De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

HOOFDSTUK III

TONGENTAAL ALS TEKEN

In Genesis 11:7 lezen we voor de eerste keer over veel talen of tongen.

"Kom aan, laat Ons neervaren, en laat Ons hun spraak aldaar verwarren, opdat een ieder de spraak van zijn naaste niet hore."

Dit Goddelijke ingrijpen bij de toren van Babel geeft duidelijk weer wat de bedoeling is van het spreken in tongen. Het was ייn van Gods manieren om tot een trots en rebellerend volk te spreken. De volgende Schriften zijn in dit verband belangrijk:

"Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot het volk spreken;...doch zij hebben niet willen horen." (Jesaja 28:11,12)

"En hen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen:...met nieuwe tongen zullen zij spreken." (Markus 16:17)

"In de wet (Jesaja 28:11,12) is geschreven: Ik zal door lieden van andere talen, en door andere lippen tot dit volk spreken, en ook alzo zullen zij Mij niet horen, zegt de Here. Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen;" (I Korinthe 14:21,22).

Deze Schriften laten duidelijk zien hoe verkeerd de uitleg van de Pinksterbeweging is, nl. dat tongen voor vandaag zijn en hoofdzakelijk voor de gelovigen. Geen wonder dat de moderne Pinksteruitleg, zowel wat leer als praktijk betreft, zo veel tegenstrijdigheden kent.

TWEE ASPEKTEN VAN HET SPREKEN IN TONGEN

Weinig mensen realiseren zich dat er twee aspekten zijn in de openbaring van de tongen. Ten eerste volgde het spreken in tongen op de uitstorting van de Heilige Geest:

"En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. ...want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken." (Handelingen 2:4-6)

De gave van het spreken in tongen voor de Gemeente "het lichaam van Christus" vereiste tegelijkertijd de gave van uitlegging:

"...en een andere onderscheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der talen." "En ik wil wel, dat gij allen in vreemde talen spreekt, maar meer, dat gij profeteert; want die profeteert, is meerder dan die vreemde talen spreekt, tenzij dan, dat hij het uitlegt, opdat de gemeente stichting moge ontvangen." (I Korinthe 12:10, 14:5)

Bij het eerste aspekt zagen we hoe de Heilige Geest op de Pinksterdag rechtstreeks tot Israכl getuigde door middel van de gemeente te Jeruzalem.

De zegen voor de heidenen is mogelijk het meest opmerkelijke (Handelingen 10). Niets kon Israכl mטטr opwekken om zich naar hun voorrechten uit te strekken, dan dit hemelse bezoek aan de heidenen (Romeinen 11:11). Niets kon overtuigender zijn voor de ongelovige Petrus en zijn Joodse vrienden dan het feit dat Cornelius en zijn heidense huishouden in tongen spraken! (Handelingen 10:44-47).

"Toen Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden. "En de gelovigen, die uit de besnijdenis waren, zoveel als er met Petrus waren gekomen, ontzetten zich, dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd". "Want zij hoorden hen spreken met vreemde talen, en God groot maken. Toen antwoordde Petrus:

"Kan ook iemand het water weren, dat dezen niet gedoopt zouden worden, die de Heilige Geest ontvangen hebben, zoals ook wij? "En toen Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen, en zij spraken met vreemde talen, en profeteerden.

De discipelen van Johannes de Doper werden op gelijke wijze gebruikt ten aanzien van de sterke Joodse gemeenschap te Efeze (Handelingen 19:6-10). Het belang hiervan ligt in het feit dat de meeste Joden, Johannes de Doper erkenden als een profeet van God. Nadat Paulus nu zijn handen op de discipelen gelegd had (Handelingen 19:6), en zij de Heilige Geest ontvingen, was deze gebeurtenis voor hen van groot belang. En toch, zoals de profeet Jesaja het al zei, "dit volk" wilde niet geloven.

"En deze allen waren omtrent twaalf mannen. "En hij ging in de synagoge, en sprak vrijmoedig, drie maanden lang met hen handelende, en hun aanradende de zaken van het Koninkrijk Gods.

"Maar toen sommigen verhard werden, en ongehoorzaam waren, kwaadsprekende van de weg des Heeren voor de menigte, week hij van hen, en scheidde de discipelen af, dagelijks handelende in de school van zekere Tyrannus".

"En dit geschiedde twee jaren lang, alzo dat allen, die in Azie woonden, het Woord van de Heere Jezus hoorden, beiden Joden en Grieken". (Handelingen 19:6-10).

