|
DE
GENEZING VAN DE VERLAMDE
"Petrus nu en Johannes gingen samen op naar de tempel, omtrent het
uur van het gebed, dat is het negende uur. "En een zeker man, die kreupel
(lam,K.J.V.) was van de schoot zijner moeder af, werd gedragen, die zij
dagelijks zetten aan de deur van de tempel, genaamd de Schone, om een aalmoes te
vragen van hen die in de tempel gingen. "Toen deze zag, dat Petrus en
Johannes in de tempel zouden ingaan, vroeg hij of hij een aalmoes mocht
ontvangen. "En Petrus zag hem strak aan, met Johannes, en zei: Zie op ons.
"En hij hield de ogen op hen in de verwachting dat
hij iets van hen zou ontvangen. "En Petrus zei: Zilver of goud heb ik niet,
maar wat ik heb dat geef ik u; in de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, sta
op en wandel! "En hij greep
hem bij de rechterhand en richtte hem op, en terstond werden zijn voeten en
enkels vast. "En hij sprong op, stond en wandelde, en ging met hen in de
tempel, terwijl hij wandelde en sprong en God loofde. "En al het volk zag
hem wandelen en God loven. "En zij herkenden hem, dat hij het was die om
een aalmoes gezeten had aan de Schone Poort van de tempel; en zij werden vervuld
met verbazing en ontzetting over wat met hem geschied was."
- (Hand.3:1-10)
DE APOSTELEN EN JUDAISME
Er is nog een belangrijk detail waarin het programma van
Pinksteren verschilt van dat van de huidige bedeling. Het is het feit dat de
discipelen er nauwlettend op toe zagen dat geen andere secte,
afgescheiden van het Judaisme, zou ontstaan. Aan het slot van Hoofdstuk 2 lezen
we dat zij dagelijks eendrachtig "in de tempel" volhardden. Aan
het begin van Hoofdstuk 3 zien we Petrus en Johannes opgaan
"naar de
tempel, omtrent het uur van gebed".
Maar voor een oppervlakkige student van de Schrift zou dit
wel eens een probleem kunnen zijn. Had onze Here niet gezegd: "Er is
geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden; maar gij hebt dat
TOT EEN MOORDENAARSKUIL gemaakt?" (Matt.21:13).
Had Hij niet het opstandige volk vaarwel gezegd met de
woorden: "ZIE, UW HUIS WORDT U WOEST GELATEN."? (Matt.23:38).
En had Hij niet "de tempel verlaten",
zeggende tot Zijn discipelen: "HIER ZAL GEEN STEEN OP DE ANDERE STEEN
GELATEN WORDEN DIE NIET AFGEBROKEN ZAL WORDEN."? (Matt.24:2).
Waarom bezochten Petrus en Johannes nu de tempel omtrent
het uur van gebed? Was dit mogelijk nog wel de tempel als Vader's huis van
gebed, na alles wat de Here had gezegd?
Dit moet zeker een probleem zijn voor hen die vasthouden
dat Israel terzijde gesteld was aan het kruis, en dat het Lichaam van Christus
op Pinksteren begon onder de "Grote Opdracht".
Moeten we Petrus en Johannes dwepers of stijfkoppen
noemen? Moeten we zeggen dat zij traag waren in het overwinnen van hun Judaïstische
vooroordelen en het erkennen van de nieuwe orde van zaken?
Zo ja, dan dienen we ons af te vragen dat van mannen die zo buiten de wil
van God waren, gezegd werd, naar het Woord zelf, dat zij vervuld waren met de
Geest. Temeer daar de verzen die hier direct aan voorafgaan (vers 42-47), er
geen twijfel over laten, dat "allen die geloofden...eendrachtig met
volharding in de tempel waren", zeer zeker in de wil van God
waren.
Wat was er dan gebeurd, dat de goddelijke bestemming van Israel en de
tempel, zou zijn gewijzigd of herroepen?
Het antwoord wordt gevonden in het gebed van onze Here op Golgotha's
kruis:
"VADER, VERGEEF HEN; ZIJ WETEN NIET WAT ZIJ DOEN"
(Luk.23:34).
In ditzelfde hoofdstuk van Handelingen, wijst Petrus aan, dat dit gebed
van onze Here een uitstel teweeg bracht voor het gevloekte volk want, pleitend
met "de mannen van Israel", zegt hij: "EN NU, BROEDERS, IK
WEET DAT GIJ HET DOOR ONWETENDHEID GEDAAN HEBT, ZOALS OOK UW OVERSTEN...BETERT U
DAN EN BEKEERT U...EN HIJ ZAL ZENDEN JEZUS CHRISTUS, DIE U TEVOREN GEPREDIKT
IS" (Hand.3:17,19,20).
