|
Hoofdstuk 4:7-15
De gaven voor de gemeente
Efeze 4:7 “Maar
aan elkeen van ons is de genade gegeven, naar de maat der gave van
Christus.”
Er is de éénheid van de Geest, er is de
opdracht om de éénheid van de Geest te bewaren. Dat doen wij, dat
heeft te maken met elke gelovige die weet dat er één Heere, één
geloof, één doop is. In Efeze 4:8,9 gaat hij spreken over de gaven
voor de gemeente, dat zijn belangrijke waarheden en kijkt u maar wat
hij zegt:
Efeze 4:8,9,10
“Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de
gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven.”
“Nu dit: Hij is opgevaren; wat is het, dan dat Hij ook eerst is
nedergedaald in de nederste delen der aarde?” “Die nedergedaald is,
is Dezelfde ook, Die opgevaren is verre boven al de hemelen, opdat
Hij alle dingen vervullen zou.”
Hier staat in eenvoudige taal dat de Heere Jezus Christus gestorven
is, Hij is begraven en toen is Hij gegaan naar de nederste delen der
aarde, Hij is opgestaan en opgevaren naar de hemel. Deze
beschrijving van de volgorde is bedoelt om te kunnen zien dat die
gaven Die Hij de gemeente gegeven heeft vanuit de hemel zijn. Zodat
u het niet gaat verwarren met de gaven waarover Hij sprak met Zijn
twaalf discipelen, toen Hij op aarde was, of de gaven waarover
gesproken is door de profeet Joël: deze tekenen zullen de gelovigen
volgen…
Wat mensen ons vaak kwalijk nemen, als
wij spreken over de Heere Jezus Christus naar de openbaring van het
geheimenis, is dat zij denken dat wij over een andere Heere Jezus
Christus praten. Het probleem ligt niet bij ons, het probleem ligt
bij hun, omdat bij veel gemeenten veel leringen gaan over Jezus als
Degene Die wonderen doet, Die mensen geneest enz. Zij weten amper
welke dingen de Verlosser aan het kruis heeft volbracht. Dus wij
spreken over de Heere Jezus Christus zoals Paulus Hem verkondigt.
Gestorven, neder gedaald naar de diepten der aarde en opgevaren naar
de hemel.
Efeze 4:11 “En
Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot
profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en
leraars;”
Als wij spreken over de gemeente, het lichaam van Christus hebben
wij te maken met vijf gaven: Apostelen, profeten, evangelisten,
herders en leraars. Wat weten wij over deze gaven? Wij weten dat
deze gaven zijn gegeven tot opbouw van de gemeente, het lichaam van
Christus. Met andere woorden: deze gaven zijn ontstaan met het
ontstaan van het lichaam van Christus. Ik spreek dan met name over
apostelen en profeten.
Men zegt dan tegen ons: Hebben jullie ook
profeten en apostelen? En ook denken veel mensen dat die gaven in
elke gemeente geopenbaard worden. Er zijn Bijbelscholen, instituten
en als iemand daar vanaf komt is hij een leraar of een herder. Maar
dat is niet zo, er staat hier dat de gaven door God zijn gegeven aan
het lichaam van Christus, aan de gemeente.
U zult in sommige situaties ook zien dat
er mensen zijn waarvan men denkt dat ze een gave hebben, maar dan
blijkt het op den duur te gaan om aanzien des persoons. Men luistert
graag naar zo iemand, hij kan het zo goed overbrengen… Men gaat
letten op de spraakkunst van iemand en men gaat letten op de
persoon.
Maar deze gaven hier zijn gegeven aan de
gemeente: En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen,
en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen
tot herders en leraars;” Zo merkt u in de gemeente dat mensen het
werk doen van een evangelist, de een leert, en een ander is herder.
De apostelen en profeten waren gaven in
het begin, wij hebben vandaag geen apostelen en profeten. Ik ben
geen profeet, ik ben geen apostel. U bent alleen profeet in die zin
dat u de wil van God vertelt. In de tijd van Paulus was de gave van
profetie er, in Korinthe bestond de gave van profetie, het woord was
nog niet volmaakt, de mensen hadden geen complete Bijbel. In 1
Korinthe 13,14,15 lezen we dat in de gemeente de één een profetie
heeft en de ander een woord, dat waren echte gaven.
