|
I
N L E I D I N G
DE BELANGRIJKHEID VAN HET
BOEK HANDELINGEN
Bijna een eeuw geleden zei Dean J.S.Howson, "een welsprekend man en
onderlegd in de
Schriften", iemand aan wie wij allen, door God, veel
verschuldigd zijn*/:
"Ik betwijfel of de bijzondere betekenis van dit Boek Handelingen der Apostelen ooit ten volle gewaardeerd, of
aangevoeld is, zoals het behoort" (Hulsean Lectures for 1862, P.221).
Dean Howson ging nog verder dan dit, en zei:
"Een zorgvuldig onderzoek leidt ons ertoe om aan de Handelingen der
Apostelen te denken als de sluitsteen van de Nieuw-Testamentische boog..."
(Ibid.P.224).
Onze tegenwoordige generatie van Bijbelstudenten zou er goed aan doen om
deze woorden te onthouden, en zich te verdiepen in een ernstige en aandachtige
herbestudering van het boek Handelingen, want een juiste interpretatie van de
Handelingen der Apostelen is noodzakelijk tot een helder verstaan van God's
eeuwig doel en Zijn boodschap en programma voor de huidige bedeling. Zeker is
dit een vereiste, om de verheven waarheden in de Paulinische brieven te kunnen
waarderen
DE GEBRUIKELIJKE UITLEGGING
VAN HANDELINGEN
Bijna alle schrijvers over Handelingen hebben beweerd, zonder de minste
grond, dat het zou zijn het getuigenis van de geboorte en de groei van de Kerk
van deze bedeling; dat we in Handelingen de leer en de praktijk van de Kerk
vinden, in haar eerste en zuiverste vorm; dat het het geestelijke
geschiedenisboek is, dat inspirerende voorbeelden bevat van datgene wat wij zouden
mogen doen, als we maar het geloof zouden bezitten van de eerste gelovigen.
We citeren uit een toonaangevend boekdeel:
"Het Boek Handelingen is de geschiedenis van de Christenheid in de
eerste dagen...God heeft ons in het boek Handelingen een voorbeeld gegeven van
Christelijk getuigenis, zendingsactiviteiten, wereldevangelisatie en stichting
van Christelijke kerken - een model wat goed is ter navolging. Wij kunnen
hiervan verzekerd zijn; hoe meer we komen tot het ordenen van alle dingen
overeenkomstig dit heilig voorbeeld, des te groter zegen zal onze activiteit
ontvangen" (Lectures on the Book of Acts, P.10.).
/ Voetnoot: Speciaal voor zijn aandeel
in het standaardwerk: Het Leven en de Brieven van Paulus.
Deze woorden werden geschreven door iemand die ongetwijfeld de
populairste Fundamentalistische Bijbelleraar van de laatste tijden was, en geven
een indruk van het inzicht van de meerderheid van de hedendaagse gelovigen.
Maar toch is dit zicht op Handelingen, in het licht van Gods Woord, een
dwaling, - niet alleen in bepaalde details, maar fundamenteel en essentieel -
en is een grote oorzaak van de verwarring die de Kerk in onze tijd heeft
aangegrepen.
De eerlijke Bijbelstudent zal moeten toegeven dat Handelingen vele
problemen oproept, speciaal omdat het boek van een doorgaand karakter is. Maar
de problemen worden nog groter en bijna onmogelijk, door de theorie dat dit boek
het getuigenis zou zijn van de geboorte en groei van de hedendaagse Kerk.
WAAR DE
GEBRUIKELIJKE UITLEG FAALT
Als het Boek Handelingen waarlijk bevat, "een model van
Christelijk getuigenis, zendingsactiviteiten, wereldevangelisatie, en opbouw van
Christelijke kerken - een model dat dient te worden nagestreefd",
waarom volgt dan niemand "dit heilig model"? Een reden daarvoor is,
dat niemand dat ook kan. God heeft gegeven dat dit onmogelijk is, en alle
pogingen om Handelingen te gebruiken als een model, eindigen in verwarring en
frustratie.
Allereerst brengt Handelingen een veranderend programma. De auteur
van Lectures on the Book of Acts zelf, noemt het "een boek van
doorgang", i.c., van doorgang van het verleden naar het heden. Hoe kunnen
we dat dan gebruiken als een model voor onze hedendaagse praktijk? Hoe
kunnen we een model volgen dat blijft veranderen?
