H
O O F D S T U K X
DR.X,
DE 12 APOSTELEN, EN PAULUS
DE
"FOUTEN" VAN PETRUS EN PAULUS
In het begin van de zestiger jaren ging een van Amerika's
bekende Bijbeluitleggers, in een serie brochures en radioboodschappen, hevig in
tegen de waarheid van Paulus' onderscheiden apostelschap. Zijn redeneringen over
het onderwerp echter, stonden haaks op veel Schriftpassages, zodat zij veel
discussie en tegenstand veroorzaakten.
De boodschappen van deze goede Doctor over "De
Fouten van Petrus en Paulus" herinnerde deze schrijver aan iets dat
H.L.Hastings, de grote verdediger van het geloof meer dan een eeuw geleden zei.
Hastings zei: "Je moet vijftig cent entree betalen om Bob Ingersoll's
lezing te horen over de fouten van Mozes. Het zou vijf honderd dollars waard
zijn, om Mozes' lezing te horen over de fouten van Bob Ingersoll!"
Niet dat we de Doctor in dezelfde categorie willen
plaatsen als Bob Ingersoll. In geen geval, want deze leraar des Woords was een
militant Fundamentalist, alleen hij was - al strijdend - verwarrend
over de goddelijk aangewezen posities van de twaalven en van Paulus. We
stellen ons voor om dit, aan de hand van de Schriften, te bewijzen, want
hoewel de Doctor tans bij Christus is, zijn zijn geschriften onder ons, en deze
willen we beantwoorden, net als we dat reeds in 1964 deden, maar nu liever in de
verleden tijd, dan in de tegenwoordige tijd. Teneinde het persoonlijke element
te bewaren, zullen we hem gewoon "Dr.X" noemen.
Omdat Dr.X meestal de argumenten naar voren bracht van
hen, die ontkennen dat Paulus' apostelschap en boodschap apart en onderscheiden
was van die van de twaalven, stelt deze procedure ons in staat, een vollediger
antwoord te geven.
Dr.X geloofde dat God Paulus zag als een van de twaalf
apostelen, en dat hij werkte onder dezelfde opdracht als zij. In zijn besluit om
dit standpunt te handhaven, deed hij zowel Paulus als Petrus onrecht,
door hen te beschuldigen van grove fouten, terwijl de fout bij hemzelf lag.
DR.X
EN DE APOSTEL PAULUS
In de eerder genoemde tijd publiceerde Dr.X enkele van
zijn radioboodschappen in een brochure genaamd, De blunders van Paulus,
waarin hij Paulus "een verschrikkelijke fout" ten laste legt, die zijn
"bedienings"-reizen tot "een ontijdig einde" bracht
(Pp.1,2). Hij beschuldigt de apostel van een koppige rebellie tegen God,
toen hij zijn laatste reis naar Jeruzalem maakte. Dr.X schreef: "Paulus
betaalde duur voor zijn ongehoorzaamheid" (P.5). Maar waarschijnlijk de
meest roekeloze tenlastelegging tegen Paulus, wordt gevonden in zijn commentaar
op Hand.21:13.
Zoals we weten, gaan de voorgaande teksten over de
profetie van Agabus, dat Paulus in Jeruzalem zal worden gebonden en overgeleverd
aan de heidenen. Op het horen van deze profetie, smeekten zijn vrienden hem,
onder tranen, niet op te trekken naar Jeruzalem, en het verslag gaat voort met
te zeggen: "Maar Paulus antwoordde: Wat doet gij, dat gij weent, en mijn
hart week maakt? Want ik ben bereid niet alleen gebonden te worden, maar ook te
sterven te Jeruzalem voor de Naam van de Here Jezus" (Hand.21:13).
Geeft dit antwoord niet een raak getuigenis van de
bewogenheid van hart van de apostel en van zijn bereidheid om voor Christus te
lijden? De smekingen onder tranen van zijn broeders braken zijn hart, maar toch
voelde hij zich "gebonden in de Geest" om naar Jeruzalem te gaan en
getuigenis af te leggen voor Christus.
Maar zie hoe Dr.X. deze passage interpreteert. Hij zegt:
"De weekhartige Paulus, die kon huilen en wenen voor zijn bekeerlingen, is
nu zo hard als een bikkel, en ongevoelig voor het tedere wenen van zijn liefste
vrienden" (P.16).
Wij ontkennen niet dat Paulus menselijk was, en ook fouten
kon maken en deed. Hij was zelf de eerste om dit ook te erkennen. Maar wie van
ons is half zo teerhartig geweest, of half zo trouw als hij in zijn bediening
voor de Here? Wij voelen het eerder zo, dat het Dr.X was die zijn hart verhardde
en zijn ogen sloot voor de grote Paulinische openbaring, met haar "ייn
Lichaam" en "ייn doop".
