THEOLOGISCHE
VERWARRING EN VERDEELDHEID HAAR
OORZAAK EN OPLOSSING
H O O F D S T U K XVI
HET VERLATEN VAN
DE BOODSCHAP VAN PAULUS
HET RESULTAAT VAN
ONGEHOORZAAMHEID
De Kerk - zelfs de ware Kerk van gelovigen in Christus, is
ongetwijfeld vandaag groter dan zij ooit geweest is. Toch is ze zwak en ziek,
verward en verdeeld.
Velen gevoelen dat de oorzaken van de zwakke geestelijke stand zijn:
falen in het afgescheiden van de wereld leven, gebrek aan gebed,
onverschilligheid t.o.v. de verlorenen, etc. Dit zijn echter de gevolgen,
niet de oorzaken. De oorzaak is het afwijken door de Kerk van God's
boodschap en programma voor onze dagen, zoals geopenbaard door de geschriften
van de Apostel Paulus. Daar ligt de wortel van de moeilijkheid, hoewel weinigen
tot nu toe dit erkennen of bekennen.
Bij Israel was het het verlaten van de wet van Mozes dat hen steeds in
moeilijkheden bracht, bij ons is het, het verlaten van de Paulinische waarheid. Want, weet dit zeker, zo
zeker als de bedeling van de Wet aan Mozes werd toevertrouwd, zo zeker werd de
bedeling van genade, toevertrouwd aan Paulus (Eph.3:1-3), en zij die terug,
of afgevallen zijn, van zijn dagen tot op de onze, hebben dit gedaan, niet zo
zeer door in "t algemeen van het Woord van God vandaan te gaan, danwel door
verlaten van het, in bijzonder door Paulus gegeven Woord van God.
Bij de afsluiting van zijn leven drong Mozes er bij het volk Israel op
aan, om niet de rijkdommen van Kanaהn als geschonken te beschouwen. Hij
waarschuwde hen inderdaad dat als zij dit deden, zij spoedig zouden
"omkomen in het land" wat zij opweg waren te gaan bezitten, en dat zij
zouden worden verstrooid onder de heidenen.
Op dezelfde wijze waarschuwde Paulus ook, dat zij de zegeningen zouden
missen die voor hen bedoeld waren, als zij van de waarheid en het programma wat
hun bekend gemaakt was, zouden afwijken. Er waren reeds sommigen die reeds
begonnen waren met het verlaten, en het verlies van de zegen was duidelijk
geworden. De Galaten zijn een treffend voorbeeld hiervan - en een les voor ons.
Hoe hadden zij zich verheugd toen Paulus voor 't eerst tot hen kwam met
"de prediking van het kruis" en "het evangelie van God's
genade"! Toen zij hem hoorden prediken, en de moeilijkheid bemerkten, en
wellicht de pijn die hij ervoer met zijn ogen, zei de een tot de ander: "Ik
zou wel wensen dat ik hem mijn ogen kon geven! Dan zou ik met vreugde
zonder doen. Hij heeft zijn gezicht zo zeer nodig, en denk eens aan de vreugde
en de zegen die hij ons gebracht heeft!"
Spoedig echter na zijn vertrek werden zij ingepalmd door de Judaןsten,
die "ijverig zochten hen te winnen" en hen van Paulus en zijn
boodschap af te trekken (Gal.4:17). En nu moest Paulus hen schrijven:
"Ik verwonder mij, dat gij zo haastiglijk afwijkt van hem, die u
in de genade van Christus geroepen heeft, door over te gaan naar een ander
evangelie" (Gal.1:6).
"O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij de waarheid
niet zoudt gehoorzaam zijn; u, aan wie Jezus Christus voor ogen geschilderd is,
als onder u gekruisigd? (3:1).
"WAARIN ACHTTET GIJ UZELF DAN GELUKKIG? Want ik geef u
getuigenis, dat gij zo mogelijk uw ogen zoudt uitgraven en mij gegeven hebben (Gal.4:15).
Het was gedaan met de zegen! Zij die zich zo hadden verheugd over de door
Paulus verkondigde rijkdommen van God's genade, waren nu teruggekeerd tot Mozes
en de Wet.
In de brieven van Paulus vinden we zowel de geneigdheid bij de gelovigen
om het pad van de zegen te verlaten, en de diagnose van God over de bijzondere
oorzaak van de narigheid. In ieder geval is de oorzaak, weerstand tegen het door
God aan Paulus geschonken gezag, en het verlaten van zijn door God gegeven
boodschap en programma.
WIJ HADDEN MOETEN LUISTEREN
Het was in een situatie van grote wanhoop, dat Paulus door God werd
gebruikt om hoop en zekerheid aan te bieden aan mensen in groot gevaar, door een
verklaring die ons tegelijkertijd een waardevolle les en bedeling leert. Dit
vond plaats gedurende een hevige storm op zee, die de apostel overkwam op zijn
weg naar Rome.
"En nadat men lange tijd zonder eten geweest was", zowel
passagiers als bemanning, "stond Paulus op in het midden van hen" om
zich te richten tot allen aan boord. Terwijl zij, ongetwijfeld hadden geroepen
(behalve Paulus en zijn metgezellen) tot hun heidense goden om hulp (evenals in
Jona 1:5), was Paulus in gemeenschap geweest met God, en had verdere zekerheid
ontvangen over zijn veilige aankomst te Rome - ook voor zijn reisgenoten.
"O mannen", riep hij uit, boven het geluid van de storm,
"men behoorde mij wel gehoor gegeven te hebben, en van Kreta niet
afgevaren te zijn, en deze hinder en deze schade verhoed te hebben" (Hand.27:21).
