De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

H O O F D S T U K  XIV - Hand.9:1-7

              DE BEKERING VAN SAULUS

BELANGRIJKHEID VAN HET GEBEUREN

Wij komen nu tot een van de meest belangrijke gebeurtenissen uit de historie: de bekering van Saulus van Tarsus.

Er is in het denken van gelovigen veel te weinig belang gehecht aan dit grote gebeuren. Op de voornaamheid van Paulus' plaats in het programma van God, is totaal geen zicht geweest. Hij is alleen beschouwd geworden, als een van het getal der apostelen. Weinig aandacht werd gegeven aan het feit dat daar, op de weg naar Damascus, ver van Jeruzalem, volstrekt gescheiden van de bediening der twaalven, de vroegere vervolger en vervloeker, werd getransformeerd in een gewillige slaaf van Christus, en beroepen als de apostel van de genade van God.

 In Gods openbaring aan ons, is deze gebeurtenis een allerbelangrijkste plaats gegeven. De bekering van Saulus wordt uitvoeriger beschreven, en meerdere malen naar verwezen in de Schriften, dan enig andere bekering, ja, dan enig andere persoonlijke ervaring, buiten de kruisiging en opstanding van Christus. De grootste delen van drie verschillende hoofdstukken in Handelingen worden besteed aan dit verslag, en het vormt het hoofdonderwerp van twee van Paulus' vijf verslagen van redevoeringen. De apostel zelf is zo bewust van de belangrijkheid van zijn bekering in verband met het evangelie van Gods genade, dat hij er telkens weer naar verwijst in zijn brieven.

Er is geen getuigenis van de rijkdommen van Gods genade, noch van de kracht van het kruis, noch van de werkelijkheid van persoonlijke redding, gelijk aan de bekering van Saulus van Tarsus. Dit maakt de apostel zelf duidelijk, in de Geest, in 1Tim.1:15: "DIT IS EEN GETROUW WOORD EN ALLE AANNEMING WAARDIG, DAT CHRISTUS IN DE WERELD GEKOMEN IS OM DE ZONDAREN ZALIG TE MAKEN, VAN WELKE IK DE VOORNAAMSTE BEN."

PAULUS' ACHTERGROND EN KARAKTER

Maar wie is deze "voornaamste der zondaars"? Een schurk, een moordenaar, een misdadiger? Nee, in 't geheel niet. Hij is ייn van het uitverkoren volk, en zeer gewaardeerd door zijn collega's. Hij is een gewetensvol betrachter van de wet van Mozes, en ijvert voor de overleveringen van zijn vaderen.

Is hij dan onwetend omtrent de Oud Testamentische profetiכn, dat hij zijn Messias niet erkent? O nee! Hij is een Farizeeכr, een Hebreeכr uit de Hebreeכn, uit de trotse stam van Benjamin, een geestelijk leider in Israel, met een grondige kennis van de Oud Testamentische Geschriften, opgevoed in Jeruzalem aan de voeten van Gamaliכl.

Inderdaad was Saulus ernstig, en nauwgezet, in zijn weerstand tegen Christus. Hij zei later tegen Agrippa: "Ik meende waarlijk bij mijzelven, dat ik tegen de Naam van Jezus van Nazareth vele wederpartijdige dingen moest doen" (Hand.26:9). Nog later schreef hij aan Timotheus: "Dewijl ik het onwetend gedaan heb in mijn ongelovigheid" (1Tim.1:13). Hij vervulde blindelings de voorzegging van de Here in Joh.16:2: "...DE URE KOMT DAT EEN IEGELIJK DIE U ZAL DODEN, ZAL MENEN GODE EEN DIENST TE DOEN."

Was het feit dat hij oprecht was in zijn haat tegen Christus, een verontschuldiging voor zijn moorden en godslastering? Zo zouden sommigen ons vandaag willen leren. Doe wat u oprecht gelooft in orde te zijn, en God zal zeker geen aanleiding hebben om boos op u te zijn. Dan zou "wat u gelooft" de plaats innemen van wat God heeft gezegd. De mens, niet langer verantwoordelijk om de geopenbaarde wil van God te gehoorzamen, zal dan blijken eigenzinnig en eigengerechtigd, of zwelgend in dronkenschap, zedeloosheid, en misdaad te zijn - in elk geval ongered, en gescheiden van het leven uit God. Wij oogsten heden de vruchten van deze goddeloze filosofie overal om ons heen.

Maar het nare feit is, dat sommigen die deze leer verafschuwen, in het geval van Saulus van Tarsus een uitzondering maken. In een poging om te bewijzen dat hij niet de voornaamste der zondaars was, wijzen zij op zijn oprechtheid, en maken hem tenslotte tot een tamelijk goed mens! En dat, terwijl zij weten dat God zelfs de beste daden van Christus-verwerpers volstrekt afwijst!

