|
De waarheid over de
hoofdbedekking der vrouw – Volgen wij werkelijk de apostel
Paulus?
(print
versie)
Door: Dov Avnon
Mijn getuigenis
Ik
ben 52 jaar geleden in Israël geboren in een Joods gezin. Toen ik 22
jaar was hoorde ik voor het eerst in mijn leven het evangelie van
mijn behoudenis door het geloof van Jezus Christus. Vervolgens
hoorde ik dat behoudenis alleen is uit genade en door geloof. Op
mijn 22-ste was ik behouden door het bloed van Jezus Christus.
Het was een jaar later, in Engeland,
dat ik voor de eerste keer de uitdrukkingen hoorde van “de
openbaring der verborgenheid”- “Het Lichaam van Christus” – “de ene
doop” – “de bedeling der Genade” etc.
In het begin was het moeilijk voor
mij om die waarheden te accepteren vanwege mijn Joodse achtergrond
en hetgeen ik reeds had geleerd over het plan van God met Israël. In
die tijd vertelde iedereen mij dat ik deel uitmaakte van het
uitverkoren volk maar ze vergaten me uit te leggen voor welk doel
God het volk Israël had uitverkoren.
Op
mijn 23-ste begon ik te luisteren naar hetgeen de Heere Jezus
Christus, vanuit de hemel, de apostel Paulus had verteld. Ik volgde
de leer van mensen zoals C. R. Stam en R. Jordan en anderen omdat ik
uit het Woord van God begreep dat God leraren gaf aan de Gemeente.
Ik begreep dat er nu geen verschil meer is, in Christus, tussen Jood
en Heiden omdat het door één Geest is dat we gedoopt zijn tot één
lichaam, de Gemeente, welke is Zijn Lichaam.
In de daarop volgende jaren vond ik
mijn tehuis in Nederland met mijn vrouw en later onze drie kinderen
en een kleine groep van broeders en zusters die ook stonden voor het
Evangelie der Genade, recht gesneden. Tezamen stichten we hier een
bediening met boeken en het internet, en tot op deze dag is het
Woord van Genade beschikbaar voor veel mensen.
Dov Avnon.
Nieuwegein, Nederland, 2010.
De Gemeenten in Portugal
Iemand zei tegen mij:
Ik wou dat je geen bezoek had gebracht
aan de Gemeenten in Portugal.
Ik wou dat je niet had gehoord
aangaande de waarheid met betrekking tot de hoofdbedekking van de
vrouw in de bedeling der Genade Gods.
Ik wou dat de dingen verder gingen
zoals voorheen gebruikelijk was, toen we eenheid hadden in onze
kleine Gemeente in eigen land!
De dingen zullen nimmermeer zo zijn
zoals het was vóór je die waarheid leerde kennen. Ik dank de God en
Vader van onze Heere Jezus Christus, Die mij bevonden heeft een
getrouwe dienstknecht te zijn, en me hielp om de waarheid, aangaande
de hoofdbedekking onder de bedeling der Genade Gods, te begrijpen.
“Alzo houde ons een ieder mens
voor dienaars van Christus, en uitdelers
der verborgenheden Gods. En voorts
wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden wordt”
(1Kor.4:1 en 2).
Een aantal jaren geleden hoorde ik
dat er in Portugal Gemeenten waren die de waarheid van de ene doop
begrepen. Het was echter eerst afgelopen jaar, nadat ik op skype één
van deze gelovigen ontmoette, dat ik besloot om ze, samen met mijn
vrouw Jeanette, te bezoeken. We ontmoeten in Lissabon één van de
oudsten, wiens naam Carlos is. Zoals gewoonlijk, wanneer je een
andere bijbelleraar ontmoet, begin je te praten over allerlei
Bijbelse waarheden en speciaal die behoren tot de openbaring der
verborgenheid.
De Gemeenten in Portugal hebben een
“Vergadering der gelovigen” achtergrond, ze houden iedere zondag het
avondmaal des Heeren en de vrouwen bedekken hun hoofd. We begonnen
daarover door te praten. Persoonlijk sta ik open voor ieder Bijbels
onderwerp, niet dat ik geïnteresseerd ben in debatteren, maar door
te luisteren kun je altijd iets leren.
Dit was de eerste keer dat ik hoorde
dat de hoofdbedekking te maken heeft met het hoofdschap en de
vertoning van de heerlijkheid van God als de Gemeente samenkomt.
“Doch
ik wil, dat gij weet, dat Christus het Hoofd is van iedere man, en
de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van Christus”
1Kor.11:3). “Want
de man moet het hoofd niet dekken, aangezien hij het beeld en de
heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid van de man”
(1Kor.11:7).
Vanaf toen hoorde, begreep en
geloofde ik wat God mij wilde zeggen in Zijn Woord. Natuurlijk waren
er nog meer vragen die beantwoord moesten worden maar dit was
slechts het begin.
“Zo
is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods”
(Rom.10:17).
Ik was blij dat ik, na al die jaren,
het juiste antwoord kreeg aangaande 1Kor.11:1-16. Wat ik op dat
moment nog niet wist is de zware strijd, die met deze waarheid
gepaard gaat, onder hen die zeggen dat ze navolgers zijn van de leer
van Paulus.
“Weest
mijn navolgers, gelijk ook ik van Christus. En ik prijs u, broeders,
dat gij in alles mij gedachtig zijt, en de inzettingen behoudt,
gelijk ik die u overgegeven heb”
(1Kor.11:1 en 2).
Paulus en de hoofdbedekking
U weet waarschijnlijk, en hebt vele
malen gelezen, de woorden van de Apostel Paulus in 1Kor.11:1-16;
“(1)Weest
mijn navolgers, gelijk ook ik van Christus. (2)En ik prijs u,
broeders, dat gij in alles mij gedachtig zijt, en de inzettingen
behoudt, gelijk ik die u overgegeven heb. (3)Doch ik wil, dat gij
weet, dat Christus het Hoofd is van iedere man, en de man het
hoofd der vrouw, en God het Hoofd
van Christus. (4)Iedere man, die bidt of profeteert, hebbende iets
op het hoofd, die onteert zijn eigen hoofd; (5)Maar iedere vrouw,
die bidt of profeteert met ongedekten hoofd, onteert haar eigen
hoofd; want het is één en hetzelfde, alsof haar het haar afgesneden
was, (6)Want indien een vrouw niet gedekt is, dat zij ook
geschoren worde; maar indien het lelijk is voor een vrouw geschoren
te zijn, of het haar afgesneden te hebben, dat zij zich dekke.
(7)Want de man moet het hoofd niet dekken, aangezien hij het beeld
en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid van de
man. (8)Want de man is uit de vrouw niet, maar de vrouw is uit
de man. (9)Want ook is de man niet geschapen om de vrouw, maar de
vrouw om de man. (10)Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd
hebben, vanwege de engelen. (11)Nochtans is de man zonder de vrouw,
noch de vrouw zonder de man, in de Heere. (12)Want gelijk de vrouw
uit de man is, alzo is ook de man door de vrouw; doch alle dingen
zijn uit God. (13)Oordeelt gij onder uzelf: is het betamelijk, dat
de vrouw ongedekt God bidt? (14)Of leert u ook de natuur zelf niet,
dat zo een man lang haar draagt, het hem een oneer is? (15)Maar zo
een vrouw lang haar draagt, dat het haar een eer is; omdat het
lange haar tot een deksel haar is gegeven? (16)Doch indien iemand
twistgierig schijnt te zijn, wij hebben zulke gewoonten niet, noch
de gemeenten Gods”.
De hoofdbedekking van de vrouw onder
de bedeling der Genade Gods? Ja! Bedoelt u dat we Paulus moeten
volgen in deze inzetting?
“(1)Weest
mijn navolgers, gelijk ook ik van Christus. (2)En ik prijs u,
broeders, dat gij in alles mij gedachtig zijt, en de inzettingen
behoudt, gelijk ik die u overgegeven heb.
Bedoelt u dat we Paulus hierin moeten
navolgen zoals we hem volgen in het avondmaal Heeren? Ja! Bedoelt u
dat, zelfs nadat de openbaring der verborgenheid is vervuld, we
Paulus nog steeds moeten navolgen in de inzettingen betreffende de
hoofdbedekking van de vrouw en het avondmaal des Heeren? Ja!
|
“ |
Welker dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God,
die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods;
(Kol.1:25). |
Ja, dit is precies wat ik bedoel. Ik
weet dat het vreemd klinkt om te horen dat er mensen zijn die de
hoofdbedekking van de vrouw leren als deel van de openbaring der
verborgenheid, welke aan Paulus is gegeven. Maar waarom klinkt het
vreemd als in hetzelfde hoofdstuk Paulus leert aangaande het
avondmaal des Heeren? Waarom klinkt het vreemd als we leren dat er
slechts één doop is, terwijl dat ook vreemd klinkt voor veel mensen?
Inzettingen
Waarom maak je zo’n groot probleem
van de woorden, van Christus aan Paulus, aangaande de
hoofdbedekking? Welnu, omdat Christus dat aan Paulus zei en Paulus
zegt:
“Weest
mijn navolgers, gelijk ook ik van Christus”
Ik wil getrouw zijn aan het Woord,
ook in deze zaak. Maar er is meer. We spreken niet over een bevel
maar over inzettingen;
“En
ik prijs u, broeders, dat gij in alles mij gedachtig zijt, en de
inzettingen behoudt, gelijk ik die u overgegeven heb”
(1Kor.11:2).
Aldus zijn hoofdbedekking en het
avondmaal des Heeren inzettingen voor de Gemeente der verborgenheid.
Toen ik leerde dat we Paulus moeten
volgen in deze inzettingen, zoals hij Christus volgde (1Kor.11:1-16)
keken de mensen op alsof ik iets nieuws leerde terwijl het niet
nieuw is.
Het is vreemd om te horen dat, wat ik
ook zeg over de hoofdbedekking of het avondmaal des Heeren, de
mensen er teksten bij aanhalen uit de gevangenisbrieven van Paulus
(let wel dat ik dat zelf voorheen ook deed) om het tegenovergestelde
aan te tonen.
Als ik er nu over nadenk lijkt het
nogal vreemd om woorden van dezelfde apostel in één brief, tegenover
zijn woorden te stellen in zijn andere brieven, en dat omdat er
sprake is van de zogenaamde theorie van de “overgangs periode”.
“Heeft
Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de
wet der geboden in inzettingen bestaande;
opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen,
vrede makende”
(Ef.2:15).
Ik hoop dat u de inzettingen van de
Wet van Mozes niet verward met de inzettingen die de Heer aan Paulus
heeft gegeven voor de bedeling der Genade Gods. Als ik dus vandaag
de dag leer aangaande 1Kor.11 is het niet mijn bedoeling om u weer
onder de Wet te brengen.
“Uitgewist
hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik,
enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het
midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende”
(Kol.2:14). “Indien
gij dan met Christus de eerste beginselen der wereld zijt
afgestorven, wat wordt gij, gelijk of gij in de wereld leefdet, met
inzettingen belast?”
(Kol.2:20).
Merk op wat een verschil er is tussen
de inzettingen die tegen ons waren en de inzettingen die Paulus
leert in 1Kor. hoofdstuk 11. Begrijpt u het verschil? We moeten geen
leer bouwen op woorden maar veeleer begrijpen in welke kontekst het
is geschreven.
Dus wanneer Paulus ons schrijft en
zegt dat we hem moeten navolgen, zoals hij Christus navolgt, bedoelt
hij eenvoudigweg de inzettingen voor de bedeling der Genade Gods.
Beschouwt u uzelf nog steeds als
iemand die:
“Beproeft
alle dingen; behoudt het goede”
(1Thess.5:21). ?
Ook al is het jaren geleden dat u
hoorde betreffende de waarheid der verborgenheid en dan besloot om
voor de waarheid van de ene doop te staan?
