|
Waarom zegt
de Apostel Paulus: ”Wordt mijn navolgers”.
In het eerste hoofdstuk van
de brief aan de Kolossenzen verwijst Paulus naar het evangelie
waarvan hij zegt dat zij er van hebben gehoord, en hij zegt: “van
hetwelk ik Paulus een dienaar geworden ben”, en dan in het
volgende vers:
“Kol.1:24: Die mij nu
verblijde in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees de
overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam,
hetwelk is de Gemeente”.
2Korinthiërs 1:5 zegt: “Want
gelijk het lijden van Christus overvloedig is in ons, alzo is ook
door Christus onze vertroosting overvloedig”.
En in 2 Timotheus: “2Tim.3:11:
Mijn vervolgingen, mijn lijden, zulks als mij overkomen is in
Antiochie, in Ikonium en in Lystre; hoedanige vervolgingen ik
geleden heb, en de Heere heeft mij uit alle verlost”.
Er was een grote tegenstand
tegen de boodschap van genade dat door de Apostel Paulus werd
gepredikt. Met andere woorden, Paulus leed voor jullie, Heidenen.
Niemand kon lijden en sterven voor uw zonden dan alleen Jezus
Christus. Maar teneinde dat u de boodschap kon verkrijgen en gered
worden uit genade en door geloof, en Jezus Christus vertrouwen als
uw Redder, moest er iemand lijden om de boodschap aan u door te
geven. En de Heer koos daarvoor Paulus. In Handelingen negen zei de
Heer: “Hand.9:16: Want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet
om Mijn Naam”. Let op enige dingen die Paulus zegt:
“2Kor.11:24: Van de
Joden heb ik veertig slagen min één, vijfmaal ontvangen”.
“2Kor11:25: Driemaal ben
ik met roeden gegeseld geweest, eens ben ik gestenigd, driemaal heb
ik schipbreuk geleden, een gansen nacht en dag heb ik in de diepte
doorgebracht”.
“2Kor.11:26: In het
reizen menigmaal in gevaren van rivieren, in gevaren van
moordenaars, in gevaren van mijn geslacht, in gevaren van de
heidenen, in gevaren in de stad, in gevaren in de woestijn, in
gevaren op de zee, in gevaren onder de valse broeders”.
Het is dus waar wat de Heer
had gezegd, Paulus leed veel om de boodschap te kunnen verspreiden.
De tegenstand is duidelijk in al de brieven van Paulus aanwezig,
zowel in de brieven die in de Handelingen periode zijn geschreven
als de brieven die hij schreef tijdens zijn gevangenschap. Maar de
grootste en meest ernstige oppositie kwam van de religie. En wat
toen waar was, is vandaag de dag niet minder waar, zie:
“2Kor.11:3: Doch ik
vrees, dat niet enigszins, gelijk de slang Eva door haar
arglistigheid bedrogen heeft, alzo uw zinnen bedorven worden, om af
te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is”.
“2Kor.11:4: Want indien
degene, die komt, een anderen Jezus predikte, dien wij niet
gepredikt hebben, of indien gij een anderen geest ontvingt, dien gij
niet hebt ontvangen, of een ander Evangelie, dat gij niet hebt
aangenomen, zo verdroegt gij hem met recht”.
Het idee is, geeft niet toe
aan degene die met een andere boodschap komt.
Paulus zei: “………ik
schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht
Gods tot zaligheid………… (Rom.1:16).
Paulus predikte de
gekruisigde Christus aan de Korinthiërs, en ze hadden het evangelie
dat hij predikte aangenomen en geloofd. Zie nu vers 5:
“2Kor.11:5: Want ik
acht, dat ik nergens minder in ben geweest dan de uitnemendste
apostelen”.
“2Kor.11:6: En indien ik
ook slecht ben in woorden, nochtans ben ik het niet in wetenschap;
maar alleszins zijn wij in alle dingen onder u openbaar geworden”.