Maar in zijn vastbesloten oppositie tegen deze grote
waarheid uit de Schrift, bracht hij zowel Paulus, als de twaalf apostelen
in discrediet.
DR.X
EN DE TWAALF APOSTELEN
In zijn boekdeel No.1 van zijn "Studies in
Handelingen" had Dr.X harde dingen te zeggen over Petrus en de elven
met betrekking tot de aanwijzing van Matthias, die de plaats van Judas onder de
twaalven moest innemen. We halen aan:
Pag.12: "...heftige,
ongeduldige Petrus had weer ייn van zijn wilde ideeכn...Hij stelt voor dat
zij de Here een handje helpen door een twaalfde apostel aan te wijzen in de
plaats van Judas."
Pag.13: "Petrus
was compleet in de war."
Pag.14: "...zij
werden gedwongen om de dubieuze "kans"methode toe te passen" (In
voorgaande radiotoespraken had hij de apostelen beschreven als
"gokkers" om Judas' opvolger te kiezen, alsof zij gokten op de
uitkomst). En hij vervolgde, "Maar het was alles tevergeefs. Dit was niet
de keuze van God, maar die van mensen".
Pag.16: "...deze
grote fout van Petrus om de aanstelling van Matthias te bewerkstelligen".
Pag.16,17: "...Petrus' fout" veroorzaakte Paulus
"later zo veel verdriet."
Pag. 15: "De
elven...wilden hun fout niet toegeven".
Tot versterking van zijn beweringen voerde Dr.X een erg
vreemde stelling aan: Vanuit Hand.1:26 stelde hij dat Matthias "werd
gerekend (geteld) onder de elven, maar NIET MET DE TWAALVEN" (P.15, met
door hemzelf aan-gegeven accentuering). Maar hij voegde tussen haakjes het woord
"geteld" toe, om de indruk te vestigen dat Matthias werd geteld als ייn
van de elven, niet van de twaalven! Wat een verdraaing van een
overigens duidelijke passage! Het is zo klaar als de dag, dat de elven een twaalfde
apostel aanstelden, niet een elfde. Zij brachten het aantal van elf weer
terug tot twaalf. Op Pinksteren stond Petrus op "met de elven" en
zoals we op de lagere school geleerd hebben, ייn man toegevoegd aan elf, maakt
twaalf mannen. Hand.1:26 vermeldt dat Matthias werd gekozen "tot de
elven".
In het licht van het Woord van God, is de zaak van Dr.X
tegen Petrus en de elven een meesterstuk van verward denken, en blinde afwijzing
om datgene aan te nemen wat God zo duidelijk over dit onderwerp heeft gezegd.
Laat ons Bereanen zijn, en onderzoeken.
DE
FEITEN IN DE ZAAK
God's keuze voor de plaats van Judas, zei Dr.X, was Paulus,
en de apostelen en discipelen handelden in het vlees bij de aanstelling van
Matthias. Maar het verslag wat de Schrift geeft, wijst duidelijk aan dat:
1.
De elf apostelen en de discipelen, na de hemelvaart van Christus, "allen
volhardden eendrachtig in het bidden en smeken". (Hand.1:14).
2.
Het was "in die dagen" van voortdurend ernstig gebed,
dat Petrus opstond om zich te richten, niet alleen tot de andere apostelen, maar
tot "omtrent honderd en twintig" discipelen (Hand.1:15).
3.
Petrus zijn toehoorders eraan herinnerde, dat "de Heilige Geest, bij
monde van David" had gezegd betreffende Judas: "Zijn woning worde
woest...En: Een ander neme zijn opzienersambt" (Hand.1:16,20;cf.Ps.109:8).
4.
Onze Here had beloofd dat de apostelen, als een lichaam van twaalf
mannen, zouden zitten op twaalf tronen in Zijn koninkrijk.
5.
De vestiging van het koninkrijk weldra zou worden aangeboden, en dat er
twaalf mannen klaar moesten staan om plaats te nemen, op de twaalf tronen, met
Christus (Hand.3:19-21).
6.
Aan de apostelen officieel gezag was gegeven om te handelen tijdens
Christus' afwezigheid (Matt.18:18,19).
7.
Alle kandidaten voor Judas' plaats, mannen moesten zijn die "al
de tijd" in het gevolg van Christus en de twaalven waren geweest,
gedurende Christus' bediening op aarde, van de eerste dag van Zijn
bediening, tot de laatste (Hand.1:21,22). Dit werd gebaseerd op de
woorden van de belofte van onze Here: "gij die Mij gevolgd zijt"
(Matt.19:28) en "Gij die met Mij gebleven zijt Luk.22:28,29). En is
het niet te betwijfelen dat er meer dan twee waren die aldus werden
gekwalificeerd?
8.
