De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

HOOFDSTUK II

EEN OPEN BIJBEL

De leer van de zogenaamde Pinksterbeweging wordt aan het publiek met een open Bijbel aangeboden. Een poging om deze leer oppervlakkig te weerleggen doet de zaak geen recht.

Een onderzoek naar de verschillende meningen van zogenaamde christelijke leiders die nooit persoonlijk aan de beweging en haar aktiviteiten hebben deelgenomen, leid mij tot de volgende konklusie: een goede weerlegging van deze leer vereist iemand die zelf helemaal betrokken is geweest bij de Pinksterbeweging en daar later door verder onderzoek van Gods Woord, rechtgesneden, daaruit is gekomen. Dit is beslist noodzakelijk om de ingewikkelde punten van het probleem volledig te kunnen verklaren, en later niet als onkundige aangaande het onderwerp beschouwd te worden.

Om de onderwerpen "wonderen" en "het spreken in tongen" in het bijzonder, zo eenvoudig mogelijk te houden, behandelen wij het in de vorm van een Bijbelstudie. Wij willen graag de aandacht vestigen op het feit dat wij hier niet de nadruk op het werk van de Heilige Geest in deze tijd leggen, maar op de bewijzen waaraan de aanhangers van de Pinksterbeweging zich vasthouden en die volgens hen erbij horen.

HET RECHT SNIJDEN VAN HET WOORD DER WAARHEID

(HET JUIST INDELEN VAN DE BIJBEL)

"Benaarstig u, om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt." (II Timothes 2:15)

God heeft in Zijn plan besloten om tekenen aan de wereld te geven, waaronder ook het spreken in tongen. Het is onze verantwoordelijkheid Gods Woord te onderzoeken om hiervoor de juiste verklaring te vinden. Wanneer wij dat doen, moeten we ons goed realiseren dat de Goddelijke principes zoals heiligheid, rechtvaardigheid e.a., nooit veranderen. Maar Gods manier van omgang met de mens is wel veranderd. In de Bijbel wordt onderscheid gemaakt tussen twee programma's nl. tussen Gods profetische programma en Gods plan met de Gemeente, het lichaam van Christus.

Dit had de apostel Paulus in gedachten toen hij Timothes vermaande om "het Woord der waarheid recht te snijden". Met die gedachte voor ogen bespreken wij ons onderwerp. Wij raden de lezer aan om een open Bijbel te gebruiken naast onze opmerkingen. Wij bespreken belangrijke zaken en wij hebben de Geest van wijsheid en openbaring (Efeze 1:17) nodig om het Woord van God te begrijpen.

DE BETEKENIS VAN WONDEREN (MARKUS 2:3-13)

"En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een verlamde, die door vier gedragen werd. En toen zij niet tot Hem konden naderen, vanwege de schare, maakten zij het dak open, waar Hij was, en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeke neer, waar de verlamde op lag. En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot de verlamde: Zoon, uw zonden zijn u vergeven. En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten : Wat spreekt Deze aldus godslasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God? En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelf overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten? Wat is lichter, te zeggen tot de verlamde: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeke op, en wandel? Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot de verlamde): Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeke op, en ga heen naar uw huis. En terstond stond hij op, en het beddeke opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten, en God verheerlijkten, zeggende: Wij hebben nooit zoiets gezien!

De genezing van de verlamde man is een wonder dat ons een sleutel in handen geeft. Het laat ons nl. zien dat achter elk lichamelijk en materiכel teken een geestelijke gedachte en bedoeling ligt. De Heer vertoonde nooit Zijn kracht om louter sensationele redenen. Het was Zijn bedoeling om Zijn Goddelijke natuur te bewijzen, en daarmee dat Hij Gods Zoon was. Want uiteindelijk kan alleen Gods Zoon de zonde van anderen vergeven."Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft om de zonden op de aarde te vergeven" (vers 10).

"Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid van Zijn discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek; Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam." (Johannes 20:30,31)

Al de wonderen, zoals het opwekken van doden, het genezen van blinden, het laten horen van doven, het laten spreken van stommen en het laten lopen van lammen, waren onderdelen van de krachtige verkondiging van het aardse Koninkrijk en hoofdzakelijk bestemd voor het Joodse volk (I Korinthe 1:22).

"En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Geneest de kranken; reinigt de melaatsen; wekt de doden op; werpt de duivelen uit. Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet." (Matthes 10:7,8)

EEN SPECIFIEKE OPROEP

Tekenen en wonderen bevatten niettemin ook een specifieke oproep. God gebruikte tekenen en wonderen om Zijn volk, het volk Israכl, te roepen.

