De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

 

DE GENEZING VAN DE VERLAMDE

"Petrus nu en Johannes gingen samen op naar de tempel, omtrent het uur van het gebed, dat is het negende uur. "En een zeker man, die kreupel (lam,K.J.V.) was van de schoot zijner moeder af, werd gedragen, die zij dagelijks zetten aan de deur van de tempel, genaamd de Schone, om een aalmoes te vragen van hen die in de tempel gingen. "Toen deze zag, dat Petrus en Johannes in de tempel zouden ingaan, vroeg hij of hij een aalmoes mocht ontvangen. "En Petrus zag hem strak aan, met Johannes, en zei: Zie op ons.

"En hij hield de ogen op hen in de verwachting dat hij iets van hen zou ontvangen. "En Petrus zei: Zilver of goud heb ik niet, maar wat ik heb dat geef ik u; in de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, sta op en wandel!  "En hij greep hem bij de rechterhand en richtte hem op, en terstond werden zijn voeten en enkels vast. "En hij sprong op, stond en wandelde, en ging met hen in de tempel, terwijl hij wandelde en sprong en God loofde. "En al het volk zag hem wandelen en God loven. "En zij herkenden hem, dat hij het was die om een aalmoes gezeten had aan de Schone Poort van de tempel; en zij werden vervuld met verbazing en ontzetting over wat met hem geschied was." - (Hand.3:1-10)

          DE APOSTELEN EN JUDAISME

  Er is nog een belangrijk detail waarin het programma van Pinksteren verschilt van dat van de huidige bedeling. Het is het feit dat de discipelen er nauwlettend op toe zagen dat geen andere secte, afgescheiden van het Judaisme, zou ontstaan. Aan het slot van Hoofdstuk 2 lezen we dat zij dagelijks eendrachtig "in de tempel" volhardden. Aan het begin van Hoofdstuk 3 zien we Petrus en Johannes opgaan "naar de tempel, omtrent het uur van gebed".

  Maar voor een oppervlakkige student van de Schrift zou dit wel eens een probleem kunnen zijn. Had onze Here niet gezegd: "Er is geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden; maar gij hebt dat TOT EEN MOORDENAARSKUIL gemaakt?" (Matt.21:13).

  Had Hij niet het opstandige volk vaarwel gezegd met de woorden: "ZIE, UW HUIS WORDT U WOEST GELATEN."? (Matt.23:38).

  En had Hij niet "de tempel verlaten", zeggende tot Zijn discipelen: "HIER ZAL GEEN STEEN OP DE ANDERE STEEN GELATEN WORDEN DIE NIET AFGEBROKEN ZAL WORDEN."? (Matt.24:2).

  Waarom bezochten Petrus en Johannes nu de tempel omtrent het uur van gebed? Was dit mogelijk nog wel de tempel als Vader's huis van gebed, na alles wat de Here had gezegd?

  Dit moet zeker een probleem zijn voor hen die vasthouden dat Israel terzijde gesteld was aan het kruis, en dat het Lichaam van Christus op Pinksteren begon onder de "Grote Opdracht".

 Moeten we Petrus en Johannes dwepers of stijfkoppen noemen? Moeten we zeggen dat zij traag waren in het overwinnen van hun Judaïstische vooroordelen en het erkennen van de nieuwe orde van zaken?

 Zo ja, dan dienen we ons af te vragen dat van mannen die zo buiten de wil van God waren, gezegd werd, naar het Woord zelf, dat zij vervuld waren met de Geest. Temeer daar de verzen die hier direct aan voorafgaan (vers 42-47), er geen twijfel over laten, dat "allen die geloofden...eendrachtig met volharding in de tempel waren", zeer zeker in de wil van God waren.

 Wat was er dan gebeurd, dat de goddelijke bestemming van Israel en de tempel, zou zijn gewijzigd of herroepen?

 Het antwoord wordt gevonden in het gebed van onze Here op Golgotha's kruis:

 "VADER, VERGEEF HEN; ZIJ WETEN NIET WAT ZIJ DOEN" (Luk.23:34).

 In ditzelfde hoofdstuk van Handelingen, wijst Petrus aan, dat dit gebed van onze Here een uitstel teweeg bracht voor het gevloekte volk want, pleitend met "de mannen van Israel", zegt hij: "EN NU, BROEDERS, IK WEET DAT GIJ HET DOOR ONWETENDHEID GEDAAN HEBT, ZOALS OOK UW OVERSTEN...BETERT U DAN EN BEKEERT U...EN HIJ ZAL ZENDEN JEZUS CHRISTUS, DIE U TEVOREN GEPREDIKT IS" (Hand.3:17,19,20).