Aanhangers van de Pinksterbeweging verwijzen vaak naar het feit dat de apostel Paulus na zijn bekering ook in tongen sprak.

"Ik dank mijn God, dat ik meer vreemde talen spreek, dan gij allen;" (I Korinthe 14:18,19).

Dit past echter geheel bij het doel van het spreken in tongen. Want, wat kon een grotere uitdaging voor Israכl zijn dan hun voornaamste en ijverige vervolger van de Gemeente van Christus zo dramatisch en volkomen te zien veranderen in een door God gegrepen mens.

"Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet voor hen die geloven, maar voor de ongelovigen;".

Laten wij niet vergeten dat Paulus alleen in de Handelingenperiode in tongen sprak, de zieken genas, en nog veel meer wonderen deed, want Israכl was toen als volk nog niet helemaal aan de zijkant gezet. Uit voorgaande Schriften weten wij al: "de Jood vraagt een teken".

DE "GAVE" VAN HET SPREKEN IN TONGEN

Het tweede aspekt is de gave van het spreken in tongen in de samenkomsten:

"En een ander de werking der krachten; en een ander profetie; en een ander onderscheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der talen." (I Korinthe 12:10)

Om ten diepste de ingewikkelde punten van de Pinksterbeweging te willen begrijpen, behoren we dit onderwerp nauwkeurig te bestuderen. Immers, de Pinksterbeweging maakt een verschil tussen het teken van het spreken in tongen als bewijs van de doop met de Heilige Geest, en de gave van het spreken in tongen in de samenkomst, welke niet aan allen gegeven wordt.

VERHINDERT HET SPREKEN IN TONGEN NIET

Het is belangrijk om op te merken dat de eerste brief aan de Korinthiכrs vףףr het einde van de Handelingenperiode geschreven werd. Daarom was Paulus in deze periode in overeenstemming met Gods plan toen hij zei:

"Zo dan, broeders, ijvert om te profeteren, en verhindert niet in vreemde talen te spreken." (I Korinthe 14:39)

De leraren van de Pinksterbeweging maken veelvuldig gebruik van deze Schrift om hun leer te bevestigen dat tongen vandaag nog steeds geldig zijn, maar natuurlijk negeren zij daarbij de grote betekenis van de crisis te Rome, enige jaren daarna. De val van Israכl als volk begon na de steniging van Stefanus (Handelingen7) en kwam ten einde toen Paulus in Rome was (Handelingen 28).

DE REDEN VOOR DE "GAVE" IN DE SAMENKOMST

Een onderzoek van Handelingen 18 laat zien dat de samenkomsten van de gemeenten te Korinthe gehouden werden in het Joodse deel van die stad. De gemeente bestond eerst uit Joodse bekeerlingen, waaraan later heidenen toegevoegd werden. Tijdens de samenkomsten waren veel ongelovige Joden aanwezig (I Korinthe 14:23).

"Indien dan de gehele gemeente bijeenvergaderd ware, en zij allen in vreemde talen spraken, en enige ongeleerden of ongelovigen inkwamen, zouden zij niet zeggen, dat gij uitzinnig waart?"

De Heilige Geest getuigde tot deze mensen met de gave van het spreken in tongen. Deze gave, zoals al opgemerkt is, werd niet aan iedereen gegeven (I Korinthe 12:10,11,30).

"En een ander de werkingen der krachten; en een ander profetie; en een ander onderscheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der talen.

"Doch al deze dingen werkt een en dezelfde Geest, delende aan een ieder in het bijzonder, gelijk Hij wil.

"Want gelijk het lichaam een is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar een lichaam zijn, alzo ook Christus.  "En gij zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.

"En God heeft er sommigen in de gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, helpers, regeringen, menigerlei talen.

"Zijn zij allen apostelen? Zijn zij allen profeten? Zijn zij allen leraars? Zijn zij allen krachten?

"Hebben zij allen gaven der gezondmakingen? Spreken zij allen met menigerlei talen? Zijn zij allen uitleggers?

(1 KORINTHIERS 12:10-12,27-30).

Veel evangelisch-christelijke leiders hebben geprobeerd om de aanspraak van de Pinksterbeweging te weerleggen door het volgende vers aan te halen: "spreken soms allen in tongen?" Sommigen kunnen dus in tongen spreken, maar niet allen. Dit laat zien dat de christelijke leiders geen weet hebben van het onderscheid tussen de twee aspekten van tongen. Daarom is dit een ongelukkig en onschriftuurlijk compromis, hetwelk recht in de handen van de Pinksterleiders speelt.