"Hoor, gij hemelen! en neem ter ore, gij aarde! want de Here spreekt: Ik heb kinderen groot gemaakt en verhoogd; maar zij hebben tegen Mij overtreden." (Jesaja 1:2)

Deze profetie was bedoeld voor Israכl in het algemeen en voor Juda in het bijzonder (Jesaja 1). Dit woord werd tot hen gesproken vanwege hun morele en geestelijke achteruitgang, en omdat ze een tegenwerkend volk waren. Zo was de situatie van het volk Israכl al vanaf de uittocht uit Egypte. Het was Gods bedoeling om de heidenen door dit verbondsvolk te zegenen en om het Koninkrijk der hemelen op aarde te openbaren, door Israכl's geestelijke en politieke macht (Matthes 6:10, Handelingen 1:6).

"DIT VOLK"

"Toen zeide Hij: Ga heen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet op. Maak het hart van dit volk vet en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze." (Jesaja 6:9-10).

Dit is ייn van de belangrijkste verzen in verband met ons onderwerp en wel om meer dan ייn reden. De opdracht die God aan Jesaja gaf, omvat de grondbeginselen voor elke situatie waaraan Israכl onderworpen was.

1) In deze toestand van rebellie en achteruitgang wordt Israכl "dit volk" genoemd. Wanneer deze term later in Gods Woord gebruikt wordt, verwijst het naar Israכl als volk.

2) Gods boodschappers en hun boodschappen aan "dit volk" worden vaak bevestigd door tekenen voor de zintuigen oor en oog.

3) Ondanks dit alles wil Israכl zich niet bekeren.

Dezelfde verzen werden door de Here Zelf aangehaald toen Hij tot de Zijnen kwam en de Zijnen Hem niet aannamen:

"En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken. Want het hart van dit volk is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze." (Matthes 13:14,15)

"En hoewel Hij zovele tekenen voor hen gedaan had, nochtans geloofden zij in Hem niet;" (Johannes 12:37-41).

DE JODEN BEGEREN EEN TEKEN

Niet alleen de Joden begeren een teken, maar eigenlijk iedereen. Men ziet liever dingen dan dat men alleen moet geloven dat zij bestaan. Het feit dat de Jood een teken begeert, begint al heel lang geleden. God koos het volk Israכl niet uit vanwege hun rechtvaardigheid, maar vanwege Zijn belofte aan de vaderen:"...om het woord te bevestigen, dat de Here, uw God, aan uw vaderen...gezworen heeft." (Deuteronomium 9:4,5)

God heeft een plan met het volk, maar om dit hardnekkige volk te overtuigen van Zijn doel, maakte God gebruik van wonderen en tekenen. Wonderen werden niet zomaar verricht, maar de tekenen hadden een specifiek doel: om de Jood telkens weer van de aanwezigheid en de wil van God te overtuigen:"Aangezien de Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid zoeken;" (I Korinthe 1:22).

De Jood vraagt een teken, maar de Griek zoekt wat anders! Zolang Israכl de hoofdrol speelt in Gods programma zullen tekenen en wonderen daarom een deel daarvan uitmaken. Zo was het ook in het begin toen God aan Mozes een opdracht gaf:"Toen antwoordde Mozes, en zeide: Maar zie, zij zullen mij niet geloven, noch mijn stem horen;..." (Exodus 4:1).

God gaf Mozes een middel om "dit volk" te overtuigen. Ook Gods Zoon, Degene Die tot de Zijnen gekomen was, bevestigde Zijn boodschap met wonderen en tekenen:"Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? Welke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Here, aan ons bevestigd is geworden door degenen, die Hem gehoord hebben; God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen van de Heilige Geest, naar Zijn wil." (Hebreeכn 2:3,4)

God gaat met mensen om volgens een bepaald plan en doel. Ook de wonderen en tekenen vallen hieronder. Wanneer men een bepaald aspekt van Gods plan uit zijn verband haalt, doet men ten eerste Gods plan en doel tekort en ten tweede past men bijbelse beloften verkeerd toe. Uiteindelijk wordt de medegelovige hiervan de dupe: het wekt nl. valse hoop bij hem op en brengt hem in verwarring.

De tekenen en wonderen zijn oorspronkelijk voor de Jood bedoeld. Dit wil niet zeggen dat de heidenen van minder belang zijn. Dit behoren we goed te onthouden, want dat brengt ons een stap verder in ons onderzoek naar Gods plan en doel in deze bedeling van genade.