Noch Paulus zelf, noch de Schriften, steunen zo'n gezichtspunt, want juist de passage die verklaart dat Saulus dingen deed in "onwetendheid en ongeloof"; juist die passage werd geschreven om zijn zonde en de uitnemende overvloed van de genade van God te benadrukken, door hem te behouden (1Tim.1:13-16).

Het is zeker dat Sauls duidelijke Hebreeuwse achtergrond, en zijn diepe kennis van de Oud Testamentische Geschriften, geen verklaring - nog minder excuus - is voor het niet erkennen van Christus, of voor zijn sterke haat van Hem. Zou een Hebreeכr de Messias niet erkennen? En het was immers door de Oud Testamentische Geschriften, dat hij had kunnen, en moeten weten, dat Jezus de Christus was (Zie Joh.5:39). Maar zoals ook de andere Farizeeכrs, wenste hij het niet te weten.

Het was zonde, en zonde alleen, die Saulus tot de vijand van Christus maakte. Zijn blinde woede was slechts een demonstratie van de slechtheid en hardheid van het menselijk hart.

Nee, de onwetendheid en het ongeloof van Saulus verminderde geenszins zijn schuld, hoewel de hopeloosheid van zo'n toestand de barmhartigheid van God wel raakte, meer dan wij medelijden zouden hebben met iemand, die uit echte blinde stijfkoppigheid, zichzelf en anderen pijnigt.

Dit feit is van groot belang voor het begrijpen van het evangelie van Gods genade, want het was door de redding van de voornaamste der zondaars, dat de rijkdommen van Gods genade nu werden getoond.

             DE BETEKENIS VAN SAULUS' BEKERING IN HET LICHT DER BEDELINGEN

Zoals we hebben gezien, was de moord op Stefanus, en de felle vervolging die er op volgde, aanleiding tot een oorlogsverklaring van mensen, tegenover God en Zijn Gezalfde (Ps.2:2). Israel was bestemd om zegen en redding te brengen aan de wereld, met Christus als haar Koning, maar nu had zij zich bij de wereld gevoegd, in openlijke opstand tegen God, en door de steniging van Stefanus een "bericht gezonden" tot God, luidend: "WIJ WILLEN NIET DAT DEZE OVER ONS KONING ZIJ" (Luk.19:14).

Deze boodschap was van harte overgenomen door Saulus, want van hen die daarbij tegenwoordig waren, wordt alleen Saulus genoemd, met de opmerking: "EN SAULUS STEMDE IN MET ZIJN DOOD" (Hand.8:1).

Aldus in het openbaar onderscheiden voor zijn bittere vijandschap tegen Christus, was de opkomst van Saulus in Israel onvermijdelijk en snel. Want men moet niet vergeten, dat de bestuurders steeds grotere moeite hadden met hen die getuigen waren van Christus en Zijn opstanding. Het duurde niet lang, of de jonge ijveraar had "volmacht van de hogepriester", om te "straffen", en "gevangen te nemen", allen die Christus volgden "in Jeruzalem". Erkend als de leider van de onderdrukking (Hand.8:3; Gal.1:13), voerde hij de vervolging zo ver door, tot alle discipelen, behalve de twaalven, gekerkerd waren, dan wel gedood, of uit Jeruzalem weggevlucht. Ook was hij hiermee niet tevreden want, toen hij meer "volmacht kreeg van de hogepriesters" vervolgde hij de discipelen "zelfs in de buitenlandse steden", bracht hen zo veel hij kon "gebonden naar Jeruzalem om te worden gestraft", en gaf zijn "instemming" of goedkeuring eraan, dat zij terdood gebracht zouden worden (Zie Hand.26:9-12; 22:5).

Aldus nam Saulus toe "in het Jodendom" vanwege zijn bittere haat tegen Christus (Gal.1:13,14; Phil.3:6). Hij was de personificatie, het symbool, van Israels verwerping van Messias.

Wat moest er nu terecht komen van het voorspelde doel van God, om zegen en redding te brengen tot de heidenen door Israכl? En wat van het Verbond met Abraham? Hoe kon de zegen tot de heidenen komen, als Israel, het kanaal waardoor deze zegen moest vloeien, zich voegde bij de heidenen in hun opstand tegen God?

Het antwoord op deze vraag is de wonderlijkste geschiedenis die ooit werd verteld: het verhaal van genade, vloeiend vanuit Golgotha. Door het profetisch programma tijdelijk opzij te zetten, greep God in, in oneindige genade, door de leider van de opstand te redden. Door de kracht van de liefde, en door de barmhartige woorden van Hem, bij wiens naam Saulus zijn tanden had geknerst, wordt de meedogenloze vervolger plotseling, niet slechts een volgzame discipel van Christus, maar het uitverkoren vat, waardoor God de rijkdommen van Zijn genade voor een door zonde vervloekte wereld, duidelijk zal stellen.

De wereldse rebellie zou hebben geresulteerd in de uitgieting van Gods toorn (Ps.2:5; 110:1), maar God, immer traag tot toorn, stelde het oordeel uit, en begon een bedeling van genade in te voegen.  

