H O O F D S T U K XXXVII H A N D. 20:6-12
PAULUS' BEDIENING IN TROAS
DE MAN DIE IN SLAAP VIEL
IN DE SAMENKOMST
"Wij nu scheepten af van Philippi na de dagen der ongehevelde broden, en
kwamen in vijf dagen bij hen te Troas, alwaar wij ons zeven dagen
onthielden.
"En op de eerste dag der week, als de discipelen bijeengekomen waren om
brood te breken, handelde Paulus met hen, zullende des anderen daags
verreizen; en hij strekte zijn rede uit tot de middernacht.
"En er waren vele lichten in de opperzaal, waar zij vergaderd waren. "En
een zeker jongeling, met name Eutychus, zat in het venster, en met een
diepe slaap overvallen zijnde, alzo Paulus lang tot hen sprak, door de
slaap nederstortende, viel van de derde zoldering nederwaarts, en werd
dood opgenomen.
"Doch Paulus, afgekomen zijnde, viel op hem, en hem omvangende, zeide hij:
Weest niet beroerd; want zijn ziel is in hem. "En als hij weder boven
gegaan was, en brood gebroken en wat gegeten had, en lang tot de dagenraad
toe met hen gesproken had, vertrok hij alzo. "En zij brachten de knecht
levend, en waren bovenmate vertroost.
- Hand.20:6-12.
Het zal zijn opgevallen dat deze reis van Philippi naar Troas vijf dagen
duurde, terwijl een vorige reis van Philippi naar Troas twee dagen duurde
(Hand.16:11). Dit zou kunnen zijn omdat ze bij deze gelegenheid storm
hadden en de andere keer kalme zee (in elk geval afnemend), of
dat zij nu als tegenwind te kampen hadden met dezelfde, die hen de
vorige keer versnelde.
Een vergelijking van Hand.20:7 met 1Cor.16:2 wijst erop dat het reeds
gewoonte was geworden van de gelovigen om samen te komen op de "eerste dag
van de week", liever dan op de Sabbat, zodat Paulus' "gewoonte" om naar de
synagoge te gaan op de Sabbatdagen, hem in staat stelde, dat hij kon
dienen wanneer zij saamgekomen waren.
Blijkbaar kwamen de Christengelovigen samen op onze Zaterdagavond,
omdat volgens de Joodse tijdrekening de zonsondergang op Zaterdagavond de
afsluiting betekende van de Sabbat en het begin van de volgende dag. Dat
het 's avonds was is duidelijk uit de interessante gebeurtenis die we nu
gaan beschouwen.
Het moet wel een zeldzaam iets geweest zijn voor de samenkomst in Troas,
om zoveel bijzondere bezoekers aanwezig te vinden, toen zij "samenkwamen
om het brood te breken". Daar was een vriend uit Berea, en twee uit
Thessalonica; nog een uit Derbe en twee andere uit hun eigen provincie.
Daar was ook de welbekende en geliefde Timotheus, samen met Dr.Lukas, en
de Apostel Paulus zelf (V.4-6).
Vanzelf vroegen zij Paulus om 's avonds de spreker te zijn, speciaal omdat
hij "des anderen daags verreizen zou" (V.7). War een zeldzaam voorrecht
was het om aan zijn voeten te zitten: de vroegere aartsvijand van
Christus, nu Zijn speciale vertegenwoordiger en een veteraan in Zijn
dienst! Naar alle waarschijnlijkheid zou hij hen vertellen, hoe de
verheerlijkte Here hem had gestopt in zijn wilde carrière, hem gered,
om hem "al Zijn lankmoedigheid te betonen, tot een voorbeeld dergenen,
die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven" (1Tim.1:16), en hem toe
te vertrouwen, "het evangelie van de genade van God" (Hand.20:24).
Hoewel hij de volgende morgen moest vertrekken, spaarde de apostel
zichzelf niet. Hij zou hen wellicht niet meer terug zien, en er was zoveel
te vertellen ter bemoediging en vermaning, onderricht en waarschuwing!
Maar wie zou niet luisteren naar de prediking van zo'n man, zelfs als hij
"zijn rede uitstrekte tot middernacht"? Wie zou in een gemeentesamenkomst
onder zijn prediking zelfs slaperig worden?