Zelfs de twee die aldus gekwalificeerd waren, werden tot de Here geleid,
in gebed (Hand.1:24).
9.
De eindbeslissing werd volkomen aan de Here gelaten, door het lot te
werpen (Hand.1:24).
10.
"Het lot viel op Matthias...hij werd tot de elf apostelen
gerekend...en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest"
(Hand.1:26;2:4).
WAARHEID GEWELD AANGEDAAN
Onze broeder veroordeelde de elven voor hun aanwijzing van
Matthias, op basis van de instrukties van onze Here in Hand.1:4, om te "wachten
op de belofte van de Vader" i.c., de komst van de Heilige Geest. Zijn
interpretatie van dit bevel echter wordt uitgedrukt in de volgende uitspraken,
ook uit Brochure Nr.1 van zijn Studies in Handelingen (Iedere
accentuering is de zijne): "De apostelen moesten in Jeruzalem
"blijven", en NIETS DOEN, dan WACHTEN op de belofte van de Heilige
Geest" (P.5).
"...zij moesten WACHTEN. Zij mochten zich niet roeren
(P.5).
"...de discipelen moesten op de Heilige Geest
WACHTEN, om hen instrukties te geven voor het uitvoeren van het programma voor
de Kerk" (P.12).
"Jezus zei, WACHT op de Heilige Geest om u te
leiden" (P.17).
In het licht van het Bijbels verslag echter, was Dr.X hier
veraf van de basis. Onze Here zei niet tot de discipelen om "niets te
doen dan te wachten", zelfs hun gezamenlijke gebeden zouden dan
ongehoorzaamheid geweest zijn. Ook heeft Hij hen niet verteld dat zij
"moesten wachten tot de Heilige Geest hen instrukties zou geven",
nog minder "om hen instrukties te geven voor het uitvoeren van het
programma voor de Kerk". Dit alles werd door onze broeder aan het
heilig Verslag toegevoegd. Om te onderzoeken wat deze passage te zeggen heeft,
keren we terug naar Hand.1:4. "En toen Hij met hen vergaderd was, beval
Hij hun dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte
van de Vader..." Dit stemt overeen met het verslag in Luk.24:49, waar
onze Here zei: "...maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij
aangedaan zijt met kracht uit de hoogte".
Dit is duidelijk genoeg. De elven moesten wachten op de
komst van de Heilige Geest voordat zij uit Jeruzalem vertrokken. Dit is
heel wat anders, dan wachten en niets doen, een gedachte door Dr.X in
deze passage ingevoegd, in zijn besluit om Paulus een van de twaalven te maken,
en aan het unieke karakter van zijn apostelschap af te doen.
GEHOORZAAM AAN DE SCHRIFTEN
Om de aanwijzing van de opvolger van Judas ייn van de
"wilde ideכn" van Petrus te noemen, schijnt deze schrijver erger toe
dan een blunder, speciaal in het licht van het feit dat Dr.X zelf toegeeft, dat
de Schriften tevoren hadden verklaard dat een ander, Judas'
"opzienersambt" zou nemen (Hand.1:20;cf.Ps.109:8).
Maar om Petrus te belasten als "heftig" en
"ongeduldig" en met "bewerkstelligen van de aanstelling van
Matthias", is nog erger; het is laster voegen bij belediging.
In het hele verslag van de aanstelling van Matthias is er
niet de minste aanwijzing van ongeduld aan de zijde van Petrus of van zijn iets
"bewerkstelligen". Onze Here, met Zijn hemelvaart in zicht, had Petrus
aangewezen, als het hoofd van de apostelen en de Messiaanse Kerk (Matt.16:19;cf.Matt.18:18,19).
Het was dus helemaal in orde dat hij de leiding zou nemen in deze zaak.
Verder hadden deze apostelen, omdat op dat tijdstip de
Geest nog niet was uitgestort in kracht, met de wonderkrachten van het
koninkrijk, de Heilige Geest reeds ontvangen (Zie Joh.20:22).
EEN
IN GEBED GEHULDE HANDELING
Op bladzijde 14 van zijn boekje stelde Dr.X: "Zij
hadden hierover moeten bidden VOORDAT zij hun keuze bekend maakten" (accent
door Dr.X). Reeds in eerdere mededelingen wekte hij de indruk dat de elven,
handelend in het vlees, eigenlijk twee mannen kozen en toen God vroegen om
hetgeen zij gedaan hadden, te bevestigen. Maar niets is minder waar.
