|
HET GEHEIM VAN DE OLIJFBOOM
Door: D. Avnon
De brief van de apostel Paulus aan de Romeinen wordt ook wel de kleine
Bijbel genoemd omdat wij daarin de fundamentele waarheden van ons geloof vinden onder deze
bedeling van genade. Er is in deze brief een belangrijke opbouw. Wij hebben gekozen in
deze serie artikelen om de nadruk te leggen op het middelste deel n.l. de hoofdstukken
9-11
Romeinen 1-8 :rechtvaardigheid door genade en wat genade doet.
Romeinen 9-11 :de bedeling van genade en wat er met Israכl gebeurde.
Romeinen 12-16 :hoe moeten wij onder de genade leven?
In Romeinen hoofdstuk 9-11 vinden wij tevens de volgende indelingen:
In hoofdstuk 9 spreekt de apostel over de uitverkiezing van het volk,
verleden tijd.
In hoofdstuk 10 spreekt de apostel over Israכls huidige behoudenis.
In hoofdstuk 11 spreekt de apostel over de opwekking of de vernieuwing
van het volk in de toekomst. In de toekomst zal God het volk opnieuw opwekken en roepen
voor hun bediening, die Hij tevoren voor hen heeft bestemd.
Het is belangrijk om er bij te zeggen dat de apostel Paulus in
hoofdstuk 9,10 en 11 op dezelfde wijze opent. Hij schreef deze brief in het licht van het
feit dat de val van Israכl als natie al begonnen was. Wij zeggen ook heel vaak dat de
Gemeente (niet de Kerk) Gods uitverkoren volk is, waarvoor? Om Zijn onnaspeurlijke rijkdom
te vertellen. God heeft de Gemeente uitverkoren om het volbrachte werk van Christus aan
het kruis te vertellen. Israכl is ook Gods uitverkoren volk: om het Koninkrijk Evangelie
te prediken. De Gemeente die Zijn Lichaam is, is niet uitverkoren in de plaats van Israכl
en is ook niet in de plaats van Israכl gekomen. Wij, als leden van de Gemeente die Zijn
Lichaam is, hebben een andere roeping, een andere verkiezing. Wij zijn gekozen om de
onnaspeurlijke rijkdom van Christus aan al de overheden en de machten te vertellen en daar
moeten wij goed onderscheid in maken. Er zijn veel mensen, die als het over uitverkiezing
gaat, twee dingen door elkaar halen n.l. de roeping van Israכl met de roeping van de
Gemeente. "Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet (mijn geweten mij mede
getuigenis gevende door den Heiligen Geest)". (Rom. 9:1)
Wij lezen in Romeinen 9:1 hoe Paulus huilt om zijn volksgenoten. Paulus
was een Jood uit de Joden, zoals wij in de Filippensenbrief lezen. Hij was Israכliet uit
de Israכlieten, die buiten zijn tijd was geboren. Uit genade zijn zijn ogen geopend, en
hij huilt om die mensen. "Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat
ik tot God voor Israכl doe, is tot hun zaligheid" (Rom 10:1)
In hoofdstuk 10 vers 1 spreekt de apostel over de blunder van Israכl.
Over hun ijver zonder verstand. Eigenlijk net zoals het met veel medegelovigen gaat. Zij
hebben veel ijver voor God, maar zij gebruiken hun verstand niet, het Woord Gods. Zij
stoppen zoveel energie in hun bediening, zonder de tijd te nemen om Gods Woord te
bestuderen, of het Woord recht te snijden, om duidelijk Gods wil te zien, en dit dan ook
bekend te maken.
In Romeinen 11:1 zegt hij: "Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk
verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israeliet, uit het zaad Abraham, van den
stam Benjamin"
Wij zien hier drie keer dezelfde opening. Ten eerste geeft de apostel
getuigenis over Israכl. Het is voor hem een droefheid dat Israכl als volk is gevallen.