Hierbij zou de opmerking kunnen worden gemaakt, of het wel in harmonie is met het recht voor God, op dat moment de wereld vriendelijkheid te bewijzen, en zelfs aan de leider wegens opstandigheid tegen Christus. Het antwoord hierop wordt gevonden op Golgotha. Als Christus voor de zonde stierf, waarom kon God dan niet de rijkdommen van Zijn genade aanbieden aan allen die deze door geloof wilden ontvangen, en nochtans Zijn gerechtigheid handhaven? En waarom kon Hij de heidenen niet vrij redding aanbieden, geheel los van Israel? Dit is het waarom de boodschap eigenlijk "de prediking van het kruis" genoemd wordt (1Cor.1:18-25). Zoals genade in Paulus' brieven meer naarvoren komt dan elders in de Bijbel, zo is het ook met het kruis, het bloed, de dood van Christus. Nergens anders wordt er zo dikwijls naar verwezen.

"In Welken wij hebben de verlossing DOOR ZIJN BLOED, namelijk de vergeving der misdaden, namelijk de vergeving der misdaden, naar de rijkdom Zijner genade" (Eph.1:7).

"En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, DOOR DE VERLOSSING DIE IN CHRISTUS JEZUS IS; "WELKEN GOD VOORGESTELD HEEFT TOT EEN VERZOENING DOOR HET GELOOF IN ZIJN BLOED, TOT EEN BETONING VAN ZIJN RECHTVAARDIGHEID, DOOR DE VERGEVING DER ZONDEN,..."

"...OPDAT HIJ RECHTVAARDIG ZIJ, EN RECHTVAARDIGENDE DENGENE, DIE UIT HET GELOOF VAN JEZUS IS" (Rom.3:24-26).

 Het was Paulus, wiens bekering aantoonde, en wiens bediening en boodschap deze grote feiten verkondigden. Zijn bekering markeerde het begin van de nieuwe bedeling. Let wel, wij zeggen het begin, want de bedeling van genade, met de openbaring ervan, verscheen geleidelijk (Zie Hand.26:16; 2Cor.12:1). De oplettende onderzoeker der Schrift moet niet verwachten het Pinksterprogramma plotseling afgeschaft te vinden, en de bedeling van genade in haar volheid plotseling ervoor in de plaats gekomen.

Kort na de bekering van Saulus, bijvoorbeeld, beval Ananias hem: "Sta op, en laat u dopen en uw zonden afwassen, aanroepende de Naam des Heren" (Hand.22:16). Dit was, omdat waterdoop was vereist in de bedeling waarin Saulus werd gered. De betekenis van zijn bekering, en opdracht door openbaring van Christus aan hem, was nog niet geopenbaard. Toch is het duidelijk uit het verslag, dat Saulus daadwerkelijk werd gered op weg naar Damascus, vףףr zijn doop met water. Hij werd niet gered omdat hij ingegaan was op de boodschap van de twaalven door te bekeren en gedoopt te worden. Hij was de bitterste vijand, en de voornaamste der zondaars geweest, die Israel en de wereld leidde in de opstand tegen God, en hij werd gered en verzoend door souvereine genade. Hierin was hij prototype, aantonend, dat het evangelie van de genade van God zich langzamerhand ontvouwde aan en door hem, en geleidelijk de Pinksterboodschap verving.

In zijn eigen geval zegt hij: "(Ik was) tevoren een godslasteraar en een vervolger en een verdrukker; maar...DE GENADE ONZES HEREN IS ZEER OVERVLOEDIG GEWEEST...

"DIT IS EEN GETROUW WOORD EN ALLE AANNEMING WAARDIG, DAT CHRISTUS JEZUS IN DE WERELD GEKOMEN IS OM DE ZONDAREN ZALIG TE MAKEN, VAN WELKE IK DE VOORNAAMSTE BEN" (1Tim.1:13-15).

En in het geval van de mensheid zegt hij: "Maar de wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde; EN WAAR DE ZONDE MEERDER GEWORDEN IS, DAAR IS DE GENADE VEEL MEER OVERVLOEDIG GEWEEST; "OPDAT GELIJK DE ZONDE GEHEERST HEEFT TOT DE DOOD, ALZO OOK DE GENADE ZOU HEERSEN DOOR RECHTVAARDIGHEID TOT HET EEUWIGE LEVEN, DOOR CHRISTUS JEZUS ONZE HERE" (Rom.5:20,21)

 Aldus bepaalde de bekering van Saulus het begin van de onthulling van het geheimenis van Gods bedoeling en genade. Juist dit feit, dat een andere apostel werd opgewekt, geheel verschillend van de twaalven, toont helder aan, dat God  begonnen was om de nieuwe bedeling in te voegen: "de bedeling van de genade van God" (Eph.3:2,3).

