De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

12-02-2012

 

 

4) De basis voor het begrijpen van de bijbel

Matthew McGee

 Om de Bijbel te begrijpen moet deze volgens de bedelingen bestudeert worden, dat is “het recht snijden van het Woord der waarheid” (2Tim.2:15). Maar wat betekent het dan om de Bijbel te bestuderen naar de bedelingen of het “recht snijden” van het Woord?  Het allereerste begin is om een passage uit de Bijbel te lezen en zich af te vragen: “Behoor ik tot de groep waar hier tegen wordt gesproken?” Dat is: Spreekt deze passage tegen christenen?”. Veelal wordt ons geleerd dat de gehele Bijbel aan ons is geschreven. Maar dat is niet correct. De gehele Bijbel is VOOR ONS geschreven, om te leren, maar niet alles is AAN ONS geadresseerd.

Bijvoorbeeld: Toen God de wet gaf aan Israël, door Mozes, in ongeveer 1500 jaar voor Christus, was één van de wetten dat men niet op de Sabbat mocht werken. De Sabbat duurde van zonsondergang op vrijdag tot zonsondergang op zaterdag. Als iemand werd gezien dat hij hout verzamelde op de Sabbat, in Numeri 15:32-36, dan had God Israël de opdracht gegeven om deze man te doden door steniging. Betekent dat dan dat als u uw buurman gras ziet maaien op zaterdagmorgen dat hij een zonde begaat? Natuurlijk niet. We moeten ons realiseren dat de kinderen Israëls geen christenen waren. Wij zijn niet onder de wet van Mozes zoals zij dat wel waren. Zij leefden in een andere bedeling dan wij.

Het woord “bedeling” komt van het woord “uitdelen”. Een bedeling is dus een uitdelen van de wil van God over een bepaalde tijdsperiode aan een bepaalde groep mensen. Met andere woorden, een bedeling is de weg waarop God handelt met een groep mensen gedurende een bepaalde periode. Om een passage uit de Bijbel op een juiste manier te verstaan, is het belangrijk om beide te weten, namelijk, de periode waarnaar het verwijst, en de groep mensen waarop het van toepassing is. Op deze wijze kunt u bepalen welke bedeling van toepassing is op iedere passage uit de Bijbel. 

God heeft verschillende regels gehad voor verschillende groepen mensen in verschillende perioden.

Hier is een simpel voorbeeld, het betreft de doodstraf.

1)-Toen Adam en Eva in de hof van Eden waren was er geen doodstraf voor het plegen van een moord. Er was geen enkele zonde waarvoor werd gestraft. Bovendien was er in het geheel geen dood omdat de val van de mens nog niet had plaats gevonden.

2)-Enige jaren nadat Adam en Eva uit de Tuin van Eden waren verdreven, vermoorde Kaïn zijn broeder Abel (Gen.4:8-15). Maar er was geen doodstraf voor Kaïn. God had dat nog niet toegestaan. God had trouwens een teken aan Kaïn gesteld zodat niemand hem zou doden. 3)-Na de zondvloed stelde God de doodstraf in voor moord (Gen.9:6). 4)-En, zoals zojuist toegelicht, toen God de wet van Mozes instelde, werd de doodstraf ingesteld voor het werken op de Sabbat. Sommige andere overtredingen resulteerden eveneens in de dood door steniging, zoals het aanbidden van afgoden, echtbreuk, homosexuele handelingen, en het raadplegen van geesten (Lev.20).

Alleen al in dit eenvoudige voorbeeld zien we duidelijk vier verschillende regels aangaande de doodstraf, toegepast in verschillende bedelingen.   

 Nu volgt een opsomming van alle bedelingen:

 Eeuwigheid - Zelfs voordat God de wereld heeft geschapen, was Hij er al, hebbende geen begin en geen einde.

 1)-Onschuld – van de schepping tot de zondeval (de eerste zonde) – Ofschoon de Bijbel het niet vermeld duurde deze bedeling vermoedelijk niet lang, misschien slechts enkele dagen. Het eindigde ongeveer 4000 jaar voor Christus. Deze bedeling beslaat de periode van Gen.1:1 tot Gen.3:22.  

