 na Chr., hij reeds zoveel te lijden
kreeg. Maar dit alles toont de verbazende energie die hij, door God's genade,
besteedde in de bekendmaking van "het evangelie van God's genade"
GODDELIJKE BEKRACHTIGING
Maar hoe kon ייn man, als wij Paulus' weloverwogen pogingen om het
evangelie in "de buitengebieden" te brengen erkennen, zoveel bereiken?
Wat was de bron van de energie die hem van de ene opwekking in de andere bracht;
die hem dwong steeds verder te gaan met zijn verkondiging van "het
evangelie van God's genade", zelfs zonder zich de zo nodige rust te gunnen?
Hoe kon hij het volhouden om de geselslagen en gevangenissen te doorstaan, de
stenigingen en schipbreuken, de lange reizen met gevaren van elke soort? Hoe kon
hij doorgaan met het verdragen van alle moeilijkheden, verdriet, nachtwaken,
honger, dorst, koude, naaktheid? En al deze dingen die nog werden toegevoegd aan
"zijn zorg voor de gemeenten" die hij reeds had geleden ten tijde dat
hij de twede brief aan de Corinthiכrs schreef (zie 2Cor.11:23-28). Inderdaad
schrijft hij aan hen in zijn eerste brief:
"Tot op dit ogenblik lijden wij honger, en lijden wij dorst, en
zijn naakt, en worden met vuisten geslagen, en hebben geen vaste
woonplaats" (1Cor.4:11).
Hoe kon de apostel dit alles doorstaan? Het antwoord op deze vraag wordt
eveneens gegeven in zijn eigen geinspireerde brieven. Het is eenvoudig omdat hij
goddelijk bekrachtigd was, zoals de volgende passages aangeven:
"Want ik zou niet durven iets te zeggen, dat Christus door mij
niet gewerkt heeft, tot gehoorzaamheid van de heidenen, met woorden en
werken" (Rom.15:18).
"Doch door de genade van God ben ik, wat ik ben; en Zijn genade
die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger
gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade van God, die met mij
is" (1Cor.15:10).
"want Die in Petrus krachtig werkte tot het apostelschap van de
besnijdenis, Die werkte ook krachtig in mij onder de heidenen" (Gal.2:8).
"waartoe ik ook arbeid onder strijd naar Zijn werking die in mij
werkt met kracht" (Col.1:29).
"In mijn eerste verantwoording is niemand bij mij geweest, maar
zij hebben mij allen verlaten. Het worde hun niet toegerekend.
"Maar de Here heeft mij bijgestaan, en heeft mij bekrachtigd; opdat
men door mij ten volle verzekerd zou zijn van de prediking, en alle heidenen die
zouden horen. En ik ben uit de muil van de leeuw verlost" (2Tim.4:16,17).
Alleen hierdoor kon de apostel schrijven: "Want
de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen" (Tit.2:11).*/
*/
Voetnoot: Dit onderwerp wordt
uitgebreid behandeld in het boek van de schrijver, "No other
doctrine", Chap.XII.
Helaas, wat is dit licht sindsdien uitgedoofd! Hoe gemakkelijk hebben
mensen de oneindige genade van God opgenomen! En dit begon reeds gedurende de
dagen van de apostel. Aan de wispelturige Galatiכrs moest hij schrijven:
"Ik verwonder mij, dat gij zo haastig afwijkt van hem, die u in
de genade van Christus geroepen heeft, door over te gaan naar een ander
evangelie!" (Gal.1:6).
En tot Timotheus, de herder te Epheze (vanwaar eens geheel
"Aziכ" werd geevangeliseerd), moest hij schrijven:
"Gij weet dit, dat allen die in Aziכ zijn, zich van mij afgewend
hebben,..." (2Tim.1:15).
Zij
hadden zich niet afgekeerd van God, maar van Paulus en de klare, vaste boodschap
van genade die hij bracht. Het is duidelijk bij alles wat de apostel te zeggen
had over de komende dwaling - en wat Timotheus daartegen moest doen - dat de
opstand tegen zijn door God gegeven boodschap, reeds begonnen was.
|