De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 
 

H O O F D S T U K  XXVI

MEER ONRUST IN ANTIOCHIE

DE FOUT VAN PETRUS

   

Men moet echter niet veronderstellen, dat de gemeenschap met de Kerk te Jeruzalem, hoe ook bevestigd door betrouwbare getuigen, volledige en blijvende vrede gebracht had te Antiochië vanuit de moeilijkheden, die de Judaisten daar hadden verwekt. De invloed van de Judaisten was nog lange tijd te bemerken. Wij bemerken dat vandaag nog.

Het is ongetwijfeld op dit punt in de historie van Handelingen, dat we Petrus' bezoek aan Antiochië moeten plaatsen, en zijn scherpe berisping door Paulus. Deze vond immers plaats na de Raadsvergadering te Jeruzalem, maar vóór de scheiding tussen Paulus en Barnabas. Het verslag van dit incident wordt ons gegeven in de brief van Paulus aan de Galaten: "En toen Petrus te Antiochië gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht, omdat hij te bestraffen was.

"Want eer sommigen van Jakobus gekomen waren, at hij mede met de heidenen; maar toen zij gekomen waren, onttrok hij zich en scheidde zichzelven af, vrezende degenen die uit de besnijdenis waren. "En ook de andere Joden veinsden met hem; alzo dat ook Barnabas mede afgetrokken werd door hun veinzing. "Maar als ik zag, dat zij niet recht wandelden naar de waarheid des Evangelies, zeide ik tot Petrus in aller tegenwoordigheid: Indien gij, die een Jood zijt, naar heidense wijze leeft, en niet naar Joodse wijze, waarom noodzaakt gij de heidenen naar Joodse wijze te leven?" (Gal.2:11-14).

Dit was de twede keer dat Petrus in moeilijkheden kwam over de kwestie van de heidenen. Er is een belangrijk verband tussen dit incident te Antiochië, en het voorafgaande te Jeruzalem.

Jeruzalem was het hoofdkwartier van de Joodse Kerk. Antiochië was dat (op aarde) van de Heidense Kerk. Toen Petrus naar Jeruzalem terugkeerde, na de dienst bij Cornelius, "twistten tegen hem degenen die uit de besnijdenis waren" (Hand.11:2). Toen hij later naar Antiochië kwam, "wederstond hem Paulus in het aangezicht" (Gal.2:11). In Jeruzalem werd hem rekenschap gevraagd wegens eten met de heidenen (Hand.11:3). In Antiochië werd hij berispt, omdat hij ophield met de heidenen te eten (Gal.2:12). In Jeruzalem verdedigde hij terecht zijn daad (Hand.11:4). In Antiochië kon hij zich niet verdedigen (Gal.2:11-18).

Er was in Jeruzalem vanzelfsprekend een hevige interesse in de ontwikkelingen onder de heidenen. Het was kort na het convent in Jeruzalem, dat Petrus naar Antiochië reisde om daar zelf de gemeente te bezoeken. Het moet een verdere vervulling van het "laken"-visioen hebben geschenen, om daar te zitten en te eten met deze heidenen, en ten volle zich in hun gemeenschap te verblijden. Maar toen gebeurde er iets. Er werd gemeld, dat "sommigen van Jakobus" waren aangekomen.

Nauwelijks was deze aankondiging gedaan, of de scheiding begon onder hen, die zich zo juist in elkanders gemeenschap hadden verheugd. Allereerst "onttrok Petrus zich en scheidde zichzelven af, vrezende degenen die uit de besnijdenis waren" (Gal.2:12).*/[i] Dit was vanzelf niet alleen lafhartig, maar hypocriet, want als Petrus' gemeenschap met de heidenen daarvoor in orde was, waarom was het dan nu verkeerd? Als resultaat van Petrus' daad "veinsden de andere Joden met hem; alzo dat ook Barnabas mede afgetrokken werd door hun veinzing" (Gal.2:13).

Het moet voor Paulus hartverscheurend geweest zijn, te zien dat zelfs Barnabas hem verliet. Het was Barnabas die hem voor het eerst tot de apostelen gebracht had, toen zij bang voor hem geweest waren (Hand.9:26,27).

_________

*/voetnoot: Wat een invloed moeten Jakobus en zijn partij hebben uitgeoefend, om in staat te zijn om zelfs het hoofd van de apostelen op deze manier te intimideren!

Het waren hij en Barnabas samen, die onder Gods leiding, zoveel onder de heidenen tot stand gebracht hadden (Hand.14:27; 15:3). En hoe Barnabas met hem gestaan had tegen de indringende Judaisten! In Hand.15:2 lezen we, dat tegen Paulus en Barnabas "geen kleine weerstand en twisting" geschiedde", en dat als resultaat, de gemeente in Antiochië besloten had, dat Paulus en Barnabas, en zekere anderen, met deze zaak naar Jeruzalem zouden gaan. In de Raad te Jeruzalem had Barnabas klaarblijkelijk zonder wankelen naast Paulus gestaan, want Paulus' "wij hebben ook niet een uur geweken" volgt op de verklaring: "Ik ben naar Jeruzalem opgegaan met Barnabas (Gal.2:1,5). En wat de resultaten van de Raad betreft, zegt de apostel: "Zij gaven mij en Barnabas de rechterhand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan" (Gal.2:9).

Maar nu was zelfs Barnabas, Petrus in zijn lafhartige en hypocritische afscheiding van de heidenen gevolgd, en als resultaat "wederstond" Paulus nu Petrus "in het aangezicht", en berispte hem "in aller tegenwoordigheid" (Gal.2:11,14).

WIE WAS DE ONRUSTSTOKER?

