H
O O F D S T U K XXXIII - HAND.
18:23-28
PAULUS BEGINT ZIJN DERDE
APOSTELREIS
ZIJN DERDE VERTREK UIT ANTIOCHIE
"En
als hij daar enige tijd geweest was, ging hij weg, en doorreisde vervolgens het
land van Galatië en Frygië, versterkende de discipelen."
- Hand. 18:23.
Zoals
we opgemerkt hebben, had de Koninkrijk-Kerk uit eerste Handelingen, haar
hoofdkwartier in Jeruzalem, waar Messias zou regeren (Jes.24:23) met Zijn twaalf
apostelen (Matt.19:28) en van waaruit de wet zou uitgaan tot Zijn gehele domein
(Jes.2:2,3).
De
Kerk van Rome echter, welke leert dat de Kerk van vandaag (zij zelf) Messias'
koninkrijk is, heeft als een scheidsrechter de hoofdstad veranderd van Jeruzalem
naar Rome, van waaruit haar hiërarchie de politiek en haar praktijken
dicteert aan al haar onderdanen over de gehele wereld. Dit, terwijl reeksen van
duidelijke teksten uit het Woord van God aangeven, dat de Kerk, welke is het Koninkrijk
van Christus, haar residentie had - en zal hebben - in Jeruzalem, en dat
"de Gemeente, welke is Zijn Lichaam", geen hoofdkwartier op
aarde heeft. Haar hoofdkwartieren zijn in de hemel, waar haar
Hoofd is (Eph.1:22,23; Phil.3:20).
Het
is droevig te moeten zeggen, dat veel van het Protestantisme nog steeds Rome
volgt in haar leer, dat de Kerk van deze bedeling het koninkrijk van
Christus is, en dat het begon met Pinksteren of eerder, toen de
koninkrijksboodschap werd verkondigd door de twaalf apostelen. Geen wonder, dat
de verschillende denominaties hun eigen hiërarchiën hebben om de zaken van hun
leden, dichtbij en ver, te "besturen". Geen wonder, dat de opening van
de waarheid, bijna net zoveel verhinderd is geworden door het Protestants
politieke samenstel, als door Romeins godsdienstig dictatorschap.
Wij
benadrukken dit hier, omdat sommigen Syrisch Antiochië het hoofdkwartier
van de vroege Heidenkerk genoemd hebben. Dit is een vergissing, want er is
nergens een aanwijzing dat een Christelijke hiërarchie ooit vanuit Antiochië
werd bestuurd. Paulus' meest prominente medewerkers (behalve Barnabas) worden
bijna overal gevonden, maar buiten Antiochië.
Toch
heeft de Geest, als om de nadruk te leggen op het feit, dat Paulus niet geassocieerd
was met de twaalven in hun koninkrijk-bediening, aangewezen dat alle drie de
apostolische reizen van Paulus begonnen vanuit Antiochië, de stad waar
Barnabas hem het eerst heengebracht had om te dienen onder de heidenen.
Zo
was het, dat de apostel, na "enige tijd" in Antiochië besteed te
hebben, "weg ging, en vervolgens het land van Galatië en Frygië
doorreisde, versterkende al de discipelen" (V.23).
Dean
Howson is er zeker van, dat op een reis van Syrisch Antiochië naar Ephese,
Paulus de meeste, zo niet alle gemeenten die hij gegrondvest en gediend had, en
niet alleen die in Galatië en Frygië, opnieuw bezocht heeft. Het kan echter
zijn, dat de gemeenten in deze twee provincies een speciale aandacht nodig
hadden, en dat hij verlangend was naar Epheze terug te keren om zijn belofte na
te komen. De gemeenten van Syrië, Cilicië, Lycaonië, Pamfilië en Pisidië
waren reeds tweemaal bezocht.In elk geval zullen er veel ontroerende ogenblikken
geweest zijn, toen de apostel weer verscheen onder zijn vrienden, die hij had
gewonnen voor Christus en nu in hun geloof versterkte.
APOLLOS
TE EPHESE EN CORINTHE
"En
een zeker Jood, met name Apollos, van geboorte een Alexandrijn, een welsprekend
man, kwam te Ephese, machtig zijnde in de Schriften.
"Deze
was in de weg des Heren onderwezen; en vurig zijnde van geest, sprak hij en
leerde naarstiglijk de zaken des Heren, wetende alleenlijk de doop van Johannes.
