De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

THEOLOGISCHE VERWARRING EN VERDEELDHEID HAAR OORZAAK EN OPLOSSING

                  H O O F D S T U K   XVI

                    HET VERLATEN VAN

                DE BOODSCHAP VAN PAULUS  HET RESULTAAT VAN ONGEHOORZAAMHEID

De Kerk - zelfs de ware Kerk van gelovigen in Christus, is ongetwijfeld vandaag groter dan zij ooit geweest is. Toch is ze zwak en ziek, verward en verdeeld.

Velen gevoelen dat de oorzaken van de zwakke geestelijke stand zijn: falen in het afgescheiden van de wereld leven, gebrek aan gebed, onverschilligheid t.o.v. de verlorenen, etc. Dit zijn echter de gevolgen, niet de oorzaken. De oorzaak is het afwijken door de Kerk van God's boodschap en programma voor onze dagen, zoals geopenbaard door de geschriften van de Apostel Paulus. Daar ligt de wortel van de moeilijkheid, hoewel weinigen tot nu toe dit erkennen of bekennen.

Bij Israel was het het verlaten van de wet van Mozes dat hen steeds in moeilijkheden bracht, bij ons is het, het verlaten  van de Paulinische waarheid. Want, weet dit zeker, zo zeker als de bedeling van de Wet aan Mozes werd toevertrouwd, zo zeker werd de bedeling van genade, toevertrouwd aan Paulus (Eph.3:1-3), en zij die terug, of afgevallen zijn, van zijn dagen tot op de onze, hebben dit gedaan, niet zo zeer door in "t algemeen van het Woord van God vandaan te gaan, danwel door verlaten van het, in bijzonder door Paulus gegeven Woord van God.

Bij de afsluiting van zijn leven drong Mozes er bij het volk Israel op aan, om niet de rijkdommen van Kanaהn als geschonken te beschouwen. Hij waarschuwde hen inderdaad dat als zij dit deden, zij spoedig zouden "omkomen in het land" wat zij opweg waren te gaan bezitten, en dat zij zouden worden verstrooid onder de heidenen.

Op dezelfde wijze waarschuwde Paulus ook, dat zij de zegeningen zouden missen die voor hen bedoeld waren, als zij van de waarheid en het programma wat hun bekend gemaakt was, zouden afwijken. Er waren reeds sommigen die reeds begonnen waren met het verlaten, en het verlies van de zegen was duidelijk geworden. De Galaten zijn een treffend voorbeeld hiervan - en een les voor ons.

Hoe hadden zij zich verheugd toen Paulus voor 't eerst tot hen kwam met "de prediking van het kruis" en "het evangelie van God's genade"! Toen zij hem hoorden prediken, en de moeilijkheid bemerkten, en wellicht de pijn die hij ervoer met zijn ogen, zei de een tot de ander: "Ik zou wel wensen dat ik hem mijn ogen kon geven! Dan zou ik met vreugde zonder doen. Hij heeft zijn gezicht zo zeer nodig, en denk eens aan de vreugde en de zegen die hij ons gebracht heeft!"

Spoedig echter na zijn vertrek werden zij ingepalmd door de Judaןsten, die "ijverig zochten hen te winnen" en hen van Paulus en zijn boodschap af te trekken (Gal.4:17). En nu moest Paulus hen schrijven:

"Ik verwonder mij, dat gij zo haastiglijk afwijkt van hem, die u in de genade van Christus geroepen heeft, door over te gaan naar een ander evangelie" (Gal.1:6).

"O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij de waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; u, aan wie Jezus Christus voor ogen geschilderd is, als onder u gekruisigd? (3:1).

"WAARIN ACHTTET GIJ UZELF DAN GELUKKIG? Want ik geef u getuigenis, dat gij zo mogelijk uw ogen zoudt uitgraven en mij gegeven hebben (Gal.4:15).

Het was gedaan met de zegen! Zij die zich zo hadden verheugd over de door Paulus verkondigde rijkdommen van God's genade, waren nu teruggekeerd tot Mozes en de Wet.

In de brieven van Paulus vinden we zowel de geneigdheid bij de gelovigen om het pad van de zegen te verlaten, en de diagnose van God over de bijzondere oorzaak van de narigheid. In ieder geval is de oorzaak, weerstand tegen het door God aan Paulus geschonken gezag, en het verlaten van zijn door God gegeven boodschap en programma.

                 WIJ HADDEN MOETEN LUISTEREN

Het was in een situatie van grote wanhoop, dat Paulus door God werd gebruikt om hoop en zekerheid aan te bieden aan mensen in groot gevaar, door een verklaring die ons tegelijkertijd een waardevolle les en bedeling leert. Dit vond plaats gedurende een hevige storm op zee, die de apostel overkwam op zijn weg naar Rome.

"En nadat men lange tijd zonder eten geweest was", zowel passagiers als bemanning, "stond Paulus op in het midden van hen" om zich te richten tot allen aan boord. Terwijl zij, ongetwijfeld hadden geroepen (behalve Paulus en zijn metgezellen) tot hun heidense goden om hulp (evenals in Jona 1:5), was Paulus in gemeenschap geweest met God, en had verdere zekerheid ontvangen over zijn veilige aankomst te Rome - ook voor zijn reisgenoten.

"O mannen", riep hij uit, boven het geluid van de storm, "men behoorde mij wel gehoor gegeven te hebben, en van Kreta niet afgevaren te zijn, en deze hinder en deze schade verhoed te hebben" (Hand.27:21).

