De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

H O O F D S T U K  XXXIII - HAND. 18:23-28

              PAULUS BEGINT ZIJN DERDE APOSTELREIS

              ZIJN DERDE VERTREK UIT ANTIOCHIE

"En als hij daar enige tijd geweest was, ging hij weg, en doorreisde vervolgens het land van Galatië en Frygië, versterkende de discipelen."  - Hand. 18:23.

Zoals we opgemerkt hebben, had de Koninkrijk-Kerk uit eerste Handelingen, haar hoofdkwartier in Jeruzalem, waar Messias zou regeren (Jes.24:23) met Zijn twaalf apostelen (Matt.19:28) en van waaruit de wet zou uitgaan tot Zijn gehele domein (Jes.2:2,3).

De Kerk van Rome echter, welke leert dat de Kerk van vandaag (zij zelf) Messias' koninkrijk is, heeft als een scheidsrechter de hoofdstad veranderd van Jeruzalem naar Rome, van waaruit haar hiërarchie de politiek en haar praktijken dicteert aan al haar onderdanen over de gehele wereld. Dit, terwijl reeksen van duidelijke teksten uit het Woord van God aangeven, dat de Kerk, welke is het Koninkrijk van Christus, haar residentie had - en zal hebben - in Jeruzalem, en dat "de Gemeente, welke is Zijn Lichaam", geen hoofdkwartier op aarde heeft. Haar hoofdkwartieren zijn in de hemel, waar haar Hoofd is (Eph.1:22,23; Phil.3:20).

Het is droevig te moeten zeggen, dat veel van het Protestantisme nog steeds Rome volgt in haar leer, dat de Kerk van deze bedeling het koninkrijk van Christus is, en dat het begon met Pinksteren of eerder, toen de koninkrijksboodschap werd verkondigd door de twaalf apostelen. Geen wonder, dat de verschillende denominaties hun eigen hiërarchiën hebben om de zaken van hun leden, dichtbij en ver, te "besturen". Geen wonder, dat de opening van de waarheid, bijna net zoveel verhinderd is geworden door het Protestants politieke samenstel, als door Romeins godsdienstig dictatorschap.

Wij benadrukken dit hier, omdat sommigen Syrisch Antiochië het hoofdkwartier van de vroege Heidenkerk genoemd hebben. Dit is een vergissing, want er is nergens een aanwijzing dat een Christelijke hiërarchie ooit vanuit Antiochië werd bestuurd. Paulus' meest prominente medewerkers (behalve Barnabas) worden bijna overal gevonden, maar buiten Antiochië.

Toch heeft de Geest, als om de nadruk te leggen op het feit, dat Paulus niet geassocieerd was met de twaalven in hun koninkrijk-bediening, aangewezen dat alle drie de apostolische reizen van Paulus begonnen vanuit Antiochië, de stad waar Barnabas hem het eerst heengebracht had om te dienen onder de heidenen.

Zo was het, dat de apostel, na "enige tijd" in Antiochië besteed te hebben, "weg ging, en vervolgens het land van Galatië en Frygië doorreisde, versterkende al de discipelen" (V.23).

Dean Howson is er zeker van, dat op een reis van Syrisch Antiochië naar Ephese, Paulus de meeste, zo niet alle gemeenten die hij gegrondvest en gediend had, en niet alleen die in Galatië en Frygië, opnieuw bezocht heeft. Het kan echter zijn, dat de gemeenten in deze twee provincies een speciale aandacht nodig hadden, en dat hij verlangend was naar Epheze terug te keren om zijn belofte na te komen. De gemeenten van Syrië, Cilicië, Lycaonië, Pamfilië en Pisidië waren reeds tweemaal bezocht.In elk geval zullen er veel ontroerende ogenblikken geweest zijn, toen de apostel weer verscheen onder zijn vrienden, die hij had gewonnen voor Christus en nu in hun geloof versterkte.

APOLLOS TE EPHESE EN CORINTHE

"En een zeker Jood, met name Apollos, van geboorte een Alexandrijn, een welsprekend man, kwam te Ephese, machtig zijnde in de Schriften.

"Deze was in de weg des Heren onderwezen; en vurig zijnde van geest, sprak hij en leerde naarstiglijk de zaken des Heren, wetende alleenlijk de doop van Johannes.