"En
deze begon vrijmoediglijk te spreken in de synagoge. En als hem Aquila en
Priscilla gehoord hadden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg Gods
bescheidenlijker uit.
"En
als hij wilde naar Achaje reizen, de broeders, hem vermaand hebbende, schreven
aan de discipelen, dat zij hem ontvangen zouden; welke daar gekomen zijnde,
heeft veel toegebracht aan degenen
die geloofden door de genade.
"Want
hij overtuigde de Joden met grote ernst in het openbaar, bewijzende door de
Schriften, dat Jezus de Christus was."
Hand.18:24-28
Gedurende
de afwezigheid van Paulus in Epheze, verscheen daar op het toneel een man met
buitengewone kwaliteiten van geestelijk leiderschap. Iemand die een belangrijk
aandeel zou nemen in het leven en dienen van de apostel.
De
Schriften vertellen ons eerst, dat hij een Jood was uit Alexandrië. Deze
achtergrond gaf hem reeds een geestelijk voordeel boven anderen. De Joden in
Alexandrië legden meer nadruk op de Schriften dan op "de tradities der
vaderen", waarvan hun wereldberoemde bibliotheek en school voor
Bijbeluitleg getuigde. Speciaal ook door het feit, dat de eerste Griekse
vertaling van het Oude Testament, de Septuagint, daar werd gemaakt.
Bovendien
lezen we, dat Apollos "een welsprekend man was", en "machtig
in de Schriften" (V.24). Daarbij was hij nauwkeurig "onderwezen
(Lett., gecatechiseerd) in de weg des Heren" (V.25).
"De
weg des Heren"
slaat, zoals wij het verstaan, op de manier waarop Hij Zijn discipelen
onderwees om te leven met het oog op de vestiging van Zijn koninkrijk, en de
manier waarop zij werkelijk leefden na de komst van de Heilige Geest
(Hand.2:42-47; 4:32-37). Paulus zelf was eens tot de hogepriesters gegaan om
geschreven opdrachten tot de synagoges in Damascus, dat als hij enigen van "deze
weg" zou vinden, ze gebonden naar Jeruzalem zou brengen (Hand.9:2), en
later getuigt hij, dat hij "deze weg tot den dood vervolgd
had" (Hand.22:4).
Apollos'
welsprekendheid kwam destijds vanuit een achtergrond van grondige kennis van de
Oud Testamentische Geschriften en een nauwkeurig begrip van "de weg des
Heren". Wellicht is het grootste getuigenis tot het feit dat hij pijnlijk zorgvuldig
was in zijn onderzoekingen, het vermelde in Vers 25, dat hij, "vurig
van geest zijnde sprak en leerde naarstiglijk (Lett.,accuraat) de
zaken des Heren".
Wat
een combinatie! "Vurig van geest" en "welsprekend" - en met
zoveel om dit te ondersteunen: een nauwkeurige kennis van de Oud Testamentische
Geschriften en van "de weg des Heren",
samen met de gave van pijnlijke nauwkeurigheid, zowel in het
studeren als in het onderrichten. Ongetwijfeld was Apollos één van de
krachtigste en populairste sprekers van die dagen; iemand die bijna overal grote
aantallen toehoorders kon trekken.
Toch
wordt ons verteld, dat hij "alleen wist van de doop van Johannes"
(V.25) i.c. hij wist niet, dat de Geest gekomen was (Zie Hand.1:5), en uiteraard
kende hij niet de door Paulus geopenbaarde grotere waarheden. Hij was als Luther
en Calvijn, machtig in de waarheid, zover als hij die kende.
Hier
is een belangrijke les te leren voor elke Godsman. In de bibliotheek van de
schrijver bevinden zich de werken van mannen zoals Luther, Calvijn, Ellicot,
Moule, Howson, en Kitto; mannen die de grote waarheid van het geheimenis niet
wisten, en niettemin nauwkeurig waren in hun studie van de Schriften, en
kennelijk door God gebruikt. Wat was het geheim van hun kracht? Dat was hun
hartstochtelijk verlangen om de waarheid te kennen en bekend te maken. Deze
mannen, vanaf Luther, kwamen los van de donkere eeuwen - zoals wij vandaag nog
steeds - en konden vele van de grote waarheden die sindsdien velen van ons zo
duidelijk en dierbaar geworden zijn, niet zien. Maar met een ernstig verlangen
naar de waarheid bestudeerden zij Gods Woord en deelden anderen het licht
mee, dat zij, dikwijls ten koste van zeer veel, ontvingen.