Met betrekking hierop schreef Dr. Arno C. Gabelein in zijn boek over Het Evangelie van Mattheus:

"Bijgelovige lezers van Gods Woord maken geen verschil tussen het Evangelie van het Koninkrijk, en het Evangelie van Genade..." (Deel II, P.189).

Maar dit onderscheid is belangrijk, zoals I.R.Dean aanwijst in zijn Komend Koninkrijk. Mr. Dean zegt het zo:

"Waartoe was het nodig voor Paulus om een nieuwe openbaring van het evangelie te hebben, als hij hetzelfde evangelie moest prediken, dat Johannes de Doper, en Christus, en Zijn discipelen, gepredikt hadden?

"Johannes de Doper, en Christus, en Zijn discipelen, boden Israel een Messias aan...Paulus' evangelie biedt Israel helemaal geen Messias aan; God biedt tans niemand een Messias aan" (P.210).

Dean heeft gelijk, want in plaats van de mensen nu een Messias aan te bieden, biedt God verzoening aan, aan alle mensen, door genade, in een wereld waar de Messias, de Koning, werd, en nog steeds blijft, verworpen.

"WANT GOD HEEFT HEN ALLEN ONDER DE ONGEHOORZAAMHEID BESLOTEN, OPDAT HIJ HUN ALLEN ZOU BARMHARTIG ZIJN. "O DIEPTE DES RIJKDOMS, BEIDE DER WIJSHEID EN DER KENNIS GODS! HOE ONDOORZOEKELIJK ZIJN ZIJN OORDELEN, EN ONNASPEURLIJK ZIJN WEGEN!" (Rom.11:32,33).

 PAULUS, HET MODEL

Indien de reden van Saulus' bekering niet volkomen duidelijk is gemaakt in 1Tim.1:13-15, dan is het dat wel in het volgende vers:

"MAAR DAAROM IS MIJ BARMHARTIGHEID GESCHIED, OPDAT JEZUS CHRISTUS IN MIJ, DIE DE VOORNAAMSTE BEN, AL ZIJN LANKMOEDIGHEID ZOU BETONEN, TOT EEN VOORBEELD DERGENEN, DIE IN HEM GELOVEN ZULLEN TEN EEUWIGEN LEVEN.

Toch zijn er sommigen, die de voortgaande eenheid van Paulus' bediening en boodschap niet schijnen te zien. Omdat het Pinksterprogramma niet ineens werd afgeschaft, en omdat het werkelijk voorop stond gedurende het begin van Paulus' bediening, veronderstellen zij, dat God eenvoudigweg doorging met Zijn geprofeteerde programma bij de bekering van Saulus. Zij redeneren dat Saulus' bekering, model stond voor Israels toekomstige bekering, en niet voor de onze. Zij herinneren ons aan 1Cor.15:8, waar de apostel zegt: "En ten laatste van allen is Hij (Christus) ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien.

Deze verklaring nu is bijzonder belangrijk.

Wanneer Paulus van zichzelf spreekt als geboren "vףףr de bestemde tijd", blijkt hij duidelijk Israels toekomstige bekering in gedachten te hebben.

Maar waren dan niet de twaalven, en vele andere Joodse gelovigen vףףr Saulus, behouden? Waren zij dan ook niet "voortijdig geboren"? Ja, maar er had intussen iets zeer belangrijks plaats gevonden.

De twaalven waren gered gedurende, wat Christus noemde, Israels dag, en de tijd van haar bezoeking (Luk.19:41-44). Christus noemde dit ook, "het aangename jaar des Heren" voor Israel (Luk.4:19). Daarop volgend, werd dit "aangename jaar des Heren" verlengd tot na het kruis, door tussenkomst van het sterven van de Heiland (Luk.23:34).

Het is verder duidelijk, dat de apostelen niet konden weten, dat Pinksteren, toen het koninkrijk daadwerkelijk werd aangeboden, niet de "bestemde tijd" voor Israel was om te worden gered, want de Here had besloten om hen dit te vertellen (Zie Hand.1:6,7).

Maar bij de dood van Stefanus werd het duidelijk, dat Israכl de Christus niet wilde aannemen. Door deze daad gaf het volk antwoord op de vraag van Zijn apostelen aangaande de vestiging van Zijn koninkrijk. Nu verschoof Israels bekering naar een toekomstige dag; de "bestemde tijd" lag nog in het verschiet, ook al werd dit door allen nog niet begrepen.

Hierom spreekt Paulus van zichzelf als te zijn geboren vףףr, niet na, de bestemde tijd. Dit dient nauwkeurig te worden vastgesteld door hen die leren, dat de nieuwe bedeling niet eerder begon dan enige tijd na de bekering van Saulus. Want als zij gelijk hadden, waarom zou dit dan alleen van Paulus worden gezegd, en niet van de Pinkstergelovigen, dat hij ontijdig werd geboren?

