De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

H O O F D S T U K  XLVIII  -  H A N D.28:1-16

               MELITA EN DE ETAPPE TOT ROME

                 DE STRANDING OP MELITA

        "En als zij ontkomen waren, toen verstonden zij, dat het eiland Melita heette.

       "En de barbaren bewezen ons geen gemene vriendelijkheid; want een groot vuur ontstoken hebbende, namen zij ons allen in om den regen die overkwam en om de koude.

       "En als Paulus een hoop rijzen bijeengeraapt had en op het vuur gelegd had, kwam er een adder uit door de hitte en vatte zijn hand.

       "En als de barbaren het beest zagen aan zijn hand hangen, zeiden zij tot elkander: Deze mens is gewisselijk een doodslager, welken de wraak niet laat leven, daar hij uit de zee ontkomen is.

       "Maar hij schudde het beest af in het vuur en leed niets kwaads.

       "En zij verwachtte, dat hij zou opzwellen of terstond nedervallen. Maar als zij lang verwacht hadden, en zagen dat geen ongemak hem overkwam, werden zij veranderd en zeiden dat hij een god was."

                                                - Hand.28:1-6.

 

            MELITA, HET TEGENWOORDIGE MALTA

 

       Het is nu niet helemaal zeker, dat de 276 overlevenden aan land kwamen op het eiland dat nu bekend is als Malta, een rotsige citadel die zo succesvol tijdens de tweede wereldoorlog*/[i] voortdurende bombardementen weerstond.

       Er is nog een Melita in de Adriatische Zee, aan de kust van Illyricum, boven in de Golf van Venetiכ, maar de argumenten om dit eiland te identificeren met Paulus' schipbreuk, zijn zo zwak, dat ze nauwelijks waard zijn om in beschouwing te worden genomen, omdat de tegenargumenten onweerlegbaar zijn.

       Hoe kunnen zij, met een storm uit het Noordoosten, zo zwaar dat het bijna onmogelijk was om het schip onder controle te houden, zijn gekomen aan een punt zover in het Noorden, en dat door een naar verhouding smal kanaal om te navigeren tussen de hiel van Italiכ en Macedoniכ, met vele eilanden die het varen nog meer precair maakten? Hoe konden zij dan ook, als zij in het Noordelijke Mileta beland zouden zijn, noordelijk naar Rome reizen, zoals zij zo duidelijk deden, langs Syracuse, Rhegium en Puteoli (V.11-13)?

       Aan de andere kant is er een opmerkelijk beslissende gebeurtenis, welke aangeeft dat zij op Malta landden, en wel op de plaats die volgens traditie bekend is als St.Paulus' Baai. Deze gebeurtenis is, in gedeelten, de volgende**/[ii]:

       1. De richting en snelheid van drijven, zoals we reeds gezien hebben, moeten het schip in de buurt van Malta hebben gebracht, en bij benadering in de gegeven tijdsduur.

       2. In de richting van de drift hadden zij net zo goed voor de kust van Koura Point, de Oostelijke begrenzing van St.Paulus Baai, kunnen aankomen, zonder van tevoren tot enig gedeelte van de kust van Malta te naderen.

       3. Hoge golven vanuit het Noordoosten lopen wild op dit punt aan, toch kon een schip binnen een kwart mijl afstand komen, zonder onder water rotsen te raken. Dit is het waarschijnlijk, waardoor de zeelieden "vermoedden" dat zij land naderden, zonder dat het schip onmiddellijk aan de grond liep.

       4. De diepte voor Koura Point waarin men de branding kan horen is ongeveer 20 vadem, en een klein stuk verder, - in de richting van hun drift - is deze ongeveer 15.

       5. De oude Engelse Zeilaanwijzingen, in gebruik vףףr de eeuwwisseling, zegt van deze omgeving: "Als de ankerkabels het uithouden, is er geen gevaar, omdat de ankers niet slippen", zo stevig is daar de bodem.

       6. Aan de verdere kant van de baai daalt de rotsige kust naar een zanderig, of grinderig strand, zoals dat waarnaar de zeelieden tenslotte het gehavende schip heen stuurden.