Het was niet echt Paulus om op die manier, de kapitein en zijn bemanning,
de eigenaar van het schip, en Julias, de Hoofdman, in tegenwoordigheid van
allen, in verlegenheid te brengen, maar de dringende omstandigheden riepen om
zulke maatregelen, opdat zij nu op zijn woorden acht zouden slaan.
Hoe vergelijkbaar is de situatie met de Kerk vandaag! Het is omdat
gelovigen, en speciaal hun geestelijke leidslieden,
Paulus en zijn van God gekregen instrukties hebben veronachtzaamd, en de
Godsmannen die gestreefd hebben om deze bekend te maken, dat de Kerk "heen
en weer geslingerd" wordt en zoveel schade en verlies geleden heeft. En
temeer, als de bedeling van genade schijnt af te lopen, is het Paulus die roept:
"Jullie hadden naar mij moeten luisteren! */
*/
Voetnoot: Let ook eens op de analogie met Eutychus, die in slaap viel onder de
prediking van Paulus, uit zijn plaats in het raam viel vanaf "de derde
verdieping", en door bemiddeling van Paulus weer herstelde (Hand.20:9-12).
En nu bemoedigt de apostel zijn toehoorders om moed te houden, hen
verzekerend dat niemand van hen zijn leven zal verliezen, alleen het schip. Dit
kan zeker gezegd worden van de huidige Kerk. Er zal geen verlies van leven
zijn, niet ייn van haar leden zal verloren zijn, ofschoon de belijdende Kerk,
"het schip", de organisatie, een trieste mislukking zal ondergaan.
Maar hoe had Paulus deze zekerheid ontvangen? Hoor het hem vertellen als
hij daar in de woedende storm staat:
"Want deze zelfde nacht stond bij mij een engel van God, van Wie
ik ben, Die ik ook dien,*/
"en Hij zei: Vrees niet, Paulus, gij moet voor de keizer gesteld
worden; en zie, God heeft u geschonken allen die met u varen"
(Hand.27:23,24).
*/
Voetnoot: cf. 1Kon.17:1: "Zo
waarachtig als de Here, de God van Israel leeft, voor Wiens aangezicht ik
sta".
Weer is er een treffende analogie, zowel geestelijk als wat betreft
bedeling. In de huidige bedeling zijn allen die met Paulus zee kiezen, en alleen
zij, gered en veilig. Verkeerd-lerende leraars mogen wet en genade, profetie en
het geheimenis, het koninkrijk en het Lichaam vermengen, hun toehoorders worden
echter alleen gered, als zij Paulus' openbaring horen en ontvangen, voor wat
betreft het volbrachte werk van Christus, en redding is door genade, door geloof
alleen. Al mogen ook lezers, door verkeerde gevolgtrekking, deze waarheden
inlezen in passages die dit niet duidelijk leren, het feit echter blijft, dat
zij gered zijn door deze waarheden, en wel door de heerlijke openbaring, aan
Paulus toevertrouwd. Het staat vast dat zij niet gered zijn door het
brengen van offers, zoals Abel (Gen.4:4,5), of door pogingen om de Wet te
onderhouden (Ex.19:5), of door bekering en waterdoop (Mark.1:4; Hand.2:38), maar
alleen door "de prediking van het kruis", en "het
evangelie van God's genade".
Deze scene in Handelingen besluit met een zeer merkwaardige demonstratie
van geloof; een man staande op een door storm gebeukt dek, roepend boven het
geweld van een woedende zee tot meer dan twee honderd zeventig uitgehongerde,
uitgeputte mensen:
"...houdt goede moed, mannen, want ik geloof God, dat het zo zijn
zal, zoals mij gezegd is" (vers 25).
LAAT ONS NU LUISTEREN EN GEHOORZAMEN
Paulus' woorden in Phil.1:27 spreken tot de Kerk van onze dagen zowel als
tot de Kerk van zijn dagen:
"Alleen wandelt waardig het evangelie van Christus, opdat, hetzij
ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik van uw zaken hoor, dat gij staat in
ייn Geest, met ייn gemoed gezamenlijk strijdt door het geloof van het
evangelie."
Maar wat bedoelt de apostel met "het geloof van het
evangelie"? Wat was het waarvoor zij samen moesten staan en vechten?
Was het de boodschap die Christus op aarde, en die Zijn apostelen
gepredikt hadden? Nee, het was "het geloof dat geopenbaard zou
worden" (Gal.3:23). Het "ene geloof" uit Eph.4:5, de
onderscheiden boodschap, aan Paulus toevertrouwd, "het evangelie van
God's genade" (Hand.20:24), "de prediking van Jezus Christus
overeenkomstig de openbaring van het geheimenis" (Rom.16:25).
De waarheden waar de Philippenzen voor moesten staan en samen voor
vechten, waren dezelfde waarheden die Paulus aan Timotheus beval, om "vast
te houden" en "anderen toe te vertrouwen", de bijzondere
waarheden, aan en door Paulus zelf geopenbaard:
"Houd tot voorbeeld de gezonde woorden, die gij van mij gehoord
hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus is." (2Tim.1:13).
"En wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw
dat toe aan trouwe mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te
leren." (2Tim.2:2).
God helpe ons om deze kostbare waarheden "vast te houden",
en om "vast te staan in ייn geest, eensgezind samen te
streven" om deze bekend te maken, zo dat de wereld weer moge horen de
heerlijke, door Paulus geopenbaarde boodschap, de prediking van Jezus
Christus, naar de openbaring van de verborgenheid (het geheimenis)" (Rom.16:25).
ONS
GEBED:
Dat God dit boek moge gebruiken om licht en zegen te brengen aan de
lezer.
"De opening van Uw woorden geeft licht..."
(Psalm
119:130). |