Ten tweede in hoofdstuk 10 zegt de apostel Paulus dat zij ijver zonder verstand hebben. En
ten laatste in hoofdstuk 11: ja, maar God heeft hen niet verstoten. De blindheid die over
Israכl is gekomen is van tijdelijke aard, het is voor enige tijd.
Wij zien hier dat de apostel Paulus hield van zijn volk. Zij waren zijn
grootste liefde. Sinds wij tot geloof zijn gekomen ervaren wij ook grote liefde voor onze
familie in het vlees die de Heere nog niet kennen.
Dat Paulus grote liefde had voor zijn volk leren wij ook uit Romeinen,
hoofdstuk 9 verzen 1-3 . Hij zou zelf verbannen willen zijn van Christus, het heeft ook
met de tijd van genade te maken, de bedeling van genade heeft veroorzaakt dat Israכl zijn
voorrang bij God tijdelijk heeft verloren. Paulus als religieuze Jood geloofde dat alleen
ijver voor de wet van Mozes iemand dicht bij God kon brengen. Maar sinds hij op de weg
naar Damascus het licht heeft gezien, zag hij opeens heel duidelijk het verschil tussen
dode werken en het dienen van de levende God in de geest "Want wij zijn de
besnijding, wij die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het
vlees betrouwen" Filip. 3:3. Hij leefde nog in een tijd dat de tempel in Jeruzalem
bestond. Hij zag hoe velen van zijn volk nog steeds dieren offerden om vergeving te
krijgen terwijl het toen al bekend was dat: "... het bloed van Christus, Die door den
eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van
dode werken, om den levenden God te dienen" (Hebr.9:14).
Paulus wens was zelf verbannen te worden van Christus, opdat sommigen
van hen gered zouden kunnen worden. Maar nogmaals, op de weg naar Damascus heeft God hem
duidelijk een andere opdracht gegeven en hij boog voor God. Uit deze Schrift leren wij in
het kort over wat er op dat moment in het hart van de apostel omging.
"En alzo zal geheel Israכl zalig worden; gelijk geschreven is: De
Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob" Rom. 11:26.
Merk op voor uzelf hoe de apostel Paulus aan de ene kant verlangt om zelf verbannen te
worden, maar aan de andere kant weet hij dat zij, Israכl, gered zullen worden.
Wanneer wij de hoofdstukken 9,10,11 in de brief van de apostel Paulus
aan de Romeinen gaan bestuderen is het heel belangrijk om Paulus' geestelijke uitgangspunt
te noteren. De apostel Paulus schrijft hier over de nationale uitverkiezing van het volk,
laten wij dat niet vergeten!. Het feit dat veel theologen hier in deze hoofdstukken tot
een onjuiste uitleg zijn gekomen, is omdat men Romeinen 9,10,11 als een individuele
uitverkiezing interpreteert. Terwijl het heel duidelijk is dat de apostel daar over een
nationale uitverkiezing leert. Het gaat over Israכls uitverkiezing als volk. Jacob boven
Ezau! Het gaat hier niet over een individuele persoon maar om een waarheid omtrent een
volk. Het heeft met bedelingswaarheid en niet met een praktische of individuele,
persoonlijke waarheid te maken, en dat zullen wij telkens herhalen, zodat wij dit
duidelijk voor ogen zien.