ISRAEL EN DE GEMEENTE IN EEN GROTE CRISIS

"Want het hart van dit volk is dik geworden, en met de oren hebben zij zwaar gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich bekeren, en Ik hen geneze." (Handelingen 28:27-29)

Laten wij nu Handelingen 28:27-29 vergelijken met Jesaja 6:9-10, zodat we aandacht kunnen schenken aan de periode tussen de steniging van Stefanus (Handelingen 7:51-60) en de tijdelijke opzijzetting van Israכl als zijnde Gods volk, de periode gedurende welke God een speciaal belang stelde in Israכl als volk. Deze gebeurtenissen tesamen met hun achtergrond behoren met grote aandacht onderzocht te worden.

Het boek Handelingen geeft ons een duidelijke beschrijving van de bekering van de apostel Paulus, maar er gebeurde ook iets dat voor ons van groot belang is, nl. de steniging van Stefanus (Handelingen 7:54-60). Dit is een klimax in Gods relatie met Israכl, en een aanleiding voor de verandering van Zijn programma.

" Toen zij dit hoorden, berstten hun harten, en zij knersten de tanden tegen hem; Maar hij, vol zijnde van de Heilige Geest, en de ogen houdende naar de hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechterhand Gods; En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en de Zoon des mensen, staande ter rechterhand Gods; Maar zij, roepende met grote stem, stopten hun oren, en vielen eendrachtig op hem aan; En wierpen hem ter stad uit, en stenigden hem; en de getuigen legden hun klederen af aan de voeten van een jongeling, genaamd Saulus; En zij stenigden Stefanus, die aanriep en zeide: Heere Jezus, ontvang mijn geest" En vallende op de knieen, riep hij met grote stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En toen hij dat gezegd had, ontsliep hij" (Handelingen 7:54-60).

DE DRUPPEL, DIE DE EMMER DEED OVERLOPEN

De steniging van Stefanus heeft meer betekenis dan alleen het gooien van stenen naar iemand. Ook de vervolgingen die daarna plaatsvonden, laten ons zien dat het volk Israכl tegen God en Diens wil om Zijn koninkrijk op aarde te vestigen, (Psalm 2:2) een oorlog voerden.

Het volk Israכl was uitverkoren voor de taak om Gods zegening naar de wereld te brengen. Volgens het profetische Woord zal de Messias als Koning vanuit Jeruzalem over de hele wereld gaan regeren (Jesaja 2:2-5; 11:10, Handelingen 3:25,26).

" En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op de top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvels, en tot hem zullen alle heidenen toevloeien". "En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot de berg des HEEREN, tot het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord des HEEREN uit Jeruzalem.

"En Hij zal richten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkels; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren".

"Komt, gij huis van Jakob, en laat ons wandelen in het licht des HEEREN". (Jesaja 2:2-5).

"Gij zijt kinderen van de profeten, en van het verbond, dat God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zaad zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.

"God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Hem eerst tot u gezonden, dat Hij u zegenen zou, daarin dat Hij een ieder van u afkere van uw boosheden".

"En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op de top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvels, en tot hem zullen alle heidenen toevloeien". (Handelingen 3:25,26).

Uit het boek Handelingen kunnen wij duidelijk konstateren dat de meerderheid van het volk weinig aandacht schonk aan de drie toespraken van Petrus (Handelingen 2:14-37; 3:12-25; 4:7-12). En het einde van Stefanus' toespraak had zijn steniging tot de dood tot gevolg (Handelingen 7:2-53). Deze houding van het volk liet een duidelijke boodschap zien, namelijk dat men Jezus onder geen enkele voorwaarde wilde laten regeren. Zij accepteerden de Koning niet!

Lezer vergist u niet! Al eerder had Israכl God de Vader als hun Koning verworpen (I Samuכl 8:7). "Doch de Heere zeide tot Samuכl:Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn".

Tevens lieten zij Gods Zoon kruisigen (Markus 15:13-14,23-26). En ten derde werd het getuigenis van Gods Geest niet aanvaard (Handelingen 7:51). In dit stadium werden de woorden van de Here Jezus toen Hij nog op aarde was vervuld nl: "En zijn burgers haatten hem, en zonden gezanten achter hem aan, zeggende: Wij willen niet, dat deze over ons koning is." (Lukas 19:14).