Bent u nog steeds de Bijbel gelovige,
leraar, prediker met dezelfde geest van geloof dat u leidde toen u
de openbaring der verborgenheid voor de eerste keer hoorde? Als dat
zo is, en uw hart staat open om de waarheid te geloven zoals er
geschreven staat, blijf dan bij mij.
Laat ons samen een Schriftuurlijke
reis gaan maken waarvan ik hoop, dat u aan het einde daarvan
begrijpt, waarom wij, als genade gelovigen, Paulus moeten navolgen
in wat hij heeft geschreven in 1Kor.11:1-16.
In deze reis behandelen we het
onderwerp zelf, maar ook om de volledige positie te begrijpen dat de
brief aan de Korinthiërs heeft in de openbaring der verborgenheid
zoals dat aan Paulus is gegeven. We zullen ook teruggaan nar het
boek Handelingen om het verschil te begrijpen tussen de apostelen en
de profeten uit Jeruzalem en de apostelen en profeten onder de
bedeling der Genade Gods om te begrijpen waarom de hoofdbedekking
van de vrouw nog steeds een onderdeel is van de openbaring der
verborgenheid.
We zullen het Woord van God moeten
onderzoeken of de zogenoemde “theorie van de overgangsperiode” de
test vanuit de Schrift, en het recht snijden van het woord der
waarheid, doorstaat. Ik verzeker u dat we een gezegende tijd zullen
hebben.
In Christus onze Heer,
Dov Avnon.
Wie
heeft hoofdbedekking nodig?
Als u de vraag op deze manier stelt
zult u er achter komen dat niemand echt zit te wachten op deze leer
van Paulus. De vrouwen zullen in opstand komen en de mannen zullen
het moeilijk vinden om een standpunt in te nemen. Alleen degenen in
de Gemeente die God op Zijn Woord nemen en geloven in hetgeen
geschreven staat zullen het licht en de kracht vinden om deze leer
te gehoorzamen. Anderen vallen in een soort geestelijke blindheid en
wanneer men probeert om ze dingen vanuit het Woord te laten zien zal
men meestal te horen krijgen: ”Ik zie het niet, ik zie het niet”.
Het is zo dat mensen het maar
moeilijk kunnen accepteren, en ik spreek dan hoofdzakelijk over
genade gelovigen, want zij zijn degenen die het vaakste noemen wat
Paulus zegt:
“Weest mijn navolgers, gelijk ook
ik van Christus” (1Kor.11:1).
Als u dus van uzelf vindt dat u een
getrouwe navolger van Paulus bent zou u God op Zijn Woord moeten
geloven en Zijn inzettingen gehoorzamen zoals geschreven in
1Kor.11:1-16.
De vraag is nog steeds, wie zit te
wachten op hoofdbedekking? Het antwoord is, niet velen! Wie zit te
wachten op de leer van de ene doop? Ook niet velen! Beide
leerstukken zijn fundamenteel en worden door het merendeel van de
gelovigen verworpen. De leer van de hoofdbedekking is onderdeel van
de aan Paulus gegeven openbaring der verborgenheid, en toch is het
nimmer geaccepteerd in de zogenoemde genade beweging! Waarom niet?
Gedurende de jaren dat ik de genade
boodschap leer, ben ik enige keren de vraag tegen gekomen
betreffende de hoofdbedekking van de vrouw in de bedeling der Genade
Gods. Wanneer ik in Israël ben, mijn thuisland, bezoek ik een
gemeenschap waar de meeste vrouwen hun hoofd bedekken. Alhoewel ze
in die gemeenschap echter niet leren aangaande het Woord, recht
gesneden, dacht ik dat de hoofdbedekking van de vrouw niet voor ons
was.
In een andere situatie had ik het
voorrecht een broeder te ontmoeten die gedurende tien jaar, samen
met ons, geholpen heeft in het verspreiden het Evangelie der genade
hier in Nederland. Zijn vrouw had de gewoonte om haar hoofd de
gehele dag te bedekken. Ze leerden de genade boodschap na jarenlang
deel uitgemaakt van een gesloten religieuze groepering in
Duitsland. Ik herinner me dat hij me hierover gevraagd heeft en het
meeste dat ik op dat moment wist te zeggen was: “het lange haar is
haar bedekking” of ik veranderde, zoals veel mensen doen, de
Schrift:
“Doch
indien iemand twistgierig schijnt te zijn, wij hebben zulke
gewoonten niet, noch de gemeenten Gods”
(1Kor.11:16).
Met
andere woorden, ik twistte er niet over en verwelkomde zijn vrouw,
met haar hoofdbedekking, in onze gemeenschap. Op dat moment in mijn
leven had ik geen begrip van dit onderwerp. Sommige mensen zullen
altijd direkt zeggen: “zo belangrijk is het toch ook weer niet, laat
ons het hebben over het Evangelie” dit is hetzelfde als wat ik
jarenlang heb gedaan, waarschijnlijk zullen de meeste mensen zo doen
omdat ze niet het juiste licht op Gods Woord hebben.
Zijn we gereed om de waarheid te
volgen?
Als ik de studie over 1Kor.11:1-16
schrijf probeer ik niet om u te overtuigen een andere leer,
behoudens het Evangelie van Gods genade, moet volgen. Zoals u
alreeds weet zijn er veel groeperingen, in de zogenaamde
christenheid, die de hoofdbedekking van de vrouw leren, maar ze
begrijpen niet de onderscheiden bediening van Paulus. Dus wat ik
schrijf is speciaal voor degenen die begrijpen dat de Heere Jezus
Christus, vanuit de hemel, Paulus de openbaring der verborgenheid
heeft gegeven.
“Hem
nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de
prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der
verborgenheid, die van de
tijden der eeuwen verzwegen is geweest;
Maar nu
geopenbaard is, en door de profetische Schriften, naar het bevel des eeuwigen
Gods, tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend
is gemaakt”
(Rom.16:25 en 26).“Den zelven alleen
wijzen God zij door
Jezus Christus de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen”
(Rom.16:27).
In deze studie zal ik mijn best doen
om het licht, nadat we op de waarheid van 1Kor.11:1-16 hebben
ontvangen en begrepen, met u te delen.
Als u het tenminste met ons eens bent
dat we de inzettingen, zoals Paulus ons overgeleverd heeft in
1Kor.11, moeten onderhouden. U wordt geconfronteerd met een waarheid
die, om te gehoorzamen, niet gemakkelijk is. U zult waarschijnlijk
dingen moeten herbezinnen betreffende andere kwesties zoals de
zogenaamde theorie van de “overgangsperiode”. Aan de andere kant
zult u antwoorden, of nieuw licht, krijgen op de positie van de
brief aan de Korinthiërs als onderdeel van de brieven aan de
Gemeente welke Zijn Lichaam is. U zult waarschijnlijk ook het
verschil gaan begrijpen tussen de Apostelen en profeten van
Jeruzalem en die van het Lichaam van Christus, de bedeling der
genade Gods, en misschien nog meer. Blijf dus bij me.
Ik ben van mening dat we zeer
zorgvuldige aandacht aan deze zaak moeten schenken. We gebruiken
nogal gemakkelijk de onschriftuurlijke uitdrukking “overgangstijd”
ten einde antwoorden te geven op onopgeloste Schriftuurlijke
onderwerpen. Satan valt die gelovigen aan die “genade”, op
verschillende manieren, begrijpen. We zijn verdeeld over de zaak
aangaande het avondmaal des Heeren. We zijn verdeeld aangaande de
vroege bediening van Paulus en wie weet wat nog meer.
Het doel van deze studie is om het
nieuw ontvangen licht te delen teneinde u te helpen en te
bevestigen in het begrijpen van de openbaring der verborgenheid,
die aan Paulus is gegeven. Andere vragen aangaande de bediening van
Paulus zal ik behandelen in het hoofdstuk, die ik noem “De Apostelen
en Profeten van de bedeling der genade Gods”.
(Is de theorie van de
“overgangsperiode” waarheid of dwaling?).
De positie van de brief aan de Korinthiërs
Om te begrijpen hoe belangrijk de
opdracht van Paulus is, om hem na te volgen in de inzettingen van
1Kor.11, moeten we eerst de volledige positie van deze brief
begrijpen. Het is algemeen om te leren dat deze brief is geschreven
in de Handelingen periode. En dat in deze brief Paulus nog niet
alles wist. Dat de brief is geschreven aan een Gemeente die ontstaan
is nabij een Joodse synagoge etc.
“Paulus,
een geroepen apostel van Jezus Christus, door den wil van God, en
Sosthenes, de broeder, Aan de Gemeente Gods, die te Korinthe is,
den geheiligden in Christus Jezus, den geroepenen heiligen, met
allen, die den Naam van onzen Heere Jezus Christus aanroepen in
alle plaats, beide hun en onzen Heere”
(1Kor.1:1 en
2).
“Want
ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij
Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en
wij zijn allen tot een Geest gedrenkt.
(1Kor.12:13).
De brief is dus geschreven aan de
Gemeente Gods te Korinthe aan diegenen die tot één lichaam gedoopt
waren welke is de Gemeente, die verborgen was gehouden en voor het
eerst geopenbaard is aan de Apostel Paulus.
“Maar
wij spreken de wijsheid Gods, bestaande in
verborgenheid, die bedekt was, welke God te voren verordineerd
heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was”
(1Kor.2:7).
Maar was die Gemeente wel dichtbij een
synagoge? Het is wel een zeer vreemd argument om te veronderstellen
dat Paulus aan de ene kant de waarheid van 1Kor.11:1-16 rechtstreeks
van de Heer ontving, en aan de andere kant te zeggen dat het op
enigerlei wijze iets te maken heeft met de Joodse religie of
traditie.
Laat ons dat bekijken in het licht
van Gods Woord. Paulus bezocht in eerste instantie de synagoge van
de ongelovige Joden. Dat zijn Joden die Christus niet als hun
Messias accepteerden. Hij ging niet naar de synagoge omdat hij het
koninkrijk op aarde predikte, maar:
“Maar
Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was
nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch
nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet
waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen.(Hand.13:46).
Hoofdbedekking
Is de waarheid betreffende
hoofdbedekking, zoals staat geschreven in 1Kor.11:1-16, deel van de
Joodse traditie? Nee! Voor zover we weten, uit de Wet van Mozes, is
er slechts één Schriftplaats die er op zou kunnen wijzen dat vrouwen
de gewoonte hadden hun hoofd te bedekken.
“Daarna zal de priester
de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd
van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op
haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in
de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek
medebrengt. (Numeri
5:18).
Maar het gaat tegen Gods Woord in als
we zeggen dat deze inzetting bestond vanwege haar Joodse afkomst. De
Apostel Paulus zegt zelf:
“Weest mijn navolgers,
gelijkerwijs ook ik van Christus.
En ik prijs u, broeders,
dat gij in alles mijner gedachtig zijt, en de inzettingen behoudt,
gelijk ik die u
overgegeven heb”(1Kor.11:1
en 2).
Dus op welke grond baseert u dat de
theorie van de hoofdbedekking deel is van de Joodse traditie terwijl
het Woord van God zegt dat het deel is van de openbaring der
verborgenheid hetwelk gegeven is aan de Apostel Paulus? Het is
Paulus die in zijn brief voor de eerste keer aan de wereld het
werkelijke doel van de hoofdbedekking openbaart.
De maaltijd des Heeren
Sommigen veronderstellen dat het
zogenoemde “avondmaal des Heeren” eveneens deel uitmaakt van de
Joodse traditie en daarom hoeven we het niet te onderhouden. Dit is
een wel zeer vreemde verklaring, we moeten ten eerste begrijpen wat
het volk Israël had om te onderhouden volgens de Wet van Mozes.
“En
het zal geschieden, als gij in dat land komt, dat u de HEERE geven
zal, gelijk Hij gesproken heeft, zo zult gij dezen dienst
onderhouden.
En
het zal geschieden, wanneer uw kinderen tot u zullen zeggen: Wat
hebt gij daar voor een dienst?
Zo zult gij zeggen:
Dit is den HEERE een paasoffer, Die voor de huizen der kinderen
Israels voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaren sloeg, en
onze huizen bevrijdde! Toen boog zich het volk en neigde zich.