"Want ik zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus, voor
mijn broederen, die mijn maagschap zijn naar het vlees" Romeinen 9:3. Het is
belangrijk om hier een notitie te maken dat al hoewel Paulus de brief aan de heidenen te
Rome schrijft hij hier spreekt over zijn broeders in het vlees, die mijn maagschap zijn
naar het vlees..., hij spreekt hier over het volk Israכl, zij zijn allemaal geboren uit
Abraham, Izaak en Jakob, en hij noemt hen de broeders in het vlees, dat is ook om
duidelijk te laten zien dat Romeinen hoofdstukken 9,10 en 11 over het volk Israכl
spreekt. In het licht van het feit dat Israכl als volk tijdelijk opzijgezet is, noemt
Paulus hen zijn broeders, broeders niet in de geest, want dat zijn de mensen die Christus
hebben aangenomen, maar zijn broeders in het vlees. Wij kunnen dit even vergelijken met
Hebreeכn 2:11 "Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen
uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen"
Wij weten dat de brief is geschreven aan de Hebreeכn, aan degenen die
uit hetzelfde zaad komen als Christus, het zaad van Abraham, degenen aan wie God de
belofte heeft gedaan. Hij zegt hier: Hij, Die heiligt (Christus), en zij, die geheiligd
worden, en Hij noemt hen broeders. In Christus zijn wij broeders, in Christus zijn degenen
die uit het zaad van Abraham waren zijn broeders. Maar Paulus spreekt in Romeinen 9 over
andere broeders, de kinderen van Abraham naar het vlees.
Als we naar vers 4+5 gaan, gaan we dieper in op de beloften van
Israכl, Israכl heeft uiteraard een voordeel boven de volkeren, in ieder geval gehad in
die tijd. Als wij even een stuk teruggaan naar Romeinen 3:1, "Welk is dan het
voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis?" zien wij dat men
door de zogenaamde verbondstheologie de belofte van Israכl zichzelf toegeכigend heeft,
en zo is de leer tot standgekomen dat de kerk in de plaats van Israכl is gekomen. Maar
dat is niet het geval als wij teruggaan naar de Bijbel. In de Bijbel zelf vinden wij dat
Israכl haar beloften houdt, maar dat God in deze tijd werkt met de Gemeente, die Zijn
Lichaam is.
In Rom.3:1,2 lezen wij: "Vele in alle manier; want [dit] [is]
wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd" Wij leren hier dat het
eerste voordeel van de Jood was dat zij in alle tijden, eerst de woorden van God hebben
gekregen. "Want ik zou zelf [wel] wensen verbannen te zijn van Christus, voor mijn
broederen, die mijn maagschap zijn naar het vlees; Welke Israelieten zijn, welker is de
aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst
[van] God, en de beloftenissen; Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel
het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen"
Rom. 9:3,4,5.
WELKE ISRAֻLIETEN ZIJN
Vers 1,2 - De Apostel spreekt hier over de aanneming tot kinderen. Wij
die geloven zijn door de Geest als Gods kinderen aangenomen: Rom.8:15 "Want gij
hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt
ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!"
De heidenen die geloven hebben nu door Gods Geest de aanneming tot
kinderen gekregen, deze aanneming had Israכl al lang tevoren. "Nochtans zal het
getal der kinderen Israels zijn als het zand der zee, dat niet gemeten noch geteld kan
worden; en het zal geschieden, dat ter plaatse, waar tot hen gezegd zal zijn: Gijlieden
zijt Mijn volk niet; tot hen gezegd zal worden: Gij zijt kinderen des levenden Gods. En de
kinderen van Juda, en de kinderen Israels zullen samenvergaderd worden, en zich een enig
hoofd stellen, en uit het land optrekken; want de dag van Jizreel zal groot zijn"
Hosea 1:10,11
De aanneming tot kinderen wordt alleen toegepast op mensen die geen
kinderen zijn, zoals de heidenen, eeuwenlang waren de heidenen geen kinderen van God,
omdat Israכl het verbond had. "Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen
waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn
besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt; Dat gij in dien tijd waart zonder
Christus, vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der
belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld" Efeze 2:11,12- ,
Er wordt hier gesproken over de periode die duurde tot de openbaring
die aan de apostel Paulus is gegeven. Hij leert dat Joden en heidenen ייn zijn in
Christus. Het is in die tijd dat de heidenen geen hoop hadden, zij waren buiten het
verbond. Zodra de heiden een hoop wilde hebben, een band met God, moest hij zich eerst bij
het uitverkoren volk aansluiten. Zodra God aan de apostel Paulus het speciale evangelie
had toevertrouwd, leren wij dat de heidenen door de Geest de aanneming tot kinderen hebben
gekregen. Israכl, zoals wij uit Romeinen 9,10 gaan leren, was in die tijd aan de zijkant
gezet. Maar wanneer de Gemeente opgenomen wordt, en God weer met Israכl gaat werken, dan
spreekt Hij weer via de profeet Hosea: Israכl wordt weer als kinderen aangenomen. Die
aanneming hadden zij, die aanneming was eerst aan hen gegeven, later van hen weggenomen.