Toen zij Stefanus stenigden en lasterden tegen de Heilige Geest, begingen zij een zonde die niet vergeven kon worden, "Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal den mensen vergeven worden; maar de lastering tegen den Geest zal den mensen niet vergeven worden" (Matthes 12:31-32 en Markus 3:28). Op dit punt ontstond er, tijdelijk, een verandering in Gods programma. God riep een nieuwe apostel met een nieuwe boodschap: "de boodschap van Gods genade". Het is deze apostel die later geןnspireerd door de Heilige Geest zei:

"Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods tot de heidenen gezonden is, (zonder verbondsvoorrechten of nationale voorrang) en dezen zullen horen. En toen hij dit gezegd had, gingen de Joden weg, veel twisting hebbende onder elkander." (Handelingen 28:28,29)

DE GEVOLGEN VAN HET GEINSPIREERDE OORDEEL

Het geןnspireerde oordeel over "dit volk" toont verschillende dingen aan. Tot het moment waarop Stefanus gestenigd werd, stond Israכl als volk centraal in Gods programma en werd vertegenwoordigd door haar officiכle leiders. Tot dat moment vormden de hiermee samenhangende kenmerken van tekenen en wonderen een onderdeel van het Evangelie (Markus 16:15-20).

De opzijzetting van Israכl door de verandering in Gods plan en Evangelie, had als logisch gevolg dat de tekenen tot "dit volk" ook opzijgezet werden (dat gebeurde evenwel niet tegelijkertijd maar geleidelijk). Dit wordt bevestigd door het feit dat er na Handelingen 28 geen Schriftuurlijke aantekening gemaakt wordt van tekenen en wonderen, zoals bijv. genezingen. (in overeenstemming met het apostolische voorbeeld) Integendeel, er is sprake van een duidelijke afwezigheid hiervan:"En hij is ook ziek geweest tot nabij de dood; maar God heeft Zich over hem ontfermd; en niet alleen over hem, maar ook over mij, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben." (Filippensen 2:27)

"Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden." (I Timothes 5:23)

"Erastus is te Korinthe gebleven; en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten." (II Timothes 4:20)

Deze definitieve opzijzetting van Israכl vond zonder twijfel plaats als resultaat van het feit dat Israכl een drieledige oproep verworpen had, nl. die van God de Vader, toen zij net als de andere volken, een koning wilden hebben (I Samuכl 8:7), God de Zoon aan het kruis, en God de Heilige Geest, bij de steniging van Stefanus, (Handelingen 7:50-51).

Het Evangelie van de genade van God en het aanbod van het eeuwige leven door Jezus Christus, Gods geliefde Zoon, aan de heidenen, werd als eerste aan de apostel Paulus bekendgemaakt. De crisis van Handelingen 7 bracht de gemeente te Jeruzalem in een nieuwe positie, nl. die van vervolgingen (Handelingen 8:1). Tegelijkertijd riep God een nieuwe apostel om een ander doel bekend te maken welke tot die tijd geheim was gehouden. Dit alles staat geschreven in de brieven van Paulus. (Wij merken op dat het voor de lezer van groot belang is om na te gaan of de brieven voor of na Handelingen 28 geschreven zijn.)

Tijdens het Pinksterfeest werd de gemeente te Jeruzalem nog steeds door de Heilige Geest gebruikt om te getuigen tot de Joden, (Handelingen 2:5). Na de steniging van Stefanus en de roeping van de apostel Paulus, lezen wij dat het Evangelie ook naar de heidenen ging. Tijdens de hele Handelingenperiode had de Jood, wat het aanbod van het Evangelie betrof, nog steeds voorrang boven de Griek. Tijdens deze periode werd de brief aan de Romeinen geschreven en de uitdrukking: "Eerst voor de Jood" (Romeinen 1:16), past bij deze achtergrond.

"Want ik schaam mij het Evangelie van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een ieder, die gelooft, eerst de Jood, en ook de Griek."

Dit is een klein voorbeeld van de noodzaak om het Woord recht te snijden (tussen het Evangelie van het Koninkrijk en het Evangelie van Gods genade, tussen de twaalf discipelen en de ene apostel, de apostel Paulus).

Met de steniging van Stefanus en de opzijzetting van Israכl aan het einde van het Handelingentijdperk, verdween het kenmerk van voorrecht en voorrang. Vandaag neemt Israכl wat de aanspraak op het Evangelie betreft dezelfde plaats in als ieder ander volk. Zo zal de situatie blijven totdat het volk weer door God aangenomen wordt na de opname van de gemeente. Het Evangelie is nu gericht tot "eenieder", zonder onderscheid van persoon of ras:

"Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want ייnzelfde is Here van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aaroepen; want een ieder, die de Naam des Heren zal aanroepen, zal zalig worden." (Romeinen 10:12,13)

"Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel." (Galaten 6:15)

"Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die deze beiden ייn gemaakt heeft, en de middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende," (Efeze 2:13-19).

