De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

               

               H O O F D S T U K   V  -  H A N D. 2:15-21

                 DE PINKSTERPREDIKING VAN PETRUS

  "Want dezen zijn niet dronken, zoals gij vermoedt, want het is het derde uur van de dag. "Maar dit is het, wat gesproken is door de profeet Joכl: "En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen. "En ook op Mijn dienstkechten en op Mijn dienstmaagden, zal ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren. "En Ik zal wonderen geven in de hemel boven, en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur en rookdamp. "De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt.  "En het zal zijn dat een ieder die de Naam des Heren zal aanroepen, zalig zal worden."   - (Hand.2:15-21). 

  DIT IS HET

 Toen Petrus, midden in de wonderen van Pinksteren, opstond met de elven, wist hij precies wat er gebeurde.

Hij wist dat de vervulling van Joכl's profetie begonnen was, en zei zonder meer: "Dit is het".

Onderwezen door de Here (Hand.1:3) en vervuld met de Heilige Geest (Hand.2:4) had hij een juist begrip van zijn stand binnen het programma van God. Vandaar de dynamische kracht van zijn boodschap.

Laten wij ons zelf afvragen - en speciaal diegenen van ons die wel voor publiek staan -, kunnen wij zo stellig zijn? Weten wij precies waar wij staan in God,s programma? Kunnen wij vanuit de huidige omstandigheden in de Schriften aantonen welke hierop betrekking hebben en positief en zonder twijfel zeggen" "Dit is het'?

We moeten hier oppassen, want het is niet voldoende om zo uitdrukkelijk te zijn in onze verklaringen. Specifieke verklaringen, zonder specifieke kennis, leiden tot verlegenheid. Het is veel beter om onwetendheid te bekennen dan te vertonen!.

Vele "profetische experts" van deze en de voorbije generatie, hebben gewezen op wat zij veronderstelden definitieve  "tekenen der tijden" te zijn, daarbij onze dagen "de laatste dagen" noemende, vanwege de "vervulling" van bepaalde profetieכn, en te zien dat hun "tekenen" voorbijgingen, de een na de ander, zonder dat het einde der dagen gekomen was.

Dit is niet vreemd wanneer we zien hoe op vele plaatsen profetie is verward met het geheimenis; wanneer we zien dat in deze laatste tijd - negentienhonderd jaren na de openbaring van het geheimenis - onze geestelijke leiders nog steeds verward en verdeeld zijn over welke van de opdrachten van de Here voor ons is, en wat Hij wil dat wij zullen doen en leren!*/

*/ Voetnoot: Zie het boekje van de schrijver getiteld: "This is that".

Hoe treurig dat mannen van God er heden naar streven profetische experts te zijn, met in hun Bijbels het ernstige gebed van Paulus, de Apostel voor de heidenen, dat hun gegeven worde, de geestelijke wijsheid om te onderkennen "het geheimenis, verborgen gehouden sinds de grondlegging der wereld! (Eph.1:9; 3:9; 6:19,20; Col.1:25-27).

             DE LAATSTE DAGEN

Was Petrus dan correct of fout toen hij, meer dan negentien eeuwen geleden zei, dat de laatste dagen gekomen waren?

Hij had gelijk. Zoals we aangetoond hebben, werd hij onderwezen door de Here (1:3) en vervuld met de Heilige Geest (2:4). Bovendien had hij Schriftuurlijk gelijk, want in het licht van alle Oud Testamentische Geschriften waren dat de laatste dagen.

Als we deze geschiedenis lezen, moeten we niet op openbaring vooruitlopen. We moeten er aan denken dat God's bedoeling met deze tijd, toen nog een geheimenis was.

De profeten hadden niets voorzegd omtrent de bedeling van genade of het Lichaam van Christus (Lees zorgvuldig Eph.3:1-11). Zij hadden alleen gesproken over het lijden van Christus en de glorie van het koninkrijk daarna (Zie 1Petr.1:11 en cf.Zach.13,14,etc.).

Nu het lijden voorbij is, werd de Geest uitgestort ter voorbereiding van de glorie die volgen zou (Zie Joכl:2:28-3:17), en Petrus moest aan Israel de wederkomst van Christus en de langbeloofde tijden van verkwikking aanbieden (Hand.3:19-21).