 2)-Geweten – Van de zondeval tot de zondvloed – Deze bedeling duurde van ongeveer 4000 tot ongeveer 2350 jaar voor Christus en beslaat in de Schrift de periode van Gen.3:22 tot Gen.8:19. Met weinig instructie van God in deze tijd handelden de mensen naar hun eigen geweten. Het kwaad werd zo overweldigend dat deze bedeling werd beëindigd doordat God alles vernietigde door de zondvloed, met uitzondering van Noach en zijn familie. 

 3)-Menselijke bestuur – van de zondvloed tot de roeping van Abraham – Deze bedeling begon ongeveer 2350 jaar voor Christus en duurt nog steeds voort. Alhoewel Abraham en zijn nakomelingen onder de bedeling der belofte kwamen rond 2000 voor Christus, als uitgelegd onder punt 4, bleef de rest van de mensheid onder de bedeling van menselijk bestuur. In de Schrift beslaat het de periode van Gen.8:20 tot Gen.11:32. God stond de mensen toe om zichzelf te regeren en om boosdoeners te straffen.

 4)-Belofte – van de roeping van Abraham tot het geven van de wet aan Mozes voor de kinderen Israëls – Deze bedeling was alleen van toepassing op Abraham en zijn nakomelingen, door zijn zoon Izak, en de zoon van Izak, Jacob (Israël). Het duurde van ongeveer 2000 tot ongeveer 1500 jaar voor Christus en beslaat in de Schrift de periode van Gen.12:1 tot Ex.19:7. God beloofde Abraham dat Hij een land zou geven aan het zaad van Abraham en dat alle volken van de wereld gezegend zouden worden door zijn zaad. Alhoewel Israël onder de wet ging, zie punt 5, rond 1500 voor Christus, is de belofte van God aan Abraham nog steeds van kracht.

 5)-Wet – van het geven van de wet aan Mozes, voor de kinderen Israëls, tot de roeping van Paulus, de apostel der Heidenen (degenen die niet tot Israël behoorden) – Deze bedeling was alleen van toepassing op de nakomelingen van Jacob, Israël. Het begon ongeveer 1500 voor Christus en duurde tot het in ongeveer 37 na Christus begon te vervagen en stopte in 70 na Christus. (de verwoesting van de tempel). De wet zal gedurende zeven jaren, van de grote verdrukking, terug komen. Dat is na de onder punt 5 genoemde bedeling der genade. Het beslaat in de Schrift de periode van Ex.19:8 tot Hand.8 en van Hebreeën tot Openbaring. Het boek Handelingen is een boek van overgang van wet naar genade. Gedurende de periode van Hand.9 tot 28 zien we het opkomen van de bedeling der genade en het vervagen van de bedeling der wet. God verkoos Israël als Zijn oogappel. Hij gaf Israël strenge wetten, harde straffen, en profetieën van wereldwijde omvang in het toekomstige koninkrijk van hun komende Messias.

 6)-Genade – van de roeping van Paulus, de apostel der Heidenen, tot de opname van de Gemeente – Wij zijn nu in deze bedeling. Het begon in ongeveer 37 jaar na Christus en duurt tot de toekomstige opname. Hopelijk zal dat spoedig zijn, maar we weten niet wanneer de opname plaats zal vinden, we weten alleen dat het vóór de zevenjarige verdrukking plaats zal vinden. Deze bedeling der genade is in de Schrift vervat in de brieven van Paulus, Romeinen tot en met Filémon. Toen Israël weigerde om Jezus Christus aan te nemen, die, als hun Messias, was opgevaren naar de hemel, keerde God zich tot de Heidenen om Israël tot jaloersheid op te wekken (Rom.11:11).