       7. Deze baai aan de Noordoost kust van Malta is volgens traditie de "St.Paulus Baai" genoemd, terwijl er niet zo'n traditie is ten gunste van het noordelijke Melita.

       8. De aanwezigheid van een ander schip uit Alexandriכ, dat daar overwinterd had, op reis naar Italiכ (28:11), is een sterk gegeven, dat het eiland Malta was. Malta lag op de geregelde navigatieroute van Alexandriכ naar Italiכ, terwijl het andere "Melita" helemaal erbuiten lag.

 

                DE ONTVANGST TE MELITA

 

       Paulus had reeds drie schipbreuken geleden (2Cor.11:25); nu had hij, door Gods genade, de vierde overleefd.

       Het is in verband met deze landing op Malta, dat we allereerst lezen van "regen" en "koude". Het moet daarom hartverkwikkend geweest zijn voor de 276 overlevenden, verkleumd en nat als zij waren, te ontdekken dat het eiland bevolkt was met mensen, inderdaad met een vreemde taal*/[1], maar verlangend om hen "geen gemene (lett. ongewone) vriendelijkheid te bewijzen.

       Lukas bericht dankbaar, dat zij "ons allen innamen". Het maakte geen verschil voor deze edelmoedige mensen of de overlevenden soldaten, zeelieden, passagiers, of zelfs gevangenen waren; zij waren mensen in nood en hadden hulp nodig. Daarom begonnen zij onmiddellijk een groot vuur te ontsteken (wellicht in een van de vele grotten van het eiland), zodat zij zich allen daar omheen konden warmen en drogen. Dit was het eerste comfort waarover zij zich na veertien lange dagen en nachten mochten verheugen, en wij twijfelen niet of velen, of de meesten van hen, met lang opgekropt verlangen, gaven hun tranen van dankbare bevrijding, nu de vrije loop.

       Maar er was toch nog een sterke, flinke ziel onder deze gestrande overlevenden, die zijn hand uitstak om de anderen te versterken; helpend terwijl anderen werden geholpen, en doende wat hij ook maar kon doen, om het lijden van zijn medeslachtoffers te verzachten, blijkbaar onbewust van zichzelf. Hij had een moed die de centurion en de soldaten van het Romeinse leger konden bewonderen. Geen wonder dat hij zoveel vrienden onder hen had!

       Maar de takken die de apostel had verzameld voor het vuur, bevatten een vergiftige slang, een adder, en toen hij het hout op het vuur wierp, sprong het beest er tussen uit en beet zich vast in zijn hand.

       Normaal zou dit geleid hebben tot een grote ontsteking en een plotselinge dood. Toen de Maltezen de adder aan zijn hand zagen hangen, kwamen zij tot de slotsom onder elkaar, dat hij ongetwijfeld een moordenaar moest zijn die, hoewel aan de zee ontkomen, door de Wraakgodin, of Justitia, de godheid van het recht, die verondersteld wordt naast Jupiter te zitten, en in zulke zaken besliste, werd gevonnisd.

       Maar de apostel schudde de adder terug in het vuur, en voelde geen letsel*/[2], zodat de Maltezers, vergeefs wachtende dat hij zou sterven, nu besloten dat hij een god moest zijn! Hun gevoelens waren net zo snel en totaal omgeslagen, als die van de Lystriכrs in de tegenovergestelde zin, waar het eerst was offeren, daarna stenigen (Hand.14:11-19).

       Deze wonderbare gebeurtenis in het laatste hoofdstuk van Handelingen, wordt gevolgd door andere, hetgeen bewijst dat de tijd van wonderbare verschijnselen toen nog niet helemaal voorbij was.

Het is ook een van die verhalen, die een treffende symbolische betekenis hebben.

 

              EEN BEET VAN EEN ADDER EN DE

                    GENADE VAN GOD

 

       Het is van een bijzondere betekenis, dat een adder uit het vuur moet springen om Paulus aan te vallen, evenals Israel terzijde moest worden gesteld in Gods bedoelingen.