TONGEN ZIJN VAN GEEN BETEKENIS VOOR DE GEMEENTE

De apostel Paulus beschrijft in I Korinthe 14 de beginselen van orde in de Gemeente. Hier maakt hij duidelijk dat tongen geen nut hadden voor de gemeente zelf. Zij waren bedoeld als "teken" voor "dit volk" wat regelmatig de samenkomsten van de gemeente bezocht. Wanneer in een samenkomst de gave van tongen in werking was, moest een ander lid in staat zijn het te vertalen, (I Korinthe 12:10) zodat de gemeente opgebouwd kon worden in een taal die zij konden verstaan:

"Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen...indien dan de gehele gemeente bijeenvergaderd ware, en zij allen in vreemde talen spraken, en enige ongeleerden of ongelovigen inkwamen, zouden zij niet zeggen, dat gij uitzinnig waart?" (I Korinthe 14:5-28)

Opnieuw kunnen wij hier lezen dat de gave van tongen geen nut had voor de gelovigen of de gemeente als geheel. Dit is in grote tegenstelling met de algemene geloofsleer die de Pinksterbeweging aanhangt, nl. dat tongen bovenal voor de gelovigen en de samenkomsten en niet voor de ongelovigen bedoeld zijn.

Daar de gave van profetie ook een onderdeel vormt van de geloofsleer van de Pinksterbeweging, zou men zich het volgende kunnen afvragen: "Welk voordeel geeft het spreken in tongen (met de daarbij behorende noodzaak van vertolking) als profetie in de behoefte kan voorzien?"

"SPREKEN MET GOD"

Aanhangers van de Pinksterbeweging veronderstellen, dat het spreken in tongen gegeven is als middel voor de gelovige om kontakt met God te hebben.

"Want die een vreemde taal spreekt, spreekt niet voor de mensen, maar voor God; want niemand verstaat het..." "Die een vreemde taal spreekt, die sticht zichzelf...." (I Korinthe 14:2,4).

Deze verzen moeten in verband gebracht worden met de kern van Paulus' onderricht in dit hoofdstuk. De apostel verklaarde in het voorgaande hoofdstuk dat er tongen van mensen en van engelen zijn:

"Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak..." (I Korinthe 13:1).

De beschrijving in het boek Handelingen laat tongen zien, die door mensen gesproken werden, alhoewel degenen, die door de Heilige Geest gebruikt werden om ze te uiten, (Handelingen 2) ze zelf niet begrepen. De gave van tongen in de samenkomst lijkt een tong van engelen te zijn geweest, welke een hemelse vertolking vereiste. Dit aspekt bespreekt Paulus in I Korinthe 14:2-4. Het kwam vaak voor dat de gave van vertolking aanwezig was.

"Maar indien er geen uitlegger is, dat hij zwijge in de gemeente; doch dat hij tot zichzelf spreke, en tot God." (I Korinthe 14:28)

Het in dit geval niet toestaan van de gelovige om in tongen te spreken, moet niet beschouwd worden als een bedroeven van de Geest van God, maar juist aangegrepen worden om geestelijk, persoonlijk opgebouwd te worden. Dit was toegestaan toen het spreken in tongen nog van kracht was, maar nooit en te nimmer werden tongen specifiek gegeven voor het hebben van gemeenschap met God.

"TONGEN ZULLEN OPHOUDEN"

Klaarblijkelijk wist de apostel Paulus dat er een tijd zou komen waarin Israכl (tijdelijk) opzijgezet zou worden, en dat tegelijkertijd de tongen ook zouden ophouden te bestaan:

"De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieכn, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden." (I Korinthe 13:8)

Het is zeer waarschijnlijk dat Paulus deze dingen te horen kreeg tijdens zijn opmerkelijke ervaring in de derde hemel (II Korinthe 12:1,2).

"Te roemen is mij waarlijk niet nuttig; want ik zal komen tot gezichten en openbaringen des Heeren.

"Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het geschied is in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in de derde hemel;"

"En ik ken een zodanig mens (of het in het lichaam, of buiten het lichaam geschied is, weet ik niet, God weet het)",

"Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken".

In I Korinthe 13 gaf de apostel te kennen dat er meer zou komen, en tegelijkertijd dat tongen zouden ophouden te bestaan. Dit gebeurde precies nadat Israכl opzijgezet was. Tekenen, volgens het apostolische voorbeeld, hielden geleidelijk op te bestaan. (Bij de steniging van Stefanus begon de val van Israכl als volk. Het einde kwam tot stand bij Handelingen 28. Zo is o.a. ook de gave van tongen geleidelijk aan verdwenen zodat in Paulus' latere brieven tijdens zijn gevangenschap, geen tongen meer voorkomen.)