Echter dient te worden opgemerkt, dat waar Saulus een ontijdig geboren Israeliet was, daar niet uit volgt, dat zijn bekering zonodig een type was van geheel Israכl.

Dit kan worden aangetoond door enkele eenvoudige vragen:

Wanneer is het de "bestemde tijd" voor Israכl om te worden gered: in het verleden, nu, of in de toekomst? Het antwoord is natuurlijk: in de toekomst. Wanneer is het "bestemde tijd" voor de heidenen om te worden gered? Het antwoord hierop is ook: in de toekomst, want de heidenen zullen overeenkomstig de belofte en de profetie, worden gered door Israel. Wanneer Joden vandaag gered worden, worden zij dan, profetisch gesproken, gered "in de bestemde tijd"? Natuurlijk: "Vףףr de bestemde tijd". En als heidenen vandaag gered worden, worden zij dan gered "in de bestemde tijd" of "vףףr de bestemde tijd"? Het antwoord is eveneens, "vףףr de bestemde tijd".

Wanneer dan Joden en heidenen vandaag gered, en verzoend worden met God tot ייn Lichaam, worden zij gered "uit" of vףףr de "bestemde tijd", niet op basis van de verbonden, maar door genade; niet overeenkomstig de profetie, maar overeenkomstig het geheimenis, geopenbaard aan en door Paulus.

Het is waar dat Saulus' bekering, net als die van Israכl, verbonden is in de Schrift met de openbaring van Christus (Cf.Zach.12:10; Rom.11:26). Maar er zijn ook punten van verschil, want niet gelijk toekomstig Israel, schreeuwde Saulus naar God om bevrijding, toen Christus hem verscheen. Hij was de grote vervolger, die anderen deed roepen om bevrijding. Verder was Saulus buiten het land toen Christus hem verscheen, terwijl Israel in het land zal zijn. Er zijn nog andere punten van uitgang, die we later zullen beschouwen.

Maar omdat sommigen besluiten dat Saulus' bekering "een model" was van die van Israכl, hoofdzakelijk vanwege de openbaring van Christus aan hem, zegt hij hier helemaal niets over. Hij zegt, door de Geest, dat Christus, in zijn geval, al Zijn lankmoedigheid betoonde, als een voorbeeld:

"OPDAT JEZUS CHRISTUS IN MIJ, DIE DE VOORNAAMSTE BEN, AL ZIJN LANKMOEDIGHEID ZOU BETONEN, TOT EEN VOORBEELD DERGENEN, DIE IN HEM GELOVEN ZOUDEN TEN EEUWIGEN LEVEN" (1Tim.1:16).

  Dit berust ongetwijfeld op de toekomstige bekering van Israel, want God leert vandaag de grote les, die Israel moet leren om te worden gered. Maar het is vandaag meer direct op ons gericht, want God toont vandaag "al Zijn lankmoedigheid" in deze bedeling van genade.

Het is daarom klaar en duidelijk, dat Paulus ons voorbeeld is van redding en behoudenis. In hem voornamelijk toonde Jezus Christus, los van de wet of de condities van de "grote opdracht", uitsluitend op basis van het bloed van Golgotha, alle lankmoedigheid, zo dat zij die daarna in Hem zouden geloven, wat ook hun verleden zijn mag, verzekerd zijn van de uitnemende volheid van Zijn genade.

BRIEVEN AAN DAMASKUS

"En Saulus blazende nog dreiging en moord tegen de discipelen des Heren, ging tot de hogepriester, "En begeerde brieven van hem naar Damaskus aan de synagogen, opdat zo hij enigen, die van die weg waren, vond, hij dezelve, beide mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem."  - (Hand.9:1,2).

Hoeveel godslastering, en bloedvergieten, tranen, en dreiging, ligt hier opgesloten in het kleine woordje "nog"! Het gebruiken ervan in dit verband door Lukas, maakt duidelijk, dat er veel moet zijn gebeurd tussen Hand.1:8, en 9:1. Het was in de periode, beschreven in Hand.8, dat Saulus "de gemeente verwoestte", haar vervolgende "boven mate", en "vernietigende" (Zie Hand.8:3 en Gal.1:13).

Omdat klaarblijkelijk Damaskus de eerste heidense stad was waar Saulus naartoe reisde in zijn vervolging van Christus en Zijn volgelingen, is het duidelijk dat hij tot dusver zijn aktiviteiten had beperkt alleen tot Jeruzalem en omstreken. In zijn getuigenis voor Agrippa zei hij later: "en bovenmate tegen hen woedende, heb ik hen vervolgd ook in de buitenlandse steden" (Hand.26:11). Dit is ongetwijfeld waar Ananias naar verwees, toen hij de Here herinnerde aan al het kwaad dat Saulus had toegebracht aan de heiligen "in Jeruzalem", en hij zei: "En hij heeft hier macht van de hogepriesters, om te binden allen die Uw Naam aanroepen" (Hand.9:14).