Die persoon stond op en vertelde wat God
wilde en de ander stond op en kon het interpreteren. Dit hebben wij
nu niet meer nodig, wij hebben het woord. Dus: … sommigen tot
apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten,
en sommigen tot herders en leraars;” Dat zijn de gaven die de
gemeente, het lichaam van Christus heeft.
Een leraar, een evangelist of een herder is iemand die samen met
Paulus de onnaspeurlijke rijkdom van Christus verkondigd, die net
als Paulus zegt: die de éénheid van de Geest bewaard. Dat zijn de
kenmerken of het een man van God is of niet.
Efeze 4:12 “Tot
de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing
des lichaams van Christus;” Toen Paulus de brief schreef was het
lichaam van Christus in opbouw en deze gaven zijn gegeven tot
opbouw van het lichaam van Christus, niet tot opbouw van de
plaatselijke gemeente ( wij hebben zo’n fijne voorganger, wij hebben
zo’n fijne herder…).
In mijn bediening ben ik hier in dit land gekomen, ik ben al jaren
bezig tot opbouw van het lichaam van Christus, ik heb niet altijd
genoeg tijd om herder te zijn van de mensen, ik ben bezig om het
Woord te verkondigen. De opdracht is: opbouw van het lichaam van
Christus. De gaven zijn voor het lichaam van Christus, niet zozeer
voor de gemeente hier en daar.
Efeze 4:13 “Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des
geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot
de mate van de grootte der volheid van Christus;.
Paulus begint hoofdstuk 4 met de éénheid van de Geest, die hebben
wij, dat is de basis van wat wij geloven. Al de gelovigen behoren de
éénheid van de Geest te hebben of te bewaren. Maar de éénheid des
geloofs is iets anders. Mijn geloof zal misschien sterker zijn
dat het geloof van een ander, daarom zijn de gaven er zodat zij
mensen kunnen opbouwen. Ik kan mensen vergeven omdat ik begrijp dat
Christus mij heeft vergeven, ik weet het. Maar die andere broeder
weet het niet, vandaar heeft hij de gaven nodig zodat iemand hem op
het feit zal wijzen dat in Efeze 1:7 staat dat wij de vergeving
hébben. Dus ons persoonlijk geloof is anders. Kennis van de
Zoon Gods: wij kennen de Heere Jezus Christus niet allemaal
hetzelfde. De één kent Hem meer dan de ander. De één leest meer over
Hem dan de ander. Maar de opdracht voor de gemeente is dat wij
allemaal tot de éénheid des geloofs komen. Tot een volkomen man,
tot de mate van de grootte der volheid van Christus. De volheid
van Christus staat in Kolossenzen, Christus is vol, dat heeft te
maken met het volbrachte werk aan het kruis. Die volheid van
Christus is volledig Het probleem is zoals Paulus schrijft in Efeze
1:1 aan de heiligen en gelovigen…. Met andere woorden: sommigen van
hen geloofden niet, in alles wat Paulus zei kenden zij de volheid
van Christus niet.
Ik heb hier b.v. iemand die wel tien
dingen heeft gedaan. Maar iemand zegt: Zo ken ik hem niet, ik weet
maar twee dingen die hij heeft gedaan.
Maar die tien dingen moet elke gelovige
weten. Hij is God, Hij stierf voor onze zonden, Hij is opgestaan
voor onze rechtvaardigheid, Hij heeft ons geheiligd, Hij heeft ons
begenadigd, Hij heeft ons verzegelt met de Heilige Geest en zo tot
tien dingen. Om in Nederland het diploma van ingenieur te krijgen
moet u aan bepaald eisen voldoen, zo is het ook in de Bijbel.
U krijgt een “diploma” als u de dingen
die Christus aan het kruis heeft gedaan kent en begrijpt, dan bent u
een volkomen man, die man die weet het. Of hij er naar wandelt of
niet, dat is een ander verhaal. God heeft aan de gemeente gaven
gegeven en de gelovige kan zeggen: ik ben volkomen in Christus, ik
weet wat Hij voor mij aan het kruis heeft gedaan, ik weet het en ik
kan het ook andere mensen vertellen.