       Dat Israels bestuurders, en speciaal de Farizeeכn in die tijd, beschouwd werden als adders in het oog van God, is duidelijk uit het geןnspireerde verslag. Drie keer komen we in het evangelie naar Mattheus tegen, dat zij adders genoemd werden.

       In eerste instantie Johannes de Doper, die hun hypocrisie bespeurt als zij komen om zich te laten dopen, en hen berispt met de woorden:

       "GIJ ADDERENGEBROEDSELS (GENERATIE, K.J.V.), WIE HEEFT U AANGEWEZEN TE VLIEDEN VAN DEN TOEKOMENDEN TOORN?.

       "BRENGT DAN VRUCHTEN VOORT DER BEKERING WAARDIG" (Matt.3:7,8).

       In tweede instantie, onze Here Zelf, nadat zij Hem hadden gelasterd, toonde aan waarom zij geen goede vruchten konden voortbrengen, toe Hij tot hen zeide:

       "GIJ ADDERENGEBROEDSELS, HOE KUNT GIJ GOEDE DINGEN SPREKEN, DAAR GIJ BOOS ZIJT? WANT UIT DEN OVERVLOED DES HARTEN SPREEKT DE MOND" (Matt.12:34).

       In de derde, na wee over hen uitgesproken te hebben, zegt Hij:

       "...GIJ KINDEREN DERGENEN, DIE DE PROFETEN GEDOOD HEBBEN.

       "GIJ DAN OOK, VERVULT DE MAAT UWER VADEREN.

       "GIJ SLANGEN, GIJ ADDERENGEBROEDSELS, HOE KUNT GIJ DE HELSE VERDOEMENIS ONTVLIEDEN?" (Matt.23:31-33).

       Zelfs na de opstanding en hemelvaart van onze Here, gingen de bestuurders van Israel door met hun voortdurende weerstand tegen Hem. Zij bedreigden Zijn apostelen, geeselden hen, en wierpen hen in de gevangenis. En toen Stefanus durfde te zeggen: "Gij wederstaat altijd de Heilige Geest", sleepten zij hem naar buiten, stenigden hem ten dode, en spoorden aan tot een "een grote vervolging" tegen de heiligen in Jeruzalem (Hand.7:51,58,59; 8:1).

       Dit alles geeft echter niet aan, dat hun bittere strijd tegen de Messias succes had. Integendeel verloren zij ronde na ronde de strijd, en kwamen nimmer tot een gedegen aanvalsplan. Terwijl de apostelen een koers volgden zo scherp als een pijl, probeerden de leidsmannen eerst dit en dan weer dat, alleen om telkens weer in verlegenheid te worden gebracht en te worden verslagen.

       Petrus antwoordt de leden van het Sanhedrin met zulk een geestelijke kracht, dat zijn beschuldigers worden veranderd in verdedigers, en voordat hij en Johannes de zittingskamer van Israels Hoog Gerechtshof verlaten, zij hen in kennis stellen, dat zij van plan zijn door te gaan met de verkondiging van Christus (Hand.4:5-21). Als de apostelen opnieuw gevangen gezet worden (deze keer meerderen), bevrijdt een engel hen, en wanneer het Sanhedrin samenkomt en beveelt dat zij voorgeleid worden om te worden verhoord, ontdekt men dat zij in de tempel prediken; de wijze waarop zij ontsnapten, blijft een mysterie. En opnieuw verklaart de apostel, dat zij direct door zullen gaan met Christus te prediken (Hand.5:17-32). Dan adviseert Gamaliel de leidsmannen om "hen met rust te laten" (5:38) maar dit blijkt nog minder effectief, want nu lezen we dat "...zij niet ophielden allen dag in den tempel en bij de huizen te leren en Jezus Christus te verkondigen" (Hand.5:42).