Met andere woorden, aan Israel werd een andere mogelijkheid aangeboden om
de Messias aan te nemen en het kanaal van zegen te worden voor de wereld, en de
"Gemeente" waarnaar wordt verwezen in het begin van Handelingen, is in
't geheel niet het Lichaam van Christus, maar de Messiaanse Kerk, die op aarde
zal worden gevestigd (Cf.Matt.16:16-18 en Hand.3:19-21 met Eph.1:19-23; 2:16).
Zij die dit niet zien - die het ervoor houden dat het Lichaam van
Christus begon op Pinksteren - moeten op dit punt noodzakelijkerwijs wel in
verwarring geraken.
Misschien wordt het meest duidelijk voorbeeld hiervan weer gevonden in de
geschriften van de populairste Fundamentalistische leider van de laatste
generatie.
Zijn eigen geschriften links en rechts tegensprekend, argumenteert hij
dat zij die leren dat aan Israel het koninkrijk werd aangeboden na Matt.23:38,
"extreme fundamentalisten" zijn, daar Israel reeds vóór "deze
gehele bedeling" opzij gezet werd, toen onze Here zei: "Uw huis
wordt u woest gelaten". Toch redeneert hij ook, dat Israel de
gelegenheid om Christus te aanvaarden afwees, "beiden in het vlees en in
de opstanding"!
Hij voert aan, dat de twaalven zo bevooroordeeld waren
tegen de heidenen, dat God Paulus moest opwekken om de gehele wereld in te gaan
met het evangelie. Toch overtreft hij zichzelf als hij aantoont wat voor een
bevooroordeelde Jood Saulus van Tarsen was!
Hij beschuldigt de twaalven dat zij niet het geloof hadden
om hun "grote opdracht" uit te voeren, of de geestelijkheid om het
Judaïsme te verzaken. Niettemin werpt hij tegen, dat als wij slechts het geloof
en de geestelijkheid hadden van de apostelen, de kracht die hun bediening
begeleidde, ook ons zou begeleiden!
Het is niet te verwonderen dat er in de rijen van de
Fundamentalisten zo'n verwarring heerst!
Het is een feit, dat Petrus en Johannes naar de tempel
gingen op het uur van het gebed, omdat Israel nog niet terzijde gesteld was,
en dit nog steeds God's aangewezen huis van gebed was.
Zij waren zeer getrouw aan hun grote opdracht, want onder
die opdracht (die was gegrond op de verbonden en profetiën) moest de bekering
der heidenen beginnen met de bekering van het volk Israel (Zie Zach.8:13;
Luk.24:47; Hand.1:8; 3:25,26).
Evenmin waren deze mannen ongeestelijk wegens hun
vasthouden aan het Judaïsme en haar ceremoniën, want er was nog geen
openbaring gegeven dat vanwege het kruis, de Mozaïsche wet terzijde kon worden
gesteld.
In één woord, de bedeling van de genade van God was nog niet begonnen,
en evenmin was het geheimenis van God's niet geprofeteerde doel betreffende het
Lichaam van Christus, geopenbaard. Dit zou niet eerder plaats vinden dan nadat
Paulus, die andere apostel, werd opgewekt.
EEN BEDELAAR EN EEN VOLK
De genezing van de lamme man was een demonstratie van de wonderkrachten
die geschonken waren onder de zogenaamde "Grote Opdracht", maar het
was nog meer. Het was een symbool van grote betekenis.
In vers 4 lezen we dat Petrus, de lamme man "strak aanzag"
met Johannes, en dat hij zei: "Zie op ons".
Wat zagen nu de apostelen en de lamme man toen zij naar elkander keken?
De
apostelen zagen, toen zij naar de lamme man keken, inderdaad iemand die wellicht
wat geld in zijn nap had, maar niettemin een hopeloze bedelaar was, lam vanaf
zijn geboorte, zittend bij de Schone Poort, eigenlijk buiten de tempel:
dichtbij weliswaar, maar toch erbuiten.
Toen
de lamme naar de apostelen keek, zag hij iets zeer verschillend. Hij werd
"dagelijks neergelegd bij de poort van de tempel"; zij volhardden
dagelijks...in de tempel" en kwamen nu binnen op het uur van gebed.