Toch viel er waarlijk iemand in slaap gedurende die dienst - iemand
genaamd Eutychus. Natuurlijk, hij was een "jonge man". Misschien
was hij die dag zeer actief geweest. Bovendien waren er "vele lampen" in
de zaal en klaarblijkelijk een groot gehoor, want deze jongeman "zat in
het raam". Dit alles zou ertoe hebben kunnen leiden dat iemands ogen zwaar
werden.
Natuurlijk was het niet Eutychus' bedoeling, zoals hij daar zat, om in
gezonde slaap te vallen. Ongetwijfeld heeft hij eerst gevochten tegen de
slaap en allengs wat gedoezeld, maar tenlaatste "met een diepe slaap
overvallen, alzo Paulus lang sprak" (V.9).
De gevolgen waren niet mis, want zijn balans verliezend, viel Eutychus van
zijn plaats op de vensterbank naar beneden, drie verdiepingen lager, "en
werd dood opgenomen"(V.9).
Stel u de situatie voor van de consternatie die zal zijn gevolgd: Paulus'
prediking onderbroken door geroep van schrik; mannen die met lampen of
toortsen naar buiten rennen; de vreugde van de avond verkeerde in
weeklacht toen zij het gekneusde en levenloze lichaam van Tychicus daar
beneden op de grond zagen liggen.
Op dit ogenblik kwam Paulus, "viel op hem, en hem omvangende , zei hij:
Weest niet beroerd (Lett.,"wees niet gealarmeerd");want zijn
ziel is in hem" (V.10).
Eutychus betekent Fortuinlijke, en fortuinlijk was hij, dat die
avond Paulus de prediker was, want door de goedheid en kracht van God,
herstelde de apostel hem in het leven.
Hoe konden zij nu de samenkomst beëindigen? Toch moest Paulus de volgende
dag weer op reis. Dan lezen we dat hij weer naar boven kwam, wat gegeten
heeft, "en sprak ("converseerde", niet "predikte" zoals in
V.7) lang tot de dageraad toe met hen". "En alzo vertrok hij" (V.11). Dit
"zo" wordt in het Grieks benadrukt, om aandacht te vragen voor de
gelukkige omstandigheden waaronder hij vertrok. "En zij brachten (Lett.
"namen weg") de knecht levend, en waren bovenmate vertroost" (V.12).
DE SYMBOLISCHE BETEKENIS
VAN DIT GEBEUREN
De treffende symbolische betekenis van dit gebeuren wordt onmiddellijk
gezien, wanneer we de volgende feiten opmerken:
1.Paulus was de prediker.
2.Hij ging nog lange tijd door met te prediken.
3.Iemand viel onder de prediking in slaap.
4.De slapende viel uit een venster van de derde verdieping op de begane
grond en werd "dood opgenomen".
5.Paulus, door God, bracht hem in het leven terug.
PAULUS PREDIKT VANDAAG
Christus had op aarde de twaalven gezonden om te verkondigen: "bekering
en vergeving der zonden...in Zijn naam onder alle volken, BEGINNENDE VAN
JERUZALEM" (Luk.24:47).
Zij waren begonnen te Jeruzalem, roepende tot de "mannen van Israel":
"BEKEERT U, EN EEN IEGELIJK VAN U WORDE GEDOOPT IN DE NAAM VAN JEZUS
CHRISTUS TOT VERGEVING DER ZONDEN..." (Hand.2:38).
Kort na Pinksteren had Petrus tot zijn Joodse toehoorders gezegd:
"GIJLIEDEN ZIJT KINDEREN DER PROFETEN EN DES VERBONDS, HETWELK GOD MET
ONZE VADEREN OPGERICHT HEEFT, ZEGGENDE TOT ABRAHAM: EN IN UW ZAAD ZULLEN
ALLE GESLACHTEN DER AARDE GEZEGEND WORDEN."GOD OPGEWEKT HEBBENDE ZIJN KIND
JEZUS, HEEFT DENZELVEN EERST TOT U GEZONDEN, DAT HIJ ULIEDEN ZEGENEN ZOU,
DAARIN DAT HIJ EEN IEGELIJK VAN U AFKERE VAN UW BOOSHEDEN" (Hand.3:25,26).