Hoe ver Saulus was gegaan in zijn campagne om de aanbidding van Christus uit te roeien, of welke steden zijn woede hadden gevoeld, wordt ons niet verteld, maar we weten uit het verslag, dat zijn vreselijke slachting tegen de gelovigen in die tijd, vele harten en huizen had gebroken, en velen in de dood gezonden.

En hier vinden we hem "nog blazende dreiging en moord tegen de de discipelen des Heren". Het verslag is zeer uitvoerig beschreven. Het beschrijft een zeer woedend mens, moord en dood blazend, en dreigend met geweld, bij elke ademtocht.

Binnen dit raam van gesteldheid gaat Saulus nu naar de hogepriester om "machtiging en opdracht", om te reizen naar de verre stad Damaskus, om ieder die hij bevindt van "die weg" te zijn, geboeid naar Jeruzalem te brengen.

GODDELIJKE TUSSENKOMST

En zo vinden we Saulus nog steeds de voorste in de oorlog tegen God en Zijn Christus. Hij is het, niet de  hogepriester, die voorstelt om de strijd te beginnen in de verre stad Damaskus.

Wij moeten de belangrijkheid hiervan niet onderschatten. Zoals we reeds hebben aangetoond, had Israel, door wie God had beloofd redding en zegen aan de heidenen te brengen, nu gemene zaak gemaakt met de heidenen in hun rebellie tegen God, en Saulus van Tarsus leidde die opstand.

Maar toen Saulus de vervolging naar buitenlands gebied inzette, was er onmiddellijk en direct goddelijke interventie. Als het volk Israכl de redding door Christus niet wilde aannemen, mocht het niet de heidenen onthouden worden. Daarom gaat God er nu toe over hen te tonen, dat Hij hen niet had uitverkoren omdat Hij hen nodig had, maar vanwege Zijn soevereine genade, en dat Hij terecht allen redding kan aanbieden, geheel los van de verbondsbeloften, geheel gescheiden van Israכli - uitsluitend en alleen door de verdiensten van de Gekruisigde. En voor dat doel, ja, op deze gronden, redt Hij Saulus, Zijn voornaamste vijand op aarde, om hem uit te zenden met "het evangelie van God's genade" (Hand.20:24; Eph.3:2).

Welk een wonderbare betoning van liefde!

EEN HEMELS LICHT

"En als hij reisde, is het geschied dat hij nabij Damaskus kwam, en hem omscheen snellijk een licht van de hemel;"En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? "En hij zeide: Wie zijt Gij, Here? En de Here zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan.

"En hij bevende en verbaasd zijnde, zeide: Here, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En de Here zeide tot hem: Sta op en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet. "En de mannen die met hem overweg reisden, stonden verbaasd, horende wel de stem, maar niemand ziende." - (Hand.9:3-7).

Welk een schouwspel zien we nu! De wrede vervolger van Messias' volgelingen is reeds in het gezicht van Damaskus, moord en doodslag blazende, als plotseling een licht, helderder dan het licht van de volle zon, hem omschijnt. Verbaasd en verwonderd, vallen hij, en allen die met hem waren, op de grond, als een stem vanuit de hemel tot hem spreekt in de Hebreeuwse taal (Hand.26:14). Het is de stem van Jezus Zelf, Die Saulus zo bitter haatte en vervolgde. Wonderlijk, dat Hij juist tot Saulus spreekt! Wonderlijk, dat Hij hem niet doodt! Zie hoe Hij genadig met hem redeneert! "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? Het is u hard de verzenen tegen de prikkels te slaan"

Zoals de trekos tevergeefs tegen de prikkels slaat, en al zijn inspanningen alleen maar dienen om zijn ongemak te vergroten, zo is het met Saulus' opstand tegen God en Zijn Christus vruchteloos, slechts dienend om hem meer te plagen, en dieper in de narigheid te brengen."En hij zeide, Wie zijt Gij, Here?" "En de Here zeide, Ik ben Jezus Dien gij vervolgt"

Let op het geduld en de liefde waarmee de Here tot Zijn vijand spreekt. Daar is geen hard woord, of teken van bitterheid.

Zijn verzoenend gedrag is kenmerkend voor de bedeling van genade. In plaats van Saulus te vernietigen, vraagt Hij: "Waarom vervolgt gij Mij?".

En zo wint de Here in een ogenblik het hart van de leider van de opstand van de wereld tegen Hem. In ייn ogenblik is Saulus' leven glorieus veranderd, en hij die dreiging en moord tegen Christus ademde, treedt een leven van nut en lijden binnen, en gaat zelfs in de dood voor Hem.