Met andere woorden, aan Israel werd een andere mogelijkheid aangeboden om de Messias aan te nemen en het kanaal van zegen te worden voor de wereld, en de "Gemeente" waarnaar wordt verwezen in het begin van Handelingen, is in 't geheel niet het Lichaam van Christus, maar de Messiaanse Kerk, die op aarde zal worden gevestigd (Cf.Matt.16:16-18 en Hand.3:19-21 met Eph.1:19-23; 2:16).

Zij die dit niet zien - die het ervoor houden dat het Lichaam van Christus begon op Pinksteren - moeten op dit punt noodzakelijkerwijs wel in verwarring geraken.

Misschien wordt het meest duidelijk voorbeeld hiervan weer gevonden in de geschriften van de populairste Fundamentalistische leider van de laatste generatie.

Zijn eigen geschriften links en rechts tegensprekend, argumenteert hij dat zij die leren dat aan Israel het koninkrijk werd aangeboden na Matt.23:38, "extreme fundamentalisten" zijn, daar Israel reeds vóór "deze gehele bedeling" opzij gezet werd, toen onze Here zei: "Uw huis wordt u woest gelaten". Toch redeneert hij ook, dat Israel de gelegenheid om Christus te aanvaarden afwees, "beiden in het vlees en in de opstanding"!

Hij voert aan, dat de twaalven zo bevooroordeeld waren tegen de heidenen, dat God Paulus moest opwekken om de gehele wereld in te gaan met het evangelie. Toch overtreft hij zichzelf als hij aantoont wat voor een bevooroordeelde Jood Saulus van Tarsen was!

Hij beschuldigt de twaalven dat zij niet het geloof hadden om hun "grote opdracht" uit te voeren, of de geestelijkheid om het Judaïsme te verzaken. Niettemin werpt hij tegen, dat als wij slechts het geloof en de geestelijkheid hadden van de apostelen, de kracht die hun bediening begeleidde, ook ons zou begeleiden!

Het is niet te verwonderen dat er in de rijen van de Fundamentalisten zo'n verwarring heerst!

Het is een feit, dat Petrus en Johannes naar de tempel gingen op het uur van het gebed, omdat Israel nog niet terzijde gesteld was, en dit nog steeds God's aangewezen huis van gebed was.

Zij waren zeer getrouw aan hun grote opdracht, want onder die opdracht (die was gegrond op de verbonden en profetiën) moest de bekering der heidenen beginnen met de bekering van het volk Israel (Zie Zach.8:13; Luk.24:47; Hand.1:8; 3:25,26).

Evenmin waren deze mannen ongeestelijk wegens hun vasthouden aan het Judaïsme en haar ceremoniën, want er was nog geen openbaring gegeven dat vanwege het kruis, de Mozaïsche wet terzijde kon worden gesteld.

In één woord, de bedeling van de genade van God was nog niet begonnen, en evenmin was het geheimenis van God's niet geprofeteerde doel betreffende het Lichaam van Christus, geopenbaard. Dit zou niet eerder plaats vinden dan nadat Paulus, die andere apostel, werd opgewekt.

                 EEN BEDELAAR EN EEN VOLK

De genezing van de lamme man was een demonstratie van de wonderkrachten die geschonken waren onder de zogenaamde "Grote Opdracht", maar het was nog meer. Het was een symbool van grote betekenis.

 

In vers 4 lezen we dat Petrus, de lamme man "strak aanzag" met Johannes, en dat hij zei: "Zie op ons".

Wat zagen nu de apostelen en de lamme man toen zij naar elkander keken?

De apostelen zagen, toen zij naar de lamme man keken, inderdaad iemand die wellicht wat geld in zijn nap had, maar niettemin een hopeloze bedelaar was, lam vanaf zijn geboorte, zittend bij de Schone Poort, eigenlijk buiten de tempel: dichtbij weliswaar, maar toch erbuiten.

Toen de lamme naar de apostelen keek, zag hij iets zeer verschillend. Hij werd "dagelijks neergelegd bij de poort van de tempel"; zij volhardden dagelijks...in de tempel" en kwamen nu binnen op het uur van gebed. Hij zag mensen zonder "zilver of goud", dat zeker, maar zij waren geen bedelaars want, zoals Hand.4:34 verklaart, hadden zij geen gebrek, en wat meer was, zij bezaten de "krachten der toekomende(toekomstige) eeuw".