Elke
man Gods die hun voorbeeld volgt, zal ook machtig worden gebruikt, ondanks zijn
beperkingen. Het is als ongeloof binnenkomt en licht wordt geweigerd, of
wanneer, uit vrees of voorkeur, mannen niet oprecht staan voor de waarheid die
zij hebben ontvangen, dat geestelijke kracht verloren gaat. Dit is het, waarom
in deze dagen, nu de grote waarheid van "het geheimenis" opnieuw wordt
ontdekt, zovelen die haar ontkennen, de kracht verliezen die eens hun bediening
voor Christus begeleidde. Moge God hen helpen om de prijs te betalen om deze
weer te vinden!
Hoe
Apollos ertoe gekomen is "de doop van Johannes" en "de weg des
Heren" te kennen, weten we niet. Waarschijnlijk had hij Palestina enige
tijd eerder bezocht, of discipelen uit Palestina hadden hem in Egypte bereikt.
In elk geval was hij zo vervuld met wat hij had geleerd, dat hij vrijmoedig
erover "sprak en leerde", en nu "vrijmoedig begon te spreken in
de synagoge" (V.25,26). Zo werd de plaats die Paulus had afgewezen, nu
ingenomen door iemand die alleen wist van "de doop van Johannes".
Maar
de grootste kwaliteiten van deze grote man, en ook van Aquila en Priscilla,
zullen nog te voorschijn komen.
Toen
het paar Apollos de eerste keer hoorde prediken, erkenden zij in hem natuurlijk
een werkelijk groot leraar van het Woord, maar toen hij verder ging met leren,
bemerkten zij, dat hij niet verder ging dan de doop van Johannes en de leringen
van Christus op aarde.
In
deze zaak, die voor hen een teleurstelling betekende, toonden zij hun fijn
Christelijk karakter. Zij namen hem niet onderhanden wegens zijn beperkingen, of
bekritiseerden hem bij anderen. Integendeel "zij namen hem tot
zich", misschien nodigden zij hem voor diner of bezochten hem, en
legden hem toen "de weg Gods bescheidenlijker uit" (V.26).
Het
Griekse woord hier weergegeven als "bescheidenlijker" is te
vergelijken met "meer toegewijd". Apollos had hier
mensen gevonden die hem verder in de waarheid konden inleiden met dezelfde
pijnlijke nauwkeurigheid die hijzelf getoond had, en daardoor kon waarderen.
Opgemerkt
dient te worden, dat zoals hij was onderwezen in "de weg des Heren",
ook Aquila en Priscilla hem nu verder leidden in "de weg van God (Gr.
Theos)" (V.26). Zij konden Apollos nu de grote waarheden vertellen
van het geheimenis, zoals zij die van Paulus gehoord hadden in zijn
"evangelie van Gods genade". Zij konden hem de kruisiging, opstanding
en hemelvaart tonen (waarover hij gehoord zou kunnen hebben) in het
licht van die genade - alles in volkomen harmonie met de Oud Testamentische
Geschriften, hoewel daarin niet als zodanig geleerd.
Het
is waard op te merken, dat Apollos zijn progressieve, theologische training niet
ontving op een cursus, of van één van de grote leiders van die dagen, maar van
twee nederige tentenmakers, waarvan de één een vrouw was. Ook is dit niet het
laatste wat wij horen van de dienst van dit voor Christus toegewijde paar, want
later schrijft Paulus over hen, dat zij hun huis regelmatig open stelden voor
geregelde gemeentesamenkomsten hier in Ephese (1Cor.16:8,19). En nog later
schrijft hij over hen als "mijn medewerkers in Christus Jezus, die voor
mijn leven hun hals gesteld hebben", en geeft aan, dat ook in
Rome, in hun woning, de gemeentesamenkomsten werden gehouden (Rom.16:3-5). Voor
hun heldhaftigheid en trouw, zegt de apostel, "dank niet alleen ik, maar
ook al de gemeenten der heidenen (V.4). Wellicht zijn er maar weinigen onder
ons, die gedacht hebben aan de dank die wij verschuldigd zijn aan mensen zoals
Aquila en Priscilla.