Zoals we reeds gezien hebben in Hand.1:13,14, waren de
apostelen en de discipelen sedert de hemelvaart van onze Here, "volhardend
eendrachtig in het bidden en smeken" en het was "in die
dagen", dat Petrus opstond, om de zaak van de opvolging van Judas aan de
orde te stellen. Verder is het, in het licht van de strikte vereisten voor een
plaats onder de twaalven, samen met enkele natuurlijke eisen, zeer twijfelachtig
dat er meer dan twee voor in aanmerking zouden zijn geweest, want degene die zou
worden gekozen, moest "meegegaan zijn" met Christus en de apostelen "al
de tijd...te beginnen bij de doop van Johannes (eigenlijk het begin van Zijn
bediening), tot op de dag dat Hij van ons opgenomen is..." t.w.,
elke kandidaat moest de Here en Zijn apostelen gevolgd zijn al de tijd vanaf
de eerste dag van Zijn bediening tot de laatste. Hoevelen, dunkt u, konden
daaraan voldoen?
Maar zelfs nadat het aantal verkleind was tot twee mannen,
steunden de apostelen "niet op eigen verstand", maar baden opnieuw,
en smeekten de Here: "Wijs van deze twee ייn aan, die Gij uitverkoren
hebt" (Hand.1:24).
En om zich geheel te bewaren voor eigenwillig
handelen in deze zaak, wierpen zij het lot, de uitkomst in gebed aan de Here
overlatende.
Hoe onjuist dan van Dr.X om aan de ene kant
beschuldigingen van eigenwil te uiten, en aan de andere kant van gelukspel, en
dat tegenover mannen, die overeenkomstig het Heilig Verslag, alle
maatregelen namen tegen het doen van hun eigen wil en onder gebed -
en Schriftuurlijk - het lot wierpen, om er zeker van te zijn, dat God Zijn
weg kon gaan!
HET WERPEN VAN HET LOT
Telkens weer had Dr.X minachtend gesproken over de
apostelen, die gokkend hun loten wierpen, en de zaak aan het geluk overlieten.
Wat hij niet zei, is dat het in zo'n geval Schriftuurlijk en passend is om loten
te werpen.
Vele eeuwen tevoren had God verklaard dat het land Kanaan door
het lot zou moeten worden verdeeld (Num.26:55), en het boek Jozua beschrijft
hoe dit geschiedde. Het was een bekende Oud-Testamentische methode om zeker te
zijn van Gods wil in zulk soort zaken, en het was verre van het hedendaagse
gokken waarmee mensen "geluk" beproeven. Spr.16:33 stelt duidelijk: "Het
lot wordt in de schoot geworpen; maar het gehele beleid daarvan is van de Here".
Hier moeten we ons ernstig afvragen: Wie zou, bij het open
en eerlijk lezen van het verslag van de aanwijzing van Matthias, deze
gebeurtenis associכren met "gokken" of een "kans"spel?
Wij kunnen ons niet voorstellen dat gokkers bidden dat de Here Zijn weg zal
hebben, voordat zij hun loten werpen. Maar klaarblijkelijk las Dr.X dit verslag
niet open en eerlijk. Hij nam voortdurend zijn standpunt in tegen het
uitgesproken apostelschap van Paulus. Hij moest, dat voelde hij, Paulus
maken tot ייn van de twaalven, die werkten onder de zogenaamde "grote
opdracht" en, jammer genoeg, bracht dit met zich, een diskrediteren van zowel
Paulus, als van de apostelen der besnijdenis.
In het licht van Dr.X's valse beschuldigingen tegen Paulus
en de twaalven, is het niet vreemd dat hij in het openbaar valse beschuldigingen
deed tegen hen die Paulus' grote boodschap van het "Geheimenis"
voorstaan.
WAAROM PAULUS NIET EEN VAN DE TWAALVEN
KAN
ZIJN GEWEEST
Dr.X gaf toe - met welk gezag? - dat "Paulus, overal
waar hij heenging, zijn heilige positie als ייn van de twaalven, moest
verdedigen" en zichzelf moest verdedigen tegen de tenlastelegging dat
Matthias...de ware apostel was" (P.15). Hij verklaarde dat "Petrus'
ongeduld de oorzaak was van de fout, die Paulus later zoveel verdriet
bezorgde" (Pp.16,17). Hij bracht geen enkele Schriftstelling te berde om
dit te bewijzen, maar als er ייn ding zeker is, met inachtneming van de
Schrift, dan is dat het feit, dat Paulus niet ייn van de twaalven kon
zijn. Hij was, in geen enkel geval, verkiesbaar voor deze positie.
Enkele redenen hiervoor zijn de volgende:
1.
Paulus werd niet gered, dan enige tijd na Pinksteren, dus kon hij niet
zijn aangewezen als de opvolger van Judas in de tijd vףףr Pinksteren en de
aanbieding van het koninkrijk (cf.Hand.2:14).
2.
Als zijn aanstelling als apostel onder de twaalven zou zijn uitgesteld,
zou hij niettemin niet verkiesbaar zijn geweest. Hij was Christus
helemaal "niet gevolgd" vanaf het begin, nog minder was hij met Hem en
Zijn apostelen "in en uit gegaan" vanaf de eerste dag van Zijn
bediening tot de laatste (zie Matt.19:28; Hand.1:20; 1Cor.15:8).