       En wat betreft de steniging van Stefanus en de vervolging die daarop volgde, sloeg God terug met de grootste van alle slagen: de bekering van Saulus*/[3], die hen beroofde van hun meest uitnemende en agressieve leider. Bij deze pijnlijke nederlaag kruipen de leidsmannen weer terug in hun holen - en gedurende langere tijd. De gemeenten "door geheel Judea, en Galilea, en Samaria" hadden vrede en werden vermenigvuldigd (Hand.9:31).

       Weldra houden de apostelen en de oudsten te Jeruzalem, in vrijheid, hun eigen Raadzitting, waarbij velen van ver en dichtbij aanwezig zijn, in weerwil van het Sanhedrin (Hand.15). En spoedig zijn er "vele tienduizenden**/[4] Joden" te Jeruzalem "die geloven" (Hand.21:20), en de leidsmannen kunnen er niets tegen doen. Net als Simon, de


 

 afvallige Jood in Samaria, zijn zij "een gans bittere gal".

       Maar in de tussentijd was Paulus "ver naar de heidenen gezonden", om hen redding en zegen aan te bieden, los van Israel, alleen door Gods genade, en op basis van de dood van Christus. Door zijn bediening waren duizenden heidenen tot verheuging in Israels God gekomen, en in de Messias die Israel had afgewezen.

       Dit was meer dan de leidsmannen konden verdragen. Toen Paulus opnieuw Jeruzalem bezocht, sprongen zij, als het ware, uit de vlammen op hem af om hem te vernietigen.

       "Weg van de aarde met zulk een, want het is niet behoorlijk dat hij leeft", zo riepen zij. En in hun woede "smeten zij de klederen van zich en wierpen stof in de lucht" (Hand.22:22,23).

       Het was door hun vijandschap dat Paulus nu in boeien ging, dat hij deze vreselijke schipbreuk leed, en dat hij spoedig zou worden opgeroepen om voor Nero te staan. Maar in dit korte symbolische incident toont ons de Heilige Geest, hoe nietszeggend de woede van de leidsmannen is, en hoe onvoorwaardelijk hun verdoeming, want de apostel schudde het beest af, zodat het terug in het vuur viel, terwijl hij ongedeerd bleef.

       Onze Here had deze bestuurders gewaarschuwd, dat als zij tegen de Heilige Geest zouden lasteren, zij nimmer vergeving zouden vinden, noch in deze eeuw, noch in de toekomstige eeuwen (Zie Matt.12:31,32). Zij nu hadden beslist de Heilige Geest gelasterd toen Christus werd gepredikt door de apostelen "door de Heilige Geest Die van de hemel gezonden was". Daarom werden zij overgegeven aan het vuur van Gods oordeel, terwijl Paulus doorging om aan de Gemeente nog grotere rijkdommen van genade toe te delen.

 

              PAULUS' BEDIENING OP MALTA

 

       "En hier omtrent dezelve plaats had de voornaamste van het eiland, met name Publius, zijn landhoeven, die ons ontving en drie dagen vriendelijk herbergde.

       "En het geschiedde dat de vader van Publius, met koortsen en den roden loop bevangen zijnde, te bed lag, tot denwelken Paulus inging, en als hij gebeden had, legde hij de handen op hem, en maakte hem gezond.

       "Als dit geschied was, kwamen ook tot hem de anderen die krankheden hadden in het eiland, en werden genezen.

       "Die ons ook eerden met veel eer, en als wij vertrekken zouden, bestelden zij ons hetgeen van node was."

                                                - Hand.28:7-10.

 

       Wij zien Gods volstrekte overheersing over alles in de storm die het grote Alexandrijnse graanschip was overkomen, dat het zelfs op de juiste plek strandde!

       Het was meer dan een samenloop der omstandigheden, dat Publius, de "voornaamste", of gouverneur van het eiland, "landhoeven" had in de omgeving van de stranding. Over deze man schrijft Lukas: "Hij ontving ons en herbergde ons drie dagen vriendelijk"*/[5]

       We hebben reeds gelezen, dat de Maltezen "allen [276 overlevenden]...innamen" (V.2), maar het Griekse woord weergegeven met "herbergde" in Vers 7 heeft een andere betekenis. Het eerste woord betekent iemand verwelkomen of bij zich in nemen, maar het tweede betekent onderhouden of voor iemand verantwoordelijkheid nemen. Om deze reden vinden we dit woord samen met "herbergen", en in verband met Publius' "landhoeven".