Welke boodschap, bijvoorbeeld, moeten we prediken? Moeten we
mensen oproepen tot "bekering en doop...tot vergeving van zonde" en
hen de terugkeer van de Messias en de vestiging van Zijn koninkrijk aanbieden,
zoals Petrus deed (2:38; 3:19-21), of moeten we de boodschap die Paulus later
"van de Here Jezus ontving": "het evangelie van God's
genade" verkondigen? (20:24). De Kerk, die over het algemeen
Handelingen als een model gebruikt, predikt een verwarde vermenging van beide.
Zeker zal niemand kunnen prdediken wat Petrus predikte in Handelingen 2 en 3, en
tegelijk duidelijk de heerlijke waarheden uit Romeinen, Epheziërs en
Colossenzen verkondigen.
En waar, en tot wie, zullen wij prediken?
Moeten we onze bediening beginnen in Jeruzalem, zoals de twaalven deden onder
hun "grote opdracht" (Luk.24:47; Hand.1:8), of zullen we met Paulus
"ver tot de heidenen" gaan? (22:21). Zullen wij "alleen tot de
Joden" gaan zoals de volgelingen van Christus deden in de eerste
Handelingen (11:19) of zullen we met Paulus zeggen: "Uw bloed zij op uw
hoofd...ik zal tot de heidenen gaan"? (18:6). Het is klaarblijkelijk
ons doel, om ten eerste de Joden te bereiken, waarvan we grotere aantallen van
hen vinden in New York, Chicago en San Francisco, dan in Jeruzalem.
En welk economisch programma moeten we volgen? Zullen we het model
van Hand.2 en 4 volgen en afzien van sparen, en "alle dingen
gemeenschappelijk" hebben, of zullen we onze privébezittingen behouden
en hiervan aan het werk van de Here geven "een ieder naar zijn
vermogen", zoals de gelovigen deden onder Paulus in Hand.11:29? En als
we het model van Hand.2 en 4 volgen, zullen we er dan zeker van zijn dat ons niets
zal ontbreken (4:34), of zullen we eindigen als "de arme heiligen te
Jeruzalem"? (Rom.15:26).
En wederom, als we Handelingen zouden kunnen gebruiken als model
en getrouw uitvoeren, zouden we dan goddelijke tussenkomst bij vervolging mogen
verwachten, of niet? Zouden we mogen uitzien naar bevrijding door engelen, zoals
de twaalven, of zullen wij ons in de gevangenis kunnen bevinden, overgeleverd
aan de dood, verlaten van mensen en ogenschijnlijk zelfs van God, net als
Paulus?
Dit brengt ons tot nog een reden waarom wij het Boek Handelingen niet
kunnen volgen als model. Toen Israel haar afwijzing van de opgestane,
verheerlijkte Christus bezegelde, trok God de gaven van wonderwerken, geschonken
op Pinksteren, terug, zoals de brieven van Paulus duidelijk aangeven (Rom.8:22,23;
1Cor.13:8,13; 2Cor.4:16; 5:2; Phil.2:26,27; 1Tim.5:23; etc.). Onze
Pinkstervrienden mogen beweren dat zij deze krachten nog steeds bezitten, maar
de praktijk is niet erg overtuigend. Zulke woorden zoals wij aanhaalden uit Lectures
on the Book of Acts echter, hebben bewezen een grote aanmoediging te zijn
voor de Pinksterbeweging - en dat terwijl de auteur hiervan zelf, de
Pinksterbeweging als een Satanische dwaling beschouwt!
Het is onmogelijk het Boek Handelingen als model te
gebruiken, maar in het vergeefs proberen om "alle dingen te ordenen"
overeenkomstig "dit heilig model" van de "eerste
Christengemeente", heeft de kerk feitelijk een doof oor voor de Paulinische
brieven en de openbaring van de verheerlijkte Here voor ons vandaag. Als
resultaat heeft zij haarzelf in een staat gebracht van ernstige wanorde en
verdeeldheid, en heeft aan de wereld een verward, onsamenhangend getuigenis
gegeven.
