|
FEITEN OVER
ENGELEN
Van: www.av-1611.com
Door: Thomas Bruscha
Dit zijn aantekeningen over Engelen, gemaakt door Thomas Bruscha,
deze aantekeningen beschouwen NIET de charismatische leringen
betreffende engelen.
INHOUD:
--“ENGEL” betekent: “BOODSCHAPPER”. (blz.1).
--ENGELEN WORDEN GENOEMD……(blz.2).
--HUN WEZEN. (blz.3).
--ONDER DE ENGELEN ZIJN RANGEN VAN GEZAG. (blz.4).
--HOE ENGELEN VERSCHIJNEN. (blz.6).
--DE TAKEN VAN DE ENGELEN. (blz.10).
--HEBBEN DE LEDEN VAN HET LICHAAM VAN CHRISTUS BESCHERMENGELEN?
(blz.12).
“ENGEL” betekent: “BOODSCHAPPER”:
* Engelen zijn de dienaren van de Heer en verrichten dienst voor God
– Hebr.1:7, 14:
”Hebr.1:7: En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt
geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs”.
“Hebr.1:14: Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst
uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven
zullen?”.
* Ze werden gebruikt om boodschappen over te brengen naar mensen –
Gen.19:15.
“Gen.19:15: En als de dageraad opging, drongen de engelen Lot aan,
zeggende: Maak u op, neem uw huisvrouw, en uw twee dochteren, die
voorhanden zijn, opdat gij in de ongerechtigheid dezer stad niet
omkomt”.
* Heilige Engelen voeren de wil van God uit op aarde en in de hemel
– Gen.28:12.
“Gen.28:12: En hij droomde; en ziet, een ladder was gesteld op de
aarde, welker opperste aan den hemel raakte; en ziet, de engelen
Gods klommen daarbij op en neder”.
* Ze brengen verslag uit aan God en geven informatie – Job 1:6; 2:1.
“Job 1:6: Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich
voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen
kwam’.
“Job 2:1: Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om
zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van
hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen”.
* Ze prijzen en aanbidden God – Ps.148:2; Op.5:11, 12.
“Ps.148:2: Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn
heirscharen!
“Op.5:11: En ik zag, en ik hoorde een stem veler engelen rondom den
troon, en de dieren, en de ouderlingen; en hun getal was tien
duizendmaal tien duizenden, en duizendmaal duizenden;”.
“Op.5:12: Zeggende met een grote stem: Het Lam, Dat geslacht is, is
waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte,
en eer, en heerlijkheid, en dankzegging”.
* Ze behelzen het leger van God – de “Hemelse heerscharen” –
Dan.4:35.
“Dan.4:35: En al de inwoners der aarde zijn als niets geacht, en Hij
doet naar Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde,
en er is niemand, die Zijn hand afslaan, of tot Hem zeggen kan: Wat
doet Gij?”.
ENGELEN WORDEN GENOEMD:
* “Kinderen Gods” – Job. 1:6; 2:1.
“Job 1:6: Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich
voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen
kwam’.
“Job 2:1: Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om
zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van
hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen”.
* “Hemelsen Heirlegers” – Lukas 2:13.
“Luk.2:13: En van stonde aan was er met den engel een menigte des
hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende”.
* “Heilige goden” of “Heilige engelen” – Dan.4:8; Matth.25:31.
“Dan.4:8: Totdat ten laatste Daniel voor mij inkwam, wiens naam
Beltsazar is, naar den naam mijns gods, in wien ook de geest der
heilige goden is; en ik vertelde den droom voor hem, zeggende”.
“Matth. 25:31 En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn
heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten
op den troon Zijner heerlijkheid”.
* “Boden van veel kwaad” of “Boze Geesten” – Ps.78:49; 1Sam.16:14,
15;
“Ps.78:49: Hij zond onder hen de hittigheid Zijns toorns,
verbolgenheid, en verstoordheid, en benauwdheid, met uitzending der
boden van veel kwaads”.
“1Sam.16:14: En de Geest des HEEREN week van Saul; en een boze geest
van den HEERE verschrikte hem”.
“1Sam.16:15: Toen zeiden Sauls knechten tot hem: Zie toch, een boze
geest Gods verschrikt u”.
* “Wachters” – Dan.4:17.
“Dan.4:17: Deze zaak is in het besluit der wachters, en deze
begeerte is in het woord der heiligen; opdat de levenden bekennen,
dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der
mensen, en geeft ze aan wien Hij wil, ja, zet daarover den laagste
onder de mensen”.
HUN WEZEN:
* Engelen zijn Hemelse wezens – 1Kor.15:40.
“1Kor.15:40: En er zijn hemelse lichamen, en er zijn aardse
lichamen; maar een andere is de heerlijkheid der hemelse, en een
andere der aardse”.
* Zij zijn één soort of ras van vele hemelse wezens zoals:
--Serafs – die, volgens Jes.6:2-7
zes vleugels hebben en die de heiligheid van God prijzen.
“Jes.6:2-7: De serafs stonden
boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen; met twee bedekte ieder
zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee
vloog hij.3 En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig,
heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn
heerlijkheid vol! 4 Zodat de posten der dorpels zich bewogen van de
stem des roependen; en het huis werd vervuld met rook. 5 Toen zeide
ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen
ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is;
want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien.
6 Maar een van de serafs vloog tot mij, en had een gloeiende kool in
zijn hand, die hij met de tang van het altaar genomen had. 7 En hij
roerde mijn mond daarmede aan, en zeide: Zie, deze heeft uw lippen
aangeroerd; alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is
verzoend”.
--Cherubs – die, volgens Ezechiël 10:1-15 vier vleugels hebben en
omringen de heerlijkheid van God.
“Ez.10:1-15: Daarna zag ik, en ziet, boven het uitspansel, hetwelk
was over het hoofd der cherubs, was als een saffiersteen, als de
gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij verscheen op dezelve.