Nu hebben degenen die Zijn Zoon als hun persoonlijke Verlosser hebben aangenomen de
aanneming tot kinderen, niet in plaats van hen!, maar het gaat voor enige tijd buiten hen
om, en later wordt de aanneming tot kinderen weer aan Israכl teruggegeven.
" En Ik zal ze Mij op de aarde zaaien, en zal Mij ontfermen over
Lo-Ruchama; en Ik zal zeggen tot Lo-Ammi: Gij zijt Mijn volk; en dat zal zeggen: O, mijn
God!" Hosea 2:22 "Want de kinderen Israels zullen vele dagen blijven zitten,
zonder koning, en zonder vorst, en zonder offer, en zonder opgericht beeld, en zonder efod
en terafim" Hosea 3:4 "Gijlieden zijt kinderen des HEEREN, uws Gods; gij zult
uzelven niet snijden, noch kaalheid maken tussen uw ogen, over een dode".
Deuteronomium 14:1
Wat een b_zondere tijd zal het zijn op deze aarde als Israכl als volk
weer Gods volk wordt, en dus Zijn kinderen. Het zal de meest geestelijk vruchtbare tijd
zijn die deze aarde ooit heeft gekend want "Uit Sion zal de Wet uitgaan" en Gods
wetten en wijsheid zal overal bekend worden. Denkt er over na: zoals wij in de
tegenwoordige tijd via de media zo vaak op negatieve wijze over Israכl horen, hoe zij met
kracht en veel geweld hun doel proberen te bereiken. Zo zal er in de toekomst geen dag
voorbij gaan zonder dat men over de daden van Gods volk in de wereld zal horen: maar dan
i.v.m. met het bekend maken van Gods Koninkrijk.
EN DE HEERLIJKHEID
Vers 3 - "En als Mozes in de tent der samenkomst ging, om met
Hem te spreken, zo hoorde hij een stem tot hem sprekende, van boven het verzoendeksel,
hetwelk is op de ark der getuigenis, van tussen de twee cherubim. Alzo sprak Hij tot
hem". Numeri 7:89
De heerlijkheid betekent dat de aanwezigheid van de almachtige God, van
de Schepper van hemel en aarde, eerst met en onder Israכl was. Wij lezen ook in de
Kolossenzenbrief dat Christus de Hoop der heerlijkheid is " Aan wie God heeft
willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de
heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid" Kol.1:27. en
Christus is nu in de Gemeente. En God, de ware God van Abraham, Izaak en Jacob was onder
Israכl, dus de heerlijkheid, terug naar Rom.9:4, was in Israכl. De profeet Haggai
(2:6-9) heeft zelfs geprofeteerd dat de heerlijkheid van het laatste huis groter zal
worden dan die van de eerste. Waarom? Omdat toen Israכl naar Babylon werd verstrooid de
ark, de plaats waar zij God ontmoetten, meeging maar nooit terugkwam naar Jeruzalem. God
heeft nooit in de tweede tempel gewoond behalve in de korte tijd dat Jezus Christus, God
in het vlees, op aarde was. God zal weer in Zijn heilige huis wonen wanneer Christus
terugkeert naar deze aarde. Waar is Gods heerlijkheid dan nu? In ieder geval in geen enkel
Katholiek of Protestants gebouw, maar in de Gemeente. Een levend Lichaam van al degenen
die Christus hebben aangenomen als hun Zaligmaker.