DE CORRECTE INTERPRETATIE
Handelingen is al zo dikwijls genoemd het
verslag van de "geboorte en groei van de Kerk" (zelfs door Dean Howson)
dat de stelling bijna zonder enige navraag geaccepteerd is geworden. Toch wordt
de Kerk van de tegenwoordige bedeling, "de Gemeente, welke is Zijn
Lichaam", in het grootste deel van het eerste deel van het Boek
Handelingen niet genoemd en dat, terwijl zij daarin feitelijk een belangrijke
plaats inneemt, zelfs in het latere deel van het boek niet met name wordt
genoemd. Alleen in de brieven van Paulus leren we, dat het Lichaam is begonnen
gedurende het latere deel van de periode Handelingen. Hiermee in overeenstemming
begon "het geheimenis", dat juist het thema was van Paulus' boodschap,
door hem te worden onthuld gedurende zijn vroege bediening, toen Lukas
meestentijds bij hem was, doch de juiste termijn is in het Boek Handelingen niet
te vinden. Dit legt eenvoudig de nadruk op het uitverkoren karakter in de
goddelijke inspiratie. Het was Paulus, niet Lukas, die door God werd
uitverkoren om "het geheimenis" en de waarheden omtrent het Lichaam
van Christus bekend te maken (Zie Eph.3:1-11; Col.1:24-27), terwijl Lukas werd
geinspireerd tot het schrijven van het Boek Handelingen voor een heel ander
doel.
Evenmin brengt het eerste grote deel van Handelingen het Christendom als
zodanig - noch in de gebruikelijke of in de Bijbelse zin van het woord. Wat het
brengt is Judaisme. Er wordt teveel vergeten dat het in de eerste negen
hoofdstukken van het boek uitsluitend om Israel gaat, en dat zij die in
Israel de Messias van Israel aannamen, ook "waarlijk Israelieten" waren,
en dat "de discipelen eerst in Antiochië Christenen genoemd
werden" (11:26).*/
Het enige verschil tussen de plaats van de apostelen in de vier evangeliën
en in het eerste gedeelte van Handelingen, was dat wat geprofeteerde
gebeurtenissen teweeg gebracht hadden. In het eerste gedeelte van Handelingen
was de kern van hun boodschap, de opstanding van de gekruisigde Koning, en de
Geest was gekomen met kracht om hun getuigenis te bevestigen. Inderdaad kon het
koninkrijk, wat deze apostelen hadden verkondigd tijdens de aardse bediening van
de Here als zijnde "nabij", nu worden aangeboden (3:19-21).
En ook wat betreft Paulus' bediening in het latere gedeelte van
Handelingen (dat hoofdzakelijk de heidenen betreft), moet niet worden vergeten
dat ook tot het einde (Hand.28:28), de apostel geregeld "eerst tot de
Joden" ging, zo dat het hele boek handelt over Israel.
Sir Robert Anderson noemde terecht Handelingen "een boek dat
allereerst getuigenis is, niet zoals gewoonlijk wordt veronderstelt, van de
grondlegging van de Christelijke Kerk, maar van de afvalligheid van het
uitverkoren volk" (The Silence of God, P.177) en terecht noemde hij
"het gebruikelijke geloof dat de Kerk te Jeruzalem Christelijk zou
zijn" "foutief", eraan toevoegend: "In feite was zij door en
door Joods" (Ibid.P.84).
Resumerend zegt Anderson:
"In één woord, als "Eerst de Jood" karakteristiek is
voor de Handelingen van de Apostelen over het algemeen, is niettemin het
"Alleen tot de Joden" duidelijk het stempel op elk gedeelte van de
eerste hoofdstukken, door theologen omschreven als de 'Hebreeuwse sektie' van
het boek. Het feit is zo helder als de dag. En wanneer enkelen dit willen
verklaren tot Joodse vooroordelen en onwetendheid, mogen zij direct dit boek
verwerpen, want hier wordt gesteld dat de apostelen van de Here, die spraken en
handelden in de historische dagen van Pinksterkracht, Goddelijk werden geleid in
hun werk en getuigenis" (Ibid.P76,77).
Aldus is Handelingen, in plaats van te zijn "de geschiedenis van het
Christendom van de eerste dagen", van begin tot het eind de opsomming van de
val van Israel. Het verklaart, stap voor stap, hoe en waarom het uitverkoren
volk opzij gezet moest worden en redding tot de heidenen werd gezonden, buiten
hen om; hoe en waarom van de opdracht aan de twaalven moest worden afgezien en nog
een apostel, Paulus, opstond om naar de heidenen te gaan met "het
evangelie van de genade van God". Verder is Handelingen een getuigenis
van opeenvolgende hoogtepunten: Pinksteren, de steniging van Stephanus, de
bekering van Paulus, het convent te Jeruzalem, etc.