2 En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zeide: Ga in
tot tussen de wielen, tot onder den cherub, en vul uw vuisten met
vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en
hij ging in voor mijn ogen. 3 De cherubs nu stonden ter rechterzijde
van het huis, als die man inging; en een wolk vervulde het binnenste
voorhof. 4 Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van
boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd
vervuld met een wolk, en het voorhof was vol van den glans der
heerlijkheid des HEEREN. 5 En het geruis van de vleugelen der
cherubs werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des
almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt. 6 Het geschiedde nu, als Hij
den man, bekleed met linnen, geboden had, zeggende: Neem vuur van
tussen de wielen, van tussen de cherubs, dat hij inging en stond bij
een rad. 7 Toen stak een cherub zijn hand uit van tussen de cherubs
tot het vuur, hetwelk was tussen de cherubs, en nam daarvan, en gaf
het in de vuisten desgenen, die met linnen bekleed was; die nam het,
en ging uit. 8 Want er werd gezien aan de cherubs de gelijkenis van
eens mensen hand onder hun vleugelen. 9 Toen zag ik, en ziet, vier
raderen waren bij de cherubs; een rad was bij elken cherub;
en de gedaante der raderen was als de verf van een turkoois-steen.
10 En aangaande hun gedaanten, die vier hadden enerlei gelijkenis,
gelijk of het ware geweest een rad in het midden van een rad. 11 Als
die gingen, zo gingen deze op hun vier zijden; zij keerden zich niet
om, als zij gingen; maar de plaats, waarheen het hoofd zag, die
volgden zij na; zij keerden zich niet om, als zij gingen. 12 Hun
ganse lichaam nu, en hun ruggen, en hun handen, en hun vleugelen,
mitsgaders de raderen, waren vol ogen rondom; die vier hadden hun
raderen. 13 Aangaande de raderen, elkeen derzelve werd voor mijn
ogen genoemd Galgal. 14 En elkeen had vier aangezichten; het eerste
aangezicht was het aangezicht eens cherubs, en het tweede aangezicht
was het aangezicht eens mensen, en het derde het aangezicht eens
leeuws, en het vierde het aangezicht eens arends. 15 En die cherubs
hieven zich omhoog; dit was hetzelfde dier, dat ik bij de rivier
Chebar gezien had”.
--De vier dieren – van Openbaring 4:6-8 die al dan niet één van de
eerder genoemde kunnen zijn; ze hebben eveneens zes vleugels.
“Op.4:6-8: 6 En voor den troon was een glazen zee, kristal gelijk.
En in het midden des troons, en rondom den troon, vier dieren,
zijnde vol ogen van voren en van achteren. 7 En het eerste dier was
een leeuw gelijk, en het tweede dier een kalf gelijk, en het derde
dier had het aangezicht als een mens, en het vierde dier was een
vliegenden arend gelijk. 8 En de vier dieren hadden elkeen voor
zichzelven zes vleugelen rondom, en waren van binnen vol ogen; en
hebben geen rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig,
heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die
komen zal.
--Er zijn vele verschillende beschrijvingen van demonische wezens –
Zach.5:5-9. “Zach.5:5-9: 5 En de Engel, Die met mij sprak, ging uit,
en zeide tot mij: Hef nu uw ogen op, en zie, wat dit zij, dat er
voortkomt. 6 En ik zeide: Wat is dat? En Hij zeide: Dit is een efa,
die voortkomt. Verder zeide Hij: Dit is het oog over henlieden in
het ganse land. 7 En ziet, een plaat van lood werd opgeheven, en er
was een vrouw, zittende in het midden der efa. 8 En Hij zeide: Deze
is de goddeloosheid; en Hij wierp ze in het midden van de efa; en
Hij wierp het loden gewicht op den mond derzelve. 9 En ik hief mijn
ogen op, en ik zag; en ziet, twee vrouwen kwamen voort, en wind was
in haar vleugelen, en zij hadden vleugelen, als de vleugelen eens
ooievaars; en zij voerden de efa tussen de aarde en tussen den
hemel.
Opmerking: Dit is de enige keer dat in de Bijbel melding wordt
gemaakt van vrouwen met vleugels en zie, het is demonisch!
--Er worden eveneens hemelse dieren genoemd in de Schrift, zoals
paarden in Openbaring 19:11 en 14. “Op.19:11: En ik zag den hemel
geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd
Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in
gerechtigheid”. “Op.19:14; En de heirlegers in den hemel volgden Hem
op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaad”.
ONDER DE ENGELEN ZIJN RANGEN VAN GEZAG:
* Aartsengel ( betekent: “voornaamste”). --Zoals “Michael” onder de
Heilige Engelen – 1Thess.4:16; Judas 9. “1Thess.4:16: Want de Heere
Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de
bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven
zijn, zullen eerst
opstaan”.
“Judas 9: Maar Michael, de archangel, toen hij met den duivel
twistte, en handelde van het lichaam van Mozes, durfde geen oordeel
van lastering tegen hem voortbrengen, maar zeide: De Heere bestraffe
u!”.
--En “Beëlzebul” de overste der duivelen – Matth.12:24.“Maath.12:24:
Maar de Farizeen, dit gehoord hebbende, zeiden: Deze werpt de
duivelen niet uit, dan door Beelzebul, den overste der duivelen”
* Overheden – als boven, een betrekking als overste, de voornaamste
onder anderen – Ef.1:21. “Ef.1:21: Verre boven alle overheid, en
macht, en kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt,
niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende”.
* Tronen – een ambt door één die een regionaal koning is – Kol.1:16.
“Kol.1:16: Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de
hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk
zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij
machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;”.
* Macht – Een uitvoerende macht, militair of politie of rechter –
Ef.1:21. “Ef.1:21: Verre boven alle overheid, en macht, en kracht,
en heerschappij, en allen naam,
die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de
toekomende”.
* Heerschappijen – toegewezen gouvernementele autoriteit over een
gebied – Ef.1:21. “Ef.1:21: Verre boven alle overheid, en macht, en
kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet
alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende”.
Dezelfde ambten van diverse autoriteit bestaan ook op de aarde, voor
ons zichtbaar in Koningen, Presidenten en Wetgevers en Gouverneurs
en Rechters en Politie. Dezelfde ambten bestaan ook in de hemel,
onzichtbaar voor ons maar wel werkelijk bestaand – Kol.1:16-17.