Paulus schrijft in de eerste
brief aan Timotheüs dat God wil dat alle mensen behouden worden en
tot kennis der waarheid komen. Dat is de kennis waarvan hij daar, in
dat vers, spreekt (1Tim.2:4).
Maar let op wat hij over
deze mannen, die van 2Kor.11:4, zegt:
“2Kor.11:13: Want zulke
valse apostelen zijn bedriegelijke arbeiders, zich veranderende in
apostelen van Christus.
“2Kor.11:14: En het is
geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel des
lichts.
“2Kor.11:15: Zo is het
dan niets groots, indien ook zijn dienaars zich veranderen, als
waren zij dienaars der gerechtigheid; van welke het einde zal zijn
naar hun werken.
En hoe veranderden ze zich
als dienaars der gerechtigheid? Door gewoon wat hij zei. Ze kwamen
met de naam “Jezus”, en ze kwamen met het woord “gospel”, en ze
kwamen OOK met een “geest”. Vergelijk:
“Ef.2:1: En u heeft Hij
mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de
zonden”.
“Ef.2:2: In welke gij
eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste
van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de
kinderen der ongehoorzaamheid”.
Met andere woorden, er is
een “geest” aan het werk. Die geest werkt in ongelovigen, en het
stelt hen in staat om religieuze activiteiten en religieuze werken
uit te voeren. Dat is wat Paulus van deze mannen zegt, valse
apostelen, die een andere Jezus prediken, die een ander evangelie
prediken en in een andere “geest” komen. Ze zijn zeer religieus en
ze doen zich voor als dienaars der gerechtigheid. Paulus zegt dat
hun einde zal zijn naar hun werken. Vergelijk dit met Filippenzen:
“Fil.3:18: Want velen
wandelen anders; van dewelken ik u dikmaals gezegd heb, en nu ook
wenende zeg, dat zij vijanden des kruises van Christus zijn”.
“Fil.3:19 Welker einde is
het verderf, welker God is de buik, en welker heerlijkheid is in hun
schande, dewelken aardse dingen bedenken”.
Maar wat toen waar was, is
door de eeuwen heen waar geweest, en is heden ten dage nog steeds
waar.
Merk op:“1Kor.1:10: Maar
ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus,
dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen
zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in eenzelfden zin, en in een
zelfde gevoelen”.
De enige manier om
samengevoegd te zijn in dezelfde geest en in hetzelfde gevoelen is
door het leerstellig met elkaar eens te zijn. Zie opnieuw naar
1Korinthiërs.
“1Kor.3:10: Naar de
genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het
fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie
toe, hoe hij daarop bouwe”.
Als Paulus spreekt over het
fondament dat hij heeft gelegd, verwijst hij naar het evangelie dat
hij predikt.
1Kor.4:14: Ik schrijf
deze dingen niet om u te beschamen, maar als mijn lieve kinderen
vermaan ik u”.
“1Kor.4:15 Want al hadt
gij tien duizend leermeesters in Christus, zo hebt gij toch niet
vele vaders; want in Christus Jezus heb ik u door het Evangelie
geteeld”.
“1Kor.4:16 Zo vermaan ik
u dan: zijt mijn navolgers”.
Ten tijde van Handelingen
hoofdstuk 18 ging Paulus eerst naar Korinthe en predikte daar
gedurende ruim anderhalf jaar. De Bijbel zegt dat vele Korinthiërs
de boodschap, die Paulus predikte, geloofden. Nu herinnert hij hen
aan het evangelie dat hij predikte, het evangelie waarvan hij zegt:
“ik heb u door het Evangelie geteeld”.
“1Kor.15:3: Want ik heb
ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat
Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften”.
“1Kor.15:4 En dat Hij is
begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de
Schriften”.