Aldus waren, voor wat betreft God's geopenbaarde plan, de laatste dagen begonnen - de dagen wanneer Israel ten laatste zou worden ingevoegd in de glorieuze regering van Christus, haar Redder-Koning.

Wat jammer dat sommigen wijzen op Pinksteren, een Joodse feestdag, als zijnde "de geboortedag van de Kerk"! Petrus zei niet, dat dit de tekenen waren van de eerste dagen van het Lichaam van Christus, maar van de laatste dagen - de laatste dagen van Israel"s moeiten en verdriet en zonde, als God jaloers zou zijn vanwege Zijn land, en medelijdend met Zijn volk, en hen met Zichzelf, hersteld, zou verenigen (Zie Joכl.2).

DE DAG DES HEREN

  Zoals we gezien hebben, dienden de tekenen die op Pinksteren begonnen, tot inleiding van "de dag des Heren". Deze vertrouwde Oud Testamentische benaming staat altijd in tegenstelling met "de dag des mensen".

In Daniכl 2 hebben we de grote profetie, die tot Israel sprak over heidense heerschappij over deze wereld. Maar eigenlijk spreekt zij van menselijke heerschappij over deze wereld, gescheiden van God, want de opeenvolgende wereldmachten, daar beschreven, worden gesymboliseerd door het beeld van een man.

Israel, met Jehovah in haar midden, had zich verheugd over politieke heerschappij in de wereld. Maar God had nu Zijn presentie teruggetrokken van Jeruzalem, en had Israel overgeleverd in gevangenschap. In Daniכl 2 wordt God genoemd, "de God van de hemel", en de dag des mensen begint, politiek gezien, op de aarde, op dat tijdstip.

Het is nu voor lange tijd "dag des mensen" geweest, en de gevolgen zijn allesbehalve rooskleurig. Misleide politici zitten nog steeds rond de tafel, proberend om vrede te stichten zonder Christus, de Vredevorst.

"Hij Die in de hemel zit zal lachen; de Here zal hen bespotten" (Ps.2:4).

God zij dank, de profetie van Daniכl 2 sluit met de verklaring:

"Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan" (Dan.2:44).

  Ja, de mens heeft vandaag zijn dag, maar de dag van de Here zal komen.

"De hoge ogen der mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de Here alleen zal in dien dag verheven zijn.

"Want de dag des Heren der Heirscharen zal zijn tegen alle hovaardigen en hoge, en tegen allen verhevene, opdat hij vernederd worde" (Jes.2:11,12).

         WAT PETRUS NIET WIST

Zo duidelijk als Petrus dit alles wist, zo onwetend was hij over God's plan om een bepaalde periode van genade in te voegen, voordat de wereld zou worden geoordeeld, en Christus als Koning zou worden bevestigd.

Juist dit gebruik van de term "laatste dagen" bewijst, dat hij niets wist van deze goddelijke bedoeling, die later door Paulus zou worden geopenbaard.

Het was God - God in Zijn souvereiniteit; niet in vervulling van verbonden of profetie, maar overeenkomstig Zijn eigen doel en genade -, Die nu ging handelen terwille van een geruןneerde, zonde-vervloekte wereld. (Rom.5:19-21; 2Tim.1:9).

Hoewel de tekenen van de laatste dagen begonnen te verschijnen op Pinksteren, verschenen zij niet alle. In werkelijkheid begonnen na een tijd, die tekenen welke waren begonnen te verschijnen, weer te verdwijnen. Overeenkomstig de profetie van Joכl, aangehaald door Petrus, zouden de tekenen van Pinksteren worden opgevolgd door tekenen, zowel in de hemel als op de aarde, en de uitstorting van de Geest zou worden gevolgd door de uitstorting van God's toorn.

Gode zij dank, deze laatste tekenen verschenen niet - en zijn nog niet verschenen. God had Zijn plan om de boze wereld te oordelen niet gewijzigd, maar in mateloze liefde onderbrak Hij het profetisch programma, hield de dag van het oordeel op, en redde de voornaamste der zondaren en voegde de dag der genade in.

Deze verborgen bedoeling van God's genade werd eerst bekend gemaakt door Paulus, van wie Petrus het later vernam.