Het was niet echt Paulus om op die manier, de kapitein en zijn bemanning, de eigenaar van het schip, en Julias, de Hoofdman, in tegenwoordigheid van allen, in verlegenheid te brengen, maar de dringende omstandigheden riepen om zulke maatregelen, opdat zij nu op zijn woorden acht zouden slaan.

       Hoe vergelijkbaar is de situatie met de Kerk vandaag! Het is omdat gelovigen, en speciaal hun geestelijke leidslieden,  Paulus en zijn van God gekregen instrukties hebben veronachtzaamd, en de Godsmannen die gestreefd hebben om deze bekend te maken, dat de Kerk "heen en weer geslingerd" wordt en zoveel schade en verlies geleden heeft. En temeer, als de bedeling van genade schijnt af te lopen, is het Paulus die roept: "Jullie hadden naar mij moeten luisteren! */

  */ Voetnoot: Let ook eens op de analogie met Eutychus, die in slaap viel onder de prediking van Paulus, uit zijn plaats in het raam viel vanaf "de derde verdieping", en door bemiddeling van Paulus weer herstelde (Hand.20:9-12).

En nu bemoedigt de apostel zijn toehoorders om moed te houden, hen verzekerend dat niemand van hen zijn leven zal verliezen, alleen het schip. Dit kan zeker gezegd worden van de huidige Kerk. Er zal geen verlies van leven zijn, niet ייn van haar leden zal verloren zijn, ofschoon de belijdende Kerk, "het schip", de organisatie, een trieste mislukking zal ondergaan.

Maar hoe had Paulus deze zekerheid ontvangen? Hoor het hem vertellen als hij daar in de woedende storm staat:

"Want deze zelfde nacht stond bij mij een engel van God, van Wie ik ben, Die ik ook dien,*/

"en Hij zei: Vrees niet, Paulus, gij moet voor de keizer gesteld worden; en zie, God heeft u geschonken allen die met u varen" (Hand.27:23,24).

  */ Voetnoot: cf. 1Kon.17:1: "Zo waarachtig als de Here, de God van Israel leeft, voor Wiens aangezicht ik sta".

Weer is er een treffende analogie, zowel geestelijk als wat betreft bedeling. In de huidige bedeling zijn allen die met Paulus zee kiezen, en alleen zij, gered en veilig. Verkeerd-lerende leraars mogen wet en genade, profetie en het geheimenis, het koninkrijk en het Lichaam vermengen, hun toehoorders worden echter alleen gered, als zij Paulus' openbaring horen en ontvangen, voor wat betreft het volbrachte werk van Christus, en redding is door genade, door geloof alleen. Al mogen ook lezers, door verkeerde gevolgtrekking, deze waarheden inlezen in passages die dit niet duidelijk leren, het feit echter blijft, dat zij gered zijn door deze waarheden, en wel door de heerlijke openbaring, aan Paulus toevertrouwd. Het staat vast dat zij niet gered zijn door het brengen van offers, zoals Abel (Gen.4:4,5), of door pogingen om de Wet te onderhouden (Ex.19:5), of door bekering en waterdoop (Mark.1:4; Hand.2:38), maar alleen door "de prediking van het kruis", en "het evangelie van God's genade".

Deze scene in Handelingen besluit met een zeer merkwaardige demonstratie van geloof; een man staande op een door storm gebeukt dek, roepend boven het geweld van een woedende zee tot meer dan twee honderd zeventig uitgehongerde, uitgeputte mensen:

       "...houdt goede moed, mannen, want ik geloof God, dat het zo zijn zal, zoals mij gezegd is" (vers 25).

             LAAT ONS NU LUISTEREN EN GEHOORZAMEN

         Paulus' woorden in Phil.1:27 spreken tot de Kerk van onze dagen zowel als tot de Kerk van zijn dagen:

       "Alleen wandelt waardig het evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik van uw zaken hoor, dat gij staat in ייn Geest, met ייn gemoed gezamenlijk strijdt door het geloof van het evangelie."

       Maar wat bedoelt de apostel met "het geloof van het evangelie"? Wat was het waarvoor zij samen moesten staan en vechten? Was het de boodschap die Christus op aarde, en die Zijn apostelen gepredikt hadden? Nee, het was "het geloof dat geopenbaard zou worden" (Gal.3:23). Het "ene geloof" uit Eph.4:5, de onderscheiden boodschap, aan Paulus toevertrouwd, "het evangelie van God's genade" (Hand.20:24), "de prediking van Jezus Christus overeenkomstig de openbaring van het geheimenis" (Rom.16:25).

       De waarheden waar de Philippenzen voor moesten staan en samen voor vechten, waren dezelfde waarheden die Paulus aan Timotheus beval, om "vast te houden" en "anderen toe te vertrouwen", de bijzondere waarheden, aan en door Paulus zelf geopenbaard:

         "Houd tot voorbeeld de gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus is." (2Tim.1:13).

       "En wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te leren." (2Tim.2:2).

       God helpe ons om deze kostbare waarheden "vast te houden", en om "vast te staan in ייn geest, eensgezind samen te streven" om deze bekend te maken, zo dat de wereld weer moge horen de heerlijke, door Paulus geopenbaarde boodschap, de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van de verborgenheid (het geheimenis)" (Rom.16:25).

  ONS GEBED:

         Dat God dit boek moge gebruiken om licht en zegen te brengen aan de lezer.

       "De opening van Uw woorden geeft licht..."  (Psalm 119:130).

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011