Hier mag wel de vraag worden gesteld: Was Paulus niet meer onrust aan het stoken in de vergadering, dan Petrus en de anderen zullen hebben gedaan met hun terugtrekking? Zeker zullen de emoties hoog zijn opgelaaid, en relaties onder spanning gebracht, toen Paulus openlijk de grote apostel van Jeruzalem berispte. Had Paulus de waardigheid van Petrus' positie uit het oog verloren; dat Petrus door de Here Zelf was aangewezen als hoofd van de twaalf apostelen; dat hij was gebruikt om duizenden tot Christus te leiden, zelfs vóór dat hij gered was? Bracht hij in praktijk wat hij predikte en later schreef, dat gelovigen zouden wandelen "Met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde; "U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes" (Eph.4:2,3).

Was hij de onruststoker in Antiochië? Nee, want de oorzaak van de onrust lag veel dieper dan aan de oppervlakte scheen.

God had de "middelmuur des afscheidsels" tussen Jood en heiden afgebroken, en van de apostelen te Jeruzalem wist niemand dit beter dan Petrus. Hem werd, in een visioen van God, getoond dat hij kon en zou eten met hen, en had geholpen in Paulus' zaak in het dispuut in het Jeruzalem-convent, door de Judaisten hieraan te herinneren en te verklaren:

"En God, de Kenner der harten, heeft hun getuigenis gegeven, hun gevende den Heiligen Geest gelijk ook aan ons; "EN HEEFT GEEN ONDERSCHEID GEMAAKT TUSSEN ONS EN HEN, GEREINIGD HEBBENDE HUN HARTEN DOOR HET GELOOF (Hand.15:8,9).

Petrus had toen geweten, en getuigd tot de eenheid van Joodse en heidense gelovigen in Christus, maar nu trok hij zich terug van de heidenen - en deed het hypocritisch, uit vrees voor de partij van Jakobus. Hij zou zo hebben kunnen doen op de vriendelijkste wijze, met veel verontschuldigingen, en verklaringen aan de heidenen, maar het feit bleef bestaan, dat hij scheiding bracht onder gelovigen. Ook was dit niet zomaar een plaatselijk geval. Het was een verwerping van het besluit van de Raad en van Gods geopenbaarde wil. Wat, als Paulus niet gesproken had. Zie wat reeds plaats vond! Als Paulus zich niet vrijmoedig, luid, uitgesproken had, zou daar een verdeeldheid zijn begonnen, die tot een onherstelbare breuk tussen Joden en heidense gelovigen zou leiden, en de waarheid van het "één lichaam"*/[ii] tot niets gebracht zou hebben.

In zo'n geval zou zwijgen niet geholpen hebben om de eenheid van de Geest te bewaren, maar om deze te verbreken. Hoewel Petrus zichzelf zou kunnen hebben verontschuldigd, en ofschoon Paulus' openlijke berisping onvriendelijk scheen, was het Petrus die de scheiding veroorzaakte, en Paulus die trachtte de eenheid des Geestes te bewaren.

*/voetnoot: Omdat de analogie van het "lichaam" nog niet door Paulus werd gebruikt, en, veelbetekenend, niet is gebruikt in de Handelingen, waren Joodse en heidense gelovigen feitelijk één lichaam in Christus. In Handelingen is nadruk gelegd op het terzijde stellen van Israel, en het afbreken van de middelmuur der afscheiding.

Er is hier voor ons een les voor vandaag. De belijdende Kerk, omdat zij groot is in aantallen, valt voor onze ogen in elkaar. Omdat God zegt: "Er is één lichaam", zijn er honderden denominaties, alleen al in de U.S.A. In het ene geval na het andere, "trekken gelovigen zich terug en scheiden zich af" van andere gelovigen. In het ene geval na het andere, zijn grote, geestelijke mannen, als Barnabas, meegetrokken. Niettemin is het verkeerd geweest.

Wat moet dan onze houding zijn? Als wij vrijuit spreken, zullen sommigen ons eraan herinneren, dat we moeten trachten de eenheid van de Geest te bewaren. Maar laat ons wel in gedachten houden, dat zwijgen, ziende op de tegenwoordige scheidingen, net zo verkeerd zou zijn, als de scheidingen zelf, als we waarlijk geloven dat we één moeten zijn. Dit geldt temeer, als we de remedie voor de scheiding kennen, de zevenvoudige basis voor onze eenheid in Christus (Eph.4:4-6).

Bij het incident in Antiochië was Petrus, niet Paulus, "te bestraffen" (Gal.2:11). Hij was schuldig geweest aan "veinzing", en had "niet oprecht gewandeld" (V.13,14). Hij had "zichzelf tot overtreder gesteld" in zijn poging om de barrière weer op te bouwen, die hijzelf had helpen afbreken (V.18).

hebben, realiseerde hij zich aldoor dat, als Paulus niet was toegesprongen om hem, toen hij struikelde, te ondersteunen, hij velen in zijn val zou hebben meegetrokken.

Zo verwerkte Petrus niet alleen de berisping, maar de laatste persoon, die hij noemt in zijn brieven over de verwachting van de Here Jezus, is onze geliefde broeder Paulus (2Petr.3:15).

Dat de bedeling van genade steeds helderder werd, wordt getoond in Paulus' positie t.o.v. Petrus in hun drie beschreven ontmoetingen tot zover. Bij de eerste leerde Paulus Petrus kennen bij zijn roeping en opdracht (Gal.1:18). Bij de twede ontving hij zijn openbare erkenning (Gal.2:19). Bij de derde berispte hij hem als zijn superieur (Gal.2:14).     

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011