“Kol.1:16-17: 16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de
hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk
zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij
machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; 17 En Hij
is voor alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem”.
Hemelse tegenhangers van de wereld strijden in de hemelen – Daniël
10:12, 13, 20, 21. “Dan.10:12: Toen zeide Hij tot mij: Vrees niet,
Daniel! want van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft, om te
verstaan en om uzelven te verootmoedigen, voor het aangezicht uws
Gods, zijn uw woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben Ik
gekomen. 13 Doch de vorst des koninkrijks van Perzie stond tegenover
Mij een en twintig dagen; en ziet, Michael, een van de eerste
vorsten, kwam om Mij te helpen, en Ik werd aldaar gelaten bij de
koningen van Perzie”.
“Dan.10:20: Toen zeide Hij: Weet gij, waarom dat Ik tot u gekomen
ben? Doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der
Perzen; en als Ik zal uitgegaan zijn, ziet, zo zal de vorst van
Griekenland komen. 21 Doch Ik zal u te kennen geven, hetgeen
getekend is in het geschrift der waarheid; en er is niet een, die
zich met Mij versterkt tegen dezen, dan uw vorst Michael”.
HOE ENGELEN VERSCHIJNEN:
* Ze zijn “geesten” – Hebr.1:7.“Hebr.1:7: En tot de engelen zegt Hij
wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des
vuurs”. * Ze zijn niet, zoals wij, van de aarde – 1Kor.15:48.
“1Kor.15:48: Hoedanig de aardse is, zodanige zijn ook de aardsen; en
hoedanig de Hemelse is, zodanige zijn ook de hemelsen”.
* Ze zijn “onzichtbaar” – Kol.1:16; 2Kon.6:17. “Kol.1:16: Want door
Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde
zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij
heerschappijen, hetzijoverheden, hetzij machten; alle dingen zijn
door Hem en tot Hem geschapen”.
“2Kon.6:17: En Elisa bad, en zeide: HEERE, open toch zijn ogen, dat
hij zie! En de HEERE opende de ogen van den jongen, dat hij zag; en
ziet, de berg was vol vurige paarden en wagenen rondom Elisa”.
* Er wordt over hen gesproken als “mannen”; nimmer als vrouwen of
kinderen – Mark.16:5; Dan.9:21.“Mark.16:5: En in het graf ingegaan
zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter zijde, bekleed
met een wit lang kleed, en werden verbaasd”.
“Dan.9:21: Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel,
dien ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen,
mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers”.
Ze zijn echter niet per definitie geslachtloos: Als mannen, gevallen
engelen, hebben ze gemeenschap gehad met “de dochteren der mensen” –
Gen.6:1-4. “Gen.6:1: 1 En het geschiedde, als de mensen op den
aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren
werden, 2 Dat Gods zonen de dochteren der
mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit
allen, die zij verkozen hadden”. 3 Toen zeide de HEERE: Mijn Geest
zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees
is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren”. 4 In die
dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot
de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen
hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen
van name”.
* Ze waren en zijn geschapen door God om celibatair te leven: God
heeft ze niet geschapen om te trouwen of ten huwelijk te worden
gegeven – Matth.22:30. “Matth.22:30: Want in de opstanding nemen zij
niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij
zijn als engelen Gods in den hemel”.
* Ze zijn machtig; overvloedig in kracht en bekwaamheid – Ps.103:20;
2Petr.2:11. “Ps.103:20: Looft den HEERE, Zijn engelen! gij krachtige
helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords”.
“2Petr.2:11: Daar de engelen in sterkte en kracht meerder zijnde,
geen lasterlijk oordeel tegen hen voor den Heere voortbrengen”.
* Ze bezitten de bekwaamheid om te verschijnen als “gewone mensen”-
Hebr.13:2. “Hebr.13:2: Vergeet de herbergzaamheid niet; want
hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd.
--Soms verschijnen ze als mannen en toch is er iets aan hen dat hen
onderscheid al Engelen – Gen.18:1-3; 19:1. “Gen.18:1-3: Daarna
verscheen hem de HEERE aan de eikenbossen van Mamre, als hij in de
deur der tent zat, toen de dag heet werd. 2 En hij hief zijn ogen op
en zag; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem; als hij hen
zag, zo liep hij hun tegemoet van de deur der tent, en boog zich ter
aarde. 3 En hij zeide: Heere! heb ik nu genade gevonden in Uw ogen,
zo gaat toch niet aan Uw knecht voorbij”. --Vermoedelijk waren ze
groter dan normale mannen – Gen.6:4; Op.21:17. “Gen.6:4: In die
dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot
de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen
hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen
van name”. “Op.21:17: En hij mat haar muur op honderd vier en
veertig ellen, naar de maat eens mensen, welke des engels was.
* Ze hebben eveneens de mogelijkheid om te verschijnen als
“bovennatuurlijke mannen” met stralende heerlijkheid – Lukas 24:4.
“Luk.24:4: En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren,
zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen”.
* Ze zijn “geschapen” wezens – niet geboren – zoals dat ook wordt
gezegd van de cherub Lucifer – Ez.28:15. “Ez.28:15: Gij waart
volkomen in uw wegen, van den dag af, dat gij geschapen zijt, totdat
er ongerechtigheid in u gevonden is”.
* Ze zijn geschapen in Gen.1:1 omdat ze de rest van de schepping
zagen gebeuren – Job 38:6-7.“Job.38:6: Waarop zijn haar grondvesten
nedergezonken, of wie heeft haar hoeksteen gelegd? 7 Toen de
morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods
juichten”.
* Omdat ze geestelijke wezens zijn kunnen ze niet lichamelijk
sterven – Luk.20:36. “Luk.20:36: Want zij kunnen niet meer sterven,
want zij zijn den engelen gelijk; en zij zijn kinderen Gods, dewijl
zij kinderen der opstanding zijn.” --Dat is de reden waarom God de
Hel heeft gemaakt – Matth.25:41. “Matth.25:41: Dan zal Hij zeggen
ook tot degenen, die ter linker hand zijn: Gaat weg van Mij, gij
vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen
bereid is”.