Petrus schrijft hierover in de slotwoorden van zijn laatste brief, waarin hij uitlegt hoe de Here, Die zou komen om te oordelen en te regeren, nu Zijn komst had uitgesteld.

Eerst waarschuwt hij zijn lezers om het uitstel niet te beschouwen als "traagheid" - tenminste niet de traagheid van onverschilligheid - en dan legt hij juist uit hoe het uitstel moet worden gezien:

"De Here VERTRAAGT de belofte NIET (zoals enigen dat voor traagheid achten), maar is LANKMOEDIG OVER ONS, NIET WILLEND DAT ENIGEN VERLOREN GAAN, MAAR DAT ZIJ ALLEN TOT BEKERING KOMEN" (2Petr.3:9).

"En acht DE LANKMOEDIGHEID VAN ONZE HERE VOOR ZALIGHEID, ZOALS OOK ONZE GELIEFDE BROEDER PAULUS, NAAR DE WIJSHEID DIE HEM GEGEVEN IS, U GESCHREVEN HEEFT" (2Petr.3:15).

EN IEDER DIE ZAL AANROEPEN

Wij moeten ook nog het slotvers uit Joכl, aangehaald door Petrus in zijn Pinksterrede, behandelen:

(Hand.2:21) "En het zal zijn dat een ieder die de Naam des Heren zal aanroepen, zalig (gered) zal worden."

Deze verklaring uit Joכl 2:32 wordt tweemaal aangehaald in het Nieuwe Testament: eenmaal door Petrus en eenmaal door Paulus; eenmaal aan het begin van de periode der Handelingen en eenmaal aan het einde; eenmaal omdat God nog pleitte met Israel om haar Koning aan te nemen, en eenmaal nadat een gerechte blindheid (of hardheid van hart) was begonnen te komen over het volk; eens omdat alleen Israel God's verbondsvolk was, en eens nadat God was begonnen om de tussenmuur der scheiding tussen Jood en heiden weg te breken, en Paulus verklaard had voor God "er is geen verschil tussen de Jood en de Griek."

We moeten eerst de aanhaling van deze passage door Petrus beschouwen, om het wonder van het gebruik hiervan, later bij Paulus, goed te kunnen begrijpen.

             DE AANHALING DOOR PETRUS

 We moeten allereerst opmerken dat Petrus het vers aanhaalt, samen met de voorafgaande contekst. Dit is zeer belangrijk voor het verstaan van Petrus' toespraak.

Herinner dat de passage in Joכl ging over Pinksteren en de Verdrukking, en de voorspelling betreffende Pinksteren, zoals aangehaald door Petrus, wordt onmiddelijk gevolgd door die, over de verdrukking;

"En Ik zal wonderen geven in de hemel boven, en tekenen op de aarde beneden; BLOED EN VUUR EN ROOKDAMP.

  "DE ZON ZAL VERANDERD WORDEN IN DUISTERNIS EN DE MAAN IN BLOED, voordat de grote en doorluchte dag des Heren komt.

"EN HET ZAL ZIJN DAT EEN IEDER DIE DE NAAM DES HEREN ZAL AANROEPEN, ZALIG (GERED) ZAL WORDEN. (Hand.2:19-21).

Is dit tot nu toe reeds vervuld?

Zien wij deze tekenen vandaag?

Is de Dag der Heren reeds nu aan de gang?

Iedere ernstige Bijbelonderzoeker zal "Nee" antwoorden op alle drie vragen. Toch dienen wij ons wel te herinneren dat het is in verband met deze verschrikkingen die zullen (en worden) ingevoegd op "de dag des Heren", dat de profeet zegt: "En het zal zijn dat een ieder die de Naam des Heren zal aanroepen, zalig (gered) zal worden".

Het is wel zeker dat deze profetie nog niet werd vervuld. Dit zijn niet "de tijden van de tekenen" en zeker is dit niet "de dag des Heren", maar de dag des mensen. Dit is de reden waarom oorlog en bloedvergieten praktisch zonder onderbreking doorgaan en onze knapste staatsmannen vergeefs samenkomen om plannen te bespreken tot vrede en veiligheid.