Saulus werd verder geןnstrueerd om naar Damaskus te gaan, waar hem zou worden verteld wat hij zou moeten doen i.c., wat hij vervolgens zou moeten doen. Maar in zijn eigen verslag van de gebeurtenis, later gegeven voor Agrippa, vertelt hij, hoe hij eerst hier zijn grote opdracht kreeg van de Here Zelf. Wij citeren de passage uit de vertaling door Conybeare en Howson: "Ik ben Jezus, dien gij vervolgt; maar rijs op en sta op uw voeten; want hiertoe ben Ik u verschenen, om u te ordenen tot een dienaar en een getuige beide van deze dingen waarin Ik u zal verschijnen. En u heb Ik gekozen vanuit het Huis van Israel, en vanuit de heidenen; tot wien Ik u zend, om hun ogen te openen, dat zij mogen keren van duisternis tot licht, en van de macht van Satan tot God; dat zij mogen ontvangen vergeving van zonden, en een erfenis onder de geheiligden, door geloof in Mij" (Hand.26:15-18).

Paulus Romeinse' zowel als zijn Hebreeuws burgerschap wordt sterk benadrukt in het boek Handelingen. Dit is van belang, want hier bij het begin, als representatief voor beide, Jood en heiden, wordt hij gezonden tot zowel Jood als heiden, om hen te keren van duisternis tot licht, en hen te geven, een erfenis onder de geheiligde.

Saulus werd niet gezonden om te werken onder de opdracht die aan de twaalven was gegeven. De Here had hem opgewekt als een andere apostel, volstrekt los van de twaalven, opdat door hem, "Hij die beiden (Jood en heiden) met God in ייn lichaam zou verzoenen door het kruis" (Eph.2:16).

Hier zijn verschillende passages uit William R. Newell's Paul vs. Peter toepasselijk:      

"Daarom" zo zegt Newell, "is Paulus vurig en positief. 'Voor God,' roept hij, 'ik lieg niet! Ik heb geen verbinding, evenmin het evangelie dat ik predik, met de andere apostelen. Alles wat ik leer, was direkte openbaring door Jezus Christus aan mij, en dient ter harte te worden genomen, want ik spreek met de autoriteit van de Here Zelf. De Here verscheen aan mij, niet om mij te bekeren -, want de Here had mij door de prediking van de een of ander kunnen bekeren, maar om mij Zijn getuige te maken van deze bedeling'" (Pp.31,32).

De fout, of wel de weigering om het Paulinische Evangelie te onderkennen als een aparte en nieuwe openbaring, en niet als een 'uitwas van het Judaisme', is het meest schuld aan de verwarring in de gedachten van vele mensen vandaag, om te onderkennen, wat eigenlijk het Evangelie is" (P.9).

"...aan geen van deze twaalf Apostelen openbaarde God de ware inhoud van de leer voor deze tijd" (P.4).

"...het behaagde Hem om Paulus te verkiezen, om de grote verkondiger en openbaarmaker te zijn, van datgene wat het Evangelie is voor deze bedeling" (P.6).

Deze belangrijke waarheden werden nadrukkelijk overgenomen door de meesten van onze grote Bijbelleraren van de vorige generatie. Was het maar zo doorgegaan, dan waren de resultaten voor de Kerk van verre strekking geweest. Mr. Newell had gelijk, toen hij schreef:

"Aan het gedurige getuigenis van Paulus van het feit dat hij een speciale boodschap van God had, mag niet worden voorbijgegaan. Geen andere apostel spreekt van 'mijn evangelie!' En het is overeenkomstig de openbaring die aan Paulus gegeven werd, dat mannen worden bevestigd."

Dit betekent niet, dat Saulus alle details van deze nieuwe boodschap ineens ontving, of dat al de heerlijkheden van de nieuwe bedeling onmiddellijk aan hem werden duidelijk gemaakt, want we hebben reeds gezien, dat de Here zeide: "Want hiertoe ben Ik u verschenen, om u te stellen tot een dienaar en getuige der dingen, BEIDE DIE GIJ GEZIEN HEBT EN IN WELKE IK U NOG ZAL VERSCHIJNEN" (Hand.26:16).

Met de bekering van Saulus hebben we dan ook de opgang, het begin van de bedeling van genade, en we mogen verwachten, dit geleidelijk aan, vanaf dit punt te zien ontwikkelen.

DE VERKLARING VAN DE KRUISIGING

De kruisiging van Christus en de bekering van Saulus worden de twee grootste gebeurtenissen van de geschiedenis genoemd. Zij dienen zeker in onze gedachten met elkander te worden verbonden, want de ene is de vervolmaking van de andere.

In de ene hebben we de Zoon van God, Die sterft voor de zonde; in de andere, de voornaamste der zondaars gered van de zonde. In de een hebben we de Heilige, roepend tot Zijn Vader: "MIJN GOD, MIJN GOD, WAAROM HEBT GIJ MIJ VERLATEN?" In de andere hebben we de zelfde Heilige, vragend aan Zijn aartsvijand: "SAUL, SAUL, WAAROM VERVOLGT GIJ MIJ?" Het eerste "Waarom" kwam van de lippen van de stervende Zoon van God aan Golgotha's kruis; het latere van de Zoon van God in Zijn verheerlijking aan Vaders rechterhand.