 7)-Koninkrijk – (of goddelijke regering) – van de wederkomst van Jezus Christus tot de grote witte troon van oordeel – Dit begint aan het einde van de zevenjarige verdrukking, zoals reeds eerder genoemd, en duurt duizend jaar. Gedurende deze tijd zal Jezus Christus als Koning heersen vanuit  Jeruzalem. Deze bedeling is vervat in Openbaring hoofdstuk 20. Echter kunnen veel meer details van deze bedeling gevonden worden in de vele profetieën in verschillende delen van de Bijbel.

 Eeuwige toekomst – Deze bedeling begint aan het einde van het duizendjarig vrederijk en duurt eeuwig. Het is in de Schrift vervat in de hoofdstukken 21-22 van het boek Openbaring.

 http://www.matthewmcgee.org/dispensa.gif

Opmerking van de vertaler: Hierboven een overzicht van de bedelingen in de Bijbel in de

                                                  Engelse taal.

 Het begrijpen van de bedelingen ruimt allerlei verwarringen op.  Bijvoorbeeld kunnen veel mensen niet begrijpen waar Kaïn mee trouwde. Blijkbaar trouwde hij met één van zijn zusters omdat er geen andere vrouwen waren om mee te trouwen. Deze mensen weten dat vandaag de dag een man niet moet gaan trouwen met naaste verwanten, omdat ze misschien bekend zijn met  de aan Mozes gegeven wet, voor Israël, om geen naaste verwanten te trouwen. Echter veronderstellen de mensen dat deze regel altijd al van kracht is geweest. Maar in werkelijkheid leefde Kaïn 2500 jaar voordat God het statuut instelde tegen het huwen met een naaste verwant. Mensen die niet volgens de bedelingen studeren zullen de regels, bestemd voor verschillende mensen in verschillende tijden, vermengen. Zodoende hebben ze dus weinig kans om een goed begrip te krijgen van de Schrift of van de wil van God voor hun eigen leven.

 Let er op dat bedelingen elkaar soms kunnen overlappen, er zijn dan twee bedelingen die worden toegepast op twee verschillende groepen mensen. Bijvoorbeeld: de gehele tijd dat Israël onder de bedeling der wet (zie punt 5) was, waren alle Heidense volken onder de bedeling van menselijk bestuur (zie punt 4). Een soortgelijke overlapping gebeurde van ongeveer 37 tot 70 na Christus. Gedurende deze tijd waren de Joden in Israël nog steeds onder de wet (Hand.21:20-21) en dat eindigde toen de Romeinen Jeruzalem en de tempel verwoesten in 70 na Christus. Maar de Heidenen en de Joden die buiten het land Israël woonden waren alreeds onder de genade (zie punt 6), de bedeling die aan Paulus is gegeven (Ef.3:2), de apostel der Heidenen (Rom.11:13).

 Nu we zo ver zijn moet ik eerst iets uitleggen dat een grote bron van verwarring is voor de meeste christenen (in het verleden ook voor mijzelf). Paulus zegt in 2Tim.2:8:

 Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, Welke is uit den zade Davids, naar mijn Evangelie”.

 Hoe kan Paulus “mijn evangelie” zeggen? Paulus legt in Gal.1:11-12 uit dat het evangelie dat hij predikte niet is naar de mens, maar:

 “…….door de openbaring van Jezus Christus”.

 Het feit dat het een verborgenheid was betekent dat niemand het voorheen wist. Het was een geheimenis.

 Johannes de Doper, Jezus, en de twaalf apostelen predikten het evangelie van het koninkrijk aan alleen het volk Israël. Dit goede nieuws was dat het koninkrijk, in het Oude Testament beloofd door de profeten, nabij was. Dit koninkrijk vereiste de bekering van het gehele volk Israël. Vandaar dat de boodschap van dat evangelie was:

 Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen” (Matth.3:2, 4:17 en 10:7).

 Zelfs na de kruisiging en de opstanding van Jezus Christus gold het aanbod van het koninkrijk, voor Israël, nog steeds. Petrus bood het Koninkrijk aan Israël opnieuw aan in Hand.3:19-21, indien ze zich als volk zouden bekeren. Maar ze wilden niet. Dus werd het koninkrijk uitgesteld en God riep Paulus en maakte hem:

 een dienaar van Jezus Christus onder de heidenen” (Rom.15:16)

 En:

 “zoveel ik der heidenen apostel ben” (Rom.11:13).  

