|

MAXIMALE ZEKERHEID
door R.Jordan
Één reden waarom
Romeinen 8 zo geliefd is bij de Bijbellezer vinden we in de laatste
verzen van dat hoofdstuk. Daar geeft Paulus een geweldige
uitéénzetting van de zekerheid van hen die in Christus zijn. Deze
verzen horen bij de conclusie van het tweede leerstellige gedeelte
van de Romeinenbrief en dat maakt ze extra krachtig.
In
Romeinen legt Paulus vier fundamentele grondbeginselen van Gods
genade voor ons in Christus. Hoofdstuk 1-5 begint met onze
rechtvaardigmaking in Christus.
Hier
worden wij onderwezen in wat Christus voor ons heeft
volbracht in Zijn dood en opstanding – en in wat het betekent om
“om niet gerechtvaardigd te worden, uit Zijn genade, door de
verlossing die in Christus Jezus is”. (Romeinen 3:24)
Het
volgende gedeelte, de hoofdstukken 6-8 gaat over onze
heiligmaking in Christus.
Nu gaat het niet
alleen om Christus voor ons, maar Christus als ons – het
belang van onze identificatie met Christus in Zijn dood, begrafenis
en opstandingleven. Toen Hij stierf stierf Hij niet alleen als een
betaling voor onze zonden. Hij bevrijdde ons ook van datgene dat ons
doet zondigen. Paulus verklaart:
“Dit wetende ,
dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der
zonde tenietgedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen. Want
die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde. Indien wij nu
met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem
zullen leven, Wetende, dat Christus opgewekt zijnde uit de doden,
niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem. Want dat Hij
gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij
leeft, dat leeft Hij Gode”. Romeinen 6:6-10
Christus’dood “voor
onze zonden” maakt ons vrij van de schuld en de straf van ons
falen; onze dood met Christus – Zijn dood als ons –
bevrijdt ons van de kracht en overheersing van de zonde.
Dus met de
wortel en bron, maar ook met de vruchten van ons zondigen
is afgerekend. Het grote principe van het christenleven berust op
het feit dat wij “dood voor de zonde” en levend voor God” zijn. Zo
heeft God’s genade ons toegerust om als leden van het lichaam van
Christus tot Zijn eer te leven. Hij heeft niet alleen onze
verlossing veilig gesteld voor de eeuwigheid (Rom.1-5) maar heeft
ons ook toegerust om in het “hier en nu” te leven. Deze toerusting
wordt uitééngezet in Romeinen 6-8 met onze nieuwe:
Positie “in Christus” (Rom.6)
Programma van genade
(Rom.7)
Kracht door de Geest (Rom.8)
Romeinen 6 leert
ons dat “in Christus Jezus” zijn ons éénmaakt met Hem in Zijn
dood, begrafenis en opstanding. Dat veranderd natuurlijk totaal onze
persoonlijke identiteit en roept ons op om elk moment te leven uit
deze nieuwe identiteit die wij in Christus hebben
Romeinen 7 richt
zich daarna op de “nieuwheid van de Geest” (:6) --het nieuwe
programma waaronder God nu vandaag met ons handelt. Nadat wij hebben
gezien dat wij zijn vrijgemaakt van de zondeslavernij en levend voor
God zijn in Christus, leert Paulus ons nu hoe we die nieuwe positie
in de praktijk kunnen brengen door te leven in de nieuwheid van de
Geest -- en niet door het oude wetsysteem.
Deze nieuwe
manier waarop God werkt wordt genade genoemd--het is de
bedoeling dat wij overéénkomstig Zijn programma van genade leven.
Romeinen 8 gaat
verder met onze wandel overéénkomstig Gods kracht die in ons werkt
door Zijn Heilige Geest. De Heilige Geest is hiervoor maar één maal
genoemd in Romeinen.
Maar hier komt
Hij volop in actie en verschijnt 19 keer in dit éne hoofdstuk. De
reden van deze activiteit vinden we in het feit dat de Geest werkt
door Zijn Woord. Als de gezonde leer van hoofdstuk 1-7 (en speciaal
6-8) éénmaal begrepen is kan de “wet des Geestes des
levens in Christus Jezus” in ons werken, en wandelen wij door
geloof en begrijpen we God’s Woord tot ons
Wat zullen wij
dan tot deze dingen zeggen?
Als hij aan het
einde van dit gedeelte komt zet Paulus de zekerheid van de voltooing
van Gods voornemen uitéén (8:28-30) en eindigt met dit prachtige
gedeelte over de daar uit voortvloeiende zekerheid van de gelovige
in Christus.
Hij doet dit door
een hele serie vragen te stellen, met een speciale bedoeling: om ons
te dwingen om zelf na te denken! Wij moeten een persoonlijk
begrip hebben van deze waarheden zodat ze hun volle uitwerking op
ons zullen hebben. Paulus wil dat wij een goed begrip hebben
van ons deel in de uitwerking van het voornemen en plan van God.