Hij zag mensen zonder "zilver of goud", dat zeker, maar zij waren
geen bedelaars want, zoals Hand.4:34 verklaart, hadden zij geen gebrek, en
wat meer was, zij bezaten de "krachten der toekomende(toekomstige)
eeuw".
Wat
een gelijkenis zien we hier met het verschil tussen het volk Israel en het
gelovig overblijfsel! Israel was nimmer in staat te wandelen, sedert "de
dag dat (God) hen bij de hand nam om hen uit te leiden uit het land Egypte"
(Jer.31:32). En nu had Israel tijdelijke bevrijding en aardse voorspoed
gezocht, net als de lamme man die hier bedelt om een aalmoes. Een aalmoes zou
het ook geweest zijn, indien Israel haar wens had verkregen, want zij had meer
nodig dan tijdelijke bevrijding en voorspoed. Zij had nodig verlossing van
zonden (Matt.1:21; Hand.3:26; Rom.11:26). De prijs voor deze verlossing was
niet zilver of goud, maar het bloed van het nieuwe verbond (Jer.31:31-34 cf.Matt.26:28).
Nu lag Israel, als het ware, op de drempel van duizendjarige zegen, maar zonder
verlossing en de Geest, ontbrak haar de kracht om in te gaan, en kon slechts een
arme bedelaar blijven. Enige jaren na de genezing van de lamme, schreef Petrus
aan de Joodse gelovigen van zijn dagen: "DAAR GIJ WEET DAT GIJ NIET DOOR
VERGANKELIJKE DINGEN, ZILVER OF GOUD, VERLOST ZIJT VAN UW IJDELE WANDEL,
DIE U DOOR DE VADEREN OVERGELEVERD IS, "MAAR DOOR HET DIERBAAR BLOED
VAN CHRISTUS, ALS VAN EEN ONBESTRAFFELIJK EN ONBEVLEKT LAM" (1Petr.1:18,19).
Daar lag het trefpunt. Israel zocht bevrijding van haar moeiten, maar
niet van haar zonde. Zij wilde niet bekeren. Daarom werd het volk als een
hopeloze bedelaar buiten de tempel neergelegd, terwijl de ware aanbidders, de
"kleine kudde", daarin dagelijks aanbad. En het was het verachte
overblijfsel, dat bezat wat Israel nodig had om op te rijzen op haar voeten, en
eveneens de tempel in te gaan. Inderdaad was de brandende vraag nu: Zou zij het
nog wel verkrijgen?
LOPEND EN SPRINGEND EN
GOD PRIJZEND
Wat een voorafschaduwing van duizendjarige zegen die te
komen stond, en wat een teken van zegen werd Israel toen aangeboden op
Pinksteren, toen Petrus de bedelaar oprichtte met zijn rechterhand, zeggende: "In
de naam van Jezus Christus van Nazareth, sta op en wandel"! (Vers 6).
Plotseling is de lamme bedelaar een aanbidder geworden en
hij gaat met hen de tempel in, "lopende, en springende en
prijzende God"!
Want het tegenwoordige Israel blijft geestelijk nog een
arme, hulpeloze bedelaar, buiten Gods tegenwoordigheid, maar de gezegende dag
zal komen wanneer het volk zal gered zijn, en samen met het opgewekte
overblijfsel, zal ingaan voor God met zangen van vreugde. Dit is het waarom de
Apostel Paulus aan de heidenen, die door genade gered zijn, schrijft: "WANT
IK WIL NIET, BROEDERS, DAT U DEZE VERBORGENHEID ONBEKEND IS (OPDAT GIJ NIET WIJS
ZIJT BIJ UZELF), DAT DE VERHARDING VOOR EEN DEEL OVER ISRAEL GEKOMEN IS, TOTDAT
DE VOLHEID VAN DE HEIDENEN ZAL INGEGAAN ZIJN. "EN ZO ZAL HEEL ISRAEL ZALIG
WORDEN, ZOALS GESCHREVEN IS: DE VERLOSSER ZAL UIT SION KOMEN EN ZAL DE
GODDELOOSHEDEN AFWENDEN VAN JAKOB. "EN DIT IS VOOR HEN EEN VERBOND VAN MIJ..."
(Rom.11:25-27)
Israel geheel hersteld - lopend en springend God prijzend
- zal een van de grootste wonderen zijn, die de wereld ooit gezien heeft.
"WANT INDIEN HUN VERWERPING DE VERZOENING IS VAN DE
WERELD, WAT ZAL DE AANNEMING ZIJN ANDERS DAN LEVEN UIT DE DODEN?
(Rom.11:15).
PETRUS'
TWEDE PREDIKING
|