"En deze begon vrijmoediglijk te spreken in de synagoge. En als hem Aquila en Priscilla gehoord hadden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg Gods bescheidenlijker uit.

"En als hij wilde naar Achaje reizen, de broeders, hem vermaand hebbende, schreven aan de discipelen, dat zij hem ontvangen zouden; welke daar gekomen zijnde, heeft veel toegebracht aan degenen die geloofden door de genade.

"Want hij overtuigde de Joden met grote ernst in het openbaar, bewijzende door de Schriften, dat Jezus de Christus was." Hand.18:24-28

Gedurende de afwezigheid van Paulus in Epheze, verscheen daar op het toneel een man met buitengewone kwaliteiten van geestelijk leiderschap. Iemand die een belangrijk aandeel zou nemen in het leven en dienen van de apostel.

De Schriften vertellen ons eerst, dat hij een Jood was uit Alexandrië. Deze achtergrond gaf hem reeds een geestelijk voordeel boven anderen. De Joden in Alexandrië legden meer nadruk op de Schriften dan op "de tradities der vaderen", waarvan hun wereldberoemde bibliotheek en school voor Bijbeluitleg getuigde. Speciaal ook door het feit, dat de eerste Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint, daar werd gemaakt.

Bovendien lezen we, dat Apollos "een welsprekend man was", en "machtig in de Schriften" (V.24). Daarbij was hij nauwkeurig "onderwezen (Lett., gecatechiseerd) in de weg des Heren" (V.25).

"De weg des Heren" slaat, zoals wij het verstaan, op de manier waarop Hij Zijn discipelen onderwees om te leven met het oog op de vestiging van Zijn koninkrijk, en de manier waarop zij werkelijk leefden na de komst van de Heilige Geest (Hand.2:42-47; 4:32-37). Paulus zelf was eens tot de hogepriesters gegaan om geschreven opdrachten tot de synagoges in Damascus, dat als hij enigen van "deze weg" zou vinden, ze gebonden naar Jeruzalem zou brengen (Hand.9:2), en later getuigt hij, dat hij "deze weg tot den dood vervolgd had" (Hand.22:4).

Apollos' welsprekendheid kwam destijds vanuit een achtergrond van grondige kennis van de Oud Testamentische Geschriften en een nauwkeurig begrip van "de weg des Heren". Wellicht is het grootste getuigenis tot het feit dat hij pijnlijk zorgvuldig was in zijn onderzoekingen, het vermelde in Vers 25, dat hij, "vurig van geest zijnde sprak en leerde naarstiglijk (Lett.,accuraat) de zaken des Heren".

Wat een combinatie! "Vurig van geest" en "welsprekend" - en met zoveel om dit te ondersteunen: een nauwkeurige kennis van de Oud Testamentische Geschriften en van "de weg des Heren",  samen met de gave van pijnlijke nauwkeurigheid, zowel in het studeren als in het onderrichten. Ongetwijfeld was Apollos één van de krachtigste en populairste sprekers van die dagen; iemand die bijna overal grote aantallen toehoorders kon trekken.

Toch wordt ons verteld, dat hij "alleen wist van de doop van Johannes" (V.25) i.c. hij wist niet, dat de Geest gekomen was (Zie Hand.1:5), en uiteraard kende hij niet de door Paulus geopenbaarde grotere waarheden. Hij was als Luther en Calvijn, machtig in de waarheid, zover als hij die kende.

Hier is een belangrijke les te leren voor elke Godsman. In de bibliotheek van de schrijver bevinden zich de werken van mannen zoals Luther, Calvijn, Ellicot, Moule, Howson, en Kitto; mannen die de grote waarheid van het geheimenis niet wisten, en niettemin nauwkeurig waren in hun studie van de Schriften, en kennelijk door God gebruikt. Wat was het geheim van hun kracht? Dat was hun hartstochtelijk verlangen om de waarheid te kennen en bekend te maken. Deze mannen, vanaf Luther, kwamen los van de donkere eeuwen - zoals wij vandaag nog steeds - en konden vele van de grote waarheden die sindsdien velen van ons zo duidelijk en dierbaar geworden zijn, niet zien. Maar met een ernstig verlangen naar de waarheid bestudeerden zij Gods Woord en deelden anderen het licht mee, dat zij, dikwijls ten koste van zeer veel, ontvingen.