3.
Matthias "werd gerekend met de elf apostelen...en zij werden
allen vervuld met de Heilige Geest" (Hand.1:26; 2:4). Dit alleen al is
bewijs genoeg dat Matthias, niet Paulus, God's keuze was voor de plaats van
Judas. Indien de apostelen buiten de wil van God waren geweest bij de aanwijzing
van Matthias, zouden we er zeker van zijn, dat geen enkele van hen met de
Geest vervuld zou zijn geweest, en als Matthias de verkeerde man voor
deze belangrijke plaats was geweest, zou hij zeker niet met de Geest zijn
vervuld. Maar het Bijbels verslag verklaart, in tegenstelling met de verwarde
redeneringen van Dr.X, dat "zij allen vervuld werden met de Heilige
Geest".
4.
Paulus werd opgewekt voor een speciale bediening, onderscheiden en
apart van die van de twaalven (Zie Hand.20-24; Gal.1:11,12,17-19; 2:2,7-9; Rom.11:13;
15:15,16; Eph.3:1-3).
5.
Paulus verwijst steeds naar de twaalven als een apart lichaam van
apostelen, zoals in 1Cor.15:5-8, waar hij verklaart: "(Christus) werd
gezien...door de twaalven...En het allerlaatst is Hij ook door mij, als een
ontijdig geborene, gezien". Bovendien is deze geinspireerde verwijzing
naar twaalf apostelen tussen opstanding en hemelvaart van Christus,
een verder bewijs dat God Matthias beschouwde als een van de twaalven, zelfs
vףףr zijn officiele aanwijzing in Hand.1. Klaarblijkelijk was hij samen met de
apostelen toen de opgestane Christus aan hen verscheen (Hand.1:20-23).
Paulus kan danook niet rechtmatig beschouwd
worden als een van de twaalven. Evenmin kan hij worden beschouwd als ייn met
de twaalven, zoals zovelen hem zien. Als elf apostelen te weinig zou zijn
geweest voor de twaalf toegewezen tronen, evenzo zou dertien teveel geweest
zijn. God had klaarblijkelijk een zeer speciale reden om Paulus later op te
wekken.
VERWARRING
ERGER GEWORDEN
Dr.X zei, met verwijzing naar de dagen vףףr Pinksteren:
"Zij wisten nog niet af van de Gemeente. Dat was nog een geheimenis, niet
eerder geopenbaard dan nadat de Heilige Geest kwam" (P.6) en "de
discipelen moesten WACHTEN op de Heilige Geest om hen instrukties te geven voor
het uitdragen van het programma voor de Gemeente" (P.12, met accentuering
door Dr.X.). Dit is inderdaad vreemd, want als zij moesten geleerd worden
omtrent de Gemeente, het Lichaam van Christus, op Pinksteren, hoe kan het
dan, dat zij begonnen met het koninkrijk aan te bieden, na Pinksteren?
(Hand.2:29-31; 3:19-21). Was het niet vanwege Israel's afwijzing van het
koninkrijk, dat God begon met het formeren van "het Lichaam van
Christus", met de hemelse positie en de roeping?
Dr.X. verklaarde op pag.20: "Hoe blij mogen wij zijn
dat de discipelen op die plaats waren, waar zij de Heilige Geest konden ontvangen!"
Maar, zo vragen wij ons af, wat is het verschil als zij niet de onderwijzing van
de Geest ontvingen omtrent het Lichaam, en in plaats daarvan het koninkrijk
proclameerden?
En als deze apostelen der besnijdenis het geheimenis van
het Lichaam, de Gemeente van vandaag, moesten leren op Pinksteren, hoe kon
Paulus dan later verklaren: "Om deze oorzaak ben ik, Paulus, de
gevangene van Christus voor u, die heidenen zijt. "Indien gij maar gehoord
hebt van de bedeling van de genade van God, die mij gegeven is voor u. "Dat
Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid..."
"Mij, de allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder
de heidenen, door het evangelie, te verkondigen de onnaspeurlijke rijkdom van
Christus. "En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, wat de
gemeenschap van de verborgenheid is, die van alle eeuwen verborgen is geweest in
God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus" (Eph.3:1-3,8,9).
"Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn evangelie en de
prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van de verborgenheid die van de
tijden van de eeuwen verzwegen is geweest" (Rom.16:25).
Indien verder, zoals Dr.X. toegeeft, de heidenen op
Pinksteren niet werden aangesproken, hoe konden dan de twaalf apostelen de
waarheid hebben kunnen verkondigen van het "samengestelde lichaam",
bestaande uit Joodse en Heidense gelovigen, gedoopt in ייn
lichaam? (1Cor.12:13).