Deze twee "Waaroms?" vertegenwoordigen de twee grootste raadsels van de geschiedenis; en toch is de ene, de eenvoudige verklaring van de andere.

We kunnen ons wel het onuitsprekelijke verdriet voorstellen van een jonge vrouw, van wie haar lieve dochtertje plotseling door de dood werd weggenomen; hoe zij haar handen wringt in lijden, terwijl zij smeekt, "Waarom? "Waarom?"

De mens heeft de eeuwen door gevraagd "Waarom?", bijna zonder ophouden - soms in verdriet en teleurstelling, soms in boosheid en opstand. Waarom al deze narigheid, moeite en verdriet? Waarom al die ziekte, pijn, en dood? Waarom die oorlogen, verlatenheid, en bloedvergieten?

Toch is het uiteindelijk niet vreemd, dat wij ellende en dood meemaken. Dit is het natuurlijk gevolg van zonde. Een veel grotere vraag, de grootste van allemaal, is gekomen van de lippen van de Zoon van God, toen Hij stierf in smart en verworpenheid, voor zonden, die Hij nimmer had gedaan.

Waarom bleef een rechtvaardig en heilig God, om niet te zeggen een liefhebbend God, - hoe kon hij -, op afstand, terwijl boze lieden in dat gezegende gelaat spuwden, de Heilige geselden, en bespotten, en ten laatste aan een kruis nagelden? Waarom weerhield Hij hen niet? Waarom voegde Hij toe aan de smart en de ellende van Zichzelf, in het verzaken van Zijn Zoon?

Ach, de vraag wordt beantwoord als de Zoon later, "boven alles verheven", neerziet op de wereld in opstand, en dan pleit met de leider ervan: "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij" - en hem dan redt!

"Saul, Saul, waarom?"  Aan de gehele mensheid zou de vraag kunnen worden gesteld. Waarom deze vijandigheid tegen Christus? Waarom dit doorgaan met zonde en opstand tegen Hem? Wie geeft het juiste antwoord? Is Hij dan niet, die Hij zegt te zijn? Kan de mens zichzelf redden van veroordeling en dood, zonder de Gekruisigde? Waarom Hem tegengestaan en afgewezen? Welke reden bestaat hiervoor?

Het was deze onredelijke vijandigheid van de mens tegen Christus - gepersonifieerd in Saulus - wat zowel die wrede kruisiging veroorzaakte, als tezelfder tijd dit nodig maakte tot redding. En de bekering van Saulus was de hoogste demonstratie van wat het kruis kon, en werkelijk voltooide.

Tot aan de bekering van Saulus werd de kruisiging beschouwd als iets om beschaamd over te zijn, en om te berouwen. Maar daarna wordt de heerlijkheid van het kruis steeds duidelijker onthuld. De apostel kijkt erop terug en roept: "Hij heeft mij liefgehad en Zichzelf voor mij overgegeven!" Hij verkondigt het als de basis van verzoening, en biedt daardoor redding aan. Hij roemt er in.

Aldus werd aan Paulus als eerste toevertrouwd, datgene wat terecht genoemd wordt "de prediking van het kruis" (1Cor.1:17,18).

Dit is het antwoord op dat smartelijk "Waarom?"! Als het dit niet is, is er geen antwoord. Want hoe kunnen we God vertrouwen als zijnde rechtvaardig of liefdevol, als Hij inderdaad boze mensen toestaat te woeden en iemand, zo goed - om niet te zeggen Zijn eigen heilige Zoon -, te laten vermoorden voor niets? Wat zou onder die omstandigheden het nut zijn van iets, want dan inderdaad is, "waarheid voor altijd op het schavot; slechtheid voor altijd op de troon".

Ja, de dood van Christus, en de zonde van de mens, beschouwd zonder onderling verband, zijn twee onoplosbare problemen, maar breng ze tezamen, en ge hebt de oplossing. Niet dat we nu alle redenen begrijpen waarom God elk toeliet, maar opdat wij, voor zover zij ons betreffen, de oplossing van deze problemen mogen hebben.

"Christus stierf voor onze zonden"; niet alleen vanwege onze zonden, maar voor onze zonden. Dit is de sleutel tot de hemel. Dit is de oplossing van ons probleem. Het is niet nodig om onder de veroordeling van de zonde te blijven, want "Christus stierf voor onze zonden". Wij kunnen niet klagen dat we in zonde geboren zijn, want "Christus stierf voor onze zonden". We kunnen niet redeneren, dat we niet verantwoordelijk zijn voor onze toestand, want hoewel we verantwoordelijk zijn, nam Hij de verantwoordelijkheid op Zich, toen "Christus stierf voor onze zonden."

Oh, waarom was Hij daar als de drager van zonde

Als uw schuld niet werd geladen op Jezus? Oh, waarom vloeide uit Zijn zijde het reinigend bloed

Als Zijn sterven niet uw schuld heeft betaald?"

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011