Elke man Gods die hun voorbeeld volgt, zal ook machtig worden gebruikt, ondanks zijn beperkingen. Het is als ongeloof binnenkomt en licht wordt geweigerd, of wanneer, uit vrees of voorkeur, mannen niet oprecht staan voor de waarheid die zij hebben ontvangen, dat geestelijke kracht verloren gaat. Dit is het, waarom in deze dagen, nu de grote waarheid van "het geheimenis" opnieuw wordt ontdekt, zovelen die haar ontkennen, de kracht verliezen die eens hun bediening voor Christus begeleidde. Moge God hen helpen om de prijs te betalen om deze weer te vinden!

Hoe Apollos ertoe gekomen is "de doop van Johannes" en "de weg des Heren" te kennen, weten we niet. Waarschijnlijk had hij Palestina enige tijd eerder bezocht, of discipelen uit Palestina hadden hem in Egypte bereikt. In elk geval was hij zo vervuld met wat hij had geleerd, dat hij vrijmoedig erover "sprak en leerde", en nu "vrijmoedig begon te spreken in de synagoge" (V.25,26). Zo werd de plaats die Paulus had afgewezen, nu ingenomen door iemand die alleen wist van "de doop van Johannes".

Maar de grootste kwaliteiten van deze grote man, en ook van Aquila en Priscilla, zullen nog te voorschijn komen.

Toen het paar Apollos de eerste keer hoorde prediken, erkenden zij in hem natuurlijk een werkelijk groot leraar van het Woord, maar toen hij verder ging met leren, bemerkten zij, dat hij niet verder ging dan de doop van Johannes en de leringen van Christus op aarde.

In deze zaak, die voor hen een teleurstelling betekende, toonden zij hun fijn Christelijk karakter. Zij namen hem niet onderhanden wegens zijn beperkingen, of bekritiseerden hem bij anderen. Integendeel "zij namen hem tot zich", misschien nodigden zij hem voor diner of bezochten hem, en legden hem toen "de weg Gods bescheidenlijker uit" (V.26).

Het Griekse woord hier weergegeven als "bescheidenlijker" is te vergelijken met "meer toegewijd". Apollos had hier mensen gevonden die hem verder in de waarheid konden inleiden met dezelfde pijnlijke nauwkeurigheid die hijzelf getoond had, en daardoor kon waarderen.

Opgemerkt dient te worden, dat zoals hij was onderwezen in "de weg des Heren", ook Aquila en Priscilla hem nu verder leidden in "de weg van God (Gr. Theos)" (V.26). Zij konden Apollos nu de grote waarheden vertellen van het geheimenis, zoals zij die van Paulus gehoord hadden in zijn "evangelie van Gods genade". Zij konden hem de kruisiging, opstanding en hemelvaart tonen (waarover hij gehoord zou kunnen hebben) in het licht van die genade - alles in volkomen harmonie met de Oud Testamentische Geschriften, hoewel daarin niet als zodanig geleerd.

Het is waard op te merken, dat Apollos zijn progressieve, theologische training niet ontving op een cursus, of van één van de grote leiders van die dagen, maar van twee nederige tentenmakers, waarvan de één een vrouw was. Ook is dit niet het laatste wat wij horen van de dienst van dit voor Christus toegewijde paar, want later schrijft Paulus over hen, dat zij hun huis regelmatig open stelden voor geregelde gemeentesamenkomsten hier in Ephese (1Cor.16:8,19). En nog later schrijft hij over hen als "mijn medewerkers in Christus Jezus, die voor mijn leven hun hals gesteld hebben", en geeft aan, dat ook in Rome, in hun woning, de gemeentesamenkomsten werden gehouden (Rom.16:3-5). Voor hun heldhaftigheid en trouw, zegt de apostel, "dank niet alleen ik, maar ook al de gemeenten der heidenen (V.4). Wellicht zijn er maar weinigen onder ons, die gedacht hebben aan de dank die wij verschuldigd zijn aan mensen zoals Aquila en Priscilla.