En de kinderen Israels
gingen en deden het, gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden
had, alzo deden zij.
(Exodes 12: 25 t/m 28).
Maar de Apostel Paulus schreef niet
aan de leden van het Lichaam van Christus om het “Paasoffer des
Heeren” te onderhouden. Toen de Heere Jezus Christus op aarde was
introduceerde Hij iets nieuws dat geen deel uitmaakte van de wet die
God aan Mozes gaf.
“En
als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij
het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn
lichaam.
En Hij nam den
drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien,
zeggende: Drinkt allen daaruit; Want dat is Mijn bloed, het bloed des
Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot
vergeving der
zonden”
(Matth.26:26
t/m 28).
Maar
laten we kijken wat de Apostel Paulus zegt hoe hij deze inzetting
ontving:
“Want
ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb,
dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het
brood nam”
(1Kor.11:23).
We kunnen wederom in het Woord van God
zien dat Paulus de Gemeenten deze inzetting leerde, niet vanwege het
Joodse karakter, maar omdat het deel uitmaakt van de openbaring der
verborgenheid voor de huidige bedeling der Genade Gods.
De brief aan de Korinthiërs is een
zeer fundamentele brief die handelt, onder andere, over de
gemeenschap van gelovigen. “Waarom komen we als Gemeente samen en
hoe”. Er is niets in deze brief dat iets te doen heeft met de
zogenaamde theorie van de “overgangsperiode” maar met de volledige
kennis van de verborgenheid dat aan Paulus werd gegeven. Om dit te
begrijpen nodig ik u uit om mijn verdere studie te volgen:
“De apostelen en
profeten van de bedeling der Genade Gods”.
Er zijn vandaag de dag zogenaamde
genadegelovigen die de waarheid van het avondmaal des Heeren
betwijfelen.
“Maar
wij spreken de wijsheid Gods, bestaande in
verborgenheid, die bedekt was, welke God te voren verordineerd
heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was”
(1Kor.2:7).
Paulus noemt in de brief aan de
Korinthiërs dat hij dingen deels wist maar toch vindt je daarin al
de waarheden aangaande de verborgenheid. Het is van het grootste
belang het volgende vers te begrijpen:
“Want
al hadt gij tien duizend leermeesters in Christus, zo hebt gij toch
niet vele vaders;
want in Christus Jezus
heb ik u door het Evangelie geteeld.
Zo vermaan ik u dan:
zijt mijn navolgers.
Daarom heb ik Timotheüs
tot u gezonden, die mijn lieve en getrouwe zoon is in den Heere,
welke u zal indachtig maken mijn wegen, die in Christus zijn,
gelijkerwijs ik alom in alle Gemeenten leer”
(1Kor.4:15 t/m 17)..
Sommige mensen zeggen dat Paulus de
waarheid van 1Kor.11, hoofdbedekking en het avondmaal des Heeren,
alleen voor de Gemeente te Korinthe, en dat voor een bepaalde tijd,
leerde. Maar genoemd Schriftgedeelte leert ons dat Timotheüs wist
wat Paulus in iedere gemeente leerde, en later schreef Paulus hem om
ook anderen te leren (2Tim.2:2).
Timotheüs volgt de leer van Paulus.
Geachte lezer, volgt u nog steeds Paulus in zijn inzettingen, die
hij ontving van de Heere Jezus voor de bedeling der Genade Gods?
Overgangsperiode
Handelingen is het boek van overgang
tussen de bedeling van Wet en Genade. Handelingen is het boek van
overgang tussen de Gemeente en Israël.
Ik ben er zeker van dat u vaak heb
gehoord hoe predikers dit zo weergeven in de uitleg van het boek
Handelingen. Ik ben er zeker van dat u de uitdrukking
“overgangsperiode” heeft gehoord, en wanneer u enige moeilijke zaken
vindt in de brieven van Paulus is het zeer gemakkelijk om te zeggen:
“jazeker, maar dat is vanwege de overgangsperiode”.
Heroverwegende over hoe ver we kunnen
gaan om deze uitdrukking te gebruiken, nadat Paulus was gered,
vinden we de volgende feiten:
1)-De steniging van Stefanus en de
bekering van Paulus, op de weg naar Damaskus, toont ons het
keerpunt in Gods programma.
2)-Het werk van de 12 apostelen,
predikende de dingen aan Israël die Christus hun vertelde
betreffende het niet doorgaan van het Koninkrijk.
3)-Omdat er nu geen 12 apostelen meer
zijn, zijn er nu 3 hoofd apostelen en profeten van Jeruzalem, die
naar buiten treden met het Evangelie der besnedenen:
“En
als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te
zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en
Barnabas de rechter hand
der
gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan”
(Gal.2:9).
4)-Wanneer we aankomen bij de periode
die de brieven van Paulus beslaan is de brief aan de Galaten de
eerste en die van 2 Timotheus de laatste. En daarin is slechts één
Evangelie, het Evangelie der Genade Gods zoals het in alle Gemeenten
wordt geleerd door de Apostel Paulus.
5)-Gedurende de periode die het boek
Handelingen beslaat, van het moment dat de gemeente te Jeruzalem
werd verstrooid, leerden de apostelen en profeten van Jeruzalem het
Evangelie aan de besnedenen, en daaromtrent kunnen we leren in de
brieven Hebreeën tot en met Openbaring.
“En
Saulus had mede een welbehagen aan zijn dood. En er werd te dien
dage een grote vervolging tegen de Gemeente, die te Jeruzalem was;
en zij werden allen verstrooid door de landen van Judea en Samaria,
behalve de apostelen”
(Hand.8:1).
6)-Het belangrijkste onderscheid in
het boek Handelingen moet zijn tussen het werk van de apostelen
en profeten van Jeruzalem en het werk van de apostelen en
profeten van de bedeling der Genade Gods. “Maar
ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij
verkondigd is, niet is naar den mens.
Want ik heb ook hetzelve
niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring
van Jezus Christus”
(Gal.1:11 en 12).
“Hem
nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de
prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der
verborgenheid, die van de
tijden der eeuwen verzwegen is geweest;
Maar nu geopenbaard is,
en door de profetische Schriften, naar het bevel des eeuwigen Gods,
tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend
is gemaakt;
Den zelven alleen
wijzen God zij door
Jezus Christus de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen”
(Rom.16:25 t/m 27).
7)-Paulus is de apostel voor deze
bedeling der Genade Gods en als we zijn gehele boodschap willen
begrijpen dan is dat inclusief hetgeen hij de Gemeenten leerde, dan
is dat met inbegrip van de brieven die hij aan de Korinthiërs
schreef. Wij moeten de woorden van de apostelen en profeten, van de
bedeling der Genade Gods, navolgen
“Gebouwd op het
fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is
de uiterste Hoeksteen”
(Ef.2:20). Welke
in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt,
gelijk zij nu is geopenbaard
aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest;
Namelijk dat
de heidenen zijn medeerfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en
mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie”
(Ef.3:5 en
6). En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en
sommigen tot profeten, en sommigen
tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars”
(Ef.4:11).
Geachte lezer, we lezen 5 keer in het
boek Handelingen dat Paulus naar de synagoge van de Joden ging. We
geloven en vertrouwen het Woord van God dat, terwijl Paulus predikte
tegen zijn broeders in het vlees, het niet in tegenspraak was met de
openbaring die hij van de Heer had ontvangen.
Nu kunnen we dus begrijpen waarom we
geen “overgangsperiode” theorie nodig hebben om te begrijpen of uit
te leggen wat Christus ons leert, door Paulus, in de brief aan de
Korinthiërs. Maar neem gewoon God op Zijn Woord en volg Paulus omdat
hij Christus volgt, (meer over de Handelingen periode in een
volgende studie).
(De apostelen en profeten van de
bedeling der Genade Gods).
De
waarheid aangaande de hoofdbedekking.
Als Paulus schrijft over de waarheid
van de hoofdbedekking schrijft hij niet over cultuur, gewoonte of
Joodse traditie. Hij vertelt ons een waarheid die deel uitmaakt van
de direkte openbaring die hij ontving van de Heer Jezus vanuit de
hemel.
“Daarna
zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en
zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der
gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der
ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter
water zijn, hetwelk den vloek medebrengt”
(Num.5:18).
Dit is e enige plaats, in de Wet van
Mozes, die misschien suggereert dat een vrouw haar hoofd bedekte.
Zelfs de Joodse traditie, die leert dat een getrouwde vrouw haar
hoofd bedekt moet houden, kan daarvoor niet veel ondersteuning
vinden in de Wet van Mozes.
Ook in de vier Evangelieën zult u niet
veel vinden over de hoofdbedekking voor de vrouw zoals later de
Heere Jezus Christus het Zelf openbaarde aan Paulus als onderdeel
van de openbaring der verborgenheid.
Nadat ik de waarheid van de
hoofdbedekking had begrepen realiseerde ik me dat zelfs de religie
van de Moslims iets uit de Bijbel op een verkeerde manier gebruikt.
Er zijn Moslim internet sites, in Nederland, waar Moslim vrouwen
betogen, door de woorden van Paulus te gebruiken, om de zogenaamde
christelijke vrouwen te laten zien dat de wijze van de Moslims de
juiste is. Echter vergeten ze daarbij te zeggen dat de Bijbel leert
dat de man zijn hoofd niet moet dekken terwijl de Imam zijn hoofd,
evenals de katholieke aartsbisschoppen, wel dekt.
Wat te denken van de zogenaamde genade
predikers? Waarom willen zij niet Paulus in deze waarheid volgen
zoals hij Christus volgt? Lezende het boek van C. R. Stam en
anderen, over de brief aan de Korinthiërs, kunt u zien dat deze
mannen geen antwoord hadden betreffende de hoofdbedekking van de
vrouw. De één schrijft dat het “lange haar” haar bedekking is; en
een ander zegt “het is een gewoonte” en niet meer of minder. Weer
een ander leert dat de vrouw, in de Gemeente, hoofdbedekking droeg
als ze getuigden zonder de waarheid te begrijpen dat het de vrouwen
niet was toegestaan te spreken, zoals Paulus dat schreef. En dat de
gave van profetie alleen aan mannen was gegeven.
Hoe is het mogelijk dat we zo’n
duidelijk begrip hebben van de waarheid van “de ene doop” – “het éne
lichaam” – “de éne hoop” (Ef.4:1-6 etc) en we niet in staat zijn de
waarheid te begrijpen van deze waarheid terwijl Paulus er een heel
hoofdstuk aan besteedt, sprekende in:
--1Kor.11:1-16 over de hoofdbedekking
der vrouw.
--1Kor.11:17-34 over het avondmaal des
Heeren en het samenkomen van de Gemeente?
Als u de waarheid over de
hoofdbedekking werkelijk wilt begrijpen kan ik u alleen studie en
gebed aanbevelen, opdat u God op Zijn Woord gelooft zoals u dat ook
doet als u over de ene doop leert of een andere waarheid uit de
brieven van Paulus. Lees wat staat geschreven en geloof wat er staat
en u zult ontvangen wat geschreven staat.
“Zo
is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods”
(Rom.10:17).
Weest mijn
navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus
Ik veronderstel dat u dit vers zeer
vaak hebt gelezen en het gebruikt om aan te geven hoe belangrijk het
is om de Genade boodschap van Paulus te volgen omdat hij Christus
volgt. Maar als u het zorgvuldig leest zult u er achter komen dat
Paulus de gelovigen vraagt om hem te volgen in de inzettingen waar
we over gaan spreken. Door zijn gehele eerste brief aan de
Korinthiërs moest Paulus vele malen zijn apostelschap, en zijn
Evangelie, verdedigen. De vraag is, waarom?
Het antwoord is vanwege het feit dat
deze inzettingen, en andere zaken, die hij in alle Gemeenten in die
tijd leerde, geen deel uitmaakten van het koninkrijks Evangelie. Hij
vertelde hun geen dingen die behoorden tot de Joodse traditie.