Nu leerde Dr.X. dat "Pinksteren eens voor altijd voor
de Gemeente was" (P.20) en dat toen, en later nooit meer, gelovigen werden
gedoopt in het Lichaam van Christus. In deze brochure Nr.2 over Handelingen,
verklaart hij: "Deze uitstorting van de Geest op Pinksteren is de ENE DOOP
uit Eph.4" (P.4, accentuering van hem).
Is het dan niet vreemd, dat in hetzelfde boekje, in een
passage waarin hij 1Cor.12:13 citeert, hij de woorden "hetzij Joden,
hetzij Grieken" weglaat, want bij Pinksteren, waarvan hij zegt dat de
doop in ייn lichaam "eens voor altijd" plaats vond, waren
heidenen niet opgenomen (Zie Hand.2:5,14,22,36), zoals wel in 1Cor.12:13.
En verder nog, als de Heilige Geest op Pinksteren aan de
twaalven het geheimenis van het Lichaam en de bedeling van God's genade
openbaarde, hoe kon dan Petrus zijn bekeringsgezinde toehoorders bevelen: "laat
een ieder van u gedoopt worden...tot vergeving van de zonden"?
(Hand.2:38). Het antwoord is, dat het geheimenis niet werd geopenbaard op
Pinksteren, en dat de twaalven werkten onder een koninkrijksopdracht, die
luidde: "Wie geloofd heeft en gedoopt is, zal zalig worden..." (Mark.16:16).
Maar de verwarring wordt nog erger als Dr.X vasthoudt dat
Paulus een van de twaalven was, niettemin erkennende dat aan de twaalven in het
koninkrijk, twaalf tronen beloofd werden, en zij op Pinksteren een
koninkrijksboodschap predikten! Hoe ongehoord, om Paulus, de apostel der
heidenen, te laten regeren met de twaalven over de twaalf stammen van
Israel! En het heeft geen zin er verder op in te gaan, want in dit verband
schreef Dr.X: "In de Gemeente zijn geen apostelen. Deze behoren tot het
koninkrijk" (P.16).
Deze laatste stelling is bijna ongelofelijk van iemand die
reeds lang vertrouwd is met passages als de volgende: "En God heeft er
sommigen in de gemeente gesteld, ten eerste apostelen..."
(1Cor.12:28). "En Hij heeft gegeven sommigen tot apostelen...tot
opbouwing (opvoeding) van het Lichaam van Christus" (Eph.4:11,12).
Dan zegt Dr.X: "In de Gemeente zijn er geen
apostelen. Deze behoren tot het Koninkrijk." God zegt: Hij stelde ten
eerste*/ apostelen in de Gemeente. Wie heeft gelijk, God of Dr.X?
Het is zeker dat onze broeder weet dat Paulus zich telkens
tot de lokale gemeenten richt als "een apostel van Jezus Christus".
Maar zulke verwarringen zijn gebruikelijk bij degenen die opstaan tegen enig
gedeelte van het klare Woord van God en dan proberen dit weg te verklaren.
Stellingen zoals bovenstaande kunnen slechts worden
toegerekend aan de blinde beslissing van Dr.X om Paulus tot een van de twaalf
koninkrijk-apostelen te maken en aldus het bijzondere karakter van zijn
apostelschap te verminderen, zoals in de Kerk van onze dagen. Het lijkt wel of
hij eenvoudigweg zijn ogen sloot, zelfs voor de duidelijkste Schriftplaatsen
die deze theorie tegenspraken.
Nogmaals, als onze broeder stelde dat "de discipelen
moesten WACHTEN op de Heilige Geest om hen instrukties te geven teneinde het
programma voor de Kerk uit te dragen", waarom betreurde hij dan "de
tegenwoordige snelle verbreiding van de Pinksterbeweging", waarnaar hij op
blz.1 verwijst? Een van de voornaamste resultaten van de komst van de Heilige
Geest was de gave van het spreken in tongen en andere wondertekenen.
_________
*/
Voetnoot:
Onder dezen waren Paulus, Barnabas (Hand.14:4,14), Silas en Timotheus
(1Thess.1:1; 2:6); de laatste drie klaarblijkelijk in twede zin, als
"gezondenen" van Christus.
En deze tekenen werden verder alleen opgelegd aan
diegenen, die het bevel gehoorzaamden om te "bekeren en te worden
gedoopt...tot vergeving van zonden" (Hand.2:38). Als nu de Heilige Geest
zou komen op Pinksteren om instrukties te geven voor het uitdragen van het
programma voor de Gemeente van deze bedeling, waar Dr.X het voor hield, wat is
er dan verkeerd met de Pinksterbeweging of met de doop voor de vergeving van
zonde? Zou onze broeder niet meer konsekwent geweest zijn als hij zich had
verbonden met de Pinksterbeweging (die de Pinkstertekenen trachten te
herstellen) of met de Campbelllieten, de zogenaamde "Kerk van
Christus", (die staan op waterdoop tot redding)? Maar dan zouden deze twee
kerkgenootschappen ook verdeeld zijn - omdat geen van hen Paulus' bijzondere
apostelschap en bediening erkennen!