De Gemeente, "het lichaam van Christus" wordt als "ייn lichaam" gezien. Er is geen verschil tussen Jood of heiden, geen tussenmuur die scheiding maakt. De Gemeente strijdt niet langer tegen vlees en bloed; ze strijdt nu tegen de overheden en machten in de hemelse gewesten, (Efeze 6:12). Deze strijd is voornamelijk een geestelijke aangelegenheid, en de tekenen voor de gevallen menigten der duisternis zijn niet van lichamelijke of materiכle aard. De tekenen voor vandaag zijn de kracht van het kruis, het eeuwige leven, de oneindige liefde, en de vrucht van de Geest. Nu wordt Christus in Zijn heiligen geopenbaard (Efeze 3:14-20, Galaten 5:22).

" Om deze oorzaak buig ik mijn knieen tot de Vader van onze Heere Jezus Christus, Uit Wie al het geslacht in de hemelen en op de aarde genaamd wordt, Opdat Hij u geve, naar de rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens; Opdat Christus door het geloof in uw harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt; Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte en lengte, en diepte, en hoogte is, En bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot al de volheid Gods. Hem nu, Die machtig is meer dan overvloedig te doen, boven al wat wij bidden of denken, naar de kracht, die in ons werkt, Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid in de Gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot alle eeuwigheid. Amen."

DE BETEKENIS VAN MARKUS 16:17-20

"En Hij zeide tot hen; Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. En hen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen; in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden." (Markus 16:15-18)

In het licht van het voorgaande is het nu voor ons gemakkelijk te begrijpen waarom de Here de tekenen van vers 17 aan de prediking van het Koninkrijks-evangelie toegevoegd heeft. De Pinksterbeweging baseert op o.a. deze Schriften de stelling dat tekenen vandaag nog geldig zijn. Laten we dit eens aandachtig beschouwen.

Het is nu niet moeilijk voor te stellen dat de tekenen en wonderen een belangrijk onderdeel vormden van het Koninkrijks-evangelie. Israכl, "dit volk", staat centraal. Men zou de volgende vraag kunnen stellen: "Waarom vertelde de Here niet dat de tekenen op een zeker tijdstip zouden ophouden?" Hierop is een eenvoudig antwoord te geven. In Johannes 16:12 staat dat de Here aan Zijn discipelen vertelt dat er vele dingen zijn die Hij hen wil vertellen, maar dat zij het nu niet kunnen dragen: "Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen."

Het was de taak van de Heilige Geest om hen tot de kennis van deze dingen te leiden. Dit werd uiteindelijk vervuld (zie o.a. Efeze 3:5, Kolossensen 1:25). De Here kende de beperkte Messiaanse kennis van Zijn discipelen (Handelingen 1:6). Hij wist dat zij de acceptatie van de Samaritanen en vooral van de heidenen moeilijk zouden aannemen, (zie Handelingen 10)*

Opmerkelijk is ook dat de Here niet zei: "Deze tekenen zijn VOOR hen die geloven", maar "degenen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen VOLGEN".

In vers 20 van Markus 16 wordt deze positie nog duidelijker gemaakt:

"En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Here (niet de discipelen) werkte mee, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen."

God bevestigde Zijn Woord aan "dit volk", vanuit de hemel, door tekenen die er op volgden. Dit is in overeenstemming met Jesaja 6:9,10, en het feit dat de "Joden een teken begeren", (I Korinthe 1:22).

"Toen zeide Hij: Ga heen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet op.

"Maak het hart van dit volk vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze. (Jesaja 6:9,10),

PINKSTEREN EN DE PROFETIE VAN JOEL

Er is veel gesproken over Petrus' citaat uit de profetie van Joכl op de Pinksterdag:

"En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen." (Handelingen 2:17)

De profetie van Joכl gaat in het bijzonder over de dag des Heren, het oordeel over de volken en de daarop volgende zegen over het land en het volk van Israכl. Deze profetie heeft niets te maken met de huidige Gemeente in deze bedeling, "het lichaam van Christus".