Uit de woorden van onze Here en van de Geest-vervulde Petrus, zowel als
uit de Schriften, die in die tijd geschreven zijn, is het duidelijk dat
het Gods geopenbaarde doel was de mensheid te zegenen door verlost
Israel.
Israel als volk echter, wees de oproep tot bekering af en ging door met de
afwijzing van haar Messias, voerde zelfs een regelrechte oorlog tegen Hem.
Toen was het, dat God "de uitnemende rijkdommem van Zijn genade"
toonde, door Paulus, de leider van de opstand, te redden en hem uit
te zenden met het aanbod van verzoening door genade, door geloof.
Gal.2:7-9 laat zien hoe de twaalven, die uitgezonden waren tot "alle
volken", nu (door hun leiders) de verandering van programma zagen en
Paulus als "de apostel der heidenen" erkenden.
De zogenaamde "grote opdracht" was tot stilstand gekomen door Israels
ongehoorzaamheid. De vestiging van het koninkrijk werd uitgesteld. God had
"hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou
barmhartig zijn", en Paulus werd uitgezonden om dit blijde nieuws te
verkondigen. Aan hem werd toevertrouwd, "de bedeling van de genade van
God" (Eph.3:1-3).
PAULUS HEEFT LANGDURIG GEPREDIKT
Paulus heeft langdurig gepredikt, zelfs langer dan Mozes. Mozes predikte
ongeveer vijftien honderd jaren; Paulus heeft meer dan negentien
honderd jaren gepredikt. De wet regeerde gedurende ongeveer vijftien
eeuwen; genade heeft gedurende negentien eeuwen geregeerd.
Hoe groot is de lankmoedigheid van God!
In 1Tim.1:16 verklaart Paulus:MAAR
DAAROM IS MIJ BARMHARTIGHEID GESCHIED, OPDAT JEZUS CHRISTUS IN MIJ, DIE DE
VOORNAAMSTE BEN, AL ZIJN LANKMOEDIGHEID ZOU BETONEN, TOT EEN VOORBEELD
DERGENEN, DIE IN HEM GELOVEN ZULLEN TEN EEUWIGEN LEVEN."
In 2Petr.3:9,15 verklaart Petrus, dat de Here "Zijn belofte niet
vertraagt" om te oordelen en te regeren, "maar dat Hij lankmoedig
is over ons, niet willende dat enigen verloren gaan, maar dat allen
tot bekering komen", en smeekt ons, "daarmee rekenend":"DE
LANKMOEDIGHEID ONZES HEREN VOOR ZALIGHEID TE ACHTEN; GELIJKERWIJS OOK ONZE
GELIEFDE BROEDER PAULUS, NAAR DE WIJSHEID DIE HEM GEGEVEN IS, ULIEDEN
GESCHREVEN HEEFT."
En nog is de dag des toorns niet gekomen! Nog gaat de
boodschap van genade voort! Nog predikt Paulus!
EN DAAR ZIJN VELE LICHTEN
Als er één feit is dat allen die tot blijdschap in de boodschap van Paulus
gekomen zijn erkennen, dan is het wel het feit, dat het zo veel, vroeger
moeilijke passages in de Schrift verklaart, en zovele anders
onoverkomelijke problemen oplost. Waar Paulus predikt daar zijn vele
lichten.
Het is onuitsprekelijk wonderlijk te zien, dat de ene moeilijke passage na
de andere helder wordt, wanneer dit heilig geheim wordt ontsluierd; te
zien dat het ene licht na het andere opgaat. Toch kan zelfs de toename van
het licht dat we uit het Woord ontvangen, ons tot slaap brengen, als we
niet erdoor overtuigd en toebereid zijn. En dit is het wat er gebeurde.