*/
Voetnoot: De geinteresseerde lezer zal er goed aan doen de drie plaatsen waar
het woord "Christen" genoemd wordt, na te slaan om te zien hoe het
wordt gebruikt. Dat zijn : Hand.11:26; 26:28; 1Petr.4:16.
Petrus speelt een hoofdrol in het eerste deel van Handelingen; Paulus in
het latere gedeelte. De overgang van het profetisch programma, waarin heil zou
gaan tot de heidenen door Israel, naar het nieuwe programma, waaronder
heil zou gaan tot de heidenen buiten Israel om, vindt volledig plaats
onder de bediening van Paulus, en kan worden nagegaan in de toenemende kracht
van de verklaringen gegeven aan, en gebracht in dit verband door Paulus te
Jeruzalem, Antiochië, Corinthe en Rome. In Jeruzalem zei de Here tot hem met
betrekking tot de Joden aldaar: "Zij zullen uw getuigenis van Mij niet
aannemen" (22:18). In Antiochië zei Paulus: "Zie, wij keren
ons tot de heidenen" (13:46), in Corinthe: "Van nu af zal ik
tot de heidenen heengaan" (18:6) en te Rome: "De zaligheid van
God is tot de heidenen gezonden" (28:28).
Laat niemand uit het bovenstaande concluderen dat wij antisemitisch zijn
in onze beschouwingen of gevoelens, want wij hebben God's oude volk van harte
lief en verheugen ons dat Israel een glorierijke toekomst wacht onder de
regering van Messias. In de tussentijd denken wij aan het Woord van God tot ons,
heidenen:
"Want zoals ook gij vroeger aan God ongehoorzaam zijt geweest,
maar nu barmhartigheid verkregen hebt door de ongehoorzaamheid van dezen,
"zo zijn ook dezen ongehoorzaam geweest, opdat ook zij door uw
barmhartigheid, barmhartigheid zouden verkrijgen.
"Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat
Hij hun allen zou barmhartig zijn.
"O diepte van rijkdom, beide van de wijsheid en de kennis van God,
hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!" (Rom.11:30-33).
HET OVERBRUGGINGSBOEK
Handelingen geeft, veel meer dan een geschiedenisboek, een duidelijke
lijn ter lering, en verklaart waarom de vervulling van de profetie, meer dan
negentien eeuwen geleden, werd onderbroken, om baan te maken voor "de
prediking van Jezus Christus overeenkomstig de openbaring van het
geheimenis". Daarom eigenlijk, werd dit boek genoemd "het
tussenboek". Voorzover het de samenstelling van de Schriften betreft, past
het uitstekend tussen de vier getuigenissen omtrent de aardse bediening van onze
Here, en de brieven van Paulus.
Om het met de woorden van Dean Howson te zeggen:
"Misschien is wel de beste weg om in een oogwenk de waarde en de
betekenis van dit boek van het Nieuwe Testament te zien, als we ons het Nieuwe
Testament voorstellen zonder de Handelingen der Apostelen. Wat een hiaat
zou er dan zijn tussen de Evangeliën en de Epistels!...Wat een
tegenstrijdigheden, en wat een tegenstellingen zouden er gevonden worden tussen
de eerste boeken en de latere!" (Hulsean Lectures, for 1862,P.221).
Of, om Sir Robert Anderson weer te citeren:
"Bedenk eens dat de brieven er zouden zijn, maar dat de Handelingen
van de Apostelen zouden zijn weggelaten, hoe verwarrend moet dan het hoofd
"Aan de Romeinen" wel blijken. Dit zou aanleiding kunnen zijn om op te
houden met het bestuderen van de Evangeliën! Hoe zullen we dan kunnen rekenen
met de erin opgesloten doorgang? Hoe zouden we dan het belangrijke leerstuk van
de Brieven kunnen uitleggen, dat er geen verschil is tussen Jood en Heiden...?
De vroegere Geschriften zullen tevergeefs onderzocht worden, tot bewijs van deze
lering. Niet alleen het Oude Testament, maar ook de evangeliën zelf zouden
blijken door een hiaat, van de Brieven te zijn gescheiden. Met het Goddelijk
doel dit hiaat te overbruggen, werd Handelingen der Apostelen aan de Kerk
gegeven. Het eerste gedeelte van het boek is de completering van en het vervolg
op de evangeliën; het slotverhaal is inleiding tot de grote openbaring van het
Christendom" (The Silence of God, Pp.54,55).