Maar Apollos toonde ook zijn grote kwaliteiten in die tijd. Het is inspirerend om te denken aan de krachtige en populaire prediker, die zo ernstig onderwezen wil worden, dat hij met oprechte nederigheid aan de voeten zit van zijn gehoor - een tentenmaker en zijn vrouw. En dit is nog niet alles.

Apollos kon nu uiteraard teruggegaan zijn naar de synagoge om hun uit te leggen, dat hij tot hen had gepredikt zonder de volle kennis van de waarheid, en hebben kunnen beweren dat hij nu de weg des Heren precies wist. Maar dit zou ongetwijfeld alleen maar geleid hebben tot opwekking van twijfel bij zijn toehoorders, en zijn nuttigheid onder hen hebben teniet gedaan. Klaarblijkelijk aanvoelend dat Aquila en Priscilla beter het getuigenis in Ephese konden voortzetten, en met de wens te dienen, daar waar Paulus de grondslagen van de waarheden kort tevoren door hem geleerd, reeds had gelegd, dacht Apollos naar Achaje te gaan. Waarop "de broeders" de "voorschrijvingsbrief" schreven, als bedoeld in 2Cor.3:1. Het resultaat was, dat bij zijn komst in Corinthe, hij de Joden overtuigde met grote ernst in het openbaar, bewijzende door de Schriften, dat Jezus de Christus was (V.28).

En zo werd de ring van gebeurtenissen rond: Paulus had Aquila en Priscilla geholpen in Corinthe, zij hadden Apollos in Ephese geholpen en hij, op zijn beurt, helpt de broeders in Corinthe, door water te gieten op wat Paulus had geplant (1Cor.3:6).

Zoals echter te verwachten was, begonnen sommigen in Corinthe Apollos te prefereren boven Paulus. Zij waren het daarover eens, dat Apollos was gekomen, Paulus niet, met "voorschrijvingsbrieven" (2Cor.3:1).**/[i] Verder was Apollos een redenaar, terwijl Paulus dat niet was, want "zijn brieven", zeiden ze, "zijn wel gewichtig en krachtig, maar de tegen-woordigheid des lichaams is zwak en de rede is verachtelijk" (2Cor.10:10). Zo werd Apollos ongemerkt betrokken in scheiding en rivaliteit in de gemeente te Corinthe. De ene partij beroemde zich op hem, een andere op Paulus. Er waren er nog meer, maar het was hoofdzakelijk Apollos, want na vier oorzaken van zulke scheidingen genoemd te hebben (1Cor.1:12), spreekt Paulus hoofdzakelijk over zijn eigen en Apollos' betrokkenheid bij de zaak (1Cor.1:13; 3:4-6). Maar noch Paulus, noch Apollos, zagen deze partijgeest bij de Corinthiërs door de vingers, nog minder koesterden zij die. Het is inderdaad treffend om de nederigheid van deze twee grote mannen te zien, en het onderlinge respect voor elkander.

In latere berichten aan de Corinthiërs hierover, vraagt Paulus niet: "Werd Apollos voor u gekruisigd? of werden jullie gedoopt in de naam van Apollos?" Hij maakt liever zichzelf klein en vraagt: "Werd Paulus voor u gekruisigd? of werd gij gedoopt in de naam van Paulus?" (1Cor.1:13). Zo'n vertrouwen had Paulus in Apollos, dat hij hem sterk drong om naar Corinthe terug te keren, juist op het moment dat de rivaliteit zo groot was.

En zoveel achting had Apollos voor Paulus, dat hij ondanks Paulus' aandringen, niet wilde gaan. Of zoals Paulus het zegt: "En wat aangaat Apollos, de broeder, ik heb hem zeer gebeden tot u te komen...maar het was ganselijk zijn wil niet, dat hij nu zou komen..." (1Kor.16:12).

Kennelijk bracht de ervaring van deze twee grote mannen van God hen dichter bij elkaar, want in Titus 3:13 schrijft de apostel zeer dringend over Apollos met betrekking tot een aanstaand bezoek, er op te letten dat hij goed wordt verzorgd en in niets tekort zal komen.


[i].**/Voetnoot: Daarbij vergetend dat zij zelf Paulus' aanbevelingsbrief waren. (V.2,3).

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011