       Het is wellicht onmogelijk om precies na te gaan, hoevelen zijn opgenomen in het "ons" van Vers 7. Het is te betwijfelen of het alle 276 overlevenden betrof, want als dit zo was, zou de term "allen" hier meer van toepassing zijn dan in vers 2. Omdat Lukas de schrijver is, zijn ongetwijfeld Paulus, Lukas en Aristarchus, en waarschijnlijk ook Julius daarin begrepen, want zeer zeker zal het hoofd van een Romeinse kolonie de nodige aandacht schenken aan een Romeinse militaire officier met een hoge rang. Het zou weleens kunnen zijn, dat Publius aan Julius deze edelmoedige gastvrijheid bewees, die Paulus en zijn metgezellen mochten delen.

       In elk geval was het God, Die heerste, want door deze gastvrijheid van de zijde van Publius, en de daarop volgende genezing van zijn vader, was de aanvaarding van Paulus en zijn prestige op het eiland, onmiddellijk zeker, en beleefde hij drie nuttige en zegenrijke maanden onder haar inwoners. En dit versterkte op zijn beurt, zijn verhouding met Julius, de centurion.

       De vader van Publius lag ziek met terugkerende koortsen en een erge vorm van dysenterie. Paulus' bezoek was daardoor op dit ogenblik opportuun, en zijn wijze van handelen bij het genezen van de zieke man werpt licht op een kwestie die vele commentators in verlegenheid gebracht hebben.

       Vreemd genoeg wordt in het verslag niets gezegd over prediking door Paulus op Malta, noch over iemand die bekeerd werd. We kunnen begrijpen dat de omstandigheden aan boord zijn prediking verhinderde, maar nu, met een verblijf van drie maanden op het eiland, was er zeker ruim gelegenheid om Christus en Zijn volbrachte werk te verkondigen.

       In gevallen als deze, moeten we niet het selecte principe in het Boek Handelingen uit het oog verliezen. Gods werkelijke doel in Handelingen is niet om "de geboorte en groei van de Kerk" weer te geven, zoals sommigen verondersteld hebben, maar om de val van Israel bekend te maken, en om Zijn handelen te rechtvaardigen van hen terzijde te stellen, terwijl Hij tegelijk aantoont, de gerechtigheid en de genade van de Messias, die zij hebben verworpen*/[6].

       In dit slotstuk van Handelingen is het niet Gods voornaamste bedoeling om Paulus' bediening onder de heidenen te laten zien, maar eerder de apostel als verworpen door Israel en in ketenen naar Rome gezonden, vanwege zijn bediening onder de heidenen (Zie 22:21-23).

       Wie twijfelt eraan of Paulus dit evangelie aan de inwoners van Malta heeft gepredikt? Het is waar, dat we hier slechts lezen over zijn wonderen, maar had hij niet in zijn brief aan de Romeinen geschreven, dat Christus zijn "machtige tekenen en wonderen" had gebruikt "om de heidenen gehoorzaam te maken door woord en daad", toen hij "het evangelie van Christus" vervulde? (Rom.15:18,19).

       Verder zal het zijn opgevallen, dat hij bij zijn beginnend wonder van genezing op het eiland, "bad" toen hij de handen op Publius' vader legde en hem genas. Dit zou, om te beginnen, hen die erbij tegenwoordig waren, tonen dat hij niet de bewerker van het wonder was, maar slechts een instrument; niet een god, zoals zij veronderstelden, maar een boodschapper van God. Wij kunnen er ook zeker van zijn, dat dit gebed, en die woorden die de apostel daarna aanvullend zou spreken, een getuigenis van de reddende kracht van Christus zouden zijn.