Wat een gelijkenis zien we hier met het verschil tussen het volk Israel en het gelovig overblijfsel! Israel was nimmer in staat te wandelen, sedert "de dag dat (God) hen bij de hand nam om hen uit te leiden uit het land Egypte" (Jer.31:32). En nu had Israel tijdelijke bevrijding en aardse voorspoed gezocht, net als de lamme man die hier bedelt om een aalmoes. Een aalmoes zou het ook geweest zijn, indien Israel haar wens had verkregen, want zij had meer nodig dan tijdelijke bevrijding en voorspoed. Zij had nodig verlossing van zonden (Matt.1:21; Hand.3:26; Rom.11:26). De prijs voor deze verlossing was niet zilver of goud, maar het bloed van het nieuwe verbond (Jer.31:31-34 cf.Matt.26:28). Nu lag Israel, als het ware, op de drempel van duizendjarige zegen, maar zonder verlossing en de Geest, ontbrak haar de kracht om in te gaan, en kon slechts een arme bedelaar blijven. Enige jaren na de genezing van de lamme, schreef Petrus aan de Joodse gelovigen van zijn dagen: "DAAR GIJ WEET DAT GIJ NIET DOOR  VERGANKELIJKE DINGEN, ZILVER OF GOUD, VERLOST ZIJT VAN UW IJDELE WANDEL, DIE U DOOR DE VADEREN OVERGELEVERD IS, "MAAR DOOR HET DIERBAAR BLOED VAN CHRISTUS, ALS VAN EEN ONBESTRAFFELIJK EN ONBEVLEKT LAM" (1Petr.1:18,19).

Daar lag het trefpunt. Israel zocht bevrijding van haar moeiten, maar niet van haar zonde. Zij wilde niet bekeren. Daarom werd het volk als een hopeloze bedelaar buiten de tempel neergelegd, terwijl de ware aanbidders, de "kleine kudde", daarin dagelijks aanbad. En het was het verachte overblijfsel, dat bezat wat Israel nodig had om op te rijzen op haar voeten, en eveneens de tempel in te gaan. Inderdaad was de brandende vraag nu: Zou zij het nog wel verkrijgen?

                   LOPEND EN SPRINGEND EN GOD PRIJZEND

Wat een voorafschaduwing van duizendjarige zegen die te komen stond, en wat een teken van zegen werd Israel toen aangeboden op Pinksteren, toen Petrus de bedelaar oprichtte met zijn rechterhand, zeggende: "In de naam van Jezus Christus van Nazareth, sta op en wandel"! (Vers 6).

Plotseling is de lamme bedelaar een aanbidder geworden en hij gaat met hen de tempel in, "lopende, en springende en prijzende God"!

Want het tegenwoordige Israel blijft geestelijk nog een arme, hulpeloze bedelaar, buiten Gods tegenwoordigheid, maar de gezegende dag zal komen wanneer het volk zal gered zijn, en samen met het opgewekte overblijfsel, zal ingaan voor God met zangen van vreugde. Dit is het waarom de Apostel Paulus aan de heidenen, die door genade gered zijn, schrijft: "WANT IK WIL NIET, BROEDERS, DAT U DEZE VERBORGENHEID ONBEKEND IS (OPDAT GIJ NIET WIJS ZIJT BIJ UZELF), DAT DE VERHARDING VOOR EEN DEEL OVER ISRAEL GEKOMEN IS, TOTDAT DE VOLHEID VAN DE HEIDENEN ZAL INGEGAAN ZIJN. "EN ZO ZAL HEEL ISRAEL ZALIG WORDEN, ZOALS GESCHREVEN IS: DE VERLOSSER ZAL UIT SION KOMEN EN ZAL DE GODDELOOSHEDEN AFWENDEN VAN JAKOB. "EN DIT IS VOOR HEN EEN VERBOND VAN MIJ..." (Rom.11:25-27)

 Israel geheel hersteld - lopend en springend God prijzend - zal een van de grootste wonderen zijn, die de wereld ooit gezien heeft.

 "WANT INDIEN HUN VERWERPING DE VERZOENING IS VAN DE WERELD, WAT ZAL DE AANNEMING ZIJN ANDERS DAN LEVEN UIT DE DODEN? (Rom.11:15).  PETRUS' TWEDE PREDIKING

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011