 Dat maakte Paulus tot “onze apostel”.

God gaf informatie aan Paulus die niemand eerder heeft geweten. Het was een nieuw evangelie, Paulus noemde dat: “Het evangelie der genade Gods” of: “Mijn evangelie”. Het evangelie der genade is dat Jezus Christus, de Zoon van God, vrijwillig Zijn leven gaf als het volmaakte offer om onze zonden te betalen. Hij werd gekruisigd, begraven, en is op de derde dag weer opgestaan (1Kor.15:1-4). Kijk nu naar de eerste hoofdstukken van Handelingen. U zult nergens vinden dat de twaalf apostelen spreken over het verlossende bloed van Jezus Christus of spreken over het feit dat Hij stierf voor onze zonden. Ze noemden wel Zijn dood en opstanding, maar alleen als een groot wonder om aan Israël te bewijzen dat Hij leeft en terug kan komen om hun Koning te worden zoals de profeten hebben geprofeteerd in het Oude Testament. De twaalven vertelden de Joden niet dat Christus Zijn leven had gegeven als een offer, maar dat de Joden Hem hadden omgebracht. De twaalven brachten de dood van Christus nimmer in verband met de vergeving van zonden.  Het feit dat Zijn dood en vergeving verwant zijn met elkaar was op dat moment nog een verborgenheid. Dat werd later geopenbaard aan Paulus:

 Maar wij spreken de wijsheid Gods, bestaande in verborgenheid, die bedekt was, welke God te voren verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was; Welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben” (1Kor.2:7-8).

 Hier ziet u dat God,  die de toekomst reeds wist voordat Hij de wereld schiep, het plan voor onze verlossing (ons evangelie) geheim hield (een verborgenheid), en Hij openbaarde dat geheim nadat Hij Paulus had geroepen. Zie eveneens Rom.16:25.

 Het nu volgende voorbeeld zal de belangrijkste verschillen, van de twee programma’s, illustreren.

 Jezus, sprekende tot de mensen tijdens Zijn aardse bediening, zegt in Matth.6:14-15:

 “Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven. Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven”.

 Let wel dat je alleen vergeving ontvangt als je eerst anderen vergeeft.

 Paulus zegt ons het omgekeerde in Ef.4:32:

 “Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft”.

 Als u een gelovige bent dan heeft God u reeds vergeven. Niet slechts sommige zonden, maar alle zonden die we ooit zullen doen (Kol.2:13). Ongetwijfeld wil God dat christenen anderen vergeven, en we zullen in de hemel beloning ontvangen naar onze werken (1Kor.3:10-15). Maar onze behoudenis hangt ganselijk niet af van onze werken (Rom.4:5).

 Paulus sprak Jezus niet tegen. Tenslotte ontving Paulus zijn boodschap van onze opgestane en opgevaren Heer Jezus Christus zelf. Hun boodschappen, die van de twaalven en die van Paulus, spreken elkaar niet tegen omdat ze voor verschillende doelgroepen in verschillende bedelingen bestemd waren. Als een man zijn zoon zegt de vuilnisbak te ledigen en tegen zijn dochter zegt dat ze de vloer moet stofzuigen, spreekt hij zichzelf niet tegen. Jezus Christus, in Zijn aardse bediening, onderwees Joden die onder de wet van Mozes waren. Maar later leerde Jezus Christus, door Paulus, dat christenen (voor het merendeel geen Joden zijnde)  niet onder de wet van Mozes waren, maar onder de genade (Rom.6:14). We zijn heden ten dage nog steeds in de bedeling der genade, die door zal gaan tot de opname van de Gemeente. Aldus is onze redding door het evangelie van genade te geloven dat onze Heere Jezus Christus openbaarde aan onze Apostel Paulus de Apostel der Heidenen.

 

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011