Door dit te doen
vestigt Paulus de aandacht op vier grote eigenschappen van God die
Zijn voornemen voor ons verzekert: Zijn kracht(vers 31),
genade(vers 32), oordeel(vers 33) en liefde(vers
35).
Hij noemt ook een
aantal dingen die de uitwerking van dat voornemen proberen tegen te
werken. Deze vinden we terug in vier vragen :
Wie zal tegen ons
zijn?
“Zo God voor
ons is, wie zal tegen ons zijn?” (8:31)
Dit is onze
Bescherming. God--dat is, de Vader--is “voor ons”. In vers 34 zien
we dat Christus “voor ons” is terwijl we in vers 26 zien dat de
Heilige Geest “voor ons” is. Dus de drieënige Godheid is “voor ons”.
Dit geeft grote zekerheid--een wetenschap die onwrikbaar vast
zou moeten liggen in onze gedachten en harten.
God is “voor
ons” in onze ziekte, in onze momenten van depressie en onze
tijden van emotionele nood. Als we twijfelen, God is “voor ons”.
Als we falen, God is “voor ons”.
Als wij vallen,
God is “voor ons”. Er is geen tijd, geen plaats, geen
toestand, geen omstandigheid waarin God niet “voor ons” is.
Moge deze
wetenschap ons moed geven! En hoe weten we dat God “voor ons”
is?
Het bewijs
vinden we in vers 32:
“Die ook Zijn
eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen
overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?”
Wat God al gedaan
heeft is de demonstratie en het bewijs dat Hij dat zal blijven doen.
Alles rust op het volbrachte werk van Christus op Golgotha. Daar gaf
Hij vrijwillig Zijn eigen geliefde Zoon voor onze zonden en wij
kunnen erop vertrouwen dat Hij niets voor ons zal achterhouden. Gaf
Hij Christus zonder reserve dan is de mate van Zijn geven duidelijk:
“alle dingen” -- “alle geestelijke zegeningen”, en “volmaakt in
Christus” ( Efeze 1:3, Kolos.2:10).
Wie zal
beschuldiging inbrengen?
Wie zal
beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het Die
rechtvaardig maakt. (8:33)
Dit is onze
Volmaaktheid. Hier gaat het erom dat niemand de gelovige succesvol
kan aanklagen. Ten eerste, omdat degene die aangeklaagd wordt--God’s
uitverkorene”, in een positie is Die God Zelf zeker heeft
verklaart (vers 29,30). Dan is daar Degene tot Wie de aanklacht is
gericht. Als God de Rechter is, is Hij ook Degene die
rechtvaardigt (3:26). Hij heeft al in ons voordeel beslist en
verklaart dat Hij “voor ons” is.
Wie is het die
verdoemt?
“Wie is het
die verdoemt? Christus is het , Die gestorven is; ja, wat meer is,
Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor
ons bidt. ( 8:34
Dit is onze
Rechtvaardiging. Voor er een fout kan gevonden worden in ons moet er
eerst een fout gevonden worden in Christus Zelf of in Zijn dood,
opstanding, hemelvaart of Zijn voorbede aan de rechterhand van de
Vader “voor ons”. Onze zekerheid is gebaseerd en bevestigt door
Christus Zelf en Zijn werk ten bate van ons. Als dat niet voldoende
is, kan niets dat ooit zijn.
Wie zal ons
scheiden?
“Wie zal ons
scheiden van de liefde van Chistus? Verdrukking, of benauwdheid, of
vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? (Gelijk
geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood;
wij zijn geacht als schapen der slachting)”. 8:35,36)
Dit is onze
Zekerheid. Hier heeft de vraag betrekking op onze omstandigheden,
terwijl de vorige drie betrekking hadden op ons karakter. Deze vraag
richt de focus op het strijdperk van de gebeurtenissen in onze
levens.
“Wie”
--persoonlijk voornaamwoord--wordt gevolgd door zeven onpersoonlijke
gebeurtenissen. Dat is geen vergissing, want de bron van deze
moeilijkheden is nooit onpersoonlijk, hoewel de gebeurtenissen dat
wel zijn. De “wie” wordt duidelijk omschreven in Efeze 6:12. En zo
wordt duidelijk waarvan geprobeerd wordt ons te scheiden --
“van de liefde van Christus”.
Deze liefde werd
beproefd in de dood aan het kruis en gedemonstreerd als iets dat
bestand is tegen de druk en de spanning van dit leven. Zeven dingen
worden genoemd die als wapenen tegen ons gebruikt worden:
Verdrukking:
de vele spanningen, rampen en moeilijkheden die in het leven
voorkomen, ook in het christenleven.
Benauwdheid:
de benauwde momenten in het leven waaraan je niet kunt ontkomen.