       Terwijl louter traditie niet kan worden vertrouwd, is zij in vele gevallen toch juist, en in dit geval is het interressant te zien, dat hier een aflopende traditie, een kerk op Malta vestigt, met Publius als bisschop of opzichter.

       De genezing van Publius' vader veroorzaakte natuurlijk bij anderen, die ziek waren, dat zij ook tot Paulus gingen voor genezing. Het was voor Paulus een goede gelegenheid de eilanders voor hun edelmoedige gastvrijheid iets terug te doen, alsook om hun Christus bekend te maken. De Malthezers hadden geen winst gezocht, door de arme schipbreukelingen vriendschap te bewijzen. Maltha was nu een eiland met gezonde mensen!

       En nu toonden zij hun dankbaarheid aan hem, wiens onverwacht bezoek hen zoveel goeds gebracht had. Niet alleen eerden zij Paulus en zijn metgezellen met "veel eer"*/[7], maar toen de tijd van vertrek kwam, "bestelden" zij hun proviand. Zij zouden nooit de apostel en de zegeningen die hij hun gebracht had, vergeten. Geen wonder dat dit gedeelte van Maltha tot op vandaag bekend staat als St.Paulus Baai.

 

                  TOT ROME GENADERD

 

       "En na drie maanden voeren wij af in een schip van Alexandriכ, dat in het eiland overwinterd had, hebbende tot een teken Castor en Pollux.

       "En als wij te Syracuse aangekomen waren, bleven wij aldaar drie dagen;

       "Vanwaar wij omvoeren, en kwamen aan te Regium; en alzo na ייn dag de wind zuid werd, kwamen wij den tweeden dag te Puteoli;

       "Alwaar wij broeders vonden, en werden gebeden zeven dagen bij hen te blijven; en alzo gingen wij naar Rome.

       "En vandaar kwamen de broeders , van onze zaken gehoord hebbende, ons tegemoet tot Appiusmarkt en de Drie Tabernen; welke Paulus ziende, dankte hij God en greep moed.

       "En toen wij te Rome gekomen waren, gaf de hoofdman de gevangenen over aan den overste des legers; maar Paulus werd toegelaten op zichzelven te wonen met den krijgsknecht die hem bewaarde."

                                            - Hand.28:11-16.

 

       Op het laatst kwam de tijd om Melita te verlaten, omdat een ander "schip uit Alexandriכ" dat daar overwinterd had, gereed was om naar Rome te zeilen.

       Het "teken" waaronder dit schip zeilde was "De Dioscuren" wat betekent Castor en Pollux, de tweelingzonen van Jupiter en Leda. Deze legendarische tweeling werden geidentificeerd als de twee stalende sterren in het sterrenbeeld Gemini, en werden aanbeden als de beschermheiligen en leidsterren van zeelieden. De Apostel Paulus aan boord van een schip, "beschermd" door heidengoden, is een beeld van de gelovige in de wereld.

       Syracuse, de eerste havenplaats die zij aandeden, was een belangrijke stad op Siciliכ, die nog steeds dezelfde naam draagt. Misschien "bleven" zij daar drie dagen om te wachten op een gunstige wind, want het was anders noodzakelijk om Regium te bereiken (gelegen aan de teen van Italiכ) langs een indirecte koers. Maar na een dag in Regium, kwam er een gunstige Zuidenwind, die hen de volgende dag naar Puteoli bracht.

       Puteoli was de best beschermde haven aan de Baai van Napels, gelegen in het uiterste Noorden. Het was destijds de voornaamste haven van Rome; een haven voor de grote Alexandrijnse graanschepen. Dit was het eind van Paulus' reis naar Rome. De rest moest te voet worden afgelegd.

       In Puteoli slaagde de apostel, waarschijnlijk met de hulp van Lukas en Aristarchus er in, om een aantal Christenbroeders te vinden. Het verslag geeft aan, dat deze broeders*/[8], Paulus en zijn vrienden drongen om zeven dagen bij hen te blijven, en met tot gevolg, dat Paulus en zijn metgezellen dit deden. Dit is nog een opvallend teken, dat Julius' interesse in Paulus

toenam, want het betekende dat de centurion en al zijn soldaten en gevangenen, een week moesten wachten, terwijl Paulus deze "broeders" diende. Ongetwijfeld hadden de wonderen door Paulus en zijn bediening op Malta, het diepe respect dat Julius voor Paulus had, nog verdiept.