* Omdat ze geestelijke wezens zijn worden ze nooit ouder. --Dit
wordt gezien in het feit dat de engel Gabriël aan Daniël verscheen –
Dan.8:16 – om dan ongeveer 500 jaar later, zonder ouder te zijn
geworden, aan Maria te verschijnen – Lukas 1:19, 26, 27.
“Dan.8:16: En ik hoorde tussen Ulai eens mensen stem, die riep en
zeide: Gabriel! Geef dezen het gezicht te verstaan”.
“Lukas 1:19: En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben
Gabriel, die voor God sta, en ben uitgezonden, om tot u te spreken,
en u deze dingen te verkondigen”.
“Lukas 1: 26-27: 26 En in de zesde maand werd de engel Gabriel van
God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth;27 Tot een
maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit
den huize Davids; en de naam der maagd was Maria.
* Als geestelijke wezens nemen ze geen ruimte in. In Mark.5:9 waren
er “legio” in één man. “Mark.5:9: En Hij vraagde hem: Welke is uw
naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn
velen.
* Ze zien altijd wat er op de aarde gebeurt – Daniël 4:17; 1Kor.4:9.
“Dan.4:17: Deze zaak is in het besluit der wachters, en deze
begeerte is in het woord der
heiligen; opdat de levenden bekennen, dat de Allerhoogste
heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen, en geeft ze aan
wien Hij wil, ja, zet daarover den laagste onder de mensen”.
“1Kor.4:9: Want ik acht, dat God ons, die de laatste apostelen zijn,
ten toon heeft gesteld als tot den dood verwezen; want wij zijn een
schouwspel geworden der wereld, en den engelen, en den mensen.
* Ze zijn benieuwd geweest naar het profetische plan van verlossing
dat God had beloofd aan het mensdom op de aarde – 1Petrus
1:12.“1Petr.1:12: Denwelken geopenbaard is, dat zij niet zichzelven,
maar ons bedienden deze dingen, die u nu aangediend zijn bij
degenen, die u het Evangelie verkondigd hebben door
den Heiligen Geest, Die van den hemel gezonden is; in welke dingen
de engelen begerig zijn in te zien”.
* Er is veel vreugde onder de Engelen over de overwinningen van God
– Luk.15:10; Op.12:12. “Luk.15:10: Alzo, zeg Ik ulieden, is er
blijdschap voor de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert”.
“Op.12:12: Hierom bedrijft vreugde, gij hemelen, en gij, die daarin
woont! Wee dengenen, die de aarde en de zee bewonen, want de duivel
is tot u afgekomen, en heeft groten toorn, wetende, dat hij een
kleinen tijd heeft”.
* Hun thuis is de Hemel – ze worden genoemd “de engelen der hemelen”
– Matth.24:36.“Matth.24:36: Doch van dien dag en die ure weet
niemand, ook niet de engelen derhemelen, dan Mijn Vader alleen”.
--En sommigen van hen zijn afgevallen – Judas 9.“Judas 9: Maar
Michael, de archangel, toen hij met den duivel twistte, en handelde
van het lichaam van Mozes, durfde geen oordeel van lastering tegen
hem voortbrengen,maar zeide: De Heere bestraffe u!”.
* Ze worden geassocieerd met de sterren – Op.1:20; 9:1. “Op.1:20: De
verborgenheid der zeven sterren, die gij gezien hebt in Mijn rechter
hand, en de zeven gouden kandelaren. De zeven sterren zijn de
engelen der zeven Gemeenten; en de zeven kandelaren, die gij gezien
hebt, zijn de zeven Gemeenten”.
“Op.9:1: En de vijfde engel heeft gebazuind, en ik zag een ster,
gevallen uit den hemel opde aarde, en haar werd gegeven de sleutel
van den put des afgronds”.--Waarschijnlijk leven en heersen ze
territoriaal tussen de sterren – Amos 5:26.“Amos 5:26: Ja, gij
droegt de tent van uw Melech, en den Kijun, uw beelden, de ster uws
gods, dien gij uzelf hadt gemaakt.
* Ze zijn er niet om te aanbidden! – Op.22:8-9. “Op.22:8-9: 8 En ik,
Johannes, ben degene, die deze dingen gezien en gehoord heb. En toen
ik ze gehoord en gezien had, viel ik neder om aan te bidden voor de
voeten des engels, die mij deze dingen toonde. 9 En hij zeide tot
mij: Zie, dat gij het niet doet; want ik ben uw
mededienstknecht, en uwer broederen, der profeten, en dergenen, die
de woorden dezes boeks bewaren; aanbid God”.
* Ze zijn er niet om verafgood te worden! – Ez.20:4-5; Hand.7:43.
“Ex.20:4-5: 4 Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis
maken, van hetgeen
boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch
van hetgeen in de wateren onder de aarde is. 5 Gij zult u voor die
niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een
ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan
het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten”.
“Hand.7:43: Ja, gij hebt opgenomen den tabernakel van Moloch, en het
gesternte van uw god Remfan, de afbeeldingen, die gij gemaakt hebt,
om die te aanbidden; en Ik zal u overvoeren op gene zijde van
Babylon”.
* Ze zijn er niet om tot hen te bidden – 2Sam.24:17. “2Sam.24:17: En
David, als hij den engel zag, die het volk sloeg, sprak tot den
HEERE, en zeide: Zie ik, ik heb gezondigd, en ik, ik heb onrecht
gehandeld, maar wat hebben deze schapen gedaan? Uw hand zij toch
tegen mij en tegen mijns vaders huis.--In de Schrift zijn gebeden
altijd gericht aan God – Matth.6:6; Luk.11:2. “Matth.6:6: Maar gij,
wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten
hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die
in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden”.
--“Luk.11:2: En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze
Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw
Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den
hemel, alzo ook op de aarde”.
* Ze zijn er niet om te begeleiden! – Jes.47:13. “Jes.47:13: Gij
zijt moede geworden in de veelheid uwer raadslagen; laat nu opstaan,
die den hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die naar de
nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die
over u komen zullen”. --Het is de Heilige Geest, door Zijn
geschreven Woord, die ons leidt en onze gids is – Ef.5:18 “Ef.5:18:
En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt
vervuld met den
Geest”.