Het punt is dat er, vóór
Paulus, een ander evangelie is gepredikt, en dat was niet het
evangelie dat Paulus predikte. Er is daarvoor een boodschap van
bekering aan Israël gepredikt. Een boodschap van vergeving der
zonden welke vooruit ziet naar een toekomstige dag van verzoening
voor Israël. Het evangelie dat Paulus predikte was een verborgenheid
totdat de Heer het aan hem openbaarde. Paulus predikt geen vergeving
der zonden in een toekomstige dag van verzoening. In plaats daarvan
predikt hij dat Christus stierf voor onze zonden. Hij zegt dat we
die verzoening nu hebben verkregen. Zie:
“Gal.1:10: Want predik
ik nu de mensen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Want indien
ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus”.
Het behaagt mensen om dingen
te prediken en te leren aangaande religie, de dingen die
aantrekkelijk zijn voor de mensen, maar Paulus was niet iemand die
mensen wilde behagen.
“Gal.1:11: Maar ik maak
u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd
is, niet is naar den mens”.
“Gal.1:12: Want ik heb
ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de
openbaring van Jezus Christus”.
En dat is het waarom Paulus
zegt: “Wordt mijn navolgers”. Zie opnieuw:
“1Kor.11:1: Weest mijn
navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus”.
Vandaag de dag zeggen de
mensen “ik geloof in het volgen van Jezus” en meestal zeggen ze dat
omdat ze geheel onwetend zijn aangaande het “recht snijden” van het
Woord der waarheid. De enige weg dat iemand vandaag de dag Jezus kan
volgen is door het volgen van de leer die aan Paulus is
toevertrouwd.
Het was Paulus die met deze
boodschap van redding naar de Heidenen werd gezonden, maar de Bijbel
is duidelijk dat de boodschap, die Jezus predikte op aarde, in
Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes, niet voor de Heidenen was. Zie:
“Rom.15:8: En ik zeg,
dat Jezus Christus een dienaar geworden is der besnijdenis, vanwege
de waarheid Gods, opdat Hij bevestigen zou de beloftenissen der
vaderen”.
Dus was Jezus Christus,
toen Hij op aarde was, een dienaar der besnijdenis, een dienaar van
Israël. Let op wat Hij zegt tegen de Heidense vrouw:
“Matth.15:24: Maar Hij,
antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren
schapen van het huis Israels”.
Maar nadat de Heer was
gekruisigd, begraven en opgestaan uit de doden, en nadat de
boodschap, genoemd het evangelie van het Koninkrijk, was gepredikt
aan de mannen van Israël, door Petrus, in het boek Handelingen,
daarna verscheen de Heer vanuit de Hemel aan Saulus van Tarsus die
Paulus de Apostel werd en gaf hem een andere boodschap. Het
evangelie dat Paulus predikte is niet dezelfde boodschap die door
Jezus werd gepredikt in Mattheüs. Markus, Lukas en Johannes. Dus is
de enige weg om vandaag de dag Jezus te volgen, door de opgestane
Heere Jezus Christus te volgen volgens de leer die aan Paulus is
gegeven.
“Joh.13:20: Voorwaar,
voorwaar zeg Ik u: Zo Ik iemand zende, wie dien ontvangt, die
ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, die ontvangt Hem, Die Mij
gezonden heeft”.
Met andere woorden, u kunt
God de Vader niet ontvangen zonder de Heere Jezus Christus eerst te
ontvangen. De Heer zei:“Joh.14:6: Ik ben de Weg, en de Waarheid,
en het Leven. Niemand komt tot de Vader, dan door Mij”. Maar let
op wat Hij eveneens zegt: “Zo Ik iemand zende, wie dien ontvangt,
die ontvangt Mij”. Dus om tot God de Vader te komen moet u eerst
de Heere Jezus Christus ontvangen, en om de Heere Jezus Christus te
ontvangen moet u DEGENE ontvangen die de Heer tot u heeft gezonden.