       Het feit dat in Puteoli gelovigen in Christus gevonden   werden, brengt ons de woorden van Paulus te binnen in Hebr.13:24: "U groeten die van Italiכ (niet alleen van Rome) zijn" en geeft aan hoe wijd reeds het evangelie van Gods genade was verkondigd en ontvangen.**/[9]

       Maar enige kilometers voorbij Puteoli kwamen de reizigers op de grote Via Appia, misschien wel de beroemdste hoofdweg uit de oudheid. Slatius noemde haar "de koningin van de lange afstandswegen". Het gedeelte van Capua naar Rome (132 mijlen) werd aangelegd omstreeks 312 v.Chr., maar zij werd omstreeks 244 v.Chr verlengd tot Brindisi. Mijlpalen en inscripties met betrekking tot herstellingen bestaan nu nog. Ondanks dat zij meer dan 2000 jaren geleden werd aangelegd, zijn gedeelten van deze hoofdweg nog steeds intact.

       Toen de apostel en de anderen op weg gingen naar Rome langs deze oude weg, gingen twee andere gezelschappen vanuit Rome langs dezelfde weg hem tegemoet. Hoe wisten zij van zijn aankomst? Klaarblijkelijk hadden de gelovigen in Puteoli hiervan bericht gezonden naar Rome toen Paulus bij hen diende. Een van deze groepen ontmoetten hem bij Appii Forum, en de andere vijftien mijl verderop bij De Drie Tabernen.

       Het verslag zegt eenvoudig dat toen Paulus deze broeders zag, "hij God dankte, en moed greep". Maar dit korte verslag spreekt boekdelen. Het geeft ook aan, dat de weg van de apostel werd getekend door verlangen en vrees. Zou hij Rome binnen gaan als een misdadiger, met alleen Lukas en Aristarchus om hem bij te staan? Zouden de Romeinse gelovigen gereserveerd zijn ten opzichte van hem?

       In het laatste hoofdstuk van zijn Romeinenbrief had hij groeten gezonden aan niet minder dan zeven en twintig leden van de gemeente daar, en had ook anderen genoemd. Een aanzienlijk aantal van hen kende hij persoonlijk. Een flink aantal van hen waren ongetwijfeld opgenomen in de blijde commissies van ontvangst: zijn geliefde Aquila en Priscilla, Phebe en Maria, die hem zo hadden bijgestaan in het werk, Andronicus en Junias, zijn verwanten en "mede-gevangenen". Zouden die er ook bij zijn? Wat een tijd van gebed en dankzegging moeten zij wel gehad hebben; wat een ophalen van hun ervaringen bij het verkondigen van het evangelie; welke ernstige gesprekken en plannen met het oog op Paulus' verblijf in Rome, en het naderend verhoor voor Nero! De hartelijke natuur van de apostel vond weerklank in de liefde van deze gelovigen, die de hele lange weg gekomen waren om hem te ontmoeten en hem te bemoedigen. Zij moeten wel dikwijls zijn woorden gelezen hebben: "Ik verlang u te zien", en nu hadden zij ook hun verlangen om hem te zien getoond.

       "Hij dankte God en greep moed". Zijn entree in Rome kreeg nu met deze geliefden zo nabij om hem te vertroosten en te verblijden*/[10], een nieuw aspect.

       In Rome kreeg Julius blijkbaar zijn laatste gelegenheid om aan Paulus vriendelijkheid te bewijzen.

       Ongetwijfeld gaf de brief die met Paulus meegezonden werd (25:26,27) aan, dat hij onschuldig was, en dat hij zich beroepen had op de Keizer. Eveneens was duidelijk, dat Paulus' eigen gedrag en de aanwezigheid van zijn vrienden, hem onderscheidden als een bijzondere persoonlijkheid. Maar de speciale onderscheiding die hem werd gegeven door de hoofdman van de wacht, zal wel het meest veroorzaakt zijn door de tussenkomst en invloed van Julius, de centurion, die er nu wel toegekomen was, Paulus zo hoog te achten.