Dit zal pas in de toekomst, na de opname van de Gemeente, plaatsvinden. Het zullen de "spade regen" en de "laatste dagen" van Israכl's bewogen geschiedenis zijn. Deze profetie gaat niet over de "laatste dagen" van deze bedeling van genade (II Timothes 3:1), waarin wij, als leden van de Gemeente, "het lichaam van Christus", nu leven,

"Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen,

"Door geveinsdheid der leugensprekers, hebbende hun eigen geweten als met een brandijzer toegeschroeid"

"Verbiedende te huwen, gebiedende zich van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend" (1 Timotheus 4:1-4).

"En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden. "Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelf, geldgierig, laatdunkend, hovaardig, lasteraars, de ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig. "Zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde tot de goeden, "Verraders, roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers Gods; "Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht daarvan verloochend hebben. Heb ook een afkeer van dezen. (2 Timotheus 3:1-5).

maar over de laatste dagen van het profetische programma. Op de Pinksterdag waren alle mogelijkheden aanwezig voor het in vervulling gaan van deze profetie. De enige vereiste was dat Israכl's leiders zich tot de Here zouden wenden en Zijn Naam zouden aanroepen. Dan zou Hij naar de aarde terugkomen en de tijden van verademing zouden aanbreken.

--------

* Wij willen hier nadrukkelijk vermelden dat de voornaamste reden van Gods zwijgen over wat nog plaats zou moeten vinden, de bedeling van Gods genade is, die op dat moment nog geheim werd gehouden. De val van Israכl (Romeinen 11:25) maakt deel uit van een ander Evangelie. Het Evangelie van Gods genade werd als eerste aan de apostel Paulus bekendgemaakt (Efeze 3:1-9).

"Gij zijt kinderen der profeten, en van het verbond, dat God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zaad zullen alle geslachten der aarde gezegend worden. God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Hem eerst tot u gezonden, dat Hij u zegenen zou, daarin dat Hij een ieder van u afkere van uw boosheden." (Handelingen 3:25-26)

De geestelijke kracht en de wonderbaarlijke demonstratie van het in tongen spreken waren bedoeld als tekenen voor Israכl dat een dag van Messiaanse mogelijkheden aangebroken was. Daarom ook citeerde Petrus, geןnspireerd door de Heilige Geest, de profetie van Joכl en verklaarde:

"Maar dit is het, wat gesproken is door de profeet Joכl:" (Handelingen 2:16).

Het is interesssant om op te merken dat alleen de geestelijke uitingen van deze profetie geopenbaard werden. De kosmische tekenen, die ook genoemd worden, vonden niet plaats. Deze tekenen in de hemelen en op de aarde worden pas geopenbaard als de Messias naar de aarde terugkeert in kracht en majesteit (Matthes 24:29,30).

"En terstond na de verdrukking van die dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.

"En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid".

Wat heeft Israכl een gouden kans gemist. Wij vertrouwen erop dat het nu voor de lezer duidelijk is dat deze profetie niet spreekt over de Gemeente van vandaag, zoals de Pinksterleer ons wil laten geloven.

GEBEURTENISSEN MET EEN MESSIAANSE ACHTERGROND

Er zijn veel belangrijke aspekten in het profetische programma waaraan wij aandacht behoren te schenken. De interessantste daarvan is de aanwijzing van Matthias als de twaalfde apostel. Als Israכl zich als volk op de Pinksterdag tot de Heer bekeerd zou hebben, zou de Messias teruggekomen zijn, tezamen met de tijden van verademing (zie de toespraak van Petrus in Handelingen 3). Er zouden op dat moment maar elf apostelen geweest zijn om op de twaalf tronen van Israכl te zitten (Lukas 22:30). Het was dus absoluut noodzakelijk dat voor Pinksteren de twaalfde apostel aangewezen zou worden!

Let ook op de termen die de apostel Petrus tijdens zijn toespraak op de Pinksterdag gebruikte: "Gij Israכlietische mannen". Zijn toespraak was dus alleen gericht tot het volk Israכl! "Want u (Israכlieten) komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, (Israכlieten) die daar verre zijn, (zelfs te Rome) zovelen (Israכlieten) als er de Here, onze God toe roepen zal."

De geestelijke en hemelse betekenis van Pinksteren, nl. de verheerlijking van Christus, geldt evenzeer voor de Gemeente van vandaag als toen op de Pinksterdag (Efeze 1:3; 2:6). Maar de nationale betekenis van Pinksteren als een historische gebeurtenis geldt alleen voor het volk Israכl. Dit is het "Woord der waarheid recht snijden".

 

 

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011