De Heer zond Paulus om de Apostel der Heidenen te zijn. Merk op wat
Hij tegen Paulus zei. Dit is het verslag van hetgeen er gebeurde op
de weg naar Damascus, in hoofdstuk negen van het boek Handelingen,
toen de Heer aan Saulus verscheen, die later Paulus werd:
“Hand.26:15: En ik zeide:
Wie zijt Gij, Heere? En Hij zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt”.
“Hand.26:16 Maar richt u
op, en sta op uw voeten; want hiertoe ben Ik u verschenen, om u te
stellen tot een dienaar en getuige der dingen, beide die gij gezien
hebt en in welke Ik u nog zal verschijnen”.
“Hand.26:17 Verlossende
u van dit volk, en van de heidenen, tot dewelke Ik u nu zende”.
Aldus zond de Heer Paulus
als de Apostel der Heidenen:
“Rom.11:13: Want ik
spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der heidenen apostel ben; ik
maak mijn bediening heerlijk”.
Paulus verheerlijkt hier
niet zichzelf. Hij zegt: “ik maak mijn bediening heerlijk”.
De bediening die Paulus had is de bediening van de Apostel der
Heidenen. Om vandaag de dag de Heer te volgen moeten we dus Paulus
de Apostel volgen.
“Ef.3:1: Om deze oorzaak
ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen
zijt”.
“Ef.3:2 Indien gij maar
gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan
u”.
Niemand anders in de Bijbel
beweert de Apostel der Heidenen te zijn. Dat doet alleen Paulus. Let
nu op het volgende:
“Fil.3:15: Zovelen dan
als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien gij iets
anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren”.
“Fil.3:16: Doch, daar
wij toe gekomen zijn, laat ons daarin naar denzelfden regel
wandelen, laat ons hetzelfde gevoelen”.
“Fil.3:17: Weest mede
mijn navolgers, broeders, en merkt op degenen, die alzo wandelen,
gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt”.
Het woord “letterlijk”
betekent “een afdruk, of stijl of gelijkenis”. Met andere woorden,
een voorbeeld. Zie:
“1Tim.1:15: Dit is een
getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de
wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de
voornaamste ben”.
“1Tim.1:16: Maar daarom
is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de
voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een
voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.
Paulus was aldus de eerste
man die gered werd door het evangelie dat hij predikte. Hij zegt
dat, hetgeen hij ontvangen heeft, hij dat ook uitdraagt aan anderen.
En hij zegt dat zijn redding een voorbeeld is voor hen die hierna in
Jezus Christus zouden geloven ten eeuwigen leven.
Om te proberen een andere
leer te volgen, zoals de leer van Petrus aan Israël, dan is dat niet
de Heer volgen in overeenstemming naar wat God vandaag de dag, in
de eeuw waarin wij leven, aan het doen is. De enig mogelijke manier
waarop iemand Jezus vandaag de dag kan volgen is het volgen van
Christus zoals Paulus Christus volgde, door de leer die aan hem,
Paulus, is gegeven.
“1Tim.2:5: Want er is
één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens
Christus Jezus”.
“1Tim.2:6: Die
Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de
getuigenis te zijner tijd”.
“1Tim.2:7: Waartoe ik
gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus,
ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid”.
De Bijbel geeft aan dat de
Heer Petrus slechts naar één Heiden stuurde. Maar toen Petrus tot de
man predikte, predikte hij dezelfde boodschap die hij leerde in
Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes. Let op wat Petrus tot deze man
zegt:
“Hand.10:36: Dit is het
woord, dat Hij gezonden heeft den kinderen Israels, verkondigende
vrede door Jezus Christus; deze is een Heere van allen”.
“Hand.10:37: Gijlieden
weet de zaak, die geschied is door geheel Judea, beginnende van
Galilea, na den doop, welken Johannes gepredikt heeft”.
Johannes de Doper was naar
Israël gekomen om de doop der bekering te prediken. Jezus Christus
is door Johannes gedoopt in de rivier de Jordaan. Johannes zei:
“Joh.1:31: En ik kende
Hem niet; maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom
ben ik gekomen, dopende met het water”.