PROFETIE.....TONGEN.....KENNIS

Wij moeten eerlijkheidshalve opmerken dat het stoppen van tongen in verband staat met het voorbijgaan van profetie en kennis.

"De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieכn, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden. Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele; Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind; was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik te niet gedaan hetgeen van een kind was. Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben." (I Korinthe 13:8-12)

De Pinksterbeweging beweert dat kennis, profetie en tongen nog steeds in ons midden zijn omdat Christus (het volmaakte) nog niet gekomen is. Dit lijkt een goede uitleg te zijn, totdat wij inzien dat het vers niets over de persoonlijke wederkomst van Christus zegt. De uitdrukking "van aangezicht tot aangezicht" wijst op de volheid of de volmaaktheid van kennis over Christus.

Omdat Gods Woord tijdens de Handelingenperiode nog niet volmaakt was, gaf God de gemeente verschillende gaven om hen voortschrijdend in alle waarheid te leiden, of m.a.w. in de kennis van Hem, die de Waarheid is.

"Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen.

"Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, zal Hij u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelf niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.

"Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.

"Al wat de Vader heeft, is Mijne; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u verkondigen.

"Want dezen wordt door den Geest gegeven het woord der wijsheid, en een ander het woord der kennis, door denzelfden Geest"

"Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest"

"Welker dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God, die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods;

"Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen;

"Aan wie God heeft willen bekend maken, welke de rijkdom der heerlijkheid van deze verborgenheid is onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid. (Johannes 16:13-15, I Korinthe 12:8, Efeze 3:5, Kolossensen 1:25-27).

Deze voortschrijdende openbaring van kennis wordt door Paulus het "ten dele" of "onvolkomen" kennen en profeteren genoemd. Tijdens het schrijven van zijn brief aan de Korinthiכrs was de gemeente nog in de "ten dele" - fase van de voortschrijdende openbaring.

ALLE WAARHEID BEVINDT ZICH NU IN DE BIJBEL

Na de crisis te Rome, kwam de gemeente tot de volheid van openbaring. Dat wat eerst "ten dele" of "onvolkomen" was, was nu voorbijgegaan, en het "volmaakte" was gekomen. In de brieven aan de Efeziכrs en de Kolossensen wordt de Gemeente beschreven als zijnde in hemelse plaatsen in Christus Jezus, en verborgen met Christus in God. Vanwege deze hemelse en geestelijke vereniging van de Gemeente met haar verheven Hoofd, kan nu waarlijk gezegd worden dat wij Hem kennen zoals wij door Hem gekend zijn, want zo nabij en intiem is deze geestelijke eenheid. De gemeente behoeft niet langer meer door een spiegel te zien, wazig zoals in de "ten dele" - periode. Evenmin is het niet meer nodig om in een staat van onvolwassenheid te leven aangaande de kennis van Christus, want dat wat volmaakt is, is gekomen en nu terug te vinden in de Bijbel. God heeft alles wat voor deze tijd van genade nodig is al geopenbaard, en daarom bestaat er nu geen behoefte meer aan profetieכn, de manier waarop eerst aan de Gemeente de openbaringen bekendgemaakt werden.

Als we vandaag met profetie te maken hebben, dan weten we dat er een ander "woord van God" naast dat wat wij in de Bijbel hebben, gebracht wordt, en dat is onaanvaardbaar.

Wij behoren echter in de geopenbaarde wil van God, in Zijn Woord, ingewijd te worden door de bediening van geestelijke leraren en het onderzoek van de Schriften. Ons gemis aan kennis en begrip, verandert niets aan het feit, dat alle waarheid voor eens en voor altijd in de Bijbel te vinden is. Wij moeten onderscheid maken tussen het kennen van Christus in de tegenwoordige tijd door de openbaring van de Geest:

"Hem verkondigen wij, vermanende een ieder mens, en lerende een ieder mens in alle wijsheid, opdat wij een ieder mens volmaakt zouden stellen in Christus Jezus;" (Kolossensen 1:28).

en het van aangezicht tot aangezicht zien van Hem op die toekomstige en wonderbare dag van onze ontmoeting met Hem:

 "Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Here Jezus Christus; Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelf kan onderwerpen." (Filippensen 3:20-21)

Wat is het gemakkelijk om in dwaling geleid te worden als wij falen om "het Woord der waarheid recht te snijden", of het Evangelie van Gods genade, de prediking van de Here Jezus Christus naar de openbaring van het geheimenis, goed te onderscheiden.

 

 

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011