* Wij zullen vandaag de dag geen evangelie boodschap van Engelen
ontvangen! – Gal.1:8.
“Gal.1:8: Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel
u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben,
die zij vervloekt”.
Onze aanbidding, onze gehoorzaamheid, ons vertrouwen en
afhankelijkheid, welke wij aan God verschuldigd zijn, verlangen
Satan en zijn Engelen en is daarom de bron van, en de reden, achter
alle afgodendienst – Jes.14:12-14. “Jes.14:12-14: 12 Hoe zijt gij
uit den hemel gevallen, o morgenster, gij zoon des dageraads! hoe
zijt gij ter aarde nedergehouwen, gij, die de heidenen krenktet! 13
En zeidet in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon
boven de sterren Gods verhogen; en ik zal mij zetten op den berg der
samenkomst aan de zijden van het noorden. 14 Ik zal boven de hoogten
der wolken klimmen, ik zal den Allerhoogste gelijk worden”.
DE TAKEN VAN DE ENGELEN
* Ze zijn vanuit God gezonden om boodschappen over te brengen naar
bepaalde mensen -Dan.9:20-23.
“Dan.9:20-23: 20 Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en
de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het
aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns
Gods; 21 Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, dien
ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij
aanrakende,omtrent den tijd des avondoffers. 22 En hij onderrichtte
mij en sprak met mij, en zeide: Daniel! nu ben ik uitgegaan, om u
den zin te doen verstaan. 23 In het begin uwer smekingen is het
woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven;
want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op
dit gezicht”.
* Omdat Jezus Christus het “Woord van God” wordt genoemd, Joh.1:1,
waren ermomenten in het Oude Testament dat Hij Zelf verscheen als
“de Engel de Heeren” –Ex.3:2.“Exodes 3:2: En de Engel des HEEREN
verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een braambos; en
hij zag, en ziet, het braambos brandde in het vuur, en het braambos
werd niet verteerd”.
* Engelen werden eveneens gezonden om bepaalde mensen in speciale
tijden te beschermen – Hand.12:7-10. “Hand.12:7-10: :7 En
ziet, een engel des Heeren stond daar, en een licht scheen in de
woning, en slaande de zijde van Petrus, wekte hij hem op, zeggende:
Sta haastelijk op. En zijn ketenen vielen af van de handen. 8 En de
engel zeide tot hem: Omgord u, en bind uw schoenzolen aan. En hij
deed alzo. En hij zeide tot hem: Werp uw mantel om, en volg mij. 9
En uitgaande volgde hij hem, en wist niet, dat het waarachtig was,
hetgeen door den engel geschiedde, maar hij meende, dat hij een
gezicht zag. 10 En als zij door de eerste en
tweede wacht gegaan waren, kwamen zij aan de ijzeren poort, die naar
de stad leidt; dewelke van zelve hun geopend werd. En uitgegaan
zijnde, gingen zij een straat voort, en terstond scheidde de engel
van hem”.
* Op andere tijden werden ze gezonden om straf op te leggen –
1Kron.21:16. “1Kron.21:16: Als David zijn ogen ophief, zo zag hij
den engel des HEEREN, staande tussen de aarde en tussen den hemel,
met zijn uitgetrokken zwaard in zijn hand, uitgestrekt over
Jeruzalem; toen viel David, en de oudsten, bedekt met zakken, op hun
aangezichten”.
* Engelen werden toegewezen aan Naties – Dan.12:1. “Dan.12:1: En te
dier tijd zal Michael opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen
uws volks staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als
er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op
dienzelven tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden, al
wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek”.
* Sommige Engelen werden toegewezen aan kinderen – Matth.18:10.
“Matth.18:10: Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht.
Want Ik zeg ulieden, dat
hun engelen, in de hemelen, altijd zien het aangezicht Mijns Vaders,
Die in de hemelen is”.
* Engelen zullen worden toegewezen aan gemeenten – Op.1:20;
2:8,12,18; 3:1,7,14. “Op.1:20: De verborgenheid der zeven sterren,
die gij gezien hebt in Mijn rechter hand, en de zeven gouden
kandelaren. De zeven sterren zijn de engelen der zeven Gemeenten; en
de zeven kandelaren, die gij gezien hebt, zijn de zeven Gemeenten”.
“Op.2:8: En schrijf aan den engel der Gemeente van die van Smyrna:
Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood geweest is, en weder
levend is geworden: “Op.2:12: En schrijf aan den engel der Gemeente,
die in Pergamus is: Dit zegt Hij, Die
het tweesnijdend scherp zwaard
heeft:
“Op.2:18: En schrijf aan den engel der Gemeente te Thyatire: Dit
zegt de Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vlam vuurs, en
Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk: “Op.3:1: En schrijf aan den
engel der Gemeente, die te Sardis is: Dit zegt, Die de zeven geesten
Gods heeft, en de zeven sterren: Ik weet uw werken, dat gij den naam
hebt, dat gijleeft, en gij zijt dood.
“Op.3:7: En schrijf aan den
engel der Gemeente, die in Filadelfia is: Dit zegt de Heilige,
de Waarachtige, Die den sleutel Davids heeft; Die opent, en niemand
sluit, en Hij sluit,en niemand opent: “Op.3:14: En schrijf aan den
engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen,
de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:
* Door het gehele boek Openbaring zien we de Engelen de toorn van
God uitvoeren – Op.15:1. “Op.15:1: En ik zag een ander groot en
wonderlijk teken in den hemel; namelijk zeven engelen, hebbende de
zeven laatste plagen; want in deze is de toorn Gods geeindigd.
* Ze zullen gebruikt worden bij de tweede komst van Jezus Christus
om Israël te verzamelen in het beloofde land – Matth.24:31.
“Matth.24:31: En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van
groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit
de vier winden, van het ene uiterste der
hemelen tot het andere uiterste derzelve.
De tijdsaanduidingen in de bovengenoemde verklaringen verwijzen naar
het verleden en de toekomstige dagen. Omdat de kinderen Israëls Gods
volk waren en de erfgenamen van Verlossing is de bediening van de
engelen speciaal verbonden met dat Volk en met de hun beloofde
zegeningen van het Koninkrijk op aarde. Houdt dit in gedachten als
we de laatste vraag beschouwen:
HEBBEN DE LEDEN VAN HET LICHAAM VAN CHRISTUS BESCHERMENGELEN?