EN DE VERBONDEN
Vers 4 - God heeft, zover de Bijbel ons zegt, en daarom houden wij
onszelf aan de Bijbel vast, een verbond met Israכl afgesloten. De leer der verbonden is
eigenlijk een aparte studie, om te kijken welke verbonden er zijn, maar alle verbonden
betreffen Israכl. God heeft de verbonden met Israכl afgesloten. Er is trouwens ייn
verbond, aan het eind van de brief aan de Hebreכen: 13:20
" De God nu des vredes, Die den grote Herder der schapen, door het bloed des
eeuwigen testament, uit de doden heeft wedergebracht, namelijk onze Heere Jezus
Christus" dat een eeuwig verbond is, dat God met Zichzelf heeft afgesloten. God
heeft gezworen dat Hij later, in de toekomst, onze tijd en alle tijden die daarna zullen
komen, mensen zal redden op basis van het bloed van Zijn eniggeboren Zoon, de Heere Jezus
Christus.
"Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk
God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle
geslachten der aarde gezegend worden" Hand.3:25
De apostel spreekt hier niet over de leden van een bepaald
kerkgenootschap maar over het zaad van Abraham, de nakomelingen van Abraham, Izaak en
Jacob. Tegen Israכl in het vlees zegt hij: gijlieden zijt kinderen der profeten en des
verbonds, hetwelk God met onze vaderen opgericht heeft zeggende tot Abraham: en in uw zaad
zullen alle geslachten der aarde gezegend worden. Later leren wij uit de Galatenbrief dat
dat geslacht de Heere Jezus Christus was. In Hem worden wij nu gezegend, in Hem zal
Israכl gezegend worden en daarna de volkeren. Dus wij leren uit deze Schri ft, dat God
Zijn verbonden met Israכl heeft afgesloten.
"Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het
burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en
zonder God in de wereld" Efeze 2:12. De Schrift leert ons duidelijk dat in de tijd
dat God het verbond met Israכl sloot, de heidenen zonder Christus waren, vervreemd van
het burgerschap Israכls en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende
en zonder God in de wereld.
"Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het
burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en
zonder God in de wereld" Efeze 2:12. De Schrift leert ons duidelijk dat in de tijd
dat God het verbond met Israכl sloot, de heidenen zonder Christus waren, vervreemd van
het burgerschap Israכls en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende
en zonder God in de wereld.
DE WETGEVING
Vers 5 - De z.g. christelijke theologie heeft de verbonden, die God met
het volk Israכl heeft afgesloten, zichzelf toegeכigend. Hetzelfde hebben zij ook met de
wetgeving gedaan ! De wetgeving is uitsluitend aan het volk Israכl gegeven: "Want
wanneer de heidenen, die de wet niet hebben..." Rom. 2:14 "...Want dit is wel
het eerste, dat hun (de Jood) de Woorden Gods zijn toebetrouwd" Rom. 3:2. De wet is
eerst aan Mozes toevertrouwd, niet met de bedoeling om het volk dicht bij God te brengen,
maar in eerste instantie als een aanwijzer voor wat wel of niet zonde is. "Daarom
zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is
de kennis der zonde" Rom. 3:20.
De wet die God aan het volk Israכl heeft gegeven was behalve een
tuchtmeester ook een openbaring van Gods wijsheid. Al de 613 geboden laten zien hoe de
mensen een gezegend leven op deze aarde met elkaar kunnen hebben, mits zij in Gods wegen
zullen wandelen. "Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft
gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig
te maken, die geloven" 1 Korinthe 1:21
Eerst probeerde God de wereld in Zijn wijsheid te overtuigen van Zijn
bestaan en daarna kwam de dwaasheid. Maar nadat de wereld die wijsheid van God niet wilde
erkennen heeft God besloten om de wereld in dwaasheid te redden n.l. Christus' volbrachte
werk aan het kruis. In het z.g. Oude Testament lezen wij dat God de wet der geboden aan
Israכl heeft gegeven, maar de genade die de heidenen onderwijst is door de Heere Jezus
Christus gekomen: "Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is
door Jezus Christus geworden" Johannes 1:17.