Hetgeen Paulus verkondigde was het Evangelie der Genade Gods en dat
door de autoriteit van Christus. Paulus leerde hoofdbedekking en het
avondmaal des Heeren als deel van de openbaring die hij van
Christus, vanuit de hemel, ontvangen heeft. Als we die waarheid dus
werkelijk willen begrijpen moeten we in eerste instantie naar de
brieven van Paulus gaan.
“Weest
mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus”.
(1Kor.11:1).
Het volgen van Paulus betekent dus
het prediken en leren van de hoofdbedekking, en het avondmaal des
Heeren, in de bedeling der Genade Gods.
Als u 1Kor. hoofdstuk 11 leest zult u
begrijpen dat er genade predikers zijn die de leer van Paulus in
zijn algemeenheid leren. Maar als u komt tot die twee belangrijke
inzettingen zult u alle soorten van uitleggingen vinden, maar niet
altijd volgens de waarheid die Paulus leerde.
“Want
wij wandelen door geloof en niet
door aanschouwen”.
Ik ben er achter gekomen dat degenen,
die tegen de leer van de hoofdbedekking en het avondmaal des Heeren
zijn, voor deze bedeling der genade, dit vers vaak gebruiken. Het
is niet alleen zo dat ze teksten uit hun kontekst nemen, maar ze
accepteren ook niet de autoriteit van Paulus in deze zaken als hij
de gelovigen verordineert om hem te volgen zoals hij Christus volgt.
Let op! Hoofdbedekking en het avondmaal des Heeren, gedurende de
tijd als de gemeente samenkomt, hebben niet te maken met
“aanschouwen”. Het zijn inzettingen die wij, door de genade van God,
moeten volgen.
“En
ik prijs u, broeders, dat gij in alles mijner gedachtig zijt, en de
inzettingen behoudt, gelijk ik die u
overgegeven heb”
(1Kor.11:2).
Paulus prijst de broeders. We zullen
later zien hoe belangrijk het feit is dat de mannen in de gemeente
sterk moeten zijn in het leren van de Genade. De waarheid aangaande
de hoofdbedekking en het avondmaal des Heeren was moeilijk te volgen
in de dagen van Paulus. Vrouwen, toen en nu, zitten er niet op te
wachten dat iemand hun gaat leren om het hoofd te dekken. Het
avondmaal des Heeren betekent niet alleen de eenheid, die we in het
lichaam hebben, maar ook de verplichting om ons zelf te beoordelen.
Kijk om u heen en u zult merken hoe
gemeenten meer en meer beheerd worden door de wil van vrouwen en
niet door de mannen of volgens hetgeen Paulus leert, zoals het zou
moeten zijn. Paulus prijst die broeders die zijn leer volgden en de
inzettingen onderhielden. Het probleem binnen die Gemeenten was de
waarheid, in de schepping, van de man en de vrouw.
Sommige mensen denken dat dit
zogenaamde Joodse kwesties zijn maar dat is niet waar. Joden waren
in die tijd de getuigen van Mozes:
“Want
Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en
hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen”
(Hand.15:21).
Zij begrepen wat in de schepping van
man en vrouw gebeurde, en wie de eerste was. Het waren de vrouwen
uit de Heidenen die begonnen te spreken in de gemeente en dat zonder
het hoofd te dekken en aldus een probleem veroorzaakten. Vrouwen in
de Griekse tempel konden priesteres zijn, maar nadat ze de genade
van God hadden geaccepteerd en de leer van Paulus, moesten ze stil
zijn in de gemeente. Paulus sprak tegen vele Griekse vrouwen.
“Velen dan uit hen
geloofden, en van de Griekse eerlijke vrouwen en van de mannen niet
weinige”
(Hand.17:12).“Dat
uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten
te spreken, maar bevolen onderworpen
te zijn, gelijk ook de wet zegt”
(1Kor.14:34).
Als er dus problemen zijn in de
gemeenten betreffende de waarheid van de hoofdbedekking en het
avondmaal des Heeren is dat een goede test voor de broeders om te
zien in hoeverre ze waarlijk gefundeerd zijn in de leer van Paulus.
Het
“hoofdschap”
“Doch ik wil, dat gij
weet, dat Christus het Hoofd is eens iegelijken mans, en de man
het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van Christus’
(1Kor.11:3).
Het eerste punt is dat ze het moeten
weten. Evenals op andere plaatsen legt Paulus de nadruk ten eerste
op het “weten”. Dat is ook waarom hij Timotheüs stuurt, 1Kor.4:17:
“Daarom
heb ik Timotheus tot u gezonden, die mijn lieve en getrouwe zoon is
in den Heere, welke u zal indachtig maken mijn wegen, die in
Christus zijn, gelijkerwijs ik alom in alle Gemeenten leer”.
Deze waarheid zult u niet vinden in
de wet van Mozes of in de vier Evangelieën omdat het deel uitmaakt
van de speciale openbaring die Paulus van de Heer ontvangen heeft.
In zowel onze dagen van de emancipatie beweging als in de dagen van
Paulus zijn het probleem, en de waarheid, dezelfde. De broeders
moeten het volgende goed weten:
1)-Het Hoofd van iedere man is
Christus.
2)-Het hoofd der vrouw is de man.
3)-en het Hoofd van Christus is God.
Als u deze waarheid in de gemeente en
in de prediking vast houd zult u uit de problemen komen. Als we dus
leren dat de vrouw haar hoofd moet dekken als de gemeente samenkomt
is dat vanwege de scheppingsordonantie. De vraag is waarom we dit
niet eenvoudig in geloof aannemen. Waarom is het zo moeilijk,
speciaal voor de vrouwen, om Paulus te gehoorzamen en waarom is het
zo moeilijk voor de mannen om hun positie in dezen in te nemen?
Dit zou verklaren waarom de mensen de
positie van Paulus, door alle generaties heen, ter discussie
stellen.
Christus openbaarde ons, door Paulus,
een aanvullend doel van de schepping dat niet eerder bekend was
gemaakt.
GOD, CHRISTUS, MAN, VROUW. Dit is de
volgorde. Het zet iedereen op de juiste plaats. De man weet nu wie
zijn hoofd is en ook de vrouw weet dat nu. Als u dit vergelijkt met
de geschiedenis van de Gemeente, of met religie in het algemeen,
zult u zien hoe ver men is afgeweken van deze fundamentele waarheid.
Wij spreken over een man als het hoofd van een bepaalde gemeente, en
over vrouwen die nauwelijks de autoriteit van de man accepteren. En
natuurlijk over mannen die te slap zijn om een standpunt in te
nemen.
De profeterende man, 1Kor.11:4:
“Een
iegelijk man, die bidt of profeteert, hebbende iets op
het hoofd, die onteert zijn eigen hoofd”.
Paulus schrijft ons hoe deze
inzetting tot uitdrukking komt als de gemeente samen komt. Het is
een zeer eenvoudige vertoning. De mannen zonder hoofdbedekking en de
vrouwen met hoofdbedekking. Er zijn er die menen dat Paulus dit
alleen bedoelde voor de tijd dat de gemeente de gave van profetie
nog had. Maar de man bedekt zijn hoofd niet omdat hij een profeet is
maar omdat hij een man is die profeteert of bid. Vandaag de dag
hebben we geen profeten, of de gave van profetie, meer. De man moet
zijn hoofd niet dekken als de gemeente samen komt en er onderwezen
en gebeden wordt.
Het is dus duidelijk dat de man
behoort te bidden of te profeteren zonder zijn hoofd te dekken,
waarom is het dan zo moeilijk om aan te nemen dat de vrouw zich wel
moet dekken?
Onteert zijn hoofd -
het Hoofd van iedere man is Christus;
aldus laat de man zien dat hij Christus eert door zijn hoofd niet te
dekken. Over een man die zijn hoofd wel dekt lezen we alleen in de
wet van Mozes:
“En
hij zette den hoed op zijn hoofd; en aan den hoed boven zijn
aangezicht zette hij de gouden plaat, de kroon der heiligheid,
gelijk als de HEERE Mozes geboden had”
(Leviticus 8:9).
Nu begrijpen we dat, indien een
religieuze leider zijn hoofd bedekt, hij zich gelijk stelt aan God.
Hij volgt niet hetgeen Christus aan Paulus heeft geopenbaard voor de
huidige bedeling der Genade Gods. Maar er is nog een ander
belangrijk punt:
“Een iegelijk man, die
bidt of profeteert”.
Wie is deze man die
profeteert in de door Paulus gevestigde gemeenten? Profeteren
betekent het spreken namens God, maar er was ook de gave van
profetie. We moeten begrijpen dat we hier van “de gave van profetie”
spreken in de bedeling der Genade Gods. Wanneer Paulus hier over
schrijft leert hij alreeds de openbaring der verborgenheid in alle
Gemeenten, 1Kor.4:17:
“Daarom
heb ik Timotheus tot u gezonden, die mijn lieve en getrouwe zoon is
in den Heere, welke u zal indachtig maken mijn wegen, die in
Christus zijn, gelijkerwijs ik alom in alle Gemeenten leer”.
Hier komt u in verwarring op het
moment dat u het Woord der waarheid niet recht snijdt, ik bedoel
onderscheid te maken tussen het werk en de boodschap van de
apostelen en profeten uit Jeruzalem en de apostelen en profeten van
de bedeling der Genade Gods.
Als we dus spreken over een man die
profeteert in een door Paulus gestichte gemeente spreken we niet per
se over de Joden maar over de openbaring der verborgenheid.
Laten we naar de volgende verzen
kijken;
“Hem
nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de
prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der
verborgenheid, die van de
tijden der eeuwen verzwegen is geweest;
Maar nu geopenbaard is,
en door de profetische Schriften, naar het bevel des eeuwigen Gods,
tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend
is gemaakt”
(Rom.16:25 en 26).
Geschriften van de profeten
We weten, begrijpen en geloven dat
niet één van de oud testamentische profeten , zoals Jesaja, Jeremia,
Ezechiël of de anderen, ook maar iets wisten over Gods doel voor de
huidige gemeente, het Lichaam van Christus.
Vraagt u zich af hoe ik dat weet?
Door gewoon God te geloven op Zijn Woord, door de apostel Paulus.
Door Rom.16:25 te lezen weten we dat: ”de
prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid,
die van de
tijden der eeuwen verzwegen
is geweest”.
Maar dan vervolgt de apostel met MAAR
NU (Rom.16:26) welke is hetzelfde NU als in Rom.3:21:
“Maar
nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet,
hebbende getuigenis van de wet en de profeten”.
Efeziërs
2:13:
“Maar
nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij
geworden door het bloed van Christus.
“Maar
nu” - is de tijd toen
Paulus de boodschap van genade begon te prediken. Ik ga hier in dit
hoofdstuk niet verder op in maar ik hoop dat ook u gelooft dat er
slechts één “Maar nu” is en geen twee. Nu begrijpen we dat
Paulus ons in Rom.16:25 en 26 vertelt over de bedeling der Genade
Gods die geopenbaard was, en door de profetische Schriften.
Het is Paulus die in 1Kor.13:9 zegt:
“Want
wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele”.
De vraag is nu, wat zijn de
“profetische Schriften”? Als u het boek Handelingen bestudeert zult
u inzien dat er een belangrijk onderscheid is, door het gehele boek,
tussen het werk van de apostelen en profeten van Jeruzalem en de
apostelen en profeten van de bedeling der Genade Gods. Daarom
schrijft Paulus:
“Gebouwd
op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus
is de uiterste Hoeksteen”
(Ef.2:20).“Welke
in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt,
gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en
profeten, door den Geest”
(Ef.3:5).“Door
Welken wij hebben ontvangen genade en het apostelschap, tot
gehoorzaamheid des geloofs onder al de heidenen, voor Zijn Naam”
(Rom.1:5).