De brieven van Paulus zijn geschreven aan het “Lichaam van Christus”
dat bestaat uit alle gelovigen door “het evangelie der genade Gods”
(Jood of Heiden) vanaf het begin van zijn speciale bediening tot een
toekomstige dag waarin het “Lichaam” (slapend in het graf of nog in
leven zijnde) de Heer tegemoet gaat in de lucht om zo voor altijd
met de Heer te wezen. (Hand.20:24; 1Kor.12:27; 1Tim.1:12-16;
1Thess.4:13-18).
“Hand.20:24: Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven
dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag
volbrengen, en den dienst, welken ik, van den Heere Jezus ontvangen
heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods”.“1Kor.12:27: En
gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder”.
“1Tim.1:12-16: 12 En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft,
namelijk Christus Jezus, onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht
heeft, mij in de bediening gesteld hebbende; 13 Die te voren een
gods lasteraar was, en een vervolger, en een verdrukker; maar mij is
barmhartigheid geschied, dewijl ik het ontwetende gedaan heb in mijn
ongelovigheid. 14 Doch de genade onzes Heeren is zeer overvloedig
geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus. 15 Dit
is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus
in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik
de voornaamste ben. 16 Maar daarom is mij barmhartigheid geschied,
opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn
lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in
Hem geloven zullen ten eeuwigen leven”.
“1Thess.4:13-18: 13 Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende
zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt,
gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. 14 Want indien wij
geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God
degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem. 15 Want
dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend
overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen
degenen, die ontslapen zijn. 16 Want de Heere Zelf zal met een
geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen
van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst
opstaan; 17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te
zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in
de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen. 18 Zo dan,
vertroost elkander met deze woorden”.
Deze gemeente, die “het Lichaam van Christus” wordt genoemd is een
“Nieuw Schepsel” verschillend van Gods volk Israël die genoemd
werden “Een Heilige Natie”. De gemeente, welke is het Lichaam van
Christus is in het leven geroepen voor Gods geheime doel, genaamd
“De Verborgenheid” – “Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen
niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard….” zoals Paulus
dat schrijft; “Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan
de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid
Gods”. (Ef.1:22-23; 2Kor.5:17; Gal.6:15; 1Petr.2:9; Ef.3:1-10).
“Ef.1:22-23: 22 En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en
heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen;23
Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen
vervult”.
“2Kor.5:17: Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw
schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw
geworden”.
“Gal.6:15: Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige
kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel”.
“1Petr.2:9: Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk
priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt
verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen
heeft tot Zijn wonderbaar licht”.
“Ef.3:1-10: 1 Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van
Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt. 2 Indien gij maar gehoord
hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; 3
Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid,
(gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb; 4 Waaraan
gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze
verborgenheid van Christus), 5 Welke in andere eeuwen den kinderen
der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan
Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest; 6 Namelijk dat
de heidenen zijn medeerfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en
mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie; 7
Waarvan ik een dienaar geworden ben, naar de gave der genade
Gods, die mij gegeven is, naar de werking Zijner kracht. 8 Mij, den
allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de
heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken
rijkdom van Christus, 9 En allen te verlichten, dat zij mogen
verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle
eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen
heeft door Jezus Christus; 10 Opdat nu, door de Gemeente, bekend
gemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de
veelvuldige wijsheid Gods”.
Met andere woorden, Gods doel om ons vandaag de dag te redden, in
deze “bedeling der genade Gods”, is het onderwijzen van de engelen
in de hemel, dingen die zelfs zij nimmer wisten betreffende de
veelvuldige wijsheid Gods.
Het belangrijkste is dat het de Engelen leert hoe Gods wijsheid,
door het kruis, Satan heeft verslagen, en openlijk Satans
onwetendheid heeft tentoon gesteld als God de triomf, van Zijn
wijsheid en macht, over hem openbaart. (1Kor.2:7-9; Ef.1:8;
Kol.2:13-15).
“1Kor.2:7-9: 7 Maar wij spreken de wijsheid Gods, bestaande in
verborgenheid, die bedekt was, welke God te voren verordineerd heeft
tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was; 8 Welke niemand van de
oversten dezer wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend
hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist
hebben. 9 Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft
gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hartdes mensen niet
is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben”.
“Ef.1:8: Met welke Hij overvloedig is geweest over ons in alle
wijsheid en voorzichtigheid”.
“Kol.2:13-15: 13 En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden,
en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw
misdaden u vergevende; 14 Uitgewist hebbende het handschrift, dat
tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik,
enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden
weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende; 15 En de
overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het
openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen
getriomfeerd”.
In de genade van God naar ons gebruikt Hij ons om de Engelen te
onderwijzen, en in de Hemelen zal Hij ons voor eeuwig gebruiken om
aan de Engelen te tonen: “……den uitnemenden rijkdom Zijner genade,
door de goedertierenheid over ons…..” Ef.2:4-7.
“Ef.2:4-7: 4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote
liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, 5 Ook toen wij dood waren
door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade
zijt gij zalig geworden), 6 En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons
mede gezet in den hemel in Christus Jezus; 7 Opdat Hij zou betonen
in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door
de goedertierenheid over ons in
Christus Jezus.
Omdat het programma, van God voor ons, ook inhoud het onderwijzen
van de Engelen, en aangezien deze waarheid de nederlaag laat zien en
de mislukking en het noodlot aangaande de duivel en zijn engelen,
zijn degenen die deze waarheid weten in geestelijke oorlogvoering
met “geestelijke wezens”. Ef.6:10-12.
“Ef.6:10-12: 10 Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere,
en in de sterkte Zijner macht. 11 Doet aan de gehele wapenrusting
Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.
12 Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen
de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld,
der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de
lucht”.
De wapenuitrusting die God ons heeft gegeven zijn geen
“beschermengelen”, maar is de “waarheid”, “rechtvaardigheid”,
“vrede”, “geloof” en “hoop”, gefundeerd in onze positie in Christus.