De wet die nu in ons werkt en ons leert is niet anders dan de wet van
de Geest: "Want de wet des Geest des levens in Christus Jezus heeft mij
vrijgemaakt van de wet der zonden en des doods" Rom. 8:2.
DE DIENST VAN GOD.
Vers 6 - De dienst van God betekent, de regels die God aan de mensen
heeft gegeven om Hem te dienen. Het volk Israכl is het enige volk in de geschiedenis
geweest aan wie God Zijn wil heeft bekend gemaakt, over hoe en waar zij Hem moesten
dienen. Deze dienst hield veel uiterlijke dingen in, (zie ook o.a. de brief aan de
Hebreeכn hfdst.9). Het grote verschil toen, tussen de ware godsdienst van Israכl en de
rest van de wereld, was dat zij de enige ware en levende God dienden, terwijl de rest van
de wereld in duisternis was en dode goden dienden (Jes. 20:21).
"Gijlieden aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten; want de
zaligheid is uit de Joden" Johannes 4:22. De zaligheid is uit de Joden. Tegenover
het volk Israכl van toen stonden de Samaritanen met hun eigen godsdienst en heilige
plaats, maar God was niet bezig met de Samaritanen, Hij was bezig met het volk Israכl. De
zaligheid is uit de Joden en dat heeft de Heere Jezus duidelijk gemaakt. Deze mensen, met
veel begrip voor hun ijver, waren eigenlijk bezig om hun eigen dienst van God op te
richten en niet de ware dienst te volgen.
"Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw
lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw
redelijke godsdienst. Romeinen 12:1. Onze wereld telt zoveel godsdiensten. Iedereen is
zo ijverig in de overtuiging dat zijn godsdienst de ware is, dat in het uiterste geval men
ook bereid is om daarvoor te gaan vechten en anderen te doden. Zelfs de z.g. christelijke
wereld telt vele kerken en richtingen, en iedereen streeft ernaar om de meeste aanhangers
te winnen. Onder deze bedeling van Genade is de ware godsdienst niet meer een stelsel van
rituelen, en bevindt de ware godsdienst zich niet meer in bepaalde gebouwen op bepaalde
dagen. Het is een redelijke godsdienst n.l.
het is God de Geest, Die in ons woont en Die ons leidt. God verlangt
van ons in deze tijd van Genade, in eerste instantie niet onze goede werken, maar de
gehoorzaamheid van onze rede (verstand) aan Hem.
Als God de leiding over ons denken en leven krijgt volgt de rest
vanzelf. Dat is iets wat rituelen en traditie niet kunnen produceren. "Dat gij
zoudt vernieuwd worden in den geest uws gemoeds" Efe. 4:23. "Maar achter
het tweede voorhangsel was de tabernakel, genaamd het heilige der heiligen; Bestaande
alleen in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen en rechtvaardigmakingen des
vleses, tot op den tijd der verbetering opgelegd" Hebreכen 9:3,10
Wij zien hier dat Israכl een godsdienstige samenkomst en een
aangewezen, rituele godsdienst had. In vers 10 lezen wij dat deze godsdienst voornamelijk
bestond uit spijzen, dranken, en verscheidene wassingen, en rechtvaardigmakingen des
vleses tot op de tijd der verbetering opgelegd. Al deze rituelen of uiterlijke onderdelen
van de godsdienst waren tijdelijk van aard, tot de tijd der verbetering zou komen. Deze
tijd is gekomen toen Christus aan het kruis alles heeft volbracht. Het is echter wel zo
dat wij pas later, via de apostel Paulus, leren wat dat volbrachte werk inhoud. "Namelijk
raak niet, en smaak niet, en roer niet aan. Welke dingen alle verderven door het gebruik,
ingevoerd naar de geboden en leringen der mensen" Kolossenzen 2:21,22
Dus de ware weg om God te dienen is eerst aan Israכl gegeven en niet
aan de heidenen. Die hadden allerlei rituelen en afgoderij. De Rooms Katholieke kerk b.v.