DE KERK VIEL IN SLAAP ONDER DE PREDIKING VAN PAULUS
Niet zomaar ineens, wees daar zeker van, maar de een na de ander, verloor
de Kerk houvast aan de heerlijke waarheden die zo duidelijk Paulinisch
zijn: Het "geheimenis" van het Lichaam van Christus, haar hemelse
roeping en positie, de opname, de gezegende hoop op de komst van de
Here voor ons, voordat hij oorlog verklaart aan de godlozen; en
zelfs de waarheid van rechtvaardiging door geloof alleen. Al deze
waarheden werden losgelaten, de een na de ander, gedurende de donkere
eeuwen waarin de Kerk in "een diepe slaap" viel en, net als
Eutychus, "door de slaap nederstortte".
DE KERK VIEL VANUIT HAAR
POSITIE OP DE DERDE ETAGE
Paulus spreekt van opgetrokken te zijn in de derde hemel
(2Cor.12:2). Dit is de hoogste, voorzover het de Schrift betreft, en het
brengt ons in herinnering dat wij, die in Christus vertrouwen, met Hem
"in hemelse gewesten (Gr.epouranious, de bovenste hemelen)"
gezeten zijn (Eph.1:20; 2:6) om daar gezegend te worden met "alle
geestelijke zegeningen" (Eph.1:3).
Toen de Kerk in slaap viel onder Paulus' prediking, ging de waardering en
blijdschap van dit alles verloren, en het leven van de Kerk was weg. Kon
zij nog worden opgewekt uit deze doodslaap? Hoe heeft zij in deze donkere
tijden iemand nodig die roept: "Ontwaakt gij die slaapt, en staat op
uit de dood, en Christus zal over u lichten!" (Eph.5:14). Eutychus!
Fortuinlijke!
Zeker was het alleen eindeloze genade die mannen als Maarten Luther en
later John Darby en anderen verwekte, om de Kerk op te wekken en haar weer
tot leven te brengen.
PAULUS GEBRUIKT OM DE KERK WEER TOT LEVEN TE BRENGEN
Het waren echter daadwerkelijk, niet Luther of Darby, of één der grote
Godsmannen sedert de donkere eeuwen, die gebruikt werden om de Kerk tot
leven te brengen, want zij predikten niets nieuws. Luther, met zijn
"genade alleen" en "de rechtvaardige zal door geloof leven", en
Darby, met zijn proclamatie van het "ene Lichaam" en de
"gezegende hoop", herontdekten slechts waarheden die eerst door Paulus
werden geopenbaard.
Omdat het Paulus was, die gebruikt werd om Eutychus tot leven te brengen,
zo is het Paulus die gebruikt werd om de Kerk van deze bedeling tot leven
te brengen, zoals Luther, Calvijn en Darby verwekt zijn om geleidelijk de
heerlijke waarheden van de Paulinische openbaringen aan het licht te
brengen.
Eén ding blijft over om het beeld compleet te maken. Eutychus moet worden
opgewekt tot zijn positie op de "derde etage".
De Kerk moet nogmaals bewogen worden om haar positie in de hemelse
gewesten in te nemen, want er zijn nog duizenden ware gelovigen die
niet hun God-gegeven positie in de hemelse gewesten in Christus verstaan,
noch zich daarin verheugen.
Of Eutychus werkelijk tot de derde etage terugkeerde, geeft de
Schrift niet duidelijk weer, misschien tenzij wij zouden aannemen
dat de Kerk dus zal terugkeren tot haar God-gegeven plaats voordat de
bedeling is afgelopen.
Wel
weten wij echter, dat nadat alles voorbij was, zij de jongeman levend
"brachten" (i.c. wegbrachten), en dat zij bovenmate vertroost
waren" (V.12).
En evenzo - wie weet hoe spoedig? - zal de Gemeente die Zijn Lichaam is,
uit dit gebeuren voor altijd weggenomen worden, om altijd bij de Here te
zijn. "Zo dan, vertroost elkander met deze woorden"
(1Thes.4:13-18).
In de opwekking van Dorcas (Lett. Gazelle) door Petrus,
ligt de nadruk op haar activiteiten en goede werken
(Hand.9:36). Bij de opwekking van Eutychus door Paulus, is
er die nadruk niet. Hij was eenvoudig "de Gelukkige". Zo worden symbolisch
de handelingen van God met Israel, en met het Lichaam van Christus
vergeleken. |