Maar, zoals we reeds zeiden, God heeft een verborgen doel wat Petrus niet wist. De tekenen van de verdrukking zouden niet onmiddelijk die van Pinksteren volgen. De tekenen van Pinksteren zouden inderdaad geleidelijk weer verdwijnen en God zou aan Zijn vijanden overal verzoening door genade aanbieden door het bloed van het kruis, dat naar het eeuwig doel, "de vijandschap" tussen God en mens had "verslagen", en het voor Hem mogelijk had gemaakt om "gerecht, en (tegelijkertijd) de Rechtvaardiger te zijn van hem die gelooft in Jezus" (Rom.3:26).

En hier is het waar Paulus' aanhaling van Joכl.2:32 komt.

DE AANHALING DOOR PAULUS

Opgemerkt wordt dat Paulus de uitspraak van Joכl geheel los van de contekst aanhaalt. Dit zou kunnen worden beschouwd als onwettig gebruik van de Schriften, behalve dat hij schreef door inspiratie, en dat het God Zelf was, Die nu dezelfde tekst gebruikt in een oneindig wonderbare stelling:

"WANT ER IS GEEN ONDERSCHEID, NOCH VAN JOOD NOCH VAN GRIEK; WANT DEZELFDE IS HERE VAN ALLEN, RIJK OVER ALLEN DIE HEM AANROEPEN.

"WANT EEN IEDER DIE DE NAAM DES HEREN ZAL AANROEPEN, ZAL ZALIG (GERED) WORDEN" (Rom.10:12,13).

Opnieuw vragen wij: Is dit al gebeurd? En iedere heilige roept "Ja! Amen! Hallelujah! Zijn wij niet ייn van "ieder die"?

Hoe betekenisvol ook dat Petrus deze verklaring terecht in zijn proofetische contekst aanhaalt, nog meer betekenisvol is het dat Paulus haar aanhaalt in deze nieuwe zetting.

De tekenen die op Pinksteren begonnen, gingen tenslotte geleidelijk weer weg en de voorzegde verschrikkingen hebben - tot heden toe - nog niet  plaats gevonden. God redt nu niet ieder die roept in de zin als voorspeld door Joכl en gepredikt door Petrus.

Het wonderbare feit echter is, dat God nu aan "een ieder" eeuwige redding aanbiedt door Zijn onderbreking van het door Joכl geprofeteerde programma, en de tussenvoeging van de bedeling der genade.

Hoe gezegend is nu ons lot! Hoeveel meer hebben wij, dan waar Petrus ooit van gedroomd heeft op de dag van Pinksteren! Te bedenken dat in "deze tegenwoordige boze tijd", redding wordt aangeboden aan allen als een vrije gift van God, en dat de vuilste zondaar kan worden "gerechtvaardigd om niet door Zijn genade, door de verzoening die is in Christus Jezus", totaal gescheiden van enig religieus werken! En dan te bedenken dat gelovigen, als de ambassadeurs van Christus, de hoge eer hebben om zo'n boodschap te mogen brengen aan de verlorenen!

PETRUS' OPROEP AAN ISRAEL

Na de gebeurtenis en de tekst van Petrus' Pinksterrede beschouwd te hebben, zullen we nu voortgaan met het beschouwen van de oproep die gebaseerd is op die tekst.

ISRAEL BESCHULDIGD WEGENS DE KRUISIGING

"Gij Israכlitische mannen, hoort deze woorden: Jezus de Nazarener, een Man van God, onder u betoond door krachten en wonderen, en tekenen, die God door Hem gedaan heeft in uw midden, zoals gijzelf ook weet, "Deze, door de bepaalde raad en voorkennis van God overgegeven, hebt gij genomen en door de handen van onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood."   - (Hand.2:22,23).

De bedoeling van Petrus' woorden hier, dienen duidelijk te worden gezien, willen we hun betekenis doorgronden.

Ondanks de uitdrukkelijke verklaringen van Paulus van het tegendeel (speciaal in zijn brief aan de Galaten), wordt dikwijls beweerd dat Petrus precies hetzelfde evangelie predikte als Paulus.

"Predikte Petrus op Pinksteren dan niet", zo vragen zij, "Christus gekruisigd en opgestaan, net als Paulus?" Ons antwoord is, dat op Pinksteren Petrus niet Christus gekruisigd en opgestaan predikte zoals Paulus later deed.