Het was Paulus, en degenen die bij
hem waren, die het apostelschap ontvingen om naar al de volken te
gaan met het Evangelie der Genade Gods. Het is door de geschriften
van die profeten dat de mensen tot het begrip kwamen van de
openbaring der verborgenheid. Zo is er aldus een verschil, in de
Evangeliën, tussen Petrus, Jacobus, en Johannes, de apostelen van
Jeruzalem en Paulus en de apostelen en profeten van de bedeling der
Genade Gods.
Er is heden ten dage slechts één
Evangelie van Genade zoals we lezen in de brieven van Paulus,
Romeinen tot en met Filémon. Als we dit belangrijk verschil gaan
begrijpen zullen we in staat zijn om de brieven, Hebreeën tot en met
Openbaring, in de juiste tijd en voor de juiste mensen, te plaatsen;
en zullen we tevens begrijpen dat we in die brieven niet dezelfde
boodschap kunnen vinden als dat we vinden in de geschriften van de
profeten die schreven over de openbaring der verborgenheid.
Christus openbaarde aan Paulus de
verborgenheid. Hij was de apostel, met de profeten die met hem
samenwerkten, die het woord van Genade in alle gemeenten
verspreiden. Deze waarheid kunnen we alleen vinden in de geschriften
van de profeten van de bedeling der Genade Gods. (De brieven van
Paulus : Romeinen t/m Filémon).
“tot
gehoorzaamheid des geloofs onder al de heidenen”:
Onthoud het doel van God, dat hetgeen Paulus hier schrijft geen deel
is van de boodschap die Christus gaf aan de twaalf apostelen toen
Hij op aarde was. En eveneens geen deel is van het Evangelie der
besnedenen zoals Petrus, Jacobus en Johannes dat verkondigden. (Zie
Hebreeën t/m Openbaring).
De man die profeteert
in de door Paulus gestichte gemeenten, profeteert over de openbaring
der verborgenheid. In plaats van antwoorden te vinden in de
zogenaamde theorie van de “overgangsperiode” kunnen we beter terug
gaan naar het Woord van God en speciaal naar de brieven van de
Apostel Paulus.
“En
God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen,
ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna
gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen”
(1Kor.12:28).
Onthoud dus dat de gemeente der
verborgenheid ook apostelen en profeten had. Die mannen (alleen
mannen) waren onderwezen om geen andere leer te leren dan hetgeen
Paulus hun had verteld, en wat hij in alle gemeenten leerde.
Daarom moesten de mannen bidden en
profeteren met ongedekt hoofd, niet omdat het de gewoonte was of
vanwege de theorie van de overgangsperiode. Het is enkel en alleen
omdat Christus dat aan Paulus openbaarde.
“Weest
mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus”
(1Kor.11:1).“Maar
een iegelijke vrouw, die bidt of profeteert met ongedekten hoofde,
onteert haar eigen hoofd; want het is een en hetzelfde, alsof haar het
haar afgesneden ware”
(1Kor.11:5)
De meeste mensen vinden het een
normale zaak als een man, die spreekt als de Gemeente samenkomt,
zijn hoofd niet dekt. Maar wat aangaande de vrouwen? Waarom noemt
Paulus: “een iegelijke vrouw die bidt of profeteert?”. Was er
een periode in de bedeling der Genade Gods dat God vrouwen gebruikte
om te profeteren als de Gemeente samen kwam?
Ik weet dat voor de meeste zogenaamde
genadegelovigen deze kwestie niet eens een probleem is. Ze zullen
waarschijnlijk zeggen: “het was toen, gedurende de vroege bediening
van Paulus”.
“maar hetzij profetieen, zij zullen te niet gedaan worden”
(1kor.13:8).
Ten eerste is er geen enkele tekst
die ondersteunt dat Paulus een “vroege of late bediening” had. Dat
zijn slechts zogenoemde theologische uitdrukkingen of konklusies en
ze mogen nimmer de plaats innemen van het geschreven Woord van God.
De Heer koos Paulus voor slechts één bediening, voor één Evangelie
die Hij openbaarde aan Zijn heilige apostelen en:
Profeten,
door de Geest
“Om
deze oorzaak ben ik
Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt.
Indien gij maar gehoord
hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat
Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid,
(gelijk ik met weinige woorden te
voren geschreven heb;
Waaraan gij, dit lezende,
kunt bemerken mijn wetenschap, in deze verborgenheid van
Christus),
Welke in andere eeuwen
den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is
geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest;
Namelijk dat
de heidenen zijn medeërfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en
mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie”
(Ef.3:1-6).
Ik heb de tijd genomen om deze studie
te schrijven omdat ik u wil laten zien dat de vrouw, die bidt of
profeteert, evenals wij, leefde onder de bedeling der Genade Gods
en, zoals ik het begrijp, lid was van de gemeente die Paulus had
gesticht.
Een heel belangrijke vraag is:
Gebruikte God deze vrouw als onderdeel van Zijn openbaring der
verborgenheid aan Zijn heilige apostelen en profeten? Het antwoord
is NEE, NEE, NEE!
Was de vrouw die bad en
profeteerde één van de profeten door de Geest? NEE, NEE,
NEE!
Wanneer
Paulus zegt:
“En God heeft er
sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede
profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der
gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen”
(1Kor.12:28).
Zijn dan die profeterende vrouwen
onderdeel van die “ten tweede profeten”? NEE, NEE, NEE!
En weet u waarom? Deze vrouwen kunnen
en behoren niet tot de profeten die God gebruikt om:“.…allen
te verlichten, dat zij mogen verstaan,
welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen
verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door
Jezus Christus”
(Ef.3:9).
Het
antwoord is erg eenvoudig: omdat ze een vrouw is. En Paulus schrijft
zeer duidelijk:
“Dat
uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten
te spreken, maar bevolen onderworpen
te zijn, gelijk ook de wet zegt.
En zo zij iets willen
leren, laat haar te huis haar eigen mannen vragen; want het staat
lelijk voor de vrouwen, dat zij in de Gemeente spreken”
(1Kor.14:34 en 35).
“Een
vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.
Doch ik laat de vrouw
niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil,
dat zij in stilheid zij”(1Tim.2:11-12).Paulus
noemt hier iets dat hij in iedere Gemeente leerde:
“Doch
ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse,
maar wil,
dat zij in stilheid zij.
(1Kor.4:17).
Hoe kon dan deze vrouw, door de wil
van God, profeteren in de Gemeente over de openbaring der
verborgenheid terwijl ze moest zwijgen?
Wie is deze vrouw
Degenen die tegen de hoofdbedekking,
in de bedeling der Genade, van de vrouw zijn, suggereren dat de
profeterende vrouwen de dochters waren uit de profetie van Joël.
|
“En
het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal
uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw
dochters zullen profeteren, en uw jongelingen
zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen”
(Hand.2:17). |
| |
“En
des anderen daags,
Paulus en wij, die met hem waren, gingen van daar en kwamen te
Cesarea; en gegaan zijnde in het huis van Filippus, den evangelist
(die een was
van de zeven), bleven wij bij hem.
Deze nu had vier
dochters, nog maagden,
die profeteerden.
(Hand.21:8).
Dit is een zeer vreemde uitlegging en
speciaal als het komt van degenen die de betekenis begrijpen van het
recht snijden van het Woord der waarheid. De profetie van Joël
spreekt over de laatste dagen van het aardse programma van God. Wat
voor soort boodschap zouden deze dochters dan brengen aan de
gemeenten van de bedeling der Genade waar Paulus de verborgenheid
predikte? En speciaal als de vrouwen, in deze genadetijd, stil
moeten zijn als de Gemeente samenkomt en ze niet wordt toegestaan de
mannen te leren.
Wat te denken van de dochters van
Filippus de evangelist? Was Filippus een evangelist van het
Evangelie der genade Gods en de openbaring der verborgenheid? (Zie
Ef.4:11) en wat te denken van zijn dochters? Profeteerden zij als
deel van de gave van profetie dat God gaf aan het Lichaam van
Christus? Nee!
Maar laat ons eerst enige
basisgegevens begrijpen aangaande profeterende vrouwen in de Bijbel
en de gave van profetie in het kader van de bedeling der genade
Gods.
De eerste te beantwoorden vraag is:
wat is profeteren? Openbaren door goddelijke inspiratie of het
openbaren van een bekendmaking van God. Degenen die profeteerden
waren niet noodzakelijkerwijs de benoemde profeten zelf. De apostel
Paulus schreef:
“Tot
de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk
uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal
uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben”
(Gen.3:16).
“Dat
zijn de inzettingen, die de HEERE Mozes geboden heeft, tussen een
man en zijn huisvrouw, tussen een vader en zijn dochter, zijnde in
haar jonkheid, ten huize haars vaders”
(Num.30:16).
Hoe was het dus
gedurende de periode onder de Wet? Was het de vrouw toegestaan om
zeggenschap over de man te hebben? Als we dit vragen zullen de
meeste mensen aankomen met het voorval in Richteren 4:4:
“Debora
nu, een vrouw, die een profetesse was, de huisvrouw van Lappidoth,
deze richtte te dier tijd Israel”
(Richteren 4:4).
Als we goed kijken
zullen we zien dat de dienst der wet in de handen was van mannen en
niet van vrouwen. Het is maar de vraag of de vrouwen ooit de gave
van profetie hebben gehad in die gemeente.
Een andere belangrijke
vraag is: over welke gemeente spreekt de profeet Joël? En aan welke
gemeente schrijft Paulus?
We weten dat er verschil is tussen de
gemeenten van de verborgenheid, “het Lichaam van Christus” en de
Koninkrijks gemeente of ook wel de gemeente van de besnijdenis.
Maar de vraag is: wat is profetie? Openbaarde God Zijn wil of plan
door vrouwen? Profetie is gewoon spreken voor God, en er zijn
voorbeelden van vrouwen die dat deden:
“En
Mirjam, de profetes, Aarons zuster, nam een trommel in haar hand; en
al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien”
(Ex.15:20).
“Toen ging de priester
Hilkia, en Ahikam, en Achbor, en Safan, en Asaja henen tot de
profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tikva, den
zoon van Harhas, den klederbewaarder (zij nu woonde te Jeruzalem,
in het tweede deel), en zij spraken tot haar”
(2Kon.22:14).
“Gedenk, mijn God, aan
Tobia en aan Sanballat, naar deze zijn werken; en ook aan de
profetes Noadja, en aan de andere profeten, die mij gezocht hebben
vreesachtig te maken”
(Neh.6:14).
“Maar Ik heb enige weinige
dingen tegen u, dat gij de vrouw Jezabel, die zichzelve zegt een
profetes te zijn, laat leren, en Mijn dienstknechten verleiden, dat
zij hoereren en afgodenoffer eten”
(Openb.2:20).
“Debora nu, een vrouw,
die een profetesse was, de huisvrouw van Lappidoth, deze richtte te
dier tijd Israel”
(Richt.4:4). “En
er was Anna, een profetesse, een dochter van Fanuel, uit den stam
van Aser; deze was tot groten ouderdom gekomen, welke met haar man
zeven jaren had geleefd van haar maagdom af”
(Lukas 2:36).
“Deze nu had vier
dochters, nog maagden,
die profeteerden”
(Hand.21:9).
Laat ons niet in
verwarring komen tussen die vrouwen die incidenteel voor God spraken
en de gave van profetie die de gemeente, het Lichaam van Christus,
ontving van de Heer zoals Paulus dat aan ons schrijft in zijn
brieven.
Geachte lezer, het is
verkeerd om te leren dat God vrouwen, in de Gemeente, het Lichaam
van Christus, de gave van profetie heeft gegeven! Dat is tegen de
geest van de wereld!
“Dat
uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten
te spreken, maar bevolen onderworpen
te zijn, gelijk ook de wet zegt”
(1Kor.14:34).
Hoe was het gedurende
de periode van de Wet? Is er enige getuigenis dat in die tijd de
vrouw zeggenschap kon hebben over de man? De meeste mensen nemen
Debora, een profetes, als voorbeeld, terwijl, we als we in de
kontekst van dat hoofdstuk lezen (Richt.4), we zullen begrijpen
waarom God haar gebruikte.
