De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

 

    ISRAEL BESCHULDIGD WEGENS

             DE KRUISIGING

"Gij Israכlitische mannen, hoort deze woorden: Jezus de Nazarener, een Man van God, onder u betoond door krachten en wonderen, en tekenen, die God door Hem gedaan heeft in uw midden, zoals gijzelf ook weet,

"Deze, door de bepaalde raad en voorkennis van God overgegeven, hebt gij genomen en door de handen van onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood." - (Hand.2:22,23).

De bedoeling van Petrus' woorden hier, dienen duidelijk te worden gezien, willen we hun betekenis doorgronden.

Ondanks de uitdrukkelijke verklaringen van Paulus van het tegendeel (speciaal in zijn brief aan de Galaten), wordt dikwijls beweerd dat Petrus precies hetzelfde evangelie predikte als Paulus.

"Predikte Petrus op Pinksteren dan niet", zo vragen zij, "Christus gekruisigd en opgestaan, net als Paulus?" Ons antwoord is, dat op Pinksteren Petrus niet Christus gekruisigd en opgestaan predikte zoals Paulus later deed.

Hoe behandelde Petrus in zijn Pinksterrede de kruisiging en de opstanding van Christus? Was dat zijn evangelie? Predikte hij dit als het goede nieuws? Was het zijn bedoeling om redding aan te bieden aan zijn toehoorders door geloof in de dood en opstanding van Christus? Nee, evenmin bood hij dit in feite aan.

Integendeel, zijn bedoeling was om zijn toehoorders te overtuigen van hun schuld aan de kruisiging van Christus en hen te waarschuwen dat de Enige, Die zij door boze handen hadden doen kruisigen en doden, opgestaan was uit de dood en weer levend was.

Toen zij, die aldus overtuigd werden, vroegen wat zij moesten doen, vertelde Petrus hen niet, eenvoudig te geloven dat Christus voor hen was gestorven, zoals wij dit vandaag geloven. Zijn "grote opdracht" bevatte deze boodschap niet. Wat hij deed was hen te bevelen zich te bekeren en gedoopt te worden, een ieder van hen, in de naam van Jezus Christus tot vergeving van zonden, zodat zij de gave van de Heilige Geest zouden mogen ontvangen (Zie vers 38 en cf. Mark.16:15-18).

Wij weten nu, dat juist de dood waarvan Petrus hen beschuldigde, de basis was waarop God hen alleen redding kon aanbieden, maar aan Petrus, op Pinksteren, was niet opgedragen om "het evangelie van God's genade" te prediken, noch kende hij dat evangelie (Cf.Hand.20:24 met Eph.3:1-3).

Hoe indringend is Petrus' beschuldiging!

Hij wijst erop dat Jezus van Nazareth was, een Man, inderdaad "beproefd door God", in het openbaar bewezen "door wonderen en tekenen", die Hij had gedaan "in hun midden". Hij prikkelt hun geweten door te beweren dat zij dit alles zeer goed wisten, en dat zij Hem wetende genomen hadden en door boze handen hadden doen kruisigen en doden.

Maar let wel op de volgorde in vers 23, Petrus verklaart dat God door Zijn "bepaalde raad en voorkennis", Christus in hun handen had "overgegeven". Vanuit dit vers zijn de moordenaars van Christus dikwijls verdedigd, op grond dat zij niet anders konden. God"s bedoeling was, dat Christus zou worden gekruisigd. Maar dit is een armelijk verweer voor hen die deze treurige daad begingen.

Petrus zei niet, ook niet bedekt, dat God hen had genoodzaakt om Christus te kruisigen. Inderdaad besluit Hij dat zij "boos" waren door dit te doen. De waarheid is eenvoudig dat God, wetend wat boze mensen zouden doen met Zijn Zoon, niettemin besloot Hem in hun handen over te leveren.

In Zijn perfecte voorkennis had Hij hierin een tweeledig doel - ייn gerelateerd met profetie, en het andere met het geheimenis; ייn wat betrof de bediening van Petrus, en het andere wat betrof de bediening van Paulus. Het ene, gerelateerd met profetie en de bediening van Petrus, is datgene waar we hier mee van doen hebben.

Het was omdat God bedoelde, weliswaar door Israel's kruisiging van haar Messias, te eniger tijd het hart van Zijn uitverkoren volk te raken en te breken, dat Hij aldus Christus in hun handen overleverde. Inderdaad zal het door kennis en erkenning van haar schuld aan Christus' dood zijn, dat Israel eenmaal zal worden gered.

"Doch over het huis van David, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten de Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.

"Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklage zijn..."

"En zo iemand tot Hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal Hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmee Ik geslagen ben, in het huis mijner liefhebbers" (Zach.12:10,11; 13:6).

Hoe dankbaar zouden we moeten zijn dat de dood van Christus geen ongeluk was waarbij God faalde om het te voorkomen! Een heelal, buiten God's contrפle, met het recht op het schavot, en onrecht op de troon - zo'n heelal is te verschrikkelijk om aan te denken. Wat zou dan nog enig nut hebben onder zulke omstandigheden? Wij zouden slechts hulpeloze slachtoffers zijn van alles wat verkeerd gegaan is!

Nee, Goddank! De Christus, Die werd gekruisigd en gedood door boze handen, werd eerst overgeleverd door "de beslissende raad en voorkennis van God"!

Dit vermindert in geen enkel opzicht de schuld van Christus' moordenaars. Integendeel, zij is bestemd om bekentenis teweeg te brengen in hun zondige harten.

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011