Vervolging:
elk vijandig oordeel of behandeling van ons vanwege ons christelijke
getuigenis.
Honger:
hier wordt het wapen economisch en raakt ons in onze keuken,
portemonnee en bankrekening
Naaktheid:
de afwezigheid van elke fysieke luxe en fysieke behoeften.
Gevaar: de
gevaren van elke dag in een gevallen wereld.
Zwaard:
georganiseerde tegenstand tegen de regering.
In sterke
bewoordingen verklaart Paulus dat wij op elk moment in ons leven
bereid moeten zijn om onze levens over te geven voor Christus:
“Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den ganzen dag
gedood; wij zijn geacht als schapen der slachting”(vers 36).
Toch, ondanks de
vele manieren waarop moeilijkheden en druk in ons leven kunnen komen
spoort Paulus ons aan:
“Maar in dit
alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad
heeft”. (vers 37)
“In al
deze dingen” omvat elke mogelijke gebeurtenis. Het is in
deze onderdelen van het leven dat wij “meer dan overwinnaars
gemaakt worden door Hem Die ons liefgehad heeft”.
Wie wij zijn is
gebaseerd op wie God ons heeft gemaakt in Christus. Dit geeft ons
een onveranderlijke identiteit die wij ons door geloof moeten
toe-eigenen.
Als onze
omstandigheden ongunstig zijn , en dat zijn ze veelal, dan kunnen we
rusten in de identiteit die God ons heeft gegeven in Christus Jezus.
Als onze gevoelens niet achter God’s standpunt staan, dan kan ons
geloof toch rusten in de realiteit dat wij ook dan “meer dan
overwinnaars zijn” door Hem Die ons liefgehad heeft.
Wat betekent het
om “meer dan overwinnaar” te zijn? Wat is er meer dan een
totale overwinning? Wellington, de IJzeren hertog, begreep daar iets
van toen hij zei: “Alleen als de overwinning iets doet voor de
overwinnaar”.
Verdrukking
“overwinnen”, bijvoorbeeld, zou dan zijn: die beëindigen. Maar “meer
dan overwinnen” zou betekenen die gebruiken ten goede voor jezelf.
Generaal Douglas
McArthur overwon het Japanse rijk. Maar hij deed meer – hij werd hun
heerser. “Meer dan” overwinnaar zijn betekent: regeren
over--de overwinning gebruiken voor je eigen voordeel.
Meer dan
overwinnaar in “verdrukking” worden we door geduld te leren
door die verdrukking heen, door het in ons ten goede uit te laten
werken. Voorts zegt Paulus:
“En niet
alleenlijk dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende,
dat de verdrukking lijdzaamheid werkt”. (Rom.5:3)
Meer dan
overwinnaar over “benauwdheid” worden we door extreme druk
en omstandigheden in het leven de baas te kunnen, om uit te stijgen
boven de beperkingen die het leven ons kan opleggen en door ze
eerder tot ons voordeel te gebruiken. (2 Korinthe 4:7-18)
Meer dan
overwinnaar over “vervolging” worden we door als Christus te
zijn tegenover onze vervolger. In plaats van te vervallen in
vleselijke strijd gebruiken we de geestelijke wapens.
(1 Kor.4:8-17, 2
Kor.10:3-5)
Meer dan
overwinnaars over “honger en naaktheid “ worden we doordat
economische tegenspoed ons de rijkdom van de geestelijke dingen
leert. (Fil.4:10-13)
Meer dan
overwinnaars over “gevaar en zwaard “ worden we door een
rustig vertrouwen te hebben op God dat ons beheersing geeft temidden
van dreigend onheil. ( 2 Kor.1:3-10)
De conclusie van
de volmaaktheid van onze zekerheid:
“Want ik ben
verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen, noch
overheden, noch machten, noch tegenwoordige noch toekomende dingen.
Noch hoogte
noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de
liefde Gods, welke is in Christus Jezus onzen Heere. (vers 38,39)
Hier hebben we
onafscheidelijke liefde temidden van elke denkbare vijand. Het is
belangrijk om te zien dat de sfeer waarin deze onafscheidelijke
liefde werkzaam is de “liefde Gods IN CHRISTUS JEZUS “ is.
Dit is niet alleen een “warm gevoel” maar “in Christus” heeft God
Zelf ons geheel geschikt gemaakt voor elke omstandigheid en taak.
In het licht van
dit getuigenis, kunnen wij als Paulus “verzekerd “ zijn en
een onwrikbaar vertrouwen hebben dat niets ons kan scheiden van de
liefde van God.
Dat is de plaats
van zekerheid en vrede en geeft blijdschap en zegen in ons leven als
wij dagelijks wandelen door geloof en begrijpen wie we zijn in
Christus Jezus onze Heere.
In een wereld vol
van onzekerheid, is dit de plaats van maximale |