Het is duidelijk uit de
geschreven wet dat God mannen gebruikte om Zijn wetten en
openbaringen te verspreiden.
“En
de HEERE zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de
oudsten van Israel, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks
en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent
der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.
Zo zal Ik afkomen en
met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik
afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit
volk dragen, opdat gij dien alleen
niet draagt”
(Num.11:16 en 17).
“En
Mozes schreef deze wet, en gaf ze aan de priesteren, de zonen van
Levi, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, en aan alle
oudsten van Israel”
(Deut.31:9).
Denk er dus aan dat de
oudsten van Israël MANNEN waren, en geen vrouwen, die God gebruikte
om Zijn Woord te verspreiden. Of, zoals Paulus vele jaren later aan
de gemeente schreef, door de autoriteit van God:
“Dat
uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten
te spreken, maar bevolen onderworpen
te zijn, gelijk ook de wet zegt”
(1Kor.14:34).
Houd ik mij aan de
inzettingen?
De waarheid aangaande
de hoofdbedekking der vrouw.
“Daarom
moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil”
(1Kor.11:10).
“Oordeelt gij onder
uzelven: is het betamelijk, dat de vrouw ongedekt God bidde”?
(1Kor.11:13).
Ik veronderstel dat dit
een goede vraag is om mee te beginnen: “Houd ik mij aan de
inzettingen”? “Volg ik Paulus in deze zaak zoals hij Christus
volgt”?
Het antwoord hierop zal
natuurlijk verschillend zijn. Sommigen zullen zeggen: “Ja, dat doe
ik want het staat geschreven!”.
Anderen zullen zeggen:
“Nee, dat doe ik niet,
want ik zie het niet zo!”.
“Nee, dat doe ik niet,
het was voor toen en niet voor nu!”.
“Nee, dat doe ik niet,
want het was een onderdeel van de vroege bediening van Paulus!”.
“Nee, dat doe ik niet,
want ik wandel door geloof en niet door aanschouwen!”.
“Nee, dat doe ik niet,
want het was slechts een gewoonte! “.
De zogenaamde “Midden
Handelingen genade beweging” accepteert in hun leer de inzetting van
de hoofdbedekking voor de vrouw niet, terwijl ze de inzetting van
het avondmaal des Heeren wel accepteren. Waarom? Omdat sommigen het
als een gewoonte zien, terwijl anderen denken dat het te maken heeft
met de Handelingen periode of dat het lange haar de bedekking is.
Jaren lang leerde ik ook
dat het avondmaal des Heeren onderdeel is van de prediking van Jezus
Christus naar de openbaring der verborgenheid, en voor wat betreft
de hoofdbedekking kan ik beter zeggen dat ik niet wist wat ik
daaromtrent moest leren. Dus nu hoop ik, dat door deze studie,
‘genade’ geloofsgenoten, en anderen, gaan begrijpen dat hetgeen
Paulus ons leert in 1Kor.11:1-16 deel is van het Evangelie van Gods
genade voor deze bedeling der Genade Gods.
Waar
gaat het dus allemaal over?
Het gaat over het
hoofdschap en niet over een tijdelijke regelvoor het profeteren en
bidden van vrouwen zoals velen dat denken. Het is over de waarheid
van: “……een macht op het hoofd om der engelen wil” en
niet over een oud Joods gebruik.
Naast het voorgaande,
het leren van de waarheid van 1Kor.11:1-16 als deel van de
openbaring der verborgenheid, zal het ons helpen om te begrijpen dat
Paulus slechts één Evangelie van de Heer heeft ontvangen. Eén
bediening en niet een “vroege bediening”en een “gevangenis
bediening” zoals sommigen veronderstellen.
“Maar
de Heere zeide tot hem: Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren
vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en
de kinderen Israels”
(Hand.9:15). “Want
gij zult Hem getuige zijn bij alle mensen, van hetgeen gij gezien en
gehoord hebt”
(Hand.22:15).
“Maar richt u op, en
sta op uw voeten; want hiertoe ben Ik u verschenen, om u te stellen
tot een dienaar en getuige der dingen, beide die gij gezien hebt
en in welke Ik u nog zal verschijnen”
(Hand.26:16).
Paulus was door de Heer
gekozen voor één doel: om de wereld te leren over Christus
betreffende de nieuwe openbaring der verborgenheid en dat deed hij
in al zijn brieven.
“Hem
nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de
prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der
verborgenheid, die van de
tijden der eeuwen verzwegen is geweest;
Maar nu geopenbaard is,
en door de profetische Schriften, naar het bevel des eeuwigen Gods,
tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend is
gemaakt”
(Rom.16:25 en 26).
Toen en nu
Een argument dat de
mensen gebruiken om de inzettingen van Paulus niet te volgen is: “Het
was voor toen, en niet voor nu”. Ze noemen het de vroege
bediening van Paulus alsof Paulus twee bedieningen heeft ontvangen
van de Heer.
“Want
wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele;
Doch wanneer het
volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet
gedaan worden.
Toen ik een kind
was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde
ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik
te niet gedaan hetgeen eens kinds was.
Want wij zien nu door
een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht
tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen,
gelijk ook ik gekend ben”
(1Kor.13:9-12).
Geachte lezer, u zult het antwoord,
of we wel of niet Paulus moeten volgen in deze inzetting, niet
vinden in het woord “alsdan” van 1Kor.13:9-12. Want de
hoofdbedekking der vrouw werd gegeven aan de gemeente, welke is Zijn
Lichaam, als een inzetting en niet als deel van de gaven.
Ten einde dit onderwerp te begrijpen
zult u verder moeten gaan om het verschil te leren tussen de gaven
en de inzettingen in de bedeling der genade Gods.
“En
God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen,
ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna
gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen”
(1Kor.12:28).“En
Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot
profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en
leraars;
Tot de volmaking
der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des
lichaams van Christus;
Totdat wij allen zullen
komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods,
tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van
Christus”
(Ef.4:11 t/m 13).
“De
liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieen, zij zullen te
niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij
kennis, zij zal te niet gedaan worden”
(1Kor.13:8).
De
gaven die God gaf aan de Gemeente waren tijdelijk van aard. Ze waren
niet gegeven vanwege Israël maar, zoals er staat geschreven: “Tot de
volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing
des Lichaams van Christus”, deze gaven kwamen op een gegeven moment
ten einde, en voorzover ik na kan gaan waren ze alleen in gebruik
gedurende het leven van Paulus.
Het avondmaal des Heeren en de
waarheid aangaande de hoofdbedekking van de vrouw zijn nimmer een
onderdeel geweest van deze gaven. Christus gaf het niet aan Paulus
vanwege Israél maar als onderdeel van de nieuwe openbaring opdat wij
het, tot op de dag van vandaag, zouden volgen.
Weest mijn navolgers
“Weest
mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus.
En ik prijs u, broeders,
dat gij in alles mijner gedachtig zijt, en de inzettingen behoudt,
gelijk ik die u
overgegeven heb. Doch
ik wil, dat gij weet, dat Christus het Hoofd is eens iegelijken
mans, en de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van Christus”
(1Kor.11:1-3).
Paulus
geeft de broeders van zijn tijd twee belangrijke inzettingen die hij
in alle Gemeenten leerde. “Daarom
heb ik Timotheus tot u gezonden, die mijn lieve en getrouwe zoon is
in den Heere, welke u zal indachtig maken mijn wegen, die in
Christus zijn, gelijkerwijs ik alom in alle Gemeenten leer”
(1Kor.4:17).
De broeders moesten deze inzettingen
onderhouden zoals Paulus ze hun leerde. We weten nu, dat door de
jaren heen, één en ander is veranderd. De katholieken gebruiken de
uitdrukking “het avondmaal des Heeren” maar het is zeer ver
verwijderd van hetgeen Paulus in zijn brief leert. Evenals de
waarheid, van de hoofdbedekking der vrouw, niet werd onderhouden
zoals het moest, en degene die het leren weten niet veel van de
bedeling der Genade Gods. In het algemeen zijn de vrouwen niet
altijd gewillig om hun hoofd te dekken en aldus roept Paulus de
broeders op om deze inzetting te onderhouden.
Christus
is het Hoofd eens iegelijken mans
“Doch
ik wil, dat gij weet, dat Christus het Hoofd is eens iegelijken
mans, en de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van Christus”
(1Kor.11:3).
Het is belangrijk om te begrijpen wat
Paulus ons duidelijk wil maken. Wat is de reden dat hij hun, en ons
schrijft over deze inzetting?
--Dat het hoofd van iedere man
Christus is.
--en het hoofd van de vrouw is de man.
--en het Hoofd van Christus is God.
Dit onderwerp heeft betrekking op het
“hoofdschap”! Dat moeten we weten en dat is de reden dat hij over de
hoofdbedekking der vrouw schrijft. Het is belangrijk om hierbij te
noemen dat Paulus hier niet schrijft over Joodse wijsheid of Oud
Testamentische waarheid maar over kennis dat onderdeel is van de
nieuwe openbaring dat de Heer hem gaf.
Mannen en vrouwen bidden of
profeteren
“Een iegelijk man, die
bidt of profeteert, hebbende iets op
het hoofd, die onteert zijn eigen hoofd;
Maar een iegelijke
vrouw, die bidt of profeteert met ongedekten hoofde, onteert haar
eigen hoofd; want het is één en hetzelfde, alsof haar het
haar afgesneden ware.
Deze twee verzen zijn voor velen een
goede reden te denken dat Paulus de hoofdbedekking alleen in die
periode leerde toen er de gave van profetie was. Wat de mensen
vergeten is dat hij spreekt over mannen en vrouwen die bidden of
profeteren, en niet alleen profeteren.
Let hier altijd op wanneer we beginnen
met de leer van de hoofdbedekking. Degenen die het vanaf het begin
verwerpen zijn alleen gefixeerd op de verzen 4 en 5, terwijl Paulus
verder gaat met de uitleg van de betekenis er van.
Ik geloof dat de meeste mensen
accepteren dat de man in de gemeente zijn hoofd niet moet dekken.
Denk hier eens aan: Wie zijn degenen die het hoofd dekken?
Katholieke leiders, Moslim leiders, Joden! Heeft u er wel eens aan
gedacht waarom ze dat doen?
Door het verder lezen dan alleen de
verzen 4 en 5, zullen we leren dat de apostel Paulus meer in
gedachten had toen hij schreef over deze belangrijke inzetting.
Paulus leert ons waarom de man zijn hoofd niet moet dekken en waarom
de vrouw dat wel moet doen.
Over de man
Als de man zijn hoofd dekt dan
onteert hij zijn Hoofd, dat is volgens vers 3 Christus. Als de vrouw
haar hoofd niet dekt onteert zij haar hoofd, en dat is volgens vers
3 de man. We weten dat God de gemeente, welke Zijn Lichaam is,
profeten met de gave van profetie gaf. Profetie in de brieven van
Paulus is niet maar iemand die spreekt voor God. Het heeft te maken
met een gave. Ik geloof dat deze gave tijdelijk van aard was in de
tijd dat God de gemeente apostelen gaf.
“En
God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen,
ten tweede profeten, ten derde leraars……….”
(1Kor.12:28).
“En
Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot
profeten,…….”
(Ef.4:11).
Laat ons niet vergeten dat de
Gemeente, welke is Zijn Lichaam, gebouwd is op het fondament van die
apostelen en profeten die alleen Jezus Christus predikten volgens de
openbaring der verborgenheid.
“Gebouwd
op het fondament der apostelen en profeten………………..”
(Ef.2:20).
“………gelijk
zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door
den Geest” (Ef.3:5).
Het is belangrijk om de nadruk te
leggen dat deze gaven niet aan de gemeente waren gegeven ten behoeve
van Israël, maar als onderdeel van de openbaring der verborgenheid.