Verder zegt 2Kor.10:4 ons:
“2Kor.10:4: Want de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk,
maar krachtig door God, tot nederwerping der sterkten;
Ze zijn niet vleselijk, maar geestelijk, want we vechten niet tegen
vlees en bloed. Ons wapen is geestelijk. Het is het Woord van God.
Ef.6:12-17. “Ef.6:12-17: 6:11 Doet aan de gehele wapenrusting Gods,
opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels. 12
Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed,
maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers
der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke
boosheden in de lucht. 13 Daarom neemt aan de gehele wapenrusting
Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht
hebbende, staande blijven. 14 Staat dan, uw lenden omgord hebbende
met de waarheid, en aangedaan hebbende het borstwapen der
gerechtigheid; 15 En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van
het Evangelie des vredes; 16 Bovenal aangenomen hebbende het schild
des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult
kunnen uitblussen. 17 En neemt den helm der zaligheid, en het zwaard
des Geestes, hetwelk is Gods Woord”.
Daarom waarschuwt Jezus Christus ons steeds maar weer, door Paulus,
Zijn apostel, ons niet te laten misleiden; en ons ook niet laten
verlokken om Engelen te aanbidden; noch om te worden beroofd van
onze beloningen door de verschijning van Engelen om ons een ander
evangelie te leren of een andere leer die niet wordt gevonden in de
brieven van de apostel Paulus. (Kol.2:18; Gal.1:8; 2Kor.11:13-15;
1Tim.4:1-2).
“Kol.2:18: Dat dan niemand u overheerse naar zijn wil in nederigheid
en dienst der engelen, intredende in hetgeen hij niet gezien heeft,
tevergeefs opgeblazen zijnde door het verstand zijns vleses”.
“Gal.1:8: Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel
u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben,
die zij vervloekt”.
“2Kor.11:13-15: 13 Want zulke valse apostelen zijn bedriegelijke
arbeiders, zich veranderende in apostelen van Christus. 14 En het is
geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel des
lichts. 15 Zo is het dan niets groots, indien ook zijn dienaars zich
veranderen, als waren zij dienaars der gerechtigheid; van welke het
einde zal zijn naar hun werken”.
“1Tim.4:1-2: 1 Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste
tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende
tot verleidende geesten, en leringen der duivelen, 2 Door
geveinsdheid der leugensprekers, hebbende hun eigen geweten als met
een brandijzer toegeschroeid”.
Het is interessant dat Kol.2:18 veronderstelt dat degenen die u
willen doen geloven dat ze een boodschap van een engel hebben
ontvangen om de Engelen te aanbidden nimmer een Engel hebben gezien,
ofschoon ze zullen getuigen dat ze wel een Engel hebben gezien.
Integendeel, de apostel Paulus zegt veel over de Engelen , namelijk
dat ze ons observeren, en luisteren en leren over de genade Gods,
van ons:
** “Want wij zijn een schouwspel geworden der wereld, en den
engelen….” 1Kor.4:9.
** “We zullen de Engelen oordelen” – 1Kor.6:3.
** “We moeten de door God ingestelde autoriteit gehoorzamen “om der
engelen wil” – Mogelijkerwijs om onze gehoorzaamheid waar te nemen.
1Kor.11:10.
“1Kor.11:10: Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om
der engelen Wil”.
** “Onze positie “mede gezet in den hemel in Christus Jezus” is het
aan de Engelen laten zien van de vriendelijkheid en de gunst van God
omdat de Engelen nimmer zo’n genade
hebben gezien – Ef.2:4-7.
“Ef.2:4-7: 4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote
liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, 5 Ook toen wij dood waren
door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade
zijt gij zalig geworden), 6 En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons
mede gezet in den hemel in Christus Jezus; 7 Opdat Hij zou betonen
in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door
de goedertierenheid over ons in Christus Jezus”.
** “En het was de bedoeling van God, in het vormen van het Lichaam
van Christus, om de Hemelse heerscharen te leren over Zijn
“veelvuldige wijsheid” – Ef.3:10.
“Ef.3:10: Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de
overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods;
** “Paulus erkent dat zijn woorden gehoord worden door de
“uitverkoren Engelen” – 1Tim.5:21.
“1Tim.5:21: Ik betuig voor God, en den Heere Jezus Christus, en de
uitverkoren engelen, dat gij deze dingen onderhoudt, zonder
vooroordeel, niets doende naar
toegenegenheid”.
Vandaag de dag hebben we het voorrecht en de bediening om “ het
zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord” te gebruiken (in het
bijzonder “het Woord van Zijn genade” aan ons); en door dat te
gebruiken kunnen we helpen om “overheden en de machten te ruïneren”
door de prediking van het kruis en daarmede, door geloof, degenen
redden (Joden en Heidenen) die deel uitmaken van het koninkrijk van
Satan – “de macht der duisternis” en “ze over te zetten in het
Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde”. (Ef.6:17; Hand.20:32;
Kol.2:15; Ef.2:8-9; Kol.1:12-14).
“Ef.6:17: En neemt den helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes,
hetwelk is Gods Woord”.
“Hand.20:32: En nu, broeders, ik bevele u Gode, en den woorde Zijner
genade, Die machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven
onder al de geheiligden”.
“Kol.2:15: En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft
Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over
hen getriomfeerd”.
“Ef.2:8-9: 8 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het
geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; 9 Niet uit de werken,
opdat niemand roeme”.
“Kol.1:12-14:12 Dankende den Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft,
om deel te hebben in de erve der heiligen in het licht; 13 Die ons
getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in
het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde; 14 In Denwelken wij de
verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving der
zonden”.
Als het doel, van God met Israël, is gericht op Zijn aards
koninkrijk, zo is het doel van God voor ons, het Lichaam van
Christus, gericht op Zijn koninkrijk in de Hemelen. Engelen werden
gebruikt om Israël, als volk, te helpen om ze te informeren en
beschermen, ter vervulling van God’s bedoeling met de aarde. Echter
gebruikt God heden ten dage de gemeente, welke is Zijn Lichaam, om
de Engelen te helpen door hen te informeren en oorlog te voeren
tegen de geestelijke boosheden in de lucht ter vervulling van God’s
bedoeling met de hemelen.