       Toen de gevangenen werden overgeleverd aan de kapitein van de wacht, mocht alleen Paulus in het huis van een vriend**/[11] verblijf houden - misschien wel het huis van zijn oude vriend Aquila die, met Priscilla, hem bij vorige gegenheden had verzorgd. Hij werd bewaakt door een soldaat, aan wie hij blijkbaar vastgeketend was. Dat hij met een keten gebonden was is duidelijk uit V.20 (Cf.Eph.6:20; Phil.1:7,13,14,16; Col.4:18; File.10,13).


 

    [1]*/Voetnoot: De term "barbaren" wordt niet gebruikt in vernederende zin. Het Griekse barbarot betekent gewoon, mensen met een vreemde taal, en slaat op allen die niet Grieks waren in taal of cultuur. De Scythen waren ongeciviliseerde wilden, die leefden buiten de grenzen van het Romeinse Imperium (Zie Rom.1:14; 1Cor.14:11; Col.3:11).

 

    [2]*/Voetnoot: Dit was niet een vervulling van Mark.16:18. Het opnemen van slangen moet eerder verbonden worden met Ex.4:2-5.

    [3]*/Voetnoot: Hoewel hij nog te jong en te oprecht was om te worden gerekend tot de catagorie van de adders waartoe de leidslieden behoorden.

    [4]**/Voetnoot: Dit is de correcte weergave.

    [5]*/Voetnoot: In het origineel staat eerder vriendelijk van gevoelens dan alleen op vriendelijke wijze.

    [6]*/Voetnoot: Daarom wordt geen melding gemaakt van het "ene Lichaam", waarover zo uitvoerig wordt geschreven in zijn brieven, die hij in deze tijd geschreven heeft (Zie Rom.12:4,5; 1Cor.12:12-27; Gal.3:26-28).

    [7]*/Voetnoot: Vergelijk hiermee de behandeling die onze Here onderging door de Joden. Zij die in dankbaarheid gedenktekens en feestmalen in alle steden hadden moeten toerichten, vroegen Hem integendeel: "Door wat macht doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze macht gegeven...?". Zij vroegen aan de Grote Arts hun Zijn volmachten te tonen! 

    [8]*/Voetnoot: Net als in Troas (20:6) en Tyrus (21:4).

    [9]**/Voetnoot: Wij geloven niet de traditie, die de bekering van deze heidengelovigen toeschrijven aan de bediening van de twaalven en hun volgelingen (Zie Gal.2:2,7,9). Het was Paulus' evangelie dat "alle volkeren" en "elk schepsel" (de hele schepping) bereikte (Zie Rom.16:25,26: Col.1:6; Col.1:23). Als de twaalven onder hun "grote opdracht" alle volkeren, de hele wereld en de hele schepping bereikt hadden, met hun "evangelie van het koninkrijk", zou "het einde van de eeuw" gekomen zijn (Zie Matt.24:14). Maar dat programma werd onderbroken door "de bedeling van de genade van God" door Paulus (Eph.3:1-4).  

    [10]*/Voetnoot: Hij was ook Jeruzalem binnengekomen met vele vrienden, maar toch met gruwelijke voortekenen vanwege de waarschuwingen door de Heilige Geest (Hand.21).

    [11]**/Voetnoot: Het Griekse woord Xenia, in V.23, geeft een plaats aan waar iemand wordt onderhouden, niet een cel, noch een "gehuurde woning" in V.30.


 

[i].*/Voetnoot: In april 1942 alleen al maakte de vijand 5715  vluchten, en wierp 6728 ton bommen op dit kleine eiland zonder de verdediging te vernietigen.

[ii].**/Voetnoot: Veel van dit gebeuren is afkomstig uit Smith's Voyage and Shipwreck of St.Paul.

 

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011