Terwijl de gaven tijdelijk waren, zijn de inzettingen gegeven opdat
we zouden weten dat:
“Doch
ik wil, dat gij weet, dat Christus het Hoofd is eens iegelijken
mans, en de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van
Christus”
(1Kor.11:3).
Vrouwen
die bidden of profeteren
“Maar
een iegelijke vrouw, die bidt of profeteert met ongedekten hoofde,
onteert haar eigen hoofd; want het is een en hetzelfde, alsof haar het
haar afgesneden ware” (1Kor.11:5).
Wat te denken van de vrouw? Is er een
tijd geweest dat de vrouwen konden profeteren als de Gemeente bijeen
kwam? Het antwoord is nee! Ik wil beginnen met het feit dat de
bovengenoemde gaven alleen aan mannen zijn gegeven.
“Dat
uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten
te spreken, maar bevolen onderworpen
te zijn, gelijk ook de wet zegt.
En zo zij iets willen
leren, laat haar te huis haar eigen mannen vragen; want het staat
lelijk voor de vrouwen, dat zij in de Gemeente spreken”
(1Kor.14:34 en 35).
Let opnieuw op dat de
inzetting van hoofdbedekking niet gegeven is vanwege de gave der
profetie maar vanwege het hoofdschap (vers 3). Paulus vergelijkt
hier, in deze twee verzen, tussen man en vrouw die hetzelfde doen.
Ik zeg altijd tegen de
mensen: lees 1Kor.11:1-16 en u zult begrijpen dat Paulus hier niet
over deze inzetting schrijft voor de profeterende vrouwen, want op
een andere plaats zegt hij:
“Dat
uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen”.
(1Kor.11:34).
Er zijn altijd mensen
die vragen: “Maar wie zijn die vrouwen waar Paulus over spreekt?”.
Laat ons niet vergeten dat vele vrouwen Paulus volgden:
“En
sommigen uit hen geloofden, en werden Paulus en Silas toegevoegd, en
van de godsdienstige Grieken een grote menigte, en van de
voornaamste vrouwen niet weinige” (Hand.17:4).
Waarschijnlijk waren er
vrouwen in de Gemeente die niet zwegen en die met ongedekt hoofd
spraken. Anderen, die met betrekking tot deze zaak het Woord niet
recht snijden, spreken over:
“………..uw
dochters zullen profeteren………”
(Hand.2:17).
Of over:
“Filippus,
den evangelist……….Deze nu had vier dochters, nog maagden,
die profeteerden”
(Hand.21:9).
Ik zeg het opnieuw, God
gaf de gave van profetie, onder de bedeling der Genade Gods, alleen
aan mannen. Christus gaf ons, door Paulus, de inzetting van
hoofdbedekking, en dat niet voor de vrouwen, die nimmer de gave der
profetie hebben gehad, maar vanwege het hoofdschap. Dit is een
getuigenis voor de nu volgende waarheid.
--Het
hoofd van iedere man is Christus.
--en het hoofd van de
vrouw is de man.
--en het Hoofd van
Christus is God.
Geschoren
of afgesneden
“Want indien een vrouw
niet gedekt is, dat zij ook geschoren worde; maar indien het lelijk
is voor een vrouw geschoren te zijn, of het haar afgesneden te
hebben, dat zij zich dekke”
(1Kor.11:6).
Zoals ik alreeds zei,
lees hetgeen de apostel leert in 1Kor.11:1-16 en u zult het uit de
kontekst begrijpen. “Indien een vrouw niet gedekt is” Wat
bedekt een vrouw? Sommigen leren dat het lange haar haar bedekking
is, maar dan begrijpen ze het niet goed, of missen het punt waar het
hier om gaat.
“Maar
zo een vrouw lang haar draagt, dat het haar een eer is; omdat het
lange haar voor een deksel haar is gegeven?”
(1Kor.11:15).
Het onderwijs in
1Kor.11:1-16 gaat over het feit dat de vrouwen hun “eer” zouden
bedekken, hun haar. Als het haar van de vrouw niet bedekt is als de
gemeente samenkomt dan is dat het zelfde alsof de vrouw haar haar
heeft: “Geschoren of afgesneden”.
Het is haar “eer” dat
bedekt moet worden. Waarom? Niet omdat ze het gebruikt om te
profeteren maar vanwege het hoofdschap.
--Het hoofd van iedere
man is Christus.
--En het hoofd van de
vrouw is de man.
--En het Hoofd van
Christus is God.
Schaamte
- De wortels
van het woord “schaamte” wordt gedacht te zijn ontleent van een
ouder woord met de betekenis van “dekken”; als zodanig: zichzelf
dekken, letterlijk of figuurlijk – schaamte is een schending van de
waarden.
“Desgelijks
ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en
matigheid zichzelven versieren, niet in vlechtingen des haars,
of goud, of paarlen, of kostelijke kleding”
(1Tim.2:9).
“Zie,
Ik kom als een dief. Zalig is hij, die waakt en zijn klederen
bewaart, opdat hij niet naakt wandele, en men zijn schaamte niet zie”
(Openb.16:15).
Als we om ons heen
zien, ontdekken we dat mensen, en zelfs vele zogenaamde Bijbel
leraren geen schaamte hebben om allerlei dingen te doen. Ze schamen
zich er ook niet voor om in wereldse kledij naar de samenkomst te
gaan, of zich door de week werelds te kleden. De vraag is dan,
waarom?
Schaamte
is een schending van de waarden!
– Als men deze waarden helemaal niet meer leert, dan is er ook geen
schaamte meer. Ik bedoel waarden naar de prediking van Jezus
Christus naar de openbaring der verborgenheid.
Het is vreemd om van
mensen te horen, die onderwezen genade gelovigen lijken te zijn,
nadat ze horen dat wij de hoofdbedekking der vrouw leren, zeggen:
“Probeert u ons terug onder de wet te brengen? “. Onder vermelding
van:
“Zijt
gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt
gij nu met het vlees?”
(Gal.3:3).
We moeten goed
begrijpen dat de leer over het “hoofdschap”, en de hoofdbedekking
der vrouw, nimmer is genoemd in de wet die God aan Mozes heeft
gegeven. Het wordt voor de eerste keer genoemd in de openbaring die
Christus aan Paulus heeft gegeven voor de Gemeente die Zijn Lichaam
is.
Als we éénmaal
begrijpen dat de hoofdbedekking der vrouw deel is van de boodschap
van genade, dan begrijpen we ook dat alleen Paulus dat leert,
het is beschamend als een vrouw deze inzetting niet
gehoorzaamt. Volgens de Bijbel is het beschamend voor een
vrouw om met een geschoren hoofd te lopen omdat God haar het haar
als een eer heeft gegeven. Zo is het ook met de hoofdbedekking. Ik
wil het opnieuw benadrukken. Het is nodig om te leren “Wat is
schaamte”, alvorens we over schaamte spreken.
In de wereld kleden de
vrouwen zich volgens, en doen met hun haar, wat men noemt “mode”
en niet hoe Paulus ons dat in zijn brieven leert.
Als aldus een vrouw
zich weigert te dekken als de Gemeente samenkomt, is het voor God
alsof ze geschoren is. Laat deze vrouw dan haar haar maar afscheren.
Maar dat doet ze echt niet. Er is niet één Bijbel gelovige vrouw
die bereid is om de samenkomst te bezoeken met een geschoren hoofd.
Waarom niet? Dat komt niet omdat de Bijbel leert dat het de “mode”
is, maar dat het een beschaming is voor de vrouw om een geschoren
hoofd te hebben.
Dus mensen, wat is het
probleem? Laat haar gedekt zijn. U ziet hoe gemakkelijk het
is als we naar God luisteren. Dit is het echter waarom men de
theorie heeft uitgevonden dat het haar van de vrouw haar bedekking
is waar Paulus over spreekt, maar dat is ver bezijden de waarheid in
het licht van de kontekst.
“Want
de man moet het hoofd niet dekken, overmits hij het beeld en de
heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid des mans”
(1Kor.11:7).
Ik geloof en leer dat
vers 7 het hart is van de leer van de hoofdbedekking. Het onderwerp
is niet bidden of profeteren. Het onderwerp is:
“….overmits
hij het beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de
heerlijkheid des mans”
(1Kor.11:7).
--De man moet zijn
hoofd niet dekken.
--De vrouw moet het
hoofd wel dekken.
Nu begrijpen we ook
dat, als de gemeente samenkomt, er een hemels getuigenis is over
“wie is de heerlijkheid van wie”.
Paulus wil en leert dat
we weten dat:
--Dat het hoofd van
iedere man is Christus.
--en dat het hoofd van
de vrouw de man is.
--en dat het Hoofd van
Christus God is.
Ik moet zeggen dat ik
vers 7 reeds lange tijd kende en ook de woorden: “overmits hij
het beeld en de heerlijkheid Gods is”. Ik gebruikte dit vers
hoofdzakelijk om met mensen te spreken over de schepping.
“Want
de man is uit de vrouw niet, maar de vrouw is uit den man”
(1Kor.11:8).
Paulus leert hier de
Gemeente over het “hoofdschap”. Hij benadrukt dat in de schepping de
vrouw is geschapen voor de man.
“Een
vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.
Doch ik laat de vrouw
niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil,
dat zij in stilheid zij.
Want Adam is eerst
gemaakt, daarna Eva.
En Adam is niet verleid
geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest”
(1Tim.2:11
t/m 14).
Het is belangrijk om
hetgeen op te merken wat Paulus schrijft aan de gemeente in
1Kor.11:1-16 betreffende dit verschil tussen mannen en vrouwen. Als
we om ons heen kijken zien we hoe de vrouwen emancipatiebeweging
vecht tegen de regels van de schepping.
De Gemeente ging deze
weg, nadat de emancipatie beweging was ontstaan, ook op. Het is
vandaag dus vreemd voor de mensen als ze horen dat een vrouw haar
hoofd moet dekken als de gemeente samenkomt.
Om der engelen wil.
“Daarom
moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil”
(1Kor.11:10).
Hier komen we bij de
belangrijkste reden waarom Paulus de hoofdbedekking der vrouw leert.
Zoals ik reeds eerder zei gaat het niet om de vrouw die profeteert.
De vrouw moet zich dekken om der engelen wil.
Is het vreemd dat
Paulus spreekt over engelen? Nee! De prediking van Jezus Christus,
volgens de openbaring der verborgenheid, is in hoofdzaak om de
hemelse krachten en de onnaspeurlijke rijkdom van God, te laten
zien.
“………want
wij zijn een schouwspel geworden der wereld, en den engelen,
en den mensen”
(1Kor.4:9).
“En
buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is
groot……….gezien van de engelen…..”
(1Tim.3:16).
“Opdat
nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de
machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods”
(Ef.3:10).
“Want
wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de
overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers
der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke
boosheden in de lucht”
(Ef.6:12).
Paulus spreekt niet
alleen over de betekenis van de hoofdbedekking, het is een macht.
Door het te dragen getuigt de vrouw van haar plaats in hetgeen
Christus wil dat we weten:
--dat het hoofd van
iedere man Christus is.
--en het hoofd van de
vrouw de man is.
--en het Hoofd van
Christus is God.
Ook laat ze, door de
hoofdbedekking, anderen weten:
“……….overmits
hij (de man) het beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is
de heerlijkheid des mans”
(1Kor.11:7).
We weten dat Satan zich
voordoet als een engel des lichts. Hij probeert elk principe te
vernietigen dat God aan de gemeente heeft gegeven. Eén daarvan is de
plaats van de vrouw betreffende het “hoofdschap”.
Is het dan vreemd om te
zeggen dat de engelen naar ons kijken? 1Tim.3:16……gezien van de
engelen…..of dat Paulus zei:
“…..want
wij zijn een schouwspel geworden der wereld, en den engelen……”.
Helemaal niet! Probeer
uw gemeente te leren wat Paulus ons leert in 1Kor.11:1-16 en u zult
de hemelse oorlogvoering ervaren. Probeer te gehoorzamen wat Paulus
bedoelde toen hij zei:
“Weest
mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus”.