Zodra Jezus was gedoopt
begon Hij onmiddellijk te prediken:
“Matth.4:23: En Jezus
omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende het
Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale
onder het volk”.
Het punt is hier dat de
woorden, die God zond naar de kinderen Israëls, het evangelie van
het Koninkrijk, hetzelfde is als hetgeen deze Heiden Petrus hoorde
prediken. Dat zijn niet dezelfde woorden die de Opgestane Heer aan
Paulus heeft gegeven. Het evangelie van uw redding is een andere
boodschap dan de boodschap die Petrus predikte. De boodschap aan de
besnijdenis, die Jezus bevestigde, was een boodschap over het
wederoprichten van het Koninkrijk voor Israël. Het was de
profetische boodschap, aan Israël, waarvan door alle Oud
Testamentische profeten is gesproken. Maar Israël, in plaats van op
te staan, in plaats van het ontvangen van hun Koning en hun
Koninkrijk, verwierpen de boodschap en was het door hun VAL dat de
redding naar de Heidenen ging.
“Rom.11:11: Zo zeg ik
dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij verre;
maar door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot
jaloersheid te verwekken”.
De boodschap van Petrus,
dezelfde als van Jezus, was over het OPSTAAN van Israël terwijl de
boodschap van Paulus gaat over de redding van de Heidenen dat
gekomen is door hun VAL. Zie in Efeziërs 3.
“Ef.3:1: Om deze oorzaak
ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen
zijt”.
“Ef.3:2: Indien gij maar
gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan
u”.
“Ef.3:3: Dat Hij mij
door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, (gelijk ik
met weinige woorden te voren geschreven heb”.
De boodschap die Paulus
predikte aan de Efeziërs was een verborgenheid totdat het bekend
werd gemaakt, aan de Apostel Paulus, door de Heer Zelf. Vergelijk
dit met wat Petrus zegt:
“Hand.3:24: En ook al de
profeten, van Samuel aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er
hebben gesproken, die hebben ook deze dagen te voren verkondigd”.
Aldus zegt Petrus dat alle
profeten hier over hebben gesproken en ze voorzegden de boodschap
die Petrus predikte, Maar vergelijk dit eens met Paulus:
“Kol.1:24: Die mij nu
verblijde in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees de
overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam,
hetwelk is de Gemeente”.
“Kol.1:25: Welker
dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God, die mij gegeven
is aan u, om te vervullen het Woord Gods”.
“Kol.1:26: Namelijk de
verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle
geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen”.
“Kol.1:27: Aan wie God
heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid
dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de
Hoop der heerlijkheid”.
Aldus werd aan Paulus een
andere boodschap gegeven voor een andere groep mensen, en deze
boodschap verschilde van het evangelie van het Koninkrijk aan
Israël.
“2Tim.1:10: Doch nu
geopenbaard is door de verschijning van onzen Zaligmaker Jezus
Christus, Die den dood heeft te niet gedaan, en het leven en de
onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie”.
“2Tim.1:11: Waartoe ik
gesteld ben een prediker, en een apostel, en een leraar der
heidenen”.
Er is geen twijfel
mogelijk. Paulus is de Apostel der Heidenen. Aan Paulus is, voor de
Heidenen, het evangelie der genade Gods in de bedeling der genade
Gods gegeven.
“Ef.3:8: Mij, den
allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de
heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken
rijkdom van Christus”.
“Ef.3:9: En allen te
verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der
verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God,
Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus”.
“Ef.3:10: Opdat nu, door
de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de machten in
den hemel de veelvuldige wijsheid Gods”.
De boodschap is anders, de
leer is anders en de man die is gekozen om deze boodschap door te
geven is anders. Er is vandaag de dag maar één manier om de Heer te
volgen en dat is door de leer te volgen die aan Paulus, de Apostel
der Heidenen, is gegeven door de opgestane Heer. |