Hoe behandelde Petrus in zijn Pinksterrede de kruisiging en de opstanding van Christus? Was dat zijn evangelie? Predikte hij dit als het goede nieuws? Was het zijn bedoeling om redding aan te bieden aan zijn toehoorders door geloof in de dood en opstanding van Christus? Nee, evenmin bood hij dit in feite aan.

Integendeel, zijn bedoeling was om zijn toehoorders te overtuigen van hun schuld aan de kruisiging van Christus en hen te waarschuwen dat de Enige, Die zij door boze handen hadden doen kruisigen en doden, opgestaan was uit de dood en weer levend was.

Toen zij, die aldus overtuigd werden, vroegen wat zij moesten doen, vertelde Petrus hen niet, eenvoudig te geloven dat Christus voor hen was gestorven, zoals wij dit vandaag geloven. Zijn "grote opdracht" bevatte deze boodschap niet. Wat hij deed was hen te bevelen zich te bekeren en gedoopt te worden, een ieder van hen, in de naam van Jezus Christus tot vergeving van zonden, zodat zij de gave van de Heilige Geest zouden mogen ontvangen (Zie vers 38 en cf. Mark.16:15-18).

Wij weten nu, dat juist de dood waarvan Petrus hen beschuldigde, de basis was waarop God hen alleen redding kon aanbieden, maar aan Petrus, op Pinksteren, was niet opgedragen om "het evangelie van God's genade" te prediken, noch kende hij dat evangelie (Cf.Hand.20:24 met Eph.3:1-3).

Hoe indringend is Petrus' beschuldiging!

Hij wijst erop dat Jezus van Nazareth was, een Man, inderdaad "beproefd door God", in het openbaar bewezen "door wonderen en tekenen", die Hij had gedaan "in hun midden". Hij prikkelt hun geweten door te beweren dat zij dit alles zeer goed wisten, en dat zij Hem wetende genomen hadden en door boze handen hadden doen kruisigen en doden.

Maar let wel op de volgorde in vers 23, Petrus verklaart dat God door Zijn "bepaalde raad en voorkennis", Christus in hun handen had "overgegeven". Vanuit dit vers zijn de moordenaars van Christus dikwijls verdedigd, op grond dat zij niet anders konden. God"s bedoeling was, dat Christus zou worden gekruisigd. Maar dit is een armelijk verweer voor hen die deze treurige daad begingen.

Petrus zei niet, ook niet bedekt, dat God hen had genoodzaakt om Christus te kruisigen. Inderdaad besluit Hij dat zij "boos" waren door dit te doen. De waarheid is eenvoudig dat God, wetend wat boze mensen zouden doen met Zijn Zoon, niettemin besloot Hem in hun handen over te leveren.

In Zijn perfecte voorkennis had Hij hierin een tweeledig doel - ייn gerelateerd met profetie, en het andere met het geheimenis; ייn wat betrof de bediening van Petrus, en het andere wat betrof de bediening van Paulus. Het ene, gerelateerd met profetie en de bediening van Petrus, is datgene waar we hier mee van doen hebben.

Het was omdat God bedoelde, weliswaar door Israel's kruisiging van haar Messias, te eniger tijd het hart van Zijn uitverkoren volk te raken en te breken, dat Hij aldus Christus in hun handen overleverde. Inderdaad zal het door kennis en erkenning van haar schuld aan Christus' dood zijn, dat Israel eenmaal zal worden gered.

"Doch over het huis van David, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten de Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.

"Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklage zijn..."

"En zo iemand tot Hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal Hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmee Ik geslagen ben, in het huis mijner liefhebbers" (Zach.12:10,11; 13:6).

Hoe dankbaar zouden we moeten zijn dat de dood van Christus geen ongeluk was waarbij God faalde om het te voorkomen! Een heelal, buiten God's contrפle, met het recht op het schavot, en onrecht op de troon - zo'n heelal is te verschrikkelijk om aan te denken. Wat zou dan nog enig nut hebben onder zulke omstandigheden? Wij zouden slechts hulpeloze slachtoffers zijn van alles wat verkeerd gegaan is!

Nee, Goddank! De Christus, Die werd gekruisigd en gedood door boze handen, werd eerst overgeleverd door "de beslissende raad en voorkennis van God"!

Dit vermindert in geen enkel opzicht de schuld van Christus' moordenaars. Integendeel, zij is bestemd om bekentenis teweeg te brengen in hun zondige harten.

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011