|
ISRAEL BESCHULDIGD WEGENS
DE KRUISIGING
"Gij Israכlitische mannen, hoort deze woorden: Jezus de
Nazarener, een Man van God, onder u betoond door krachten en wonderen, en
tekenen, die God door Hem gedaan heeft in uw midden, zoals gijzelf ook weet,
"Deze, door de bepaalde raad en voorkennis van God overgegeven, hebt
gij genomen en door de handen van onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en
gedood."
- (Hand.2:22,23).
De bedoeling van Petrus' woorden hier, dienen duidelijk te worden
gezien, willen we hun betekenis doorgronden.
Ondanks de uitdrukkelijke verklaringen van Paulus van het tegendeel
(speciaal in zijn brief aan de Galaten), wordt dikwijls beweerd dat Petrus
precies hetzelfde evangelie predikte als Paulus.
"Predikte Petrus op Pinksteren dan niet", zo vragen zij,
"Christus gekruisigd en opgestaan, net als Paulus?" Ons antwoord is,
dat op Pinksteren Petrus niet Christus gekruisigd en opgestaan predikte
zoals Paulus later deed.
Hoe behandelde Petrus in zijn Pinksterrede de kruisiging en de opstanding
van Christus? Was dat zijn evangelie? Predikte hij dit als het goede
nieuws? Was het zijn bedoeling om redding aan te bieden aan zijn toehoorders
door geloof in de dood en opstanding van Christus? Nee, evenmin bood hij dit in
feite aan.
Integendeel, zijn bedoeling was om zijn toehoorders te overtuigen van
hun schuld aan de kruisiging van Christus en hen te waarschuwen dat de Enige,
Die zij door boze handen hadden doen kruisigen en doden, opgestaan was uit de
dood en weer levend was.
Toen zij, die aldus overtuigd werden, vroegen wat zij
moesten doen, vertelde Petrus hen niet, eenvoudig te geloven dat Christus voor
hen was gestorven, zoals wij dit vandaag geloven. Zijn "grote
opdracht" bevatte deze boodschap niet. Wat hij deed was hen te bevelen zich
te bekeren en gedoopt te worden, een ieder van hen, in de naam van Jezus
Christus tot vergeving van zonden, zodat zij de gave van de Heilige Geest zouden
mogen ontvangen (Zie vers 38 en cf. Mark.16:15-18).
Wij weten nu, dat juist de dood waarvan Petrus hen beschuldigde,
de basis was waarop God hen alleen redding kon aanbieden, maar aan Petrus, op
Pinksteren, was niet opgedragen om "het evangelie van God's genade" te
prediken, noch kende hij dat evangelie (Cf.Hand.20:24 met Eph.3:1-3).
Hoe indringend is Petrus' beschuldiging!
Hij wijst erop dat Jezus van Nazareth was, een Man, inderdaad "beproefd
door God", in het openbaar bewezen "door wonderen en
tekenen", die Hij had gedaan "in hun midden". Hij
prikkelt hun geweten door te beweren dat zij dit alles zeer goed wisten,
en dat zij Hem wetende genomen hadden en door boze handen hadden doen
kruisigen en doden.
Maar let wel op de volgorde in vers 23, Petrus verklaart dat God door
Zijn "bepaalde raad en voorkennis", Christus in hun
handen had "overgegeven". Vanuit dit vers zijn de moordenaars
van Christus dikwijls verdedigd, op grond dat zij niet anders konden. God"s
bedoeling was, dat Christus zou worden gekruisigd. Maar dit is een
armelijk verweer voor hen die deze treurige daad begingen.
Petrus zei niet, ook niet bedekt, dat God hen had genoodzaakt om
Christus te kruisigen. Inderdaad besluit Hij dat zij "boos" waren door
dit te doen. De waarheid is eenvoudig dat God, wetend wat boze mensen zouden
doen met Zijn Zoon, niettemin besloot Hem in hun handen over te leveren.
In Zijn perfecte voorkennis had Hij hierin een tweeledig doel - ייn
gerelateerd met profetie, en het andere met het geheimenis; ייn
wat betrof de bediening van Petrus, en het andere wat betrof de bediening
van Paulus. Het ene, gerelateerd met profetie en de bediening van Petrus,
is datgene waar we hier mee van doen hebben.
Het was omdat God bedoelde, weliswaar door Israel's kruisiging van haar
Messias, te eniger tijd het hart van Zijn uitverkoren volk te raken en te
breken, dat Hij aldus Christus in hun handen overleverde. Inderdaad zal het door
kennis en erkenning van haar schuld aan Christus' dood zijn, dat Israel eenmaal
zal worden gered.
"Doch over het huis van David, en over de inwoners van Jeruzalem,
zal Ik uitstorten de Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij
aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem bitterlijk
kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.
"Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklage zijn..."
"En zo iemand tot Hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo
zal Hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmee Ik geslagen ben, in het huis mijner
liefhebbers" (Zach.12:10,11; 13:6).
Hoe dankbaar zouden we moeten zijn dat de dood van Christus geen ongeluk
was waarbij God faalde om het te voorkomen! Een heelal, buiten God's contrפle,
met het recht op het schavot, en onrecht op de troon - zo'n heelal is te
verschrikkelijk om aan te denken. Wat zou dan nog enig nut hebben onder zulke
omstandigheden? Wij zouden slechts hulpeloze slachtoffers zijn van alles wat
verkeerd gegaan is!
Nee, Goddank! De Christus, Die werd gekruisigd en gedood door boze
handen, werd eerst overgeleverd door "de beslissende raad en voorkennis van
God"!
Dit vermindert in geen enkel opzicht de schuld van Christus' moordenaars.
Integendeel, zij is bestemd om bekentenis teweeg te brengen in hun zondige
harten.
|