Efeze 4:14 “Opdat
wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en
omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der
mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen;”
Wat gebeurd er aan de andere kant? Satan heeft een plan dat
gebaseerd is op leer van mensen en arglistigheid en dat plan heeft
één doel: er voor zorgen dat u die volkomen Christus niet kent. Als
u weet hoe volkomen Christus is en daardoor wordt bevrijd dan zal
satan al zijn best in de wereld doen om er voor te zorgen dat u dat
niet begrijpt. Waarom? Als u vergeving van zonden heeft en u dankt
ervoor dan hebben de mensen in Rome een probleem…
Wij kunnen het hier ook hebben over wat er met de kerken gebeurd als
ze al hun dooptheorieën eruit moeten zetten…
Opdat wij niet meer kinderen zouden
zijn… Wat doet een kind? Een
kind is heel gevoelig, heeft nog geen vaste mening. Als u geestelijk
niet volwassen bent kunt u nog niet tegen uzelf zeggen: Genezing of
niet, de gave van genezing was voor Israël en niet voor de gemeente.
En dit geldt voor nog veel meer
onderwerpen.
Een kind is net een kleine boom, de
wortels zijn nog kort en als de wind komt gaat hij heen en weer. Een
volkomen man in Christus is een sterke boom. Gefundeerd, u weet dat
naar de mate u naar boven gaat u ook naar beneden moet gaan. Als er
in Amerika een wolkenkrabber gebouwd wordt is de fundering heel
diep. Daarom zegt Paulus tegen de Kolossenzen: wordt geworteld
(2:7).
Efeze 4:15“Maar de waarheid
betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het
Hoofd is, namelijk Christus;” Hier zien wij de combinatie
waarheid met liefde.
Verdragende elkander in de liefde. Hoe
breng ik die waarheid naar de persoon? Dat is de kant van de liefde.
De waarheid zegt dat ik vergeving van zonden heb, maar de persoon
die tegenover mij zit is b.v. katholiek, die heeft heel zijn leven
geleerd dat vergeving door de paus is.
Dus de waarheid is vast, maar hoe benader
ik hem? En dan komt de liefde. Één van de antwoorden, en dat zullen
wij in hoofdstuk 6 bestuderen, is dat onze strijd niet is tegen
vlees en bloed. Dus als u tegen die persoon praat, is het net als
een verkoper, het product dat hij heeft is het beste, maar er is
communicatie nodig met die persoon aan wie u het wilt verkopen.
Die communicatie heeft met jou te maken,
met wat we net hebben gelezen in vers 2: met alle ootmoedigheid en
zachtmoedigheid. Met liefde en geduld. Waarom? Omdat die persoon die
tegenover u zit een kind is, hij zit onder de macht van satan.
Hij zit onder de macht, zoals wij net
hebben gelezen, van het plan van satan van arglistigheid en dwaling.
U moet dus die oorlog van u kennen en niet ongeduldig zijn.
Net als in het leger, een leger is sterk,
dat is geen probleem, maar alleen bombarderen is niet genoeg, je
moet de hele aanval plannen. Daarom heeft u de inlichtingendienst
die gaat de situatie van de mens bekijken. Zo is het hier hetzelfde.
De opdracht die wij hebben is heilig, is waar. Wij zitten al 2000
jaar in dwalingen, in Paulus’ tijd waren er nog niet zoveel
groeperingen. Hoewel de wereld van Paulus misschien nog moeilijker
was, het was een Romeinse, Griekse wereld, er was overal
goddeloosheid.
Hoe haalt u nu mensen door de liefde uit
de strik des duivels? Dat heeft te maken met vers 2: met alle
ootmoedigheid en zachtmoedigheid. En uiteindelijk wil ik opwassen in
Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus. Het Hoofd van het hele
lichaam, van heel de gemeente is Christus. Niet de paus, niet ik,
niet een ander mens, maar Christus.
De taak van de leden van de gemeente is
op te wassen in de liefde, in de waarheid, zodat zij precies weten
wat Christus voor hen heeft gedaan. En als u dat doet creëert u een
sterk gebouw, een gebouw dat de prediking van de Heere Jezus
Christus naar de openbaring van het geheimenis uitstraalt. Helaas is
het in de praktijk anders, het is soms moeilijk om dat gebouw te
vinden, gemeenten zijn verdeelt en iedereen preekt iets anders. |