En u zult de betekenis
van deze waarheid begrijpen als Paulus schrijft:
“Daarom
moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil”.
Doch alle dingen zijn uit
God.
“Nochtans
is noch de man zonder de vrouw, noch de vrouw zonder den man, in den
Heere. Want
gelijkerwijs de vrouw uit den man is, alzo is ook de man door de
vrouw; doch alle dingen zijn uit
God”
(1Kor.11:11 en 12).
Velen denken dat de
hoofdbedekking van de vrouw te maken heeft met onderwerping. Ze
luisteren blijkbaar meer naar hetgeen de religieuze wereld hun heeft
te zeggen dan naar hetgeen Paulus leert.
Een
man en vrouw, in Christus, zijn de basis voor eenheid. Paulus
gebruikt deze relatie wanneer hij de vergelijking toepast van
Christus en de Gemeente:
“Want
de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der
Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams”
(Ef.5:23).
“Deze verborgenheid is
groot; doch ik zeg dit, ziende op
Christus en op de Gemeente”
(Ef.5:32).
Geachte lezer, let op
dat de woorden van Paulus aan de Galaten:
“……….daarin
is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus”
(Gal.3:28).
dat deze niet in
tegenspraak zijn met zijn woorden aan de Korinthiërs.
In Galaten hoofdstuk
spreekt hij er over dat er geen verschil is wanneer de kontekst is:
“En
indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar
de beloftenis erfgenamen”
(Gal.3:29).
Man en vrouw, zonder
enig verschil, zijn “het zaad van Abraham, en erfgenamen”
alleen door genade, door geloof, op basis van de vergeving der
zonden door het bloed van Christus.
Dus terwijl Paulus
leert dat:
“Nochtans
is noch de man zonder de vrouw, noch de vrouw zonder den man, in den
Heere”.
leert
hij hen in 1Kor.11:1-16 enige fundamentele waarheden:
--dat het hoofd van
iedere man Christus is.
--en de man het hoofd
der vrouw is.
--en het Hoofd van
Christus is God.
Oordeelt gij onder uzelven
“Oordeelt
gij onder uzelven: is het betamelijk, dat de vrouw ongedekt God
bidde?” (1Kor.11:13).
Toen ik voor het eerst
hoorde van de waarheid der hoofdbedekking van de vrouw dacht ik dat
het te maken had met de verzen 4 en ,
“Maar
een iegelijke vrouw, die bidt of profeteert”.
Meestal spreken de
mensen over de vrouw die profeteert en ze vergeten dat het
vers spreekt over bidden of profeteren. Nadat we gezien
hebben dat de hoofdbedekking is om der engelen wil, komen we nu aan
bij het derde punt in dit onderwijs:
1)-vrouwen
die bidden of profeteren.
2)-om der engelen wil.
3)-
dat de vrouw ongedekt
God bidde.
Oordeelt
gij onder uzelven
– 1Kor., hoofdstuk 10 en 11 leren ons dat de gelovige zichzelf moet
oordelen aangaande de inzettingen betreffende het avondmaal des
Heeren en de hoofdbedekking. Het is geen oordeel tot straf maar voor
zelfkontrole in het licht van hetgeen Christus Paulus vertelde voor
de huidige bedeling der Genade Gods. 1Kor.10:15-16……… oordeelt
gij, hetgeen ik zeg.
“De
drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen,
is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus?”
(1Kor.10:16).
Zie eveneens
1Kor.11:31-32.
Het avondmaal des
Heeren is niet een religieus ritueel. Het is een moment, gedurende
de tijd dat de gemeente samen komt, die we gebruiken om onze wandel
te oordelen en in sommige gevallen zal de gemeente oordelen over wat
we hebben gedaan, goed of kwaad.
“Maar
nu heb ik u geschreven, dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien
iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een
gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een
dronkaard, of een rover; dat gij met zodanig een ook niet zult
eten”
(1Kor.5:11).
Dat de vrouwen hun
hoofd moeten dekken als de gemeente samenkomt is een inzetting die
Christus aan Paulus heeft gegeven voor de bedeling der Genade.
Daarom lezen we:
“Oordeelt
gij onder uzelven: is het betamelijk, dat de vrouw ongedekt God
bidde?”
(1Kor.11:13).
Als een vrouw een
samenkomst binnenkomt moet ze zichzelf afvragen: is het
betamelijk – behaag ik God als ik ongedekt tot God bid?
Let op dat Paulus hier niet spreekt over het profeteren.
Een goed onderwezen
Genade vrouw zal waarschijnlijk zeggen: “Maar in onze midden
Handelingen gemeenten bidden vrouwen niet gedurende de dienst”.
Hier moeten we zeer zorgvuldig kijken naar hetgeen Paulus ons leert.
Ten eerste is het door
mensen bedacht als we zeggen dat alleen de mannen bidden omdat zij
hardop mogen bidden. Nee, ik leer niet dat vrouwen hardop mogen
bidden als de gemeente samenkomt. Maar zeer zeker moeten ook de
vrouwen bidden als de mannen bidden. Zelfs enige liederen, die we
zingen, zijn als een gebed. We spreken hier dus over het bidden in
stilte.
“Met
alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in den Geest, en tot
hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de
heiligen”
(Ef.6:18).
“Bidt zonder ophouden”
(1Thess.5:17).
Paulus leert ons nog
veel meer over het gebedsleven maar dat is niet het onderwerp van
deze studie, dus kan ik enkel zeggen: Ja, de vrouwen in onze
gemeenten moeten bidden als de gemeente samen komt, en daarom:
“Oordeelt gij onder
uzelven: is het betamelijk, dat de vrouw ongedekt God bidde?
(1Kor.11:13).
Het lange
haar
“Of
leert u ook de natuur zelve niet, dat zo een man lang haar draagt,
het hem een oneer is?
Maar zo een vrouw lang
haar draagt, dat het haar een eer is; omdat het lange haar voor een
deksel haar is gegeven?”
(1Kor.11:14 en 15).
Als
we er over spreken welke de bedekking is waar Paulus over spreekt in
1Kor.11:1-16 zullen we zien dat sommige mensen leren dat dat het
haar is van de vrouw. Als we gehele context lezen zullen we zien,
toen Paulus schreef:
“Daarom
moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil”
(1Kor.11:10).
hij niet sprak over het
haar van de vrouw. Paulus maakt hier een vergelijking tussen het
natuurlijke en de inzetting die God aan de Gemeente heeft gegeven.
Van nature is een man met lang haar een schande. Maar een vrouw haar
lange haar is haar een eer.
De mensen zijn niet
altijd bereid om aan te nemen wat Paulus hier leert. Het lange haar
is de eer van de vrouw en niet van God. God gaf haar het lange haar
als een deksel zodat ze niet is als één die geschoren is. Laat ons
zorgvuldig de leer van de hoofdbedekking te begrijpen.
--Het haar van de vrouw
is haar eer.
--Overmits hij
(de man) het
beeld en de heerlijkheid Gods is
--Maar de vrouw is de
heerlijkheid des mans.
Als dus de gemeente
samenkomt en de man, die de heerlijkheid Gods is, leert of bidt, dan
moet de vrouw haar eer bedekken welks is haar haar. Waarom?
“Daarom
moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil”
(1Kor.11:10).
Aldus zullen de engelen
zien of deze gemeente het “hoofdschap” begrijpt en onderhoud.
Twistgierig
“Doch
indien iemand schijnt twistgierig te zijn, wij hebben zulke
gewoonten niet, noch de Gemeenten Gods”
(1Kor.11:16).
We sluiten nu onze
studie, over de hoofdbedekking, af met dit zo belangrijke vers. Lees
ook andere kommentaren en u zult zien hoe de mensen dit vers
verkeerd begrijpen.
Dit
vers leert eenvoudig dat de gemeenten van God (het Lichaam van
Christus) niet de gewoonte heeft om te twisten over de inzettingen
die Paulus hun had geleerd.
Voordat ik de waarheid, betreffende
de hoofdbedekking, voor deze bedeling der Genade begreep, reageerde
ik als volgt:
Als iemand er over wilde praten of me
vroeg waarom wij, als genade gelovigen, het niet leerden was mijn
antwoord: “Wij twisten niet over deze dingen” “wij hebben zulke
gewoonten niet”.
Laat ons dus zien wat de apostel hier
leert. Het is duidelijk dat, wat Paulus de Korinthiërs leerde, dat
leerde hij ook in de andere gemeenten, zie 1Kor.4:17.
Twistgierig
Hij schrijft hier over het
twistgierig zijn hetwelk is ruzieachtig (of omstreden) over een
fundamentele waarheid die Christus, door Paulus, aan de Gemeente
heeft bekend gemaakt. Het is niet een twisten over woorden of
meningen over wie er gelijk heeft. Degenen die de hoofdbedekking der
vrouw, als onderdeel van de prediking van Jezus Christus naar de
openbaring der verborgenheid, verwerpen, is hetzelfde als de
waarheid van de ene doop verwerpen, vechten tegen Gods woord, dat
door Paulus, aan de gemeente is gegeven. We zien dit soort van
argumenteren, over fundamentele waarheden, ook in:
“En
sommigen, die afgekomen waren van Judea, leerden de broederen, zeggende:
Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Mozes, zo kunt gij
niet zalig worden.
Als er dan geen kleine
wederstand en twisting geschiedde bij Paulus en Barnabas tegen hen,
zo hebben zij geordineerd, dat Paulus en Barnabas, en enige anderen
uit hen, zouden opgaan tot de apostelen en ouderlingen naar
Jeruzalem, over deze vraag”
(Hand.15:1 en 2).
“En
als hij dit gesproken had, ontstond er tweedracht tussen de Farizeen
en de Sadduceen, en de menigte werd verdeeld.
Want de Sadduceen
zeggen, dat er geen opstanding is, noch engel, noch geest, maar de
Farizeen belijden het beide”
(Hand.23:7 en 8).
U ziet dat dit niet gewoon twisten
zijn over een bepaalde mening. Paulus stond daar voor een
fundamentele waarheid:
“behoudenis,
alleen uit genade en door geloof”. “opstanding door Jezus
Christus”.
Gewoonte
Paulus schrijft over het feit dat
niet hij, of de gemeenten van God, de gewoonte hadden om te twisten
over deze inzetting. Het is een vreemde gewaarwording om aan de ene
kant te lezen wat Paulus hier schrijft en aan de andere kant te
luisteren hoe andere genade gelovigen het uitleggen.
De één schrijft dat de hoofdbedekking
der vrouw een gewoonte was. Waarom zou Paulus de broeders schrijven
en prijzen voor het onderhouden van de inzettingen als het alleen
maar een door de mensen bedachte Joodse gewoonte was? Paulus
gebruikt het woord GEWOONTE om te praten over de argumenten
aangaande deze inzettingen. Paulus, of de gemeenten Gods, hadden
niet de gewoonte om te argumenteren of ze deze inzettingen nu wel of
niet zouden onderhouden. Het was voor hen zo helder als kristal dat
het een onderdeel was van de prediking van Paulus aan hen. De
Gemeente heeft deze waarheid lange tijd geleden verloren zoals ze
ook de waarheid van de ene doop hebben verloren. En zo moeten we nu
zelf deze waarheid verdedigen, een waarheid die altijd al een deel
was van de prediking van Jezus Christus naar de openbaring der
verborgenheid.
Heeft u nog steeds de gewoonte om te
betogen dat we onze vrouwen niet moeten leren om hun hoofd te
bedekken als de gemeente samenkomt? Wij hier in Nieuwegein, hebben
die gewoonte niet. Wij nodigen onze mede gelovigen uit samen met ons
deel te nemen aan het avondmaal des Heeren en we vragen de vrouwen
om hun hoofd te bedekken omdat we weten;
--dat Christus het Hoofd is van
iedere man.
--en de man het hoofd der vrouw.
--en het Hoofd van Christus is God.
Als u vragen of opmerkingen heeft,
voel u dan vrij om me te schrijven.
Dov Avnon –
avnon@planet.nl
|