Zoveel temeer iemand begrijpt van het unieke van de eeuw waarin wij
leven en hoe het is dat we strijden in een geestelijke oorlogvoering
in de hemel, zoveel temeer inzicht wordt verkregen met betrekking
tot de bediening van de Engelen heden ten dage. Wij, het Lichaam van
Christus, geven onderwijs en voeren oorlog in de hemel. Wij
verwezenlijken ongeziene overwinningen: “Voorts, mijn broeders,
wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht”
(Ef.6:10). Gebruikende wapens voor onze oorlogvoering “het zwaard
des Geestes” (Ef.6:17) en “met alle bidding en smeking” (Ef.6:18)
voor “vrijmoedigheid” (Ef.6:19) om te verkondigen “de verborgenheid
van het Evangelie” (Ef.6:19). Zouden we, vanaf dit standpunt gezien,
Engelen moeten hebben als beschermers?
In plaats van dat de Engelen ons helpen heeft God ons iets gegeven
dat veel meer vertroostend en machtig is. Hij heeft ons de Heilige
Geest gegeven die ons sterkt met “kracht” - “in den inwendigen mens”
en “verzegeld” ons als het bezit van God tot op de dag van onze
verlossing. Alles tot Zijn heerlijkheid. (Ef.3:14-21; Ef.1:13-14).
“Ef.3:14-21: 14 Om deze oorzaak buig ik mijn knieen tot den Vader
van onzen Heere Jezus Christus, 15 Uit Welken al het geslacht in de
hemelen en op de aarde genoemd wordt, 16 Opdat Hij u geve, naar den
rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht versterkt te worden door
Zijn Geest in den inwendigen mens; 17 Opdat Christus door het geloof
in uw harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt; 18
Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de
breedte, en lengte, en diepte, en hoogte zij, 19 En bekennen de
liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld
wordt tot al de volheid Gods. 20
Hem nu, Die machtig is meer dan overvloediglijk te doen, boven al
wat wij bidden of denken, naar de kracht, die in ons werkt, 21 Hem,
zeg ik, zij de heerlijkheid in de Gemeente, door Christus Jezus, in
alle geslachten, tot alle eeuwigheid. Amen”.
“Ef.1:13-14: 13 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der
waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in
Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met
den Heiligen Geest der belofte; 14 Die het onderpand is van onze
erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner
heerlijkheid”.
In plaats van ons te beschermen voor alle kwaad dat ons kan
overkomen in ons leven wordt ons opgedragen om “vervuld te zijn met
de Geest” en te leren dat Gods genade genoeg is. In feit beginnen we
te begrijpen dat in onze zwakheid God krachtig in ons is zodat we,
mochten we behoeftes hebben, hongerig, pijn lijden, of verlies
lijden, wij kunnen zeggen: “Ik vermag alle dingen door Christus, Die
mij kracht geeft”. Wat een getuigenis is dat van de kracht van Gods
genade in ons, zowel naar de mensen als naar de Engelen toe.
(Ef.5:18; Gal.5:22-23; 2Kor.12:7-10; Fil.4:11-13).
“Ef.5:18:En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar
wordt vervuld met den Geest”.
“Gal.5:22-23: 22 Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap,
vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof,
zachtmoedigheid, matigheid. 23 Tegen de zodanigen is de wet niet”.
“2Kor.12:7-10: 7 En opdat ik mij door de uitnemendheid der
openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe
doorn in het vlees, namelijk een engel des satans, dat hij mij met
vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen. 8 Hierover heb
ik den Heere driemaal gebeden, opdat hij van mij zou wijken. 9 En
Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht
wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in
mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone. 10 Daarom
heb ik een welbehagen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in
vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil; want als ik zwak
ben, dan ben ik machtig”.
“Fil.4:11-13: 11 Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb
geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. 12 En ik weet
vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en
in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te
lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. 13 Ik vermag
alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft”.
Er is een verbazingwekkende waarheid die alleen ontvangen kan worden
door geloof. In de Schrift wordt ons verteld dat het onheil dat ons
overkomt in dit leven voor ons werkt. Als we wandelen door geloof,
gemotiveerd door genade, bekrachtigd door de Geest van God, en door
Zijn Woord geleid door alle moeilijkheden van het leven, we beloond
zullen worden met “een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der
heerlijkheid”. Als beschermengelen dat onheil zouden voorkomen
zouden ze ons tegenwerken, ons beroven van onze beloningen en de
heerlijkheid die God ontvangt door Zijn werking in uw leven.
(2Kor.4:16-18; Rom.8:16-18; 2Tim.2:9-13; 4:6-8).
“2Kor.4:16-18: 16 Daarom vertragen wij niet; maar hoewel onze
uitwendige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige
vernieuwd van dag tot dag. 17 Want onze lichte verdrukking, die zeer
haast voorbij gaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht
der heerlijkheid; 18 Dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men
ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men
ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn
eeuwig”.
“Rom.8:16-18: 16 Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij
kinderen Gods zijn. 17 En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook
erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo
wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt
worden. 18 Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes
tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die
aan ons zal geopenbaard worden”.
“2Tim.2:9-13: 9 Om hetwelk ik verdrukkingen lijde tot de banden toe,
als een kwaaddoener;maar het Woord Gods is niet gebonden. 10 Daarom
verdraag ik alles om de uitverkorenen, opdat ook zij de zaligheid
zouden verkrijgen, die in Christus Jezus is, met eeuwige
heerlijkheid. 11 Dit is een getrouw woord; want indien wij met Hem
gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven; 12 Indien wij
verdragen, wij zullen ook met Hem heersen; indien wij Hem
verloochenen, Hij zal ons ook verloochenen; 13 Indien wij ontrouw
zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.
“2Tim.4:6-8: 6 Want ik word nu tot een drankoffer geofferd, en de
tijd mijner ontbinding is aanstaande. 7 Ik heb den goeden strijd
gestreden, ik heb den loop geeindigd, ik heb het geloof behouden; 8
Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de
Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet
alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben”.
Door: Thomas Bruscha. |