Onder verwijzing naar de bediening van de apostelen onder
de opdracht van onze Here in Matt.10:5-7, schreef onze broeder: "Maar dit
aanbod van het Koninkrijk werd niet geaccepteerd en daarom, in plaats van te
zitten op de Troon van David, werd Hij door het volk afgewezen en naar het kruis
gezonden..."(P.10)
Maar waar vinden we ייn enkel aanbod van het
koninkrijk vףףr het kruis of een heenwijzing dat vanwege Israel's verwerping
van het koninkrijk, onze Here "in plaats daarvan naar het kruis
ging? Hoe kon Hij de vestiging van het koninkrijk aanbieden voordat Hij
naar het kruis ging? Er zijn reeksen teksten in de Schrift die bewijzen dat
Christus' koninkrijk's Heerlijkheid zou "volgen" op Zijn lijden
(Luk.24:26; 1Petr.1:11; etc.). Dit is de reden waarom we zelfs niet ייn
aanbod vinden van het koninkrijk tot Pinksteren en nadat, - zoals Dr.X zei
-, de Gemeente van deze bedeling begon!
Dr.X ontkende niet, dat in de eerste Handelingen de
twaalven "nog de boodschap van het Koninkrijk predikten" (Pp.17,18),
maar let op zijn verklaring hiervan:
"De onstuimige, ongeduldige Petrus," zei hij,
kon niet wachten op de Geest om hem te leiden, omdat "hij nog dacht over
het stichten van het Koninkrijk..." "Dit was uitgesteld
geworden"*/ zei hij, "maar Petrus kon dat idee niet overnemen"
(P.12).
Aldus, volgens Dr.X, proklameerden Petrus en de elven het
koninkrijk in de kracht van het vlees - een koninkrijk dat reeds was uitgesteld!
Wij kijken naar Hand.2:4 en zeggen, Wat een verwarring! Dit alles
overtuigt ons temeer, dat de Gemeente van vandaag, het Lichaam van Christus,
haar historisch begin pas later
kreeg, met de opwekking van Paulus, die andere apostel.
Als onze opponenten dit maar wilden inzien, want het is
inderdaad zo eenvoudig. Maar Satan haat deze waarheid, en hij die
"het verstand van hen die niet geloven, verblindt", doet ook zijn best
om diegenen te verwarren, die in Christus geloven.
Wat lezen we hierover nu werkelijk in de zogenaamde
"Grote Opdracht" en het verslag van Pinksteren? Lezen we ייn woord
over "het evangelie van God's genade", of de redding van de heidenen
door Israel's val, of over het Samengevoegde Lichaam, de Gemeente van vandaag?
Geen woord. We lezen eerder over bekering en doop tot vergeving van zonden, over
wonderlijke tekenen en over Christus als Koning (Zie Matt.28:18-20;
Mark.16:15-18; Luk.24:47; Hand.1-3).
Niet dan met Paulus leren we van redding door genade, door
geloof, "zonder de werken der wet" (Rom.3:12-28), of van redding van
heidenen door Israel's val (Rom.11:11), of van "de Gemeente, welke is Zijn
(Christus') Lichaam" (Eph.1:22,23). De twaalf apostelen
vertegenwoordigden aldus Israel, met haar twaalf stammen, terwijl Paulus
het Ene Lichaam vertegenwoordigde.
Het vraagt niet veel onderzoek om te leren dat het
Messiaanse koninkrijk in Oud-Testamentische tijden werd geprofeteerd, en
verkondigd als zijnde "nabij" gedurende de aardse
bediening van onze Here, en aangeboden toen de Heilige Geest kwam
op Pinksteren.
Hoe kan dan de Gemeente, het Lichaam van Christus,
begonnen zijn op Pinksteren, als het eerste aanbod van het koninkrijk
niet eerder werd gedaan dan in Hand.3? Dr.X zei dat Petrus "het idee niet
kon accepteren", dat het koninkrijk reeds vףףr Pinksteren was uitgesteld
(P.12). Eigenlijk had Petrus gelijk en was Dr.X verkeerd.
_________
*/ Voetnoot: Hoe kon het koninkrijk zijn uitgesteld
geworden voor Pinksteren, als op Pinksteren, Petrus verklaarde dat Christus werd
opgewekt uit de dood, "om te zitten op de troon van David" (Hand.2:29-32),
en kort daarna Zijn terugkeer aankondigde om te regeren (Hand.3:19-21)?