Maar
Apollos toonde ook zijn grote kwaliteiten in die tijd. Het is inspirerend om te
denken aan de krachtige en populaire prediker, die zo ernstig onderwezen wil
worden, dat hij met oprechte nederigheid aan de voeten zit van zijn gehoor - een
tentenmaker en zijn vrouw. En dit is nog niet alles.
Apollos
kon nu uiteraard teruggegaan zijn naar de synagoge om hun uit te leggen, dat hij
tot hen had gepredikt zonder de volle kennis van de waarheid, en hebben kunnen
beweren dat hij nu de weg des Heren precies wist. Maar dit zou ongetwijfeld
alleen maar geleid hebben tot opwekking van twijfel bij zijn toehoorders, en
zijn nuttigheid onder hen hebben teniet gedaan. Klaarblijkelijk aanvoelend dat
Aquila en Priscilla beter het getuigenis in Ephese konden voortzetten, en met de
wens te dienen, daar waar Paulus de grondslagen van de waarheden kort tevoren
door hem geleerd, reeds had gelegd, dacht Apollos naar Achaje te gaan. Waarop
"de broeders" de "voorschrijvingsbrief" schreven, als
bedoeld in 2Cor.3:1. Het resultaat was, dat bij zijn komst in Corinthe, hij
de Joden overtuigde met grote ernst in het openbaar, bewijzende door de
Schriften, dat Jezus de Christus was (V.28).
En
zo werd de ring van gebeurtenissen rond: Paulus had Aquila en Priscilla geholpen
in Corinthe, zij hadden Apollos in Ephese geholpen en hij, op zijn
beurt, helpt de broeders in Corinthe, door water te gieten op wat Paulus had
geplant (1Cor.3:6).
Zoals
echter te verwachten was, begonnen sommigen in Corinthe Apollos te prefereren
boven Paulus. Zij waren het daarover eens, dat Apollos was gekomen, Paulus niet,
met "voorschrijvingsbrieven" (2Cor.3:1).**/[i]
Verder was Apollos een redenaar, terwijl Paulus dat niet was, want "zijn
brieven", zeiden ze, "zijn wel gewichtig en krachtig,
maar de tegen-woordigheid des lichaams is zwak en de rede is verachtelijk" (2Cor.10:10).
Zo werd Apollos ongemerkt betrokken in scheiding en rivaliteit in de gemeente te
Corinthe. De ene partij beroemde zich op hem, een andere op Paulus. Er waren er
nog meer, maar het was hoofdzakelijk Apollos, want na vier oorzaken van zulke
scheidingen genoemd te hebben (1Cor.1:12), spreekt Paulus hoofdzakelijk over
zijn eigen en Apollos' betrokkenheid bij de zaak (1Cor.1:13; 3:4-6). Maar noch
Paulus, noch Apollos, zagen deze partijgeest bij de Corinthiërs door de
vingers, nog minder koesterden zij die. Het is inderdaad treffend om de
nederigheid van deze twee grote mannen te zien, en het onderlinge respect voor
elkander.
In
latere berichten aan de Corinthiërs hierover, vraagt Paulus niet: "Werd Apollos
voor u gekruisigd? of werden jullie gedoopt in de naam van Apollos?"
Hij maakt liever zichzelf klein en vraagt: "Werd Paulus voor
u gekruisigd? of werd gij gedoopt in de naam van Paulus?"
(1Cor.1:13). Zo'n vertrouwen had Paulus in Apollos, dat hij hem sterk drong om
naar Corinthe terug te keren, juist op het moment dat de rivaliteit zo groot
was.
En
zoveel achting had Apollos voor Paulus, dat hij ondanks Paulus' aandringen, niet
wilde gaan. Of zoals Paulus het zegt: "En wat aangaat Apollos, de
broeder, ik heb hem zeer gebeden tot u te komen...maar het was ganselijk zijn
wil niet, dat hij nu zou komen..." (1Kor.16:12).
Kennelijk
bracht de ervaring van deze twee grote mannen van God hen dichter bij elkaar,
want in Titus 3:13 schrijft de apostel zeer dringend over Apollos met betrekking
tot een aanstaand bezoek, er op te letten dat hij goed wordt verzorgd en in
niets tekort zal komen.
[i].**/Voetnoot: Daarbij vergetend
dat zij zelf Paulus' aanbevelingsbrief waren. (V.2,3).
|