heeft misschien een mooie godsdienst om te zien. In de loop der eeuwen hebben zij hun
eigen dienst opgericht, en als u goed kijkt is het een kopieכren of overnemen van de
Joodse of Israכlietische godsdienst. Maar ook de z.g. Protestantse kerk, of welke kerk
dan ook, is niet meer de ware godsdienst, want de dienst in deze bedeling van Genade is
een geestelijke dienst geworden. Die dienst begint niet op zondag om b.v. 10 uur of om
10.30 uur, maar op het moment dat een zondig mens Christus als zijn persoonlijke Verlosser
aanneemt.
EN DE BELOFTENISSEN
Vers 7 - De beloftenissen zijn uiteraard ook aan Israכl gegeven. God
heeft het volk Israכl eerst via de vaderen o.a. de Messias en een land beloofd. God heeft
de volkeren niets beloofd."Hij heeft Israכl, Zijn knecht, opgenomen, opdat Hij
gedachtig ware der barmhartigheid" Lukas 1:54.
God heeft Zijn volk bezocht en Zijn beloften vervuld; de beloften
aangaande de komst van de Verlosser, de Messias, de Zaligmaker. "Welker zijn de
vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te
prijzen in der eeuwigheid. Amen" Romeinen 9:5.
WELKE ZIJN DE VADEREN EN UIT WELKE CHRISTUS IS
Vers 8 - "Zo zijn zij wel vijanden aangaande het Evangelie, om
uwentwil, maar aangaande de verkiezing zijn zij beminden, om der vaderen wil"
Romeinen 11:28 "Alleenlijk heeft de HEERE lust gehad aan uw vaderen, om die lief
te hebben, en heeft hun zaad na hen, ulieden, uit al de volken verkoren, gelijk het te
dezen dage is" Deuteronomium 10:15.
Alles wat God aan Israכl heeft beloofd was niet omdat Israכl zo goed
was. Nee, de Schriften leren heel duidelijk dat zij een hardnekkig volk waren. Het was
vanwege de vaderen. Het karakter van God is ook altijd dat Hij nakomt hetgeen Hij heeft
beloofd. Hij kan nooit liegen. En uit welke Christus is: "Houd in gedachtenis, dat
Jezus Christus uit de doden is opgewekt, Welke is uit den zade Davids, naar mijn
Evangelie" 2 Timotheus 2:8
Paulus verkondigde Christus naar de openbaring van het geheimenis (Rom.
16:25,26). Alhoewel de prediking nieuw was, was het nog steeds Dezelfde Christus Die hier
op aarde heeft geleefd, Die nu als opgestaan en opgevaren wordt verkondigd. Deze kreet van
hem is heel belangrijk gezien het feit dat het z.g. christendom in de loop der eeuwen de
Joodse wortels van de Heere Jezus bijna heeft ontkend."...zoveel het vlees aangaat,
Welke is God boven allen te prijzen in eeuwigheid, Amen".
Zoveel het vlees aangaat komt Christus uit de vaderen, uit het volk
Israכl, voor de rest gaan wij hier naar een Schrift die ons leert over de Godheid van
Christus: "Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den
groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus" Titus 2:13. "Ziet, de
dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige [Spruit] zal verwekken;
Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de
aarde. In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israכl zeker wonen; en dit zal Zijn naam
zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID" Jeremia 23:5,6.
Het belijden van de Godheid van Christus is een heel belangrijk aspect in ons geloof.
Christus in het vlees was een nakomeling van Abraham, Izaak en Jakob, maar Christus was
ook God Zelf Die in het vlees is geopenbaard. Het erkennen van de Godheid van Christus is
een waarheid die in de loop der eeuwen Joden en niet Joden heeft verdeeld. (wordt
vervolgd)
|