Het koninkrijk was niet uitgesteld, en zou niet
worden uitgesteld, dan nadat het gebed van onze Here aan het kruis (Luk.23:34)
zou worden verhoord en aan Israel een twede kans werd gegeven op Pinksteren.
Dit is de reden waarom de Geest-vervulde Petrus "bekering
aan Israel, en de vergeving van zonden" aanbood (Hand.5:3, en beloofde
dat Christus, en "de tijden van verkwikking" zouden komen "van
het aangezicht des Heren" als zij slechts zouden bekeren en veranderd
worden (Hand.3:19,20).
Het was Dr.X die de grote inhoud van de Schrift niet kon
of niet wilde accepteren, getuigend van het specifieke karakter
van Paulus' plaats als "de apostel der Heidenen" en van de
tegenwoordige bedeling van God's genade (Eph.3:1-3).
Voor sommige van onze lezers zal dit wellicht een
onbeduidende zaak schijnen. In werkelijkheid is het van doorslaggevend en vitaal
belang.
Dr.X hield, vreemd genoeg, vast aan de brieven van Paulus
bij het verkondigen van redding door genade door geloof alleen. Maar hij
beweerde ook dat we dienen te werken onder de zogenaamde "Grote
Opdracht" en dat de aanwijzingen voor het programma van de Kerk vandaag,
gegeven werden door de Heilige Geest op Pinksteren. Maar tot welke conclusie kan
een verstandig, ongered, mens komen als hij de verschillende weergaven van de
"grote opdracht" leest, en de geschiedenis van Pinksteren? Hij mag wel
concluderen: Dr.X zegt dat redding alleen is door genade en door geloof,
maar de :grote opdracht" zegt: "Hij, die gelooft en gedoopt is,
zal behouden zijn" En Petrus, werkend onder de "grote opdracht"
zei: "Bekeert u, en laat een ieder van u gedoopt worden, in de naam
van Jezus Christus, tot vergeving van zonden." En hoe zouden Dr.X of
zijn volgelingen de Zevende Dag Adventisten kunnen antwoorden in het licht van
Matt.28:20, of de Pinkstermensen in het licht van Mark.16:17,18, of de
Campbellieten in het licht van Mark.16:16 en Hand.2:38, of andere onzuivere
groepen, in het licht van andere gedeelten van de "grote opdracht",
een boodschap die er eens was, maar niet langer van kracht is?
De verwarring van Dr.X in deze zaken is inderdaad
diepgaand, maar is ook typerend voor de verwarring die bestaat in de rijen van
allen die het bijzondere karakter van Paulus' apostelschap en bediening
ontkennen en blijven praten -en
praten - over "gehoorzamen aan de grote opdracht".
In het geval van onze broeder zijn we bang dat de
blindheid opzettelijk was, want hij belasterde en miskende in het openbaar, hen
die staan voor de grote Paulinische openbaring, hen belastende met dwaalleer,
die zij nimmer hebben geleerd. Terwijl hij schreef over "Paulus'vasthoudendheid
om zijn eigen weg te gaan" (Blunders van Paulus, P.16) was het juist
hij, die zijn eigen weg ging in deze zaak. Misschien had hij een van zijn
verklaringen over Paulus, op zichzelf kunnen toepassen: "Hoe
verschrikkelijk is de zonde der ongehoorzaamheid! Hoe dit een mens verblindt en
zijn verstand en oordeel verdraait!" (Ibid,P.16).
God weet dat wij nimmer ook de minste wrok tegen deze man
van God in ons hart hebben toegelaten, die zo werd gebruikt om velen met het
Woord te bereiken, zij het ook soms verkeerd
gesneden. Wij hebben het bovenstaande alleen gepubliceerd opdat onze
lezers klaar mogen zien, wat voor een verwarring ontstaat door ontkenning van de
belangrijke Bijbelse waarheid dat Paulus onze apostel is en de apostel
van de huidige bedeling van God's genade. Ook daarom, dat plaatsing van onszelf
onder de boodschap die gegeven werd aan de twaalven (tijdelijk elven) betekent,
werken onder de verkeerde opdracht.
Welk een geestelijke kracht zou de Kerk kunnen uitoefenen
als zij Christus zou kennen zoals door Paulus verkondigd in zijn boodschap van
genade en heerlijkheid! Hoeveel verwarring zou worden opgelost, hoeveel
verdeeldheid zou verdwijnen! Welk een verfrissende geestelijke opwekking zou dat
met zich brengen! Dit is het wat de Kerk en onze arme wereld vandaag nodig
heeft. Hoe lang zullen onze fundamentalistische leiders God's waarheid weerstaan
en ware opwekking tegenhouden? Hoe lang zullen zij doorgaan met te werken onder
de verkeerde opdracht; een opdracht die geen van hen, ten volle, of
getrouw, kan uitvoeren?
|