Onze Here had, in overeenstemming met het profetisch plan, eerst Zijn
twaalf apostelen opgedragen om alleen Israel te dienen en later, om naar alle
volkeren te gaan, te beginnen met Israel, omdat door het wedergeboren Israel de
zegen zou gaan (en eenmaal zal gaan) tot de volkeren. Hij had inderdaad de
apostelen beloofd, dat zij zouden zitten op twaalf tronen in het koninkrijk,
oordelende de twaalf stammen van Israel.
Maar wat vinden we daarover, als we het boek van de brief aan de Romeinen
openslaan? De twaalf apostelen, die
opdracht kregen van de Here Zelf, en die de Here had aangewezen om met Hem in
het koninkrijk te regeren, komen in de aanhef helemaal niet voor. Een andere apostel
spreekt hier:
"Paulus...aan allen die te Rome zijt, geliefden van God.."
En wat zijn dat voor vrijmoedige uitspraken die hij doet:
"Want ik spreek tot u, heidenen, voor zover ik de apostel der
heidenen ben, maak ik mijn bediening heerlijk" (Rom.11:13)
"Maar ik heb u ten dele wat vrijmoedig geschreven, broeders, als
om u weer te herinneren, om de genade die mij door God gegeven is,
"dat ik een dienaar van Jezus Christus zou zijn onder de heidenen,
om het evangelie van God te bedienen.." (Rom.15:15,16).
Welke autoriteit had Paulus om op deze unieke positie aanspraak te maken?
Waren de twaalven niet eerder dan hij gekozen? Waren zij niet uitgezonden om
"het evangelie te prediken aan alle schepselen", reeds vóórdat hij
zelfs gered was? Wie was hij om te verklaren: "Ik ben de apostel der
heidenen, ik maak mijn bediening heerlijk"?
Het "overbruggingsboek" geeft hierop het antwoord en op veel
andere, die anders onmogelijk op te lossen waren
Als er iets is dat het Boek Handelingen kristalhelder maakt, dan is het
wel het feit dat er een revolutionaire verandering in bedeling plaats gevonden
heeft sinds Pinksteren. In plaats van ons een model te verschaffen om na te
volgen, verklaart Handelingen waarom het programma dat daar begon, voorbij was,
en bevestigt de verklaring uit de Paulinische brieven, dat de vervulling van
profetie, voor die tijd, heeft plaats gemaakt voor de ontvouwing van het
geheimenis van God's bedoeling en genade.
Het is het gebrek van het erkennen van deze feiten en het verbergen van
de boodschap van Paulus aan de heidenen, die de vloek van Gal.1:8,9 over de
belijdende kerk gebracht hebben. Zij, die proberen om Handelingen te gebruiken
als model voor hun geloof en praktijk, zullen er goed aan doen ernstig stil te
staan bij de volgende plechtige woorden:
"Doch al was het ook, dat wij, of een engel uit de hemel, u een
evangelie verkondigen, buiten wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt,
"Zoals wij tevoren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer; Indien
iemand u een evangelie verkondigt, buiten wat gij ontvangen hebt, die zij
vervloekt".
Omdat we in het woord "vervloekt" niet meer moeten lezen dan
erin staat, toont deze passage aan hoe ernstig het is om de bijzondere
onderwijzing van Paulus, voor ons, te verlaten, en dit is niet een alleenstaande
passage. Paulus dringt voortdurend aan op echt geloof aan de boodschap en het
programma dat de verrezen, verheerlijkte Here hem door openbaring heeft
opgedragen en wij doen er goed aan, zijn vermaningen ter harte te nemen:
"Houd tot voorbeeld de gezonde woorden, die gij van mij gehoord
hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus is" (2Tim.1:13).
"En wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw
dat toe aan trouwe mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te leren"
(2Tim.2:2).
"Merk, wat ik zeg; doch de Here geve u verstand in alle dingen.
"Houd in herinnering, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt,
Die uit het zaad van David is, naar mijn evangelie,
"waarin ik verdrukkingen lijd tot de banden toe, als een
kwaaddoener; maar het Woord van God is niet gebonden"
(2Tim.2:7-9)
|